Posts tonen met het label orgel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label orgel. Alle posts tonen

21 oktober 2025

Bist du bei mir - IM Jan de Wit (1949-2025)


Ik wil het niet psychologiseren, maar mijn liefde voor het orgel is de liefde voor mijn vader. Ik wil je graag vertellen over een moment - 38 jaar geleden - waarbij het orgel op ons allebei blijvend indruk maakte. 

Het gaat om een concert op het Alkmaarse Van Hagerbeer Schnitger-orgel in 1987. Mijn vader wilde dat weekend nog meer horen van dit instrument. Een paar dagen eerder was hij naar de ingebruikname van dit gerestaureerde orgel geweest. De bijdrage van de organist Klaas Bolt met zijn improvisatie op psalm 87 maakte grote indruk op hem. 

de luiken gaan open
de registers staan klaar
het orgel speelt

Die zaterdag nam mijn vader mij en mijn broer Gert mee. We kwamen wel vaker in grote kerken. Maar de Grote of Sint Laurenskerk in Alkmaar maakte een overweldigende indruk toen ik er binnenstapte. De hoogte van het gewelf en dan... Het orgel. Wat een instrument.

Een lange draad hing uit het orgel. Het slingerde zo naar beneden tussen hemel en aarde en was verbonden met een geluidsinstallatie. Van achter de speeltafel vertelde de Haarlemse organist Klaas Bolt over de vele klanken van het orgel en liet het al improviserend horen. Fluiten, prestanten, trompetten - en niet te vergeten de vox humana's.

sprankelend beekje
vogelfluit en trompetschal
luister het orgel

De vox humana imiteert de zingende, menselijke stem. In 1725 maakte Schnitger er 2 voor dit orgel. 1 op het bovenwerk en 1 op het rugwerk. De stemmen vormen elkaars tegenhanger - alsof twee mensen een duet zingen. Klaas Bolt liet dat horen met een muziekstukje van Bach.

Het heet Bist du bei mir. Het klinkt niet voor niets melancholisch. De tekst is nogal wat. Ik zal het voorlezen en dan proberen te vertalen:

Bist du bei mir, geh ich mit Freuden
zum Sterben und zu meiner Ruh.
Ach, wie vergnügt wär so mein Ende,
es drückten deine schönen Hände
mir die getreuen Augen zu!

Ben jij met mij, zodat ik blijmoedig
kan sterven en mijn rust vinden.
Ach, hoe vredig zou mijn einde zijn
als jouw liefdevolle handen
mijn trouwe ogen zouden sluiten!

De uitvoering van Klaas Bolt op het Van Hagerbeer Schnitgerorgel stimuleerde mijn vader enorm in zijn orgelspel. Hij ging meer orgelliteratuur spelen en zette Bist du bei mir vaak op het programma in de kerkdienst. De mensen in de kerk neurieden massaal de melodie mee als hij het speelde.

Hij ontplooide zich als een echte kerkorganist. Orgelspelen bij kerkdiensten was voor hem alles. Hij gaf er alles voor op, als hij maar kon blijven spelen. Die speeltafel trok hem, altijd weer. Het was vorig jaar ook een harde klap voor hem, toen hij geen kerkdiensten meer mocht dienen met zijn spel.

de speeltafel lonkt
voor het spelen van een spel
de muziek begint

Het bezoek aan het Alkmaarse orgel zette mij ook op het spoor van de orgelmuziek. Ik was begonnen met blokfluit en nam later mijn vaders liefde voor het orgel over. Uiteindelijk is het orgel het samenspel van al die blokfluiten die je als organist tot klinken brengt. Die grote liefde voor de muziek, het orgel en het kerklied, draag ik bij mij. Daarvoor ben ik mijn vader dankbaar.

Het concert van de ingebruikname werd later uitgezonden op de radio. Mijn vader nam het op op een cassettebandje en draaide het veel. Dan neuriede hij de melodie van Bist du bei mir altijd mee. 

na het doodsuur
als je adem verzwijgt
ben jij bij mij



Toelichting

In dierbare herinnering mijn vader Jan de Wit (3 mei 1949 - 13 oktober 2025). 
Dit is (licht aangepaste) tekst - zonder de tranen - van mijn voordracht bij de afscheidsdienst op 20 oktober in de Oud-Katholieke kerk van Arnhem. De haiku in de lopende tekst zijn toegevoegd.

11 september 2024

Merel of engel


Bij het concert zingt een merel. Het is aan het einde als toegift. De organist speelt Bach en componisten onder invloed van Bach. Dan - na het applaus - zingt de merel. Ik staar omhoog naar het instrument. Vlak onder het kerkgewelf zingt een engel. De lange zwarte haren, de oranje mondhoeken. Het klinkt hemels.

In de kerk fluiten andere merels mee. Blackbird. De zonnestralen stralen de zomerdag op het blauwe orgel. Nog mooier dan het al is. Hooguit de nachtegaal, die fluit soms mee met de Rossignol.

blonde haren
wapperen een glimlach
een oranje knipoog

19 maart 2024

Weerspiegeling en glans


Ik ben er al 25 jaar niet meer geweest. Mijn oude orgelvriend viert zijn 25-jarig jubileum. Een bescheiden kerk, een bescheiden orgel, maar een mooie plek. Een tijdje uit het oog geraakt, maar ik volg hem alweer flink wat jaren op sociale media.

Het concert weerspiegelt zijn muzikale loopbaan van de afgelopen 25 jaar. Het orgel telt 11 registers, maar ze klinken prachtig. En hij weet er ook mee om te gaan. Net als het kleurrijke kistorgel voorin de kerk.

De rij orgelpijpen in 4 kleuren, het blauw van het instrument zelf en de metalen schermen met gaten om het geluid goed te vormen. Het instrument ziet er niet alleen goed uit, maar klinkt goed in de combinaties die ik hoor. Zeker ook met koor en viool erbij. Het klinkt fantastisch; zijn linkerhand weet wat zijn rechterhand doet.

Glans

Zo op het bankje zittend. De zon valt de hoge ramen binnen. Het geeft de muziek een mooi glans. En mijn gedachten dwalen naar de eerste en enige keer dat ik hier zat. Er waren andere orgelvrienden bij. Niet iedereen van toen is er nog. Dat maakt best weemoedig. Een tanka ontsnapt:

op het bankje toont
de muziek trappen omhoog
tot ze bij hen is

vijfentwintig jaar is lang
te lang om te vergeten

Even later, bij de improvisatie over het Lamm Gottes, schijnt er een haiku naar binnen:

bij het Lamm Gottes
speelt de zon door het kerkraam
symfonie van licht

Bach-cd

Hij geeft mij zijn Bach-cd mee. Een indrukwekkende cd, allemaal gespeeld op dit Bätz-orgel uit 1846. Elk werk krijgt zijn heel eigen klank en karakter mee. Knap gedaan. Zeker ook zoals hij het speelt. Dubbel nagenieten.

26 november 2022

Onderhuidse mystiek en een snufje wierook


Geerten Liefting is al 15 jaar organist van de Bonaventurakerk in Woerden. Hij heeft 3 fantastische instrumenten onder zijn hoede. 2 orgels komen uit de stal van de Jos Vermeulen uit Alkmaar en de gebroeders uit Weert. Als kers op de taart, staat sinds een paar jaar het elegante huisorgel van Gerard Wortman uit 1966 in het koor van de kerk.

Nu, na die 15 jaar heeft Geerten Liefting een cd uitgebracht. Hij presenteerde de cd Couleurs Mystiques tijdens de mis op het Feest van Christus Koning op de laatste zondag van het jaar. Deze mis stond ook stil bij het 101-jarig bestaan van het hoofdorgel in de kerk. De orgelbouwer Vermeulen leverde het instrument in 1919, maar officieel in gebruik genomen werd het in 1921. De feestelijkheden waren door de coronamaatregelen opgeschort tot de feestelijke mis van zondag 20 november.

Veel orgel

Tijdens de mis klonk veel orgel. Een aantal van de werken van de cd, zoals Karg-Elerts symfonische koraal 'Ach bleib mit Deiner Gnade', de 'Romance' uit de 4e orgelsymfonie van Vierne en het 'Scherzando de Concert' van Pierne. Allemaal werken waarin de romantische kleuren van de orgels goed tot uitdrukking komen.

Want de Bonaventurakerk in Woerden heeft prachtige orgels en een heel goede organist die het mooiste uit de instrumenten weet te halen. Geerten Liefting staat in de traditie van Franse romantiek, waarbij virtuositeit en liefelijkheid elkaar even snel als heftig afwisselen. Bij de mis kwam dit naar mijn mening het beste tot uiting in het gezongen Gloria waarbij orgel en koor elkaar prachtig afwisselden. Daar improviseerde Liefting zoals het hoorde: vanuit dit mooie lied. Tekst en melodie vulden elkaar mooi aan. En hij presenteerde daarbij een indrukwekkende variatiereeks op het hoofdorgel.

2 bijzondere Vermeulens

Voor de cd Couleurs Mystiques geldt dat zeker ook. Volgens Liefting heeft hij het afgelopen jaar gezocht naar passende muziek op deze 2 bijzondere Vermeulen-orgels. Beide instrumenten zijn ongeveer even oud - ze schelen een paar jaar. Is het transeptorgel van de Gebroeders uit Weert kleiner en oorspronkelijk voor een andere kerk gebouwd, het klinkt betoverend in de Bonaventurakerk.

Het hoofdorgel is onovertroffen, robuust, soms op het boerse af - het tutti is een geluidskanon waar een carbidknaller jaloers op is - maar ook ontzettend rijk aan meer intiemere klanken van fluiten en strijkers. Beide orgels bezitten heel eigen voix celestes, deze hemelse strijkers raken de gewelven ieder op hun eigen wijze. 

Al bezit het transeptorgel misschien wat minder stemmen en bravoure, het weet de ruimte op zijn eigen, karakteristieke manier te vullen. Wat een klank komt er uit de zwaarmelancholische Romance van Vierne. Liefting weet hier soms zelfs de melancholie op te roepen zoals in de Noctures van Chopin. Wat een orgel en wat een aandachtig spel.

De ruimte

Je hebt niet in de gaten dat het slechts 16 stemmen bezit tegen de 26 stemmen van het hoofdorgel. De plek in de kerk, vrij tegen het transept zorgt ervoor dat niets de klank belet om zich te vormen in de ruimte. En ruimte dat heeft de Bonaventurakerk. Wat een akoestiek. Menig kathedraal in Nederland kan daar niet aan tippen. En dat voor een gebouw van nog geen 130 jaar oud.

De werken op het hoofdorgel zijn er helemaal voor geknipt. En Geerten Liefting weet je te raken. Zelden zo'n overtuigende Karg-Elert 'Ach bleib mit Deiner Gnade' gehoord. Hier laat orgel en bespeler je alle hoeken van de kerk horen. Wat een spel. Misschien komt het ook door de prachtige inleiding met 3 werken uit de 'Cathedral Windows'.

Gregoriaanse melodieën

Want boven alles weet Geerten Liefting je hart te laten kloppen voor de prachtige gregoriaanse melodieën. Ik hoorde het zondag ook zo overtuigend in zijn bijna onschuldige improvisaties. Maar wat een muziek. De lijnen van de melodie raken de gewelven als een vogeltje dat speels de hemel raakt in zijn vlucht. Het maakt deze muziek extra spannend en doeltreffend. Precies waarvoor het bedoeld is.

Dat merk je het sterkste in de improvisaties. Liefting is helemaal thuis op zijn orgels. Hij weet de juiste snaren te raken en strijkt ze nooit ofte nimmer in de haren. Een gregoriaanse thema als 'Ave maris stella' krijgt een subtiele benadering, waarbij het een spel is als met Jacobsladders aan de hemel. Ze kruipen tussen alles door en verlichten een bijzonder aspect van het thema. Het scherzo is grillig, een snelle schets waarbij de noten stuiteren op het water als regendruppels in de plas bij een zomerse regenbui.

Geschreven voor het orgel

Het Choral is helemaal geschreven voor het hoofdorgel van deze kerk. Geerten Liefting presenteert in dit eigen werk alle facetten, de diepe pedaalklanken, de verschillende uitkomende stemmen als de samengestelde cornet en de tertsen. De trompet van hoofdwerk en echo-trompet van het zwelwerk krijgen mooie gelegenheden zich te laten horen. Dat geldt ook voor de prachtige prestant. Een register die als uitkomende stem je adem stokt. 

Ruimte en klank smelten helemaal samen. De gevarieerde en ook dramatische uitwerking van het Choral maakt het tot een opvallende eigen compositie op deze cd. Het einde met de lange diepe toon, tegen de lage terts. 

Onderhuidse mystiek

Het zijn geluiden die je niet snel hoort in Nederland. De psalm jubelt toch heel snel en deze klankwereld met onderhuidse mystiek en een snufje wierook associeer je toch eerder met een Franse kathedraal. Het klinkt gek, maar op weinig plekken in Nederland is deze sfeer zo op te roepen als in de Woerdense Bonaventurakerk. Muziek waarbij je op een andere manier verrast en ook geraakt wordt. Het gaat trager, maar raakt daarmee ook veel dieper.

Dan vallen mijn oren op de mooiste compositie van de cd: de Aria van Jehan Alain. Wat een meesterwerk. Het is een muziekstuk dat ik Geerten Liefting al in 2017 hoorde spelen in de Domkerk. Het betekende voor mij een hernieuwde kennismaking met een muzikale wereld die ik sinds mijn late adolescentie verwaarloosd had. In deze muziek ligt de kracht van Liefting. Het zweeft ergens tussen Alain en Messiaen in. De klankkleuren staan centraal, bijzondere ritmes en krachtige diepe tonen. Daar doorheen vervlochten het gregoriaans. Onovertroffen, wat een melodieën.

Voorbij, voorbij

Het is bijna jammer om uit die klankwereld te ontwaken bij het slotstuk, Viernes 'Carillon de Westminster'. Mooi in zijn uitvoering, maar stiekem had hier van mij best een improvisatie mogen klinken. Met brede, volle akkoorden zoals Messiaen en de subtiel ritmiek zoals Alain. Alle reden om nog eens naar Liefting te luisteren in een zondagse mis met heel veel gregoriaans. Heel veel.

Meer informatie en bestellen

De cd Couleur Mystiques van Geerten Liefting is opgenomen in de Bonaventurakerk in Woerden. De cd kun je bestellen bij sthrecords voor 16,95 euro. Voor een voorproefje: luister op de Soundcloud van Geerten Liefting.

13 maart 2022

Duivelsorgel

Het is misschien niet direct waar je het eerst aan denkt en mee bezig bent als organist. Maar het orgel verovert in de popmuziek een steeds belangrijkere plek. Het zit wel in de meer alternatieve hoek van gotic en indie. Er is hier een fascinatie voor kerken en kastelen en vooral de ruïnes. Compleet met kaarsenstandaards, lange gewaden en draculatanden.

Zo is er de Zweedse muzikante Anna von Hausswolff. In veel nummers van haar speelt ze op orgel. In haar laatste album All Thoughts Fly bespeelt ze het kerkorgel in alle 7 nummers.

De stijl is een mixvorm van allerlei muzieksoorten. Er zitten minimal music achtige trekjes in zoals in het titelnummer All Though Fly. Het nummer kan zo uit een stuk van Philip Glass zijn weggelopen. Ook weet ze heel treffend bijvoorbeeld de muziek van een band als Sigur Ros te evenaren. Dat gebeurt bijvoorbeeld in het openingsnummer Theatre of Nature.

Noord-Duitse stijl

Ze bespeelt op de cd het in Noord-Duitse stijl gebouwde orgel in de Örgryte Nya Kyrka te Göteborg. Het orgel is in 1998-2000 gebouwd door het driemanschap Munetaka Yokota, Mats Arvidsson and Henk van Eeken. Dit instrument is in middentoonstemming gestemd. Anna von Hausswollf gebruikt hierbij allerlei elektronische nabewerking.

De 7 nummers op de cd zijn allemaal instrumentaal. Er komt geen gezongen woord aan te pas. Daarbij benut ze het meest wezenlijke kenmerk van het kerkorgel: de lucht. Ze speelt met half uitgetrokken registers of drukt de toetsen niet helemaal in of gedurende het aanhouden van een toon trekt ze het register helemaal uit of druk het in. Hierdoor klinken de fluiten en tongwerken niet altijd helemaal door. Het geeft nieuwe effecten.

Niet inperken

Anna von Hausswolff laat zich in haar uitingen niet inperken. Het geeft het orgel een heel eigen klank. De elektronische toevoegingen maken de muziek geheimzinniger en laten een kant van het orgel goed horen die vaak zo onderbelicht blijft. De aanhoudende klanken, het orgelpunt zoals in het nummer Sacro Bosco waarin de bazuin het ritme maakt in een voortdurende octaafwisseling.

Daarnaast grijpt ze terug op oude muziek. Soms doen haar nummers Middeleeuws aan, met quinten en veel parallelelen zoals in het nummer Persefone. Hierin ontwikkelt het muziekstuk zich langzaam vooruit. Een profane, haast mystieke wereld ontstaat. Het zou zo met gotic geassocieerd kunnen worden. Ik vind het ijzersterk. Vooral door de gelaagde ontwikkeling.

Nieuwe dimensie aan het orgel

Ik denk dat Anna von Hausswolff op superorgels zoals die in het orgelpark zich helemaal zou kunnen uitleven en een nieuwe dimensie aan het orgel kan geven. Ik hoop dat organisten zich door deze benadering laten inspireren, spelend vanuit de kracht van het orgel. Het geeft wel iets terug van het duivelselement waar veel christenen zich tegen verzetten voordat de orgels de kerken veroverden.

Het komt haar daarom niet altijd goed te staan. In december is een optreden van haar in het Franse Nantes tegengewerkt. Kerkgangers zagen het als het binnenhalen van de duivel in het godshuis. Ze bestempelden de muziek als godslasterlijk en satanisch. In al die eeuwen is er dus weinig veranderd.

Overigens heeft ze vorige zomer ook in Nederland opgetreden, daarin speelde ze ondermeer op het orgel in de Stevenskerk te Nijmegen.

Anna von Hausswolff: All Thoughts Fly

Nummers:

  • Theatre Of Nature
  • Dolore Di Orsini
  • Sacro Bosco
  • Persefone
  • Entering
  • All Thoughts Fly
  • Outside The Gate (For Bruna)

Label: Southern Lord

Bestellen via annavonhausswolffsl.bandcamp.com/album/all-thoughts-fly

13 augustus 2019

Improviseren is stoeien en soms een battle

Je bent deelgenoot bent van 2 jongens die heerlijk samen spelen, tegen elkaar maar vooral met elkaar. Dat is het improvisatieconcert van Thierry Escaich en Gerben Mourik in de Stad Klundert. Met 2 fantastische orgels tot je beschikking, is het ook alsof je 2 kinderen loslaat in de speeltuin. Het is stoeien, waarbij het soms best een beetje hardhandig aan toe gaat. Maar het is vooral genieten.

Ouverture

Dat hoor je onmiddellijk bij de improvisaties van Gerben Mourik en Thierry Escaich. De ouverture waarmee de laatste opent op het Vermeulen-orgel is maar met 1 woord te omschrijven: spectaculair. Wat een binnenkomer. Het zet de verwachtingen op hoog. Dit kan niet meer mis gaan.

Het koraalpreludium dat Gerben Mourik daarna speelt op het Marcussen-orgel is het orgel op het lijf geschreven. Heel mooi in Noord-Duitse stijl van de koraalfantasie, de registratie met uitkomende stem, omspelingen en rustige baslijn doen zelfs een beetje denken aan de bewerking van Nun komm’ der Heiden Heiland van Bach. Maar heel treffend en zeer zorgvuldig neergezet.

Fantasie, fuga en passacaglia

Als Thierry Escaich daarna een romantische Fantasie en Fuga op hetzelfde lied inzet, krijgt een heel treffend vervolg. Het vormt een mooie romantische uitwerking van de bewerking die Gerben Mourik eerder zo overtuigend neerzette. Bij de fuga laat Thierry Escaich elementen terugkomen die hij eerder die dag bij de masterclass onderwees.

De Passacaglia die Gerben Mourik daarna speelt op 2 thema’s van Thierry Escaich laten horen dat hier een vakman aan het werk is. Hij weet ze prachtig te omspelen en zet hier een variatiereeks in modern klankidioom neer. Het Marcussenorgel doet de rest. Wat een orgel is dat. Wat een kracht en wat een souplesse spreekt uit dit orgel. Mogelijk zorgt de milde intonatie hier ook voor. Gewoon genieten dit.

Variaties

De set variaties op het paaslied Gz 200 waarmee Gerben Mourik en Thierry Escaich elkaar afwisselen op beide orgels is een prachtige en krachtige improvisatie voor de pauze. Beide heren gaan aan de haal met motiefjes en elementen uit dit prachtige lied. En zoals Thierry Escaich bij zijn masterclass die middag vertelde, beginnen de variaties met het koraal aan het begin.

Het koraal is ook een variatie. En de harmonisatie van Thierry Escaich is dat zeker. Genieten van het prachtige set aan akkoorden dat hij neerzet. Zo’n introductie van het thema, ondersteunt de rest zodanig dat je een heus verhaal krijgt. De laatste variatie waarbij beide organisten op beide orgels klinken, is buitengewoon. Wat een spel en wat een kracht. Als publiek zit je tussen 2 orgels en 2 virtuozen ingeklemd. Indrukwekkend en adembenemend tegelijk.

Poem Symphonic

Dat Thierry Escaich ook goed raad weet met het Marcussen-orgel ontdek ik na de pauze. Wat een spel. Zijn Poem Symphonic over 2 thema’s die Gerben Mourik voor hem schreef, klinkt overtuigend. Hij benadert het orgel weer op een heel andere manier. Dat doet hij later ook bij het spelen van een vrije improvisatie in de stijl van Mozart. Hierbij geeft hij het orgel een heuse galante stijl mee van het classicisme, die sterk doet denken aan Mozart, maar ook een vleugje Haydn in zich verbergt.

Het Scherzo dat Gerben Mourik ten gehore brengt bevat alle elementen en is heel overtuigend. Hij laat daarmee meteen het Vermeulen-orgel van alle kanten horen. Het instrument verleidt snel om alle te laten klinken, maar er zitten zeker ook wel wat geheimen in verborgen. Dan klinkt het orgel beduidend poëtischer en minder pompeus. Dat hoor ik vooral terug in de improvisatie over het lied “Straff mich nicht”, waarbij Gerben Mourik ook aandacht besteed aan de gevoeligere kanten van dit instrument.

Slotimprovisatie

De slotimprovisatie waarbij Thierry Escaich en Gerben Mourik afwisselend een improvisatie opzetten. Soms samen tegelijk, dan weer doorschuivend over de bank. Een voetje op het pedaal nog nadreunend. De opzet zweeft een beetje tussen een scherzo en een indrukwekkende fantasie. De toegift waarbij beide improvisatoren samen nog een keer spelen, is zeer zeker een scherzo. Het vormt een waardige afsluiting van een bijzonder concert.

Gastheer Gerben Mourik laat met dit concert zien dat Stad Klundert concerten van zeer hoog, internationaal niveau kan organiseren. Wat een energie en wat een prachtige spel. Ik heb genoten. Daarbij moet Gerben Mourik zijn eigen talent niet onderschatten. Hij heeft een geheel eigen stem en staat zijn mannetje tegenover virtuozen als Thierry Escaich. Ik heb zeer goede herinneringen aan dit bijzondere concert.

20 maart 2018

Overspannen kerkorgel

In haar roman Triomf maakt de verteller mooie vergelijkingen. Zo barst de taal soms uit zijn voegen in de heerlijke vergelijkingen.

Een treffende vergelijking is bijvoorbeeld als Treppie helemaal hypo van de drank zich laat gaan. Hij kan alleen maar ratelen en lijkt zich geen moment stil te kunnen houden.

Maar toen moesten ze de hele weg nog nar Treppies onzin luisteren, want hij was helemaal opgefokt, hij praatte als een overspannen kerkorgel. Over alles wat hij in die boeken ‘alleen voor volwassenen’ had gelezen. Hij zei dat het er wemelde van de ‘schaamdelen’, maar dan wel in het Latijns, want in dat boek ging het alleen over professoren, studenten en van dat spul. (190)

Treppie slaat helemaal op hol in zijn gepraat over seks en jut daarmee de oversekste Lambert op. Hij heeft hem aan het begin van de roman een hoer toegezegd voor zijn 40e verjaardag.

Door deze belofte gedreven, vervolgt de roman het verhaal van de bijzondere familie Benades. Ze wonen in de wijk Triomf, waarvoor een zwarte wijk moest wijken. Daarmee weet Marlene van Niekerk een treffend familieportret neer te zetten. Waarvan de uitkomst de wel te verwachten is, maar die toch verrast.

Marlene van Niekerk: Triomf. Vertaling uit het Afrikaans door Riet de Jong-Goossens en Robert Dorsman. Oorspronkelijke titel: Triomf. Amsterdam: Arena, 2004. ISBN: 90 6974 357 4. 480 pagina’s. Prijs: € 12,50. Bestel

02 maart 2018

De wallen en Oude kerk

De wandeling terug naar het station, lopen we via de Nieuwmarkt. Het is druk. Veel groepen en als er dan een auto midden op de stoep staat geparkeerd, is er even een opstopping. De zon schijnt werkelijk heerlijk en het lijkt ook wel of iedereen naar buiten is gekomen. Heerlijk weer, de kou is daarbij geen vijand, maar een vriend.

We slaan dan af in de richting van De wallen. Burgemeester Van der Laan kondigde een paar jaar geleden de strijd aan met dit gebied. De criminaliteit dit dit deel van de stad aantrok, was de burgervader een doorn in het oog. Het is nog steeds een toeristische attractie, maar veel panden zijn gesloten. Voor de beleving van de opgeschoten toerist maakt het niet zoveel uit.

Het is een prachtig deel van de stad met de Oude kerk als middelpunt. We gaan even de kerk binnen. Een expositie is aan de gang. Christian Boltanski heeft grote donkere installaties opgetrokken. Huizenhoge blokken, afgedekt met zwarte plastic folie. Het lijken wel grote vuilniszakken. De luchtbewegingen in de kerk zorgen dat het plastic zachtjes deint.

Een bijzondere expositie. Op de grafstenen in het schip liggen jassen. Ze verbeelden de overledenen die in deze kerk leggen. Soms staan er zuilen, een jas met een licht ervoor waaruit een stem spreekt. Ze stellen vragen. Of je alleen bent en waar je moeder is. De ruimte doet de rest.

kIn de verte vanuit de omgang in het koor klinken belletjes. Een continue stroom geluid, opnames van 800 Japanse belletjes op stokken in Quebec. In het koor op de plek waar voor de reformatie het altaar stond, liggen verdorde tulpen. In het koor staan stoelen verspreid met daarover heen jassen en uit alle hoeken en gaten fluisteren stemmen de namen van de overledenen die hier liggen.

Een indrukwekkende expositie die je ook unheimisch maakt. Spooky noemt Doris het en dat is het ook. Je voelt je ongemakkelijk, een klassiek beeld van de dood, terwijl je verlangt naar troost en liefde. De donkere installaties van plastic en de stemmen staan dit teveel in de weg.

Het orgel is in restauratie. De kas is gerestaureerd. De vergulde versieren blinken je tegemoet. Het is bladgoud dat er blinkt. De bekroning met het wapen van Amsterdam is weer vol in de verf gezet. De hedendaagse vorm van restaureren lijkt wel dat oude instrumenten of gebouwen meer blinken dan ze ooit gedaan hebben. Het is meer dan stof eraf halen. Er komt een dikke laag verf tussen toen en nu. Hoe zal dat straks met de klank zijn?

Lees verder over ons dagje Amsterdam: Ons’ lieve heer op solder »

27 februari 2018

De Duif

We lopen langs de grachten en stappen het Begijnhof in. Dan gaan we op het Spui op een bankje in de zon zitten. We genieten van onze broodjes en kijken naar de vele toeristen die voorbij lopen. Hoe een wagentje van de gemeente het plein schoonzuigt. Een grote stofzuiger waar een grote stofwolk vanaf komt als hij over het plein rijdt en tussen de kinderkopjes het vuil wegveegt en opzuigt.

We genieten van de voorjaarszon. Het vriest, maar het is helemaal niet koud om hier te zitten. De zon doet de rest en warmt je heerlijk op. Als we later langs de plek lopen met Vlaamse frites waar we vroeger altijd een zak patat aten aan het einde van een dagje Amsterdam, gaan wij verder naar De Duif.

Langs de Munttoren in de richting van de Prinsengracht waar we moeten zijn. Voorbij de Amstelkerk, helemaal van hout, vanwaar je al heel mooi de imposante gevel van De Duif ziet. Verstopt achter de hoge bomen, maar door de kale wintertooi is het gebouw goed te zien. De kerk zelf is ook indrukwekkend. Hoeveel ruimte er achter zo’n gevel verborgen zit.

We zijn mooi op tijd. Tijd om te acclimatiseren en de ruimte tot je te nemen. Als ik dan aan de beurt ben om te spelen, geniet ik vooral van de subtiele kanten van dit instrument. Het blijft een bijzonder orgel in Amsterdam, met veel Brabantse elementen erin. Dat komt ook door de lange bouwtijd van dit orgel waarbij de mooie dingen met elkaar verenigd zijn.

Ik moet wennen aan het toucher en de positie van het pedaal. Ik probeer er wat voorbereide werken op te spelen en leer dat je ‘Erbarm dich mein’ echt veel losser moet spelen, anders wordt het zo’n brei. Het beste lijkt Brahms uit de verf te komen, samen met die rustieke verfdoos boordevol met een klankpalet in alle soorten en toonaarden. Een instrument om bij weg te dromen, zelfs als je erop speelt. Het halfuur is zo voorbij.

Lees verder: De wallen en Oude kerk »

26 februari 2018

Paleis op de Dam

Ik mag weer spelen in De Duif te Amsterdam. Een indrukwekkend orgel van Smits staat hier en ik verheug me er erg op. 5 jaar geleden speelde ik hier ook op een soortgelijke dag. Het lijkt zelfs even koud te zijn als toen. Doris wilde toen niet mee om te kijken hoe ik op het grote orgel zou spelen.

Nu wil gaat ze wel mew. Al heb ik mij minder goed voorbereid. Slechts een paar stukken ingestudeerd en de improvisatie laat ik erg van het moment afhangen. Te druk met het huis en mijn werk. Het leidt teveel af om je helemaal met hart en ziel in zoiets te storten.

We lopen naar het station en halen precies de intercity naar Amsterdam. Het mag dan vriezen, maar de voorjaarszon maakt alles goed. Wat is het ontzettend lekker weer. Zelfs buiten genieten we van de zon. We lopen over het Damrak in de richting van de Dam. Gewoon omdat ik dat ook een keer aan Doris wil laten zien. Net als dat we straks over de Wallen terug naar het station zullen lopen.

Het blijft indrukwekkend om daar het Stadhuis te zien staan aan dat grote plein. Het hoge raam van de Nieuwe kerk dat uitziet op het plein. Wat mij betreft de mooiste kant van de Dam. Het verleden aan de andere kant is vervangen. Net als de haven die tot deze plek reikte, zodat je echt de dam zou zien waar de stad naar genoemd is.

Een klein bordje daagt ons uit. We zouden namelijk naar het grachtenmuseum gaan, maar de tekst op het bordje brengt mij op andere gedachten. ‘Paleis open’ staat erop. We gaan even kijken of je er met de Museumkaart in kunt. Waarschijnlijk wel. Ik zie het al helemaal zitten. Een keer dat Paleis in, het voormalige stadhuis. Het achtste wereldwonder zoals Constantijn Huygens dichtte in het lofdicht dat hij bij de opening schreef.

Ik blijf het zonde vinden dat het een Paleis is geworden, het is een Paleis voor de stad, een ode aan de Republiek. Daar hoort niet een koning elitair in te verblijven. De tapijten aan de wanden en op de vloeren moeten weg, het monumentale steen hoort hier thuis. De grote schilderijen die de muren bedekken. Prachtige schouwen en imposante beelden.

Zeker, die zie je ook. De Burgerzaal is heel indrukwekkend. Je komt er ook binnen via een trap vanaf beneden. Dat draagt alleen maar bij aan het ontzagwekkende. Je ziet meteen Atlas de zware wereldbol dragen. Hij, maar vooral de bol zijn een stuk groter dan de Atlas die op het dak aan de achterkant van het Paleis staat.

Als je dan op die marmeren vloer staat. Wat een pracht en praal. Hier heerst het evenwicht, de symmetrie en de zuivere verhoudingen in de maatvoering. Wat een bouwmeester is Jacob van Campen. Het is indrukwekkend om hier in deze ruimte te staan. De slanke, hoge ramen geven de zaal een prachtig licht. Het komt van 2 kanten. Aan weerszijden de hoge wanden.

De natuur waar Jacob van Campen de inspiratie vandaan heeft gehaald zie je in de beelden van vogels, vruchten en planten. Samen met de verwijzingen naar bijbelse en mythologische figuren. Het geeft de ruimte een onuitputtelijke betekenis. De reeksen volgen elkaar onafgebroken op. Zo verdwaal je in wat je ziet. En het ene is nog mooier dan het andere.

De grote ronde wereldkaarten midden in de ruimte. 3 stuks, in 2 helften: Amerika en aan de andere kant de rest van de wereld, waarbij ik mij verbaas hoeveel er al bekend was van de wereld. Het net ontdekte Australië draagt de naam Hollandia. Het was nog niet duidelijk dat Australië en Nieuw Guinea niet aan elkaar vastzitten, maar losse eilanden zijn.

In het midden tussen de 2 wereldhelften is de sterrenhemel, met de vele sterrenbeelden. Groot naar hoe helder ze te zien zijn vanaf de aarde. Allemaal naar de status van de wetenschap in die tijd. En Amsterdam als centrum van de wereld.

Het is druk in het Paleis. Veel toeristen zien hier een gebouw van binnen dat veel Nederlanders nog nooit van binnen hebben gezien. De tijd van het Stadspaleis is voorbij, maar nog overal te vinden. De tapijten hebben deze tijd proberen te bedekken, maar het gebouw ademt de hoopgevende tijd van de Republiek.

De ruimtes zijn mooi, maar overtreffen de Burgerzaal niet. Met uitzondering van de Vierschaar. Wat een ruimte is dat. De burgemeesterskamer bood uitzicht op de vierschaar. Om daar het recht te kunnen spreken en te zien hoe het gesproken werd. De rijke decoratie van de beelden is indrukwekkend. Je ziet het niet vaak in Nederland dat de beeldenrijkdom het van de soberheid wint. Zelfs de Burgerzaal is bescheiden. Hier is dat het geval. Een indrukwekkende zaal en een indrukwekkend gebouw.

Ontzettend mooi dat ik het een keer van binnen heb kunnen zien. En daar leer ik ook van mijn dochter. Hoe ze vertelt over Heracles die de leeuw verslaat en de kop over zich heen trekt. We staan bij een plafondschildering waar we het zien.

Lees verder: De Duif »

23 december 2017

Muziek in 2017 - overzicht

2017 loopt op zijn eindje. Daarom de komende periode een paar jaaroverzichten. Wat heeft 2017 mij muzikaal gebracht?

Een bijzonder jaar. Ook muzikaal gezien. Weer een beetje het concertbezoek opgepakt. Hoogtepunten zijn wel de jubileumconcerten rond Bert Matter en Jan Welmers. Bert Matter kreeg een concert van zijn leerlingen aangeboden. Jan Welmers kreeg maar liefst 10 concerten aangeboden.

10 verjaardagsconcerten

Van die 10 heb ik er 3 van bezocht, alledrie in de Domkerk. Heel mooi om zo weer mijn voorliefde voor moderne orgelmuziek op te frissen. Zelf mocht ik ook eindelijk weer de klavieren beroeren. Ik heb genoten in juli en augustus om te spelen in Noordwijk.

Daarnaast blijf ik vooral genieten van mijn eigen harmonium. Er zijn wel 4 harmoniums verkocht het afgelopen jaar. Een flinke verschraling in het muzikale aanbod.

Ik mocht gelukkig een paar mooie concerten meemaken:

Fietsrit naar 2 orgelconcerten

Genoten van de fietsrit die ik op 19 augustus heb gemaakt, fietsend langs Hilversum en Maartensdijk. De terugweg gepakt langs de Vecht en zo kronkelend naar huis gereden. Een flinke afstand, maar wel heel erg mooi. Die dag maar liefst 2 orgelconcerten bezocht. En dat was erg genieten. Eerst Toon Hagen in de Nicolaikerk. Mooi verzorgd en gespeeld. De nieuwe ontdekking was Geerten Liefting, prijswinnaar van Haarlem in 2016.

Mijn vuurdoop in het concertgebouw! Dit jaar beleefde ik een schitterend concert met werken van Rachmaninov. Wat heb ik genoten. Ik ben mijn collega Fred nog altijd dankbaar voor zijn uitnodiging.

Orgelcd’s

Ook veel nieuwe cd’s gekocht en beluisterd:

Zijn er een paar dingen die ik in 2018 niet moet missen? Het Orgelfestival in Haarlem? Ik ben nog nooit naar het improvisatieconcours geweest. Daar zou ik toch eens een keer aan moeten beginnen. Ik mis nog steeds de opnames van de laatste keer. Ze zijn nog steeds niet te vinden op internet.

Wat betreft mijn eigen muzikale ontwikkeling: ik ben weer druk aan het studeren op een paar boeiende muziekstukken. Het concert voor Bert Matter met veel minimal music en de werken van Jan Welmers hebben me weer erg geïnspireerd op het gebied van improvisatie. Net als het concert dat Geerten Liefting gaf in de Domkerk.

19 december 2017

Orgelwerken rond Maria van Tournemire

Er zijn van die verrassingen die je krijgt. Zoals de prachtige cd met werken rond Maria van Charles Tournemire, uitgevoerd door Vincent Boucher. Ik zag hem liggen in de bibliotheek en wist niet wat ik hoorde! Wat een prachtige cd met werken van deze Franse componist. Uitgevoerd door een Canadese organist die in het dagelijks leven in de financiële wereld actief is.

Ik ben gek op Charles Tournemire. Hij weet in zijn orgelwerken altijd een prachtige sfeer los te maken. Als laatste leerling van Cesar Franck vertegenwoordigt hij het werk van zijn meester misschien wel het beste. Tournemire – organist van de Saint Clotilde in Parijs – liet zich inspireren door het Gregoriaans. Op deze cd hoor je dat overal terugkomen.

Is het eerste werk, de Pièce symphonique nog heel sterk geënt op het werk van zijn meester, soms hoor je de gelijknamige van zijn leermeester bijna letterlijk in terug. Tournemire slaat zijn geheel eigenzinnige weg. Het werk uit de L’Orgue mystique, op. 57 getuigt hiervan.

Vincent Bouler speelt 2 missen uit deze reeks, beide volgens de opbouw van een klassieke Gregoriaanse mis met een Introït, Offertoire, Élévation, Communion en Postlude. Pareltjes, stuk voor stuk. Vooral de ingetogen en langere delen spreken mij aan. In het Postlude uit het Office 2 “Immaculata Conceptio B. Maria Virginis” klinken de fluiten tegenover de strijkers, heel melodieus waarbij er meer ontstaat dan de muziek. Prachtig, een dromerige sfeer, die je helemaal vervoert.

Het moet overweldigend zijn geweest om in die tijd naar de Saint Clotilde te zijn gegaan. Ik zou zeker zijn afgereisd. Deze muziek is hemels en vertelt het evangelie op een muzikale manier. Dat bewijst Vincent Boucher ook in zijn uitvoering.

Het orgel waarop hij speelt staat in Canada en is gebouwd door Rudolf von Beckerath in 1960. Het is een monumentaal orgel en staat in een gebouw van kathedraal-formaat. Het instrument bevat veel neobarok-elementen en is ook geïnspireerd op Franse orgels van Cavaille Coll. De tongwerken klinken innemend en zuiver. Het spel van Vincent Boucher is heel overtuigend, soms bijna iets teveel gericht op de perfecte uitvoering.

Wel weet hij met zijn 4e cd met thematische werken van Charles Tournemire – eerder gaf hij muziek rond Pasen en Kerst uit – de muziek mooi geordend bij elkaar te plaatsen. Zo krijgen de hier uitgevoerde 10 korte muzikale schetsen uit de Petit fleurs musicales de aandacht die ze verdienen. De relatie met Maria zorgt ervoor dat de muziek dezelfde sfeer ademt.

Alleen het eerste deel is van een andere achtergrond. Dit muziekstuk geeft de cd vooral een historische lading. Als luisteraar hoe je heel goed hoe Tournemire ook beïnvloed is door zijn leermeester Cesar Franck. Al heeft hij nog geen jaar van hem lesgehad. Je hoort het hoe dan ook overtuigend terug.

Charles Tournemire Complete Orgelwerken Vol. 4, Mariae Virginis.
Tournemire: Twee delen uit L’Orgue mystique op. 55 & 57 – Pièce symphonique op. 16 – Petites fleurs musicales op. 66 – Postludes libres pour les antiennes de Magnificat op. 68. Vincent Boucher (orgel). Opname: febr. 2016 & jan. 2017, Oratoire Saint-Joseph du Mont-Royal, Montréal.
Atma ACD2 2473 68 minuten. Prijs: € 16,48.Bestel

28 oktober 2017

Koraalfantasie op het Lutherlied

Het absolute hoogtepunt van de dubbelcd ligt bij de titelsong, de koraalfantasie op het Lutherlied ‘Ein feste Burg ist unser Gott’ van Michael Praetorius. Het strijdlied van de Reformatie, steevast gezongen op Hervormingsdag. De muziektheoreticus Praetorius is vooral bekend van zijn koorwerken, maar Bart Jacobs laat hier een koraalfantasie horen dat zijn weerga niet kent. Wat een prachtig werk. Het staat daarmee onbetwist aan het begin van de rijke traditie van Noord-Duitse koraalfantasieën als van Scheidemann, Scheidt en niet te vergeten Matthias Weckmann.

Namen om wie je niet heen komt, die allemaal terecht zijn opgenomen op de dubbelcd: Samuel Scheidt (1587 – 1654) en Heinrich Schütz (1585 – 1672). De 2e cd is samengesteld rond de Lutherse mis. Het bevat alle elementen waaruit in de Lutherse traditie de liturgie is samengesteld. Het opent met het Deutsches Magnificat van Heinrich Schütz, gevolgd door de Deutsche Messe van Christoph Bernard (1628 – 1692).

Deutsche Passion

Verrassend element is de Deutsche Passion van Joachim Burck (1546 – 1610) waarin duidelijk de kerkmuzikale praktijk van de gezongen passie tot uiting komt. Het legt een mooie link naar de latere passies zoals Bach deze componeerde. Hier bevat het alleen nog de tekst uit het evangelie gezongen, zonder koralen en aria’s.

Ook op de 2e cd pronkt een koraalfantasie. Dit keer van een andere Praetorius, Hieronymus. Geen familie overigens van die andere, Michael. De koraalfantasie over Christ unser Herr zum Jordan kam. Evenaart niet helemaal de koraalfantasie van de 1e cd, maar komt wel akelig dichtbij. Heerlijk om naar te luisteren.

Schütz

Wat samensteller en artistieke leider Jérôme Lejeune vooral demonstreert met deze cd’s is dat de vocale muziek heel mooi klinkt samen met het orgel. De muziek van Schütz wordt vaak met ensembles gespeeld, wat in de kerkmuzikale praktijk heel vaak zo gedaan werd. Alleen zou het goed kunnen in de wat minder toebedeelde plaatsen vaak alleen met orgel gespeeld werd.

Bart Jacobs speelt de solowerken en begeleidt soms bij de vocale werken. Het deel van de grote koorwerken wordt begeleid door Haru Kitamika op een orgelpositief. De begeleiding van de koorwerken doet Bart Jacobs op het Thomas-orgel in Gedinne (Ardennen, tegen Franse grens). Dit instrument is geïnspireerd op kleinere orgels van dé Duitse orgelbouwer uit de barok Silbermann.

Op het grotere Thomas-orgel in het Franse Ciboure speelt Jacobs de solowerken. Een imposant instrument dat meer op de Nederlandse traditie is geënt. Verraden de registerbenamingen en de klank. Alleen misschien is het pedaal wat meer Duits georiënteerd. Het 5 jaar oude instrument klinkt vooral door de oude stemming innemend. Al

Achtergrondinformatie

Overigens mis ik dat wel in het zeer uitgebreide boekje waarin de cd’s zitten, de achtergrondinformatie bij de orgels en de keuze van deze instrumenten. Er had natuurlijk ook op historische Duitse orgels gespeeld kunnen worden zoals in Tangermünde of Katharinenkirche te Hamburg. Of minder vanzelfsprekende veel kleinere instrumenten.

Neemt niet weg dat met name het instrument in Ciboure, in de Franse Pyreneën, erg overtuigend klinkt. Al is de ruimte waarin het instrument staat tamelijk droog. Het is fraai geïntoneerd, meer Noord-Duits dan Nederlands vind ik, en ook met rijke afwisseling in registraties geeft Bart Jacobs een mooi beeld van dit orgel.

Soli Deo Gloria

Soli Deo Gloria, Alleen God de eer, is wel de lijfspreuk van Maarten Luther, maar in onze tijd draait het toch ook om de personen. Wat meer informatie over de uitvoerders van deze cd, zou wel een rijkdom geweest zijn. Dat geldt niet alleen voor Bart Jacobs en Lionel Meunier, maar ook voor de zangers van Vox Luminis. Een koor van wereldformaat.

Ein feste Burg ist unser Gott, Luther and the Music of the Reformation. Vox Luminis, o.l.v. Lionel Meunier. Bart Jacobs, Thomas-orgel in Ciboure. Label: Ricercar, RIC 376 (2cd). Speelduur: 2:35:00. Met boek 104 pagina’s. Prijs: € 33,00. Bestellen

27 oktober 2017

Luthers muziek

Wat Maarten Luther naast zijn bijbelvertaling gebracht heeft, is vooral zijn muziek. Een enorme hoeveelheid liederen heeft de Duitse reformator gebracht. Zijn liederen zijn vaak geënt op de bestaande muzikale traditie. Het oeuvre vormt in elk geval een grote inspiratie voor heel veel componisten en muzikanten en krijgt onbetwist zijn hoogtepunt in de muziek van Johann Sebastian Bach.

De Brusselse organist Bart Jacobs werkt mee aan een dubbel-cd waarin de muziek van Maarten Luther een rol speelt. Het is van een andere orde dan bijvoorbeeld de orgelcd die Christiaan Ingelse ruim 20 jaar geleden in de St. Jan van Gouda speelde. Op deze dubbel-cd benaderen de makers de muziek vanuit de vocale ontstaanstijd.

Rijke Lutherse muzikale traditie

De cd biedt een buitengewoon interessante inkijk in de rijke Lutherse muzikale traditie. Zoals Pettegree opmerkt in zijn boek, maakt de reformatie in de begintijd een vrij heftige splitsing door. Het is de groep in Geneve die het niet eens wordt met Luther en zijn eigen weg gaat. Vanuit deze groep is in Nederland vooral de reformatie ingezet.

De muzikale traditie in de Nederlandse protestantse kerken gaat daarom uit van het Geneefse psalter en leunt minder op de rijke schat aan liederen die de Duitse beweging vanuit Luther kent. De dubbel-cd geeft een luisterrijke inkijk in deze prachtige traditie.

Meerstemmigheid

De meerstemmigheid staat hierin centraal. Daarbij proberen de samenstellers de muziek vooral te benaderen vanuit de kerkmuzikale praktijk waarin ze vooral in de eerste periode van de reformatie al tijdens Luthers leven zijn ingezet.

De cd’s laten veel vocale werken horen, bijna allemaal met orgelbegeleiding. Afgewisseld met enkele orgelbewerkingen van de betreffende liederen. Voor de dubbel-cd zijn 2 benaderingen gekozen. De eerste cd is vanuit het kerkelijk jaar samengesteld en loopt met de liederen het jaar door. Eindigend met de titelsong van de cd’s het strijdlied van de reformatie: ‘Ein feste Burg ist unser Gott’.

Lees morgen het 2e deel van deze cd-bespreking: Lutherkoraal

Ein feste Burg ist unser Gott, Luther and the Music of the Reformation. Vox Luminis, o.l.v. Lionel Meunier. Bart Jacobs, Thomas-orgel in Ciboure. Label: Ricercar, RIC 376 (2cd). Speelduur: 2:35:00. Met boek 104 pagina’s. Prijs: € 33,00. Bestellen

03 oktober 2017

Meesterwerk - Licht en donker II

Een heus meesterwerk is Licht en donker II voor orgel van Jan Welmers. Het thema en de ondertitel is Te Deum. Eerbetoon aan God, waarin alle facetten van licht, donker, schaduw en schemer samenkomen. De eerste keer dat ik het werk hoorde op de cd Orgelwerken uit 1999, stonden mijn oren perplex. Wat een lawine aan geluid! Stel je je oren open, dan hoor je opeens alle tonen apart en krijgt het geluid zijn bestemming.

De uitvoering van Licht en donker in de Domkerk is er eentje waar ik mij het hele Jan Welmers Festival al op verheug. Deze compositie van de 80-jarige Welmers begint overweldigend. Wat ik hoor in de Domkerk, uitgevoerd door Jan Hage, geeft precies hetzelfde effect.

Een stortvloed van geluid waarbij langzaam alle tonen hun eigen plek krijgen. Alsof de zon fel de kerk binnenschijnt, waarna de klank langzaam wegsterft en zijn bestemming krijgt. Licht en donker II is een dynamisch werk waarbij de melodie in heel veel gedaantes terugkomt. Het geeft mij een verzadigd gevoel om dit muziekstuk in het echt te horen.

Het orgel zoals het orgel op zijn sterkst klinkt. Kan ook alleen maar zo geschreven zijn door een organist. De muzikale rijkdom van dit instrument dat mij al zo lang fascineert. Hier komen bij mij de werelden samen. Enerzijds de kerk, het instituut met de kakofonie aan liederen. Anderzijds ik als individu, losgescheurd en verscheurd door dat instituut, zoekend naar de waarde van deze muziek.

Dat balt voor mij samen in dit muziekstuk. Jan Welmers grijpt je in deze muziek bij de kladden. En daar betrap ik mijzelf ook op in de Domkerk. Je kunt zelf de melodieën uit dit orgelwerk halen, waarbij je met meer muziek weggaat dan waarmee je gekomen bent. Wat is dit een prachtige ervaring.

Dat geldt voor het hele Welmers Festival. Ik heb de 3 concerten in de Domkerk mogen meemaken. Een belevenis waarbij het eerste concert overweldigend was en mij dagenlang in de tang hield. Het 2e concert was voor mij een feest vanwege Invocazione en het grote koorwerk Licht en Donker IV.

Het laatste concert in de Dom staat voor mij met het meesterwerk Licht en donker II voor orgel. Hier uitgevoerd met de gezongen melodie. Het geeft een beleving die zijn weerga niet kent. Niet op te roepen met de cd-opnames van dit muziekstuk. Wat een kracht klinkt er in dit muziekstuk. Het is eindeloos te beluisteren, maar de beleving in de kerk is niet te overtreffen.

Ik hoop dat het Jan Welmers Festival bijdraagt aan het vaker uitvoeren van werken uit het bijzondere oeuvre van Jan Welmers. En ik hoop dat Jan Welmers nog veel mooie, nieuwe werken zal schrijven. Hij heeft al een compositieopdracht van het orgelpark, dus dat zit wel goed.

02 oktober 2017

Adembenemend - Licht en donker IV in Domkerk

Jan Welmers volgt in Licht en donker IV prachtig de tekst van Dag Hammarskjöld. De solo’s met sopraan, mezzo-sopraan en tenor zijn een mooie afwisseling met de delen die het koor zingt. Ook hier soms moeilijke passages waarbij de tekst soms erg wringt met het tempo van de grillige melodielijn.

Adembenemend zijn de langer uitgesponnen melodielijnen. Het is de bijzonder zorgvuldig opgebouwde spanning die zo kenmerkend is in het werk van Jan Welmers. Bij een uitvoering in de gotische Domkerk waar de najaarszon zo speelt met de hoge vensters. Het spel van licht en donker is niet alleen te horen, maar ook te zien.

Het zijn natuurlijk ook de contrasten die hier naar voren komen en die het licht en donker zo mooi laten klinken. Zoals de lange toon die meer en meer aanzwelt gedurende het 5e deel. Hier staat de vermoeidheid centraal, maar dat je desondanks je rug recht moet houden.

De lange toon met de stemmen die erboven klinken, maken het contrastrijk. De klankstroom waarbij melodieën en ritmes samenkomen en hun muzikale verhaal vertellen. Ze versterken de teksten van Hammerskjöd die Welmers heeft gebruikt in deze compositie.

Het is de grote gemene deler die de werken uit de serie Licht en donker met elkaar verbinden: de contrastrijke muziek. Ik kan daar bijzonder van genieten. Net als de vele motieven uit het ‘Te Deum’ en liederen als ‘Nun komm’ der Heiden Heiland’ die in elke compositie uit deze serie terugkomen.

Het mooie van dit Jan Welmers Festival is de mogelijkheid om deze woorden live te horen. De indruk die dat op je maakt, is niet te vergelijken met magere beleving die een klankdrager geeft. Daarom is het voor mij zo de moeite waard elke week weer naar Utrecht af te reizen voor een welkom deel uit deze serie.

Tegelijkertijd is je hoofd ook een spons die snel verzadigd raakt. Zo vind ik de afsluitende koraalfantasie van Max Reger, ‘Halleluja Gott zu loben’, bij dit concert overbodig. Schitterende uitvoering van Gerrit Christiaan de Gier, maar na Invocazione en Licht en donker IV, komt het wel over als een zwaar toetje na een overdadige maaltijd waarvan je al helemaal vol bent.

01 oktober 2017

Licht en donker IV

Het koorwerk Licht en Donker IV schreef Jan Welmers bij zijn 25-jarig jubileum als cantor-organist in Nijmegen. Het is onderdeel van een serie werken die hij schreef, waarvan ik het orgelwerk Licht en Donker II bijzonder intrigerend vind. Misschien behoort het tot zijn beste orgelwerken.

Voor het koorwerk koos Jan Welmers teksten van de Zweedse diplomaat Dag Hammarskjöld. Onder de titel Merkstenen verscheen na zijn dood zijn dagboekaantekeningen. Een boek vol met spirituele teksten en haiku’s over de innerlijke reis die Dag Hammarskjöld maakt. De ideeënwereld van Dag Hammarskjöld hangt tussen Bijbelse teksten van de Psalmen tot aan beschouwingen van middeleeuwse mystici, Nietzsche en Herman Hesse.

Jan Welmers weet deze teksten heel mooi te voegen in zijn cyclus. Het benadrukt de zoektocht naar licht en donker en vooral de scheidslijn van de schemering. Niet voor niets ben ik zo gek op deze cyclus van Jan Welmers, Franz Junghuhns filosofische beschouwing kreeg ook de naam Licht- en Schaduwbeelden mee.

Licht en donker IV is lastig stuk om te zingen, valt mij in de Domkerk op. Ik ken het van de opname van een live-uitvoering in het Orgelpark een paar jaar terug. Nu zingt de Utrechtse cantorij onder leiding van Remco de Graas het soms een beetje aarzelend.

Van mij mag het best wat zekerder en overtuigender. Dat verdient dit muziekstuk echt. Al bevat dit koorwerk van Jan Welmers zeker ook heel pittige delen. Bijvoorbeeld het 4e deel waarbij het koor versplintert in 6 stemmen. Of als de orgelpartij helemaal zijn eigen gang gaat, zoals bij het 6e deel.

Juist de verscheidenheid van alle koorstemmen krijgt in dit koorwerk veel aandacht. Daarbij zijn de passages waarbij het orgel aanzwelt of juist wegsterft, het zwaarste beladen. Het is de scheidslijn tussen licht en donker. Dat effect dat de sopranen heel krachtig, bijna schreeuwerig klinken, geeft dit muziekstuk zijn zilverglans.

Lees het vervolg van deze bespreking: Adembenemend

30 september 2017

Invocazione in Domkerk

Zo luisterend naar de uitvoering van Ko Zwanenburg in de Domkerk valt onmiddellijk op hoe sterk de ruimte bijdraagt aan de beleving. Het werk komt live veel intenser binnen. De klank van de repeterende a, in dit hoge tempo, geeft de muziek meteen veel energie.

Het later volgende onderliggende motief in de tenor, krijgt daarmee extra dimensie. De bewegingen en ritmes cirkelen om die repeterende a heen. De grote ruimte in de Domkerk maakt die beleving nog veel sterker dan wanneer je een opname van dit muziekstuk beluisterd.

Net als de momenten waarop alleen de toon klinkt. Er treedt een vreemde verdringing op binnen de rest van het muziekstuk. De Invocazione krijgt een steeds zwaardere lading hierdoor. De spanning wordt stapje voor stapje verder opgebouwd. Iets waar Jan Welmers in zijn muziek een ware meester is. Dat proef je helemaal in een live uitvoering, waarbij elk moment weer een nieuwe beleving oproept.

De motieven gedragen zich als klaterende bergbeekjes. Alleen vallen de tonen niet alleen naar beneden, ze schieten in de motiefjes ook omhoog. Jan Welmers weet je in dit muziekstuk vast te houden. Zeker ook als het hoogtepunt komt waarbij zelfs de a wegvalt. De repeterende toon heeft zich dan zo vastgeklonken in je hoofd dat je hem gewoon in gedachten hoort verder gaan.

Daarna de akkoorden die allemaal spelen met dit gegeven en het orgel uit zijn voegen laten barsten, waarna de a weer terugkeert. Bij Ko Zwanenburg niet meer repeterend, maar in een lange aanhoudende toon, onderbroken door een repeterende tegenhanger. Zo versterft het motief langzaam, maar het blijft nog lang in je hoofd nagalmen.

Die afbouw aan het einde is minstens zo belangrijk in de opbouw van deze compositie. De climax is zeker het meest intense gedeelte waarbij je letterlijk en figuurlijk niet meer om de muziek heen kunt. Je moet het toelaten. Het einde geeft weer de rust en ruimte waarmee het muziekstuk begon, zo neem je langzaam weer afstand van die grootse en meeslepende beleving. Ik kan daar dus onwijs van genieten.

Dat gebeurt bij de uitvoering van Ko Zwanenburg in de Domkerk ook. De rinkelende bel en het gejoel buiten. Ze zijn er, maar je wordt zo in de Invocazione getrokken dat je al dat rumoer vergeet. Hier ben je even één met de muziek.

29 september 2017

Invocazione

Mogelijk is de Invocazione van Jan Welmers het eerste muziekstuk dat ik van Jan Welmers heb gehoord. Ik weet het niet zeker meer, het was op de radio in een opname van Ko Zwanenburg in de Utrechtse Nicolaikerk.

Invocazione is een imponerend werk dat vanmiddag hier in de Domkerk klinkt bij het Welmers Festival. De minimalistische orgelwerken ken ik vaak in vertrouwde uitvoeringen van bijvoorbeeld Berry van Berkum of Ko Zwanenburg. Ik hoorde de uitvoering van Invocazione ooit op de radio ergens begin jaren ’90.

Nu ik het zo hoor, kom ik onbetwist tot de conclusie: dit orgelwerk komt het beste tot zijn recht live in de kerk. Wat een prachtig orgelwerk is dit toch. De ruimte bepaalt voor een groot gedeelte de beleving. De aanhoudende herhaling van die ene toon. Wat een meesterwerk en wat is dit genieten.

Invocazione uit 1988 staat voor aanroep. Je zou het snel verwarren met het vorige week door Jan Hage gespeelde Litanie. Litanie is een jaar eerder gepubliceerd en is een minimal werk dat draait rond de kracht van de herhaling dan Invocazione.

Veel luisteraars verwarren beide werken en eigenlijk is dat een compliment voor beide werken. Het zijn namelijk allebei heel eigen werken, die als je ze apart beluisterd een vrijwel identieke beleving oproepen. Mogelijk levert dit die verwarring op.

Het experiment van Jan Welmers bij Invocazione is om zoveel mogelijk zeggen in zo min mogelijk noten. En daar slaagt Jan Welmers wonderwel in.

Lees het vervolg: Invocazione in de Domkerk

23 september 2017

Dromen en Jan Welmers

Maar liefst 3 dromen van Jan Hage gaan in vervulling bij het openingsconcert van het Jan Welmersfestival in Utrecht.

De organist vertelt voor het concert over zijn dromen. De 1e droom is het hele festival van ruim 2 weken dat gehouden wordt rond de Utrechtse organist en componist Jan Welmers. De 2e droom is een cd-uitgave met de complete orgelwerken van deze componist en de 3e en laatste droom is een boek over Jan Welmers.

3 dromen in vervulling

Laten nu alle 3 de dromen op hetzelfde moment in vervulling gaan. Naast de opening van het festival, is er de boekpresentatie en de presentatie van de cd-box met 3 cd’s waarop het complete orgelwerk van Jan Welmers is vastgelegd door Jan Hage. Alles gespeeld op het monumentale Domorgel.

Dan is er het prachtige boek De hemel draait nog dat Jan Hage samen met Jan Willem Cevaal, Hugo Bakker en Hans Fidom schreef over de Utrechtse componist Jan Welmers. Naast een uitvoerige beschrijving van het werk van Jan Welmers, is er ook informatie te vinden over het leven en de spiritualiteit in het werk van de componist. Ook is er een dubbelanalyse over het orgelwerk Sequens, net als de vele uitvoeringen van dit werk, verschillen de 2 artikelen wezenlijk van elkaar. Een boek waar ik zeker nog meer over ga schrijven.

Openingsconcert

Het openingsconcert van het festival bevat niet alleen orgelwerken van Jan Welmers, ook werk van zijn leerling en de uitvoerder Jan Hage en 3 stukken van de late Franz Liszt. De late Liszt vormt een inspiratiebron voor Jan Welmers. De selectie bij dit concert is muziek uit het late oeuvre van de 19e eeuwse componist. Hier heeft een waar muzikale kaalslag heeft plaatsgevonden, aldus Domorganist Jan Hage. Muziek teruggebracht tot de essentie, zonder opsmuk. Echt genieten en het geeft een extra duiding aan het werk van Welmers.

Nachtmuziek

Het concert opent met Von Gott will ich nicht lassen, Nachtmuziek. Een muzikale droom van Jan Welmers, waarin hij delen opvoert van de beroemde koraalbewerking van Bach. Enkele keren wordt het stuk zelfs letterlijk geciteert. Het indrukwekkendst is het moment dat de droom tot een heroisch hoogtepunt komt, waarbij de uitroep klinkt om niet in de steek gelaten te worden. Erg overtuigend en emoties oproepend.

Movements

De Movements, zijn 5 korte muzikale huzarenstukjes, teruggebracht tot de essentie van muziek. Met minimale middelen het maximale effect oproepend. Jan Hage voert ze zorgvuldig uit, waarbij ik vooral de registratie met trompetten en tongwerken van het orgel buitengewoon fraai vind klinken. Verder doorwrochte muziek waar ik niet altijd goed binnen kan dringen.

Psalm 146

Het contrast klinkt in Psalm 146 van de uitvoerder zelf. Wat een muzikale explosie! Dit is gigantisch genieten omdat de ruimte ook zijn werk doet. Het deel dat Jan Hage zelf zingt, samen met een rammelende tamboerijn, laat de uitbundigheid en de jubelstemming van deze vreugdevolle psalm horen.

Kreuzandachten

Dat geldt zeker niet voor de muziek van Franz Liszt, 3 delen uit de Kreuzandachten. Hierin is het genieten van de kleine klanken, vaak eenstemmig, in combinaties waarin het Domorgel van Batz zich van de subtiele klank laat horen. Ik kan hier erg van genieten. Ook omdat het mystiek oproept, verbonden met de ruimte. De donkere Domkerk versterkt deze mystiek, mooi hoe muziek zoveel meer bij je weet los te maken.

Litanies

Het afsluitende stuk is het minimal orgelwerk Litanies. Jan Welmers geniet vooral bekendheid vanwege zijn orgelwerken beinvloed door de minimal music. Vooral Laudate Dominum geniet internationale bekendheid. Litanies is eveneens een prachtig werk, gesitueerd om met minimale middelen het maximale te bereiken.

De beweging en de ritmes maken het tot een intense beleving. Dat weet Jan Hage op deze zaterdagmiddag heel overtuigend over te brengen in de Domkerk. Daarmee raakt hij net zo als dat hij met het eerste orgelwerk van dit concert deed.

Het ideale Welmersorgel?

Het Domorgel leent zich heel goed voor het werk van Jan Welmers, het bezit helderheid maar is tegelijker monumentaal in zijn klank. Dat bewijst Jan Hage ook. Verrast als ik ben over de snelle presentatie van Litanie, ik ken het ook in uitvoeringen van 20 minuten. Jan Hage speelt het in nog geen 13 minuten waarbij hij zeker niet gejaagd overkomt.

Sterker nog hij legt accenten op dit werk die ik niet herken uit andere uitvoeringen. Daarmee laat Jan Hage weer een nieuwe kant van dit werk horen. En dat verklaart mijn fascinatie voor Jan Welmers. Het is enerzijds de herkenning en tegelijkertijd steeds de eigen inbreng van de uitvoerder die het werk heel unieke ervaring geeft. Dat hoor ik ook hier in de Domkerk.