Posts tonen met het label boekbespreking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boekbespreking. Alle posts tonen

16 april 2024

Eerste en laatste regel


De dichtbundel Zombie zoekt zielgeno(o)t van Jan Lauwereyns bevat aan het einde een gedichtencyclus van 15 gedichten. Ze heten 'Pijnboomheuvel, Een heuse zombiekrans'.

Met de gedichten is iets bijzonders aan de hand. Ze hebben een heel strakke structuur. Als je begint met lezen, valt het niet eens zo op. Ik zag bijvoorbeeld de rijmwoorden helemaal niet eens. Net als dat alle gedichten 14 regels tellen, met een rijmschema: a - a - b - c - c - b - e - e - f - g - g - f - h - h.

Eerste en laatste regel

Ik merkte bij het 3e gedicht dat de laatste regel van het vorige, de eerste is van de laatste. Terwijl ik zo doorlas, vroeg ik mij af of er niet een leuk gedicht van zou zijn te componeren. Alle regels die het lyrisch ik herhaalt, komen dan in een nieuw gedicht terecht.

Ik had het rijmschema nog niet ontdekt en bedacht dat het leuk zou zijn om dat gedicht te schrijven in een blog. Het zou dan zo worden:
Probeer een vluchtbeweging, ontsnap aan de leegte die neigt
In alles om niets, je Pinus van Thunberg knikt en zwijgt,

Je pijnboomgeest vertoont zich, voorgrondwezen van blijven,

Naar waarheid die achter prikkels en feiten een puntje zet,
Bij wijlen schijnt de tegenspraak een binnenpret,

Omwille van het vlieten zal het nu beklijven,

Omwille van het drijven zal het hier vergaan,
Met lef van doodsverachting ontdoe je wat nooit is gedaan,

Het mos beraamt, met bittere tranen voor zoete regen,

Een nachtvlinder fladdert zijn onherhaalbare vleugelslagen
Uit liefde voor boze en drang naar kwadere dondervlagen,

Van pissebedden kun je leren het rotten vegen,

Erg ver in elders of vroeger of later ben je niet,
Lees liever het hopen van stoffen in wat je voor je ziet.
Ik ben gek op structuren. Ze geven mijn creatieve maar zeer wild fladderende brein een beetje richting. Ik snap zeker dat veel hedendaagse dichters helemaal niet van structuren houden. En het zoveelste sonnet kan je als dichter snel de keel uit hangen. 

Rijmdwangmatig

Ik heb zelf daarom bijvoorbeeld weinig plezier aan de plezierdichter Driek van Wissen. Terwijl zijn vriend en mededichter Jean Pierre Rawie net zulke structuren gebruikt, maar veel minder (rijm)dwangmatig overkomt. 

Zelf schrijf ik vooral haiku's en heb een eigen vorm gevonden in gedichten die strakke vormen in lettergrepen krijgen. Het lettergrepen tellen dwingt mij om beter na te denken over de tekst. 

Het scherpt mij om zo min mogelijk woorden te gebruiken om precies dat te zeggen wat ik wil zeggen. De verrassing bij het sonnet in de zoektocht naar rijmwoorden ben ik meer en meer als hindernis gaan beschouwen.

Pijnboomheuvel

Tot mijn verbazing zie ik aan het einde van de cyclus precies dit gedicht staan met de titel: 'Pijnboomheuvel'. Bovendien houdt hij de strakke structuur van de andere gedichten hier ook aan, compleet met rijm. Net als dat het ook een bijzonder gedicht oplevert dat niks onderdoet aan de rest. 

Blijft bij mij de vraag of hij dit gedicht het eerst heeft geschreven of dat het al schrijvend is ontstaan, zoals ik het ervaren heb bij het lezen.

de structuur een huis
palen, muren, dak
ramen om uit te kijken


Jan Lauwereyns: Zombie zoekt zielgeno(o)t, Gedichten. Koppernik, 2023. 69 pagina's. 

30 november 2021

Erasmus en ik

Erasmus, ik voel mij met hem verbonden. Erasmus uit Rotterdam. Ik ben er net als hij ook geboren en te vroeg vandaan gehaald. Ik voel mij zelf ook een Rotterdammer in ballingschap. Het standbeeld van De Keijzer uit de 17e eeuw dat nu bij de Laurenskerk staat, spreekt tot de verbeelding. Zeker met het verhaal erbij dat als de klok slaat, Erasmus een bladzijde uit het boek omslaat.

Geboorteplaats Rotterdam

Niet alleen de geboorteplaats Rotterdam is wat mij bindt aan Erasmus. Ook zijn enorme liefde voor boeken. Ik zal niet zeggen dat ik net zo belezen ben als hij, want daarvoor is een mensenleven te kort. Ook zijn talenknobbel komt niet overeen. Want wat een enorm taalgevoel en taalkennis bezat Erasmus. Daar kan ik nooit aan tippen.

Wel komt de liefde overeen voor boeken. Een leven zonder boeken is onhoudbaar, stelt Erasmus. Die heel eigen wereld die spreekt uit de bladzijden. Als je echt lekker leest, ben je namelijk even helemaal van de wereld. Je mag mee in het hoofd van iemand anders.

Afkomst

Het leven van Erasmus is gehuld in veel geheimen. Over zijn afkomst is veel onduidelijk. Hij heeft veel beweringen gedaan over zijn leven die niet altijd waar zijn. Hij is een bastaardkind. Dat maakt hem extra bijzonder. Net als dat hij Rotterdam toevoegde aan zijn naam. Hij is er zo goed als zeker geboren. De jaren dat hij Nederland gewoond heeft, woonde hij in Gouda, Deventer en later in een klooster in de buurt van Gouda. Daarmee zou Gouda meer aanspraak mogen maken op Erasmus dan Rotterdam. Hij is er in elk geval verwekt.

De biografie van Sandra Langereis heb ik verslonden. Wat een prachtig boek is dat zeg. En ze heeft zich daarmee aan een lijst met prominenten vervoegt. Ook Huizinga schreef een biografie over Erasmus. En dat is niet de minste. Je moet wel van goede huize komen om je aan zo’n project te wagen.

Inbedden

En dat is gelukt. Wauw, wat een biografie. Waar ik erg enthousiast ben is dat Langereis het leven van Erasmus goed in zijn tijd weet in te bedden. Ze schetst een beeld van de tijd waarin hij leefde en alle onderwerpen die in die tijd speelden. Europa werd beheerst voor dogma’s en door bijbehorende eigenzinnige vorsten. Erasmus wist hier doorheen te laveren. Waanzinnig knap.

De invloed van de drukpers, waarvan Erasmus als één van de eerste heel goed gebruik van wist te maken. Hij geldt als absolute bestseller-auteur. Wat later verslagen door de minstens zo behendige en veel commerciëler ingestelde Maarten Luther. Toen Erasmus zich niet voor Luthers karretje liet spannen, maakte Luther hem meteen tot tegenstander. Hierdoor is het gedachtegoed van Erasmus door reformatoren altijd met een zekere argwaan bekeken.

Taalwetenschap en exegese

Doodzonde, want Erasmus staat aan de basis van de moderne taalwetenschap en exegese. Het lezen van de biografie opent je ogen. Wat een bijzonder mens is Erasmus. Daarbij beschikte hij over een ongekend netwerk aan contacten met andere humanisten binnen Europa. Hij was een belezen reiziger die in contact met alle belangrijke intellectuelen in Frankrijk, Engeland en Duitsland stond. Heel indrukwekkend.

Daarbij geeft biograaf Sandra Langreis ook nog eens een schitterende inkijk in de boekdrukkunst en vooral in het vertaalwerk van Erasmus. De herontdekking van buitengewoon veel klassieke werken. Hoe belezen Erasmus was in het Grieks en hij daarbij ook feilloos teksten van het origineel wist te reconstrueren. Je krijgt dan alleen maar ontzag.

Met een boek in een hoekje

Een boek dat een feest is om te lezen. Iets wat absoluut bij een belezen mens als Erasmus hoort. Voor hem is een leven zonder boeken onhoudbaar. Dus, kruip snel met dit boek in een hoekje!

Lees mijn boekbespreking over Erasmus dwarsdenker op Voertaal

14 november 2021

Een avond ongemak

Emma ken ik van Blogpraat. Ze schoof op een dag aan en is niet meer weggeweest. Haar blogs zijn openhartig en houden soms het midden tussen poëzie en proza. Korte puntige zinnen, veel wit. Het leest buitengewoon lekker.

Bij de boekpresentatie staat ze weer in het Utrechtse theater Kikker. Hier stond ze 8 jaar geleden ook. Als Jacob Jan die vertelde over Emma. Nu is het Emma die vertelt over Jacob Jan. Over haar transitie van man naar vrouw. Maar nog veel meer over haar ongemak.

Ze belooft het ook als ze begint. Het wordt een avond vol ongemak. Haar ongemak, maar ook het ongemak van het publiek. Je voelt je soms best ongemakkelijk. Over vooroordelen gaat het; de kritische ik die alles onderuit haalt, maar ook de interne fan. Iets in jezelf dat met bewondering naar je kijkt en soms zelfs liefdevol omhelst.

Een avond in Kikker

Wat een avond in Kikker. Ik ben gek op dat theater. Niet te groot, soms zelfs bijna huiselijk. Emma gebruikt haar podium heel mooi. De stip dwingt haar op een plek te staan, maar wat een theater zet ze er neer. Je blijft aangetrokken tot het hele moment. Net als ze zo mooi alles in de hand heeft en haar eigen angst voor een black out een plek geeft in haar programma.

Het spel met haar kleurenblindheid en slechthorendheid. Ze vermengt het treffend in haar voorstelling. De zon die in een eigenaardig soort lichtgroen opkomt boven een bos met gele bomen. En lachten de kinderen haar dan uit of lachten ze mee. Het zijn de verhalen zoals ze ook zo mooi in haar boek Onder de radar zijn terechtgekomen.

En dan de passage over het lullige platte sleuteltje van haar fiets. Het brengt haar bij een verhaal over de ontdekkingen van haar lichaam. De vibrator als vriend, waarbij de verschillende standjes voorbijkomen. Inclusief golven en geluiden. Het geeft het programma lucht en ontroering tegelijk.

Enthousiast van Emma

Daarom blijft het hopen dat theaters enthousiast worden over Emma. Haar verhaal moet verteld worden. Het zet tot nadenken en je gaat bij het luisteren alleen maar meer van haar houden.

Zeker, veel verhalen ken ik van haar blogs. Het lezen van haar boek is een feest der herkenning. Dan ben ik ook jaloers op haar 4 kinderen vanwege de prachtige hoofdstukken die ze hebben gekregen. Zo mooi wat ze over ze schrijft en de unieke relatie die ze met ieder van hen heeft. Geen kind is hetzelfde. Emma weet heel treffend de karakters van elkaar te scheiden.

Ook hebben we elkaar gevonden in haar overgrootvader Jan Voerman en mijn liefde voor de wolken. Emma denkt ook in beelden en weet wat ze in gedachten ziet prachtig te verwoorden. Een mooi talent. Op toneel schittert Emma helemaal. Ze geniet ervan en dat weet ze mooi over te brengen op haar publiek. Genieten dus.

Ik kan alleen maar roepen dat je haar boek Onder de radar moet bestellen en lezen. En aan alle theaters in Nederland: boek haar. Ze is een talent en haar show bevat alles wat een theateravond moet bevat; een lach, een traan en het zet aan tot nadenken. Een avond van ongemak.

07 november 2021

Liefde voor Zuid-Afrika

Bij de vrijlating van Nelson Mandela liep een klasgenoot met een tekst rond uitgelaten blij omdat de apartheidsstrijder vrij was. Het was februari 1990, ik zat in de 3e klas van de mavo. Een grote dag voor de wereld. En we leefden al in zo’n bijzondere tijd. Een paar maanden eerder, op 9 november 1989 viel de Berlijnse muur.

We hadden geschiedenis van meneer Kok. Hij stond even stil bij de vrijlating van Mandela. Zeker, we mochten blij zijn, maar hij wilde wel even nuance aanbrengen. Daarna volgde een relaas over het ANC, een misdadige organisatie die veel moorden op zijn geweten had en bovendien communistisch zou zijn. Over de apartheid en het bloed van vele zwarten dat in naam van de witte Zuid-Afrikanen vloeide, geen woord.

Getemperde vreugde

Zo werd onze vreugde over een historische doorbraak bij ons op een school met gereformeerde grondslag getemperd. Ik moest er aan denken bij het lezen van Annemarié van Niekerk haar memoir over liefde en geweld in Zuid-Afrika Om het hart terug te brengen. Hoe ook in Nederland de gereformeerde grondslag de misdaden van de witte medemens goedpraatte of in elk geval verzweeg.

Net als dat andere verhaal waar ik vaak aan moest terugdenken. Vrienden van mijn ouders hadden een familielid dat midden ten tijde van de apartheid naar Zuid-Afrika verhuisde. Om boer te worden. In een tijd dat deze misdaden tegen medemensen werden gepleegd, emigreerden zij naar dit land om als witte mensen een boerenbedrijf te beginnen.

Verlangen

Ik kan het niet bevatten. Ze moesten het weten. Zou het verlangen voor het bezit van een grote boerderij in Zuid-Afrika, het hebben gewonnen van de politieke correctheid. Mijn vriendje liet mij kennismaken met het ‘grappige taaltje’. Zo las ik een boek van Richard Scarry mee in het Afrikaans. Hij kon de tekst opvallend goed voordragen.

Dat was ergens in de jaren ’80. Het moordcijfer in Zuid-Afrika was nog nooit zo hoog geweest. Als je Annemarié van Niekerk leest, weet je dat het geweld in Zuid-Afrika oplaaide, mede door de apartheid die dit juist moest bestrijden. Het laat mij zien dat de witte overheerser vooral de suggestie wilde wekken dat het de boel onder controle had. Maar het tegendeel was het geval.

De andere kant

Pas veel later op de universiteit maakte ik echt kennis met die andere kant. We lazen de Toorberg van Etienne van Heerden. En later de prachtige roman van Andre Brink over een drama dat zich in de 18e eeuw in Zuid-Afrika voltrok, ’n Oomblik in die wind. Wat een prachtige boeken zijn dat.

En nog weer een paar jaar later de kennismaking met het allermooiste: de Zuid-Afrikaanse poëzie. Gerrit Komrij nam mij mee in de bloemlezing die verscheen en de gastschrijver die hij bij verschijning van die bloemlezing op de universiteit was. Wat een tijd! Die poëzie is zo mooi. Het is vreemd en vertrouwd tegelijk en klinkt als muziek in de oren.

Litnet

Daarna de kennismaking met Etienne van Heerden. Hij liet mij de kant zien van het Zuid-Afrika na de afschaffing van de apartheid. En ook hoeveel je kunt delen op internet. Hij richtte als 1 van de eerste een indrukwekkende website op, litnet. Waar elk moment ‘geweldige debatte’ plaatsvonden over de onderwerpen die Zuid-Afrika nog steeds bezighouden.

En natuurlijk de indrukwekkende schare vrouwelijke schrijvers die Zuid-Afrika kent. Ze waren met een groepje in Leiden en ik mocht ze spreken: Marlene van Niekerk, Marita van den Vijver en Wilma Stockenström. Minstens zo indrukwekkend wat zij vertelden en vooral ook het zangerige Afrikaans. Ik was helemaal verliefd.

Voertaal

En dan nu dit boek. Ik mocht het lezen en recenseren voor hetzelfde Litnet. Nu ligt de verbinding in de zusterwebsite Voertaal, waar we contact leggen tussen Nederland en Zuid-Afrika. Het boek Om het hart terug te brengen van Annemarié van Niekerk is in het Nederlands verschenen. Daarmee is het een boek voor Nederland en ze vertelt zo treffend de geschiedenis van haar land aan de hand van haar eigen verleden, vrienden en relaties.

De jaren dat ik voor Litnet mag schrijven, geven mij die enorme verbondenheid en fascinatie voor dat land. Ik ben er nog nooit geweest. Veel studiegenoten deden het wel. Ik niet. Misschien ooit. Misschien ook wel nooit. De liefde is groot genoeg om het van een afstand mee te maken.

Oneindig van dit land houden

De boeken, de online contacten en liedjes helpen mij om oneindig van dit land te houden. Ook de kansen die deze samenleving biedt. Achter het geweld ligt een ander verhaal. Een verhaal waarin mensen die nooit de kans kregen, kansen krijgen. Een verhaal dat oneindig mooi is en waarvan ik zeker weet dat ze goed afloopt.

Lees mijn boekbespreking Om het hart terug te brengen op Voertaal

28 juli 2020

Dag en nacht, de hemel verklaard

Wolken, wolken, wolken. De wolkenhemel. Ik heb al jarenlang mijn wolkenblog wolkenhemel. Begonnen vanuit de fascinatie voor de prachtige hemel die er elke dat weer anders uitziet. En daar dan een gedicht bij. Ik haalde er de radio mee, mocht mooi poseren voor de Groene Kathedraal als Nietsdoener voor het tijdschrift Genoeg. Heerlijk.

Mensen vroegen mij dan of ik ook wat van wolken wist. Nee, ik weet er niks van. Helemaal niks. Nee. Net als dat ik er geen figuren, mensen of dieren in herken. Ik kijk naar de wolken zoals ze zijn en zoals ze zich gedragen.

Wolk in de vorm van een reuzendruppel; een uitgezakte wolkenflard

Turen naar een bui

Sinds we in Almere Oosterwold wonen – nu 2 jaar geleden – is mijn relatie met de lucht wel een beetje veranderd. Ik tuur de hemel af niet alleen naar wolken, maar vooral naar een bui. In dit droge voorjaar keek ik verlangend naar het hemelvocht omhoog. Zonder resultaat. Ook nu nog kan ik moedeloos omhoog kijken. Onderwijl sleep ik de ene gieter met water na de andere aan om de planten niet helemaal te laten uitdrogen.

Eigenlijk was de reden heel simpel dat ik niet veel van wolken wist. De wolkenkunde is verschrikkelijk ingewikkeld, met verschillende wolkenlagen en daarbij allerlei variaties. Als ik er weleens een boekje over opende, snapte ik er helemaal niks van. Maar de nieuwsgierigheid wint het steeds meer. Ook omdat ik die wolken al zo verschrikkelijk lang observeer. Wat zijn dat allemaal voor een wolken die je ziet.

De waarneembare hemel

Het boek Dag en nacht, de hemel verklaard door Helga van Leur en Govert Schilling is een uitkomst. In het boek bespreken ze de waarneembare hemel. Alles wat erin staat is ook in Nederland te zien. Maar vooral: alles is op een heel overzichtelijke manier uitgelegd.

En zoals de titel zegt draait het niet alleen om wat zich afspeelt onder de atmosfeer overdag, maar ook om wat je ziet in de nacht. En dat laatste komt wel wat verder; daar gaat het om de sterren, planeten en onze eigen maan. Allemaal dingen die je met het blote oog kunt zien.

De schemering waarin dag en nacht, maar ook nacht en dag in elkaar overgaan.

Dag en nacht kruisen elkaar

Het laatste onderdeel, de nacht, neemt sterrenkundige Govert Schilling voor rekening. Het eerste deel valt onder de hoede van weervrouw Helga van Leur. Soms doorkruisen de dag en de nacht elkaar. Zo kan de hemel helemaal verlicht zijn rond de langste dag in het jaar. Het zijn lichtende nachtwolken. Ze komen uit de ijskristallen die het zonlicht op grote hoogte weerkaatsen.

Ook is de kring om de maan die regen voorspelt, zo’n verschijnsel waar het weer ook een rol in speelt. De kring rond de maan heet een corona of halo. De eerste lijkt inderdaad op een kroontje en heeft gelukkig helemaal niks te maken met de wereldwijde pandemie die heerst.

Poolster

Govert Schilling weet op een heel toegankelijk manier de grootsheid van de sterrenkunde kenbaar te maken. Wat een prachtige uitleg geeft hij hoe je de poolster kunt vinden. Het is helemaal niet zo moeilijk als je het maar weet. Ook het enthousiasme waarmee hij de beperkte kennis van geïnteresseerden vergroot:

Je kunt wel zeggen ik ken maar 2 sterrenbeelden, maar weet dat je dan bijna 10 procent van de sterrenbeelden die je met het blote oog kunt zien, herkent.

Elk sterrenbeeld dat je erbij herkent en leert, is mooi meegenomen.

Helga van Leur legt eenzelfde enthousiasme bloot in haar verhalen over het weer. Dat gaat alle kanten op, maar de optische kant is wel het mooiste. Dat is ook te danken aan het indrukwekkende arsenaal aan foto’s dat ze heeft verzameld in dit boek. Want het leert naast de verklaring van alle verschijnselen het belangrijkste voor mij: wat is de wolkenhemel toch schitterend.

Prachtige foto op de cover van het boek

Prachtige foto’s

In alle variaties, zoals de wolkenstralen die Helga van Leur helder uitlegt en weer met prachtige foto’s erbij om het uit te leggen. Wat schitterend. Genieten geblazen. En het leukste is dat dit boek zo mooi is dat je het steeds weer pakt om erin te bladeren en kleine stukjes te lezen. De allerbeste manier om iets meer van de hemel te weten te komen!

Gegevens boek

Helga van Leur & Govert Schilling: Dag & nacht, De hemel verklaard. Amsterdam: Fontaine Uitgevers, 2020. ISBN: 978 90 5956 542 5. Prijs: € 27.

De afbeeldingen van de wolkenhemel zijn uit mijn eigen verzameling. Ze zijn gemaakt in de eerste helft van 2020.

29 oktober 2019

Butsmannetjes - Anna Karenina herlezen (7)

Het verblijf in Moskou zit Ljovin op de nerven. Hij wordt helemaal gek van de stad en verlangt naar het platteland. Het is dat zijn schoonmoeder erop aangedrongen heeft. Ze vindt dat haar zwangere dochter hoe dan ook goede zorg nodig heeft als ze moet bevallen. Dat kan niet op het platteland.

Butsmannetjes in de adelsclub

Dat neemt niet weg dat de muren op Ljovin afkomen. Zeker hij maakt een tripje naar zijn oude studiegenoot en professor Katavasov. Daarbij doet hij ook de sociëteit aan, de adelsclub. Hier ontmoet hij de ‘butsmannetjes’. Een verwijzing naar de butsen die appels krijgen als je met ze solt. Zo gaat het ook met de mannen die maar vaak genoeg naar de sociëteit gaan.

Zo is er een man, die zichzelf geen butsmannetje noemt, maar anderen wel:

‘Op een keer komt hij bij de club en vraagt de portier, Vasili, je weet wel, die dikke, altijd in voor een kwinkslag. Goed, hij vraagt dus aan Vasili wie er allemaal binnen zitten, en of er nog butsmannetjes zijn. “U bent de derde,” krijgt hij te horen. Ja, jongen, zo gaat dat.’ (856)

Ljovin ontdekt dat het eigenlijk niet uitmaakt dat hij al jaren niet meer naar de club is geweest. Er is weinig veranderd. Hij is in heel korte tijd weer helemaal bij en het lijkt wel of hij nooit is weggeweest.

Anna Karenina maakt indruk

Na de borrel wordt hij wat losser en bezoekt hij zelfs Anna. Ze is immers de zus van Oblinksi met wie hij haar bezoekt. Ljovin heeft haar nog nooit eerder ontmoet. Het maakt grote indruk op hem. Hier weet de verteller heel mooi een parallel te maken met het schilderij van Anna dat in de gang hangt en de geportretteerde die even later verschijnt.

De verteller merkt op over het schilderij:

Het enige waaruit bleek dat ze niet leefde was haar schoonheid, die te groot was voor het leven. (861)

Maar als hij Anna Karenina in het echt ziet:

Ljovin zag in het gedempte licht van het kabinet dezelfde vrouw als van het schilderij, […], in een andere houding en met een andere gezichtsuitdrukking, maar van dezelfde schoonheid als de kunstenaar op het linnen had weten te vangen. In levende lijve was ze misschien minder oogverblindend, maar daarvoor in de plaats oefende ze een aantrekkingskracht uit die ze op het schilderij niet bezat. (861)

Het echt boven de kunst, waarbij de kunst misschien dingen verfraait, maar waarbij ze in werkelijkheid veel meer aantrekkingskracht bezit dan er ooit in het schilderij te vatten is. Een schitterende parallel heeft de verteller hier gebracht in het verhaal. Echt genieten.

Overtuigen

De verteller volgt daarna Oblinski die de man van Anna Karenina probeert te overtuigen dat hij van haar scheiden moet. Hij weigert, blijft koppig en eigenwijs een scheiding afwijzen. Waarom zou hij het doen. Het grootste offer voor de liefde dat Anna geeft, is dat ze haar zoon niet meer te zien krijgt. De laatste stiekeme ontmoeting heeft de jongen lange tijd van streek gemaakt.

Het brengt ook een wig in de relatie met Vronski. Anna is veeleisend, wil hem helemaal, maar dat lijkt niet te lukken. Vronski heeft niet alle aandacht voor haar en dat brengt Anna in onzekerheid. Het geeft het verhaal de tragische wending, waarbij ze de controle over zichzelf verliest. Het offer dat ze gegeven heeft voor de liefde, is zo groot geweest. De schande die over haar gevallen is, maakt haar nog verder kapot. Het verscheurt haar, waarbij er maar 1 uitweg is.

Vertwijfeling

De verteller weet die vertwijfeling treffend in beeld te brengen. Hij sleurt je als lezer mee in de innerlijke strijd die Anna voert. Je slingert met haar mee, waardoor je meevoelt met hoe haar keuze deze mooie vrouw uiteindelijk verscheurt.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel.

22 oktober 2019

Anticonceptie - Anna Karenina herlezen (6 - deel 2)

Een stuk in het verhaal van deel 6 valt wel heel sterk op. Het gedeelte over de anticonceptie. Anna Karenina meent dat ze geen kinderen meer zal krijgen. Het staat er in mijn ogen nogal raadselachtig met de vele puntjes. De enige plek in de Anna Karenina. Voor de 19e eeuwse lezer, zou het onomwonden duidelijk zijn.

Vele puntjes

Zeker met de vele puntjes erbij, waarbij je als lezer niet te weten komt wat Anna aan haar schoonzusje vertelt. Het doet de schellen van de ogen van Dolly vallen. Het heeft grote betekenis voor haar, haar wereldbeeld verandert er zelfs door:

Opeens begreep ze hoe het kwam dat er zoveel gezinnen waren met maar een of twee kinderen. Deze openbaring riep een afgrond van gedachten, overwegingen en tegenstrijdige emoties bij haar op, waardoor ze niets kon zeggen en Anna alleen maar aan kon staren, met grote ogen, verbijsterd. (787)

De oplossing is dus veel eenvoudiger dan zij tot nog toe altijd dacht. Het bezoek aan Anna grijpt Dolly om nog iets anders aan. Het brengt haar bij haar eigen huwelijk, waarnaar de eerste zin van deze roman verwijst. Dat van een ongelukkig gezin dat op zijn eigen manier ongelukkig is.

Tij keren?

Dolly ziet eigenlijk geen kans om het tij te keren. Haar man Stiva Oblonski gaat nog steeds vreemd. Niet meer met het meisje waarmee ze hem betrapte, maar weer met een ander meisje. De lezer was er even getuige van bij de boer tijdens het jachtpartijtje met Ljovin.

Als de mannen terugkomen van de jacht, staat er de veelzeggende zin, dat het jammer is dat vrouwen zoiets genoeglijks wordt onthouden als de jacht. En al het andere, denk je er als lezer van deze tijd onmiddellijk bij.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel.

07 oktober 2019

Mysterie van de dood - Anna Karenina herlezen (5 - deel 2)

Naast het dramatische verhaal in de loge bij het toneel, is het 5e deel in nog een opzicht erg indrukwekkend. Het bevat een aangrijpend scène rondom de dood van Ljovins broer Nikolai. Hij ligt op sterven en Ljovin wordt opgeroepen om naar zijn stervende broer te gaan. Hij leidt erg aan tuberculose en het kan elk moment afgelopen zijn.

Ljovins kersverse vrouw Kitty wil met haar man mee. Hij wil haar niet bij zich hebben. Deels uit schaamte omdat zijn broer in een derderangs hotel zit. Kitty ziet het juist als haar plicht om haar man te vergezellen in deze moeilijke periode.

Man vergezellen

Het komt tot een ruzie, maar Kitty vergezelt haar man bij het afscheid van zijn broer. Sterker nog, ze dringt aan om de kamer goed schoon te maken en het laatste sacrament toe te dienen aan Nikolai. Het gebeurt allemaal en het lijkt zelfs even beter te gaan met de broer van Ljovin.

De verteller verwoordt het sterfproces op een prachtige wijze. Nikolai voorvoelt dat zijn einde nadert. Langzaam verglijdt zijn lichaam meer en meer in het stadium van de dood. Bijna grappig is het om te lezen als de priester langskomt om de dood te constateren:

‘Hij is overleden,’ zei de priester en wilde weggaan. Maar opeens kwam er beweging in de tegen elkaar aangeplakte snorharen van de dode en welden er te midden van de stilte uit de borstholte snerpende klanken op:
‘Nog niet helemaal… Eventjes nog.’
Een minuut later lichtte het gelaat op en verscheen er een glimlach onder de snor. De bijeengeroepen vrouwen gingen onmiddellijk druk aan de slag met het afleggen van het lichaam. (628)

Het is het einde van een lange lijdensweg die de verteller prachtig heeft verwoord in het 20e hoofdstuk van het 5e deel. Een einde dat zelfs hoopvol wordt afgesloten met de zwangerschap van Kitty. Het mysterie van de dood, krijgt een treffend contrast in dat andere mysterie: dat van het leven.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel

01 oktober 2019

Drama in de loge - Anna Karenina herlezen (5)

Het huwelijk tussen Ljovin en Kitty is op handen in het 5e deel van Anna Karenina. De voorbereidingen worden getroffen en er heerst vrolijkheid. Dat Ljovin ongelovig is, lijkt de pret niet te drukken. Hij moet alsnog naar de kerk om een biechtbriefje te halen. Niet heel problematisch, voor een paar roebel weet hij dit te bemachtigen zonder een overdreven biecht te doen. Bijna een biecht waard.

Te laat op bruiloft

De bruidegom komt te laat op zijn bruiloft omdat hij zijn overhemd per ongeluk al ingepakt heeft voor zijn huwelijksreis. Het komt allemaal op zijn pootjes terecht. Het kersverse bruidspaar gaat op reis door heel Europa en doet Rome, Napels en Venetië aan.

In Venetië komen ze Anna en haar minnaar Vronski niet tegen. Zij leven er een leven als God in Frankrijk, maar haar in de steek gelaten zoon, laat Anna niet los. Ze wil hem hoe dan ook zien. Het bezoek dat de 2 brengen aan Sint Petersburg, loopt op een teleurstelling uit.

Stiekem

Ze bezoekt stiekem haar zoontje, waarmee ze hem en zichzelf veel verdriet doet. Tot overmaat van ramp, komt ze haar echtgenoot in de gang tegen. Als ze die avond nog eens naar de opera gaat, komt ze tot de ontdekking dat ze niet meer haar oude leventje kan leiden. Ze wordt door alles en iedereen uitgekotst. In de loge worden de verschrikkelijkste dingen over en tegen haar gezegd. Vronski ziet het van een afstandje terwijl op het toneel de volgende scène zich voltrekt, speelt er in de loge een ander drama.

Vronksi had niet kunnen volgen wat er precies had afgespeeld tussen de Kartasovs en Anna, maar hij begreep dat zij zich vernederd voelde. Daarvoor was de scène duidelijk genoeg geweest, maar meer nog sprak Anna’s gezicht boekdelen: hij zag hoe ze alle zeilen moest bijzetten om de rol die ze op zich had genomen vol te houden. Daarin slaagde ze voortreffelijk, aan de buitenkant was ze de rust zelve. Wie haar en haar vriendenkring niet kende en niet hoorde hoe het publiek – de vrouwelijke geleding daarvan – zijn deelneming getuigde en blijk gaf van ontstemming en verbazing, nu ‘die vrouw’ zich en public durfde te vertonen, en nog wel zo in het oog vallend met haar kantwerk en haar uiterlijke verschijning, wie van dat alles geen weet had en Anna gadesloeg in al haar schoonheid en ogenschijnlijke kalmte kon niet vermoeden dat zij hetzelfde ervoer als iemand die aan de schandpaal genageld staat. (679)

De verteller legt de prachtige vergelijking van het toneelstuk dat op het podium speelt en het drama in de loge. Hier is een veel groter drama dan op het toneel. De hele zaal bekijkt het tafereel in de loge en heeft geen oog voor het spel op het podium. Uiteindelijk verlaat Anna de zaal, ze laat een druk geroezemoes achter. Heel Petersburg spreekt er schande van. Deze vrouw die zo haar man bezoedelt. Het kan niet. En Anna wordt verstoten. Ze kan geen kant op zonder haar kind en haar man.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel.

24 september 2019

Terug naar de adel - Anna Karenina (4)

In het 4e deel van Anna Karenina keren we terug naar de adellijke kringen in Sint Petersburg en Moskou. Als Oblinski in Moskou Karenin tegenkomt, wil zijn zwager het liefste wegduiken. Tot overmaat van ramp krijgt hij een uitnodiging voor een etentje bij de Oblinski’s.

Wie er ook is? Heel toevallig. Ljovin. Hij hoort dat Kitty er is. Sinds het blauwtje heeft hij haar niet meer gezien. Het wordt een bijzondere ontmoeting, waarbij de kille relatie tussen de 2 ontdooit. Er is weer een doorbraak.

Ze had iets schrikachtigs, iets schuws, en haar verlegenheid maakte haar nog aantrekkelijker. Ze zag hem meteen toen hij binnenkwam. Ze had op hem zitten wachten. (480)

De roman krijgt in dit deel ook zijn dramatische wending aan de kant van de Karenins. Een scheiding van het echtpaar dreigt. Als Anna Karenina tot overmaat van ramp op het kraambed bevangen wordt door de kraamkoorts. Ze roept haar beide mannen op om te komen, omdat ze verwacht het niet lang meer te zullen maken. Daar treffen de 2 elkaar aan.

Een indrukwekkend scene speelt zich hier voor de lezer af. Karenin verwacht niet dat zijn vrouw hem om vergiffenis vraagt voor haar gedrag. Ik weet het ook niet, verzucht ze onder de hoge koortsen, er is een Anna die van je houdt en een Anna die je haat. Vergeef mijn gedrag.

Binnen in Karenin ging alles steeds heviger tekeer, tot hij een toestand bereikt had dat er geen verzet meer mogelijk was: ineens voelde hij dat zijn innerlijke strijd in werkelijkheid een zegenrijke zielsbeleving was waaruit hij een nieuw, nooit eerder ervaren geluk putte. Hij dacht helemaal niet aan het christelijke gebod dat hij zich zijn hele leven voor ogen had gehouden, om je vijanden te vergeven en lief te hebben, maar het vreugdevolle besef dat het juist dat was wat hij deed – zijn vijanden vergeven en liefhebben – overstroomde zijn hart. (515-6)

Het is een aangrijpende scene die ook op Vronski indruk maakt. Karenin vergeeft hem, terwijl de tranen over zijn wangen stromen. Een teken van zwakte waar hij iets later al spijt van heeft.

En terwijl de jonge tortelduifjes rond elkaar tortelen, spat het huwelijk van Anna en haar man uit elkaar als een zeepbel. Een contrastrijk hoofdstuk waarbij de verteller mooi speelt met de emoties die hier rondschieten. Soms heel letterlijk zoals in het schampschot dat Vronski op zichzelf lost. Andere keren wat minder opzichtig, maar voor de lezer zegt dat vaak genoeg.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99. Bestel.

17 september 2019

Platteland - Anna Karenina herlezen (3)

In het derde deel van Anna Karenina lees je veel over Ljovin en zijn landgoed ver van de stad. Het platteland, waar geen trein in de buurt komt. Temidden van de boeren meent Ljovin zijn geluk te vinden. In zijn hart wil hij 1 van hen zijn, al beseft hij ook dat zijn afkomst hem dat nooit zal brengen.

Landleven

Het landleven is prachtig beschreven in dit deel. De boosheid van Ljovin als de broer van Kitty een stuk bos heel goedkoop van de hand doet aan een handelaar. Het laat zijn dubbele gevoel zien die hij heeft over de rol van de adel op het platteland. Langzaam neemt de invloed af, terwijl tegelijkertijd de landarbeiders nauwelijks willen werken.

De landarbeiders lijken meer van de fles te houden, dan dat ze willen werken. Het maakt Ljovin moedeloos. Ze luisteren niet naar zijn bevelen en negeren elk advies. Als hij dan later bijvoorbeeld in contact komt met een boer, iemand met eigen land, dan is hij onder de indruk hoe hij een bestaan weet op te bouwen.

Stad versus platteland

Als later die zomer zijn broer hem opzoekt, is hier ook een groot contrast. Zijn broer Sergé, stedeling en intellectueel, bekijkt alles vanuit en academisch standpunt. Hij ziet zijn verblijf in het landhuis ook als een vakantie, terwijl Ljovin keihard moet werken. Het is zomer en de oogst moet binnengehaald worden.

Het gras moet worden gemaaid en hij moet hooien. In plaats daarvan begint zijn broer een academisch gesprek hoe het volk verheven kan worden. Door onderwijs of juist niet. Dat het niet zou werken, slaat hij van de hand. We hebben het nooit geprobeerd, dan kun je ook niet zeggen of het wel werkt.

Zomerhuis

Op uitnodiging van haar man Oblonski, de zus van Kitty bij wie Ljovin een blauwtje liep, bezoekt hij Dolly. Zij verblijft die zomer op ‘slechts’ 30 werst van hem in haar zomerhuis. Hij gaat er poolshoogte nemen en ziet dat het heel aardig weet te redden. Als ze vertelt dat haar zus hier binnenkort ook is en vraagt of hij dan wil komen. Slaat bij hem de paniek toe. Daarmee wil hij niet geconfronteerd worden.

Het maakt bij hem de dromen over een gelukkig boerenbestaan alleen maar wakker. Hij wil helemaal niet meer trouwen met iemand van adel. Misschien verkiest hij dit bestaan wel boven zijn bestaan als landheer. Hij voelt zich gelukkig tussen de arbeiders als hij gras aan het maaien is. Niet die moeilijke etiquette van de adel.

Zomer op platteland

Tussen het verhaal van een zomer op het platteland, worstelt Anna Karenina met de positie waarin zij is terechtgekomen. Haar man wil haar verbieden dat ze verder omgaat met haar minnaar. Hij wil haar het liefste opsluiten en haar dwarszitten. Het levert voornamelijk wroeging op bij allebei. Ze weet nog steeds contact te hebben met Vronski. Het leven in huis wordt alleen maar erger. Zou ze ooit uit deze impasse weten te komen?

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99. Bestel.

10 september 2019

Paardenrace - Anna Karenina herlezen (2)

De in het 1e deel ingezette ellende, krijgt een mooi vervolg in het 2e deel. Ik betrap mij er bij het lezen op dat ik het eigenlijk helemaal niet erg vind. Als het allemaal vlekkeloos zou verlopen, zouden die 1000 pagina’s niet door te komen zijn. Nu is de spanningsopbouw overweldigend. Ook de vele wisselingen van situaties en verhalen treft mij.

Deel van de paardenrace

Het 2e deel is wel het deel van de paardenrace. Zeker het gaat over grond verkopen, hoe de adel langzaam zijn grip aan het verliezen is op het platteland. Net als dat Kitty verblijft in een kuuroord in Duitsland. Allemaal zijpaadjes van het hoofdverhaal: de paardenrace.

De militair Vronski doet met de paardenrace, met zijn paard Frou-Frou. Het dier is erg nerveus voor de wedstrijd, maar hij staat erop om zijn paard voor de wedstrijd nog even te zien. Het dier trilt en je voelt aan alles dat hier iets genadeloos fout gaat:

Maar hij had noch zichzelf, noch Frou-Frou volledig onder controle en tot aan de eerste hindernis, het riviertje, kon hij de bewegingen van de volbloed niet aan zijn wil onderwerpen. (250)

Vronski zit op zijn paard en probeert op voorsprong van zijn rivaal Machotin op het paard Gladiator te komen. Als je dit leest, weet je waar de schrijver en later de filmmaker van de beroemdste paardenrace scène in Ben Hur zijn inspiratie vandaan haalde. De race in Anna Karenina zindert en siddert van alle kanten. Wat een spannende scène is dit.

Paard niet onder controle

Je weet dat het misgaat alleen niet hoe. Hier overtreft het verhaal alles als Vronski inderdaad zijn paard niet onder controle heeft. De volbloed komt ten val, met Vronski in het zadel. Je voelt hier de adrenaline van het slagveld. Het paard moet het met de dood bekopen, omdat haar rug is gebroken bij de val.

Alsof dat nog niet genoeg is, breidt de verteller het verhaal uit. Het perspectief verschuift naar de tribune waar Anna Karenina zit. Haar man komt naast haar zitten en ze ziet hoe haar minnaar daar bij de race valt samen met zijn paard. Ze raakt helemaal de controle over zichzelf kwijt.

Regie kwijtgeraakt

En dan heb ik de echte reden waarom Anna en haar minnaar Alexé de regie kwijt zijn, niet eens verklapt.

Evenwijdig hieraan loopt het verhaal mee van Kitty die op kuuroord is en er de broer van Ljovin ziet. Ze ontloopt hem en probeert daar in Duitsland zichzelf te hervinden. Ook hier is het een gevecht tegen gewenst gedrag en hoe ze zou willen zijn. Bij Kitty is het eveneens een grote innerlijke strijd met haar emoties, wie ze zou moeten zijn en hoe ze is.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99. Bestel.

03 september 2019

Ongelukkig gezin - Anna Karenina herlezen (1)

Wat een opening! Die eerste zin van Anna Karenina. De eerste klap is een daalder waard en dat geldt voor deze roman van Tolstoi helemaal.

Gelukkige gezinnen lijken allemaal op elkaar, maar een ongelukkig gezin is altijd ongelukkig op zijn eigen manier. (11)

Je voelt als lezer meteen dat dit een ongelukkig verhaal gaat worden. Bij het lezen van deze zin, dacht ik gelijk aan de novelle De voetnoot van F.B. Hotz. Daar verzucht de vader in het verhaal hoe het toch mogelijk is dat sommige mensen altijd ongeluk weten aan te trekken.

Ongeluk

In deze roman draait het alleen maar om ongeluk. Buiten het gegeven waarmee Tolstoi opent: een gezinscrisis. De vader des huizes, Stephan Oblonski – Stiva voor vrienden – is vreemdgegaan met het kindermeisje. Zijn vrouw Dolly wil hem niet meer spreken en het huwelijk lijkt reddeloos verloren.

Gelukkig is precies op dat moment de vrouw van de romantitel, Anna Karenina op weg naar haar broer. Ze spreekt Dolly, niet dat ze zijn gedrag wil goedpraten, maar ze kent haar broer. Het is iemand die zichzelf helemaal kan verliezen:

‘Maar hij is ook in staat om vreselijk spijt te hebben van zijn fouten. Hij kan achteraf niet geloven dat hij gedaan heeft wat hij heeft gedaan. Hij begrijpt niet hoe hij het zover heeft kunnen laten komen.’ (95)

Ze weet het hart van Dolly te ontdooien en redt het huwelijk van haar broer. Onderwijl doorkruist een ander verhaal dit verhaal. Het verhaal van Dolly’s zus Kitty. Zij wordt bemind door 2 mannen, Vronski en Ljovin. Allebei vragen ze haar ten huwelijk. De schakel in dit verhaal is Anna Karenina. Alleen op een andere manier.

Ingetreden noodlot

Ze danst met een aanstaande verloofde van Kitty, de militair Vronski. Als ze onthutst als ze is over haar gevoelens is en wegvlucht naar huis, Sint Petersburg. Treft ze – uiteraard – Vronski aan in de trein. Het noodlot van het verhaal is ingetreden…

En weer bij het lezen, overtreft mij het gevoel dat ik eerder had bij het lezen van deze roman. Die spanning in het boek. Soms zakt het even in, maar elk einde van een hoofdstuk is hij weer voldoende opgebouwd om het volgende te beginnen. Wat een verhaal!

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99. Bestel.

27 augustus 2019

Anna Karenina (her)lezen

Een college over de romans van Louis Couperus volgde ik tijdens mijn studie bij Ton Ankbeek. We lazen de belangrijkste werken, zoals de beroemde roman Eline Vere. Daarbij doemde voor mij de vergelijking met het werk waardoor Louis Couperus zich onlosmakelijk liet inspireren: Anna Karenina van Lev Tolstoi.

Ik stelde het voor tijdens het college om deze 2 boeken met elkaar te vergelijken omdat ze in mijn ogen onwaarschijnlijk veel verwantschap met elkaar hadden. Allebei spelen ze in het hogere milieu, allebei gaat het over een vrouw die de verwachtingen van het milieu niet kan managen. Hierbij zegt het hart iets anders dan het hoofd en het leidt onherroepelijk tot een val. Een harde val.

Anna Karenina mee

Uiteindelijk heb ik het college niet afgemaakt. Ik heb de noodzakelijke scriptie nooit geschreven bij gebrek aan tijd en inspiratie. Op mijn reis door Italië nam ik Anna Karenina mee. In de grote stapel boeken waarvan medereizigers gekscherend opmerkten dat ik meer boeken dan kleren bij mij droeg.

Ik vloog door het boek zoals ik een aantal jaren eerder ook had meegemaakt met de grote Russische roman Misdaad en straf van Dostojevsi. Onderweg in de trein, bladerde ik door de pagina’s in de cadans van de trein. Wat een gigantische ervaring.

In het zachte zonnetje van de Siciliaanse winter, zat ik op een bankje van het station in Trapani. Een jong stel met een baby passeerde mij. We zouden later vergeefs op zoek zijn naar de jeugdherberg die in deze tijd van het jaar helemaal niet open was. Maar ik ging helemaal mee met de hoofdpersoon uit de beroemde roman van Tolstoi

Anna Karenina meelezen

Vorige zomer las een groep bloggers de roman Anna Karenina. Op het station Utrecht Centraal is de roman voorgelezen door 1000 vrouwen. Een indrukwekkende prestatie. En precies dan ontdek ik dat ik mijn Anna Karenina bij de verhuizing heb achtergelaten. Die ga ik nooit meer lezen, dacht ik.

Niet dus. Het boek bij de bibliotheek gereserveerd. Het was niet meer te vinden in de schappen en ik kwam op een wachtlijst. Tot hij ineens voor mij klaarstaat. Ik ben naar de bibliotheek gevlogen en lees nu de vertaling van Hans Boland. Daarom de komende weken elke week een stukje over deze bijzondere roman.

23 juli 2019

Eline

De titel roept onmiddellijk de associatie op met die beroemde roman van Louis Couperus: Eline Vere. En het grappige is dat de verteller van Michelle Vissers roman met dit gegeven ook in het verhaal speelt. Hoofdpersoon Eline Kant maakt namelijk kennis met de echtgenote van de schrijver die in Den Haag woont. Ze is op bezoek bij Véronique, een tante van een goede vriend.

Véroniques medebewoonster Jette komt binnen met een Haagse vriendin die zich voorstelt als Elisabeth.
‘En u, Eline is uw naam? Kijk eens aan,’ zegt Elisabeth. ‘Dan bent u ongetwijfeld een groot liefhebber.’
Eline kijkt verwonderd, waarop Véronique uitlegt dat Elisabeth de vrouw is van de schrijver Louis Couperus, die onder meer beroemd is vanwege zijn roman Eline Vere. Het echtpaar woont in de buurt, en is deel van de groep Indiëgangers die elkaar veelvuldig opzoekt. (325)

De verteller legt deze intertextuele relatie in het verhaal over een eerdere historische roman van Michelle Visser: Véronique. Deze roman speelt aan het eind van de 19e eeuw, in de tijd dat Louis Couperus’ roman verschijnt. De roman Eline is iets later, in de eerste wereldoorlog.

Academisch milieu

Eline en haar man Wieger Kant wonen in Leiden. Haar leven is in het academische milieu. Haar man is archeoloog aan de universiteit en ook haar roots liggen hier. Ze heeft weliswaar zelf niet gestudeerd, maar haar vader is een geroemd wetenschapper. Ze leidt met haar zoontje en dochtertje een betrekkelijk zorgeloos leventje. Ook al is het oorlog en is niet alles voorradig.

Haar leven verandert als haar man Wieger naar Drenthe gaat voor onderzoek naar een net ontdekt veenlijk. Het ligt daar en Wieger wil de vondst graag daar ter plekke onderzoeken. Als hij is vertrokken mist Eline haar man. Ze verkoopt een kostbaar familiejuweel, koopt een automobiel en rijdt met haar kinderen naar het Drentse platteland.

Het leven daar in dat kleine dorpje verschilt nogal van haar leventje in Leiden. In Leiden draait het om de tennisbaan en thee drinken bij vriendinnen. Hier ziet ze heel andere dingen. De dorpsbewoners zijn niet heel rijk en moeten veel moeite doen om te overleven. Bovendien zijn ze allemaal gelovig, iets waar Eline heel erg aan moet wennen. Je kunt daar niet zomaar de dominee tegenspreken, laat staan het bestaan van God ter discussie stellen.

Aanpassen in het dorp

Weet Wieger zich heel mooi aan te passen in het dorp, Eline heeft daar wat meer moeite mee. Ze ziet wel hoe het leven daar misschien wat armer is, ze merkt ook dat de dorpsbewoners minder gecompliceerd en veel eenvoudiger leven. Het eenvoudige leven biedt veel voordelen. Ze merkt het aan haar kinderen die al heel snel hun draai op het Drentse platteland vinden.

Op de achtergrond klinkt de Eerste Wereldoorlog. Voor Eline en Wieger in Nederland merken ze er niet van wat er bijvoorbeeld in Duitsland en Engeland ervaren wordt. Daar sneuvelen eindeloos veel jonge mannen en zijn vrouwen gedwongen in de fabriek te werken of het verkeer te regelen.

In de roman Eline klinken deze verhalen ook door. Uit de brieven van Wiegers tante in Bremen en Elines vriendin Rose in Londen, lees je het andere verhaal over de oorlog. Hoe mensen zich zorgen maken om hun echtgenoot, zoals bij Rose, of haar zoons, zoals tante Flora van Wieger. Zo komt het verhaal van de grote oorlog tot je als lezer.

Niks mee van de Grote oorlog

Is het in Leiden vooral te merken aan de schaarste, op het Drentse platteland krijg je bijna niks mee van de Grote oorlog. In Drenthe gaat het om heel andere dingen. Het gebrek aan medische zorg ondervindt Eline als haar goede vriendin in het kraambed sterft. Het kind ligt in een stuit waarbij de hulp van de arts uit Assen te laat komt.

Toch kan ze niet aarden in Drenthe; nadat ze vrijend met haar man in het open veld wordt aangetroffen, wordt ze vriendelijk doch zeer dringend verzocht om te vertrekken. Het doet haar verdriet, zeker ook omdat ze later hoort dat een meisje op de kermis ongewenst zwanger is geraakt. Zonder pardon doen haar ouders of ze haar niet kennen en sturen hun dochter zwanger weg. Terwijl ze nog maar een kind is.

Die hypocrisie doet Eline veel verdriet en maakt haar ook een beetje boos. Maar door een geluk ontmoet ze de jonge arts Lucas. Het is een oude bekende van Eline en als ze halsoverkop naar Wieger moet, reist hij met haar mee naar Drenthe. De dorpsbewoners zijn wel blij met de arts en vragen of hij wil blijven. Hij wil wel graag naar het dorp komen, maar dan wil hij dat Eline er dan ook mag zijn.

Politieke belangstelling

Een bijzondere tijd breekt aan. Lucas blijkt niet alleen een arts te zijn, hij heeft ook veel politieke belangstelling. Als tot overmaat van ramp de Spaanse griep uitbreekt, heeft hij er handen vol aan. Het is een heftig stuk uit de roman. Zo na de capitulatie van de Duitsers, slaat deze epidemie flink toe. Niet alleen in het buitenland, ook in Nederland en zelfs Drenthe weet de dans niet te ontspringen.

Hier legt de verteller een mooie relatie tussen Lucas die familie blijkt te zijn van Veronique. Ze krijgt later in de roman een klein rolletje als Eline haar bezoekt. En precies daar maakt ze kennis met de vrouw van Couperus. En niet alleen dat ook blijkt Veronique een felle voorvechtster van de vrouwenbeweging te kennen: Aletta Jacobs. Hier gaan de arbeidersbeweging en de voorvechters van vrouwenrechten soms hand in hand. Maar soms vechten ze voor tegenstrijdige belangen. Niet altijd handig, maar Eline is blij als ze eindelijk in 1922 mag kiezen voor de Tweede Kamer.

Met de roman Eline geeft schrijfster Michelle Visser een interessant tijdperk nieuwe literaire invulling. Het is een tijd die vaak aan de aandacht ontsnapt. Al is er wel veel meer aandacht voor de Eerste Wereldoorlog gekomen. Niet alleen wat de grote oorlog in buurlanden als België, Frankrijk en Duitsland heeft gedaan, maar ook wat het voor Nederland heeft betekend.

Slagveld

De enorme impact van de vele op het slagveld gesneuvelde mannen in Duitsland, Engeland en Frankrijk komt via de gesneuvelde neven van Wieger en de vermiste man van vriendin Rose in Engeland heel dichtbij. Als Rose haar man dan eindelijk weer ziet, is hij voor het leven getekend. Hij mag er dan wel zijn, maar haar oude man komt nooit meer terug.

Michelle Visser legt hier ook een mooi verband met de opkomst van de vrouwenbeweging. De beweging in Engeland krijgt aandacht via de brieven van vriendin Rose. Eline komt in contact met de beweging in Nederland via voorvechters als Aletta Jacobs. Maar Eline zet haar talent op een heel andere manier in.

Historische werkelijkheid

Eline is een mooi boek, waarin de historische werkelijkheid en het dramatische verhaal hand in hand gaan. Soms dreigt het een beetje in te zakken, maar gelukkig weet de verteller dan snel weer vaart in het verhaal te brengen. Zo komt alles voorbij: geluk, verdriet, voorspoed, liefde en zelfs erotiek krijgt een plekje in het verhaal.

Michelle Visser geeft de vrouw aan het begin van de vorige eeuw een stem in haar roman. Daarmee benadrukt ze dat de geschiedenis gedomineerd wordt door mannen, maar dat vrouwen een minstens even grote rol spelen. Ze doet dit in een mooie, meeslepende schrijfstijl. Dat maakt Eline tot een verhaal die indruk maakt. Het is het verhaal van de vrouw die niet zo snel voorbijkomt in de geschiedenisboekjes. Daarmee krijgt de vrouw met Eline een gezicht en een verhaal. Binnen alle conversies van de periode waarin het verhaal speelt.

Michelle Vissser: Eline, Historische roman. Amsterdam: Meulenhoff Boekerij, 2019. ISBN: 978 90 225 8587 0. 368 pagina’s. Prijs: € 19,99.
Bestel via Bookaroo

21 mei 2019

Sterk verdunde Kees van Kooten - Leestip

Jaarlijks met de boekenweek is het weer een hoogtepunt: een selectie van fragmenten van Van Kooten en De Bie rondom het thema van de boekenweek. Het thema De moeder, de vrouw van de afgelopen boekenweek was natuurlijk prachtig voer voor anderhalf uur plezier. Wat een keuze weer uit de enorme hoeveelheid sketches die van Kees van Kooten en Wim de Bie samen gemaakt hebben. Nationale televisiegeschiedenis en dat in de boekenweek!

Televisiehelden

Beide televisiehelden zijn ook begenadigd schrijvers. In hun laatste televisiejaren ontdekte ik ook de luchtige stukjes van Kees van Kooten. Het zijn verhalen van een veertiger van wie de vrouw gek is op Woody Allen en van wie zijn dochter borstjes krijgt die de hele wereld mag zien, behalve hij als vader.

Of wat van de man van middelbare leeftijd die een racefiets koopt met kilometerteller. Als het batterijtje dan plotseling leeg is, vraagt hij zijn fietsenmaker hoe dat nu opgelost moet worden: er stond 150 kilometer op de teller! Ach, zegt de fietsenmaker. Geef maar mee. Ik fiets een paar keer per week. Over een weekje heb ik dat er wel bijgefietst.

Dundruk met blote borsten

Prachtige korte, snelle bijdrages die allemaal iets humoristisch in zich hebben. De bloemlezing Sterk verdund is een boekje in dundruk. Vandaar de titel. En niet alleen dundruk, het is ook nog eens extra smal waardoor het heel handzaam is.

Het is een feest om te lezen, waarbij ik veel verhalen zeker nog herken. Wat te denken van de vader die de net ontwikkelde vakantiefoto’s van zijn dochter bekijkt om haar topless te kunnen zien: de gedachte alleen al dat er 700 mannen kunnen koekeloeren naar de borsten die haar vader nog nooit te zien heeft gekregen.

Hij legt de 3 foto’s van zijn dochter met haar blote borsten uit het envelopje:

Hij stak een sigaret op en bekeek op zijn gemak zijn oudste dochter.
Zij had de mooiste borsten die hij nooit gezien had.
Toen kwam zij binnen. (59)

Dichtgeplakt

Een heerlijk verhaal, waar niet veel verbeeldingskracht nodig is. Ik kan overigens net zo hard lachen als Kees van Kooten een verhandeling geeft over plakband dat overal op wil plakken, behalve op het object dat je vast wil plakken. En als het dan per ongeluk dichtplakt aan de rol. Hoe krijg je dat los?

Sommige mensen, vooral oud-Indiëgasten, schijnen desondanks te kunnen voelen waar het rolletje plakband zich nu ophoudt. U niet. U gaat kijken waar u wezen moet en probeert dwars door de doorschijnende rol heen het andere uiteinde te pakken en te pulken, wat in werkelijkheid nog kilometers verwijderd is. Ik ken gekken die aldus, drie, zeven dagen vruchteloos op hun hotelkamer bleven zitten peuteren. (270)

Ik kan het bij zo’n passage niet meer houden en proest het uit van het lachen. De herkenning, de ergernis. Het verandert in leedvermaak. Ja, haha. Ja, dat is – hihi- verschrikkelijk. Ik ken het en weet precies hoe dat gaat.

Niet alleen lachen

Overigens is Sterk verdund niet alleen om te lachen. Het is eveneens een stuk cultuurgeschiedenis van Nederland tussen 1969 en 2013. Waarbij Van Kooten gerust ook nog herinneringen ophaalt aan de jaren 1950. Soms wel heel sterk gekleurd. In romantische beelden waarbij het sepia van de herinnering alle scherpe lijnen heeft vervaagd.

Niet erg, hoog gehalte van opa verteld, maar soms weet hij wel heel treffend de bedreiging te verwoorden. Als hij bijvoorbeeld in de tram wil uitstappen met zijn kleinkind. 3 mannen staan voor de dubbele deuren en willen hem eigenlijk niet doorlaten. Zelfs voor zijn kleinzoon maken ze geen uitzondering:

Roman draait zich om en probeert zijn hoofd te begraven in mijn schouder. ‘Niet leuk, niet leuk’, fluistert hij. Geen van de drie mannen heeft een teken van vertedering gegeven. (99)

Dat ze mogelijk denken dat Van Kooten de vader van zijn kleinzoon is, neemt het ongemakkelijke gevoel niet weg. Het illustreert best een beetje deze tijd waarbij je je soms best bedreigd kunt voelen. Mede aangevoerd door alle verhalen die er op je afkomen via alle (social) media. Een prachtige illustratie van de tijd waarin we leven.

Vertedering

De vertedering is ook prachtig verwoord in het verhaal van de hond ‘Willem’. Willem is een meisje, bij de familie gebracht als in een Carmiggelt-verhaal. Het beest, een kruising met iets van een herder erin, is werkelijk heel trouw. Willem zwemt op een verjaardag kilometers om als opa bij het wandelen een tak in het kanaal gooit. Van Kooten is vergeten te vertellen dat de kade zo hoog beschoeid is dat Willem er niet uit kan. Willem zwemt om, want ze weet nog een opening, veel verderop.

Hij kreeg mijn schoonvaders gebakje en heette nog de hele verder dag ‘Knappe Willem’. (105)

Het is het levensverhaal, dus je weet hoe het afloopt.

‘No sentimentalities’, waarschuwt mijn vrouw. (112)

Natuurlijk wordt het sentimenteel. Dat snap je wel. Terwijl zijn zoon zijn aardrijkskunde probeert te leren en die Rotrijn maar niet in zijn hoofd krijgt. Waarom mag hij gewoon niet leren hoe het kanaal bij hem in de buurt heet:

‘Dat zou ik nóóit vergeten, het Noord-Hollands Kanaal, want dan denk ik als ze dat vragen gewoon aan hoe Willem daar altijd insprong.’ (114)

Alle thema’s

Een boek dat over het gezinsleven gaat en alle levensthema’s behandelt. Van verliefd worden en geboorte, tot en met de dood. Vertelt hoe het is om ouder te worden, terug te denken aan vroeger en om te gaan met alles van deze tijd. Daarmee is Sterk verdund een krachtig boek boordevol met verhalen van Kees van Kooten.

Kees van Kooten: Sterk verdund. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2018. Serie: Gedundrukt. ISBN: 978 90 282 8224 7. 288 pagina’s. Prijs: € 26,50.
Bestel.

14 mei 2019

Leven met de raven - Leestip

In mijn vorige huis leefde ik samen met de kauwtjes in de dakgoot. Ik hoorde ze flirten, vrijen en de jongen verzorgen. Het zijn heel intelligente dieren. Net als kraaien en raven. Bij de Tower of London leeft een groep raven. Het verhaal gaat dat wanneer de laatste raaf bij de Tower of London verdwijnt, het koninkrijk Engeland uit elkaar zal vallen. Daarom is het een traditie dat de raven bij de beroemdste gevangenis van Engeland heel goed worden verzorgd.

De ravenmeester

Het verzorgen van de raven is de taak van de ravenmeester, een taak overigens die pas 1968 bestaat. Daarmee is de schrijver van het boek De ravenmeester, Christopher Skaife de 4e ravenmeester. Toch zegt de traditie dat er al veel langer raven op de Tower leven, mogelijk zelfs al voor de komst van het gebouwencomplex in 1078 zouden de zwarte vogels al op en rond de gebouwen verblijven.

Skaife De Ravenmeester

In zijn boek ontmaskert Christopher Skaife wel een aantal beweringen die er gedaan worden over deze vogels in de Tower. Het is niet zo zwart-wit als de vele verhalen en mythen rond de Tower en de bijbehorende raven willen doen geloven. Toch is dat niet het enige dat de schrijver en ravenmeester weet op te roepen. Zijn boek is een eerbetoon aan de Tower, de raven en vooral aan de vele bezoekers en bewoners van dit bijzondere gebouwencomplex aan de Thames.

Overleven

Want de Tower heeft heel wat overleefd. Zo is het het enige gebouw dat overeind is gebleven na de grote stadsbrand van 1666. Ook de wereldoorlogen en stadsvernieuwingsdriften heeft het doorstaan. Net als de raven, al kan Christopher Skaife pas bewijzen dat er raven in de Tower woonden, vanaf de 19e eeuw. Vrijwel zeker is dat de dieren een groot deel van de bestaanstijd van de Tower hier ook rondzwerven.

Bewonderenswaardig is de prachtige en liefdevolle beschrijvingen die ravenmeester Christopher Skaife in zijn boek geeft. Hij laat de lezer meekijken met deze bijzondere dieren. Zo beschrijft hij de huidige bewoners van de Tower. Zo lezend in het boek, ontdek je dat raven bijna net zo karaktervol en onderscheidend in wezen zijn, als mensen. Zeker als je zo intensief met deze dieren optrekt als de ravenmeester.

Saai overzicht

Soms is de ravenmeester geneigd om heel saai een overzicht van iets te geven. Zoals de regels voor de raven of de taken en verantwoordelijkheden van de ravenmeester. Het zijn een beetje betuttelende lijstjes, maar Christopher Skaife weet ze heel snel los te laten om mooie en indrukwekkende verhalen te vertellen. Over de raven, het gevecht met de andere bewoners van de Tower: de vos; en ook hoe het is om in dit monument te mogen wonen. Compleet met geestverschijningen en andere geheimzinnigheden die verbonden zijn met dit bijzondere gebouwencomplex.

Lijst met raven van de Tower of London

De vogels weten het hun meester soms heel lastig te maken. In het hoofdstuk ‘De grote ontsnapping’ vertelt Christopher Skaife hoe Munin verdwijnt. Het dier is bijzonder gewiekst en weet hoe het ravenvrouwtje hem weet te bespelen. Ze ontsnapt. Het houdt hem flink uit de slaap. Zeker, hij weet dat het koninkrijk niet direct aan rampspoed wordt blootgesteld, maar wel dat het dier terecht zal moeten komen.

Roekeloze actie

Het brengt hem zelfs tot een roekeloze actie: het beklimmen van de koepel op de toren. Niet zp handig, ontdekt Christopeher Skaife als hij er bovenop staat te wankelen; het domste wat hij ooit gedaan heeft in zijn leven.

Vol schaamte daalde ik de Tower af. Munin was me niet alleen te slim af geweest, maar was er ook weer vandoor gegaan.
Ze was de Tower ontvlucht. Ik moest proberen haar terug te krijgen, want dat was mijn werk. (80)

Zo gaat hij op jacht naar de vogel. Elke melding die hij krijgt neemt hij serieus. Zo reist hij ook af naar Greenwich als hij hoort dat daar een raaf rondvliegt die verdacht veel op Munin lijkt. De knarsende raaf stoort de bezoekers in het park en Christopher Skaife ziet hem ook, maar krijgt het dier niet te pakken. Nota bene een voorbijganger weet het dier te pakken te krijgen met hulp van een tas, een deken, een paar dikke tuinhandschoenen en enkele kippenbotjes.

Het koninkrijk gered.

David Attenborough

Ik ken de raven de documentairemaker David Attenborough die in een uitzending over intelligentie bij dieren, over de bijzondere gewoontes van raven vertelt. Aan de hand van de vogels bij de Tower weet hij veel interessants te vertellen over deze dieren. Ook Christopher Skaife vertelt over deze opnames. Hij geeft een kijkje achter de schermen, namelijk dat ze helemaal niet zo bereidwillig waren als de opnames doen geloven. Vandaar dat hij zo duidelijk in beeld is.

Daarnaast schrijft Christopher Skaife over hoe de raaf ingebed is in de Britse cultuur. Een schrijver als Dickens heeft zeker raven gehouden, zoals de raaf Grip. Dickens schrijft heel overtuigend over deze vogels in zijn romans. Of wat te denken van de symboliek van de dood, die aan de raaf kleeft. Volgens Christopher Skaife is dit niet louter negatief en beangstigend. De dieren symboliseren ook het stijgen naar de hemel.

Het leven van de ravenmeester

De ravenmeester, Mijn leven met de raven van de Tower of London geeft daarmee een prachtig inkijkje in het leven van de ravenmeester, samen met deze bijzondere vogel. Christopher Skaife spreekt net grote liefde over deze zwarte vogels. Hij weet daarbij de geschiedenis van de Tower en het koninkrijk heel mooi in te verweven. Daarmee is dit boek heerlijk om te lezen. Gewoon om eens wat meer te weten te komen over de Engelsen, al hun eigenaardigheden en hun grote liefde voor de raaf.

Christopher Skaife: De ravenmeester, Mijn leven met de raven van de Tower of London. Oorspronkelijke titel: The ravenmaster, My life with the ravens at the tower of London. Vertaald uit het Engels door Margreet de Boer. Houten: Spectrum, 2018. ISBN: 978 90 00 36388 9. Prijs: € 22,50. 204 pagina’s. Bestel.

07 mei 2019

De stijl van de schrijver - Leestip

Schrijvers en kleren. Ze hebben een bijzondere relatie. Krijgt de taal een geheel eigen stijl bij schrijvers, ze laten in hun kledingkeus vaak ook een heel eigen stijl zien. In het boekje De stijl van de schrijver, Schrijvers & hun kleding legt Arno Kantelberg op een mooie manier de relatie tussen de schrijver en wat hij draagt.

Het levert een trits biografieën op die zeker de moeite van het lezen waard zijn. 30 schrijvers komen voorbij in hun eigenaardige kleding. Sommige op hun paasbest in pak (Wilfried de Jong), met pijp (Harry Mulisch), los flodderpak en zwierige lokken (Arnon Grunberg) of met moeilijk haar (Albert Verwey).

Stijljournalist Arno Kantelberg benadert de schrijvers en hun kledij zonder genade. Zo vindt hij de kledingkeuze van Kluun op de rode loper bij een filmpremière:

‘Trek daarom nooit een zeiljack aan naar een première (trek eigenlijk maar helemaal nooit een zeiljack aan).’ (90).

Een advies dat Kluun compleet tegen de wind in gaat. Hij staat er met een zeiljack waaronder een glanzende smoking schuilt. Het ontbreekt Kluun in zijn kleding aan gelaagdheid. Een grote overeenkomst met zijn literaire werk, constateert Arno Kantelberg.

Erg grappig, al laat hij helemaal aan het einde een klein twinkelslag open. De laatste roman van Kluun, DJ is een zorgvuldig gecomponeerde roman genoemd. Voor de schrijver is dus nog hoop. Hoeveel hoop, dat is niet uit zijn kleding af te lezen.

In al dit kledinggeweld is niet te ontkomen aan de dandy van de Nederlandse literatuur: Louis Couperus. Ook komt Maarten ’t Hart voorbij. Deze schrijver die als zuinigste auteur wel te boek staat, geeft graag veel geld uit aan vrouwenkleding. Kleren waarin hij zich graag hult, maar dan niet in de goedkope kledij van de kringloop. Maartje ’t Hart draagt heuse siliconenprotheses voor 400 gulden per stuk. Of de haute couture van Frans Moolenaar. Niet bepaald goedkoop.

Ogenschijnlijk simpele kledij, zoals het pak van Gerrit Kouwenaar of de regenjas van Simon Carmiggelt, blijkt meer modebewustzijn in zich te hebben dan je verwacht.

Op de foto van hiernaast zien we de ‘opgetuigde driemaster, met z’n regenjas open’, die uitgever Theo Sontrop regelmatig over de grachten van Amsterdam zag flaneren. (122)

De keuze voor de Macintosh past helemaal bij de schrijver en uitvinder van de cursiefjes. Een minimalistische regenjas voor de man die zich klein hield. Daarbij was hij een broeder van de natte gemeente, met daarbij een prachtig citaat:

‘Als ik een glas wijn drink, word ik een ander mens,’ wist hij. ‘En die ander heeft altijd geweldige dorst.’ (121)

Het zijn die anekdotes die een heuse jus vormen in dit geweldige boekje van Arno Kantelberg. Hij plaatst eens op een heel andere manier schrijvers in het daglicht. Hun kledingkeuze is vaker dan je denkt onlosmakelijk verbonden met de persoon maar ook met de schrijfstijl.

Bohemien en liefhebber van Belgische biertjes Ilja Leonard Pfeijffer bijvoorbeeld. Het levert niet alleen een indrukwekkende voorpui op. Al die tientallen La Chouffes.

Waarom zou je het klein houden als het ook groot kan? Daarom verfoeit hij Nescio, met diens ‘kale, afgemeten, precieze zinnetjes’. Bij Pfeijffer is het altijd groots en virtuoos. (65)

Dat zie je ook terug in zijn kledingkeuze: een langharige bard met een bontjas van oceanische omvang. Hij kleedt zich bijna even achteloos als hij schrijft, al zit er toch ook iets van zorgvuldigheid. In zijn gaderobe ontbreekt dit laatste.

En zo neemt Arno Kantelberg je mee naar leuke en sappige verhalen over schrijvers in hun schrijfstijl en hun kledingstijl. Het opent soms een nieuwe kijk op schrijvers. Zo is mijn nieuwsgierigheid naar Slauerhoff aan de hand van de enthousiaste beschrijving van Arno Kantelberg weer gewekt. Of de elan en vitaliteit van Du Perron, met getailleerde jas rond zijn ranke jongenscorso.

Allemaal beschrijvingen van schrijvers die je nieuwsgierig maken naar de schrijver achter die kledingkast.

Arno Kantelberg: De stijl van de schrijver, Schrijvers en hun kleding. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2018. ISBN: 979 90 5759 931 6. 152 pagina’s. Prijs: € 17,50. Bestel.

23 april 2019

De toren van Amsterdam - Leestip

Als je op de Dam staat bij het Stadhuis, het tegenwoordige Paleis op de Dam, realiseer je je niet dat er in het hoofd van sommige stadsbestuurders in de 17e eeuw ook nog iets anders aan dit stadsgezicht was toegevoegd. Namelijk, een imposante toren vast aan de Nieuwe kerk.

6363 palen in de grond

Wat niemand weet is dat dit niet bij een voornemen is gebleven. Er zitten maar liefst 6363 palen in de grond aan de westkant van de kerk. Gedeeltelijk zelfs in het water van de Nieuwezijdse Voorburgwal. Een klein stukje van de gebouwde torenvoet staat nog steeds overeind. De inmiddels gedempte gracht, geldt als het best gefundeerde stukje weg van Amsterdam met al die zware en halfzware eiken masten en elspalen in de bodem.

In zijn boek De toren van de Gouden Eeuw, Een Hollandse strijd tussen gulden en God schrijft bouwhistoricus Gabri van Tussenbroek over de voorbereidingen van de bouw en het leggen van de fundering. En meer dan dat. Hij bedt het verhaal in, in de geschiedenis van de stad. De ogen én het geld glijden namelijk snel naar het Stadhuis, het wereldwonder en nog altijd een indrukwekkend monument van 17e eeuws Amsterdam.

Strijd in Amsterdamse stadhuis

In de burgemeesterskamer van het stadhuis heeft echter een felle strijd gewoed tussen de koopman en de dominee. Wie het gewonnen heeft, kun je vandaag de dag zelf op de Dam zien. De toren is er niet; de gebouwde torenvoet is gedeeltelijk weggehaald. Terwijl er een imposant stadhuis staat dat elke Amerikaan en Japanner naar binnen lokt en waar heel veel Amsterdammers (de meeste?) nog nooit zijn binnengeweest.

Een prachtig stuk geschiedenis. Zeker ook de manier waarop Gabri van Tussenbroek dit in zijn boek behandelt. Waar begint het? Het begint bij de brand van de Nieuwe kerk. Op een koude dag in januari vat het dak vlam van de eeuwenoude kerk. Het gebouw vermoedelijk gebouwd door Rutger van Kampen, bouwmeester van meer Gotische stadskerken in Nederland, zoals de Bovenkerk in Kampen, Harderwijk en de Pieterskerk in Leiden.

Forse tegenvaller

De herbouw wordt snel ter hand genomen. Het is een forse tegenvaller voor de stad die juist veel tijd en aandacht besteedt aan de bouw van het stadhuis. Niet dat de bouw al begonnen is, wel worden er huizen opgekocht op de plek waar het stadhuis moet komen. De bouwhistoricus Gabri van Tussenbroek geeft daarbij een interessant kijkje in het stadsbestuur.

Een maand na de brand, wordt het nieuwe bestuur benoemd. Elk jaar wisselen de zetels op 1 februari. In het college komen Bicker en Backer recht tegenover elkaar te staan. Behartigt de ene eerste vooral de belangen van de koopman, Willem Backer is een vrome man voor wie alles ter ere van God is. Backer komt op het idee van de toren, ontleend aan de imposante toren op het Piazzetta, tegenover de San Marco in Venetië.

Dagelijks leven in Amsterdam

De drukte op het stadhuis is natuurlijk van een totaal andere orde dan het dagelijks leven in Amsterdam. Het is voor de bewoners van de stad een hard bestaan. Het leven is erg duur, vaak mislukt de oogst door slecht weer of een slechte aanvoer vanuit de gebieden waar het graan vandaan komt. Gabri van Tusssenbroek weet deze dagelijks overlevingsdrift mooi in zijn boek te verwerken tussen al het gekonkel in de burgemeesterskamer op het stadhuis.

Bijvoorbeeld als hij het heeft over de zomermaanden waarin elk jaar de bemanning van de VOC-schepen die bij Texel lagen, doorreisde naar Amsterdam om het scheepsgeld te incasseren. Meestal verblijven ze dan meteen in de stad. De verdiensten van de onderste rangen waren ronduit slecht met zo’n 7 tot 12 gulden per maand, schrijft Gabri van Tussenbroek:

In Amsterdam kon je daar eigenlijk niet van rondkomen. Drie gulden in de week was in de stad toch wel zo’n beetje het bestaansminimum. Als je in het gasthuis verpleegd moest worden, betaalde je drie gulden, en ook het bedrag voor pensioenen en ziekengeld was drie gulden. Het waren bedragen waar Willem Backer om moest lachen, evenals de anderen van het Vroedschap, gewend als ze waren aan het leven van de bovenkant. (140)

Vergeet daarbij niet, dat het hier gaat over de laagste rangen bij de VOC. Veel banen in de stad leveren veel minder geld op. En als je illegaal in de stad verblijft, ben je vaak helemaal kansloos. Het zijn de schrijnende verhalen zoals van Elsje Christiaens die Rembrandt 15 jaar later zo prachtig tekent.

Koude winters en natte zomers

Gabri van Tussenbroek vermengt in zijn boek over de toren van de Nieuwe kerk op een intrigerende manier het dagelijks leven met bijvoorbeeld het weer en andere omstandigheden. Hij beschikt over zeer gedetailleerde gegevens over het weer; de koude winters, natte zomers of juist warme periodes komen vaak terug. Net als de integratie van de grote momenten uit de geschiedenis, zoals de Vrede van Münster in 1648.

Daarmee trekt hij de geschiedenis heel dicht naar je toe. Je krijgt zo veel meer te lezen dan alleen de officiële documenten over de bouw van het stadhuis, de herbouw van de kerk en de voorgenomen bouw van de toren. Tegelijkertijd besef je wat een oorlog met Engeland bijvoorbeeld doet met het dagelijks leven in de stad. Dat heeft veel meer impact dan je zo snel in een jaartal ziet.

Net als de vrij theoretische discussies die Gabri van Tussenbroek geeft over het ontwerp van de toren. Kiest de stad voor een ouderwets gotisch ontwerp of gaat de voorkeur uit naar een klassieke toren. De 2 modellen die van de toren zijn gemaakt, laten beide varianten zien. Maar welke kiest de stad?

Jacob van Campen

Ook hier heeft Jacob van Campen een flinke lepel in de pap te roeren. Het mag dan een man zijn die erg lastig in de omgang is, hoge verblijfskosten declareert en vermoedelijk meer dan van een stevig glas houdt. Hij weet met zijn ontwerpen het stadsbestuur telkens weer te verleiden tot hoge uitgaven en gebouwen die wel een beetje voor de eeuwigheid staan.

De reden dat de toren er niet komt en uiteindelijk het stadhuis wel, is het verhaal dat Gabri van Tussenbroek heel mooi in zijn boek weet te geven. Hier zie je dat het gekonkel zoals dat soms doorsijpelt vanuit de Haagse achterkamertjes, zijn grondslag al heeft in de Gouden eeuw.

Het hoort bij de Nederlandse overlegcultuur vol compromissen en waar een verlies nooit zo scherp gespeeld wordt. De verliezer druipt af – of sterft – en niemand heeft het er meer over. En in het boek De toren van de Gouden Eeuw weet Gabri van Tussenbroek deze geschiedenis weer heel mooi te belichten. Voor iedereen die van geschiedenis, gebouwen en de Gouden Eeuw houdt, een must om te lezen. Het geeft zoveel leesplezier. Heerlijk!

Gabri van Tussenbroek: De toren van de Gouden Eeuw, Een Hollandse strijd tussen gulden en God. Amsterdam: uitgeverij Prometheus, 2017. ISBN: 978 90 446 3478 5. 368 pagina’s. Prijs: € 25,99. Bestel

16 april 2019

Lily en de octopus - Leestip

Het verhaal van een man en zijn teckel. Iemand op Instagram tipte mij om de roman Lily en de octopus van Steven Rowley te gaan lezen. Ze moest bij het lezen van mijn herinneringen aan Sientje aan deze roman denken.

Het is het verhaal van Ted en zijn teckel Lily. Ted Flask heeft niet zoveel geluk in de liefde. Zijn geliefde heeft hem in de steek gelaten en zo blijft hij alleen achter, samen met zijn teckel.

Gezwel op het hoofd

Op een dag ontdekt Ted dat Lily een gezwel op haar hoofd heeft zitten. Hij ziet het opeens en noemt hem een octopus. Het wezen op het hoofd van zijn liefste teckel bedreigt het enige dat Ted nog heeft in zijn bestaan, naemlijk allerliefste Lily.

In het verhaal vertelt de verteller hoe de liefde tussen Ted en Lily is ontstaan. Dat Ted het onderdeurtje uit het nest mee naar huis nam. Hoe bewust hij juist voor Lily koos boven de andere teckels uit het nest. Hoe gelukkig ze samen zijn geweest en wat ze allemaal samen hebben meegemaakt.

Hoop op wondertje

De verteller beschrijft het verhaal in de paar dagen die hen nog samen rest. Je weet als lezer hoe het zal aflopen, maar je hoopt steeds dat het anders zal gaan. Dat er onverhoopt een wondertje gebeurt.

Tussen het verhaal van Lily en de octopus, lopen de herinneringen aan zijn hond. Dat ze al een keer een hernia onder de leden had, waarbij zijn zus trouwde. Hij moest kiezen tussen Lily en zijn zus, een moeilijke keuze. Daarmee voelt Ted zich nog steeds nog steeds schuldig naar zijn hond. Dat terwijl Lily herstellende was van de operatie. De verteller is hier overigens best dubbel in. In een hoofdstuk met het lijstje met 8 punten dat hij laf is geweest, staat erna een ander lijstje. De keer dat hij moedig is geweest:

Toen ik uit Los Angelos vertrok voor mijn zusjes huwelijk en Lily in het ziekenhuis achterliet om te herstellen, en erop vertrouwde dat ze zou genezen. (78)

De ik-verteller haalt niet alleen de geschiedenis tussen hem en zijn hond Lily aan. Er komt ook een ander verhaal voor. Het verhaal van zijn liefde Jeffrey. Ze gaan uit elkaar als Ted ontdekt dat zijn vriend vreemdgaat.

Het mooie zijn de vergelijkingen die de verteller maakt. Zoals:

De octopus heeft mijn hoofd haast net zo stevig in zijn greep als dat van Lily. (21)

Vrijdagavond is mijn lievelingsavond. Je zou niet denken dat een teckel van twaalf goed was in monopoly, maar dat heb je dan mis. (32)

Of het moment dat Ted 4 opblaashaaien koopt. Octopussen zijn bang voor haaien en weet smeert de octopus op Lily’s hoofd hem dan. Je weet maar nooit.

Beetje doorslaan

Het slaat soms een beetje door. Zoals het deel waarin Ted een scheepje huurt om te gaan jagen op octopussen. Het is een gevecht dat vooral in het hoofd van de verteller afspeelt, waarbij je als lezer niet altijd mee wilt komen. Het gaat ook gepaard met veel whiskey om de pijn van de lijdende Lily te verdoven.

De verwijzingen naar de nautische wereldliteratuur; Hemingways Van de oude man en de zee en Moby Dick van Herman Melville, liggen hier in mijn ogen een beetje te dik op. Misschien een lekker hapje voor de liefhebber, het ging mij een beetje tegenstaan. De verwijzingen naar Shakespeare en Auden komen in mijn ogen weer veel natuurlijker over en passen beter in het verhaal.

Huilend dichtslaan

Toch weet de ik-verteller in het laatste deel je helemaal mee te nemen. Het kan ook niet anders dan dat je dit boek huilend dichtslaat. Hier kun je geen weerstand tegen hebben, het is buitengewoon invoelend geschreven. Dat de verteller hierbij ook nog eens een prachtig geschenk van zijn lieve teckel krijgt, geeft je alleen maar extra tranen van ontroering.

Niet echt een verhaal om eindeloos te herlezen, maar zeker wel een mooie belevenis. Een must voor de teckelliefhebber. Ook omdat het zo innemend het verhaal van de teckel en zijn baasje te vertellen. Ik ben erdoor getroffen en blij met deze prachtige leestip.

Steven Rowley: Lily en de octopus. Oorspronkelijke titel: Lily and the Octopus, Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij Cargo, 2016. ISBN: 978 90 234 2723 0. Prijs: € 9,99 (als e-book). Bestel E-book