07 juli 2007

Studeer ALW, word ambtenaar

Studeer je rechten, dan word je advocaat. Studeer je geneeskunde, dan word je arts. Maar wat word je als je literatuurwetenschap studeert? Ambtenaar! Het antwoord kreeg ik afgelopen woensdag bij een reünie van oud-literatuurwetenschappers uit Leiden. Van de acht aanwezigen werkten vier direct in de ambtenarij (gemeente, ministerie en provincie) en twee waren leraar geworden.

ALW is dus een studie voor ambtenaren in de dop. Zoals ambtenaren eigen is, vroeg deze constatering direct om een nuance: ALW leidt op tot eigenzinnig ambtenaar. Alsof we daar op zitten te wachten: eigenzinnige ambtenaren. Nederland is er van vergeven. Ze voeden politici met proefballonnetjes en tot overmaat van ramp voeren ze hun eigen eigenzinnige ideeën ook nog eens uit.

Junghuhns Java

Eindelijk: ik heb Junghuhns Java in mijn bezit. Ik heb lang naar een betaalbare editie gezocht, maar nu is hij er dan. Er zit wel een maar aan vast: hij is incompleet en ik heb hem ongebonden in twaalf losse afleveringen.

Franz Wilhelm Junghuhn (1809-1864) is een Duitse natuuronderzoeker die in Nederlandse dienst jaren de Nederlands-Indische natuur bestudeerd heeft. Hij publiceerde Java gedurende zijn verlof, toen hij in Leiden woonde. Junghuhn is een markante persoonlijkheid, vooral vanwege zijn opvattingen, maar ook vanwege zijn zeer aanlokkende verteltrant en originele beschrijvingen.

Junghuhns magnum opus Java heeft een complexe drukgeschiedenis. In 1850 wordt de eerste aflevering gedrukt. Een verkeerde datum, zo schrijft bibliograaf Muller in het Gedenkboek Franz Junghuhn uit 1910. Het zou 1852 moeten zijn, want de eerste aflevering is later vervangen door een betere.

Bovendien zorgt de onduidelijkheid voor allerlei fouten. Het eerste deel is bij de eerste druk pas in de afleveringen 11 en 12 verschenen. Vrijwel gelijktijdig verscheen hetzelfde gedeelte in de tweede druk. Hierdoor zijn de drukken door elkaar geraakt en klopt er niets van de nummering. Ik vind het allemaal terug in mijn aankoop.

Voor tachtig euro kocht ik de bijna 2300 pagina's Junghuhn (met drie volle dozen andere boeken erbij). Ik mis de dertiende aflevering waarin nog ruim 300 pagina's de neptunische gebergten van Java worden beschreven. Daarnaast mis ik het leeuwendeel van de platen die het boek ooit vergezelden. Kortom, er is veel mis met de aankoop, maar het gaat mij om de teksten.

Schitterend proza ligt nu op mijn bureau gestapeld. Ik kan er amper nog overheen kijken. Overigens bezit ik het vermoedelijk afgekeurde voorwoord van Junghuhn, waarmee ik waarschijnlijk echt de eerste aflevering uit de eerste druk heb (er staat ook maart 1850 op als publicatiedatum). Of het zeldzaam is met die druk waarbij geen exemplaar op een ander lijkt, durf ik hier niet te beweren. Ik ben gewoon blij met mijn aankoop.

De blog is oorspronkelijk op Hyves verschenen

05 juli 2007

Aardig van schicht en roffel

Op nog geen vijftig meter van ons huis sloeg de bliksem maandag in de treurwilg. De boom had al een eerdere slag door wind of bliksem te verduren gehad, want een deel van de stam leefde al een gespleten bestaan.

Nu is de treurwilg nog treuriger doordat de bliksem een nieuw stuk van de boom heeft weggeslagen. Ik hoor de inslag nog knallen. Het hout kraakte gelijk met de enorme dreun die de slag maakte. Wat later volgde het geluid van de kettingzaag die het fietspad moest bevrijden van de gevallen stam.

Ik herinner mij een holle boom, bij het gelijknamige pannenkoekrestaurant in Overberg. De boom was hol van binnen en de bliksem had er een aantal keren ingeslagen. Het lijkt wel of sommige bomen die bliksem naar zich toetrekken. Zoiets lijkt het ook wel bij de treurwilg aan de Alkmaargracht.

Ik ben benieuwd wanneer de volgende inslag is. Vannacht klonk de roffel al heel dreigend, maar de boom bleef gespaard. Toch aardig van schicht en roffel.

03 juli 2007

Mijn Justin

Dag, dag allemaal, het spelen is alweer voorbij, dag, dag allemaal, tot de volgende keer, volgende keer dan zie ik je weer. Zo luidt het liedje dat we altijd zingen als de peuterspeelzaal uit is. Vandaag was het eindfeest van De Pierewiet waar Doris naartoe gaat. Ik mocht als vader meehelpen de kinderen te begeleiden bij de activiteiten.

Daar komt nog heel wat bij kijken. Zo wilde het jongetje Ryan gelijk gaan schminken. Een plastic zakje met een potje geel lag klaar en ik mocht het spul op de wangetjes smeren. Je zag nauwelijks het geel op zijn gezicht, want alles was zo droog als kurk. Ook bij het zwarte meisje kreeg ik het geel nauwelijks zichtbaar, evenals op de wangen van mijn Doris. Ze vonden het leuk en lachten in de spiegel om mijn verrichtingen.
Ik was aan het bowlen toen een ander jongetje mij aantikte met een gezicht dat alle kleuren van de regenboog had. Een moeder was druk aan het kliederen met een bak met waterverf. ‘Hier schiet een man in tekort’, dacht ik.

Bij het patatjes eten kwamen de verhalen los. ‘Ik lust geen komkommer’, beweerde hij, ‘Justin wel.’ ‘Is Justin je broer?’ vroeg ik. Hij knikte ter bevestiging. ‘Mijn Justin ook’, zei een jongetje een tafel verder. ‘heb jij ook een broer die Justin heet?’ vroeg ik. ‘Ja,’ zei hij, ‘maar dat is een andere Justin, mijn Justin.’ ‘Wat toevallig.’ ‘Ik heb mijn Justin’, riep een meisje naast het Justin-jongetje. ‘Mijn Justin ook’, vervolgde een ander kind. ‘Mijn Justin ook’, hoorde ik naast mij klinken. Binnen de kortste keren ontstond er een hele Justin-rage. ‘Het is wat met al die Justins’, zei ik in de poging een einde aan de gekte te maken. ‘Ja, het zijn allemaal Justins’, merkte het Justin-jongetje droogjes op. Ik genoot van de taal, waarin gesproken wordt over Mijn Justin, of Onze Ashlee, of Melvin van mij, of Katelinn van Dingetje. Ik heb het niet zo om Engelse voornamen, zeker niet als de ouders ze zelf niet eens uit kunnen spreken, maar van Justin genoot ik echt eventjes.

De patatjes met komkommer waren op, we speelden Djembe en de dag was ten einde. De leidster vond ergens dat ik er mijn beroep van moest maken, zo goed ging het. Ze had het tegen mij, maar later ook tegen Inge gezegd. Ik voelde me zeer vereerd, maar twijfel of het echt mijn ding is. Wel bevreemd het mij dat uitgerekend vrouwen dit werk doen, terwijl een man met peuters en kleuters de kinderen weer heel andere dingen kan aanleren. Het is dezelfde verbazing die ik laatst las van een feministe. Zij beweerde dat ze niet een vrouw was, maar dat dit van haar gemaakt zou zijn. Ik vind dat je dan je chromosomen verwaarloosd, maar ergens heeft ze gelijk. Dat begint al op de peuterspeelzaal, of misschien zelfs eerder. Net zoiets als mijn moeder gisteren die beweerde dat Doris met de pop in de hand, nu een echt meisje was.

02 juli 2007

Muziek uit de vingers laten glijden

Rotterdam is leuk, Amsterdam is ook heel leuk. Gisteren mocht ik op het orgel in de Oud Katholieke kerk spelen, aan de Ruysdaelstraat in Oud-Zuid. De kerk staat vlakbij Le Garage, ontdekte ik op de terugweg. Ik speelde op de open gebedshuizendag in de wijk. Alle religieuze godshuizen (moskeeën, synagogen en kerken) hadden hun deuren geopend.

Ik vond dat ik matig speelde, de concentratie liet te wensen over en ik kon het orgel ook niet helemaal naar mijn vingers zetten. Ik speelde het hele uur vol met wat werken van Vierne, Walther, Bach en enige improvisaties.

De vingers lieten het klavier nog niet los of twee meisjes met lange haren stonden al in de startblokken met de viool op de schouders. De stukken vlogen ervan af in het prachtige concert voor twee violen. Het klonk bijna zo mooi dat ik het begeleidende orkest niet miste. De twee meiden waren conservatoriumstudenten die de muziek uit hun vingers lieten glijden.

Een huishouden van

Ik snap niet dat jullie in die zooi kunnen leven. Dat zei mijn schoonmoeder vanmorgen. Ze is ondertussen druk aan het poetsen omdat ze dat nodig vindt. Van mij hoeft het niet, maar van haar moet het eenmaal. Ik word er zelfs een beetje zenuwachtig van, van dat schoonmaken en voel me bijna verplicht actief mee te helpen. Dat terwijl ik gisteren stapels was heb afgehandeld.

Jan Steen is er beroemd mee geworden, die rommelige sferen gedrenkt in alcoholisme en met vooral veel plezier. Waar die mensen dan zo'n lol om hebben, is mij niet altijd duidelijk, maar het laat iets van de goedlachse volksmens zien. Nu staat volks voor een opgeruimde boel, veel kitsch en sigaretten met opgestoken haar.

Ach, de boel is weer van kant. Ik staar niet meer naar een bestofte vensterbank en moet weer een nieuw plekje opzoeken om mijn kopje koffie neer te zetten. De prachtige kring, die de locatie zo goed aangaf, is er namelijk niet meer... 

01 juli 2007

Amerikanen, boeken en krankzinnigheid

Het twaalfde deel van de encyclopedie 'Het historische Orgel in Nederland' is gisteren feestelijk in de Oudenbosche basiliek gepresenteerd. De kerk is een kopie van de Sint Pieter in Rome, maar dan vele malen kleiner.

Het blijft een gigantisch bouwwerk, zeker als je beseft dat Oudenbosch een klein dorpje is. En dan zo'n kerk. De schuldige is een krankzinnige pastoor die zo verliefd was op Rome dat hij dat thuis wilde nabouwen. Dat hij zoveel mensen en vooral zoveel geld heeft weten mee te krijgen in zijn gekte.

De Vlaming Luc Ponet concerteerde. Hij kwam erg professioneel over en speelde fraai repertoire. Het was alleen een beetje kort en onbekend. Dat gaf luister- en concentratieproblemen. Ergens was ik blij het gepeupel weer te verlaten. Wel leuk vond ik om Jeroen en Irma even te ontmoeten en bij te kletsen.

De namiddag maakte erg veel goed. Ik stapte in Rotterdam uit om naar de serie Concerts Populaires te gaan van stadsorganist Geert Bierling. Ik was veel te vroeg en kocht de boekenmarkt leeg met Potgieter en ander onnodige boeken. Het concert was prachtig. Bierling maakte met zijn toehoorders een reis naar Hamburg, zoals Bach die ooit maakte.

Stadsorganist Geert Bierling speelde werken van Buxtehude, Bruhns (iemand met adhd, naar de huidige maatstaven volgens Bierling), Boehm en Reincken (iemand die er vreemde hobby's op nahield, zo zou hij een hoerentent hebben bezeten). En natuurlijk: Bach.

De slotimprovisatie 'In stylus bombasticus' kwam inderdaad wat bombastisch over en vormde een schril contrast met de prachtige poëtisch aandoende improvisatie 'Herinnering aan Hamburg'. De basiliek van Oudenbosch hangt een beetje tussen deze twee improvisaties in. Bombastisch, maar met poëtische verrassingen erin verwerkt.

Het echte toetje kwam gisteravond thuis. Ik had de cd 'An American in Paris' van Geert Bierling gekocht. Hij vertelde erbij dat ik hem voluit moest draaien, hij had registraties gekozen die het Rotterdamse Laurensorgel niet zo sterk verrieden.

Prachtig is de cd. Met werken van Vierne, Widor en Alain. Bierling weet ze heel aardig te presenteren. De echte kracht zit hem in de bewerkingen voor orgel van Gershwins Rhapsody in Blue en Ravels Bolero. De eerste vind ik werkelijk onovertroffen. De Bolero wordt mooi als je een paar keer luistert, al blijf ik vinden dat Bierling het einde niet zo fraai heeft opgelost...

28 juni 2007

Een beetje mijn Ginkgo

Het pronkstuk van onze nieuwe tuin: de Ginkgo Biloba. Het boompje met het unieke blad dat op twee bladeren lijkt, waarover Goethe zegt:

Dieses Baums Blatt, der von Osten
Meinem Garten anvertraut,
Gibt geheimen Sinn zu kosten,
Wie's den Wissenden erbaut.

Ist es ein lebendig Wesen,
Das sich in sich selbst getrennt?
Sind es zwei, die sich erlesen,
Daß man sie als Eines kennt?

Solche Frage zu erwidern,
Fand ich wohl den rechten Sinn:
Fühlst du nicht an meinen Liedern,
Daß ich Eins und doppelt bin?

Ik ken de Ginkgo van Goethe via mijn docent Peter van Zonneveld. In een bundeltje met opstellen over vertalen voor Pim Lukkenaar, staat een bijdrage van mijn docent over Goethe en de Ginkgo. Hij eindigt het artikel met een prachtige vertaling van het gedicht. Ergens is het daarom een beetje zijn gedicht, zijn Ginkgo en zijn Goethe. Ik kan de vertaling helaas niet geven, want hij verblijft nog ergens in een doos boeken op zolder.

Nu staat de boom in mijn tuin. Ik heb hem gevonden in het tuincentrum bij mij om de hoek. Samen met Doris ben ik met het ding naar huis gelopen. In mijn hand hangt de boom en gelijk moet ik Doris goed in de gaten houden. Het is natuurlijk een crime, maar het kind wil zo graag mee. Ze geniet met iedere stap die ze zet.

Inge heeft hem geplant. Het is een langzame groeier daarom mag hij er van haar staan. Ik heb Inge niet verteld dat de Ginkgo in de Leidse Hortus (geplant in 1785, Goethe was toen al 36 jaar oud) meer dan dertig meter hoog is (de precieze lengte heb ik niet kunnen vaststellen). Ze kunnen wel tot veertig meter hoog worden. Het Leidse exemplaar staat overigens recht tegenover de kamer van Peter van Zonneveld.

De Leidse boom mag dan oud zijn, de boom zelf wordt ook weleens een levend fossiel genoemd. Het is de enige plant uit het mesozoïcum (248 tot 65 mln. jaar geleden), die nog leeft. Dat hij er nog is en al die anderen verdwenen zijn, heeft te maken dat hij brand overleeft. Vandaar dat hij er nog wel is en al die dinosauriërs niet.

27 april 2007

Nieuw bij bol.com: tweedehands boeken.

Een tweedehands auto is goedkoper dan een nieuwe, een tweedehands boek ook. Tenminste dat denk ik. De internetboekwinkel bol.com bezit sinds deze week een tweedehands boekengedeelte. De website van het grote tweedehandsboekenketen De Slegte laat het al maanden afweten, met de mededeling dat de website momenteel wordt vernieuwd. De grootste internetboekwinkel van Nederland vult deze leemte, in de hoop het gat in de markt te hebben gevonden. Als het noodlijdende De Slegte iets had moeten doen, dan was het op die internetmarkt gaan. Dolgraag zou ik een boek in de ramsj via de internetsite bestellen. Het lukt mij niet, jammer, jammer!

Gelaten speur ik de website van bol af. Van W.F. Hermans heeft de internetboekwinkel bol.com al 46 tweedehands titels op voorraad. Een hele trits gloednieuwe titels passeert het oog van de speurder naar een goedkoop boek: het eerste deel van de volledige werken (2005), Niet uit kwaadaardigheid, de scherpste polemieken (2005), Een weerspannig slaper (2004), Paranoia (2003) en een nieuwe uitgave van de gedichten: Kussen door een rag van woorden (2000). Uitgaven waar de echte speurder op zit te wachten, zeker als het om een koopje draait.

Wat schetst mijn verbazing: soms is tweedehands zelfs duurder. Kijk eens naar een titel als de bundel novellen Moedwil en misverstand. Het exemplaar dat de handelaar via bol.com aanbiedt kost dertig euro. De paperback is dan wel een 'mooi gaaf exemplaar'. Doe mij dan maar een nieuw, helemaal 'mooi gaaf exemplaar', van 14,90. Wie snijdt wie in de vingers... Het lijkt wel of bol.com wil laten zien dat nieuw goedkoper is dan tweedehands. Om over de schare eerste drukken maar te zwijgen.

Dan nog een tip voor het verliesdraaiende De Slegte: bied je boeken via bol.com aan, dan hoef je de website ook niet meer te vernieuwen.

02 december 2006

Jong veelbelovend talent

Een opgejaagd gevoel treft me de laatste weken. Ik wil alles. Een mooie weblog, veel vrienden, een goede roman schrijven, een goede vader zijn, een lieve echtgenoot zijn en daarnaast ook nog een baan hebben waar ik alles in kwijt kan. Ik doe aan allerlei schrijfwedstrijden mee in de hoop eens ontdekt te worden en vanaf die dat het helemaal te maken op literair gebied.
Een klein maandje terug las ik dat ik het niet geworden was bij de essaywedstrijd van NRC Next over macht en onmacht. Wel las ik een bekende naam in de shortlist die aan het mailtje hing: Franca Treur, een medestudente bij de opleiding Nederlands van de Universiteit Leiden. Ze deed ooit mee aan de essaywedstrijd van de universiteit, waarin ze over de studententijd van de schrijver F. Springer verhaalde. Ze won een laptop. Ik baalde toen flink, want ik wilde eigenlijk over Bilderdijks studententijd schrijven, maar liet het schrijven van het essay op de laatste nipper zitten. Ik had veel research gedaan, veel uitgezocht om iets over dat leven te kunnen vertellen, maar daags voor de deadline liet ik het erbij. 'Jammer, want we hebben maar twintig inzendingen gehad en een weekje later had je het ook wel kunnen sturen', zei Liesbeth Boer, een medestudent die namens de studenten betrokken was bij de wedstrijd. Nu bij de NRC Next-wedstrijd haalde Franca Treur me in, want ik deed nu wel mee met een inzending.
Ze haalde me nog meer in, zag ik donderdag. Ik was de wedstrijd alweer vergeten, maar in de krant stond het winnende essay van de wedstrijd: 'Maak iets van je leven! Maar wat?' Een schok trok door me heen. Zij had gewonnen, verdorie. Juist die eer en dat gevoel het helemaal te maken, trok uit mijn lichaam weg als een straal pis uit een volle blaas. Zij wel en ik niet, wat is dat met mij, dacht ik. Waarom ben ik niet zo'n veelbelovend jong talent.
Ik las de eerste regels van haar essay: 'Er is niemand die iets van me wil. Niemand die erop staat dat ik bovengemiddeld presteer. Ik leef in een democratie waarin ik door niemand wordt onderdrukt. God noch meester verbiedt mij mijn leven te verkloten. Toch voel ik een alleen maar toenemende druk om iets briljants voor elkaar te krijgen, een bijdrage aan de wereld te leveren, een perfecte relatie te hebben, niet te mislukken. Wie of wat heeft dan zo’n macht over mij dat ik me zo opgejaagd voel?' Ik begreep gelijk waarom ik niet gewonnen had.