Posts tonen met het label gedichten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gedichten. Alle posts tonen

16 april 2024

Eerste en laatste regel


De dichtbundel Zombie zoekt zielgeno(o)t van Jan Lauwereyns bevat aan het einde een gedichtencyclus van 15 gedichten. Ze heten 'Pijnboomheuvel, Een heuse zombiekrans'.

Met de gedichten is iets bijzonders aan de hand. Ze hebben een heel strakke structuur. Als je begint met lezen, valt het niet eens zo op. Ik zag bijvoorbeeld de rijmwoorden helemaal niet eens. Net als dat alle gedichten 14 regels tellen, met een rijmschema: a - a - b - c - c - b - e - e - f - g - g - f - h - h.

Eerste en laatste regel

Ik merkte bij het 3e gedicht dat de laatste regel van het vorige, de eerste is van de laatste. Terwijl ik zo doorlas, vroeg ik mij af of er niet een leuk gedicht van zou zijn te componeren. Alle regels die het lyrisch ik herhaalt, komen dan in een nieuw gedicht terecht.

Ik had het rijmschema nog niet ontdekt en bedacht dat het leuk zou zijn om dat gedicht te schrijven in een blog. Het zou dan zo worden:
Probeer een vluchtbeweging, ontsnap aan de leegte die neigt
In alles om niets, je Pinus van Thunberg knikt en zwijgt,

Je pijnboomgeest vertoont zich, voorgrondwezen van blijven,

Naar waarheid die achter prikkels en feiten een puntje zet,
Bij wijlen schijnt de tegenspraak een binnenpret,

Omwille van het vlieten zal het nu beklijven,

Omwille van het drijven zal het hier vergaan,
Met lef van doodsverachting ontdoe je wat nooit is gedaan,

Het mos beraamt, met bittere tranen voor zoete regen,

Een nachtvlinder fladdert zijn onherhaalbare vleugelslagen
Uit liefde voor boze en drang naar kwadere dondervlagen,

Van pissebedden kun je leren het rotten vegen,

Erg ver in elders of vroeger of later ben je niet,
Lees liever het hopen van stoffen in wat je voor je ziet.
Ik ben gek op structuren. Ze geven mijn creatieve maar zeer wild fladderende brein een beetje richting. Ik snap zeker dat veel hedendaagse dichters helemaal niet van structuren houden. En het zoveelste sonnet kan je als dichter snel de keel uit hangen. 

Rijmdwangmatig

Ik heb zelf daarom bijvoorbeeld weinig plezier aan de plezierdichter Driek van Wissen. Terwijl zijn vriend en mededichter Jean Pierre Rawie net zulke structuren gebruikt, maar veel minder (rijm)dwangmatig overkomt. 

Zelf schrijf ik vooral haiku's en heb een eigen vorm gevonden in gedichten die strakke vormen in lettergrepen krijgen. Het lettergrepen tellen dwingt mij om beter na te denken over de tekst. 

Het scherpt mij om zo min mogelijk woorden te gebruiken om precies dat te zeggen wat ik wil zeggen. De verrassing bij het sonnet in de zoektocht naar rijmwoorden ben ik meer en meer als hindernis gaan beschouwen.

Pijnboomheuvel

Tot mijn verbazing zie ik aan het einde van de cyclus precies dit gedicht staan met de titel: 'Pijnboomheuvel'. Bovendien houdt hij de strakke structuur van de andere gedichten hier ook aan, compleet met rijm. Net als dat het ook een bijzonder gedicht oplevert dat niks onderdoet aan de rest. 

Blijft bij mij de vraag of hij dit gedicht het eerst heeft geschreven of dat het al schrijvend is ontstaan, zoals ik het ervaren heb bij het lezen.

de structuur een huis
palen, muren, dak
ramen om uit te kijken


Jan Lauwereyns: Zombie zoekt zielgeno(o)t, Gedichten. Koppernik, 2023. 69 pagina's. 

23 maart 2024

Betuttelen - #wow #wot #feedback


Zie het als een cadeautje, zeggen coaches en leidinggevenden vaak. Ik vind feedback zelf wel lastig. Zeker als het verpakt wordt als een cadeautje, maar het dan niet blijkt te zijn.

Feedback leeft op vertrouwen. Van degene die het ontvangt, maar ook van degene die het geeft. En dat roept de feedback niet altijd op.

Tesselschade en Vrouwkje

Afgelopen november vertelt dichter Vrouwkje Tuinman in de bibliotheek van Alkmaar over de dichter Maria Tesselschade Roemers Visscher (1594-1649). De dochter van de dichter en rijke handelaar Roemer Visscher (1547-1620). Hij noemt zijn dochter naar het grote verlies dat hij lijdt bij Texel. 

De boten wachten op de Rede van Texel in december 1593 tot de wind gunstig genoeg is om uit te varen. De wind is ongenadig. 44 schepen van Roemers investering gaan bepakt en bezakt verloren.

Trouwen en wonen in Alkmaar

Zijn dochter krijgt een 3 maanden later bij haar geboorte de naam Tesselschade. Thuis liefdevol Tessel genoemd. Ze trouwt en gaat wonen in Alkmaar. Daarom vertelt Vrouwkje Tuinman over deze bijzondere dichter. Het is namelijk precies 400 jaar geleden dat Tesselschade trouwt met Allart Jansz. Crombalch. Op 26 november 1623.

Vrouwkje vergelijkt in de Alkmaarse bibliotheek haar eigen gedichten met de poëzie van haar 17e-eeuwse collega Tessel. Het geeft een paar mooie inzichten. Ze delen de onderwerpen dood, rouw en tuinieren. Allebei hebben ze een gedicht over Maria Magdalena geschreven. En beide vertoeven graag in hun tuinhuis iets buiten de stad.

Betuttelaars

Vrouwkje vertelt over het dichtgroepje waar Tesselschade deel van uitmaakt. Voor ze trouwt, zijn in haar ouderlijk huis in Amsterdam, Vondel, Huygens en Hooft kind aan huis. Ze komen vaak langs om hun werk te bespreken. Soms legt ze haar gedichten aan hen voor. Dan bespreken ze deze en kan ze op ideeën komen om haar gedicht nog beter te maken. 

Betuttelen noemen ze dat. Aan haar betuttelaars schrijft ze regelmatig brieven. De weinige gedichten die er nog van haar zijn, zijn overgeleverd via die brieven. 

Baas over eigen tekst

Vrouwkje heeft ook haar betuttelaars. De belangrijkste opmerking die ze erbij maakt is dat je als schrijver de baas bent over je tekst. Dus je hoeft je ook niks van betuttelaars aan te trekken. Ze zitten er soms helemaal naast. Dan is het wel zo fijn dat je lekker je eigen zin kan doordrijven.

Feedback als betutteling is meer dan welkom. Ik vraag regelmatig aan iemand om een gedicht of verhaal van mij te lezen. Een eerste lezer kijkt toch anders naar de tekst dan de schrijver. Het geeft vaak nieuwe inzichten en helpt mee om op een nieuwe manier naar je eigen werk te kijken.

Gedichtencyclus

Afgelopen weken ben ik druk aan het schrijven van een gedichtencyclus. Ik vind het moeilijk om mij ervan los te maken. De eerste versie is al door iemand gelezen. Ze haalt er een paar heftige stekeligheden uit. Nu kan ik weer verder werken aan het herstel.

Dat geldt ook voor de blogjes. De reacties van lezers helpen je verder te denken over wat je geschreven hebt. Soms wijzen ze precies op dat stukje waar je zelf niet het antwoord voor wist. Of laten weten dat als je die 2 alinea's omdraait, je stuk aan kracht of betekenis wint. Advies dat heel waardevol is.

Meelezers gezocht

Ik heb trouwens een eigen meeleeslijst. Dan krijg je elke zondag een kort verhaal met een gedicht in je e-mail. En daar mag je altijd op reageren. Het levert soms hele mooie mailwisselingen op.

Ik zoek nog meelezers voor mijn nieuwe gedichtenproject. Wil je meelezen? Stuur gerust een berichtje. 

woorden buitelen
zonder een duidelijk doel
ongevraagd advies

24 juni 2018

Boekenverslinder - Sientje (25)

Wat heeft Sientje nog meer gemold? Teveel om op te noemen. In de lijst met kostbare dingen, valt op dat ze de stapels boeken op mijn tafel en naast mijn plekje op de bank vrijwel onaangeroerd heeft gelaten.

Een groot wonder voor een boekenliefhebber als ik. Vrijwel mijn hele bibliotheek heeft kortere of langere tijd naast mijn zitplekje gelegen. Daar zaten ook kostbare boeken tussen. Kostbaar genoeg om in woede of groot verdriet te ontbranden als de boel gevild zou worden zoals zoveel andere dingen het slachtoffer werden van sloopbedrijf Sientje.

Boeken verslinden

In de lijst met stukke spullen staan 2 boeken die Sientje verslonden heeft. Eentje behoorde toe aan Inge en eentje behoorde toe aan de Openbare Bibliotheek van Almelo. Verder verdwenen er heel veel voorwerpen – eetbaar en oneetbaar – in de keel van Sientje.

Van de boeken was er een boek van Inge dat onderin de boekenkast stond. De rug stak een stukje uit omdat het boek breder was dan standaard. Het was een juist aangeschaft kookboek van Jamie Oliver. Een langgekoesterde wens met heerlijke recepten.

Omgedraaid

Er was iets eigenaardigs met het exemplaar aan de hand. Bij het inbinden was een katern per ongeluk omgedraaid waardoor het verkeerd in het boek was terechtgekomen. Midden in het recept van de zalmsalade moest je het boek omkeren en het katern terugslaan om verder te lezen. Een omslachtige handeling die bij het koken natuurlijk allerlei ongewenste gevolgen kan hebben.

Sientje viel het uitstekende boek op en greep de opvallendheid. Vakkundig knabbelde ze de rug van het boek weg. Zo hing de rug los en zweefde op een klein stukje van de rug dat nog vastzat. Je staarde tegen de ingebonden katernen aan, inclusief het omgekeerde katern. Het zag er komisch uit en het boek was zeker niet onbruikbaar, maar we konden met de inbindfout niet meer teruggaan naar de winkel vonden wij.

weggeknabbeld

Sindsdien staat het kookboek zonder rug in de rij met kookboeken. Het valt niet meer op, want de weggeknabbelde rug heeft de maat gelijkgetrokken met de andere boeken. Het wordt voornamelijk om de spaghetti met kleine gehaktballetjes te maken en dat zit precies in het omgekeerde katern. Zo is tegenwoordig elke keer als we dit gerecht maken een herinnering aan Sientje.

Het ander geval was een boek van de bibliotheek. Ik had het rechtop staan in de grote leren tas die ik van mijn verjaardagsgeld had gekocht. Een miskoop, want ik heb de tas nooit meer zo intensief gebruikt als zijn leren voorganger. Het was een geleend boek van de Openbare bibliotheek: de verzamelde gedichten van Simon Vestdijk.

Druk in de weer

De kloeke boekband stond mooi te zijn in mijn tas. Ik was even naar boven gegaan en kwam een moment later naar beneden. Ik hoorde dat Sientje druk grommend in de weer was. Het leek wel of ze met een botje bezig was. Vreemd, omdat ze bij mijn weten helemaal geen botje gekregen had. Botje kauwen enige wat ze deed, aangezien ze met niks speelde. Balletjes, touwen of stukjes spijkerbroek deden haar niks. Ze speelde niet.

Ik opende de kamerdeur en zag tot mijn verbijstering dat ze haar tanden niet in een bot zette, maar in de dikke gedichtenbundel van Vestdijk. Geleend van de bibliotheek nota bene. Ik voelde een woede loskomen, krijste waarna Sientje haar literaire prooi onmiddellijk losliet.

Vakkundig gereten

Ik griste het boek weg tussen haar poten en zag dat ook van dit boek de rug vakkundig was gereten van de rest van het boek. De voorkaft en achterkaft zaten nog mooi om het boek. Op een enkele tandafdruk na in het papier, leek het verder allemaal mee te vallen.

Met een rood hoofd meldde ik een dag later het vernietigde exemplaar bij de bibliotheek. Ik mompelde er iets bij dat mijn hond het boek had gemold. Ik voelde mij de scholier die vertelt dat de hond het huiswerk heeft opgegeten. Maar dan erger. ‘Dat wordt betalen’, zei de bibliothecaresse streng. Ik vreesde het ergste. Hier zou een flink bedrag aan verbonden zijn. ‘We zullen het repareren en de rekening nazenden’, zei ze en liet me in spanning gaan.

Kleinere bladspiegel

Weken later viel de rekening op de deurmat. Het werd 4,50 euro voor de gemaakte kosten. Later leende ik het boek met alle gedichten van Simon Vestdijk bij de Almelose bibliotheek. Naast de nieuwe kaft was een klein stukje van de beschadigde bladzijden afgesneden. Hierdoor werd de bladspiegel wat kleiner.

Die kleinere bladspiegel hinderde mij het leesplezier niet. Dan genoot ik stiekem van de kleine tandafdrukken die er nog in zaten van Sientje. Het idee dat dit boek daar nog altijd ergens op een schap in de bibliotheek staat, doet mij goed. Ik bekijk met net zoveel genoegen de tandafdrukken die ze in het boek van Jamie Oliver heeft achtergelaten.

Lees het vervolg: Afgesleten hoektanden »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

01 juli 2017

Dichter op de IJssel

Mijn gedicht ‘De oversteek’ is opgenomen in de gedichtenbundel Dichter op de IJssel. 26 dichters zingen een loflied in deze bundel over de rivier de IJssel. Het is een dichtbundel die het literaire antwoord is op de IJsselbiënnale 2017 die vorige week is geopend.

Bij de IJsselbiënnale staan in de steden langs de IJssel mooie kunstwerken opgesteld langs de rivier. Ze leggen de verbinding tussen het landschap en de rivier. Het thema is dit jaar klimaatverandering. Daarom is een dichtwedstrijd uitgeschreven waaraan ik heb meegedaan. Het resultaat: mijn gedicht ‘De oversteek’ is opgenomen in de bundel.

De dichtbundel is verkrijgbaar in de lokale boekhandels van de IJsselsteden waar de biënnale gehouden wordt. Daarnaast zal hij zeker ook te koop zijn bij 1 van de poëzievoordrachten de komende maanden.

Meer informatie op: dichteropdeijssel.nl

11 april 2017

Dichter én lezer van gedichten

Naast het laten zien hoe de dichter te werk gaat, geeft Remco Campert in zijn bundeling columns Zonder roken bij mij geen poëzie een prachtig beeld van de poëzie. Niet alleen zijn eigen gedichten spelen een rol in de columns. Het is maar een heel klein deel van de informatie die hij deelt met zijn lezers.

In de 49 columns laat Remco Campert vooral zien hoe mooi poëzie is. Dat gedichten onderdeel uitmaken van zijn leven. Niet alleen de productie ervan, maar vooral het lezen van gedichten. Geen dag zonder poëzie. Wat dat betreft is poëzie net als de sigaretten die hij opsteekt. Hij kan er geen moment zonder. Het inspireert hem en ze laten hem zien wat schoonheid is.

Zoals hij schrijft over de dichter Hans Verhagen:

Naar mijn onbescheiden mening is hij met Lucebert de grootste moderne Nederlandse dichter. In mijn gedicht ‘De dichter’ luiden de slotregels:

dan heb je
een clusterbom van woorden
een explosie van letters
maltraiteert het oog

ten slotte verschijnt
die reddende engel gehavend
maar vleugels nog intact
de dichter Hans Verhagen (12)

De zoektocht naar schoonheid geeft Remco Campert in elke column. Elke bijdrage staat hij stil bij 1 of meerdere wonderlijke gedichten. Hij plaatst ze in het patroon van de lezer. Hij demonstreert aan de hand van gedichten van Hans Lodeizen, Gerrit Kouwenaar, Lucebert, Hugo Claus, Johnny van Doorn, Hans Verhagen of Allan Ginsberg.

Allemaal gedichten die hij uitvoerig bespreekt en van opmerkingen voorziet. Hij plaatst de poëzie daarmee in het alledaagse leven. Alsof hij een verhaal vertelt en een sigaret opsteekt. Met die alledaagsheid geeft Remco Campert de plek aan poëzie die het verdient: temidden van alledag, tussen het slapen, eten, werken en vrijen door.

Vlog over Camperts columns

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 2349 8506. 160 pagina’s. Prijs: € 16,99.Bestel

10 april 2017

Een kijkje in het hoofd van de dichter

Remco Campert heeft nooit in het hoofd gehad dat hij dichter wilde worden. Er waren opeens gedichten en de dichter was geboren. Dat vertelt hij in 49 columns over poëzie. Het boekje heet: Zonder roken bij mij geen poëzie. In deze bijdrages geeft hij een inkijkje in het hoofd van de dichter. Vooral hij laat hij zien dat poëzie overal is. Het levert niks op:

Maar mijn gedichten hingen rond op straathoeken en bij bushaltes en op andere plekken waar het aardse leven zich afspeelt. Armoedige kwanten met een volwaardig innerlijk leven. Ze schamen zich niet. Ze worden s nachts geboren in het donker, bloeien op in de ochtendzon. (127/128)

Dichten is mijmeren. De dichter is een onmaatschappelijke mijmeraar. De poëzie ontstaat uit de leegte. Het overkomt je. Al laat Remco Campert in zijn bijdrages zien dat een gedicht er niet altijd uitkomt zoals hij zou willen. Dan blijft het hangen en komt niet tot wasdom.

Dan gaat hij naar buiten en komt vanzelf het gedicht tegen dat in zijn hoofd zit. Het ontstaat zo mijmerend buiten. Dat zijn de bushokjes waarin ze zich verschuilen. Remco Campert is niet een dichter die de poëzie achter het bureau bedenkt, maar buiten ontdekt. Het is de raadselachtige inspiratie waar zoveel dichters geheimzinnig over doen.

Zijn bundel Zonder roken bij mij geen poëzie levert een mooi inkijkje op. Waar rook is, is het vuur van de inspiratie. Voor Remco Campert zijn de 2 onlosmakelijk met elkaar verbonden. Net als de jazz en waar deze bundel van 49 columns overstroomt. Een prachtig document voor iedereen die een glimp wil opvangen van het bijzondere proces dat dichten heet.

Vlog over deze bundel van Remco Campert

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 2349 8506. 160 pagina’s. Prijs: € 16,99.Bestel

29 januari 2017

Grappige gedichten - #50books

Poëzie hoeft natuurlijk niet ernstig te zijn. De nieuwe bloemlezing die Ilja Leonard Pfeiffer maakte in de lijn van Gerrit Komrij De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, barst van de grappige gedichten.

Neem het bekende gedicht van Cornelis Bastiaan Vaandrager:

De kroketten in het restaurant
zijn aan de kleine kant.

Jules Deelder – óók een Rotterdammer – kan er eveneens wat van. Zijn nieuwste bundel Rotterdamse kost laat dat wel zien. Hij schrijft prachtig over de verschillende vormen van eten. Zeker als hij het voordraagt, verandert de poëzie in een prachtige grap. Ik heb genoten – én gelachen – van het filmpje waarin hij gedichten uit deze bundel uit zijn hoofd voordraagt.

De dichter die het gedicht tot humor verheven heeft, is wel Cees Buddingh’. Hij vond met zijn gedicht over het verwisselen van een dekseltje de lach van het publiek:

Pluk de dag

Vanochtend na het ontbijt
ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,
dat het deksel van een middelgroot potje marmite
(het 4 oz net formaat)
precies past op een klein potje heinz sandwich spread

natuurlijk heb ik toen meteen geprobeerd
of het sandwich spread-dekseltje
ook op het marmite-potje paste

en jawel hoor: het paste eveneens

Dit gedicht laat zien dat poëzie helemaal niet hoogdravend en verheven hoeft te zijn, maar ook grappig. De uitvoering is dan veel belangrijker. Het gedicht ‘Pluk de dag’ heeft Ilja Leonard Pfeiffer niet opgenomen in zijn bloemlezing, maar is zonder twijfel de bekendste light verse van de Nederlandse literatuur.

Daarmee geldt Buddingh’ als onbetwistbare lichte dichter. Dichters als Driek van Wissen. Zijn poëzie is bijzonder toegankelijk en ook bij tijd en wijle grappig. Het gevaar bij deze gedichten is dat het vaak iets té toegankelijk is, waarmee het de zo onmisbare dubbelzinnigheid van poëzie mist.

Willem Wilmink heeft prachtige liedjes geschreven waarin een knipoog en een traan voorkomen. Neem ‘Frekie’ waarin je de ‘ernstig smoel’ voor je ziet. Of ‘Beroepskeuze’ waarin het lyrisch ik verzucht dat hij ‘stratemaker op zee’ wil worden.

Overigens kan Ilja Leonard Pfeiffer er ook wat van. Zijn baggersonnettenkrans Touwen waarin hij een loflied bezingt op het vrouwelijk geslachtsdeel, is een extreme vorm. Maar dit is weer zo vulgair dat het meer afschuw dan glimlach oplevert.

Ik heb ook verschillende pogingen gedaan om grappige gedichten te schrijven. Zo zijn er veel jeugdzondes. Neem het gedicht Lage Rijndijk 92c waarvoor ik mij bij mijn huisgenotes ter verantwoording moest verschijnen. En ik doe het nog steeds. Bijvoorbeeld de haiku die vanmorgen in mij opkwam bij het uitlaten van de honden: Hondenpoep.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Dit jaar neemt Martha het weer over. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

29 juli 2016

Haiku's leren lezen

img_20160724_183836.jpgBij het afscheid van mijn collega’s van Ziggo vorig jaar kreeg ik een bijzonder cadeau: een bundel met foto’s van de lucht met een haiku. Iedere haiku had een heel eigen karakter en vertelde mij veel over de persoon die het schreef.

Wat mij veel meer trof bij het initiatief van de bundel, was dat deze collega’s de wereld betraden waarin ik mij dagelijks begeef. Ze probeerden een gevoel te verwoorden in die paar lettergrepen die een haiku telt. Daarbij kwam er soms een heel treffende verwoording uit.

Ellen Deckwitz gaat in haar cursusboek over het lezen van gedichten ook in op de haiku. De Japanse dichtvorm haalt ze aan bij het hoofdstuk over de betekenis van gedichten. Ze citeert hier een haiku van de grote haikudichter Matsuo Bashõ. Ze schrijft:

Zelfs in Kyoto
wanneer de koekoek roept,
mis ik Kyoto.

Ze heeft er zelf een gedicht over Charlie op geschreven als verwijzing naar deze haiku. Helaas is de haiku niet heel mooi vertaald. Hij mist hiervoor een lettergreep in de 2e regel. Erg is het niet, maar het leidt mij erg af. Een gedicht bestaat zeker uit regels, zeker een haiku van Bashõ, de Shakespeare van de haiku.

Je zou veel moois over dit gedicht kunnen vertellen. Bijvoorbeeld dat de eerste regel een abstractie is, de 2e een natuurbeschrijving en de laatste een typering wat het met het lyrisch ik doet.

Die koekoek is veelzeggend, schrijft Ellen Deckwitz. Het verwoordt de naderende zomer. Het hele gedicht is veelzeggend en laat zien dat een paar woorden genoeg kunnen zijn om een hele wereld op te roepen.

Ik noem het mijn wereld omdat ik elke dag een haiku probeer te schrijven. Ik weet wel beter, want bij het lezen van Basho sta ik weer helemaal terug op mijn plaats.

En toch blijf ik het proberen.

Ellen Deckwitz: Olijven moet je leren lezen, Een cursus genieten van poëzie. Amsterdam/Antwerpen: UItgeverij Atlas, 2016. ISBN: 978 90 450 3134 7. Prijs: € 17,99. 160 pagina’s.Bestel

26 juli 2016

Lezen of schrijven

img_20160724_183538.jpgBij het lezen van de cursus poëzie lezen in 23 antwoorden op hetzelfde aantal vragen van dichteres Ellen Deckwitz, scheidt ze het schrijven van poëzie. Waarom zou een gedicht schrijven toegedaan zijn aan weinigen en het lezen aan velen?

Ze pleit in haar boek namelijk voor het lezen van poëzie en eigenlijk niet voor het schrijven van gedichten. Terwijl het tweede net zoveel plezier (of nog meer plezier) kan geven dan het eerste.

De oervraag die ze stelt is misschien wel begrijpelijk: waarom schrijven mensen wel veel gedichten, maar haken ze af om ze te lezen. De dichtbundels zijn niet gretig in aftrek, terwijl een miljoen Nederlanders geregeld een gedichtje op zou schrijven. Als die miljoen mensen nu eens gedichten zou lezen…

Niet dat dit die lezer aan te rekenen is:

Ik vermoed dat hier sprake is van onkunde in plaats van onwil. En onwil strikt genomen draagt het huidige literatuuronderwijs op de middelbare school daaraan bij. (8/9)

Het onderwijs, de leraar Nederlands op de middelbare school, is de sleutel tot de bijzondere wereld van de poëzie. Zonder hem of haar zul je het geheim niet leren kennen. Daarom denk ik zeker dat docenten Nederlands en andere talen leerlingen kunnen helpen bij het lezen van poëzie.

Poëzie draait namelijk om de lezer. Zonder lezer bestaat een gedicht niet. Al spreken de gedichten van de door Ellen Deckwitz bewonderde Emily Dickinson dit een beetje tegen. Het grootste deel van haar werk is pas gepubliceerd na haar dood. Daarmee bestonden haar gedichten pas echt na haar dood.

In gedichten draait het daarmee veel meer om de lezer dan menig dichter zou willen. Veel thuisdichters schrijven niet voor een lezer, maar voor zichzelf. Ze proberen een bepaald gevoel juist te verwoorden of een bepaalde gedachte heel sterk op papier te zetten. Het gedicht zelf staat daarmee op de 2e plaats.

Dat is niet erg, maar slaat de spijker precies op zijn kop. Het lezen van gedichten stimuleert enerzijds om zelf te schrijven en helpt tegelijkertijd om kennis met een wereld die je ervoor nog niet kende. De wereld van de poëzie is een ontdekkingstocht.

Als Ellen Deckwitz iets doet in haar boek, dan is het haar enthousiasme voor het gedicht. Ze wil niet alleen gelezen worden, ze wil juist stimuleren verder te lezen. Of je daarvoor veel gedichten moet lezen, weet ik niet. Soms helpt het juist om kleine stapjes te maken en de ruimte te geven aan het gedicht.

Ellen Deckwitz: Olijven moet je leren lezen, Een cursus genieten van poëzie. Amsterdam/Antwerpen: UItgeverij Atlas, 2016. ISBN: 978 90 450 3134 7. Prijs: € 17,99. 160 pagina’s.Bestel

25 juli 2016

Gedichten leren eten

img_20160724_180716.jpgGedichten schrijven zouden veel Nederlanders kunnen, schrijft Ellen Deckwitz in haar inleiding bij haar schriftelijke cursus hoe je kunt genieten van poëzie. Dat het lezen een stuk lastiger is, bewijst ze in haar Olijven moet je leren lezen.

Poëzie lezen is hetzelfde als het leren eten van olijven, schrijft de dichteres. Hoe vond je de eerste olijven? Of het allereerste biertje? Je hebt ontdekt dat het lekker is door het te eten en te drinken. Zo werkt het ook met poëzie, stelt Ellen Deckwitz.

Ook gedichten kun je leren eten. (11)

Of ze daar gelijk in heeft, weet ik niet. Ze doet wel een poging om poëzie bereikbaar te maken. In 23 artikelen schetst ze verschillende aspecten van gedichten en licht ze bepaalde dingen toe. Moet een gedicht bijvoorbeeld rijmen of kan poëzie troosten? Het zijn legitieme vragen over de geheimzinnige wereld van de gedichten.

Het blijft voor mij wel de vraag of poëzie niet onbereikbaarder wordt door het te proberen uit te leggen. Juist die geheimzinnigheid, dat weëe gevoel in je maag. Dat helpt je verder om gedichten tot de diepste kern te vinden. Niet het praten dat het mooi is, maar het voelen dat hier iets machtigs gebeurt waar je geen invloed op hebt. Dat vind ik het mooie van poëzie. Het verstand kan er daarom niet altijd bij en ik weet niet of je verder moet willen.

Zo beweert Ellen Deckwitz dat een gedicht zeker niet alles kan betekenen. Als je dat zou beweren, doe je het gedicht onrecht:

Poëzie betekent dus een leesafspraak. Een gedicht kan veel betekenen, maar niet alles. Wie dat denkt is gemakzuchtig en doet het gedicht onrecht. Je beroept je dan op het moeilijke imago van de poëzie, terwijl hier net in amper achthonderd woorden is gedemonstreerd dat interpretatie in de praktijk reuze meevalt. (77)

Het draait bij poëzie niet om wie er gelijk heeft, maar wat het losmaakt, stelt ze. Ik ben het maar gedeeltelijk met haar eens. Juist dat interpreteren maakt voor veel lezers zoveel stuk. Het onheimelijke gevoel dat een gedicht of een dichtregel kan oproepen, hoeft niet altijd verklaart te worden. Maar mag er zijn en in dat geval mag er betekenis zijn, maar het hoeft niet.

Dat is juist het geheim van de poëzie.

Ellen Deckwitz: Olijven moet je leren lezen, Een cursus genieten van poëzie. Amsterdam/Antwerpen: UItgeverij Atlas, 2016. ISBN: 978 90 450 3134 7. Prijs: € 17,99. 160 pagina’s.Bestel

24 juli 2016

Gedichten lezen - #50books vraag 30

img_20160721_074700.jpgDeze week bespreek ik op mijn blog de cursus genieten van poëzie van dichteres Ellen Deckwitz. In haar boek Olijven moet je leren lezen merkt ze op dat er heel veel gedichten geschreven worden, maar niet veel gedichten ook echt worden gelezen.

Lezers hebben geen idee hoe ze een gedicht moeten lezen en dan is het veel prettiger om zelf iets te produceren dat op een gedicht lijkt, dan dat ze iets van iemand anders moeten lezen. Dan heersen er nog allerlei misvattingen dat een gedicht alles kan betekenen bijvoorbeeld of dat songteksten altijd poëzie zijn.

Wat een misvattingen. en dat terwijl poëzie zo fantastisch is. Ze kan tegelijkertijd grappig én schrijnend zijn, ontroerend én ontluisterend. Acht regels kunnen de impact hebben van een natuurdocumentaire en actiefilm in één. (10)

Dat brengt mij bij de leesvraag van deze week.

Lees je weleens poëzie en hoe lees je poëzie?

Wat zou je voor een tips hebben hoe je gedichten leest en waarom zou je gedichten moeten lezen?

Ik ben erg benieuwd naar jullie antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

20 februari 2016

De onmacht van poëzie - #50books antwoorden vraag 7

image

Magie en poëzie. Het schrikt sommige mensen af. Zo schrijft Fokke dat hij er te weinig poëzie voor leest. Bovendien heeft hij nog minder met magie. Magie dat misschien uit de toverstaf spreekt, maar zeker niet uit een gedicht.

Brug tussen verhaal en beeld

Gelukkig levert het genoeg antwoorden op. Jannie schrijft dat poëzie de brug slaat tussen de verhalende kunst en de beeldende kunst. Een beetje waar de roman ophoudt en het schilderij begint. Er zijn niet voor niks zoveel schilders die zich ook aan poëzie wijden zoals Armando en Lucebert.

Het geheim begint al dat poëzie en magie op elkaar rijmen, al mogen van sommige dichters gedichten helemaal niet rijmen. Het gedicht laat het verhaal los en laat de taal vieren.

Ontroering

Voor Jannie ligt de magie van poëzie in de ontroering dat een gedicht oproept, of dat een gedicht je aan het denken zet:

Ze biedt een gesublimeerde verbeelding aan van de werkelijkheid zoals we die zelden direct ervaren.

Inderdaad, bijna een heus schilderij of beeld. Om af te sluiten met een gedicht van Rutger Kopland, een dichter die beelden oproept om de werkelijkheid op een andere manier te vatten.

Lachbui

De tijdlijn van Ali bezorgt haar niet alleen hoofdbrekens voor de boekenvraag, maar ook een lachbui. Want na haar reactie dat ze de boekenvraag liet zitten omdat ze niks met poëzie heeft, verscheen er spontaan een limerick in haar tijdlijn van volger Raymond.

In spanning afwachten op een leuke boekenvraag en dan ontdekken dat de vraag geen antwoord van jou zal opleveren. Genoeg voer voor een vers en zeker ook een mooie limercik. Gedichten zijn niet alleen om van het taalspel te genieten, maar ook gewoon om heerlijk te lachen.

Boekenkast vol poëzie

Mocht Ruud de aanleiding voor de boekenvraag zijn, hij laat zich niet snel uit de tent lokken erop door te gaan. Gelukkig doet hij het voor deze vraag wel. De foto van zijn boekenkast helemaal gevuld met poëzie laat al zien dat de passie hier telt: de liefde voor de poëzie.

Dan volgt een liefdesverklaring voor de poëzie. Waarom de gedichten van Pablo Neruda zo fantastisch zijn. De Spaanse gedichten leest Ruud het liefst in de 2-talige uitvoering:

Dat is pas volledig genieten… Dan kan ik echt geen genoegen nemen met alleen de klank, dan wil ik doorgronden.

Ik zal niet zeggen dat hij ongelijk heeft, want hier spreekt iemand die geniet en die weet waarvan hij geniet. Of we ver uit elkaar liggen in de mening denk ik niet. Het genieten lijkt verdomd veel op elkaar.

Andere rol van taal

Het is wat ik de magie van poëzie noem. De taal die een andere rol vervult dan in het gesprek met de ander of de taal van het verhaal. Het is een spel met taal die het gevoel veel directer aanspreekt en daarmee veel dieper weet door te dringen.

Kwade vloek

De magie als kwade vloek, schrijft Peter in zijn reactie op deze gedichtenvraag. Dat het begrip van het gedicht heel dichtbij is en toch onbereikbaar ver weg. Peter voelt het als onmacht en heeft misschien daarom die bijzondere relatie met poëzie.

Juist dat gebrek aan betekenis kenmerkt in mijn ogen de poëzie. Dat je je helemaal niet hoeft af te vragen wat het betekent, maar het er gewoon is. Dat je juist die betekenis loslaat om het te begrijpen. Het verstand kan er niet bij, maar je voelt het in je tenen en kan er niet bij.

Onmacht

Dat borrelen in je buik, kenmerkt poëzie. Dat is genieten van taal zoals Peter het beschrijft: die machteloosheid dat je het wilt vatten maar dat het niet lukt. Het is binnen handbereik en verder weg dan ooit.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen

14 februari 2016

De magie van poëzie - #50books vraag 7

image

Een interessante opmerking doet Ruud in zijn antwoord op de boekenvraag van vorige week. Ik stel in de vraag dat in poëzie voor mij taal boven de betekenis staat. Hij reageert hier op:

Voor mij mag er geen onderscheid in belangrijkheid, in zwaarte, in kracht, in gevoel bestaan als het gaat om poëzie. De taal, de vorm, het ritme, soms de rijm zijn middelen om de inhoud, de betekenis, weer te geven. Niks taal boven betekenis. Dat vermorzelt voor mij de magie van poëzie.

Een interessante bevinding die hij hier doet. De taal staat niet boven de betekenis in een gedicht, het gedicht zelf zorgt voor de betekenis zoals het zich presenteert aan de lezer of luisteraar.

Poëzie krijgt helaas niet zoveel aandacht in onze samenleving. Het spel met de taal is meer het terrein voor rappers en zangers. Als er buiten dit discours een gedicht voorbijkomt, reageren veel mensen afwijzend. Het publiek weet dan geen raad met het gevoel dat het gedicht oproept; het kan er niet goed bij met het verstand.

Betekenis in een gedicht staat voor mij als iets waar je met je verstand niet bij kunt. Je kunt het niet echt goed duiden waar het nu eigenlijk over gaat, maar het doet wel iets met je. De poëzie drukt soms de dingen uit, waar de taal ophoudt. Dan raakt het bijna iets universeels als wat muziek bij je oproept.

Dat heb ik ook met buitenlandse poëzie waarbij ik de taal niet eens hoef te verstaan om het te begrijpen. Dan wint de magie het van de taal. De klanken zijn genoeg, zonder dat ik hoef te weten waar ‘het over gaat’.

Dat brengt mij bij de boekenvraag van deze week:

Wat is voor jou de magie van poëzie?

Lees de antwoorden op de vorige, zesde boekenvraag

Blog mee over #50books

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

30 augustus 2015

Boekje met opdracht

wpid-img_20150829_160804.jpgEr zijn van die boeken die tegenkomt en die erom vragen dat je ze meeneemt. Zo ben ik laatst na mijn werk naar Weesp gefietst voor de boekenmarkt in de Grote Kerk. Ik ben een enthousiaste bezoeker van deze halfjaarlijkse boekenmarkt.

Langgerekte tafels boordevol boeken staan in de kerk uitgestald en dan is het heerlijk grasduinen over de boekenruggen. Ik vind altijd wel leuke boeken. Deze keer valt mijn oog op een boek dat in een doosje zit. Het heet Firmin en gaat over een rat die helemaal gek is van boeken.

Daarnaast zie ik een boekje van Ivo de Wijs liggen met zijn verzen die hij voorgedragen heeft bij het radioprogramma Vroege Vogels. Gedichten over de natuur. Het boekje trekt vooral mijn aandacht omdat er zo’n mooie opdracht in staat: ‘Voor mijn moeder’ met een krabbel en dan de naam Ivo de Wijs.

Zo’n opdracht roept meer vragen op dan antwoorden. Is het echt voor zijn moeder of stond er bij het signeren iemand aan de kraam die een krabbel vroeg voor zijn moeder? Een grapjas als Ivo de Wijs zet zoiets wel voorin zijn boekje met verzen.

Zo kan ik heerlijk turen naar zo’n opdracht en verder verzinnen voor wie Ivo de Wijs dit nu echt heeft geschreven.

26 maart 2015

Alle de Wercken van Focquenbroch - #50books

wpid-20150322_134403.jpgHet oudste boek in mijn boekenkast is het boekwerk Alle de Wercken van Focquenbroch. Het boek uit 1679 bestaat uit drie delen en zit in een onooglijke band, maar het is wel de oorspronkelijke.

De houtsnedes aan het begin van elk deel zijn werkelijk een lust voor het oog, met heel treffende details, waarbij die van de Afrikaanse Thalia buitengewoon gedetailleerd en treffend is verbeeld. Alles zit in deze 3 houtsnedes van de hand van Schoonebeek.

image

Koopman en dichter

Focquenbroch is een koopman en een dichter die veel Latijns werk vertaalde. Dit is ook terug te vinden in het boekje dat ik in bezit heb onder de titel: De Aeneas van Virgilius in sijn Sondaeghs-pack.

Het is een allegaartje van dichtwerk, maar Focquenbroch is van alle markten thuis en reist de hele wereld rond met zijn dichtwerk. Niet alleen Afrika, waar hij een periode werkt en in 1670 ook sterft, maar ook Indië en Japan komen in zijn boek voor.

image

Taalgebruik

Het taalgebruik en vooral de spelling staan wat verder van ons af, maar het is heerlijk om te lezen. Focquenbroch staat bekend als een cynische dichter die veel satire in zijn poëzie verwerkt. Naast gedichten, schreef hij ook toneel (die zitten ook in mijn band uit 1697). De poëzie moet ook vaak gezongen zijn, zoals dit lied:

Wegh wegh ick verlaet het malle Vryen:
Faustina had wel eer mijn ziel bekoort;
Maer door de tijd is die Min gans versmoort,
Nu schyf ick het minnen heel ter syen
Want wie sagh ooyt dat de Min,
Immer aenbracht groot gewin?
‘k Roem voortaen dan mijn geluck,
Want ick draegh geen liefdens juck.

‘k Sal niet meer op liefd van Maegdenhoopen,
Gelijck ick eertijds op Faustina deê:
Neen losse Maegt. ‘k haet de pijn die ick leê,
Des soeck ick de Liefde nu ontloopen.
Want wie sagh ooyt dat de Min,
Immer aenbracht groot gewin?
‘k Roem voortaen dan mijn geluck,
Want ick draegh geen liefdens juck.

Een prachtig lied dat ook nu nog gezongen zou kunnen worden. Ik ken mooie reconstructies van liederen uit zeventiende en achttiende eeuw. Dit lied past daar uitstekend in. De tekst mag dan ver van ons af lijken te staan, maar als je je er een beetje in verdiept, kom je een heel eind.

Zo heb ik in huis iets uit de zeventiende eeuw, een lot uit een boekenlot dat ik voor iets anders had gekocht, blijkt een heel mooi kleinood te bevatten. En ik geniet ervan.

Lees zelf uit het werk van Focquenbroch dat ik in bezit heb op dbnl.nl

#50books

Dit is het tweede antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

22 maart 2015

Op zoek naar het oudste boek - #50books

image

Wat is het oudste boek uit mijn bibliotheek? Ik moest even speuren. Het was vlak voor mijn studententijd dat ik een klein boekje met gedichten van Schiller vond voor een klein bedrag. Ik kocht het, want het was ontzettend oud!

Gedichten van Schiller

Het boekje stamt uit 1818 is onooglijk om te zien en valt uit elkaar van ellende. Een beestje heeft zich een tunneltje door de bladzijden geboord. Ik heb geen idee of dat van voor of na mijn koop is. Ik was er heel lang gelukkig mee en pronkte ermee dat dat het oudste boek uit mijn verzameling was.

image

De rest van mijn oude boeken kocht ik ook allemaal toevallig. Zo stuitte ik op een oud, Franstalig boekje uit 1761 boordevol met legeropstellingen en verdedigingswijzen. De hoofdstukken dragen namen als ‘Ordre de Bataille’ en Défense contre les Escalades’.

image

24 tekeningen

Achterin het legerhandboek staan 24 tekeningen die de tekst in het boek toelichten. Helaas heeft de laatste boekbinder ze door elkaar gehutseld, maar ze zitten er alle 24 in. De ene mooier dan de andere, maar de liefhebber van legeropstellingen zou ongetwijfeld veel plezier aan het boek beleven.

Ik kocht het boek jaren terug tegelijk met de losse delen van Junghuhns Java. Het boekje wil ik nog steeds een keer verkopen aan de hoogste bieder. Dus als je belangstelling hebt, neem gerust contact op.

image

W.G.V. Focquenbroch

Het laatste oude boekje dat ik kocht, was een jaar terug. Ik kocht het op een boekenveiling samen met een stapel boeken die ik dolgraag wilde hebben. Maar geheel onverwacht werd ik best geraakt door dit boekje dat in het lot zat: Alle de Wercken van W.G.V. Focquenbroch uit 1679.

image

Lees binnenkort meer over dit boeiende boekje

#50books

Dit is het antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

16 maart 2015

Zeno en de schildpad

image

De eerste keer dat ik met Zeno’s schildpad kennismaakte was bij de lezing die Gerrit Komrij hield voor de Universiteit Leiden. Het was 1999 en Gerrit Komrij was gastschrijver aan de universiteit. Ik volgde helaas niet zijn gastcolleges maar ik bezocht wel zijn openbare colleges in het academiegebouw.

Bij de tweede lezing vertelde hij hoe het werkte met poëzie schrijven. Hij gaf onder de titel ‘Hoe maak je poëzie’ een kijkje in de keuken van de dichter. Vanaf het moment van de inspiratie tot de uiteindelijke tekst die op papier verschijnt.

Uit de borrelende en sissende brei van de innerlijke bodem komt vanzelf een zinnetje omhoog. Daaruit ontstaat het gedicht. Geleidelijk verschijnt het hele gedicht, regel voor regel. Midden in die regels staat het volgende:

Het oud verhaal van Zeno en de slak

De regel staat er volgens de dichter door een muzikaal voetjevrijen met de regels ervoor. Ineens beseft hij dat hier iets niet juist is:

Ik schrik. Het is helemaal niet het verhaal van Zeno en de slak! Het is het verhaal van Zeno en de schildpad! Ik zei u dat een dichter in het beginstadiu, van een gedicht nauwelijks met de betekenis bezig is. Door associatie met het trage ‘op je gemak’ kwam dat langzame ‘slak’ daar, en toevallig rijmden de beide woorden ook nog eens. (42)

Het gedicht valt nu in duigen. Een belangrijke rijmklank verdwijnt plotseling. Zo makkelijk zijn slak en schildpad niet te wisselen aan het einde van een regel. Komrij lost het eenvoudig op door de slak te laten staan en de schildpad met een vraagteken naar de volgende regel te verschuiven. Het accentueert juist de vertwijfeling, merkt hij op en zo maakt de dichter effectief gebruik van zijn misser.

image

Ik moet aan de lezing van Komrij terugdenken bij het lezen van Emma Curvers roman Iedereen kan schilderen. Daar komen de haas en de schildpad voorbij:

Hans wilde de zuivere bedoeling van Rachmaninov en die bleek niet meer te bestaan, of voor Hans alleen benaderbaar te zijn zoals die haas die de schildpad wil inhalen ; hij haalt telkens de helft van de afstand tussen hen in, en komt dichterbij maar bereikt nooit de schildpad. (116)

Nu bega ik een fout. Mijn associatie klopt niet. Het verhaal van de haas en schildpad is van Aesopus en niet van Zeno. Het moraal van de haas en schildpad is een andere dan wat Zeno probeert uit te leggen. Bij Zeno gaan Achilles en de schildpad een wedkamp aan. In dit gedachte-experiment loopt de schildpad altijd voor Achilles. Hier geldt geen moraal, maar een wiskundig probleem.

De lezing van Komrij inspireerde mij tot het schrijven van sonnetten. Ik ging het ook proberen en schreef iedere week een sonnet aan mijn vrienden per e-mail. Onder de abonnees van mijn nieuwsbrief zat zelfs Komrij.

Later schreef ik ook een lezing over het schrijven van poëzie. Deze droeg ik op de studievereniging NNP voor. Vanzelfsprekend kreeg Komrij een exemplaar toegestuurd van het boekje dat ik er later van maakte.

Emma Curvers: Iedereen kan schilderen. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2014. ISBN: 978 90 254 43. 208 pagina’s. Prijs: € 19.99.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Iedereen kan schilderen van Emma Curvers. We lezen dit boek op vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

10 februari 2015

Haiku

image

In het gedeelte over de poëzie als taalspel, haalt Johan Huizinga in Homo ludens de Japanse haiku aan. Hij noemt het hai-kai, maar de vorm van drie dichtregels met achtereenvolgens vijf, zeven en vijf lettergrepen komt helemaal overeen met wat nu de haiku heet.

Volgens Huizinga is de haiku ontstaan uit een spel met de taal. Dichters borduurden voort op het gedicht dat de voorganger had voorgedragen:

Oorspronkelijk moet ook hai-kai een spel zijn geweest van kettingrijmen, waarmee de een begon en de ander moest voortzetten. (162)

De haiku sluit goed aan bij andere Aziatische dichtvormen als de djawab in Java en de pantoen uit Maleisië. Beide vormen zouden terugvallen op de inga foeka uit Midden-Boeroe. Deze beurtzang is

een wisseling van strofe en tegenstrofe, zet en tegenzet, vraag en antwoord, uitdaging en betaaldzetting. (160)

Zoiets zie je ook terugkomen bij sommige psalmen in de bijbel, die duidelijk in beurtzang worden gezongen. Het geeft poëzie iets speels. De hedendaagse rappers spelen dit spel en de strijd van poëzie op een moderne wijze met hun voordracht.

Huizinga zou het spel ook in de hedendaagse cultuur nog overal terugvinden. Hij gebruikt een heel hoofdstuk om op de relatie tussen poëzie en spel te wijzen. Hij doet dit met veel overgave. Zo haalt hij Paul Valéry aan:

Wie met Paul Valéry de poëzie een spel, het spel met woord en taal noemt, bezigt niet een overdracht van betekenis, maar treft de diepste zin van het woord poëzie zelf. (172)

Om te besluiten met een vergelijking tussen het gedicht en de raadselwedstrijd, die hij eerder aanhaalt als illustratie bij de haiku.

Zoals de raadselwedstrijd wijsheid voortbrengt, zo baart het poëtisch spel het schone woord. (173)

Poëzie is een spel met beelden en geeft een taal die niet iedereen verstaat, maar die van een ongekende pracht is. Dat geldt eigenlijk voor alle dichtvormen, ook als de poëzie opzettelijk tegen andere poëzie is geschreven. Hiermee raakt Huizinga de kern van het dichterschap: de speler van het woord.

Johan Huizinga: Homo ludens, Proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur. Pandora Pocket, 1997 [1938], naar de uitgave zoals die bij H.D. Tjeenk Willink & Zoon N.V. in 1951 is verschenen. 288 pagina’s.

30 januari 2015

Zwanger van een gedicht

image

In Ingmar Heytzes nieuwe dichtbundel De man die ophield te bestaan is het lyrisch ik meer dan zwanger van een gedicht. Hij vult de bladzijden met het lief en leed van het zwanger zijn. De machteloosheid van de man en tegelijkertijd zoekt hij naar bevestiging. Hij heeft weldegelijk ook een bijdrage aan het prille gezinsgeluk.

De nieuwe dichtbundel van Ingmar Heytze laat ook duidelijk zien in welke fase van het leven hij beland is: die van het naderende vaderschap. Op overtuigende wijze volgt het lyrisch ik de verschillende fases die bij het krijgen van kinderen gepaard gaan. Van de eerste echo, het inrichten van de babykamer, de bije doos tot aan de geboorte.

Vertwijfeling en verwachting

Elke onderdeel van de zwangerschap vult het lyrisch ik met een nieuw gedicht. Hij weet hierbij heel mooi en treffend de vertwijfeling, onzekerheid en verwachting naar de nieuwe levensfase te verwoorden. Dat gaat van het timmeren van het ledikantje tot aan het meeleven bij de vele echo’s die gedurende de zwangerschap gemaakt worden.

Gelukkig weet Ingmar Heytze tussendoor ook gevoelige dichtsnaren te raken. Zoals het gedicht Smalfilmjaren waarin hij refereert naar de filmer zijn vader:

[…]. Mijn vader, eeuwig
buiten beeld, plakt ons leven aan elkaar.
Regie, montage. Lijm en schaar. (14)

Hij weet hier een mooi beeld op te roepen van zijn eigen jeugd waarbij zijn vader alles filmde en zelf buiten beeld bleef. De ratelende projector, de korte fragmenten en de stilte waarin de film speelt. Een herinnering van een kind uit de jaren ’70. Herinneringen die naadloos aansluiten op de liedjes van Spinvis. Deze zanger uit Nieuwegein zinspeelt op dezelfde soort beelden.

Monster

En dat kind krijgt nu zelf een kind. Je leest de vertwijfeling die je zelf als toekomstig vader ook voelt. Is het leven straks na de bevalling nog wel hetzelfde en misschien zit er wel een monster in haar buik zoals in het gedicht Nekplooi:

Je maakt een kind om te vergaan.
Ik was er zelfs soms liever niet geweest.
Maar dan, wie weet wie later naar
de sterren springt, de redeloze aarde
redt. Wie de nieuwe Breivik baart. (27)

Dichtregels die regelrecht naar regels uit een liedje van – geloof ik – Annie M.G. Schmidt verwijzen. Hierin zingt ze dat elke moeder hoopt een beroemd kind te baren. Misschien wordt hij wel professor, schrijver of president. Dat hij net zo goed een dief of moordenaar kan worden, vergeet ze liever. Daarvoor zet je geen kinderen op de wereld. Ingmar Heytze geeft er zijn eigen draai uit onze tijd aan door het monster Breivik aan te halen.

Zo deint Ingmar Heytze mee op de golven van zijn levensfase. Elke nieuwe fase krijgt een eigen dichterlijke dimensie. Dat levert nu mooie gedichten op die ik elke aankomend vader van harte zou aanbevelen. De bundel De man die ophield te bestaan geeft een mooi beeld van een even mooie tijd, die bij mij een gevoel van weemoed oproept van een tijd die geweest is. De tijd van de verwachting.

Ingmar Heytze: De man die ophield te bestaan. Gedichten. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2015. ISBN: 978 90 5759 698 8. Prijs: 16,50. 56 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over De man die ophield te bestaan van Ingmar Heytze. We lezen dit boek op vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

13 juli 2014

Opwindende poëzie - #50books

image

Veel Nederlandse speelfilms uit de jaren ’70 en ’80 moesten bloot bevatten. Ook de literatuur ontkwam er niet aan. Zo zijn er veel romans die als een noodzakelijk kwaad bepaalde erotische beschrijvingen in zich hebben. Niet dat het mij bepaald opwindt.

Het haalt mij eerder uit het verhaal, dan dat het een boek mooier maakt. Ik tref het zelden echt functioneel aan. Net als dat personages moeten eten en drinken, zo moeten ze ook hun natje en droogje hebben op seksueel gebied.

Turks fruit

De boek en de film Turks fruit van Jan Wolkers behoren tot een grote uitzondering. Al moet ik zeggen dat film en boek bijna niet meer los van elkaar te maken zijn. Als je het boek leest, denk je aan de film en als je de film ziet, denk je aan het boek.

Waar het verhaal faalt, een erotisch verhaal neigt snel de pornografische kant op, daar lijkt de poëzie de ultieme uitlaatklep. Jammergenoeg is er niet zoveel erotische poëzie. Deze dichtvorm herbergt opwindend en mooi ineen. Het wordt zelden plat en behoudt zijn kracht in de mooie beschrijvingen.

Carlos Drummond de Andrade

De dichter Carlos Drummond de Andrade is misschien wel de dichter die erotiek, liefde en porno mooi weet te combineren. Zonder ergens plat te worden. Bovendien slaat het op alle vrouwen, mannen en vormen van liefde. Hij weet in universele bewoordingen de liefde te vatten.

In het boek De liefde, natuurlijk heeft August Willemsen de erotische poëzie van deze Latijns-Amerikaanse dichter heel mooi vertaald. Carlos Drummond de Andrade schreef deze gedichten op hoge leeftijd, maar weet in de beelden die hij oproept, herinnering en fantasie samen te brengen.

Het laat je niet los als je dit sonnet leest:

Aan ’t vrouwenlichaam is het dit albast
-de billen- dat ik nog het meest begeer.
Daarnaar mijn diepste smachten, want hoe meer
ik ernaar kijk, hoe meer ik het betast.En mijn begeerte groeit als ik mij wond
aan scherpe nagels, waarin ik het waaien
der planeten in hun machtig draaien
voel… En wanneer dan de hand, gerond,die ronding voelt-de hand die het genot
gelijk een lens verheldert en vergroot,
of als mijn dorst gelest is en ik tot

mijzelf kom, mij herstel, hervind, ziehier:
dan komt mij de gedachte aan mijn dood
en wordt het kontje, eerst zo zacht, vampier. (53)

Poëzie die opwindt en je gelijk bij de kladden grijpt.

Carlos Drummond de Andrade: De liefde, natuurlijk. Vertaald en van een nawoord voorzien door August Willemsen. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1992. 128 pagina’s. ISBN: 90 295 1386 1.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 28 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.