Posts tonen met het label nederlandse letterkunde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nederlandse letterkunde. Alle posts tonen

03 januari 2025

De leeslijst van 2024


2024 is een leesjaar geweest zoals ik nog nooit gehad heb. Veel meer kan ik op dit moment ook niet. Het schrijven valt mij zwaar. Het lukt in zeer beperkte mate en daar blijft het bij. Het lezen is heerlijk. Al bespreek ik geen boeken en maak ook minimaal aantekeningen bij wat ik lees. Ik geniet vooral en laat mij meenemen door het verhaal. Heerlijk om zo uit de dagelijkse werkelijkheid te ontsnappen.

Romans

Wat een prachtige boeken heb ik dit jaar mogen lezen. Ik heb er echt immens van genoten. Ik mocht de nieuwe romans van Jan van Aken, Ilja Leonard Pfeiffer en Christiaan Weijts lezen. Daarnaast de 3 romans die Louis Paul Boon schreef over het Aalst rond 1900. Niet zo vernieuwend als bijvoorbeeld De Kapellekensbaan, maar zeker wel de moeite van het lezen waard.

23 maart 2024

Betuttelen - #wow #wot #feedback


Zie het als een cadeautje, zeggen coaches en leidinggevenden vaak. Ik vind feedback zelf wel lastig. Zeker als het verpakt wordt als een cadeautje, maar het dan niet blijkt te zijn.

Feedback leeft op vertrouwen. Van degene die het ontvangt, maar ook van degene die het geeft. En dat roept de feedback niet altijd op.

Tesselschade en Vrouwkje

Afgelopen november vertelt dichter Vrouwkje Tuinman in de bibliotheek van Alkmaar over de dichter Maria Tesselschade Roemers Visscher (1594-1649). De dochter van de dichter en rijke handelaar Roemer Visscher (1547-1620). Hij noemt zijn dochter naar het grote verlies dat hij lijdt bij Texel. 

De boten wachten op de Rede van Texel in december 1593 tot de wind gunstig genoeg is om uit te varen. De wind is ongenadig. 44 schepen van Roemers investering gaan bepakt en bezakt verloren.

Trouwen en wonen in Alkmaar

Zijn dochter krijgt een 3 maanden later bij haar geboorte de naam Tesselschade. Thuis liefdevol Tessel genoemd. Ze trouwt en gaat wonen in Alkmaar. Daarom vertelt Vrouwkje Tuinman over deze bijzondere dichter. Het is namelijk precies 400 jaar geleden dat Tesselschade trouwt met Allart Jansz. Crombalch. Op 26 november 1623.

Vrouwkje vergelijkt in de Alkmaarse bibliotheek haar eigen gedichten met de poëzie van haar 17e-eeuwse collega Tessel. Het geeft een paar mooie inzichten. Ze delen de onderwerpen dood, rouw en tuinieren. Allebei hebben ze een gedicht over Maria Magdalena geschreven. En beide vertoeven graag in hun tuinhuis iets buiten de stad.

Betuttelaars

Vrouwkje vertelt over het dichtgroepje waar Tesselschade deel van uitmaakt. Voor ze trouwt, zijn in haar ouderlijk huis in Amsterdam, Vondel, Huygens en Hooft kind aan huis. Ze komen vaak langs om hun werk te bespreken. Soms legt ze haar gedichten aan hen voor. Dan bespreken ze deze en kan ze op ideeën komen om haar gedicht nog beter te maken. 

Betuttelen noemen ze dat. Aan haar betuttelaars schrijft ze regelmatig brieven. De weinige gedichten die er nog van haar zijn, zijn overgeleverd via die brieven. 

Baas over eigen tekst

Vrouwkje heeft ook haar betuttelaars. De belangrijkste opmerking die ze erbij maakt is dat je als schrijver de baas bent over je tekst. Dus je hoeft je ook niks van betuttelaars aan te trekken. Ze zitten er soms helemaal naast. Dan is het wel zo fijn dat je lekker je eigen zin kan doordrijven.

Feedback als betutteling is meer dan welkom. Ik vraag regelmatig aan iemand om een gedicht of verhaal van mij te lezen. Een eerste lezer kijkt toch anders naar de tekst dan de schrijver. Het geeft vaak nieuwe inzichten en helpt mee om op een nieuwe manier naar je eigen werk te kijken.

Gedichtencyclus

Afgelopen weken ben ik druk aan het schrijven van een gedichtencyclus. Ik vind het moeilijk om mij ervan los te maken. De eerste versie is al door iemand gelezen. Ze haalt er een paar heftige stekeligheden uit. Nu kan ik weer verder werken aan het herstel.

Dat geldt ook voor de blogjes. De reacties van lezers helpen je verder te denken over wat je geschreven hebt. Soms wijzen ze precies op dat stukje waar je zelf niet het antwoord voor wist. Of laten weten dat als je die 2 alinea's omdraait, je stuk aan kracht of betekenis wint. Advies dat heel waardevol is.

Meelezers gezocht

Ik heb trouwens een eigen meeleeslijst. Dan krijg je elke zondag een kort verhaal met een gedicht in je e-mail. En daar mag je altijd op reageren. Het levert soms hele mooie mailwisselingen op.

Ik zoek nog meelezers voor mijn nieuwe gedichtenproject. Wil je meelezen? Stuur gerust een berichtje. 

woorden buitelen
zonder een duidelijk doel
ongevraagd advies

21 februari 2024

Melancholie en de klap


Het voorjaar begint eerder dan ooit. Ik heb de eerste merel al horen fluiten. Het was toen ik op de fiets reed naar mijn werk. Ik fietste - hoe toepasselijk ook - door Vogelhorst en hoorde duidelijk hoe de merel floot. Het voorjaar is begonnen.

Er is een gedicht met de merel erin dat ik prachtig vind. De melancholie sleept je mee. Het heet 'Tuin Dordrechts Museum'. Ik kan het niet lezen zonder een traan te laten. De melancholie die het lyrisch ik meteen bij je losmaakt, waarna elk woord je raakt.

Als ik gestorven ben
zal in de tuin van dit museum
boven het warrig bladerengedruis
een merel net zo helder zingen
op net zo'n late voorjaarsdag.

En ik, ik zal er niet meer zijn
om door dit zingen te vergeten
dat ik moet sterven mettertijd.

Het vergankelijke leven kleeft aan deze woorden. Je voelt de weemoed van de verloren tijd en het gestorven zijn. Het grijpt je in het hart. Je hartspier trekt samen van het verdriet, hier straks niet meer te zijn. Het lyrisch ik gaat verder. Lees door, lees door.

Maar aan de andre kant zal ik
- je weet maar nooit -
veel langer leven dan die vogel.
En als ik toch onder de zoden lig
dan zal mijn zoon nog eens
een merel net zo horen klinken
op net zo'n late voorjaarsdag.
En hij zal weten wie ik was
en ach, een vogel weet van niets.

Dit kan niet meer mis gaan. Uit deze mystieke bubbel kun je nooit meer komen. Hier wellen en vallen tranen. Tot tuiten toe. Niks meer aan te redden. Je voelt je reddeloos verloren. Er is nog één couplet:

Maar aan de andre kant alweer:
als merels aan hun vaders konden denken,
wellicht dat ze dan krasten als een raaf.

Auw, wat doet dit pijn zeg. Je bent helemaal gewend aan het donker. Voelt hoe de melancholie om je heen geslagen is. Dan schijnt opeens het felle licht je in de ogen. Een zoekactie van de politie. Leg neer die tranen!

Kun je er nog wat aan doen? De dichter Jan Eijkelboom uitschelden. Hoe heb je dit kunnen maken! En al het mooi in 1 klap gebroken. Alsof je vindt dat je ook maar een mens bent en al het goddelijke dat je opriep, ter plekke moet verdelgen.

Het is gelukt. En je ziet hem lachen, besmuikt in zijn vuistje. Alsof een mooi gedicht eigenlijk verboden zou moeten zijn.

28 september 2009

Bilderdijk

'Hoe is het met Bilderdijk?' Hij keek me indringend aan. 'Ja, toch?' vroeg hij nogmaals. 'Ja, inderdaad. Bilderdijk maakt het prima', antwoordde ik. 'O, jij was er ook bij?' 'In Utrecht, ja. Je hebt er ook nog een blogje over geschreven. Dat was een leuk blogje. We hebben het allemaal gelezen', vervolgde hij. 'Ik ben erg gelukkig met Bilderdijk,' vertelde ik snel. 'Vanmorgen heb ik nog even in een deeltje gelezen.' Hij keek tevreden en verdween achter een opening verstopt achter een boekenkast. Ik voelde me even zweven, zeker omdat de twee zware tassen met boeken in het niet vielen met de aankoop van toen.

13 maart 2009

Vogels

Het is wat met die vogels. Het eerste zonnestraaltje schijnt en de tuin is gevuld met gekwetter en getetter. Elke merel zet het op een fluiten en de woerden vliegen al hitsig achter een vrouwtjeseend.

Die zin waarmee de Nederlandse letterkunde begint, dat Hebban olla vogula nestas hagunan, moet in maart bij de zonnestralen tussen twee maartse buien geschreven zijn. Dat is ook zo iets, maart is nauwelijks begonnen of de maartse buien gieten hun nat al over ons uit.

24 augustus 2008

Meisjesgitaar

De roman Tirza van Arnon Grunberg ligt al sinds de vakantie op het tafeltje naast de bank. Een cello met daarop twee tepels, een navel en op de bodem een driehoekje schaamhaar. Uit de hals vloeit bloed.
Het boek ligt wat opzichtig op het tafeltje. Dat vraagt om commentaar van mijn huisgenoten. Laatst wees ze naar de cello en noemde hem heel stellig 'meisjesgitaar'. Hoe jong een peuter al verstand heeft van iconografie.

15 juni 2008

Kees Fens

Een tijdlang keek ik iedere maandagmorgen reikhalzend uit naar het artikel van Kees Fens in de Volkskrant. Het besloeg bijna een kwart van de krantenpagina, een lange rij kolommen waar bijna geen einde aan leek te komen. De nieuwsberichten las ik pas na het maandagstuk van Kees Fens. Vanmiddag las ik dat hij overleden is in zijn woonplaats Amsterdam, 78 jaar oud.
De eerste regel trok mij het verhaal binnen en als ik niet geboeid was, werd het niks meer. Maar bijna altijd werd ik gegrepen en las ik de recensie in één ruk uit. Vooral gegrepen door het onbekende waarmee ik kennismaakte.
De Belijdenissen van Augstinus, de Engelse dominee James Woodforde, Nescio, de Kerkelijke geschiedenis van het Engelse volk, Cellini, Petrarca of de Middeleeuwse dichter Johannes van het Kruis. Het waren de onderwerpen waarmee een essay begon, of eindigde. Soms vertelde Fens een hele geschiedenis eromheen en dan vertelde hij aan het einde dat het boek heel mooi was, maar er wel een beetje goedkoop uitzag.
Ik maakte kennis met de wereld van de literatuur, de kerk, de middeleeuwen en vooral met de wereld van het boek. Geen boek was te min voor Kees Fens. Letters vormde de enige overeenkomst tussen de werken die Fens las en besprak. Verder mochten ze van alle West-Europese windrichtingen komen en uit een grijs verleden.
Ik ben hem wat later uit het oog verloren, maar vond de herkenning van de maandagmorgenvreugde terug in de bundel Dat oude Europa. Een wereld van kerken, heiligen, kerkvaders, dichters, dominees, dronkaards, filosofen en humanisten, opent bij het lezen van dit boek boordevol van die kloeke essays. En inderdaad vond ik de recensies terug van de boeken waarbij aan het einde nog even snel het boek werd besproken in een alinea, zoals bij het essay 'Het plezier van het dichtgeknepen oog'. Na een verhaal boordevol met anekdotes en voorvallen van Romeinse keizers, gehaald uit een vertaling van het boek van Suetonious:


De nu verschenen Nederlandse vertaling, Keizers van Rome getiteld, is gemaakt door D. Hengst. Hij heeft er jaren aan gewerkt. Ze laten zich goed lezen. De afwezigheid van elke poging tot fraaie stilering is bewonderenswaardig. Suetonius krijgt het Nederlands dat zijn Latijn verdient. Em de enkele anachronisten verlevendigen de taal.

Een letterlijk voorbeeld van mosterd na de maaltijd.

Bij het ordenen van mijn bibliotheek, onlangs, vroeg ik mij af waar Kees Fens eigenlijk hoort. Moet hij staan tussen al het wetenschappelijk spul van Anbeek, Van Alphen, Korsten en Van Zonneveld, of mag hij bij de echte literaire, net als de twijfelaars Karel van het Reve, Gomperts en Dresden. Ik ben er nog niet uit, één boek heeft al een plekje gekregen in de bibliotheek, de anderen zwerven nog in mijn studeerkamer rond.

Misschien moet hij gewoon bij de andere doden, Ter Braak en Du Perron.

Lees meer necrologieën: