22 september 2022

Weglopen - #ZKV #WoT

Even sigaretten halen, zegt de man en hij trekt de deur achter zich dicht. Daarna komt hij nooit meer terug. Het is altijd al donker als hij dat doet. Of hij echt het sigarettenautomaat bezoekt en zich dan bedenkt. Ik weet het niet. 

In de roman Joe Speedboot van Tommy Wieringa laat Papa Afrika zijn nieuwgebouwde schip te water. Er is een hele receptie om de tewaterlating te vieren.

Papa Afrika verdween in de bocht van de rivier, men keerde terug naar de tafel met limonades, bier en hapjes. Meneer Eilander liet zijn schoenen uit en wachtte aan de waterkant op de terugkeer van het schip. Mussen namen stofbaden in het zand onder de populieren, het was vrede op aarde. Regina's ogen dwaalden steeds af naar de rivier.

Hij komt niet meer. Ze rijden met de auto nog een stuk de dijk af tot aan de brug. Ze vinden hem niet. De politie ontvangt het opsporingsbericht, maar van Papa Afrika en het schip geen spoor.

Hij komt net als Berend Botje nooit weer om. Of hij naar Afrika is gevaren met zijn traditionele Egyptische zeilboot of toch uitgeweken is naar Amerika, blijft onduidelijk in de roman. Hij is weg en komt niet meer terug.

In het Engels haalt iemand melk om nooit meer terug te komen. In Australië is het een ritueel van jongemannen. Ze verlaten het ouderlijk huis en zwerven maanden door de outback. Als een jonge wolf die het nest verlaat en honderden kilometers rondzwerft voor hij zijn nieuwe leefgebied vindt. Het is een heus ritueel waarbij een groep mannen zich verzamelt en samen verder trekt.

Als Paul Theroux in De gelukkige eilanden het huis ontvlucht, merkt hij op dat zijn reis is als een Walkabout:

Ik was almaar op reis gebleven, net als de man die even uitgaat om een krant te kopen en nooit meer terugkomt. Die man was ik. Ik was verdwenen. Er was nu geen reden meer om terug te gaan. Niemand miste me.

De neiging van veel mensen om op vakantie te gaan, te reizen, het vliegtuig te pakken naar verre oorden, zit in die vlucht. De vlucht naar het onbekende om het alledaagse te vergeten. Het is een drang, een aanval van waanzin. Het wezen dat rondjes rent achter zijn eigen staart.

In de roman Moederland doet de ik-verteller hetzelfde. Bij een etentje met zijn familie, wordt het hem opeens teveel. Hij staat op en zegt dat hij even naar de wc is. Daarna vertrekt hij en laat zijn familie achter. Als hij vier uur later terugkomt, is iedereen vertrokken. Later blijkt het een gewoonte te worden van de verteller.

Het lijkt mij heerlijk om dit te doen. Ik weet zelf eigenlijk niet waarom ik het niet gewoon doe. De beschaving. Waarom niet gewoon gaan als je het zat bent, er geen zin meer in hebt. Gewoon opstaan en vertrekken.

Zonder een woord.

Misschien moet ik het maar eens doen. Ik kan altijd weer terugkomen.

18 september 2022

De Nieuwe Bibliotheek 12,5 jaar

De Nieuwe Bibliotheek in Almere viert het 12,5 jarig bestaan. Na een lange bouwperiode ging in het voorjaar van 2010 de bibliotheek eindelijk open. Het vormde het pronkstuk van het 4 jaar eerder opgeleverde stadshart.

Het spiksplinternieuwe gebouw van de Meyer & Van Schooten Architecten aan het Stadshuisplein behoorde bij de opening op 27 maart 2010 tot het 'crème de la crème' van de openbare bibliotheken en ook wereldwijd.

We hadden het in die tijd allemaal een beetje opgegeven door alle bouwperikelen. Het duurde maar en duurde maar. Van loslatende gevelstenen tot allerlei andere bouwtoestanden. Uiteindelijk ging de deuren open. Wat een indrukwekkend gebouw. Een heuse cultuurtempel kreeg Almere. 

De oude bibliotheek

De oude bibliotheek in het gebouw De Voetnoot ademde meer de oude bibliotheeksfeer met spruitjeslucht en heel veel rijen boeken. Het gebouw staat nog altijd schuin tegenover de nieuwe bibliotheek aan de andere kant van het Stadshuisplein. Nu huizen kunstenaars in De Voetnoot en is het een mooi voorbeeld van een creatieve broedplaats.

Ik heb veel over die nieuwe bibliotheek geschreven. Ik kom er nog bijna elke week om gelezen boeken terug te brengen en een nieuwe stapel weer mee naar huis te nemen. Ook struin ik altijd door de afgeschreven boeken. Soms kom ik met indrukwekkende boeken thuis waar ik nog steeds heel veel plezier heb.

De Nieuwe Bibliotheek nu opgeleverd

Zou de bibliotheek van 12,5 jaar geleden nog steeds zo opgeleverd zijn? Ik denk het niet. De hoge raampartijen en het vele licht zijn niet goed voor de gasrekening, maar dat even weggelaten, de bouwkunst heeft de laatste 10 jaar toch ook grote stappen gemaakt. Mogelijk zou er nog meer andere materialen zijn gewerkt, zou veel materiaal opnieuw zijn gebruikt en zou er veel meer groen in en om het gebouw zijn gekomen. 

Vergelijk de nieuwe bibliotheek met het Aeresgebouw op de Floriade. De groene planten aan de gevel, de zonnepanelen op het dak en het vele groen binnen het gebouw. Het zou ongetwijfeld in een bibliotheek die nu gebouwd zou zijn, zijn terechtgekomen. Ook het binnenplaatsje van de bibliotheek zou er heel anders hebben uitgezien. Daar ben ik zeker van. Hopelijk zullen deze aanpassingen langzaam met de tijd komen. 

De strakke gevel zoals die nu is, zou er veel groener en minder stenig hebben uitgezien. Aan de andere kant moeten we oppassen niet door te slaan in de vergroening. Het stadsplein De Esplanade is sinds de bouw al twee keer grondig verbouwd. Het is soms ook zoals het is, zeker als het probleem ergens anders ligt dan in aanplanten van een paar bomen.

Veranderingen in 12,5 jaar

De bibliotheek is wel veranderd sinds de opening. Ik zie de sociale functie meer dan ooit toenemen. Afgelopen donderdag was ik er. Er waren grote groepen mensen voor de taal en thee bijeenkomst. Ook de studiemogelijkheden bovenin de bibliotheek zijn veel groter geworden. Het is niet alleen een cultuurtempel. Het is vooral een plek om anderen te ontmoeten en kennis met elkaar te delen.

Voor mij blijven de boeken de belangrijkste reden om naar de bibliotheek te komen. De boekenrijen zijn er nog steeds, wel op een veel toegankelijkere manier ingericht. Open en transparant met veel doorkijkjes. Zo is er genoeg te zien terwijl je met een boekje in een hoekje zit. Het is een gezonde mix van genoeg stilte om te kunnen lezen en genoeg roering voor de sociale contacten.

Tegenslagen

De Nieuwe Bibliotheek heeft in de laatste 12,5 jaar laten zien bestand te zijn tegen veel vooral financiële tegenslagen. De bibliotheek stond er nog niet koud of de kredietcrisis noopte tot flinke bezuinigingen. Voortdurend staan dergelijke voorzieningen op de tocht. Dat terwijl de bibliotheek van onschatbare waarde is voor onze stad. 

Ook tijdens de coronapandemie toonde de bibliotheek heel goed bestand te zijn tegen deze wereldwijde crisis. Het uitlenen van de boeken op afstand en ophalen bij de deur van je 'bestelling'. Geweldig dat veel mensen op die manier konden blijven lezen en in verbinding blijven met een wereld die op slot zit. Ook de aanpassingen in het gebouw en de relatie met wat er in de stad gebeurt. De tentoonstellingen en andere activiteiten. Sommige staan echt in mijn geheugen gegrift.

Op naar de volgende 12,5 jaar en verder. Want als De Nieuwe Bibliotheek iets de laatste 12,5 jaar heeft laten zien, is dat de bieb niet weg te denken is in de toekomst. Ook al neemt het aantal boeken misschien af, er blijft meer dan genoeg over om naar de bibliotheek te gaan.

Er is van alles te doen op zaterdag 24 september bij het 12,5 jubileum van De Nieuwe Bibliotheek.

10 juni 2022

Stekken - #WoT

Zijn buurvrouw brengt op een vrijdagavond een stekkie. Het ziet er klein en armetierig uit. Niet veel meer dan een paar blaadjes stek steken uit het potje dat hij krijgt. Ze hangen treurig naar beneden. De grond in het potje is kurkdroog. Hij laat in het afwasteiltje een laagje water vallen uit de kraan en dompelt het donkere plastic kweekpotje in.

Geen idee wat eruit komt. Ze weet het ook niet. Ze mompelt iets en vertrekt. Zijn buurvrouw heeft hij altijd een rare gevonden. Hij zet de plantenpot voor het raam in de zon. De eerste dagen gebeurt er niet zoveel. De blaadjes trekken wel iets meer omhoog. Misschien lijkt het maar zo.

Hij durft niet zo te turen naar de plant. De volle middagzon schijnt op zijn raam. Hij weet niet of het goed is voor deze plant. Ze is ook vaag geweest wat het nu precies is. Het kan hem ook niet zoveel schelen. Een plant is een plant. Het staat wel mooi dat groen.

Een kleine week en vele waterscheuten later schiet de plant omhoog. Misschien moet er wel een andere pot omheen, denkt hij. De plant wil de ruimte hebben. Hij zoekt in de berging naar iets en komt terug met een halfgebroken aarden pot. De aarde haalt hij uit het plantsoen, met zijn blote handen. Een schepje heeft hij niet.

Dan gaat het hard. De bladeren krijgen mooie stekeligheden om zich heen die niet prikken. De kleine plant wordt groot. Het zonlicht zuigen de steeds breder wordende bladeren op. Het lijkt wel of hij het ding iedere dag ziet groeien, soms wel tot een centimeter of 20. Hij laat het zich goed welgevallen daar achter het raam.

De plant groeit en groeit. De bladeren drukken tegen het raam aan. Er komen bloemetjes. Ze ruiken sterk, een heel eigen luchtje dat hij verder niet kent. Soms meent hij dat hij het weleens rook op de wallen toen hij nog naar de hoeren ging. Maar het is te lang geleden om nog terug te ruiken in zijn herinnering.

Dan wordt er op de deur gebonsd. Heel hard. Het lijkt wel of iemand op de deur trap. Geschreeuw. ‘Doe open, doe open.’ Hij wil de deur openmaken, maar hij haalt hem van de grendel of de deur valt hem meteen in het gezicht. Een stel handen drukt hem naar beneden, trekken zijn arm op de rug, aan de haren. Hij gilt het uit. Wat is hier aan de hand.

Een paar mannen stormen de kamer in, recht naar de plant. ‘Hoe kom jij hier aan?’ ‘Gekregen van de buurvrouw,’ zegt hij. ‘Een stekkie’, roept hij er snel na. ‘Hoezo een stekkie?’ gilt de agent. Een pistool is op hem gericht. ‘Neem hem en en die plant mee’, roept de agent terwijl hij hem onder schot houdt.

Daar gaat hij als een lam naar het slachthuis. Hij tuurt naar het huis van zijn buurvrouw. Het oogt leeg. De agenten drukken hem de arrestantenbus in. Tegenover hem zit een man. Hij herkent hem. Hij woont aan de overkant. En nu je het zegt, inderdaad groeien er ook bij hem van die planten voor het keukenraam. ‘Jij ook’, vraagt hij. De man knikt.

De heisa na de nacht cel. Hij mag weer naar huis, daar wacht de woningbouwvereniging op hem. ‘Je mag geen wiet telen’, zeggen ze. ‘Geen idee dat het wiet was’, antwoordt hij. ‘Ik heb die plant gekregen van een buurvrouw.’ Wie het was, willen ze weten. Hij wil haar niet erbij lappen. ‘Van een paar huizen verder. Ze is verhuisd.’

Daar staat hij dan. Een weekendtas met zijn kleren. Zijn spullen zijn al meegenomen in een dure container. Of hij hier even wil tekenen. Onder een ingewikkeld formulier, wijst de man van de woningbouw waar hij zijn handtekening mag zetten. Hij schudt zijn hoofd.

Die avond kruipt hij in bed bij het Leger des Heils. Misschien weet de morgen een oplossing. Hij mag 2 nachten blijven en ligt boven in het stapelbed. Het is de enige plek van de daklozenopvang die nog niet bezet is. Onder hem steekt iemand een sigaret op. In kleine wolkjes ruikt hij de bloemetjes van de plant voor zijn raam.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vorige week was is het woord: stekken. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

30 april 2022

Meeuwenschreeuwen

Reggy Laatsch uit Alphen aan den Rijn heeft het Europees Kampioenschap Meeuwenschreeuwen gewonnen. Voor de camera van Omroep West vertelt hij over de 3 verschillende meeuwengeluiden die hij kan nabootsen. Het gaat van tevreden korte geluidjes tot opgewonden gekrijs. Hij kan het heel overtuigend nadoen. Hij is niet voor niks de winnaar.

De schrijver Godfried Bomans werd gek van het gekrijs van de meeuwen. Hij verbleef een week helemaal alleen op het eiland Rottumerplaat. Het was meer een stunt van de radio. Na hem zou Jan Wolkers een week op het eiland verblijven.

Godfried Bomans heeft een andere benaming als de meeuwen zijn nachtrust verstoren naast de tent. Hij schrijft in zijn dagboek over het verblijf van 8 dagen:

[M]eeuwen kunnen soms, als ze rustig zijn, een laag mompelend geluid maken, en dat is net of een paar mannen met elkaar staan te beraadslagen. Die gelijkenis is zó bedriegelijk dat ik me telkens moet voorhouden: het zijn maar meeuwen. Ik geloof dat hier een oude kinderangst: ‘er ligt een man onder mijn bed’ naar boven komt.

Met dank aan Wouter die mij op de winnaar van het meeuwenschreeuwen attendeerde via Twitter.

28 april 2022

Vlinder - #WoT #sprookje #bijhetnieuws

De vlinder Magda slaat haar vleugels extra breed uit. Ze voelt de wind slaan op haar engelachtige voorkomen. De zon schijnt verwachtingsvol door haar vleugels heen. Dit belooft een mooie dag te worden.

Ze geeuwt nog eens goed en zoekt haar ouders. Nu zou je verwachten dat Magda geen vlinder was, maar een rups. Dit is best een ingewikkeld verhaal dat ik hier niet uit de doeken ga doen. Magda is een vlinder en woont namelijk nog steeds bij haar ouders. Wie wie niet kan loslaten, is onduidelijk. Misschien helpt dit verhaal erbij. Al kunnen in sprookjes heel veel dingen en moet je er niet te lang bij stilstaan. Dat doen we dan ook vandaag maar niet. Daar is het veel te lekker weer voor.

Magda wil vandaag haar vlinderjurk aantrekken. ‘Mam’, roept ze in de richting van de keuken waar haar moeder een heerlijk ontbijt klaarmaakt. ‘Heb jij mijn vlinderjurk gezien?’
‘Bedoel je die jurk met die vlinders erop?’
‘Ja, die.’
‘Volgens mij zit die in de was.’

De was is een ingewikkeld iets bij vlinders. Hiervoor werken ze samen met de bijen. Om hun kleren de gewenste glans en zachtheid te geven, gebruiken ze de vetachtige substantie van bijen. Terwijl de bijen ook gek zijn op nectar, levert dat een heel gedoe op.

Magda begint te schelden. Hoe kan het bestaan. Het enige zomerjurkje dat ze heeft, gesponnen van het zachtste zijde dat er bestaat, zit in de was. Ze vloekt binnensmonds, maar hoe zacht ze het ook doet, haar moeder hoort het. Verdorie.

Dan zit er niet veel anders op, dan een list bedenken. Ze gaat naar de wasmand, haalt de jurk eruit. Hij is helemaal vet en verkreukeld. Zijde kreukelt waar je bij staat. Niet tegenop te strijken. Ook weet ze dat je dan de strijkbout minimaal mag laten warmworden. De zijde verschrompelt anders meteen.

Ze trekt de jurk aan. Wat ik niet dacht, denkt ze. Helemaal verkreukeld. Sommige modeontwerpers hebben de kreukels tot kunst gemaakt. Die moeten weer de kleding op een heel speciale manier kreukelen. Ze kijkt nog eens in de spiegel, scheldt nog een keer en loopt naar haar moeder voor het ontbijt.

‘Dat kan echt niet’, zegt haar moeder. En ze heeft ook gelijk. Het kan echt niet. Ze weet het ook niet meer. Misschien toch maar dat naveltruitje. Al etend van haar boterham met hagelslag, loopt ze naar haar kledingkast. Ze trekt het naveltruitje en de korte broek eruit. Maar is het niet te koud voor dit setje? Nee, besluit ze dapper. Het is niet te koud voor dit setje.

Ze voelt de wind luid blazen over haar navel. Dit truitje is veel te kort. Zeker als ze haar vleugel op laat fladderen, dan zie meteen meer dan je eigenlijk mag zien. Ze ziet de begeerlijke mannenvlinders uit haar klas al kijken. Ook langs haar ranke benen voelt ze de wind omhoog trekken. Ze laat haar voelsprieten nog eens de lucht in gaan. Het moet maar.

Ze vertrekt in vliedende vlinderslag richting school. Het lesuur staat op beginnen en ze is nog maar halverwege. Gelukkig heeft ze de wind in de rug en vliegt koortsachtig met de kronkelende slagen naar school. De zon in haar rug doet de rest. Heerlijk die warmte. Soms laat ze zich even meesleuren door een verleidelijke windvlaag. Woeps. Ze weet zich maar net te herstellen. Bijna tegen het wapperende blad van een boom geslagen.

En zo kan het gebeuren dat ze even later in een naveltruitje op de foto staat, terwijl de koning en de koningin op haar school komen kijken. Alle televisiezenders en internetmedia besteden aandacht aan het bezoek van de koning aan haar school. Op nu.nl staat ze groot naast de minister die de koning een hand geeft. Het schoolhoofd staat achter haar. De NOS heeft haar iets kuiser van opzij genomen.

Het is een verrassingsbezoek, niemand mocht weten dat hij langskomt. Magda is ontzettend blij, maar ze weet ook dat ze nu de enige is die in een naveltruitje staat bij dit hooggeplaatste bezoek. Ze weet hoe begeerlijk ze is. Gelukkig heeft ze altijd een lipstick mee. Haar lippen in een zoen en de stift plakt rondjes. Zo valt het extra op dat ze hier staat en niemand anders.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vorige week was is het woord: Vlinder. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

14 april 2022

Materialisme - #WoT

Aan alle spulletjes zit een verhaal. Een boek, een briefje, een koffievlek, een poster, een aquarium, een appel of een serie briefjes op de koelkastdeur.

Het leven van verzamelen is een poging om iets achter te laten. Als een ekster sleurt de verzamelaar van alles mee zijn nest in om het een plekje te geven. Aan de muur of in de kast. Overal bergt hij zijn kostbaarheden.

Het leven van de dichter en schrijver F. Starik (pseudoniem van Frank von der Möhlen, 1958 – 2018) is een museum. Dat bewijst de tentoonstelling in het Amsterdamse stadsarchief wel. Net als het prachtige boek met gedichten en heel veel foto’s.

6 vitrines leven

Foto’s van documenten, brieven, enveloppen. Foto’s van foto’s. Een aquarium, een mailtje. Alles zit in het boek. De 6 vitrines in het Amsterdams stadsarchief doen de rest. Uitgesneden in lagen over elkaar verrijzen heuse kunstwerken. Het appartementencomplex van de ziel.

En al die spullen. De dingen waar ik mij een jaar of 5 terug van bevrijdde. Jarenlang sleepte ik met die beroemde dozen, meegezeuld van verhuizing naar verhuizing. Ongeopende tijdboxen die op zolder een laagje stof sparen. En wat zit erin.

Het verschil met het huis van F. Starik dat bij zijn overlijden leeggehaald is, is dat ik zelf opruimde en de tijd schifte. Sommige dingen weggaf. Duizenden boeken van mij kregen een bestemming op de verkooptafel voor het opknappen van het Knipscheer-orgel.

De boeken die overbleven van Starik: Eenzame uitvaart en een andere bundel over eenzame uitvaarten van zijn hand. Het is een schamele hoeveelheid waar sinds zondag een nieuw boekje is bijgekomen: Leven als museum.

Eigen altaartje

Ik heb contact met zijn weduwe, de dichteres Vrouwkje Tuinman. Ik wil wel een boek van die bijzondere uitgave: Leven als museum. Ze schrijft er zo liefdevol over. Het lijkt me wel wat. Zeker omdat het zweeft tussen een egodocument vol met foto’s, papieren en andere gedenkwaardige afbeeldingen. Ik wil dat wel. Helemaal omdat er bij het boek een prachtige pop-up zit die je kunt openklappen waaruit de letter F oprijst. Een innemende constructie waarmee je je eigen altaartje maakt.

Dat is toch wel het doel van een museum, het leven zin geven, het leven vastleggen. Ook als je er niet meer bent, blijft het over. Net al als het schrijven, een afdruk achterlatend die de mensen na je ook zullen begrijpen. Of zoals Vrouwkje het zei bij haar presentatie bij de tentoonstelling ‘Eeuwig in aanbouw’ in het Stadsarchief Amsterdam: ‘Ik vroeg de fotografe Andrea Stultiens of ze wilde komen. We moeten het huis nu fotograferen voor het onttakeld wordt. Vanaf nu is er steeds een stukje minder van hem. Daarom moeten we er nu mee beginnen het vast te leggen.’

Het hoofd binnenstappen

Het huis laat op dat moment precies zien hoe F. Starik zich op dat moment voelde. Waar hij mee bezig was. ‘Het is alsof je in zijn hoofd binnenstapt dat altijd in aanbouw is. Het project is ook niet klaar. Het gaat altijd door.’

De onttakeling van het huis is een deel van het verhaal. Starik is geen verzamelaar zoals er veel zijn. Hij is ooit begonnen met een project in een leegstaand huis voordat het gesloopt werd. Het werd het Starik Museum; een leven als museum. Hier stalde hij in 1992 en 1993 allerlei voorwerpen uit zijn leven.

Het museum vertelde aan de ene kant zijn verhaal en aan de andere kant juist niet. Soms is een voorwerp een voorwerp, maar vertelt het altijd een verhaal? Het verhaal doet er soms juist afbreuk aan. De gieter die in de deuropening staat, staat daar. Moet de toeschouwer dan het verhaal erbij weten, of mag hij dat er zelf bij verzinnen?

Verbeeldingskracht

Het vraagt ook veel verbeeldingskracht van de kijker. Dat zie je ook terug in bijvoorbeeld musea. Kijkers worden gestuwd door verhalen, lopen met koptelefoons rond, zien hun omgeving niet eens en kijken rond met een lege blik als vissen in een vissenkom.

De verhalen die bij het kunstwerk zouden horen, zijn dat ook de verhalen die de kijker bij het kunstwerk ziet? De kijker heeft net zo’n grote rol als degene die de tentoonstelling inricht. De laatste hoeft niet altijd het verhaal te vertellen, maar de toeschouwer zijn eigen verhaal laten maken.

Dat zie je ook terug in de tentoonstelling in het Stadsarchief van Amsterdam. Het gaat om enveloppen, brieven, posters, kattebelletjes, schetsen, korte notities, een bonnetje, een bankafschrift, schoenen, overhemden, maatpakken en andere dingen zoals die in elk huis rondzwerven.

Vastleggen

De grens tussen het ‘gewoon’ ontruimen van een huis na een overlijden – waar heel veel mensen over kunnen meepraten – of het vastleggen van een huis hoe het erbij staat voordat het wordt leeggehaald. Het fotograferen van het huis van de overledene zou ik iedereen aanraden. Het geeft namelijk ook een inkijkje in iemands leven.

Ik weet ook, op dat moment ben je daar helemaal niet mee bezig. De banken, de stoelen, het bed, de kasten, boeken, paperassen en snuisterijen moeten weg. Het huis moet leeg en schoon. Dat zie je ook terugkomen in het boek Leven als museum.

Je ziet foto’s van een huis dat kaler en kaler wordt, zijn inwendige verliest. Het is de energie die je voelt als je in oud huis komt wonen. De geur, ervaringen en het leven van de oude bewoners is er nog. Het zal geleidelijk het huis vervluchten en plaatsmaken voor jou als nieuwe bewoner. Iets wat je helemaal niet zo ervaart als je in een nieuw, versopgeleverd huis komt wonen.

Schuilend leven

De tentoonstelling in het Stadsarchief Amsterdam vult het boek mooi aan. Of het vormt een inleiding hierop. Je ziet de dingen: een jasje, een hemd. De achtergelaten medische apparatuur na zijn overlijden. De bril en de schoenen. Of posters, stempelapparaten, notitieboekjes, een pen. Overal schuilt iets van zijn leven.

Dat maakt musea ook zo inspirerend. Vooral huismusea zoals Huis Doorn of het Patriciërshuis in Dordrecht. Je ziet het leven uit die tijd. Je ziet de persoon. Het leven als museum. De spullen die overblijven en het verhaal vertellen. De spullen die de persoon die er niet meer is, aanwezig houden.

Dat zegt Vrouwkje Tuinman ook bij de presentatie in het stadsarchief waar de tentoonstelling ‘Eeuwig in aanbouw’ is van 6 vitrines, evenveel schuiflades en wat objecten. ‘Dit hele project is voor mij ook een manier om hem in leven te houden.’

Vergankelijkheid van een mandarijn

Zo grasduinend door de spullen, leert ze hem ook beter kennen. ‘Dan vind ik iets uit 1978 en dan denk ik: o, daar was je toen al mee bezig.’ Ze illustreert het aan de hand van de foto’s van bedorven fruit waar Starik een obsessie voor had. Wekenlang kon hij de vergankelijkheid van een mandarijn volgen.

Op het filmmateriaal dat ze laat zien bij de presentatie, volgt hij het leven in zijn aquarium: de groei van algen, de komst van een appelslak, de vervuiling van de steentjes op de bodem. Beeldmateriaal dat wordt gedigitaliseerd. Meters Video8-band.

Het roept de vraag op wat je kunt bewaren en wat niet. De schifting die ik een aantal jaren geleden maakte, was lastig. Spullen wegdoen is ook het loslaten van een deel van je leven. Zo voelt het als je je eigen huis opruimt. Ook spullen mogen er zijn, maar niet tegen elke prijs. Soms kan de rotzooi opruimen, heilzaam werken.

Net als wat Vrouwkje gedaan heeft met veel spullen van Starik heb ik ook heel veel documenten gefotografeerd en op die manier vastgelegd en behouden. Het roept niet die herinnering op die het oproept als je het echt vasthoudt, maar geeft een prima vervanging. En neemt minder ruimte in.

Zo blijven de spullen toch een beetje bewaard.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is het woord: Materialistisch. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

03 april 2022

Hans en Grietje Revised, een sprookje - #WoT

Ze hebben geleerd van de vorige keer; onderweg maken ze overal tekens. Niet de steentjes van de vorige keer, maar een kruis met een krijtje op de boomstam. Hans heeft een pak krijtjes gevonden op zolder. Zo kunnen ze de weg weer naar huis vinden.

De tekens staan in geheime letters op de boomstammen en palen onderweg. Op de juiste hoogte; de knie van Hans. Daarna vervolgen ze de tocht. Vader gaat wel heel hard. Ze proberen zijn tempo bij te houden. Het zweeft tussen snelwandelen en rennen in. Soms pakken ze een paar passen in een rentempo om de achterstand in te halen. Zeker als Hans een teken op een paal of boom heeft gekrast.

Als ze op de plek zijn gekomen dat zijn vader zegt dat ze even wat moeten uitzoeken en ineens verdwenen zijn, begint het riedeltje van de vorige keer weer. Ze lopen terug. Op de palen staan de tekens zoals ze zelf aangemaakt hebben. Erboven staat ook wat. ‘Zie jij wat het is?’ vraagt Grietje als ze langs een nieuw teken lopen.

Het zijn woorden die ze niet snappen: ‘intrinsiek’, ‘geïsoleerd’, ‘laaghartig’ en ‘paranoïde’. Keurig onder de eerste letter die hij opgeschreven heeft. Is het een opdracht? Waarom staan die woorden er. Ze weten het niet. Grietje vraagt Hans wat ze betekenen.

Hans weet het ook niet. Soms proberen ze het raadsel zelf op te lossen. ‘biologeren’ bijvoorbeeld. Hij staart naar het woord. ‘Misschien is het wel een bio die gaat logeren.’ ‘Maar wat is bio?’ vraagt Grietje. ‘Dat is dat vak op school over plantjes en dieren en zo.’

Vlak voordat ze de omgeving herkennen en weten dat ze thuis zijn, staat er wel een heel bijzonder woord: ‘fantasierijk’. ‘Dat is het land van de koning waarin iedereen iets is’, weet Grietje heer zeker. Ze kijkt nog een keer naar het eerste stukje van het woord.

Ze volgen hier niet hun tekens, maar slaan hier juist af. ‘Misschien is het daar’, zegt Hans. Daar verderop zien ze een huisje dat je kan eten. Dat huis waar je zo’n honger van krijgt en die uiteindelijk tot hun opsluiting leidt. Dit durven ze later niet te zeggen als het sprookje met hun namen wordt opgetekend. Dat het de woorden zijn die je op een dwaalspoor brengen.

Nee, liever iets met broodkruimels die opgegeten zijn door de vogels. Zo fantasierijk zijn ze wel.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is het woord: Cryptisch. Dit is mijn 2e over dit woord. Lees ook de vorige: Crypta en de grot. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

01 april 2022

Crypta en de grot, een sprookje - #WoT

Het meisje Crypta woont in een grot. Eigenlijk heet ze Crypta Angonica, maar dat vindt ze te crypisch. Daarom heeft ze het ingekort tot Crypta.

Ze heeft niet altijd in een grot gewoond. Crypta is geboren op het strand van de Balearen. Het precieze eiland hebben haar ouders nooit willen vertellen.

De dag na haar geboorte, zijn ze meegevoerd door de winden. Grote winden die ook nog eens flink stonken. Uiteindelijk belanden na nog wat extra omzwervingen in de grot.

’s Avonds voor Crypta gaat slapen, steekt haar moeder het vuur aan. Dan tekenen hun lichamen grote schaduwen tegen de bobbelige wanden van de grot.

Haar vader lijkt een monster. Haar moeder verandert in een dun plankje dat over de wand schuift als ze wegloopt van het vuur. Tot ze wegvalt in het donkere gat. Wat daarachter zit, weet niemand. Crypta heeft geen idee. Eigenlijk zou ze zou het dolgraag willen weten.

Op een avond als haar vader zich eindelijk neervlijt onder het berenvel en haar moeder de plank, naast hem kruipt, staat Crypta voorzichtig op. Ze merkt dat het vuur haar volgt. Een schaduw van een rond balletje op de grotwand.

De bal springt over een oude rotstekening, maakt een koprol en rolt verder in de richting van het grote gat. Crypta hoort hoe haar voeten over de grond schuiven. Een steentje rolt voor haar uit. In de verte een plons. Zou dat het steentje zijn?

Het blijft heel stil. Crypto schuifelt verder. Geen hand voor ogen ziet ze. Het duister schrokt haar op. Voor en achter haar, is het zwart. De kou van de stenen om haar heen, grijpt haar tenen. Haar vingers raken ook versteend. Ze vraagt zich af of haar adem ook niet meteen bevriest als uitademt. Zal ze nog een stap verder gaan?

De geheimen geven zich niet prijs. Ze zet nog een stap vooruit, maar voelt alleen maar de rotswand. Net zo koud als de rest. De uitstulpingen op de wand voelen als de achterwand van een tijdelijk parlementsgebouw eruit ziet. Zo bultig, kil en zonder mededogen. Als ze omdraait en kijkt waar ze vandaan komt, ziet ze het smeulende vuur voor de dunne grotopening in de vorm van een oor.

De takken bewegen zacht in het nachtlicht, ziet ze als ze door de ingang van de grot heenkijkt. Het is verder weg dan ooit, maar ze ziet veel meer dan hier. Ze besluit om te draaien en terug te keren. De geheimen die in dit duister vestopt liggen, zijn teveel voor haar.

De grote berg die tegen de wand rust, komt langzaam in beweging als ze weer langsloopt. De plank volgt haar. ‘Wat doe jij hier?’ vraagt haar moeder.
‘Ik wil weten wat er in het donkere gat is’, antwoordt Crypta.
‘Dat weet niemand’, zegt haar moeder. ‘Niemand die in het gat is gegaan, is er ooit weer uitgekomen.’

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is het woord: Cryptisch. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

25 maart 2022

Wijsheid - #WoT #sprookje

Wijsheid staat vanmorgen extra vroeg op. Het belooft een heel mooie dag te worden voor haar. Ze tikt Domheid, die naast haar ligt aan. ‘Kom op, eruit.’ Hij opent traag zijn ogen. ‘Nog even’, mompelt hij. Ze trekt aan zijn schouder, maar hij drukt zich alleen maar dieper onder de warme wol. De warmte van de nacht omringt hem. ‘Laat me’, gromt hij.

Ze stapt met haar voeten op het koude zeil. De dag praat nog niet. Daarvoor is het te vroeg, weet ze. Het gordijn beweegt op de wind van het open raam. Onder het gordijn ziet ze hoe het al een beetje licht wordt. Als ze het gordijn opentrekt, verraadt de dageraad dat de dag begint.

Eerst wassen en tandenpoetsen, denkt Wijsheid terwijl ze op de wc haar ochtendplas laat gaan. Het water klatert dat het een lieve lust is in het fonteintje. De druppel tandpasta ter grootte van een kleine erwt op de tandenborstel. En poetsen maar.

Ze opent de achterdeur. De zon verschijnt al achter de bosrand. Haar stralen schijnen dwars door het winterbos heen. Die rode bol waar je nu nog zo goed in kunt kijken, trekt omhoog achter de bomen. Wijsheid ziet haar stijgen. Een zachte wolkenkrans als een dekbed om haar hals geslagen. De morgen begint, fluit Wijsheid. Hier begint een mooie dag.

Als ze even later fris en fruitig de laptop opstart voor haar werkdag, flikkert het scherm op. Er wacht een update. ‘Installeer hem zo snel mogelijk, want anders…’, dreigt het scherm donkerblauw. De zon schijnt al naar binnen door het keukenraam. De fluitketel blaast dat het water voor de thee kookt. Wijsheid drukt op de knop. ‘Installeer en activeer’.

Haar laptop schakelt vanzelf uit, briest en blaast door het kleine ventilatortje aan de rechterkant. Het scherm schiet vlug aan en uit. Allerlei mededelingen in een geheimtaal doorkruisen de blauwe kleur van zojuist. Hier wordt hard gewerkt, ziet Wijsheid. Hier moet ze vooral niet tegenin gaan. Daarom maar eerst een kopje thee en een boterham met hagelslag.

Ze pakt in de nood maar een dichtbundel om het wachten te veraangenamen. Terugkerend naar haar computer een klein halfuurtje later, toont het scherm een zandloper en een draaiende rondje, waarboven 23% staat. Hier is geen dichtbundel tegen opgewassen. De online teamsvergadering begint zo dadelijk. Daarom maar beginnen via het mobieltje, denkt ze wanhopig.

De vergadering is bijna op zijn eindje als de computer vraagt om een herstart. Dat schiet zo niet op. Wijsheid zucht. Iets te duidelijk. De anderen op het teamsscherm zien haar zuchten ongetwijfeld. Gelukkig merken ze niks op, maar Wijsheid vermoedt dat ze het merken. De vergadering is voorbij, maar de laptop doet niks.

Weer een kop koffie. De apparatuur die het laat afweten. Waar moet ze met al haar wijsheid heen als de apparatuur niet bereikbaar is. Kan ik jullie geen moment alleen laten, denkt ze als ze na een kop koffie weer bij haar computer is en het scherm iets ongeduldigs flikkert. Het zijn de slapende discipelen terwijl hun meester de ene beproeving na de andere te verduren krijgt. De software is gewillig, maar de hardware is zwak.

Er zit niks anders op dan de afdeling IT te bellen. Ze voert keurig alle nummertjes in die het bandje aan de andere kant van de telefoonlijn vraagt. Weer wachten, een nieuw deel uit het pianostuk van Mozart. Eindelijk als ze de hulpman aan de lijn krijgt, knippert het scherm weer een opgevende mededeling. Ik geef het niet op, denkt ze.

Verdwaald in haar eigen verbinding, start ze opnieuw op. De man aan de andere kant van de lijn heeft geen tijd. Het moet goedkomen, anders belt ze hem weer. Hij kan deze melden afvinken. Ze kijkt weer naar een zandloper. Als eindelijk weer een nieuw blauw scherm knippert met onheilspellende profetieën erop, schreeuwt ze het uit. Geschrokken staat Domheid naast haar computer.

Hij heeft zijn pyjama nog aan. ‘Wat sta je toch te schreeuwen’, zegt hij geërgerd. Hij tuurt naar het scherm en drukt op een knop. Dan nog één en ineens gebeurt waar ze al die tijd op gewacht heeft: het inlogscherm verschijnt.

#WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is dat Wijsheid. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

13 maart 2022

Duivelsorgel

Het is misschien niet direct waar je het eerst aan denkt en mee bezig bent als organist. Maar het orgel verovert in de popmuziek een steeds belangrijkere plek. Het zit wel in de meer alternatieve hoek van gotic en indie. Er is hier een fascinatie voor kerken en kastelen en vooral de ruïnes. Compleet met kaarsenstandaards, lange gewaden en draculatanden.

Zo is er de Zweedse muzikante Anna von Hausswolff. In veel nummers van haar speelt ze op orgel. In haar laatste album All Thoughts Fly bespeelt ze het kerkorgel in alle 7 nummers.

De stijl is een mixvorm van allerlei muzieksoorten. Er zitten minimal music achtige trekjes in zoals in het titelnummer All Though Fly. Het nummer kan zo uit een stuk van Philip Glass zijn weggelopen. Ook weet ze heel treffend bijvoorbeeld de muziek van een band als Sigur Ros te evenaren. Dat gebeurt bijvoorbeeld in het openingsnummer Theatre of Nature.

Noord-Duitse stijl

Ze bespeelt op de cd het in Noord-Duitse stijl gebouwde orgel in de Örgryte Nya Kyrka te Göteborg. Het orgel is in 1998-2000 gebouwd door het driemanschap Munetaka Yokota, Mats Arvidsson and Henk van Eeken. Dit instrument is in middentoonstemming gestemd. Anna von Hausswollf gebruikt hierbij allerlei elektronische nabewerking.

De 7 nummers op de cd zijn allemaal instrumentaal. Er komt geen gezongen woord aan te pas. Daarbij benut ze het meest wezenlijke kenmerk van het kerkorgel: de lucht. Ze speelt met half uitgetrokken registers of drukt de toetsen niet helemaal in of gedurende het aanhouden van een toon trekt ze het register helemaal uit of druk het in. Hierdoor klinken de fluiten en tongwerken niet altijd helemaal door. Het geeft nieuwe effecten.

Niet inperken

Anna von Hausswolff laat zich in haar uitingen niet inperken. Het geeft het orgel een heel eigen klank. De elektronische toevoegingen maken de muziek geheimzinniger en laten een kant van het orgel goed horen die vaak zo onderbelicht blijft. De aanhoudende klanken, het orgelpunt zoals in het nummer Sacro Bosco waarin de bazuin het ritme maakt in een voortdurende octaafwisseling.

Daarnaast grijpt ze terug op oude muziek. Soms doen haar nummers Middeleeuws aan, met quinten en veel parallelelen zoals in het nummer Persefone. Hierin ontwikkelt het muziekstuk zich langzaam vooruit. Een profane, haast mystieke wereld ontstaat. Het zou zo met gotic geassocieerd kunnen worden. Ik vind het ijzersterk. Vooral door de gelaagde ontwikkeling.

Nieuwe dimensie aan het orgel

Ik denk dat Anna von Hausswolff op superorgels zoals die in het orgelpark zich helemaal zou kunnen uitleven en een nieuwe dimensie aan het orgel kan geven. Ik hoop dat organisten zich door deze benadering laten inspireren, spelend vanuit de kracht van het orgel. Het geeft wel iets terug van het duivelselement waar veel christenen zich tegen verzetten voordat de orgels de kerken veroverden.

Het komt haar daarom niet altijd goed te staan. In december is een optreden van haar in het Franse Nantes tegengewerkt. Kerkgangers zagen het als het binnenhalen van de duivel in het godshuis. Ze bestempelden de muziek als godslasterlijk en satanisch. In al die eeuwen is er dus weinig veranderd.

Overigens heeft ze vorige zomer ook in Nederland opgetreden, daarin speelde ze ondermeer op het orgel in de Stevenskerk te Nijmegen.

Anna von Hausswolff: All Thoughts Fly

Nummers:

  • Theatre Of Nature
  • Dolore Di Orsini
  • Sacro Bosco
  • Persefone
  • Entering
  • All Thoughts Fly
  • Outside The Gate (For Bruna)

Label: Southern Lord

Bestellen via annavonhausswolffsl.bandcamp.com/album/all-thoughts-fly