Posts tonen met het label wonen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wonen. Alle posts tonen

02 december 2018

Voor de gezelligheid - Sientje (46)

We lagen lekker op tijd in bed. Alles gedaan, het licht uit beneden, de hond in de bench en we gingen heerlijk slapen. Het licht ging uit en we zeiden elkaar goedenacht. We lagen zo heerlijk te dommelen tot we beneden ineens een klap hoorden. Wat zou dat toch kunnen zijn? De deur hadden we toch op slot gedaan. Dit moet een inbreker zijn, schoot door mij heen. Ik moest maar op verkenning gaan. Je kunt zo iemand toch niet zijn gang laten gaan.

Ik liep voorzichtig de trap af. Mijn hart klopte in mijn keel. Het zou toch niet? Inge dekte mij en stapte de woonkamer binnen. Alles doodstil. Ik deed het licht aan. Sientje stond voor mij en kwispelde. We waren haar vergeten in de bench te doen en ze had iets van de tafel op de grond gegooid. We schaterden het uit en gingen snel weer naar boven om nu echt te gaan slapen.

Licht branden?

Een paar jaar later, we waren verhuisd, werd ik midden in de nacht wakker van kabaal beneden. Ik zag tot mijn verbazing licht branden door het raampje in de deur naar beneden. Wat is er aan de hand? Mijn hart klopte in mijn keel. Het zou toch niet? Hier was iets aan de hand beneden. Ik wist zeker dat ik het licht had uitgedaan. Sientje was stil gebleven.

Ik wapende mij met een stok in de hand en liep zachtjes naar beneden. Treetje voor treetje. Inge dekte mij in de rug. Ik keek de hoek om. Niemand, maar het raam aan de voorzijde van ons huis stond open. Hier was iemand naar binnen gedrongen. Er was inderdaad ingebroken. Sientje was doodstil. Ze lag te bibberen in de bench. We belden de politie.

Iedereen binnenlaten

Een kwartiertje later reed de politieauto voor langs. De agenten kwamen binnen. Sientje begon te blaffen. ‘Had dat nou net gedaan’, verzuchtte ik. ‘Tja’, zei de agent. ‘Ik heb ook zo’n ding thuis, maar die moet je echt niet nemen tegen de inbrekers. Ze laten iedereen binnen.’ Zijn collega wist mij te verzekeren dat de inbreker echt niet het huis was binnengegaan als Sientje geblaft zou hebben. Ze was echter doodstil geweest. Onze hond die om een vallend blaadje blafte, maar bij plunderaars en geweldenaars in haar mandje lag te rillen als een juffershondje. Ik begreep het niet.

Ik heb het later vaak gehoord dat huishonden weinig angst inboezemen bij inbrekers. Een paar huizen verder leven 7 honden in huis. Maar geen kik toen inbrekers 2 flatscreen televisies, 3 laptops en een paar mobieltjes meenamen. Doodstil bleven ze. Net als Sientje. Precies wat de agent zei. ‘Zo’n ding is voor de gezelligheid, maar niet tegen inbrekers.’

Lees het vervolg: Fietskar »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

13 juni 2013

Dak - #WOT

image

Als iemand de pot op kan, kan hij het dak op. Je kunt het dak op. Een betere verwensing kan ik niet krijgen. De geheimzinnigheid die van het dak uitgaat. Je komt er niet zomaar op, moet kronkelpaadjes en hoogtevrees overwinnen. Maar als je er dan staat. Boven de huizen uit. De dakpannen om je heen en het waait er altijd. De bries en het idee boven de huizen uit te stijgen.

Ik tuur thuis ook regelmatig uit het dakraampje. In mijn studeerkamer ga ik op mijn bureau staan en tuur uit het hoge raampje. Als ik wat meer wil zien, moet ik een krukje op mijn bureau zetten en daar dan op gaan staan. Dan kijk ik naar buiten, bijna over de bomen heen. In de verte zie ik de rest van de stad. Prachtig.

Of de keer dat ik op het dak van de VU mocht staan. Normaal mag je daar niet zomaar staan. Het schijnt dat in het verleden regelmatig mensen gingen staan die levensmoe waren. Ze bleven niet alleen staan. Iemand als Herman Brood maakte ook zo een eind aan zijn leven. Hij liep het Hilton binnen en ging naar het dak.

Ik vond het geweldig op het dak van de VU. Wat een prachtig uitzicht over Amsterdam in de verte zag je de stad aan je voeten liggen. Het Paleis op de Dam en het Rijksmuseum. Onder ons krioelde de wereld als mieren bij een mierenhoop. Het getingel van de tram klonk heel anders dan beneden. Net als al het andere stadslawaai.

Met jaloerse blik keek ik naar een kauwtje die iets lager landde op een punt van de grote Griffioen die op het hoofdgebouw van de VU staat. We waren even in zijn domein. Net als bij die kerkrestauratie in Hengelo waar ik op wankele steigers achter de opzichter aanliep. De dakpannen van de kerk kon ik aanraken. Wat een hoogte en wat een andere wereld. Hoe de wereld verandert als je enkele tientallen meters hoger staat.

Ik ben misschien daarom gek op zolders en vlieringen. Boven in de nok van het gebouw. Zelfs al is het mijn eigen huis. Als de regen dan tikt op het dakraampje, weet ik dat ik gelukkig een dak boven mijn hoofd heb. Alleen een paar dakpannen scheiden mij van de buitenwereld. Genoeg om het hoofd droog te houden. Maar toch ook een stukje dichterbij de wolkenhemel.