Posts tonen met het label lezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lezen. Alle posts tonen

03 januari 2025

De leeslijst van 2024


2024 is een leesjaar geweest zoals ik nog nooit gehad heb. Veel meer kan ik op dit moment ook niet. Het schrijven valt mij zwaar. Het lukt in zeer beperkte mate en daar blijft het bij. Het lezen is heerlijk. Al bespreek ik geen boeken en maak ook minimaal aantekeningen bij wat ik lees. Ik geniet vooral en laat mij meenemen door het verhaal. Heerlijk om zo uit de dagelijkse werkelijkheid te ontsnappen.

Romans

Wat een prachtige boeken heb ik dit jaar mogen lezen. Ik heb er echt immens van genoten. Ik mocht de nieuwe romans van Jan van Aken, Ilja Leonard Pfeiffer en Christiaan Weijts lezen. Daarnaast de 3 romans die Louis Paul Boon schreef over het Aalst rond 1900. Niet zo vernieuwend als bijvoorbeeld De Kapellekensbaan, maar zeker wel de moeite van het lezen waard.

16 april 2024

Eerste en laatste regel


De dichtbundel Zombie zoekt zielgeno(o)t van Jan Lauwereyns bevat aan het einde een gedichtencyclus van 15 gedichten. Ze heten 'Pijnboomheuvel, Een heuse zombiekrans'.

Met de gedichten is iets bijzonders aan de hand. Ze hebben een heel strakke structuur. Als je begint met lezen, valt het niet eens zo op. Ik zag bijvoorbeeld de rijmwoorden helemaal niet eens. Net als dat alle gedichten 14 regels tellen, met een rijmschema: a - a - b - c - c - b - e - e - f - g - g - f - h - h.

Eerste en laatste regel

Ik merkte bij het 3e gedicht dat de laatste regel van het vorige, de eerste is van de laatste. Terwijl ik zo doorlas, vroeg ik mij af of er niet een leuk gedicht van zou zijn te componeren. Alle regels die het lyrisch ik herhaalt, komen dan in een nieuw gedicht terecht.

Ik had het rijmschema nog niet ontdekt en bedacht dat het leuk zou zijn om dat gedicht te schrijven in een blog. Het zou dan zo worden:
Probeer een vluchtbeweging, ontsnap aan de leegte die neigt
In alles om niets, je Pinus van Thunberg knikt en zwijgt,

Je pijnboomgeest vertoont zich, voorgrondwezen van blijven,

Naar waarheid die achter prikkels en feiten een puntje zet,
Bij wijlen schijnt de tegenspraak een binnenpret,

Omwille van het vlieten zal het nu beklijven,

Omwille van het drijven zal het hier vergaan,
Met lef van doodsverachting ontdoe je wat nooit is gedaan,

Het mos beraamt, met bittere tranen voor zoete regen,

Een nachtvlinder fladdert zijn onherhaalbare vleugelslagen
Uit liefde voor boze en drang naar kwadere dondervlagen,

Van pissebedden kun je leren het rotten vegen,

Erg ver in elders of vroeger of later ben je niet,
Lees liever het hopen van stoffen in wat je voor je ziet.
Ik ben gek op structuren. Ze geven mijn creatieve maar zeer wild fladderende brein een beetje richting. Ik snap zeker dat veel hedendaagse dichters helemaal niet van structuren houden. En het zoveelste sonnet kan je als dichter snel de keel uit hangen. 

Rijmdwangmatig

Ik heb zelf daarom bijvoorbeeld weinig plezier aan de plezierdichter Driek van Wissen. Terwijl zijn vriend en mededichter Jean Pierre Rawie net zulke structuren gebruikt, maar veel minder (rijm)dwangmatig overkomt. 

Zelf schrijf ik vooral haiku's en heb een eigen vorm gevonden in gedichten die strakke vormen in lettergrepen krijgen. Het lettergrepen tellen dwingt mij om beter na te denken over de tekst. 

Het scherpt mij om zo min mogelijk woorden te gebruiken om precies dat te zeggen wat ik wil zeggen. De verrassing bij het sonnet in de zoektocht naar rijmwoorden ben ik meer en meer als hindernis gaan beschouwen.

Pijnboomheuvel

Tot mijn verbazing zie ik aan het einde van de cyclus precies dit gedicht staan met de titel: 'Pijnboomheuvel'. Bovendien houdt hij de strakke structuur van de andere gedichten hier ook aan, compleet met rijm. Net als dat het ook een bijzonder gedicht oplevert dat niks onderdoet aan de rest. 

Blijft bij mij de vraag of hij dit gedicht het eerst heeft geschreven of dat het al schrijvend is ontstaan, zoals ik het ervaren heb bij het lezen.

de structuur een huis
palen, muren, dak
ramen om uit te kijken


Jan Lauwereyns: Zombie zoekt zielgeno(o)t, Gedichten. Koppernik, 2023. 69 pagina's. 

07 april 2024

Driedubbele zetfout - #zkv #wow #wot #aandacht #lezen

Je hebt van die boeken die je van de bibliotheek leent of tweedehands koopt, waarin een lezer een fout onherstelbaar heeft verbeterd. Meestal met potlood, maar soms met pen. Dat zijn de ergste.

Terwijl de meeste fouten eigenlijk best aandoenlijk zijn. Het is jammer als je erop gewezen wordt. Dat lijkt dan het meeste op een mop die je niet snapt en iemand dan uitlegt. Daar hoef je ook nooit om te lachen. Zelf de fout ontdekken is veel leuker.

Ik lees in Hans van Straten De omgevallen boekenkast op bladzijde 207:

Weer een parel gevonden voor mijn collectie betekenisvolle zetfouten, een fout zo onopvallend dat hij nu al minstens vier drukken in het voorbericht staat van het Latijns-Nederlands Woordenboek van Dr. J.F.J.Fontijn: 'Het eerste deel van dit woordenboek is bewerkt naar het Lateinisch-Deutsches Schwulwörterbuch von Prof. K.E.Georges...*

Het * betekent dat er achterin nog een aantekening staat. Daar staat op pagina 343 bij 203:

Pas later ben ik erachter gekomen dat er in deze zin nog een repeterende zetfout staat. Dr. J.F.L.Fontijn heeft nooit bestaan, de bewerker was dr. J.F.L.Montijn, een bekend classicus uit de late jaren van de vorige eeuw.

De grap is de zetfout in de zetfout, want de aantekening heeft betrekking op iets op pagina 207 en niet op pagina 203 zoals er nu voor staat.

gekleefd op papier
zwijgen de letters bedrukt
ontsnapte aandacht

WoW

WoW is een initiatief van Irene en Karin. Deze week schrijven we over aandacht.

21 februari 2024

Melancholie en de klap


Het voorjaar begint eerder dan ooit. Ik heb de eerste merel al horen fluiten. Het was toen ik op de fiets reed naar mijn werk. Ik fietste - hoe toepasselijk ook - door Vogelhorst en hoorde duidelijk hoe de merel floot. Het voorjaar is begonnen.

Er is een gedicht met de merel erin dat ik prachtig vind. De melancholie sleept je mee. Het heet 'Tuin Dordrechts Museum'. Ik kan het niet lezen zonder een traan te laten. De melancholie die het lyrisch ik meteen bij je losmaakt, waarna elk woord je raakt.

Als ik gestorven ben
zal in de tuin van dit museum
boven het warrig bladerengedruis
een merel net zo helder zingen
op net zo'n late voorjaarsdag.

En ik, ik zal er niet meer zijn
om door dit zingen te vergeten
dat ik moet sterven mettertijd.

Het vergankelijke leven kleeft aan deze woorden. Je voelt de weemoed van de verloren tijd en het gestorven zijn. Het grijpt je in het hart. Je hartspier trekt samen van het verdriet, hier straks niet meer te zijn. Het lyrisch ik gaat verder. Lees door, lees door.

Maar aan de andre kant zal ik
- je weet maar nooit -
veel langer leven dan die vogel.
En als ik toch onder de zoden lig
dan zal mijn zoon nog eens
een merel net zo horen klinken
op net zo'n late voorjaarsdag.
En hij zal weten wie ik was
en ach, een vogel weet van niets.

Dit kan niet meer mis gaan. Uit deze mystieke bubbel kun je nooit meer komen. Hier wellen en vallen tranen. Tot tuiten toe. Niks meer aan te redden. Je voelt je reddeloos verloren. Er is nog één couplet:

Maar aan de andre kant alweer:
als merels aan hun vaders konden denken,
wellicht dat ze dan krasten als een raaf.

Auw, wat doet dit pijn zeg. Je bent helemaal gewend aan het donker. Voelt hoe de melancholie om je heen geslagen is. Dan schijnt opeens het felle licht je in de ogen. Een zoekactie van de politie. Leg neer die tranen!

Kun je er nog wat aan doen? De dichter Jan Eijkelboom uitschelden. Hoe heb je dit kunnen maken! En al het mooi in 1 klap gebroken. Alsof je vindt dat je ook maar een mens bent en al het goddelijke dat je opriep, ter plekke moet verdelgen.

Het is gelukt. En je ziet hem lachen, besmuikt in zijn vuistje. Alsof een mooi gedicht eigenlijk verboden zou moeten zijn.

06 januari 2023

Leeslijst van 2022 - #readingchallenge


Ik heb meer dan ooit gelezen in 2022. Veel titels en ook veel poëzie zit er tussen. 's Avonds als ik mijn rug recht, lees ik meteen een gedicht. Heerlijk om te doen en zo zijn er flink wat gedichtenbundels door gegaan. Ook heb ik weer wat meer boeken besproken voor Voertaal. Ik heb nu een definitieve overstap gemaakt - na ruim 20 jaar - van Litnet - neerlandinet naar de interglossale website Voertaal.

Voor het eerst heb ik ook het aantal pagina's bijgehouden. In totaal las ik 93 titels - bijna het omgekeerde van de hoofdredacteur van Hebban met 29 - en ruim 20.000 bladzijden (20.281). Een recordaantal. Komt ook door een paar flinke pillen van Hella Haasse die op mijn lijstje stonden voor het lezen van deze schrijfster. En wat een werk. Ik heb echt genoten. Ook heb ik een paar moderne klassiekers voor het eerst gelezen zoals Joe Speedboot en Boven is het stil.

Hoogtepunten in 10 boeken - stiekem 12!

  1. Herman Hesse: Siddharta. Wat een boek. Op aanraden van mijn oud-medestudent Said el Haji. Zo mooi als Hesse het verhaal uitspint. Het stimuleert mij bij het schrijven van sprookjes. Die stijl heel ergens ver weg weten te benaderen.
  2. Ida Simons: Een dwaze maagd. Een boek dat in hetzelfde jaar uitkwam als Mulisch' Stenen bruidsbed. In 1959 verkocht dit boek meer dan Mulisch maar is nu totaal vergeten. Ik ben onder de indruk van haar schrijfstijl en enorme dosis humor. Een schrijver die iedere scholier zou moeten lezen voordat hij aan De aanslag begint. 
  3. Joseph Roth: Job. Wat een verhaal. Een hervertelling van het beroemde bijbelverhaal.
  4. Hella Haasse: Mevrouw Bentink. Misschien wel een roman over de eerste feministe. Hella Haasse weet haar prachtig neer te zetten in deze dubbelroman. Meteen daarna het indrukwekkende - en niet minder dikke - verhaal van de revolutionair Van der Cappelen in Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern.
  5. Ida Simons' andere roman Als water in de woestijn. Helaas niet af, maar zo veelbelovend en hier enorm veel humor. Zeker de moeite om te lezen.
  6. Rodaan Al Galidi: De onbekende belevenissen van prins Willem-Alexander. Roman waar ik ontzettend om gelachen heb, maar die ook de tegenstellingen in ons land zo treffend blootlegt. Echt een schrijver naar mijn hart.
  7. Vrouwkje Tuinman: Lijfrente. Hoe eenvoudige taal prachtige poëzie oplevert. Zo indrukwekkend. Ik heb genoten van haar gedichten. Meerdere keren gelezen.
  8. F. Starik: Leven als museum. Een boek dat misschien wel een autobiografie, fotobiografie en biografie in 1 is. Gemaakt van het geld dat Vrouwkje Tuinman kreeg voor de grote poëzieprijs voor Lijfrente.
  9. Jolande Withuis: Geen tijd te verliezen, Jeanne Bieruma Oosting. Biografie van een zeer eigenzinnig en echt vrijgevochten kunstenaar. De reden om de expositie in Zutphen te bezoeken. Een gedeelde plaats met het stripverhaal Ik ben mijn muze van Loes Faber. Het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke kunstenaars is dat mannen altijd een vrouwelijke muze nodig lijken te hebben (ik ook) en vrouwen hun eigen muze zijn.
  10. Klassieker van Daniel Kahneman: Ons feilbare denken. Hoe onze hersenen eigenlijk werken; of eigenlijk hoe ons gedrag gestuurd wordt door 2 breinen die elkaar ook nog eens misleiden. Een boek dat vooral gelezen wordt om beïnvloeding te misbruiken in communicatie. Andersom lezen, helpt ook. Waarom waren mensen zo bang voor COVID en hoe kan het dat het dat iemand toch aan de loterij meedoet?

Goddelijke komedie herlezen

De vele fragmenten uit Dantes Goddelijke komedie heb ik hier niet opgenomen in de lijst, maar eindelijk ben ik verder gaan lezen. Ik blog er zelfs elke week over op mijn nieuwe blog met oude blogs over dit boek. Het laatste deel is aan de beurt, dit keer met tekeningen. 

Zelf geschreven

Zelf heb ik 4 sprookjes geschreven voor mijn 3 neven en nichtje. Een boekje erbij gemaakt om het ook echt fysiek voor ze te maken. Ook begon ik met mijn wekelijkse meeleeslijst. Heerlijk, wat een feest om te doen.

Komend jaar heb ik minder tijd om te lezen en te schrijven. Deze 2 onderdelen waren voor mij afgelopen jaar het medicijn om er weer enigszins bovenop te komen. Helaas minder medicatie, maar hopelijk genoeg energie en inspiratie om verder te schrijven.

Leestips met motivatie zijn altijd welkom. Laat hem gerust achter in de reacties onder deze post. En voor de liefhebber: de hele lijst. 

Lijst met gelezen boeken in 2022

  1. Mona Hovring: Omdat Venus op de dag dat ik werd geboren een alpenviooltje passeerde (140 pp) 
  2. Godfried Bomans: Sprookjes (160 pp) 
  3. Godfried Bomans: Pieter Bas (206 pp) 
  4. Posthumus: Alle problemen begonnen met van Riebeeck (350 pp) 
  5. Ingrid Winterbach: Roerige tijden (250 pp) - voor 2e keer
  6. Celine Koops: In alle staten, een reismysterie (237 pp) 
  7. Jak Boumans: De Allereerste Almeerder: Wim Leemans (84 pp) 
  8. Remco Campert: Katten en katers (270 pp) 
  9. Wessel te Gussinklo: Op weg naar de Hartz (501 pp) 
  10. Hella Haasse: Oeroeg (128 pp)
  11. A. L. Snijders: De libelleman (324 pp) 
  12. Marleen Stikker: Het internet is stuk, maar we kunnen het repareren (260 pp) 
  13. Joseph Roth: Job (207 pp)
  14. Odilie Damhuis: Een leven vol avontuur (108 pp) 
  15. Ton van Reen: Klein volk, De geschiedenis van de kabouter (188 pp)
  16. Godfried Bomans: In alle ernst, De keuze van Joost Prinsen (259 pp)
  17. Adriaan van Dis: Vijf vrolijke verhalen (160 pp)
  18. Milo van Bokkum: Grensstreken (224 pp) 
  19. Hermann Hesse: Siddhartha (138 pp) 
  20. Drs P.: Vergilius: Mijn reis met Dante door de hel (96 pp) 
  21. Marten Toonder: De maanblaffers (74 pp) 
  22. Norbert Peeters: Wildernis-vernis, een filosoof in het Vondelpark (144 pp) 
  23. Op reis met een Javaanse edelman, De reizen van raden mas arjo Poerwolelono. Judith E. Bosnak (inleiding) en Frans X. Koot (vertaling). (286 pp) 
  24. Aleid Truijens: Leven in de verbeelding, Hella S. Haasse, 1918-2011 (598 pp)
  25. Hella Haasse: Huurders en onderhuurders, Een fictie (148 pp)
  26. Ton Eggenhuizen: De knobbelzwaan (270 pp)
  27. Adriaan van Dis: KliFi, Woede in de republiek Nederland (208 pp) 
  28. Ilja Leonard Pfeijffer: Monterosso min amour (92 pp) - boekenweekgeschenk
  29. Marieke Lucas Rijneveld: Het warmtefort (62 pp) - boekenweekessay 
  30. Ilja Leonard Pfeijffer: Quarantaine, Dagboek in tijden van besmetting (224 pp)
  31. Hans Fallada: De drinker (318 pp) 
  32. Mayim en Marcel Kolder: Mayim, Levend water, zo heet ik, zo ben ik. Autobiografie over het leven van Mayim in een wereld vol beperkingen (184 pp)
  33. Starik: Leven als museum (192 pp) 
  34. Vrouwkje Tuinman: Lijfrente (64 pp) 
  35. Ida Simons: Een dwaze maagd (206 pp) 
  36. Rodaan Al Galidi: De onbekende belevenissen van prins Willem-Alexander (158 pp)
  37. Hella Haasse: Een gevaarlijke verhouding of Daal-en-Bergse brieven (160 pp)
  38. Leeeintveld e.a.: 't Liefste pad, Hofwijck tuin in oude luister hersteld (30 pp) 
  39. Hella S. Haasse: Mevrouw Bentinck (815 pp) 
  40. Hans van Cuijlenborg: De wilde tuin, handleiding voor lui tuinieren (144 pp)
  41. Floor Milkowski: Wij zijn de stad, de buitenwijk als kloppend hart (108 pp)
  42. Charles Bukowski: De laatste nacht van de aarde, gedichten (432 pp)
  43. Els van Steijn: De fontein, vind je plek door inzicht in je familiesysteem (314 pp) 
  44. Niek Miedema, Jan Schilt en Joos Kat: Een lange eeuw idealisme, Uitgeverij Wereldbibliotheek 1905-2015 (510 pp)
  45. Wim Boot en Henk Akkermans: Een regenjasje voor het aapje, Een integrale vertaling van Basho’s Sarumino (372 pp); ook een bespreking op Meander
  46. Ode aan de zon, 40 jaar festival Sunsation (76 pp)
  47. Jurriën Rood: Lentz, De man achter het persoonsbewijs, Een filosofische biografie (460 pp)
  48. Ilja Leonard Pfeijffer: Idyllen, Nieuwe poëzie (184 pp)
  49. Frans Peeters: Koningsmoord op het Loo (288 pp)
  50. Ida Simons: Als water in de woestijn (224 pp)
  51. Jack Kerouac: Eenzame reiziger (278 pp) 
  52. Joost Conijn: Piloot van goed en kwaad (208 pp) 
  53. Theo Kars: De vervalsers (256 pp) 
  54. Theo Kars: De huichelaars (182 pp)
  55. J.C. van Schagen: Ik ga maar en ben (252 pp)
  56. Marijn O'Hanlon: Een jaar in de tuin van White Stork Farmhouse (254 pp) 
  57. Hella S. Haasse: De wegen der verbeelding (144 pp) 
  58. Rob van Olm: Dit gooi ik nooit weg, bijzondere verhalen over persoonlijke voorwerpen (192 pp) 
  59. Mirjam Remie: Het gymnasium, het verhaal van een eigengereid schooltype (256 pp)
  60. Martin Klepke: Het geluid van het spoor, Een arbeidersfamilie in verzet (252 pp) 
  61. Hella Haasse en prof. Jackman: Een vreemdelinge in Den Haag. Uit de Brieven van Koningin Sophie der Nederlanden aan Lady Malet (282 pp)
  62. Hooglied (30 pp) 
  63. J.C. van Schagen: Wat blijfsel overbleef (287 pp) 
  64. Gerbrand Bakker: Jasper en knecht (393 pp) 
  65. Henry Sepers: Stofloze afdruk,  gedichten (93 pp) 
  66. Jolande Withuis: Geen tijd verliezen, Jeanne Bieruma Oosting (477 pp) 
  67. Antjie Krog: Broze aarde (47 pp) 
  68. Tijl Nuyts: Vervoersbewijzen, gedichten (92 pp) 
  69. Emma Crebolder: Uitlichten, gedichten (63 pp) 
  70. Gerbrand Bakker: Knecht, alleen (288 pp) 
  71. Tommy Wieringa: Joe Speedboot (316 pp) 
  72. Gerbrand Bakker: Boven is het stil (264 pp) 
  73. Vasalis: Gedichten (130 pp) 
  74. Hella Haasse: Berichten van het Blauwe Huis (136 pp) 
  75. Joyce Bergvelt: Commandeur van de Kaap (336 pp)
  76. Jacobs Bos: Wie de geest krijgt (62 pp) 
  77. Loes Faber: Ik ben mijn muze (214 pp) 
  78. Leen Ouweneel: Regenten en de Waterlinie in het rampjaar (268 pp)
  79. Mustafa Stitou: Waar is het lam (96 pp) 
  80. Alara Adilow: Mythen en stoplichten (112 pp) 
  81. Hella S. Haasse: Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern (595 pp) 
  82. Anton de Kom: De balatableeder en andere gedichten (40 pp) 
  83. Eddy D'Haenens: Het werd tijd, gedichten (71 pp) 
  84. Halima Saccoh: Levensboek, The untold story (120 pp) 
  85. Joke Huisman: Ondanks alles (61 pp) 
  86. De reis van Sint Brandaan, berijmd en bewerkt door Anke Passenier (123 pp) 
  87. Arie Pos: De wording van Gerrit Komrij, biografisch portret (222 pp) 
  88. Agnitz de Ranitz: Clara, De eerste neushoorn in Nederland (250 pp)
  89. Lisa Weeda: Aleksandra (347 pp) 
  90. A. L. Snijders: De taal is een hond (288 pp) 
  91. Daniel Kahneman: Ons feilbare denken, Thinking, fast and slow (527 pp)
  92. Wessel te Gussinklo: De expeditie gevolgd door Het meesterwerk (335 pp)
  93. Gerard Reve: De avonden (222 pp)

22 september 2022

Weglopen - #ZKV #WoT

Even sigaretten halen, zegt de man en hij trekt de deur achter zich dicht. Daarna komt hij nooit meer terug. Het is altijd al donker als hij dat doet. Of hij echt het sigarettenautomaat bezoekt en zich dan bedenkt. Ik weet het niet. 

In de roman Joe Speedboot van Tommy Wieringa laat Papa Afrika zijn nieuwgebouwde schip te water. Er is een hele receptie om de tewaterlating te vieren.

Papa Afrika verdween in de bocht van de rivier, men keerde terug naar de tafel met limonades, bier en hapjes. Meneer Eilander liet zijn schoenen uit en wachtte aan de waterkant op de terugkeer van het schip. Mussen namen stofbaden in het zand onder de populieren, het was vrede op aarde. Regina's ogen dwaalden steeds af naar de rivier.

Hij komt niet meer. Ze rijden met de auto nog een stuk de dijk af tot aan de brug. Ze vinden hem niet. De politie ontvangt het opsporingsbericht, maar van Papa Afrika en het schip geen spoor.

Hij komt net als Berend Botje nooit weer om. Of hij naar Afrika is gevaren met zijn traditionele Egyptische zeilboot of toch uitgeweken is naar Amerika, blijft onduidelijk in de roman. Hij is weg en komt niet meer terug.

In het Engels haalt iemand melk om nooit meer terug te komen. In Australië is het een ritueel van jongemannen. Ze verlaten het ouderlijk huis en zwerven maanden door de outback. Als een jonge wolf die het nest verlaat en honderden kilometers rondzwerft voor hij zijn nieuwe leefgebied vindt. Het is een heus ritueel waarbij een groep mannen zich verzamelt en samen verder trekt.

Als Paul Theroux in De gelukkige eilanden het huis ontvlucht, merkt hij op dat zijn reis is als een Walkabout:

Ik was almaar op reis gebleven, net als de man die even uitgaat om een krant te kopen en nooit meer terugkomt. Die man was ik. Ik was verdwenen. Er was nu geen reden meer om terug te gaan. Niemand miste me.

De neiging van veel mensen om op vakantie te gaan, te reizen, het vliegtuig te pakken naar verre oorden, zit in die vlucht. De vlucht naar het onbekende om het alledaagse te vergeten. Het is een drang, een aanval van waanzin. Het wezen dat rondjes rent achter zijn eigen staart.

In de roman Moederland doet de ik-verteller hetzelfde. Bij een etentje met zijn familie, wordt het hem opeens teveel. Hij staat op en zegt dat hij even naar de wc is. Daarna vertrekt hij en laat zijn familie achter. Als hij vier uur later terugkomt, is iedereen vertrokken. Later blijkt het een gewoonte te worden van de verteller.

Het lijkt mij heerlijk om dit te doen. Ik weet zelf eigenlijk niet waarom ik het niet gewoon doe. De beschaving. Waarom niet gewoon gaan als je het zat bent, er geen zin meer in hebt. Gewoon opstaan en vertrekken.

Zonder een woord.

Misschien moet ik het maar eens doen. Ik kan altijd weer terugkomen.

14 april 2022

Materialisme - #WoT

Aan alle spulletjes zit een verhaal. Een boek, een briefje, een koffievlek, een poster, een aquarium, een appel of een serie briefjes op de koelkastdeur.

Het leven van verzamelen is een poging om iets achter te laten. Als een ekster sleurt de verzamelaar van alles mee zijn nest in om het een plekje te geven. Aan de muur of in de kast. Overal bergt hij zijn kostbaarheden.

Het leven van de dichter en schrijver F. Starik (pseudoniem van Frank von der Möhlen, 1958 – 2018) is een museum. Dat bewijst de tentoonstelling in het Amsterdamse stadsarchief wel. Net als het prachtige boek met gedichten en heel veel foto’s.

6 vitrines leven

Foto’s van documenten, brieven, enveloppen. Foto’s van foto’s. Een aquarium, een mailtje. Alles zit in het boek. De 6 vitrines in het Amsterdams stadsarchief doen de rest. Uitgesneden in lagen over elkaar verrijzen heuse kunstwerken. Het appartementencomplex van de ziel.

En al die spullen. De dingen waar ik mij een jaar of 5 terug van bevrijdde. Jarenlang sleepte ik met die beroemde dozen, meegezeuld van verhuizing naar verhuizing. Ongeopende tijdboxen die op zolder een laagje stof sparen. En wat zit erin.

Het verschil met het huis van F. Starik dat bij zijn overlijden leeggehaald is, is dat ik zelf opruimde en de tijd schifte. Sommige dingen weggaf. Duizenden boeken van mij kregen een bestemming op de verkooptafel voor het opknappen van het Knipscheer-orgel.

De boeken die overbleven van Starik: Eenzame uitvaart en een andere bundel over eenzame uitvaarten van zijn hand. Het is een schamele hoeveelheid waar sinds zondag een nieuw boekje is bijgekomen: Leven als museum.

Eigen altaartje

Ik heb contact met zijn weduwe, de dichteres Vrouwkje Tuinman. Ik wil wel een boek van die bijzondere uitgave: Leven als museum. Ze schrijft er zo liefdevol over. Het lijkt me wel wat. Zeker omdat het zweeft tussen een egodocument vol met foto’s, papieren en andere gedenkwaardige afbeeldingen. Ik wil dat wel. Helemaal omdat er bij het boek een prachtige pop-up zit die je kunt openklappen waaruit de letter F oprijst. Een innemende constructie waarmee je je eigen altaartje maakt.

Dat is toch wel het doel van een museum, het leven zin geven, het leven vastleggen. Ook als je er niet meer bent, blijft het over. Net al als het schrijven, een afdruk achterlatend die de mensen na je ook zullen begrijpen. Of zoals Vrouwkje het zei bij haar presentatie bij de tentoonstelling ‘Eeuwig in aanbouw’ in het Stadsarchief Amsterdam: ‘Ik vroeg de fotografe Andrea Stultiens of ze wilde komen. We moeten het huis nu fotograferen voor het onttakeld wordt. Vanaf nu is er steeds een stukje minder van hem. Daarom moeten we er nu mee beginnen het vast te leggen.’

Het hoofd binnenstappen

Het huis laat op dat moment precies zien hoe F. Starik zich op dat moment voelde. Waar hij mee bezig was. ‘Het is alsof je in zijn hoofd binnenstapt dat altijd in aanbouw is. Het project is ook niet klaar. Het gaat altijd door.’

De onttakeling van het huis is een deel van het verhaal. Starik is geen verzamelaar zoals er veel zijn. Hij is ooit begonnen met een project in een leegstaand huis voordat het gesloopt werd. Het werd het Starik Museum; een leven als museum. Hier stalde hij in 1992 en 1993 allerlei voorwerpen uit zijn leven.

Het museum vertelde aan de ene kant zijn verhaal en aan de andere kant juist niet. Soms is een voorwerp een voorwerp, maar vertelt het altijd een verhaal? Het verhaal doet er soms juist afbreuk aan. De gieter die in de deuropening staat, staat daar. Moet de toeschouwer dan het verhaal erbij weten, of mag hij dat er zelf bij verzinnen?

Verbeeldingskracht

Het vraagt ook veel verbeeldingskracht van de kijker. Dat zie je ook terug in bijvoorbeeld musea. Kijkers worden gestuwd door verhalen, lopen met koptelefoons rond, zien hun omgeving niet eens en kijken rond met een lege blik als vissen in een vissenkom.

De verhalen die bij het kunstwerk zouden horen, zijn dat ook de verhalen die de kijker bij het kunstwerk ziet? De kijker heeft net zo’n grote rol als degene die de tentoonstelling inricht. De laatste hoeft niet altijd het verhaal te vertellen, maar de toeschouwer zijn eigen verhaal laten maken.

Dat zie je ook terug in de tentoonstelling in het Stadsarchief van Amsterdam. Het gaat om enveloppen, brieven, posters, kattebelletjes, schetsen, korte notities, een bonnetje, een bankafschrift, schoenen, overhemden, maatpakken en andere dingen zoals die in elk huis rondzwerven.

Vastleggen

De grens tussen het ‘gewoon’ ontruimen van een huis na een overlijden – waar heel veel mensen over kunnen meepraten – of het vastleggen van een huis hoe het erbij staat voordat het wordt leeggehaald. Het fotograferen van het huis van de overledene zou ik iedereen aanraden. Het geeft namelijk ook een inkijkje in iemands leven.

Ik weet ook, op dat moment ben je daar helemaal niet mee bezig. De banken, de stoelen, het bed, de kasten, boeken, paperassen en snuisterijen moeten weg. Het huis moet leeg en schoon. Dat zie je ook terugkomen in het boek Leven als museum.

Je ziet foto’s van een huis dat kaler en kaler wordt, zijn inwendige verliest. Het is de energie die je voelt als je in oud huis komt wonen. De geur, ervaringen en het leven van de oude bewoners is er nog. Het zal geleidelijk het huis vervluchten en plaatsmaken voor jou als nieuwe bewoner. Iets wat je helemaal niet zo ervaart als je in een nieuw, versopgeleverd huis komt wonen.

Schuilend leven

De tentoonstelling in het Stadsarchief Amsterdam vult het boek mooi aan. Of het vormt een inleiding hierop. Je ziet de dingen: een jasje, een hemd. De achtergelaten medische apparatuur na zijn overlijden. De bril en de schoenen. Of posters, stempelapparaten, notitieboekjes, een pen. Overal schuilt iets van zijn leven.

Dat maakt musea ook zo inspirerend. Vooral huismusea zoals Huis Doorn of het Patriciërshuis in Dordrecht. Je ziet het leven uit die tijd. Je ziet de persoon. Het leven als museum. De spullen die overblijven en het verhaal vertellen. De spullen die de persoon die er niet meer is, aanwezig houden.

Dat zegt Vrouwkje Tuinman ook bij de presentatie in het stadsarchief waar de tentoonstelling ‘Eeuwig in aanbouw’ is van 6 vitrines, evenveel schuiflades en wat objecten. ‘Dit hele project is voor mij ook een manier om hem in leven te houden.’

Vergankelijkheid van een mandarijn

Zo grasduinend door de spullen, leert ze hem ook beter kennen. ‘Dan vind ik iets uit 1978 en dan denk ik: o, daar was je toen al mee bezig.’ Ze illustreert het aan de hand van de foto’s van bedorven fruit waar Starik een obsessie voor had. Wekenlang kon hij de vergankelijkheid van een mandarijn volgen.

Op het filmmateriaal dat ze laat zien bij de presentatie, volgt hij het leven in zijn aquarium: de groei van algen, de komst van een appelslak, de vervuiling van de steentjes op de bodem. Beeldmateriaal dat wordt gedigitaliseerd. Meters Video8-band.

Het roept de vraag op wat je kunt bewaren en wat niet. De schifting die ik een aantal jaren geleden maakte, was lastig. Spullen wegdoen is ook het loslaten van een deel van je leven. Zo voelt het als je je eigen huis opruimt. Ook spullen mogen er zijn, maar niet tegen elke prijs. Soms kan de rotzooi opruimen, heilzaam werken.

Net als wat Vrouwkje gedaan heeft met veel spullen van Starik heb ik ook heel veel documenten gefotografeerd en op die manier vastgelegd en behouden. Het roept niet die herinnering op die het oproept als je het echt vasthoudt, maar geeft een prima vervanging. En neemt minder ruimte in.

Zo blijven de spullen toch een beetje bewaard.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is het woord: Materialistisch. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

30 november 2021

Erasmus en ik

Erasmus, ik voel mij met hem verbonden. Erasmus uit Rotterdam. Ik ben er net als hij ook geboren en te vroeg vandaan gehaald. Ik voel mij zelf ook een Rotterdammer in ballingschap. Het standbeeld van De Keijzer uit de 17e eeuw dat nu bij de Laurenskerk staat, spreekt tot de verbeelding. Zeker met het verhaal erbij dat als de klok slaat, Erasmus een bladzijde uit het boek omslaat.

Geboorteplaats Rotterdam

Niet alleen de geboorteplaats Rotterdam is wat mij bindt aan Erasmus. Ook zijn enorme liefde voor boeken. Ik zal niet zeggen dat ik net zo belezen ben als hij, want daarvoor is een mensenleven te kort. Ook zijn talenknobbel komt niet overeen. Want wat een enorm taalgevoel en taalkennis bezat Erasmus. Daar kan ik nooit aan tippen.

Wel komt de liefde overeen voor boeken. Een leven zonder boeken is onhoudbaar, stelt Erasmus. Die heel eigen wereld die spreekt uit de bladzijden. Als je echt lekker leest, ben je namelijk even helemaal van de wereld. Je mag mee in het hoofd van iemand anders.

Afkomst

Het leven van Erasmus is gehuld in veel geheimen. Over zijn afkomst is veel onduidelijk. Hij heeft veel beweringen gedaan over zijn leven die niet altijd waar zijn. Hij is een bastaardkind. Dat maakt hem extra bijzonder. Net als dat hij Rotterdam toevoegde aan zijn naam. Hij is er zo goed als zeker geboren. De jaren dat hij Nederland gewoond heeft, woonde hij in Gouda, Deventer en later in een klooster in de buurt van Gouda. Daarmee zou Gouda meer aanspraak mogen maken op Erasmus dan Rotterdam. Hij is er in elk geval verwekt.

De biografie van Sandra Langereis heb ik verslonden. Wat een prachtig boek is dat zeg. En ze heeft zich daarmee aan een lijst met prominenten vervoegt. Ook Huizinga schreef een biografie over Erasmus. En dat is niet de minste. Je moet wel van goede huize komen om je aan zo’n project te wagen.

Inbedden

En dat is gelukt. Wauw, wat een biografie. Waar ik erg enthousiast ben is dat Langereis het leven van Erasmus goed in zijn tijd weet in te bedden. Ze schetst een beeld van de tijd waarin hij leefde en alle onderwerpen die in die tijd speelden. Europa werd beheerst voor dogma’s en door bijbehorende eigenzinnige vorsten. Erasmus wist hier doorheen te laveren. Waanzinnig knap.

De invloed van de drukpers, waarvan Erasmus als één van de eerste heel goed gebruik van wist te maken. Hij geldt als absolute bestseller-auteur. Wat later verslagen door de minstens zo behendige en veel commerciëler ingestelde Maarten Luther. Toen Erasmus zich niet voor Luthers karretje liet spannen, maakte Luther hem meteen tot tegenstander. Hierdoor is het gedachtegoed van Erasmus door reformatoren altijd met een zekere argwaan bekeken.

Taalwetenschap en exegese

Doodzonde, want Erasmus staat aan de basis van de moderne taalwetenschap en exegese. Het lezen van de biografie opent je ogen. Wat een bijzonder mens is Erasmus. Daarbij beschikte hij over een ongekend netwerk aan contacten met andere humanisten binnen Europa. Hij was een belezen reiziger die in contact met alle belangrijke intellectuelen in Frankrijk, Engeland en Duitsland stond. Heel indrukwekkend.

Daarbij geeft biograaf Sandra Langreis ook nog eens een schitterende inkijk in de boekdrukkunst en vooral in het vertaalwerk van Erasmus. De herontdekking van buitengewoon veel klassieke werken. Hoe belezen Erasmus was in het Grieks en hij daarbij ook feilloos teksten van het origineel wist te reconstrueren. Je krijgt dan alleen maar ontzag.

Met een boek in een hoekje

Een boek dat een feest is om te lezen. Iets wat absoluut bij een belezen mens als Erasmus hoort. Voor hem is een leven zonder boeken onhoudbaar. Dus, kruip snel met dit boek in een hoekje!

Lees mijn boekbespreking over Erasmus dwarsdenker op Voertaal

14 november 2021

Een avond ongemak

Emma ken ik van Blogpraat. Ze schoof op een dag aan en is niet meer weggeweest. Haar blogs zijn openhartig en houden soms het midden tussen poëzie en proza. Korte puntige zinnen, veel wit. Het leest buitengewoon lekker.

Bij de boekpresentatie staat ze weer in het Utrechtse theater Kikker. Hier stond ze 8 jaar geleden ook. Als Jacob Jan die vertelde over Emma. Nu is het Emma die vertelt over Jacob Jan. Over haar transitie van man naar vrouw. Maar nog veel meer over haar ongemak.

Ze belooft het ook als ze begint. Het wordt een avond vol ongemak. Haar ongemak, maar ook het ongemak van het publiek. Je voelt je soms best ongemakkelijk. Over vooroordelen gaat het; de kritische ik die alles onderuit haalt, maar ook de interne fan. Iets in jezelf dat met bewondering naar je kijkt en soms zelfs liefdevol omhelst.

Een avond in Kikker

Wat een avond in Kikker. Ik ben gek op dat theater. Niet te groot, soms zelfs bijna huiselijk. Emma gebruikt haar podium heel mooi. De stip dwingt haar op een plek te staan, maar wat een theater zet ze er neer. Je blijft aangetrokken tot het hele moment. Net als ze zo mooi alles in de hand heeft en haar eigen angst voor een black out een plek geeft in haar programma.

Het spel met haar kleurenblindheid en slechthorendheid. Ze vermengt het treffend in haar voorstelling. De zon die in een eigenaardig soort lichtgroen opkomt boven een bos met gele bomen. En lachten de kinderen haar dan uit of lachten ze mee. Het zijn de verhalen zoals ze ook zo mooi in haar boek Onder de radar zijn terechtgekomen.

En dan de passage over het lullige platte sleuteltje van haar fiets. Het brengt haar bij een verhaal over de ontdekkingen van haar lichaam. De vibrator als vriend, waarbij de verschillende standjes voorbijkomen. Inclusief golven en geluiden. Het geeft het programma lucht en ontroering tegelijk.

Enthousiast van Emma

Daarom blijft het hopen dat theaters enthousiast worden over Emma. Haar verhaal moet verteld worden. Het zet tot nadenken en je gaat bij het luisteren alleen maar meer van haar houden.

Zeker, veel verhalen ken ik van haar blogs. Het lezen van haar boek is een feest der herkenning. Dan ben ik ook jaloers op haar 4 kinderen vanwege de prachtige hoofdstukken die ze hebben gekregen. Zo mooi wat ze over ze schrijft en de unieke relatie die ze met ieder van hen heeft. Geen kind is hetzelfde. Emma weet heel treffend de karakters van elkaar te scheiden.

Ook hebben we elkaar gevonden in haar overgrootvader Jan Voerman en mijn liefde voor de wolken. Emma denkt ook in beelden en weet wat ze in gedachten ziet prachtig te verwoorden. Een mooi talent. Op toneel schittert Emma helemaal. Ze geniet ervan en dat weet ze mooi over te brengen op haar publiek. Genieten dus.

Ik kan alleen maar roepen dat je haar boek Onder de radar moet bestellen en lezen. En aan alle theaters in Nederland: boek haar. Ze is een talent en haar show bevat alles wat een theateravond moet bevat; een lach, een traan en het zet aan tot nadenken. Een avond van ongemak.

07 november 2021

Liefde voor Zuid-Afrika

Bij de vrijlating van Nelson Mandela liep een klasgenoot met een tekst rond uitgelaten blij omdat de apartheidsstrijder vrij was. Het was februari 1990, ik zat in de 3e klas van de mavo. Een grote dag voor de wereld. En we leefden al in zo’n bijzondere tijd. Een paar maanden eerder, op 9 november 1989 viel de Berlijnse muur.

We hadden geschiedenis van meneer Kok. Hij stond even stil bij de vrijlating van Mandela. Zeker, we mochten blij zijn, maar hij wilde wel even nuance aanbrengen. Daarna volgde een relaas over het ANC, een misdadige organisatie die veel moorden op zijn geweten had en bovendien communistisch zou zijn. Over de apartheid en het bloed van vele zwarten dat in naam van de witte Zuid-Afrikanen vloeide, geen woord.

Getemperde vreugde

Zo werd onze vreugde over een historische doorbraak bij ons op een school met gereformeerde grondslag getemperd. Ik moest er aan denken bij het lezen van Annemarié van Niekerk haar memoir over liefde en geweld in Zuid-Afrika Om het hart terug te brengen. Hoe ook in Nederland de gereformeerde grondslag de misdaden van de witte medemens goedpraatte of in elk geval verzweeg.

Net als dat andere verhaal waar ik vaak aan moest terugdenken. Vrienden van mijn ouders hadden een familielid dat midden ten tijde van de apartheid naar Zuid-Afrika verhuisde. Om boer te worden. In een tijd dat deze misdaden tegen medemensen werden gepleegd, emigreerden zij naar dit land om als witte mensen een boerenbedrijf te beginnen.

Verlangen

Ik kan het niet bevatten. Ze moesten het weten. Zou het verlangen voor het bezit van een grote boerderij in Zuid-Afrika, het hebben gewonnen van de politieke correctheid. Mijn vriendje liet mij kennismaken met het ‘grappige taaltje’. Zo las ik een boek van Richard Scarry mee in het Afrikaans. Hij kon de tekst opvallend goed voordragen.

Dat was ergens in de jaren ’80. Het moordcijfer in Zuid-Afrika was nog nooit zo hoog geweest. Als je Annemarié van Niekerk leest, weet je dat het geweld in Zuid-Afrika oplaaide, mede door de apartheid die dit juist moest bestrijden. Het laat mij zien dat de witte overheerser vooral de suggestie wilde wekken dat het de boel onder controle had. Maar het tegendeel was het geval.

De andere kant

Pas veel later op de universiteit maakte ik echt kennis met die andere kant. We lazen de Toorberg van Etienne van Heerden. En later de prachtige roman van Andre Brink over een drama dat zich in de 18e eeuw in Zuid-Afrika voltrok, ’n Oomblik in die wind. Wat een prachtige boeken zijn dat.

En nog weer een paar jaar later de kennismaking met het allermooiste: de Zuid-Afrikaanse poëzie. Gerrit Komrij nam mij mee in de bloemlezing die verscheen en de gastschrijver die hij bij verschijning van die bloemlezing op de universiteit was. Wat een tijd! Die poëzie is zo mooi. Het is vreemd en vertrouwd tegelijk en klinkt als muziek in de oren.

Litnet

Daarna de kennismaking met Etienne van Heerden. Hij liet mij de kant zien van het Zuid-Afrika na de afschaffing van de apartheid. En ook hoeveel je kunt delen op internet. Hij richtte als 1 van de eerste een indrukwekkende website op, litnet. Waar elk moment ‘geweldige debatte’ plaatsvonden over de onderwerpen die Zuid-Afrika nog steeds bezighouden.

En natuurlijk de indrukwekkende schare vrouwelijke schrijvers die Zuid-Afrika kent. Ze waren met een groepje in Leiden en ik mocht ze spreken: Marlene van Niekerk, Marita van den Vijver en Wilma Stockenström. Minstens zo indrukwekkend wat zij vertelden en vooral ook het zangerige Afrikaans. Ik was helemaal verliefd.

Voertaal

En dan nu dit boek. Ik mocht het lezen en recenseren voor hetzelfde Litnet. Nu ligt de verbinding in de zusterwebsite Voertaal, waar we contact leggen tussen Nederland en Zuid-Afrika. Het boek Om het hart terug te brengen van Annemarié van Niekerk is in het Nederlands verschenen. Daarmee is het een boek voor Nederland en ze vertelt zo treffend de geschiedenis van haar land aan de hand van haar eigen verleden, vrienden en relaties.

De jaren dat ik voor Litnet mag schrijven, geven mij die enorme verbondenheid en fascinatie voor dat land. Ik ben er nog nooit geweest. Veel studiegenoten deden het wel. Ik niet. Misschien ooit. Misschien ook wel nooit. De liefde is groot genoeg om het van een afstand mee te maken.

Oneindig van dit land houden

De boeken, de online contacten en liedjes helpen mij om oneindig van dit land te houden. Ook de kansen die deze samenleving biedt. Achter het geweld ligt een ander verhaal. Een verhaal waarin mensen die nooit de kans kregen, kansen krijgen. Een verhaal dat oneindig mooi is en waarvan ik zeker weet dat ze goed afloopt.

Lees mijn boekbespreking Om het hart terug te brengen op Voertaal

11 oktober 2021

Leve het leven, Leve de biografie

Het is een heel eigen genre en je moet ervan houden. Het lezen van biografieën. Een beschrijving van het leven van iemand. In 1 boek door een heel mensenleven het blijft uniek.

Het begin is altijd even wennen, aan elkaar snuffelen. Zo’n klein kind heeft misschien alles in zich van die latere schrijver, maar dat lees je er nog niet aan af. Toch zoekt de goede biograaf naar kapstokhangertjes om het verhaal een logische vorm te geven.

Meeleven

Als het dan helemaal goed gaat, sla je het boek dicht en voelt je toch een beetje weemoedig. Meegeleefd met de gebiografeerde. Het portret van iemand waar je al een bepaalde binding mee hebt. Je leest niet voor niks de biografie over hem of haar. En waar je misschien nog meer mee hebt gekregen.

Het overkwam mij bij het lezen van de biografie over het leven van Nescio van Lieneke Frerichs. Wat een man, niet altijd even prettig voor zijn omgeving. En ook een worsteling met het werk en het schrijven. Dat gevecht herken ik ook. Dat verlangen iets moois te maken en daar maar heel beperkt in slagen. En dat daaruit zulke bijzondere verhalen zijn gekomen.

Genoeg om opgemerkt te blijven

Het zijn niet veel verhalen, maar genoeg om opgemerkt te blijven. Nescio geldt als 1 van de meestgelezen schrijvers uit de eerste helft van de 20e eeuw. De meeste grote namen uit die tijd als Frans Coenen en Ina Boudier-Bakker zijn nu vrijwel vergeten. Hoe anders zit dat met Nescio!

En dan zoals je het leven ondergaat, een band opbouwt met de persoon. Je bent zelfs een beetje verdrietig als je over de dood en begrafenis leest. Het is al lang geleden geweest, maar zo lezend voelt het even of je erbij was.

Dan is een biografie eigenlijk best wel geslaagd.

Lees mijn recensie over Nescio, het leven van J.H.F. Grönloh op Voertaal.nu

28 juli 2020

Dag en nacht, de hemel verklaard

Wolken, wolken, wolken. De wolkenhemel. Ik heb al jarenlang mijn wolkenblog wolkenhemel. Begonnen vanuit de fascinatie voor de prachtige hemel die er elke dat weer anders uitziet. En daar dan een gedicht bij. Ik haalde er de radio mee, mocht mooi poseren voor de Groene Kathedraal als Nietsdoener voor het tijdschrift Genoeg. Heerlijk.

Mensen vroegen mij dan of ik ook wat van wolken wist. Nee, ik weet er niks van. Helemaal niks. Nee. Net als dat ik er geen figuren, mensen of dieren in herken. Ik kijk naar de wolken zoals ze zijn en zoals ze zich gedragen.

Wolk in de vorm van een reuzendruppel; een uitgezakte wolkenflard

Turen naar een bui

Sinds we in Almere Oosterwold wonen – nu 2 jaar geleden – is mijn relatie met de lucht wel een beetje veranderd. Ik tuur de hemel af niet alleen naar wolken, maar vooral naar een bui. In dit droge voorjaar keek ik verlangend naar het hemelvocht omhoog. Zonder resultaat. Ook nu nog kan ik moedeloos omhoog kijken. Onderwijl sleep ik de ene gieter met water na de andere aan om de planten niet helemaal te laten uitdrogen.

Eigenlijk was de reden heel simpel dat ik niet veel van wolken wist. De wolkenkunde is verschrikkelijk ingewikkeld, met verschillende wolkenlagen en daarbij allerlei variaties. Als ik er weleens een boekje over opende, snapte ik er helemaal niks van. Maar de nieuwsgierigheid wint het steeds meer. Ook omdat ik die wolken al zo verschrikkelijk lang observeer. Wat zijn dat allemaal voor een wolken die je ziet.

De waarneembare hemel

Het boek Dag en nacht, de hemel verklaard door Helga van Leur en Govert Schilling is een uitkomst. In het boek bespreken ze de waarneembare hemel. Alles wat erin staat is ook in Nederland te zien. Maar vooral: alles is op een heel overzichtelijke manier uitgelegd.

En zoals de titel zegt draait het niet alleen om wat zich afspeelt onder de atmosfeer overdag, maar ook om wat je ziet in de nacht. En dat laatste komt wel wat verder; daar gaat het om de sterren, planeten en onze eigen maan. Allemaal dingen die je met het blote oog kunt zien.

De schemering waarin dag en nacht, maar ook nacht en dag in elkaar overgaan.

Dag en nacht kruisen elkaar

Het laatste onderdeel, de nacht, neemt sterrenkundige Govert Schilling voor rekening. Het eerste deel valt onder de hoede van weervrouw Helga van Leur. Soms doorkruisen de dag en de nacht elkaar. Zo kan de hemel helemaal verlicht zijn rond de langste dag in het jaar. Het zijn lichtende nachtwolken. Ze komen uit de ijskristallen die het zonlicht op grote hoogte weerkaatsen.

Ook is de kring om de maan die regen voorspelt, zo’n verschijnsel waar het weer ook een rol in speelt. De kring rond de maan heet een corona of halo. De eerste lijkt inderdaad op een kroontje en heeft gelukkig helemaal niks te maken met de wereldwijde pandemie die heerst.

Poolster

Govert Schilling weet op een heel toegankelijk manier de grootsheid van de sterrenkunde kenbaar te maken. Wat een prachtige uitleg geeft hij hoe je de poolster kunt vinden. Het is helemaal niet zo moeilijk als je het maar weet. Ook het enthousiasme waarmee hij de beperkte kennis van geïnteresseerden vergroot:

Je kunt wel zeggen ik ken maar 2 sterrenbeelden, maar weet dat je dan bijna 10 procent van de sterrenbeelden die je met het blote oog kunt zien, herkent.

Elk sterrenbeeld dat je erbij herkent en leert, is mooi meegenomen.

Helga van Leur legt eenzelfde enthousiasme bloot in haar verhalen over het weer. Dat gaat alle kanten op, maar de optische kant is wel het mooiste. Dat is ook te danken aan het indrukwekkende arsenaal aan foto’s dat ze heeft verzameld in dit boek. Want het leert naast de verklaring van alle verschijnselen het belangrijkste voor mij: wat is de wolkenhemel toch schitterend.

Prachtige foto op de cover van het boek

Prachtige foto’s

In alle variaties, zoals de wolkenstralen die Helga van Leur helder uitlegt en weer met prachtige foto’s erbij om het uit te leggen. Wat schitterend. Genieten geblazen. En het leukste is dat dit boek zo mooi is dat je het steeds weer pakt om erin te bladeren en kleine stukjes te lezen. De allerbeste manier om iets meer van de hemel te weten te komen!

Gegevens boek

Helga van Leur & Govert Schilling: Dag & nacht, De hemel verklaard. Amsterdam: Fontaine Uitgevers, 2020. ISBN: 978 90 5956 542 5. Prijs: € 27.

De afbeeldingen van de wolkenhemel zijn uit mijn eigen verzameling. Ze zijn gemaakt in de eerste helft van 2020.

12 november 2019

Niet interessant weetje? - #leestip

In zijn boek Oude Maasweg kwart voor drie schrijft Merlijn Kerkhof 14 weetjes die voor de lezer misschien niet zo interessant zijn. Zo vermeldt hij het volgende weetje, nummer 12:

In het nummer Maassluis wordt gerefereerd aan het orgel van de Groot Kerk. Aan het eind van het nummer klinkt echter niet het Maassluise Garrels-orgel, maar het Van Peteghem-orgel uit de Grote Kerk van Vlaardingen. De huurprijs van de kerk in Maassluis was volgens Kerkhof te hoog. (Oké dit vindt echt niemand interessant denk ik? (p. 215)

Ik vind het juist waanzinnig interessant. Herinner me ook een interview met Wim Kerkhof in het online orgeltijdschrift Orgelnieuws. Hierin steekt hij zijn liefde voor organisten en Feike Asma in het bijzonder niet onder stoelen of (kerk)banken. Hij stapte in zijn studententijd geregeld de Groote Kerk van Maassluis in. Niet voor het geloof, maar puur voor het orgelspel.

Overigens wordt in dit interview niet het geheim prijsgegeven welk orgel je aan het eind van het liedje Maassluis hoort. Volgens Wim Kerkhof zou het nummer een verkorte versie zijn van de Cantilene. Het beroemde stuk van Rheinberger dat Feike Asma op die bekende Langspeelplaat vanuit Maassluis speelt.

Interessant detail

Buiten dit detail die waarschijnlijk weinig lezers van het boek Oude Maasweg kwart voor drie zullen interesseren, is het boek van Merlijn Kerkhof heel interessant. Het vertelt de geschiedenis van misschien wel de meest bijzondere band van Nederland. Dat laatste is geen weetje, Merlijn Kerkhof vindt The Amazing Stroopwafels de beste band ooit. Maar dat vind ik een beetje te ver gaan.

Lees mijn boekbespreking op Litnet: Verbazende stroopwafels

Merlijn Kerkhof: Oude Maasweg kwart voor drie, Het verbazingwekkende verhaal van The Amazing Stroopwafels. Amsterdam: Thomas Rap, 2019. ISBN: 978 94 004 0641 4. 252 pagina’s. Prijs: € 19,99 (paperback); € 12,99 (e-book).
Bestel

05 november 2019

Moraal van het verhaal - Anna Karenina herlezen (8)

In veel grote Russische romans krijg je een sterk christelijk moraal aan het eind van het verhaal over je heen. Iets soortgelijks zie je bij Dostojevski ook gebeuren bijvoorbeeld bij Misdaad en straf, maar hier bij Tolstoi merk je het ook. Het laatste deel, een heus coda, lijkt ook een sterk moraal mee te willen geven. De moraal van het verhaal.

Het probeert een hoopvol en glorieus einde te geven aan de ellende die vooraf is beschreven. Terwijl de lezer helemaal uit het veld geslagen is aan het einde van het 7e deel. In zijn hoofd, tenminste in het mijne, is dat ook het einde van de roman Anna Karenina.

In plaats daarvan komt in het 8e deel nog heel veel voorbij. Niet echt dingen die bijdragen aan het verhaal, maar zeer zeker wel dingen die de moeite van het lezen waard zijn. Zo staan er enkele interessante gedachten.

Bijvoorbeeld over opvoeding. Als de kinderen van Dolly een beker met frambozen koken boven een kaarsvlam of een fontein van melk maken. Hun moeder straft ze onmiddelijk, terwijl Ljovin daar wel gedachten bij heeft. Waarom zouden ze hiervoor gestraft moeten worden. Ze hebben immers proefondervindelijk met iets kennisgemaakt van de wereld. Gewoon voor de grap en om te ontkomen aan de saaiheid van het bestaan.

‘Doen wij niet hetzelfde, doe ik niet hetzelfde’, dacht Ljovin. ‘wanneer ik de krachten van de natuur en de betekenis van het menselijke leven met de ratio probeer te verklaren?’ Was een filosofische theorie, welke dan ook, niet op diezelfde leest geschoeid: een rare, onnatuurlijke gedachtegang construeren waar men niet méér uit kon halen dan de kennis die men allang bezat en die onmisbaar was voor het leven? (987)

Het brengt Ljovin bij de kerk en de Heiland. Het is een mooie gedachtegang van het personage. Hij legt een link met het spel van de kinderen en zijn denkspel in het hoofd. Een treffende vergelijking waarbij het verhaal symbool staat voor de conclusie.

Iets probeert de verteller ook te bewerkstelligen met de roman. Zeker door dit einde zo te construeren. Alleen lijkt het verhaal van Anna Karenina boven het moraal van het einde uit te stijgen. Het is een verhaal van alle tijden geworden doordat hier de keuze voor de liefde zo sterk naar boven drijft.

Mocht de verteller mogelijk een heel andere intentie hebben met dit werk, het komt op de hedendaagse lezer heel mooi over. Als de bevrijding van een vrouw die vastzit in conventie, traditie en toneelspel. Ze worstelt zich los en kiest voor de liefde, hoeveel dat haar ook kost.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel

29 oktober 2019

Butsmannetjes - Anna Karenina herlezen (7)

Het verblijf in Moskou zit Ljovin op de nerven. Hij wordt helemaal gek van de stad en verlangt naar het platteland. Het is dat zijn schoonmoeder erop aangedrongen heeft. Ze vindt dat haar zwangere dochter hoe dan ook goede zorg nodig heeft als ze moet bevallen. Dat kan niet op het platteland.

Butsmannetjes in de adelsclub

Dat neemt niet weg dat de muren op Ljovin afkomen. Zeker hij maakt een tripje naar zijn oude studiegenoot en professor Katavasov. Daarbij doet hij ook de sociëteit aan, de adelsclub. Hier ontmoet hij de ‘butsmannetjes’. Een verwijzing naar de butsen die appels krijgen als je met ze solt. Zo gaat het ook met de mannen die maar vaak genoeg naar de sociëteit gaan.

Zo is er een man, die zichzelf geen butsmannetje noemt, maar anderen wel:

‘Op een keer komt hij bij de club en vraagt de portier, Vasili, je weet wel, die dikke, altijd in voor een kwinkslag. Goed, hij vraagt dus aan Vasili wie er allemaal binnen zitten, en of er nog butsmannetjes zijn. “U bent de derde,” krijgt hij te horen. Ja, jongen, zo gaat dat.’ (856)

Ljovin ontdekt dat het eigenlijk niet uitmaakt dat hij al jaren niet meer naar de club is geweest. Er is weinig veranderd. Hij is in heel korte tijd weer helemaal bij en het lijkt wel of hij nooit is weggeweest.

Anna Karenina maakt indruk

Na de borrel wordt hij wat losser en bezoekt hij zelfs Anna. Ze is immers de zus van Oblinksi met wie hij haar bezoekt. Ljovin heeft haar nog nooit eerder ontmoet. Het maakt grote indruk op hem. Hier weet de verteller heel mooi een parallel te maken met het schilderij van Anna dat in de gang hangt en de geportretteerde die even later verschijnt.

De verteller merkt op over het schilderij:

Het enige waaruit bleek dat ze niet leefde was haar schoonheid, die te groot was voor het leven. (861)

Maar als hij Anna Karenina in het echt ziet:

Ljovin zag in het gedempte licht van het kabinet dezelfde vrouw als van het schilderij, […], in een andere houding en met een andere gezichtsuitdrukking, maar van dezelfde schoonheid als de kunstenaar op het linnen had weten te vangen. In levende lijve was ze misschien minder oogverblindend, maar daarvoor in de plaats oefende ze een aantrekkingskracht uit die ze op het schilderij niet bezat. (861)

Het echt boven de kunst, waarbij de kunst misschien dingen verfraait, maar waarbij ze in werkelijkheid veel meer aantrekkingskracht bezit dan er ooit in het schilderij te vatten is. Een schitterende parallel heeft de verteller hier gebracht in het verhaal. Echt genieten.

Overtuigen

De verteller volgt daarna Oblinski die de man van Anna Karenina probeert te overtuigen dat hij van haar scheiden moet. Hij weigert, blijft koppig en eigenwijs een scheiding afwijzen. Waarom zou hij het doen. Het grootste offer voor de liefde dat Anna geeft, is dat ze haar zoon niet meer te zien krijgt. De laatste stiekeme ontmoeting heeft de jongen lange tijd van streek gemaakt.

Het brengt ook een wig in de relatie met Vronski. Anna is veeleisend, wil hem helemaal, maar dat lijkt niet te lukken. Vronski heeft niet alle aandacht voor haar en dat brengt Anna in onzekerheid. Het geeft het verhaal de tragische wending, waarbij ze de controle over zichzelf verliest. Het offer dat ze gegeven heeft voor de liefde, is zo groot geweest. De schande die over haar gevallen is, maakt haar nog verder kapot. Het verscheurt haar, waarbij er maar 1 uitweg is.

Vertwijfeling

De verteller weet die vertwijfeling treffend in beeld te brengen. Hij sleurt je als lezer mee in de innerlijke strijd die Anna voert. Je slingert met haar mee, waardoor je meevoelt met hoe haar keuze deze mooie vrouw uiteindelijk verscheurt.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel.

22 oktober 2019

Anticonceptie - Anna Karenina herlezen (6 - deel 2)

Een stuk in het verhaal van deel 6 valt wel heel sterk op. Het gedeelte over de anticonceptie. Anna Karenina meent dat ze geen kinderen meer zal krijgen. Het staat er in mijn ogen nogal raadselachtig met de vele puntjes. De enige plek in de Anna Karenina. Voor de 19e eeuwse lezer, zou het onomwonden duidelijk zijn.

Vele puntjes

Zeker met de vele puntjes erbij, waarbij je als lezer niet te weten komt wat Anna aan haar schoonzusje vertelt. Het doet de schellen van de ogen van Dolly vallen. Het heeft grote betekenis voor haar, haar wereldbeeld verandert er zelfs door:

Opeens begreep ze hoe het kwam dat er zoveel gezinnen waren met maar een of twee kinderen. Deze openbaring riep een afgrond van gedachten, overwegingen en tegenstrijdige emoties bij haar op, waardoor ze niets kon zeggen en Anna alleen maar aan kon staren, met grote ogen, verbijsterd. (787)

De oplossing is dus veel eenvoudiger dan zij tot nog toe altijd dacht. Het bezoek aan Anna grijpt Dolly om nog iets anders aan. Het brengt haar bij haar eigen huwelijk, waarnaar de eerste zin van deze roman verwijst. Dat van een ongelukkig gezin dat op zijn eigen manier ongelukkig is.

Tij keren?

Dolly ziet eigenlijk geen kans om het tij te keren. Haar man Stiva Oblonski gaat nog steeds vreemd. Niet meer met het meisje waarmee ze hem betrapte, maar weer met een ander meisje. De lezer was er even getuige van bij de boer tijdens het jachtpartijtje met Ljovin.

Als de mannen terugkomen van de jacht, staat er de veelzeggende zin, dat het jammer is dat vrouwen zoiets genoeglijks wordt onthouden als de jacht. En al het andere, denk je er als lezer van deze tijd onmiddellijk bij.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel.

15 oktober 2019

Oogsten - Anna Karenina herlezen (6)

De zomer is aangebroken, tijd om te oogsten voor Ljovin. Maar dat niet alleen, het huis krijgt een ware invasie van logees te verduren. Inderdaad, logees, het zijn voornamelijk vrouwen die langskomen. Zo komt de zus van Kitty, Dolly langs. Haar buitenhuis is weliswaar niet al te ver, maar het huis verkeert in zo’n deerniswekkende toestand, dat ze maar de hele zomer bij haar zus op het platteland inwoont.

Net als de oude vorstin. Nu haar dochter in hoge verwachting is, kan ze niet thuisblijven. Ze moet haar onervaren dochter bijstaan en ondersteunen als dat nodig is. Zo kraakt het huis van Ljovin onder het gewicht van alle bezoekers. Het jonge stel heeft geen moment voor zichzelf.

Zeker als wat later ook de mannelijke logés komen. Het zijn Dolly’s man Stiva Oblinski en een vriend die hij meeneemt, Veslovski. Ze gaan jagen op watersnippen in het moeras. Hiervoor moeten ze een flinke trip afleggen. Het wordt een heuse competitie tussen de mannen. Ze gaan er helemaal in op en Ljovin baalt als hij weinig dieren te pakken krijgt. Terwijl vooral de studentikoze Veslovski alles in de schoot geworpen lijkt te krijgen.

Als Ljovin bij terugkeer merkt dat Veslovski met zijn zwangere vrouw zit te flirten, ontploft de pasgetrouwde. Hij wil niet dat dit op zijn erf en onder zijn ogen gebeurt. Dit kan hij niet aanvaarden. Hij stuurt Veslovski onmiddellijk weg. Dat kan én mag niet de bedoeling zijn.

Dolly brengt een bezoek aan haar schoonzus Anna, die ook op haar landgoed verblijft met haar lover Vronski. Ze leven in een ongekende luxe. Het ontbreekt aan niks. Dolly moet er ontzettend aan wennen als ze langskomt. Zo’n luxeleventje is ze niet gewend.

Het eten, de zaal, het servies, de bediening, de wijn en het menu deden in niets onder voor de luxe die in dit huis de norm was sinds Vronski er zijn intrek had ingenomen, en die misschien deze avond nog wel werd overtroffen. Dolly sloeg het gade en als huisvrouw bestudeerde ze alles automatische en minutieus – zonder hoop dat iets van wat ze hier aantrof van nut kon zijn voor haar eigen huishouden, aangezien het allemaal ver boven haar budget ging – terwijl ze zich afvroeg wie die allemaal had georganiseerd, en hoe dat was aangepakt. (777)

Een bewondering die uiteindelijk uitmondt in een gesprek met haar schoonzus Anna. Zou ze er niet beter aan doen om te scheiden van haar man. Hier spreekt iedereen schande van en lijdt iedereen onder. Anna is zich bewust van haar keuze. Ze zal nooit meer door de kringen waarin ze verkeerde worden opgenomen. Bovendien zal ze haar zoon nooit meer te zien krijgen. Iets wat haar heel veel verdriet doet. Het is een offer voor haar keuze voor de liefde van Vronski.

Overigens is Anna prima in staat om mannen voor haar te winnen. De eerder genoemde Veslovski die Kitty probeerde te verleiden, krijgt het met Anna zwaar te verduren. Zonder enig probleem weet ze het hart van deze jongeman op hol te laten slaan. Ze weet van haar schoonheid en vooral uitstraling.

Het jongestel gaat in de herfst naar Moskou omdat schoonmoeder zich heel drukmaakt over het wel en wee van haar dochter. Hier op het platteland zou ze veel te veel risico lopen als het kind geboren moest worden. Vronski en Anna zetten niet voor niets op het platteland een ziekenhuis voor de arme boerenbevolking.

Terwijl Kitty wacht op het moment, verveelt Ljovin zich verschrikkelijk in de hoofdstad. Hij zou het liefste in zijn verblijf op het platteland zitten. In die drukke stad heeft hij niks te zoeken. Als hij op aandringen van zijn halfbroer meegaat naar Kasjin naar het gouvernement, waar verkiezingen zijn. Hier geeft de verteller een uniek inkijkje in de Russische vorm van landsbestuur.

Als de tegenpartij zijn zin niet krijgt, voeren ze een paar belangrijke stemmers dronken. Het wordt net op tijd ontdekt, maar slechts 1 kan enigszins bij zijn positieven worden gebracht. Een plens koud water is genoeg om hem weer aan het stemmen te krijgen.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel.

01 oktober 2019

Drama in de loge - Anna Karenina herlezen (5)

Het huwelijk tussen Ljovin en Kitty is op handen in het 5e deel van Anna Karenina. De voorbereidingen worden getroffen en er heerst vrolijkheid. Dat Ljovin ongelovig is, lijkt de pret niet te drukken. Hij moet alsnog naar de kerk om een biechtbriefje te halen. Niet heel problematisch, voor een paar roebel weet hij dit te bemachtigen zonder een overdreven biecht te doen. Bijna een biecht waard.

Te laat op bruiloft

De bruidegom komt te laat op zijn bruiloft omdat hij zijn overhemd per ongeluk al ingepakt heeft voor zijn huwelijksreis. Het komt allemaal op zijn pootjes terecht. Het kersverse bruidspaar gaat op reis door heel Europa en doet Rome, Napels en Venetië aan.

In Venetië komen ze Anna en haar minnaar Vronski niet tegen. Zij leven er een leven als God in Frankrijk, maar haar in de steek gelaten zoon, laat Anna niet los. Ze wil hem hoe dan ook zien. Het bezoek dat de 2 brengen aan Sint Petersburg, loopt op een teleurstelling uit.

Stiekem

Ze bezoekt stiekem haar zoontje, waarmee ze hem en zichzelf veel verdriet doet. Tot overmaat van ramp, komt ze haar echtgenoot in de gang tegen. Als ze die avond nog eens naar de opera gaat, komt ze tot de ontdekking dat ze niet meer haar oude leventje kan leiden. Ze wordt door alles en iedereen uitgekotst. In de loge worden de verschrikkelijkste dingen over en tegen haar gezegd. Vronski ziet het van een afstandje terwijl op het toneel de volgende scène zich voltrekt, speelt er in de loge een ander drama.

Vronksi had niet kunnen volgen wat er precies had afgespeeld tussen de Kartasovs en Anna, maar hij begreep dat zij zich vernederd voelde. Daarvoor was de scène duidelijk genoeg geweest, maar meer nog sprak Anna’s gezicht boekdelen: hij zag hoe ze alle zeilen moest bijzetten om de rol die ze op zich had genomen vol te houden. Daarin slaagde ze voortreffelijk, aan de buitenkant was ze de rust zelve. Wie haar en haar vriendenkring niet kende en niet hoorde hoe het publiek – de vrouwelijke geleding daarvan – zijn deelneming getuigde en blijk gaf van ontstemming en verbazing, nu ‘die vrouw’ zich en public durfde te vertonen, en nog wel zo in het oog vallend met haar kantwerk en haar uiterlijke verschijning, wie van dat alles geen weet had en Anna gadesloeg in al haar schoonheid en ogenschijnlijke kalmte kon niet vermoeden dat zij hetzelfde ervoer als iemand die aan de schandpaal genageld staat. (679)

De verteller legt de prachtige vergelijking van het toneelstuk dat op het podium speelt en het drama in de loge. Hier is een veel groter drama dan op het toneel. De hele zaal bekijkt het tafereel in de loge en heeft geen oog voor het spel op het podium. Uiteindelijk verlaat Anna de zaal, ze laat een druk geroezemoes achter. Heel Petersburg spreekt er schande van. Deze vrouw die zo haar man bezoedelt. Het kan niet. En Anna wordt verstoten. Ze kan geen kant op zonder haar kind en haar man.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel.

24 september 2019

Terug naar de adel - Anna Karenina (4)

In het 4e deel van Anna Karenina keren we terug naar de adellijke kringen in Sint Petersburg en Moskou. Als Oblinski in Moskou Karenin tegenkomt, wil zijn zwager het liefste wegduiken. Tot overmaat van ramp krijgt hij een uitnodiging voor een etentje bij de Oblinski’s.

Wie er ook is? Heel toevallig. Ljovin. Hij hoort dat Kitty er is. Sinds het blauwtje heeft hij haar niet meer gezien. Het wordt een bijzondere ontmoeting, waarbij de kille relatie tussen de 2 ontdooit. Er is weer een doorbraak.

Ze had iets schrikachtigs, iets schuws, en haar verlegenheid maakte haar nog aantrekkelijker. Ze zag hem meteen toen hij binnenkwam. Ze had op hem zitten wachten. (480)

De roman krijgt in dit deel ook zijn dramatische wending aan de kant van de Karenins. Een scheiding van het echtpaar dreigt. Als Anna Karenina tot overmaat van ramp op het kraambed bevangen wordt door de kraamkoorts. Ze roept haar beide mannen op om te komen, omdat ze verwacht het niet lang meer te zullen maken. Daar treffen de 2 elkaar aan.

Een indrukwekkend scene speelt zich hier voor de lezer af. Karenin verwacht niet dat zijn vrouw hem om vergiffenis vraagt voor haar gedrag. Ik weet het ook niet, verzucht ze onder de hoge koortsen, er is een Anna die van je houdt en een Anna die je haat. Vergeef mijn gedrag.

Binnen in Karenin ging alles steeds heviger tekeer, tot hij een toestand bereikt had dat er geen verzet meer mogelijk was: ineens voelde hij dat zijn innerlijke strijd in werkelijkheid een zegenrijke zielsbeleving was waaruit hij een nieuw, nooit eerder ervaren geluk putte. Hij dacht helemaal niet aan het christelijke gebod dat hij zich zijn hele leven voor ogen had gehouden, om je vijanden te vergeven en lief te hebben, maar het vreugdevolle besef dat het juist dat was wat hij deed – zijn vijanden vergeven en liefhebben – overstroomde zijn hart. (515-6)

Het is een aangrijpende scene die ook op Vronski indruk maakt. Karenin vergeeft hem, terwijl de tranen over zijn wangen stromen. Een teken van zwakte waar hij iets later al spijt van heeft.

En terwijl de jonge tortelduifjes rond elkaar tortelen, spat het huwelijk van Anna en haar man uit elkaar als een zeepbel. Een contrastrijk hoofdstuk waarbij de verteller mooi speelt met de emoties die hier rondschieten. Soms heel letterlijk zoals in het schampschot dat Vronski op zichzelf lost. Andere keren wat minder opzichtig, maar voor de lezer zegt dat vaak genoeg.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99. Bestel.

17 september 2019

Platteland - Anna Karenina herlezen (3)

In het derde deel van Anna Karenina lees je veel over Ljovin en zijn landgoed ver van de stad. Het platteland, waar geen trein in de buurt komt. Temidden van de boeren meent Ljovin zijn geluk te vinden. In zijn hart wil hij 1 van hen zijn, al beseft hij ook dat zijn afkomst hem dat nooit zal brengen.

Landleven

Het landleven is prachtig beschreven in dit deel. De boosheid van Ljovin als de broer van Kitty een stuk bos heel goedkoop van de hand doet aan een handelaar. Het laat zijn dubbele gevoel zien die hij heeft over de rol van de adel op het platteland. Langzaam neemt de invloed af, terwijl tegelijkertijd de landarbeiders nauwelijks willen werken.

De landarbeiders lijken meer van de fles te houden, dan dat ze willen werken. Het maakt Ljovin moedeloos. Ze luisteren niet naar zijn bevelen en negeren elk advies. Als hij dan later bijvoorbeeld in contact komt met een boer, iemand met eigen land, dan is hij onder de indruk hoe hij een bestaan weet op te bouwen.

Stad versus platteland

Als later die zomer zijn broer hem opzoekt, is hier ook een groot contrast. Zijn broer Sergé, stedeling en intellectueel, bekijkt alles vanuit en academisch standpunt. Hij ziet zijn verblijf in het landhuis ook als een vakantie, terwijl Ljovin keihard moet werken. Het is zomer en de oogst moet binnengehaald worden.

Het gras moet worden gemaaid en hij moet hooien. In plaats daarvan begint zijn broer een academisch gesprek hoe het volk verheven kan worden. Door onderwijs of juist niet. Dat het niet zou werken, slaat hij van de hand. We hebben het nooit geprobeerd, dan kun je ook niet zeggen of het wel werkt.

Zomerhuis

Op uitnodiging van haar man Oblonski, de zus van Kitty bij wie Ljovin een blauwtje liep, bezoekt hij Dolly. Zij verblijft die zomer op ‘slechts’ 30 werst van hem in haar zomerhuis. Hij gaat er poolshoogte nemen en ziet dat het heel aardig weet te redden. Als ze vertelt dat haar zus hier binnenkort ook is en vraagt of hij dan wil komen. Slaat bij hem de paniek toe. Daarmee wil hij niet geconfronteerd worden.

Het maakt bij hem de dromen over een gelukkig boerenbestaan alleen maar wakker. Hij wil helemaal niet meer trouwen met iemand van adel. Misschien verkiest hij dit bestaan wel boven zijn bestaan als landheer. Hij voelt zich gelukkig tussen de arbeiders als hij gras aan het maaien is. Niet die moeilijke etiquette van de adel.

Zomer op platteland

Tussen het verhaal van een zomer op het platteland, worstelt Anna Karenina met de positie waarin zij is terechtgekomen. Haar man wil haar verbieden dat ze verder omgaat met haar minnaar. Hij wil haar het liefste opsluiten en haar dwarszitten. Het levert voornamelijk wroeging op bij allebei. Ze weet nog steeds contact te hebben met Vronski. Het leven in huis wordt alleen maar erger. Zou ze ooit uit deze impasse weten te komen?

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99. Bestel.