Posts tonen met het label nederlandse literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nederlandse literatuur. Alle posts tonen

21 februari 2024

Melancholie en de klap


Het voorjaar begint eerder dan ooit. Ik heb de eerste merel al horen fluiten. Het was toen ik op de fiets reed naar mijn werk. Ik fietste - hoe toepasselijk ook - door Vogelhorst en hoorde duidelijk hoe de merel floot. Het voorjaar is begonnen.

Er is een gedicht met de merel erin dat ik prachtig vind. De melancholie sleept je mee. Het heet 'Tuin Dordrechts Museum'. Ik kan het niet lezen zonder een traan te laten. De melancholie die het lyrisch ik meteen bij je losmaakt, waarna elk woord je raakt.

Als ik gestorven ben
zal in de tuin van dit museum
boven het warrig bladerengedruis
een merel net zo helder zingen
op net zo'n late voorjaarsdag.

En ik, ik zal er niet meer zijn
om door dit zingen te vergeten
dat ik moet sterven mettertijd.

Het vergankelijke leven kleeft aan deze woorden. Je voelt de weemoed van de verloren tijd en het gestorven zijn. Het grijpt je in het hart. Je hartspier trekt samen van het verdriet, hier straks niet meer te zijn. Het lyrisch ik gaat verder. Lees door, lees door.

Maar aan de andre kant zal ik
- je weet maar nooit -
veel langer leven dan die vogel.
En als ik toch onder de zoden lig
dan zal mijn zoon nog eens
een merel net zo horen klinken
op net zo'n late voorjaarsdag.
En hij zal weten wie ik was
en ach, een vogel weet van niets.

Dit kan niet meer mis gaan. Uit deze mystieke bubbel kun je nooit meer komen. Hier wellen en vallen tranen. Tot tuiten toe. Niks meer aan te redden. Je voelt je reddeloos verloren. Er is nog één couplet:

Maar aan de andre kant alweer:
als merels aan hun vaders konden denken,
wellicht dat ze dan krasten als een raaf.

Auw, wat doet dit pijn zeg. Je bent helemaal gewend aan het donker. Voelt hoe de melancholie om je heen geslagen is. Dan schijnt opeens het felle licht je in de ogen. Een zoekactie van de politie. Leg neer die tranen!

Kun je er nog wat aan doen? De dichter Jan Eijkelboom uitschelden. Hoe heb je dit kunnen maken! En al het mooi in 1 klap gebroken. Alsof je vindt dat je ook maar een mens bent en al het goddelijke dat je opriep, ter plekke moet verdelgen.

Het is gelukt. En je ziet hem lachen, besmuikt in zijn vuistje. Alsof een mooi gedicht eigenlijk verboden zou moeten zijn.

23 juli 2019

Eline

De titel roept onmiddellijk de associatie op met die beroemde roman van Louis Couperus: Eline Vere. En het grappige is dat de verteller van Michelle Vissers roman met dit gegeven ook in het verhaal speelt. Hoofdpersoon Eline Kant maakt namelijk kennis met de echtgenote van de schrijver die in Den Haag woont. Ze is op bezoek bij Véronique, een tante van een goede vriend.

Véroniques medebewoonster Jette komt binnen met een Haagse vriendin die zich voorstelt als Elisabeth.
‘En u, Eline is uw naam? Kijk eens aan,’ zegt Elisabeth. ‘Dan bent u ongetwijfeld een groot liefhebber.’
Eline kijkt verwonderd, waarop Véronique uitlegt dat Elisabeth de vrouw is van de schrijver Louis Couperus, die onder meer beroemd is vanwege zijn roman Eline Vere. Het echtpaar woont in de buurt, en is deel van de groep Indiëgangers die elkaar veelvuldig opzoekt. (325)

De verteller legt deze intertextuele relatie in het verhaal over een eerdere historische roman van Michelle Visser: Véronique. Deze roman speelt aan het eind van de 19e eeuw, in de tijd dat Louis Couperus’ roman verschijnt. De roman Eline is iets later, in de eerste wereldoorlog.

Academisch milieu

Eline en haar man Wieger Kant wonen in Leiden. Haar leven is in het academische milieu. Haar man is archeoloog aan de universiteit en ook haar roots liggen hier. Ze heeft weliswaar zelf niet gestudeerd, maar haar vader is een geroemd wetenschapper. Ze leidt met haar zoontje en dochtertje een betrekkelijk zorgeloos leventje. Ook al is het oorlog en is niet alles voorradig.

Haar leven verandert als haar man Wieger naar Drenthe gaat voor onderzoek naar een net ontdekt veenlijk. Het ligt daar en Wieger wil de vondst graag daar ter plekke onderzoeken. Als hij is vertrokken mist Eline haar man. Ze verkoopt een kostbaar familiejuweel, koopt een automobiel en rijdt met haar kinderen naar het Drentse platteland.

Het leven daar in dat kleine dorpje verschilt nogal van haar leventje in Leiden. In Leiden draait het om de tennisbaan en thee drinken bij vriendinnen. Hier ziet ze heel andere dingen. De dorpsbewoners zijn niet heel rijk en moeten veel moeite doen om te overleven. Bovendien zijn ze allemaal gelovig, iets waar Eline heel erg aan moet wennen. Je kunt daar niet zomaar de dominee tegenspreken, laat staan het bestaan van God ter discussie stellen.

Aanpassen in het dorp

Weet Wieger zich heel mooi aan te passen in het dorp, Eline heeft daar wat meer moeite mee. Ze ziet wel hoe het leven daar misschien wat armer is, ze merkt ook dat de dorpsbewoners minder gecompliceerd en veel eenvoudiger leven. Het eenvoudige leven biedt veel voordelen. Ze merkt het aan haar kinderen die al heel snel hun draai op het Drentse platteland vinden.

Op de achtergrond klinkt de Eerste Wereldoorlog. Voor Eline en Wieger in Nederland merken ze er niet van wat er bijvoorbeeld in Duitsland en Engeland ervaren wordt. Daar sneuvelen eindeloos veel jonge mannen en zijn vrouwen gedwongen in de fabriek te werken of het verkeer te regelen.

In de roman Eline klinken deze verhalen ook door. Uit de brieven van Wiegers tante in Bremen en Elines vriendin Rose in Londen, lees je het andere verhaal over de oorlog. Hoe mensen zich zorgen maken om hun echtgenoot, zoals bij Rose, of haar zoons, zoals tante Flora van Wieger. Zo komt het verhaal van de grote oorlog tot je als lezer.

Niks mee van de Grote oorlog

Is het in Leiden vooral te merken aan de schaarste, op het Drentse platteland krijg je bijna niks mee van de Grote oorlog. In Drenthe gaat het om heel andere dingen. Het gebrek aan medische zorg ondervindt Eline als haar goede vriendin in het kraambed sterft. Het kind ligt in een stuit waarbij de hulp van de arts uit Assen te laat komt.

Toch kan ze niet aarden in Drenthe; nadat ze vrijend met haar man in het open veld wordt aangetroffen, wordt ze vriendelijk doch zeer dringend verzocht om te vertrekken. Het doet haar verdriet, zeker ook omdat ze later hoort dat een meisje op de kermis ongewenst zwanger is geraakt. Zonder pardon doen haar ouders of ze haar niet kennen en sturen hun dochter zwanger weg. Terwijl ze nog maar een kind is.

Die hypocrisie doet Eline veel verdriet en maakt haar ook een beetje boos. Maar door een geluk ontmoet ze de jonge arts Lucas. Het is een oude bekende van Eline en als ze halsoverkop naar Wieger moet, reist hij met haar mee naar Drenthe. De dorpsbewoners zijn wel blij met de arts en vragen of hij wil blijven. Hij wil wel graag naar het dorp komen, maar dan wil hij dat Eline er dan ook mag zijn.

Politieke belangstelling

Een bijzondere tijd breekt aan. Lucas blijkt niet alleen een arts te zijn, hij heeft ook veel politieke belangstelling. Als tot overmaat van ramp de Spaanse griep uitbreekt, heeft hij er handen vol aan. Het is een heftig stuk uit de roman. Zo na de capitulatie van de Duitsers, slaat deze epidemie flink toe. Niet alleen in het buitenland, ook in Nederland en zelfs Drenthe weet de dans niet te ontspringen.

Hier legt de verteller een mooie relatie tussen Lucas die familie blijkt te zijn van Veronique. Ze krijgt later in de roman een klein rolletje als Eline haar bezoekt. En precies daar maakt ze kennis met de vrouw van Couperus. En niet alleen dat ook blijkt Veronique een felle voorvechtster van de vrouwenbeweging te kennen: Aletta Jacobs. Hier gaan de arbeidersbeweging en de voorvechters van vrouwenrechten soms hand in hand. Maar soms vechten ze voor tegenstrijdige belangen. Niet altijd handig, maar Eline is blij als ze eindelijk in 1922 mag kiezen voor de Tweede Kamer.

Met de roman Eline geeft schrijfster Michelle Visser een interessant tijdperk nieuwe literaire invulling. Het is een tijd die vaak aan de aandacht ontsnapt. Al is er wel veel meer aandacht voor de Eerste Wereldoorlog gekomen. Niet alleen wat de grote oorlog in buurlanden als België, Frankrijk en Duitsland heeft gedaan, maar ook wat het voor Nederland heeft betekend.

Slagveld

De enorme impact van de vele op het slagveld gesneuvelde mannen in Duitsland, Engeland en Frankrijk komt via de gesneuvelde neven van Wieger en de vermiste man van vriendin Rose in Engeland heel dichtbij. Als Rose haar man dan eindelijk weer ziet, is hij voor het leven getekend. Hij mag er dan wel zijn, maar haar oude man komt nooit meer terug.

Michelle Visser legt hier ook een mooi verband met de opkomst van de vrouwenbeweging. De beweging in Engeland krijgt aandacht via de brieven van vriendin Rose. Eline komt in contact met de beweging in Nederland via voorvechters als Aletta Jacobs. Maar Eline zet haar talent op een heel andere manier in.

Historische werkelijkheid

Eline is een mooi boek, waarin de historische werkelijkheid en het dramatische verhaal hand in hand gaan. Soms dreigt het een beetje in te zakken, maar gelukkig weet de verteller dan snel weer vaart in het verhaal te brengen. Zo komt alles voorbij: geluk, verdriet, voorspoed, liefde en zelfs erotiek krijgt een plekje in het verhaal.

Michelle Visser geeft de vrouw aan het begin van de vorige eeuw een stem in haar roman. Daarmee benadrukt ze dat de geschiedenis gedomineerd wordt door mannen, maar dat vrouwen een minstens even grote rol spelen. Ze doet dit in een mooie, meeslepende schrijfstijl. Dat maakt Eline tot een verhaal die indruk maakt. Het is het verhaal van de vrouw die niet zo snel voorbijkomt in de geschiedenisboekjes. Daarmee krijgt de vrouw met Eline een gezicht en een verhaal. Binnen alle conversies van de periode waarin het verhaal speelt.

Michelle Vissser: Eline, Historische roman. Amsterdam: Meulenhoff Boekerij, 2019. ISBN: 978 90 225 8587 0. 368 pagina’s. Prijs: € 19,99.
Bestel via Bookaroo

05 maart 2019

Goede mannen van Arnon Grunberg - lezen

Een boek over rouw, dat is Goede mannen van Arnon Grunberg. Tenminste, ik lees het in een bespreking op internet. De persoon die het boek aanbeveelt is erg onder de indruk van de manier waarop de rouw wordt aangepakt.

Daarom sla ik de nieuwste roman van Arnon Grunberg open. Goede mannen gaat over een brandweerman met de bijnaam de Pool. Hij komt uit Polen. De verteller helpt meteen dat de lezer de voornaam Geniek verkeerd zou uitspreken. Je spreekt het namelijk uit als Genjek. En daarnaast vergemakkelijkt hij de naam in de rest van de roman door over de Pool te spreken.

Brandweerman

De roman opent met de brandweerman die zich opwindt over zijn tienerzoon Jurek. De jongen zit volgens hem alleen maar op zijn krent en vooral op zijn mobieltje. Daarnaast loopt het hoog op in huize Janowski. De Pool wil namelijk naar de vrouw van zijn collega Beckers. Ze heeft net gehoord dat ze ongeneeslijk ziek is en hij wil haar troosten. Van zijn vrouw mag hij niet naar haar toe. Ze zegt dat als hij naar mevrouw Beckers gaat, ze bij hem weggaat.

Dan komt het verhaal van Geniek, want naast zijn zoon Jurek, heeft hij nog een zoon, Borys. Dan volgt het verhaal van Borys. Een indrukwekkend verhaal dat zoals vaker gebeurt in romans van Arnon Grunberg ook veel absurditeit bezit. Borys poept overal te pas en te onpas in zijn broek. De oplossing? Ze kopen een pony voor hem.

Er blijkt iets heel anders aan de hand te zijn met de jongen, maar dat dringt niet tot de buitenwereld door. Uiteindelijk overlijdt Borys en het gezin blijft achter met veel vragen en een kreupele pony. Een boer die moeilijk doet over het dier, maar de pony geneest op wonderbaarlijke wijze. Ondanks die genezing moet het oude dier toch naar de slager.

Troost

Een verdrietig verhaal waarbij de vrouw van zijn college Beckers ze graag wil troosten. De vrouw van Geniek ziet hier heel weinig in en als Geniek er zelf wel op ingaat, dan loopt het natuurlijk verkeerd. Want wat is troost zoeken eigenlijk.

Het verhaal krijgt zoals te verwachten valt bij Arnon Grunberg een aantal zeer bijzondere wendingen. Zo belandt Geniek in een klooster en wachten zijn vrouw en zoon op hem. Het lijkt allemaal voldoende, maar de vrouw van Beckers gooit roet in het eten. Er zit niks anders op dan dat Geniek en zijn vrouw gaan scheiden.

Is daarmee de roman Goede mannen een verhaal over rouw. Het draait om een eenvoudige man die alles op alles zet om zijn gezin gelukkig te maken. Hij doet hiervoor domme dingen, maar er gebeuren net zo goed heel mooie en ontroerende dingen. Hij doet het oprecht en daar twijfel je als lezer niet aan.

Kippenhok

Zoals als hij verblijft in het klooster en zich terugtrekt in het kippenhok om God te ontmoeten:

Het kluizenaarschap had hem een oplossing geleken. Hij had de liefde gezocht waaraan je niet kon ontkomen en die had hij gevonden, hij had nooit geweten hoeveel pijn die liefde kon doen tot hij haar op zijn lichaam had voelen branden, toen wist hij het. Van ’t een kwam ’t ander, de liefde had hem naar het kippenhok gelokt, de liefde die ervoor zorgde dat je elke wond wel wilde omarmen, elke pijn zingend tegemoet ging, elke dood als een geschenk wilde aanvaarden, al zou hij daarover niet spreken. (326)

Een bijzondere vermenging van absurditeit en religiositeit. Iets wat je bijvoorbeeld ook in romans als De Joodse Messias tegenkomt, met de teelbal op sterk water die de naam Koning David draagt. Ook in deze roman spelen troost en liefde een cruciale rol. Het lijkt wel of Arnon Grunberg deze door de eeuwen heen uitgeholde begrippen nieuwe betekenis probeert te geven in de absurditeit waarin hij ze plaatst.

Dat geldt eigenlijk voor al die grote begrippen als rouw, troost, angst en liefde. Eigenlijk alleen angst is een emotie. De rest zijn aanduidingen voor heel persoonlijke ervaringen die voor iedereen weer anders zijn. Arnon Grunberg probeert ze uit hun leegte en betekenisloosheid te halen. De absurditeit is het enige dat er uiteindelijk van overblijft.

Zoektocht naar liefde

In Goede mannen is het de zoektocht naar liefde die Geniek in het kippenhok probeert te vinden. In het nabije klooster kan hij deze liefde en nabijheid van God niet ervaren, maar in het kippenhok lijkt hij te zoeken naar deze religieuze ervaring. Of het hem lukt, laat de verteller eigenlijk in het midden. Het doet hem wel besluiten om weer naar huis terug te keren.

Net als dat zijn geduldige vrouw hem juist in de steek laat omdat hij de stervende mevrouw Beckers wil opzoeken. Dat is de druppel die de emmer doet overlopen. Al beweert zijn vrouw later dat ze deze gelegenheid aangreep om hun ingedutte relatie definitief uit te kunnen blazen.

Het verhaal laat wel zien hoe moeilijk het is om het leven na een verlies weer op te pakken. Het is bijna onmogelijk en iedereen doet het op zijn geheel eigen manier. Dat treft mij wel bij het lezen van dit boek. Binnen de absurde wereld die de verteller schetst, met veel bizarre wendingen, grijpen deze aspecten je juist heel erg aan.

Eigen wereld

Daarmee ontstaat een heel eigen wereld, een beetje vreemd, maar tegelijkertijd heel vertrouwd. Een schets van een mensenleven, waarbij het verlies van een kind ook een schijnbaar eenvoudige man gigantisch aangrijpt.

Het leven van voor het verlies is eigenlijk niet meer op te pakken. Dat laat Arnon Grunberg heel treffend zien in zijn laatste roman. Daarmee bewijst hij dat hij in elk nieuw verhaal een mooie wereld schept, waar zelfs alles wel min of meer op zijn pootjes terechtkomt. Inclusief het vinden van een nieuwe vrouw. Natuurlijk gaat dit net zo bizar als bij het eerdere verhaal. Inclusief een groepsreis van mannen die op zoek gaan naar een vrouw in de Oekraïne.

Arnon Grunberg: Goede mannen. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2018. ISBN: 978 90 3880535 1. 510 pagina’s. Prijs: € 25,99. Bestel

27 mei 2017

In het spoor van Don Quichotte

Ben ik zo’n liefhebber van Paul Theroux, wereldreiziger, hebben we in Nederland onze eigen globetrotter. Het is de Floortje Dessing van de literatuur: Cees Nooteboom. Een reisschrijver van formaat, dat bewijst zijn laatste boek wel. In het spoor van Don Quichotte is een prachtige bloemlezing met mooie reisverhalen.

Het titelverhaal vertelt over de zoektocht naar de sporen van Don Quichotte. Cees Nooteboom vindt meer sporen van het boek dan van de schrijver Cervantes. De molens zijn echt reuzen geweest in de verbeelding van de schrijver, stelt hij. Het geeft een mooie kijk op literatuur.

Cees Nooteboom reist schrijvers en hun verhalen achterna. Hij heeft de drang om alles vast te leggen! Het notitieboekje is daarbij een onmisbaar instrument. Hij verzucht in het essay ‘Gantheaume Point. Notities als labyrinth’ hoe hij voor de ontmanteling de bibliotheek van Borges bezoekt.

Alle boektitels die hij ziet, probeert hij nog vast te leggen in zijn notitieboekje:

[P]agina na pagina vulde ik met de merkwaardigste, stoffigste, nu onachterhaalbaar geworden titels, ik had het gevoel dat ik tegen de tijd schreef; een dag later zouden al die kasten leeg zijn en ik besefte dat ik dan wel de laatste geweest zou zijn die de bibliotheek van Borges gezien had. (56/57)

Nooteboom is zo druk met noteren dat hij vergeet te kijken! De schok is dan ook groot als hij het notitieboekje verliest. Het exterieure geheugen verdwijnt ergens in een overvolle stadsbus van Buenos Aires.

Je proeft als lezer hoe hij nog altijd van deze verdwijning, meer dan 30 jaar geleden, last heeft. Het verdriet om de teloorgang van iets dat hij probeerde vast te leggen wat op haar beurt ook verdwenen is. Zou iemand die dit boekje vindt, begrijpen wat erin staat? Cees Nooteboom beseft maar al te goed dat de krabbels nauwelijks te ontcijferen zijn en helemaal niet te begrijpen.

Cees Nooteboom: In de sporen van Don Quichotte. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 4832 7. Prijs: € 15,00. 128 pagina’s.Bestel

22 mei 2017

Een charismatisch defect

Zijn de idealisten uit de jaren ’60 inderdaad mensen die verdraagzaamheid nastreefden en voor vrede en gelijkheid streden? Dat is de vraag die in je opborrelt na het lezen van de roman Een charismatisch defect van Eva Kelder.

Ze schreef haar 2e roman in een specifiek tijdvak: de tijd van de idealisten in de jaren ’60. De roman vertelt het verhaal van Anneke. Ze ontsnapt net van school uit de greep van het ouderlijk huis. Haar autoritaire vader ruilt ze in voor een commune onder leiding van de donkere Amerikaan Blake.

Hij noemt haar April, de maand waarin hij haar voor het eerst ontmoet en zij op hem een onuitwisbare indruk maakt. Ze wordt zijn liefje, maar moet zijn aandacht met de commune delen. Ze maakt deel uit van een commune met mensen die allemaal een betere wereld nastreven. Gedweep met Nietzsche, zonder zijn naam te noemen. Maar zit het kwaad wel in de directeur van een fabriek die wapens maakt of een regent die partij kiest voor de vijand?

Het kwaad zat niet in de hemel, in de tijd, de mensen, het land, de stad, het kwaad zat in haar. En misschien ook wel in hem. (70)

Niemand heeft aandacht voor de duistere kant van Blake en zijn beweging. Ze krijgt een zoon met hem, Fedja, maar ze deelt een veel ongrijpbaarder geheim met hem en hun vriend Curacao Dick. In het 2e deel van de roman probeert ze het enorme schuldgevoel dat hieruit voortkomt grijpbaar te maken. Maar het lukt niet. Haar zoon staat verder van haar af dan ooit en ze verliest de net opnieuw gevonden Curacao Dick.

Met de roman laat Eva Kelder zien dat idealisme ook een keerzijde heeft. Als het misgaat, gedragen idealisten zich net als de mensen tegen wie ze zich keren. Die keerzijde laat de verteller in de roman vooral zien als het gaat om de relatie tussen April en haar zoon Fedja. Ze krijgt geen vat op hem en hun relatie lijkt hetzelfde lot beschoren als haar relatie met haar vader. Het kwaad zit niet in het systeem, het zit in jezelf.

Idealisme is mooi, maar als dat ten koste gaat van iemand anders vrijheid of zelfs zijn leven, dan drukt dat op een mensenleven. Eva Kelder laat dit zien in haar indringende roman. Voor de een drukt de schuld te zwaar op zijn gemoed, de ander zoekt het in een nieuw leven op het platteland. Anneke vindt het in de gedichten en uiteindelijk ook in de keuze voor wie ze kiezen moet: haar zoon.

Zo blijf je als lezer achter en hoopt dat ze hierin slaagt.

Eva Kelder: Een charismatisch defect. Roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2017. ISBN: 978 90 290 9114 5. Prijs: € 18,99. 256 pagina’s.Bestel

06 november 2016

Ben jij anders gaan lezen door school? - #50books vraag 45

img_20161106_083730.jpgOp Twitter zag ik een interessante discussie over het literatuuronderwijs op school. De ontlezing is namelijk op zijn retour. Jongeren durven weer een boek te pakken en te gaan lezen. Hierbij grijpen ze ook terug op het papieren boek. Even geen mobieltje, even geen internet, maar gewoon met een boek op schoot.

Ik ben gek op lezen en verslond toen ik jong was al veel boeken. Ik las De schippers van de Kameleon, de spannende scheepsverhalen van K. Norel en Snuf de hond van Kees Prins. Op de Middelbare school maakte ik kennis met de geschiedenisboeken van Thea Beckman. Enthousiast geworden door een fragment van Kruistocht in spijkerbroek bij Nederlands.

De liefde voor literatuur kwam pas na de Mavo op de MTS. Ik ontdekte de boeken van Maarten ’t Hart en via hem rolde ik de Nederlandse literatuur in. Pas toen ik stopte met de MTS en versneld Havo en VWO ging doen, volgden andere boeken van ondermeer Harry Mulisch en ook Jan Wolkers.

Daarom loopt mijn liefde voor het lezen hand in hand met de opleidingen die ik deed. Maar geldt dat voor iedereen?

Daarom de boekenvraag voor deze week:
Ben jij anders gaan lezen door school?

Ben je juist meer gaan lezen door je opleiding en je docenten? Of werkte het literatuuronderwijs juist demotiverend voor je?

Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

20 mei 2016

Spel met de lezer

image

Hoe moet het aflopen? Het is een worsteling waarmee de schrijver Ilja Leonard Pfeijffer kampt in zijn Brieven uit Genua. Hij verzucht dat het verhaal toch ergens heen moet. Een boek kent toch een afloop. Of het nu een brievenbundel is of een roman. Dat zou niet hoeven uit te maken.

Brievenbundel

In zijn 4e brief aan zijn uitgever vraagt Ilja Leonard Pfeijffer het zich af. Hoe moet het aflopen? Hij kan moeilijk een afloop verzinnen, want een brievenbundel vraagt om de werkelijkheid in het verhaal. Het moet gebeurd zijn wat er staat.

Maar het probleem is dat ik niks mag verzinnen. Dat is de spelregel. Daar moet ik mij aan houden. Dus die grote dramatische wending zou ik in het echt, in het ware leven, moeten bewerkstelligen. Ik zou om compositorische redenen in mijn eigen leven een spectaculair omslagpunt moeten beleven. (596)

Wat verderop in zijn 44e brief aan Geyla, komt het onderwerp eveneens ter sprake. Bijna letterlijk schrijft Ilja Leonard Pfeijffer hetzelfde aan haar:

Omwille van de literaire compositie zou het het beste zijn om mijn leven in het echt spectaculair te veranderen. (620)

De compositie van de wereld op papier vraagt om een verandering in de werkelijkheid. En als geroepen komen de strubbelingen binnen. Het begint met de liefde en een ‘zere reet’ om uiteindelijk uit te monden in een radicale verandering van leven.

Leven overdenken

Of zoals hij in zijn laatste, toeval of niet, de 50e brief aan
Geyla schrijft. Door de brieven heeft hij de eerste 47 jaar van zijn leven overdacht. Hij heeft weliswaar 4 jaar over deze therapie gedaan, maar dan heb je ook wat:

Het was een psychoanalyse geweest van vier jaar lang in dagelijkse sessies, waarbij ik mijn eigen therapeut was. Iets van mijzelf had ik wel begrepen. (696)

Zo eindigen 700 pagina´s van zelfanalyse. Het is een heel avontuur dat je leest, waarbij niet elke brief en elk verhaal even interessant is. De beloofde liefde voor de stad Genua drijft soms teveel weg in het levensverhaal van Ilja Leonard Pfeijffer. En daar zijn sommige delen te langdradig en zelfvererend, waarmee hij juist de charme verdwijnt zoals dat in een boek als La Superba voorkomt.

Stadsverhalen

Juist in zijn roman La Superba draait het om de vele stadsverhalen, de verhalen van het pleintje waaraan zijn stamkroeg zit. Die maken het boek zo treffend. Hier valt het teniet door de vele zelfpromotie waardoor het echte verhaal teveel naar de achtergrond verdringt.

Misschien is de werkelijkheid echt minder mooi dan fictie.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

31 augustus 2015

Mijn exemplaren van Ferdinand Huyck

image

Ik heb 2 exemplaren van Ferdinand Huyck in mijn boekenkast. Ze komen allebei uit de serie van Romantische werken die uitgeverij Sijthoff uit Leiden vaak herdrukte. De beide boeken zijn gebonden in een rode kaft, maar zijn van verschillend zetsel. Hierdoor telt het ene boek 436 pagina’s en het andere 498.

Het werk van Jacob van Lennep was tot ver in de 20e eeuws heel populair. De boeken zijn eindeloos herdrukt. Het boek Ferdinand Huyck behoort tot de populairdere romans van Van Lennep. Net als De roos van Dekama. Misschien dat het onderwerp best aansprak. Daarnaast zijn de boeken van Jacob van Lennep geschreven in een toegankelijke stijl.

image

Ik heb een exemplaar dat heeft toebehoord aan P.J. Biesmeijer. Hij schafte het exemplaar in maart 1890 aan. Of het boek echt stukgelezen is, weet ik niet. Het boek heeft wel veel geleden. Het band valt van de inhoud af en neemt daarbij de eerste en laatste pagina’s mee.

Misschien komt de schade ook door het dikke bundeltje papier dat aan het exemplaar is toegevoegd. Dat is gemaakt door een J. van der Spek in januari 1888 en is daarmee ouder dan dat P.J. Biesmeijer het boek aanschafte.

image

In een prachtige handschrift heeft J. van der Spek alle vreemde uitdrukkingen en woorden die in het boek voorkomen opgezocht en vertaald. Hij gaat hierin heel ver. Zo zoekt deze lezer naar de verklaring van woorden als ‘bagatelletje’, ‘croquettes’ en ‘intoleroble’. Daarnaast komen de vele mythologische figuren in de roman langs als Bacchus, Atlas en Hercules. Ook besteedt deze 19e eeuwse lezer aandacht aan de Franse zegswijzen die vooral de zus van Ferdinand Santje.

Daarmee geven deze notities een leuk inkijkje in de leeswijze van een 19e eeuwse lezer. Het maakt het uit elkaar vallende exemplaar van deze historische roman de moeite van het bezitten waard. Daarom kan ik het ook niet over mijn hart verkrijgen om juist dit boek van een nieuw omslag te voorzien.

image

Jacob van Lennep: De lotgevallen van Ferdinand Huyck. Leiden: Sijthoff [1882],[eerste druk 1840]. 498 pagina’s.

23 augustus 2015

Vorm of vent - #50books

image

De boekenvraag van Peter deze week doet mij denken aan de vorm-vent-discussie. Deze discussie keert regelmatig in verschillende vormen terug. Dat geldt niet alleen voor de literatuur, maar ook voor andere kunsten als muziek of de schilderkunst.

De vraag in deze discussie is: in hoeverre draait het om de maker van het kunstwerk? Oftewel is het kunstwerk autonoom aan de maker ervan?

Vorm of vent

Kies je voor de vorm, dan is de maker niet zo belangrijk. In de tijd van deze discussie, tussen de 2 wereldoorlogen in het tijdschrift Forum, bezigde de dichter Nijhoff dit standpunt. Vraag je je bij een Perzisch tapijtje af wie het gemaakt heeft?

Nee, was zijn antwoord: je kijkt alleen naar de schoonheid en wie het gemaakt heeft is niet belangrijk. Het draait om het kunstwerk zelf en niet om zijn maker. De kunst is een zelfstandig, organische entiteit.

Maker wel stempel op kunstwerk

Aan de andere kant stonden Menno ter Braak en Eddy du Perron. Zij stelden dat de maker, de vent, juist een stempel op het kunstwerk drukte op het werk dat het gecreëerd had. Het draait volgens hen wel om de maker. Zij vinden hem ook verantwoordelijk voor het geschrevene.

Dat staat in schril contrast met onze literaire opvattingen. Schrijvers zijn niet verantwoordelijk voor wat hun personages zeggen en doen. Al gaat deze opvatting erg beperkt op. Sommige schrijvers worden wel verantwoordelijk gehouden voor wat hun personages zeggen en doen.

Dubbele houding

Deze dubbele houding blijft spelen. Ik ben vanuit mijn studie literatuurwetenschap erg gevoed door het literaire werk als zelfstandig object. In mijn ogen draait het vooral om de lezer die de tekst duidt. Ik als lezer geef de tekst betekenis. De tekst bestaat alleen doordat de lezer hem leest. Zonder hem is het werk betekenisloos.

Daarom geloof ik ook niet in auteursintentie. Zeker een auteur kan iets bedoelen met een tekst, maar het is de vraag of ik die bedoeling eruit haal. Voor mij draait het om wat het kunstwerk met mij doet. Wat denk ik dat het is. Die betekenis beantwoordt veel sterker aan het kunstwerk dan wat de maker ‘bedoeld’ zou hebben.

Schrijver wel belangrijk

Tegelijkertijd zie ik dat het voor veel lezers wel belangrijk is wie de tekst geschreven heeft. De autoriteit die sommige auteurs hebben, staat dan zeker centraal. Arnon Grünberg die iets over de oorlog schrijft, is iets anders dan wanneer Geert Mak dat doet. Dan kun je de tekst nog zo graag als autonoom willen zien, de missie mislukt. De leeshouding van lezer verschilt bij het lezen van teksten van deze 2 auteurs.

Ik ben zelf heel enthousiast over geheimzinnige schrijvers die zichzelf niet op de voorgrond zetten. Zo is een schrijver als Nescio een voorbeeld. Niemand weet wie deze man was, maar zijn literaire werk is een begrip.

Dagboeken

Hetzelfde geldt voor de dagboeken van iemand als Victor Klemperer, die pas na zijn dood werden gepubliceerd. Hetzelfde geldt voor auteurs als F.B. Hotz of Bob den Uyl. Zij vonden zichzelf niet belangrijker dan hun werk. Daarmee heeft een werk een heel andere positie dan deze schrijvers.

Vanuit mensen is het effect ook precies andersom: je leest het werk niet omdat je meer van hen wilt weten, maar na het lezen van hun boeken wil je de biografie lezen om meer over de mens achter het boek te weten te komen.

Daarmee heeft het boek waarbij de schrijver niet zo sterk op de voorgrond treedt, minstens zoveel overlevingskansen als het boek waarvan de schrijver bekend of zelfs bekender is dan het boek.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  33 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

29 maart 2015

Gerard Reve en Veenendaal - #50books

image

Het was bij de introductiedag van de opleiding Nederlands in Leiden. Ik zat in het groepje met Peter van Zonneveld. We deden een voorstelrondje en ik vertelde dat ik uit Veenendaal kwam. Zeker, ik ben er niet geboren, maar ik heb er vrijwel mijn hele jeugd doorgebracht.

Peter van Zonneveld, bij wie ik later afstudeerde, wist er wel een literaire anekdote bij te geven. Ik kende Veenendaal niet uit de literatuur. Er is niet zoveel literaire activiteit in Veenendaal. Zodra iemand ook maar iets aan literaire kracht wint, vertrekt hij uit het dorp dat op de rand van de provincie Utrecht ligt.

Innige band met Veenendaal

Maar mijn kersverse docent vertelde vol enthousiasme dat Veenendaal en Gerard Reve een innige band hebben. De schrijver woonde er een maand of tien in 1971 en 1972. Hij had toen een relatie met Teigetje en Woelrat.

image

De moeder van Henk van Manen, door Reve steevast Teigetje (hij zelf schrijft in zijn brieven Tijgertje) genoemd woonde in Veenendaal. Ze betrok een huurhuis aan de Boslaan 34 en daar vestigden Gerard en zijn twee minnaars zich. In zijn brief van 4 mei 1971 aan Josine M. schrijft Gerard Reve over het huis:

Dit huis in Veenendaal is een goedkoop huurhuis, van een woningbouwvereniging. Henk, als zoon van de huurster, waarborgt de continuïteit van de huur. Henk zijn moeder is een nog jeugdige gezonde vrouw van 62, die dolblij is, dat wij bij haar komen wonen, want ze werd allengs beroerd van het nergens meer hoeven zorgen, sedert Henk de deur uit was. (282)

De schrijver beleefde in Veenendaal een opleving in het schrijven. Hij haalde zijn rijbewijs en reed ’s morgens ‘het Woud’ in om daar te zitten schrijven. Hij zat dan in zijn auto en stapte alleen uit om even te bewegen. Zo schreef hij in nauwelijks een jaar tijd in Veenendaal twee romans: De taal der liefde en Lieve jongens.

Veenendaal niet onopgemerkt gebleven

Het verblijf van Gerard Reve in Veenendaal is niet onopgemerkt gebleven. Juist dat aspect wist mijn nieuwe docent Peter van Zonneveld in geuren en kleuren te vertellen. Een vechtpartij in een Veense supermarkt haalde de landelijke krant De Telegraaf. Gerard Reve zou daarbij iemands kleding hebben beschadigd en moest smartengeld betalen.

Het is zo’n akkefietje waarvan naderhand iedereen een eigen versie heeft. Reve schrijft er zelf vrij luchtig over in zijn brief van 11 juni 1971, een paar dagen na het opstootje:

Maak je over ons maar geen zorgen, want het gaat werkelijk veel & veel beter dan vroeger, & dat incident in de supermarkt is niet representatief voor mijn toestand het is een ongelukkige samenloop geweest. Ernstige konsekwenties heeft het niet gehad. Ik ben het met je eens dat ik hier, zo kort na onze vestiging, alle opspraak moet vermijden. (283)

Veel consequenties heeft de ruzie in de supermarkt inderdaad niet gehad. Gerard Reve slaat aan het schrijven en concludeert dat hij al jaren eerder naar Veenendaal had moeten komen. Toch betrekt hij wat later in Weert een kamer in een drie etages omvattende flat van een vriend.

Teigetje en Woelrat beginnen in Veenendaal een eigen winkel aan de Kerkewijk, De Eenhoorn. Later als de relatie met Gerard Reve is verbroken, gaan de twee ex-geliefden van Gerard Reve samen verder als modeontwerpers.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 13 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

08 februari 2015

Leesdip of schrijfdip? - #50books

image

Er is een tijdje geweest dat lezen lastig ging. Langzaam keerde het terug. Ik las de biografie van Willem Elsschot door Vic van de Reit en werd zo enthousiast dat ik Lijmen/Het been las. Zo keerde het lezen weer langzaam maar zeker terug.

Als ik er iets van leerde, dan is het dit: de leesdoelen komen niet altijd overeen met de leesbehoefte van dat moment. Daarom is het ook goed om soms iets anders te pakken dan een exemplaar uit de stapel nog te lezen boeken.

Zo liet ik het idee losgelaten dat ik bepaalde boeken zou moeten lezen. De gebroeders Karamazov leverde teveel frustratie op. Misschien dat ik het later nog eens probeer. Ook voor de boeken van Dickens moet je in de juiste stemming zijn. Je kunt het niet afdwingen alles van hen te lezen.

Zo pakte ik vorige week weer het boekje Lijmen/Het been. Gewoon omdat ik er weer zin in had. Het kostte mij dit keer best veel moeite om erin te komen. Pas op het moment dat Boorman en Laarmans aankloppen bij de firma Lauwereyssen kreeg het verhaal mij te pakken. Ik lachte mee met de belachelijke situaties en genoot van de rake observaties van Elsschot.

Zo merk ik dat ik het gewoon een beetje ruimte moet geven. Al gaat die vlieger niet altijd op. Soms ben je gewoon te druk met andere dingen om geconcentreerd te lezen. Het wil dan best helpen om een ander boek te pakken en waar je mee bezig was, te laten voor wat het is.

Waar ik overigens wel erg veel last van heb, is dat ik graag over al die boeken die ik lees iets wil schrijven. Dan dringt zich een heel ander probleem op. Ik kom er niet aan toe, begin aan het volgende boek, dat dan ook weer een paar leuke blogjes moet krijgen en dat gaat dan soms best lastig. Dan achtervolgt mij het best en zou ik liever lekker gaan zitten lezen dan erover te schrijven.

Misschien moet ik dat ook oplossen zoals het lezen. Het schrijven even te laten of het bij één bijdrage te houden voordat ik meer ga schrijven.

Tips zijn van harte welkom.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 6 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

13 november 2014

Herinnering - #WoT

image

her·in·ne·ring (de; v; meervoud: herinneringen) 1 het herinneren 2 dat wat je je herinnert 3 geheugen 4 (eufemisme) aanmaning

Bij de actie Nederland leest staat deze maand het boek Een vlucht regenwulpen centraal. Wat mij erg opviel in dit boek zijn de scherpe jeugdherinneringen van de ik-verteller en hoofdpersoon Maarten.

Deze herinneringen uit de kinderjaren zijn erg mooi beschreven. Zoals de herinnering aan het amandelen knippen. De jonge Maarten gaat naar het dorp om zijn amandelen te laten ‘pellen’. Hij is tot die tijd altijd in en om het huis geweest. Het is de eerste keer dat hij in het dorp komt.

Ze varen er op de veilingschuit naartoe. Maarten geniet van de ervaringen die hij onderweg opdoet. Als ze in het dorp komen, maakt hij kennis met het plein en de kerk. De schaduw van de kerk trekt over het plein. Maarten is bang voor het licht.

Het zonlicht is zo hard en fel, het wil me verslinden, zo heb ik het nog nooit gezien. Ik ril als mijn moeder over het plein wil lopen, ik ruk aan de handen van mijn moeder en zeg: ‘Langs de huizen, moeder, langs de huizen.’ (29)

Hij wil niet over het plein omdat hij dan over de streep van vuur moet. Als hij er uiteindelijk toch overheen moet stappen, merkt hij dat er niks gebeurt als zijn schaduw opgaat in de schaduw van de huizen.Het knippen van de amandelen is een traumatische ervaring. Een gloeiend hete tang gaat in zijn mond en brandt in zijn keel. Een gruwelijke pijn.

Het zijn passages waarbij weemoed naar het verleden en de teleurstelling in mensen heel mooi samenvallen. De herinnering is heel sterk en weet ook bij de lezer een mooi beeld op te roepen van het Nederland uit de jaren ’50.

Maarten ’t Hart: Een vlucht regenwulpen. 1e druk, 1978. 65e druk met toestemming van Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, 2014. ISBN 9879059652613. 166 pagina’s.

#WoT

Wat is jouw jeugdherinnering die je nog scherp voor de geest kunt halen. En heb jij een boek dat je treft vanwege de scherpe herinneringen?

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Deelname is geheel vrijblijvend. Plaats een reactie onder dit bericht waarin je het linkje plaatst naar je blog.

De #WoT is opgezet door @metkcom en daarna door @pixelprinces overgenomen. Vanaf september 2014 hou ik het stokje in mijn hand. Schrijf vandaag mee over het woord: herinnering.

Lees ook mijn bespreking van Maarten ’t Harts Een vlucht regenwulpen op Litnet.co.za

08 juli 2014

Harry G.M. Prick - #50books

image

Al tijdens mijn studie ontdekte ik de biografie. Het was de tijd dat Harry G.M. Prick met het eerste deel van zijn Van Deyssel biografie kwam. We hadden in die periode college van Peter van Zonneveld. Op een ochtend zat hij afwezig bij het college. Hij vertelde dat de biografie van Van Deyssel hem tot ver in de kleine uurtjes geboeid had. Nauwelijks geslapen had hij die nacht.

Voor mij kwam dat moment veel later. Ik kreeg het boek te pakken in de ramsj bij De Slegte. Maar ook ik werd gegrepen. Wat een leven van deze auteur. Harry Prick wist het leven van iemand die nog helemaal in de negentiende eeuw stond op een prachtige manier tot leven te wekken. Het leek of je meekeek, Van Deyssel op straat tegenkwam en even met hem in gesprek raakte.

Bij een boekenveiling van Bubb Kuyper bemachtigde ik een paar jaar terug een collectie biografieën uit de bibliotheek van Harry G.M. Prick. Het was een rijtje van elf biografieën, waaronder de biografie van P.A. Dauem, geschreven door Gerard Termorshuizen. Ik vertelde het aan Gerard Termorshuizen en nam het exemplaar van Harry Prick mee.

image

Het opvallendste waren de pennenstreken die Prick in zijn exemplaar had aangebracht. Het ging om correcties, waarbij hij Termorshuizen op de kleinste details corrigeerde. Het zijn eveneens de passages die ook terugkomen in de biografie van Van Deyssel. Het geeft een inkijkje in het werk van één van de meest interessante biografen van Nederland: Harry G.M. Prick.

#50books

Dit is het tweede antwoord op vraag 27 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

17 april 2014

Sprakeloos met een vrouw naar bed - #WoT #leesvrouwen

in-bed-met

Sprakeloos ben ik: het cpnb heeft voor volgend jaar opnieuw een man benaderd voor het schrijven van het boekenweekgeschenk. Voor het dertiende jaar op rij valt een man deze eervolle taak ten deel. Volgend jaar schrijft de Vlaming Dimitri Verhulst het 96 pagina’s tellende boekje dat je krijgt bij de aankoop van 11,50 euro aan Nederlandstalige boeken.

Dimitri Verhulst eindigt een leger aan mannen: Tommy Wieringa, Kees van Kooten, Tom Lanoye, Kader Abdolah, Joost Zwagerman, Tim Krabbé, Bernlef, Geert Mak, Arthur Japin, Jan Wolkers, Thomas Rosenboom en Ronald Giphart.

De laatste vrouw was Anna Enquist in 2002. De rest van de lijst bestaat uit hoofdzakelijk mannen. Grote vrouwelijke nestor is Hella Haasse. Zij schreef liefst 3 boekenweekgeschenken in 1948, 1959 en 1994.

Bij de Nobelprijs kunnen ze het niet maken, daar geven ze de prijs het ene jaar aan een man, het andere aan een vrouw. Bovendien weten ze ook nog eens Westers en niet-Westers met elkaar af te wisselen. Heel knap. Kwaliteit laat zich moeilijk berekenen in afkomst. Ik weet niet of ze ook rekening houden met seksuele geaardheid van de Nobelprijswinnaar.

Het CPNB moet eens de mannentrend doorbreken en een paar vrouwen het geschenk laten schrijven. Dat doe ik als lezer overigens ook. Het is heerlijk om tussen al die mannen ook eens een vrouw beet te pakken. Spannend, sensueel en opwindend tegelijk.

Voor Not just any book’s leesclub Een perfecte dag voor literatuur kruip ik geregeld met een vrouw in bed. Vorige week beleefde ik genoeglijke uurtjes met Eva Kelder. Aangespoord door een tweet van @kimindepen liet ik er mijn lief een mooie foto van maken: samen met Eva Kelder in bed.

05 januari 2014

Maarten Koning - #50books

image

Wie ik zou willen zijn, is voor mij niet zo de vraag. Ik hoef niet zo nodig iemand anders te zijn. Zoals ik laatst per ongeluk schreef: ik ben ik. Daarvoor hoef ik niet zonodig een Frits van Egters, Max Delius of Alfred Issendorf te zijn. Wel herken ik veel in personages, de psalmzingende Maarten op de fiets in Een vlucht regenwulpen bijvoorbeeld.

Meeste gelijkenis

Misschien dat ik nog de meeste gelijkenis heb met Maarten Koning uit Voskuils zevendelige romancyclus Het bureau. Of dat ik in elk geval zo iemand zou willen zijn. Iemand die ochtend aan ochtend met het koffertje onder de arm naar zijn werk gaat. De belevenissen op het kantoor als heuse avonturen beschouwt.

Voor wie elke avond een feest is omdat hij dan even alleen mag zijn en schrijven. Het harde werken, frustratie om collega’s, spectaculaire gebeurtenissen. De romancyclus Het bureau leest als een heuse soapserie, compleet met plot. Als Voskuil iets laat zien in de cyclus is dat werk ook emotie is.

Werken en relaties

Als je werkt, bouw je relaties op die net als een liefdesrelatie of vriendschap is. Met dezelfde kenmerken, ontwikkelingen, conflicten en samensmelting. Ik vind dat dit prachtig is verwoord in de zevendelige serie van Voskuil.

Aan het zevende deel van de romancyclus heb ik nooit durven te beginnen. Omdat ik het einde niet onder ogen wilde zien. Het verhaal kabbelt gestaag als een heerlijk stroompje van een berg. Soms gaat het wat harder, soms is het beekje wat breder, een andere keer weer iets smaller. Het verhaal kabbelt. Daarom durfde ik het einde niet te lezen.

Al is het einde onontkoombaar. Dus wie weet begin ik weer eens en lees het verhaal opnieuw. En helemaal. Of ik dan nog de hoofdpersoon zou willen zijn?

#50books

Dit is het antwoord op vraag 1 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Martha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

31 december 2013

2013 in blogs (3) - Boeken

image

Ik heb heel veel gelezen in 2013. Misschien wel het grootste aantal boeken in een jaar. Op mijn studiejaren na. Daarin las ik nog meer. Ik ontdekte nieuwe schrijvers, las een groot deel van het reisoeuvre van Paul Theroux en van Redmond O’Hanlon. Wat een genot om te lezen is deze man zeg. En ik las Hemingway, DickensBomans, vooral in combinatie met Jan Wolkers levert dat leuke blogs op. Of mijn studievriendin Barbara die een boek schreef. Of een boek met een film vergelijken zoals bij Koolhaas.

#50books

Het mooie initiatief #50books van Peter dat ik vanaf dag 1 omarmde. Nog niet alle vragen zijn beantwoord, die komen nog. Soms leverde een vraag meerdere antwoorden op. En soms begreep ik de vraag niet en gaf een heel ander antwoord. Dat antwoord was wel weer het lezen waard. Volgend jaar zet Martha het project voort en ze schakelt mij in als ze er niet uitkomt.

Een perfecte dag voor literatuur

Ook haakte ik in bij het initiatief Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Boeken die ik anders niet zo snel zou lezen, maar die soms leuke blogs opleverden.

Lees verder

Dit is de derde van tien blogs over 2013

13 oktober 2013

De eerste zin - #50books

wpid-2013-10-13-12.23.24.jpgMaar zelden grijpt de eerste zin van een roman of een verhaal je gelijk bij de kladden. Zelfs de beste schrijver slaagt er vaker niet dan wel in. Het merendeel van de eerste zinnen in de boeken die ik gelezen heb, zijn mij ontgaan. Een paar bleven hangen. Maar die zinnen zijn dan ook goed blijven hangen.

Eerste klap

Bij zijn improvisatie-cd op Gregoriaanse gezangen is een interview met organist Bert Matter opgenomen. Het gaat uiteraard over improviseren. De eerste klap is een daalder waard, zegt de vroegere organist van de Walburgiskerk in Zutphen. Het eerste idee trekt de aandacht en als het aanslaat, voert dit idee het publiek mee.

Een vaak aangehaald voorbeeld uit de muziek is Beethovens vijfde Symfonie. Die met weinig begint – vier tonen: lang – kort – kort – lang – en waarbij het idee het hele verdere eerste deel van deze symfonie wordt uitgewerkt. Overigens kennen maar weinig mensen hoe het verloop is na de eerste paar maten. Dus of die eerste maat nu alles bepaalt?

Eerste zin

De eerste zin in een roman is natuurlijk ook die eerste klap. Bij mijn studie werd tot tranens toe de eerste zin aangehaald van W.F. Hermans in Nooit meer slapen: ‘De portier is een invalide.’ Het zou allesbepalend zijn voor het hele verdere boek. Natuurlijk Nooit meer slapen is een prachtige roman. Maar of het ontbreken van deze eerste zin alle kracht uit het boek zou halen, is zwaar verdreven. Daarvoor zijn alle zinnen belangrijk.

Korte verhalenschrijvers zijn sterk in de eerste zin. Het verhaal ‘Happy days’ van F. Springer is zo’n verhaal. Al vanaf de eerste keer dat ik het las, greep de eerste zin mij aan. Het laat je niet los. De hele rest van het verhaal doet er bijna niet meer toe. Zo mooi… Ik haalde hem al eens eerder aan.

Op een avond in juni ’55 verliet onze jaargenoot Bert Kooistra, vierdejaars rechten, vroeger dan zijn gewoonte was de sociëteit, wandelde naar de Hooigracht, schreef in zijn kamer nog een briefje voor de hospita (‘mevrouw K, morgen geen melk’), schoof dit onder zijn deur de gang op, kleedde zich uit, slikte ongeveer twintig slaappillen (die hij in de loop van de voorgaande maanden op recept verzameld bleek te hebben), kroop onder de dekens, deed het licht uit en stierf nog voor het aanbreken van een mooie vrijdag, want juni was mooi dat jaar.

Kortere zinnen

Een andere verhalenschrijver F.B. Hotz bedient zich van kortere en minder complexe zinnen. Zijn novelle De voetnoot behoort in mijn ogen tot één van de mooiste verhalen uit de Nederlandse literatuur. De eerste zin(nen) van dit verhaal vat(ten) alles samen:

Het verleden is dood, zei mijn kapper. Ik wees hem maar niet op de duizenden tekens van het tegendeel. Zelfs de stemmen en geluiden van een eeuw geleden zijn nog hoorbaar sinds Edison de grammofoon uitvond.

Hotz verhaalt in De voetnoot over een vrouw die haar hele leven bezig is met een gebeurtenis – een treinongeluk – uit het verleden. Alles draait erom. Ze probeert haar gelijk te halen en een schadevergoeding in de wacht te slepen. De eerste zin zegt hiermee bijna alles. Het verleden is helemaal niet dood. Voor sommige mensen leeft ze meer dan het heden.

Of in het verhaal ‘ De gladiator’ uit zijn debuutbundel Dood weermiddel. In dit verhaal over de bezettingstijd en de periode erna, ontbreekt het de held aan heldendaden.

De enige heldendaad die ik in de bezettingstijd ooit verrichtte, was het horen lezen van een ‘illegaal’ blad. Als ik me goed herinner ben ik verder voornamelijk bang geweest of, wat erger is, ongeïnteresseerd.

De zin trekt je gelijk het verhaal in over de oorlogsjaren en de bijbehorende angst. Zo’n eerste zin is prachtig om te lezen, het helpt je het verhaal in. Maar het is zeker niet allesbepalend. Dat zijn bijna terloopse zinnetjes die betekenis krijgen door het omliggende verhaal. Een eerste zin is vaak betekenisloos. Ze krijgt pas kracht als je weet wat er komen gaat. Zonder die wetenschap is het een mooie zin en neuriet ze mee op de maat van het verhaal.

Gelijke zinnen

Iemand als Redmond O’Hanlon kan prachtig schrijven over zijn reizen door het oerwoud. Het begin van zijn eerste twee reisverhalen Naar het hart van Borneo en Tussen Orinoco en Amazone lijken sterk op elkaar. In allebei de gevallen staat de duur van het verblijf centraal.

Naar het hart van Borneo:

Als academicus en recensent van boeken over biologie stond ik versteld hoe snel iemand, onder bedreiging van twee maanden ballingschap in de oerwouden van Borneo, eigenlijk kan lezen.

In Tussen Orinoco en Amazone refereert hij met een dikke knipoog naar zijn vorige boek. Zelfs lezers die zijn eerste reisverhaal niet kennen, begrijpen de flinke dosis ironie:

Omdat ik twee maanden lang door de regenwouden van Borneo had gereisd, dacht ik dat een tocht van vier maanden door het gebied tussen de Orinoco en de Amazone geen bijzondere problemen met zich mee zou brengen.

Geen raadselachtige zinnen, geen diepgravende analyse van wat er komen gaat. Het begint gewoon met een zin die de sfeer van het komende verhaal uitdrukt en eigenlijk ook al verklapt dat er veel moois met zware ontberingen komen gaat.

Zona Verde

In zijn laatste reisverhaal Laatste trein naar Zona Verde, Mijn ultieme Afrikaanse safari drukt Paul Theroux zich juist in de raadselachtige eerste zin uit. Hier geen grootse profetie of voorzichtig openen van de gordijnen. Nee, Paul Theroux voert de metafoor van het ongelezen boek op. Het ongelezen boek dat op de schoot van de lezer ligt:

In de hete, vlakke bush in het hoge noordoosten van Nanibië liep ik over een bultige termietenheuvel van glad, door mieren fijngekauwd zand, en doordat ik nu net iets hoger stond, kon ik zien hoe het majestueuze landschap zich ontvouwde, als de warrelende bladzijden van een geheel ongelezen boek.

Paul Theroux begint zijn reisverhaal niet bij het begin, maar ergens in het midden, als hij de bosjesmannen ontmoet. Het typisch Afrikaanse landschap dat helemaal in de algemeen westerse beeldvorming valt. Geen beter begin van een reisverhaal dat worstelt met het Afrika zoals het in het hoofd zit en het Afrika zoals het zich toont aan de reiziger Paul Theroux. Binnenkort meer – veel meer – over dit laatste reisverhaal van deze Amerikaan.

Nee, dan de laatste zin die ik van Laatste trein naar Zona Verde niet zal verklappen. De laatste zin is de paukenslag waarmee de roman of het verhaal eindigt. Vaak een gedweëe afdruiper. Een zin die je zo weer vergeet. Maar soms een heel mooie samenvatting van het verhaal. Een einde waar alles op zijn plaats valt.

Verquizzen

Er zijn weleens quizzen waarbij je moet raden welke eerste zin van een roman bij welk boek hoort. Leuk om te doen. Ik ben er niet zo goed in. Bij het meelopen bij de opleiding Nederlands aan Nijmeegse universiteit, kregen we in de pauze zo’n soort quiz. Niet met de eerste zin, maar de laatste. Heel erg leuk. Ik had er 9 van de 10 goed.

Neem het einde van Gerard Reves De avonden die memorabel is in de Nederlandse letterkunde. Een einde die het verhaal wel en niet dekt. Als het aan mij ligt de mooiste zin waarmee een boek en deze blog kan eindigen:

Hij zoog de borst vol adem en stapte in bed. ‘Het is gezien’, mompelde hij, ‘ het is niet onopgemerkt gebleven.’ Hij strekte zich uit en viel in een diepe slaap.

Dit is het antwoord op vraag 40 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

28 juli 2013

Lezen in de vakantie - #50books

image

Natuurlijk lees ik in de vakantie. Of ik meer lees dan anders, ligt aan de vakantie en aan de innerlijke rust. Vorig jaar was ik een dagje vrij op camping De ruimte bij Dronten. Daar genoot ik van het dagje zon en van De kus van Jan Wolkers.

De kus

De kus is een prachtig verhaal over een militair die gevochten heeft bij de politionele acties en naar Indonesië gaat met een groepsreis. Het boek viel al in een cyclus aan boeken die ik aan het lezen was. Ik las de hele dag door terwijl Doris op de camping speelde. Het boek was dezelfde dag uit.

In aanloop voor deze vakantie was ik al druk aan het lezen in de reisverhalen en treinverhalen van Paul Theroux. Na De oude Patagonië Expres volgende Het drijvende koninkrijk en China, per trein. Van deze boeken wil ik ook treffende blogs schrijven. Dat vermindert de schrijftijd voor andere stukken.

Ook omdat ik deze vakantie thuisbleef en andere dingen deed. En je kunt niet alles. Ook las ik andere boeken, zoals De man met de witte das van Godfried Bomans en delen uit Nescio’s Natuurdagboek.

Kinderjaren van Jezus

Dan wachten er twee boeken al langere tijd om gelezen te worden. Het eerste boek is Coetzees De kinderjaren van Jezus. Ik wil dit bespreken voor het Zuid-Afrikaanse Litnet. Het lezen van dit boek komt maar niet van de grond. Het lag al in mijn voornemen om het voor de reeks Theroux-boeken te gaan lezen. Ik kom niet in het verhaal, ook omdat het misging met de bezorging van het boek. Het werd nooit bezorgd door meneer PTT-post. Zodoende leen ik het boek nu van de bibliotheek.

De afvallige

Het tweede boek dat ik ook voor Litnet wil lezen, is Jan van Akens laatste historische roman De afvallige. Het laatste boek is een dikke pil die goed gelezen kan worden tijdens een vakantie. De afvallige ligt er als een begeerlijk snoepje.

image

Ik las Jan van Akens Valse Dageraad terwijl ik door Oost-Nederland fietste in 2001. Na die vakantie leerde ik een meisje uit Almelo kennen. Ik droeg het boek in Apeldoorn in mijn hand als herkenningsteken bij ons eerste afspraakje op 9 september 2001.

Misschien dat ik er daarom ook nog niet aan durf te beginnen. Het ziet er net zo veelbelovend uit als dat andere boek van Jan van Aken. Gelukkig is een boek oneindig houdbaar en dat kun je van het heerlijke chocolaatje dat ik maar niet durfde opeten, niet zeggen.

image

Dit is het antwoord op vraag 29 van het blogproject #50books van Petepel. Voor een overzicht van mijn antwoorden op Peters vragen: #50books.

14 juli 2013

Ongelezen Flaubert – #50books

image
Mijn ongelezen Flaubert.

In vroeger tijden hield ik mij in leven met het niet lezen van boeken, maar er wel over praten. Soms was het een halve waarheid. Dan had ik alleen het eerste hoofdstuk gelezen of een klein deel. Het boek terzijde gelegd of nog vluchtig doorgebladerd. Van andere boeken wordt vooral veel verteld.

Zeker als je studies doet als Nederlands en literatuurwetenschap. Tijdens mijn studie heb ik verschrikkelijk veel boeken gelezen, maar net zoveel boeken niet gelezen. De kunst is het dan een boek niet te lezen en er toch genoeg over te weten om het tentamen te halen.

Daar had ik al ervaring mee. Bij de éénjarige Havo had ik alles gelezen, maar bij het éénjarig VWO vertilde ik mij een beetje. In mijn overmoed had ik een groot deel van mijn boekenlijsten veranderd ten opzicht van een jaar eerder. Bij het mondeling tentamen kwam aan het licht dat ik een paar boeken niet had gelezen, terwijl ze wel op de lijst stonden.

Ik kon mij er nauwelijks uitpraten. Maar De grauwe vogels van Arthur van Schendel had ik niet gelezen, net als Het vijfde zegel van Simon Vestdijk. Ik viel stil bij deze boeken, want ik wist er niks over te zeggen. Te praten over de boeken die ik wel gelezen had, werkte niet. Ik haalde een 5 tot mijn grote verdriet voor het examen. Het is bij dit incident gebleven, daarna wist ik zoveel van de boeken die ik niet gelezen had, dat ik ze eigenlijk gewoon gelezen had.

In de kroeg vond ik regelmatig gelijkgestemden. Heerlijk praten over literatuur. Zo kreeg ik mijn informatie over boeken die ik niet gelezen had of boeken die ik moest lezen. Ik sprak een keer met de schrijver Abdelkader Benali in de Leidse kroeg ‘De blauwe engel’ over Madame Bovary van Gustav Flaubert.

We hadden allebei het boek niet gelezen, maar hielden voor elkaar de indruk overeind dat we het boek van de Franse naturalist van buiten kende. Ik wierp alleen maar wat brokjes in de lucht en de schrijver hapte gretig. ‘Wat een geweldig boek is dat’, zei de schrijver. Ik wist dat er in het boek een langdradige scène in een rijtuig was.

Ik was er ooit aan begonnen, maar kon er niet doorkomen. Het moest het hoogtepunt van het boek zijn. Daarom wierp ik het brokje maar in de lucht. ‘Vooral die scene in het rijtuig’, zei ik. ‘Ja’, riep Abdelkader. ‘Die scène in het rijtuig. Je weet gewoon dat ze met zichzelf aan het spelen is, maar hoe Flaubert dat verhult. Ongelooflijk.’ Mijn avond kon niet meer stuk.

Nu doe ik het niet meer, liegen over een boek dat ik niet gelezen heb. Ik merk dat het veel sterker is te zeggen dat je iets niet gelezen hebt. Je maakt dan een statement.

16 juni 2013

Computer als schrijver – #50books

image
Niet alleen updates, maar mijn computer tuft misschien ook wel romans uit.

Ik schrijf veel op de computer. Bijna alles komt direct vanuit mijn brein in de tekstverwerker van mijn computer terecht. Soms schrijf ik het eerst uit. Bij gedichten wil het wel helpen om eerst het gedicht op te schrijven en dan pas in de computer of op mijn smartphone te zetten. Het vormt een bescherming tussen schrijven en publiceren.

Een computer die alles schrijft, geloof ik niet. Een goed verhaal is meer dan een stelletje enen en nullen met elkaar combineren. Een goed verhaal vraagt om het brein van de schrijver. De creativiteit is niet te vatten in een programma. Daarvoor is de menselijke geest te grillig.

Misschien zouden computers verhalen voor computers kunnen schrijven. Als zij behoefte hebben aan verhalen. Voorzover mij bekend is vertellen dieren elkaar ook geen verhalen. Dus waarom computers dat onderling zouden moeten doen.

Wel geloof ik dat de computer de literatuur beïnvloedt. Harry Mulisch schreef De ontdekking van de hemel voor een groot gedeelte op de computer. Het verkorte zijn schrijftijd aanzienlijk. Volgens hem had het niet veel effect op zijn schrijverij. Behalve dat hij meer tijd overhield om andere verhalen te schrijven.

Ik denk dat Harry Mulisch dat effect schromelijk onderschat. Al schrijft hij in zijn inleiding bij Logboek dat de computer er niet voor gezorgd heeft dat zijn boek zo dik werd. Volgens hem is de denkrichting juist andersom. Het boek is niet zo dik geworden door de computer, maar hij is de tekstverwerker gaan gebruiken omdat het boek zo dik zou worden. Hij zou hierdoor eindeloos veel keren dezelfde passages moeten overtypen.

Ondanks de bewering van Harry Mulisch lijken boeken alleen maar dikker te worden. Veel romans monden uit in een dikke pil. Veroorzaakt door de tekstverwerker. Het schrijven op de computer is zo eenvoudig, dat het schrappen een bijna onmogelijke taak wordt. Schrijvers zijn zich onvoldoende bewust van de lengte van de tekst. Net als dat de computer een goed overzicht van het geschrevene ook lastiger maakt. Tekst verandert op een beeldscherm. De werking van tekst op de lezer verandert bij een beeldscherm eveneens.

Misschien bedoelde de jury van de Libris-literatuurprijs dat met Ikea-romans: romans opgezet als bouwpakket vol losse ideeën, waar de lezer dan maar een roman uit moet zien samen te stellen. Ik weet het niet. Daarvoor is dit onderwerp te ingewikkeld en moet je langer nadenken. Misschien is dat een leuke klus voor een computer nadat hij de roman heeft geschreven.

#50books
Deze blog is mijn reactie op vraag 23 van Petepels #50books: Kunnen computers fictie schrijven? Elke zondag lanceert Peter Pellenaars een vraag over boeken op zijn blog.