Posts tonen met het label dichters. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dichters. Alle posts tonen

23 maart 2024

Betuttelen - #wow #wot #feedback


Zie het als een cadeautje, zeggen coaches en leidinggevenden vaak. Ik vind feedback zelf wel lastig. Zeker als het verpakt wordt als een cadeautje, maar het dan niet blijkt te zijn.

Feedback leeft op vertrouwen. Van degene die het ontvangt, maar ook van degene die het geeft. En dat roept de feedback niet altijd op.

Tesselschade en Vrouwkje

Afgelopen november vertelt dichter Vrouwkje Tuinman in de bibliotheek van Alkmaar over de dichter Maria Tesselschade Roemers Visscher (1594-1649). De dochter van de dichter en rijke handelaar Roemer Visscher (1547-1620). Hij noemt zijn dochter naar het grote verlies dat hij lijdt bij Texel. 

De boten wachten op de Rede van Texel in december 1593 tot de wind gunstig genoeg is om uit te varen. De wind is ongenadig. 44 schepen van Roemers investering gaan bepakt en bezakt verloren.

Trouwen en wonen in Alkmaar

Zijn dochter krijgt een 3 maanden later bij haar geboorte de naam Tesselschade. Thuis liefdevol Tessel genoemd. Ze trouwt en gaat wonen in Alkmaar. Daarom vertelt Vrouwkje Tuinman over deze bijzondere dichter. Het is namelijk precies 400 jaar geleden dat Tesselschade trouwt met Allart Jansz. Crombalch. Op 26 november 1623.

Vrouwkje vergelijkt in de Alkmaarse bibliotheek haar eigen gedichten met de poëzie van haar 17e-eeuwse collega Tessel. Het geeft een paar mooie inzichten. Ze delen de onderwerpen dood, rouw en tuinieren. Allebei hebben ze een gedicht over Maria Magdalena geschreven. En beide vertoeven graag in hun tuinhuis iets buiten de stad.

Betuttelaars

Vrouwkje vertelt over het dichtgroepje waar Tesselschade deel van uitmaakt. Voor ze trouwt, zijn in haar ouderlijk huis in Amsterdam, Vondel, Huygens en Hooft kind aan huis. Ze komen vaak langs om hun werk te bespreken. Soms legt ze haar gedichten aan hen voor. Dan bespreken ze deze en kan ze op ideeën komen om haar gedicht nog beter te maken. 

Betuttelen noemen ze dat. Aan haar betuttelaars schrijft ze regelmatig brieven. De weinige gedichten die er nog van haar zijn, zijn overgeleverd via die brieven. 

Baas over eigen tekst

Vrouwkje heeft ook haar betuttelaars. De belangrijkste opmerking die ze erbij maakt is dat je als schrijver de baas bent over je tekst. Dus je hoeft je ook niks van betuttelaars aan te trekken. Ze zitten er soms helemaal naast. Dan is het wel zo fijn dat je lekker je eigen zin kan doordrijven.

Feedback als betutteling is meer dan welkom. Ik vraag regelmatig aan iemand om een gedicht of verhaal van mij te lezen. Een eerste lezer kijkt toch anders naar de tekst dan de schrijver. Het geeft vaak nieuwe inzichten en helpt mee om op een nieuwe manier naar je eigen werk te kijken.

Gedichtencyclus

Afgelopen weken ben ik druk aan het schrijven van een gedichtencyclus. Ik vind het moeilijk om mij ervan los te maken. De eerste versie is al door iemand gelezen. Ze haalt er een paar heftige stekeligheden uit. Nu kan ik weer verder werken aan het herstel.

Dat geldt ook voor de blogjes. De reacties van lezers helpen je verder te denken over wat je geschreven hebt. Soms wijzen ze precies op dat stukje waar je zelf niet het antwoord voor wist. Of laten weten dat als je die 2 alinea's omdraait, je stuk aan kracht of betekenis wint. Advies dat heel waardevol is.

Meelezers gezocht

Ik heb trouwens een eigen meeleeslijst. Dan krijg je elke zondag een kort verhaal met een gedicht in je e-mail. En daar mag je altijd op reageren. Het levert soms hele mooie mailwisselingen op.

Ik zoek nog meelezers voor mijn nieuwe gedichtenproject. Wil je meelezen? Stuur gerust een berichtje. 

woorden buitelen
zonder een duidelijk doel
ongevraagd advies

06 januari 2011

Dichters dichten niet digitaal

De echte dichter dicht niet digitaal, of zoals Toef Jaeger het voor NRC schrijft: De kwalitatieve haan kraait niet digitaal. Dichters schrijven niet voor het www en liefhebbers van poëzie plukken het niet van het web. De schrijfster van het stuk behoort zelf tot het uitgestorven ras. Ze is op internet goed te vinden met een eigen site, facebookaccount en tweets. Niet dus!

Naar mijn oordeel pure onzin. Waarom zou een dichter zich niet presenteren op internet met zijn gedichten. Blijkbaar is een gedicht op een blog zoals ik bijvoorbeeld voor wolkenhemel.blogspot.com doe, geen kwalitatief gekraai. Tegelijkertijd levert het soms verrassend veel bezoek op. Zoals het stemmige gedicht over het afscheid van Balkenende, dat geenstijl.nl haalde. Menig dichter is jaloers op het aantal mensen (ruim 4.000!) dat dit gedicht gelezen heeft, of in elk geval gezien. Soms zelfs van commentaar voorzien: rijmt niet, dicht wel.

Ach dat gekrakeel. De dichter dicht nog en vergeet dat menig kunstvorm uit de middeleeuwen al lang niet meer uitgeoefend wordt. De roman is ook uit het niets geboren, dus wie weet komt er nog een interessante vervanging voor het gedicht op internet. De oude gedichten zijn dan niet meer te horen. Maar dat verbaast dan niemand meer. Misschien is die tijd al begonnen.

25 november 2010

Leve Komrij's Clubsandwich

De Clubsandwich bevat 20 delen van Komrij's Sandwich-reeks (2002-2009)
Vandaag bij het afscheid van de postbus-collega's 2 prachtige boeken met debutanten en vergeten dichters. Onderweg in de trein al heerlijk gebladerd in de boeken en thuis verder gelezen. Wat een heerlijke keuzes van Komrij. Hij geldt als een heuse ontdekker van nieuwe dichters en blaast het stof van de vergeten dichters. E

Van de vergeten dichters eindelijk weer de grote namen van ondermeer J.J.L. ten Kate - verguist in de onvergetelijke parodie Cornelis Paradijs (Frederik van Eeden) - en de Afrikaanse dichter Sheila Cussons. Vooral de laatste is een heuse parel in de bundel met De vergeten dichters. Van deze bundel is misschien het meest spectaculaire gedeelte achterin bij de bundeling Bombast en larie, De 25 afschuwelijkste gedichten uit de Nederlandse literatuur.

23 januari 2009

Dichtersruzie

Ruziezoekers, daar heb ik een hekel aan, maar ik ben gek op ruziemakers. Zeker als ik aan de zijlijn mag toekijken. Het kan een fascinerend schouwspel opleveren en soms wordt het zelfs theater. Als dichters ruzie maken, is het nog mooier. Want dan ineens zijn dichters gewone mensen.

Vanmorgen schreef Ilja Leonard Pfeiffer een boeiende geschiedenis van de Dichter des Vaderlands in NRC.Next. Een grap was het destijds, stelt hij. Alleen heeft de eerste dichter Gerrit Komrij het spel erg serieus gespeeld met een dichtclub en een ernstige gedichten als er een koningskind geboren werd. Met de komst van Driek van Wissen is de lol er helemaal af. De rijmelarij staat in geen enkele verhouding met de hogere dichtkunst die Van Wissen zou moeten vertegenwoordigen. Afschaffen die hap, concludeert Pfeiffer na drieduizend woorden historie.

Van Wissen rijmt op pissen, missen, gissen en vergissen. Dat laatste heeft de organisatie tot op heden vooral gedaan, vindt Pfeiffer. Eerst door op de stemformulieren een open veld met '...' aan te geven en daarna door de uitslag niet prijs te geven aan de openbaarheid. Later is er volgens Pfeiffer juist weer teveel openbaar geworden, de namen van de eerste honderd stemmers, waaronder Pfeiffer die op zichzelf stemt.

Een schertsvertoning is het geworden, vindt Pfeiffer, die graag ook nog speculeert waarom Komrij in 2004 ineens de handdoek in de ring gooide. Een ruzie met Poetry International, gokt de dichter uit Leiden. Dat terwijl Komrij in de zomer van 2005 nog optrad op het Rotterdamse dichtersfestival. Als je vermoord wordt of voor dood verklaard, sta je een halfjaar later niet weer op uit de dood voor een optreden.

Er liepen genoeg andere moordenaars rond om de eerste Dichter des Vaderlands uit te schakelen. Aan kritiek heeft het niet ontbroken. Hij zou zichzelf hebben verlaagd met deze functie en moest er volgens velen onmiddelijk mee stoppen. Nu lijken de kritikasters van toen met een grote hoeveelheid nostalgie te zijn beneveld. Alles beter dan Driek van Wissen, lijken ze te willen zeggen.

Komrij is van zijn kant ook niet stil. Hij schreef een paar weken geleden al een scherp en lang betoog over deze krankzinnige verkiezing. Verkiezingen als deze zijn spannend en zinderend, maar ze hebben met kiezen en democratie niks van doen. Het zijn peilingen die net als het tv-moment van het jaar of de beste reclame van het jaar door een handjevol mensen zijn ingevuld, maar helemaal niks zeggen over een meerderheid. In de minderheid van een vage internetpoll zit namelijk snel een meerderheid.

Genoeg over al die geruchten, Komrij opperde zelf al eens dat het hele literaire circuit uit roddelaars en zwijmelaars bestaat. Dit lijkt aardig te kloppen uit de gekleurde historie van Pfeiffer op te maken. Literatuur is oorlog, om een andere dooddoener de wereld in te schoppen. Of gewoon: het zijn net mensen.

Degene die zich heel stil houdt, is die rijmelaar uit Groningen, Driek van Wissen. In een debat, twee weken terug, heeft hij wel wat geroepen, maar waarschijnlijk zit hij woensdag glimlachend en knikkebollend de kijker een loer te draaien.

19 november 2008

Nico Dijkshoorn

Elke week lijkt elke dag
schrijft hij op de achterkant
van een bierviltje.

Haha, lach je rot
want hier komt
er weer eentje

De grap schiet los
de rijm is kwijt
Nico Dijkshoorn is hier

Altijd even Frits Spits
lolligheid kent geen tijd
nog eentje toe maar

Lachen voor de lol
de grap voor de grap
tot je niet meer lacht

12 maart 2008

Feestende schrijvers

Het blijft een vreemd fenomeen: het boekenbal. Het is de droom voor de schrijvers die zo graag schrijver willen zijn en de nachtmerrie voor de schrijvers die schrijver zijn. Hoeveel gekat en gekrol schrijvers hebben geuit over het feestje dat ieder jaar aan de vooravond van de boekenweek is.
Schrijvers horen helemaal geen feest te vieren met elkaar. Een stel concurrenten wordt in een hok gepropt en mag dan feesten. Ze dansen wat onwennig op de voeten die alleen onder een bureau staan. Ze flirten verlegen met hun muisarmen en overtikte vingers. Bovendien draaien camera's op volle toeren om een beeld te vangen van een dansende dichter of Harry Mulisch die op de trap zit en knikje geeft naar een collega.
Bij het boekenbal hoort een rel en als er geen rel is, dan verzint één of andere romancier er wel één. Met zoveel schrijvers krijg je zoveel verhalen die allemaal links en rechts bezijden de waarheid liggen. De fantasie verliest het soms van de alcohol, maar een kater kan ook de dingen mooier of lelijker maken dan ze zijn.
Ik kom niet zo vaak meer op feestjes. In de tijd dat ik wat vaker feestjes bezocht merkte ik dat altijd de feestjes waar ik niet geweest was, leuk waren geweest. De feesten waar ik kwam, daar gebeurde niks en vierden saaiheid en loomheid alleen een feestje. De gesprekken maakten niets mooier dan het was. Soms had ik een zoen gemist of een vechtpartij was in mijn ogen een iets te ferme handdruk. Maar verder gebeurde er zo weinig dat ik niet meer in wilde feestjes geloof.
Ik geloof helemaal niet in feestende schrijvers. Schrijvers moeten lijden en leven, maar zeker niet feesten.

03 maart 2008

Net niet

Net geen dominee, net geen priester en net geen dichter. Huub Oosterhuis kreeg vandaag in de uitzending van Een Vandaag aandacht. Hierbij werden zijn zoon Tjeerd en dochter Trijntje geïnterviewd. Wat ze allemaal van hem geleerd hadden: solidair zijn met de ander, maar dat werd ze vooral niet opgedrongen. Alles heeft hij zijn kinderen op een vrije manier bijgebracht. Hij maakte zich hard voor de Chilenen die geen democratie hadden. Dat bracht hij hen bij, aldus zoon Tjeerd.
Aanleiding voor dit alles was de nieuwe dichtbundel van Oosterhuis, Wie bestaat. De vaagheid slaat je om de oren, uit de gedichten in de bundel die ik op internet vind, zoals 'Zondag':

Zondag

Op ronde wielen
door zonovergoten velden
gleed ik
naar de afgesproken plaats
waar ik de woorden
zou geven.

Vrolijk keerden
de gekomenen huiswaarts.

Op vierkante wielen
schokte ik
terug naar de spelonk
waar ik de woorden
ontvang.

Wat ik nu aanmoet met vierkante wielen waarop het lyrisch ik terug naar de spelonk schokt. Een tegenstelling die alleen een terugkeer naar de eerste strofe beoogt, maar verder totaal geen betekenis herbergt. En wat moet je met woorden die je eigenlijk zou geven, maar die je uiteindelijk ontvangt. Vaagheid ten top.
Dan heeft hij het misschien goed gedaan met zijn kinderen Tjeerd en Trijntje. De namen alliteren net niet, maar dat net niet hoort bij Oosterhuis. Als je weet dat Trijntje zichzelf in Amerika Trainche noemt, dan schiet de dichterlijke creativiteit je rond de oren. Trijn vertalen in train, een betere schermutseling tussen 'ij', 'ei' en 'ai' is niet denkbaar. Of het zou een lancering in Duitsland moeten zijn als 'Zugchen'.