Posts tonen met het label gedicht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gedicht. Alle posts tonen

08 februari 2025

Lijfelijkheid - Dichter op Hofwijck 2025


Het buitenhuis van Huygens aan de Vliet in Voorburg ligt in het donker van de avond. Volgens de directeur van het museum dat in het huis gevestigd is, heet dat het deemster. Een woord dat volgens hem de neerlandici wel zullen herkennen. Er zijn veel neerlandici bij elkaar op deze avond. Het is de prijsuitreiking van de gedichtenwedstrijd Dichter op Hofwijck 2025.

Constantijn Huygens

Het thema is lijfelijkheid. De inspiratie voor de tuin rondom het buiten, is voor Constantijn Huygens het menselijk lichaam. Het huis is het hoofd. Verder is alles opgedeeld in lanen en vierkanten. Armen en benen. De boomgaard vormt de buik. Over alles is nagedacht. De lanen met bomen aan weerszijden zijn bedoeld om te wandelen en te filosoferen.

Christaan Huygens

Op de zolder heeft zoon Christiaan veel uitvindingen gedaan. De uitvinding van het slingeruurwerk krijgt in het huis aandacht. Er hangt een oude slinger. We kijken er in de Sael naar. Het is een relatief klein huis. Onder de rode balken zitten we en luisteren naar een lezing. Een spoken word artiest heeft haar ervaringen verwerkt. Ze zingt haar poëzie als een lied.

Beeldgedicht

Mijn inzending voor de wedstrijd is geïnspireerd op de tuin in de vorm van een menselijk lichaam. Het gedicht heb ik geschreven in de vorm van een menselijk lichaam. Een beelddicht waarin allerlei verwijzingen naar het menselijk lichaam verstopt zitten. Als het jurylid Ad Leerintveld vertelt dat er zelfs een 'beeldgedicht' bij de inzendingen zit, weet ik dat ik niet bij de prijswinnaars zit. Anders zou hij het namelijk niet hebben gezegd. 

Ook de publieksprijs gaat helaas aan mij voorbij. Voor iedereen die op mijn (beeld)gedicht 'Lichaam in woorden' gestemd heeft. Heel veel dank daarvoor.

Ouder worden

Zodoende loop ik de prachtige stapel boeken over Hofwijck mis. De 3 gedichten die winnen zijn allemaal ernstig. Gaan over ouder worden, dementie of juist over het kind zijn. Tegen deze mooie taal ben ik niet opgewassen. De winnares hoor ik later op het filmpje dat van de avond gemaakt is, heeft 12 jaar geleden ook de wedstrijd gewonnen. Ze is dus al Dichter op Hofwijck. Nu met een dubbele titel.

Al met al een heerlijke avond. Het is al een feest om op Hofwijck te gast te zijn in het huis van de familie Huygens. Wat een heerlijkheid.

hoofd hart en handen
hofwijck de binnenwereld
voor een buitenplaats

13 september 2024

Mammoeten en een binnenzee


Voor een dichtwedstrijd schreef ik een gedicht over een binnenzee. Een toekomstbeeld dat even ver teruggaat als vooruitwijst met alle klimaatveranderingen in het vooruitzicht.

Mammoetenzee


morgenochtend vroeg
een speels mammoetenkind springt
in de binnenzee

voor de kust achter de dijk
glimlachen zon en water

kijk hoe het jong gaat
zijn slagtanden grinniken
tegen het water

de zwembandjes om
de buitendijk hoog houdt het
klimaat wel tegen

de golfjes brabbelen licht
terug naar zon en water

niemand vreest nog iets
tot mamamammoet opdoemt
slagtanden glimmen

03 september 2024

Uitkijken! - of Den Treek


verborgen in grond
de omgevallen bomen
bos uit de ijstijd

de stammen ringen jaren
vol kou, vocht en regenen

een nieuwe ijstijd
wacht de stoppende golfstroom
bezwete angstdroom

het stervende hout
takken deinen dodelijk
traag op de ijswind

niemand doet er iets tegen
verlamd vliegen vliegtuigen

over de rampplek
staat het boordevol bordjes
pas op voor de wolf

16 april 2024

Eerste en laatste regel


De dichtbundel Zombie zoekt zielgeno(o)t van Jan Lauwereyns bevat aan het einde een gedichtencyclus van 15 gedichten. Ze heten 'Pijnboomheuvel, Een heuse zombiekrans'.

Met de gedichten is iets bijzonders aan de hand. Ze hebben een heel strakke structuur. Als je begint met lezen, valt het niet eens zo op. Ik zag bijvoorbeeld de rijmwoorden helemaal niet eens. Net als dat alle gedichten 14 regels tellen, met een rijmschema: a - a - b - c - c - b - e - e - f - g - g - f - h - h.

Eerste en laatste regel

Ik merkte bij het 3e gedicht dat de laatste regel van het vorige, de eerste is van de laatste. Terwijl ik zo doorlas, vroeg ik mij af of er niet een leuk gedicht van zou zijn te componeren. Alle regels die het lyrisch ik herhaalt, komen dan in een nieuw gedicht terecht.

Ik had het rijmschema nog niet ontdekt en bedacht dat het leuk zou zijn om dat gedicht te schrijven in een blog. Het zou dan zo worden:
Probeer een vluchtbeweging, ontsnap aan de leegte die neigt
In alles om niets, je Pinus van Thunberg knikt en zwijgt,

Je pijnboomgeest vertoont zich, voorgrondwezen van blijven,

Naar waarheid die achter prikkels en feiten een puntje zet,
Bij wijlen schijnt de tegenspraak een binnenpret,

Omwille van het vlieten zal het nu beklijven,

Omwille van het drijven zal het hier vergaan,
Met lef van doodsverachting ontdoe je wat nooit is gedaan,

Het mos beraamt, met bittere tranen voor zoete regen,

Een nachtvlinder fladdert zijn onherhaalbare vleugelslagen
Uit liefde voor boze en drang naar kwadere dondervlagen,

Van pissebedden kun je leren het rotten vegen,

Erg ver in elders of vroeger of later ben je niet,
Lees liever het hopen van stoffen in wat je voor je ziet.
Ik ben gek op structuren. Ze geven mijn creatieve maar zeer wild fladderende brein een beetje richting. Ik snap zeker dat veel hedendaagse dichters helemaal niet van structuren houden. En het zoveelste sonnet kan je als dichter snel de keel uit hangen. 

Rijmdwangmatig

Ik heb zelf daarom bijvoorbeeld weinig plezier aan de plezierdichter Driek van Wissen. Terwijl zijn vriend en mededichter Jean Pierre Rawie net zulke structuren gebruikt, maar veel minder (rijm)dwangmatig overkomt. 

Zelf schrijf ik vooral haiku's en heb een eigen vorm gevonden in gedichten die strakke vormen in lettergrepen krijgen. Het lettergrepen tellen dwingt mij om beter na te denken over de tekst. 

Het scherpt mij om zo min mogelijk woorden te gebruiken om precies dat te zeggen wat ik wil zeggen. De verrassing bij het sonnet in de zoektocht naar rijmwoorden ben ik meer en meer als hindernis gaan beschouwen.

Pijnboomheuvel

Tot mijn verbazing zie ik aan het einde van de cyclus precies dit gedicht staan met de titel: 'Pijnboomheuvel'. Bovendien houdt hij de strakke structuur van de andere gedichten hier ook aan, compleet met rijm. Net als dat het ook een bijzonder gedicht oplevert dat niks onderdoet aan de rest. 

Blijft bij mij de vraag of hij dit gedicht het eerst heeft geschreven of dat het al schrijvend is ontstaan, zoals ik het ervaren heb bij het lezen.

de structuur een huis
palen, muren, dak
ramen om uit te kijken


Jan Lauwereyns: Zombie zoekt zielgeno(o)t, Gedichten. Koppernik, 2023. 69 pagina's. 

19 maart 2024

Weerspiegeling en glans


Ik ben er al 25 jaar niet meer geweest. Mijn oude orgelvriend viert zijn 25-jarig jubileum. Een bescheiden kerk, een bescheiden orgel, maar een mooie plek. Een tijdje uit het oog geraakt, maar ik volg hem alweer flink wat jaren op sociale media.

Het concert weerspiegelt zijn muzikale loopbaan van de afgelopen 25 jaar. Het orgel telt 11 registers, maar ze klinken prachtig. En hij weet er ook mee om te gaan. Net als het kleurrijke kistorgel voorin de kerk.

De rij orgelpijpen in 4 kleuren, het blauw van het instrument zelf en de metalen schermen met gaten om het geluid goed te vormen. Het instrument ziet er niet alleen goed uit, maar klinkt goed in de combinaties die ik hoor. Zeker ook met koor en viool erbij. Het klinkt fantastisch; zijn linkerhand weet wat zijn rechterhand doet.

Glans

Zo op het bankje zittend. De zon valt de hoge ramen binnen. Het geeft de muziek een mooi glans. En mijn gedachten dwalen naar de eerste en enige keer dat ik hier zat. Er waren andere orgelvrienden bij. Niet iedereen van toen is er nog. Dat maakt best weemoedig. Een tanka ontsnapt:

op het bankje toont
de muziek trappen omhoog
tot ze bij hen is

vijfentwintig jaar is lang
te lang om te vergeten

Even later, bij de improvisatie over het Lamm Gottes, schijnt er een haiku naar binnen:

bij het Lamm Gottes
speelt de zon door het kerkraam
symfonie van licht

Bach-cd

Hij geeft mij zijn Bach-cd mee. Een indrukwekkende cd, allemaal gespeeld op dit Bätz-orgel uit 1846. Elk werk krijgt zijn heel eigen klank en karakter mee. Knap gedaan. Zeker ook zoals hij het speelt. Dubbel nagenieten.

14 maart 2024

Karmagrot - #WOW #orgelmuziek #gerardreve #wot


De organist Laurens de Man krijgt de Nederlandse Muziekprijs van de staatssecretaris. Ze komt op haar gympies naar zijn concert op 7 maart in het Orgelpark. Hij krijgt als eerste organist deze prijs. Een bijzondere prijs voor talentvolle klassieke musici.

Ik luister naar het concert via Radio4. Hij begint met een reis langs de verschillende orgels in het orgelpark. Het is ook een reis door de muziek. Het centrale punt van het concert is Concert voor orgel en ensemble, "Reve concerto" van Martijn Padding. 

Reve Concerto

Samen met het New European Ensemble speelt de winnaar van de Nederlandse Muziekprijs deze première van het nieuwe werk. Padding schreef het "Reve concerto" speciaal voor Laurens. Op basis van enkele zinnen die Laurens hem heeft aangedragen uit het werk van Gerard Reve.

De ontwikkeling van het muziekstuk lijkt misschien het meest op een boottochtje door een grot. Je hoort de druppels vallen, elke bocht om wacht er weer een nieuwe verrassing. Met allerlei verschillende technieken, ritmes en bewegingen. Het orgel staat daarbij centraal, waar omheen de andere instrumenten figureren en spelen. Om met de stem van Gerard Reve te eindigen.

Dagsluiting

Eigenlijk geloof ik niets,
en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,
dan denk ik dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,
en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt
zoals ik U.
(Gerard Reve: Verzamelde gedichten)

De langzaam wegvloeiende akkoorden in het coda dat volgt, geven een volledige harmonie. Een mystieke ervaring; waarbij ik zelf onmiddellijk aan het Paradijs van Dante moet denken. Die volmaakte oplossing uiteindelijk in 1 noot. Het begin en het einde van de muziek.

Amper verhaal

Eerder op deze dag dat ik naar het concert van Laurens de Man luister, lees ik een interview met Herman Finkers in Onze Taal. Het gaat over zijn voorbeelden. Hij noemt Toon Hermans, Hans Dorrestijn en Willem Wilmink:

"Vooral ben ik een groot liefhebber van Gerard Reve. Er zit amper verhaal in, maar hij schrijft zo fantastisch mooi. Het heeft iets heel tragisch, dat lucht nodig heeft, en die lucht krijgt het door zijn geweldige ironie en humor. Reves vrije, geestige en ondogmatische omgang met het rooms-katholieke geloof spreekt mij ook enorm aan. In Nader tot U schrijft hij: 'de Liefde, en God, dat zijn twee woorden voor één en hetzelfde, onderling vervangbaar, en identiek. Als je het opschrijft, staat het meteen op papier ook.' Dat is briljant. Zonder die tweede zin was het iets onverteerbaars geweest; die toevoeging is niet alleen heel grappig, maar maakt wat hij beweert ook waar. Humor, kunst en religie kun je niet los van elkaar zien."

Het lijkt bij Paddings compositie dat als de stem van Gerard Reve komt, Reve uit de dood opstaat. Hij komt tot leven. Zeker ook omdat de muziek ineens een zoektocht naar harmonie krijgt die het eerder niet had; compleet met het belletje.

Voor mij is dat karma. Het karma van de grot.


het paradijs ligt
deze reis voorbij de bocht
waar alles oplost

WoW

WoW is een initiatief van Irene en Karin. Deze week schrijven we over karma.

21 februari 2024

Melancholie en de klap


Het voorjaar begint eerder dan ooit. Ik heb de eerste merel al horen fluiten. Het was toen ik op de fiets reed naar mijn werk. Ik fietste - hoe toepasselijk ook - door Vogelhorst en hoorde duidelijk hoe de merel floot. Het voorjaar is begonnen.

Er is een gedicht met de merel erin dat ik prachtig vind. De melancholie sleept je mee. Het heet 'Tuin Dordrechts Museum'. Ik kan het niet lezen zonder een traan te laten. De melancholie die het lyrisch ik meteen bij je losmaakt, waarna elk woord je raakt.

Als ik gestorven ben
zal in de tuin van dit museum
boven het warrig bladerengedruis
een merel net zo helder zingen
op net zo'n late voorjaarsdag.

En ik, ik zal er niet meer zijn
om door dit zingen te vergeten
dat ik moet sterven mettertijd.

Het vergankelijke leven kleeft aan deze woorden. Je voelt de weemoed van de verloren tijd en het gestorven zijn. Het grijpt je in het hart. Je hartspier trekt samen van het verdriet, hier straks niet meer te zijn. Het lyrisch ik gaat verder. Lees door, lees door.

Maar aan de andre kant zal ik
- je weet maar nooit -
veel langer leven dan die vogel.
En als ik toch onder de zoden lig
dan zal mijn zoon nog eens
een merel net zo horen klinken
op net zo'n late voorjaarsdag.
En hij zal weten wie ik was
en ach, een vogel weet van niets.

Dit kan niet meer mis gaan. Uit deze mystieke bubbel kun je nooit meer komen. Hier wellen en vallen tranen. Tot tuiten toe. Niks meer aan te redden. Je voelt je reddeloos verloren. Er is nog één couplet:

Maar aan de andre kant alweer:
als merels aan hun vaders konden denken,
wellicht dat ze dan krasten als een raaf.

Auw, wat doet dit pijn zeg. Je bent helemaal gewend aan het donker. Voelt hoe de melancholie om je heen geslagen is. Dan schijnt opeens het felle licht je in de ogen. Een zoekactie van de politie. Leg neer die tranen!

Kun je er nog wat aan doen? De dichter Jan Eijkelboom uitschelden. Hoe heb je dit kunnen maken! En al het mooi in 1 klap gebroken. Alsof je vindt dat je ook maar een mens bent en al het goddelijke dat je opriep, ter plekke moet verdelgen.

Het is gelukt. En je ziet hem lachen, besmuikt in zijn vuistje. Alsof een mooi gedicht eigenlijk verboden zou moeten zijn.

14 februari 2024

Leedladder - #wow #wot


Ik zag hem voorbijkomen vorige week. Het woord van de week voor het bloggroepje #WOW. 

Het woord is: Leedladder. Ik had er allemaal ideeën bij, maar het lukte mij niet goed om het aan het papier te vertrouwen. Daarvoor sta ik te wankel op de tredes van mijn leed.

Vanmiddag dook ineens een tanka op en die wil ik je niet onthouden:

Leedladder

elk stapje een tree
van mij groter dan van jou
bovenop het ergst

het leed een competitie
van het venijn van de pijn


WoW

WoW is een initiatief van Irene en Karin. Deze week schrijven we over leedladder.

24 oktober 2022

PAC2 doe je mee?


Kunstenaar Hein Walter heeft dit najaar PAC opgezet. De afkorting PAC staat voor Post-Art-Community. Een kunstproject waarbij de deelnemers enkele tekeningen of schilderijen per post krijgen toegestuurd. Samen met Karin van de Kuilen doe ik PAC2. Het vervolg op de PAC van Hein.

2 kunstwerken voor 25 euro

Het idee: voor 25 euro doe je mee en krijg je 2 kunstwerken op A5-formaat. Het eerste krijg je vanaf november. Het tweede ergens volgend jaar. Heel leuk om zo'n kunstwerk in je brievenbus te vinden en thuis aan de muur op te hangen. Op de achterkant van het kunstwerk schrijf ik een ZKV (zeer kort verhaal) en een haiku over wat mij op de voorkant raakt. 

Het kunstwerk is van jou en je mag ermee doen wat je wilt. Wel is er volgend jaar november een bijeenkomst met alle deelnemers waarbij de kunstwerken, verhalen en haiku's samenkomen. Daar kun je ook jouw kunstwerk ruilen met een andere. Of verkopen. Het geld dat het opbrengt, mag je zelf houden.

Vakantie

Voor de eerste reeks heeft Karin zich laten inspireren door haar vakanties. In de aquarellen komen Frankrijk, Ierland, IJsland, Kroatië, Texel en Curaçao voorbij. Daarnaast is er ook aandacht voor iets wat dichter bij huis te vinden is: de molens van Flevoland waar ik op uitkijk.

Gisteren ontmoette ik Karin voor het eerst. Ze bleek jarenlang tegenover mij te hebben gewoond toen ik in Almere Stad woonde. Er schuilt in haar een kunstenaar met heel andere interesses dan ik, maar ik denk dat ze heel mooi kunnen samenkomen in de kunstwerken.

Doe je mee?

We zoeken nog deelnemers aan deze tweede Post-Art-Community. Geef je zo snel mogelijk op en stuur een e-mailtje naar heinwalter@tiscali.nl ovv PAC2. Naar mij mag ook, dan breng ik je in contact met Hein.

29 januari 2017

Grappige gedichten - #50books

Poëzie hoeft natuurlijk niet ernstig te zijn. De nieuwe bloemlezing die Ilja Leonard Pfeiffer maakte in de lijn van Gerrit Komrij De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, barst van de grappige gedichten.

Neem het bekende gedicht van Cornelis Bastiaan Vaandrager:

De kroketten in het restaurant
zijn aan de kleine kant.

Jules Deelder – óók een Rotterdammer – kan er eveneens wat van. Zijn nieuwste bundel Rotterdamse kost laat dat wel zien. Hij schrijft prachtig over de verschillende vormen van eten. Zeker als hij het voordraagt, verandert de poëzie in een prachtige grap. Ik heb genoten – én gelachen – van het filmpje waarin hij gedichten uit deze bundel uit zijn hoofd voordraagt.

De dichter die het gedicht tot humor verheven heeft, is wel Cees Buddingh’. Hij vond met zijn gedicht over het verwisselen van een dekseltje de lach van het publiek:

Pluk de dag

Vanochtend na het ontbijt
ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,
dat het deksel van een middelgroot potje marmite
(het 4 oz net formaat)
precies past op een klein potje heinz sandwich spread

natuurlijk heb ik toen meteen geprobeerd
of het sandwich spread-dekseltje
ook op het marmite-potje paste

en jawel hoor: het paste eveneens

Dit gedicht laat zien dat poëzie helemaal niet hoogdravend en verheven hoeft te zijn, maar ook grappig. De uitvoering is dan veel belangrijker. Het gedicht ‘Pluk de dag’ heeft Ilja Leonard Pfeiffer niet opgenomen in zijn bloemlezing, maar is zonder twijfel de bekendste light verse van de Nederlandse literatuur.

Daarmee geldt Buddingh’ als onbetwistbare lichte dichter. Dichters als Driek van Wissen. Zijn poëzie is bijzonder toegankelijk en ook bij tijd en wijle grappig. Het gevaar bij deze gedichten is dat het vaak iets té toegankelijk is, waarmee het de zo onmisbare dubbelzinnigheid van poëzie mist.

Willem Wilmink heeft prachtige liedjes geschreven waarin een knipoog en een traan voorkomen. Neem ‘Frekie’ waarin je de ‘ernstig smoel’ voor je ziet. Of ‘Beroepskeuze’ waarin het lyrisch ik verzucht dat hij ‘stratemaker op zee’ wil worden.

Overigens kan Ilja Leonard Pfeiffer er ook wat van. Zijn baggersonnettenkrans Touwen waarin hij een loflied bezingt op het vrouwelijk geslachtsdeel, is een extreme vorm. Maar dit is weer zo vulgair dat het meer afschuw dan glimlach oplevert.

Ik heb ook verschillende pogingen gedaan om grappige gedichten te schrijven. Zo zijn er veel jeugdzondes. Neem het gedicht Lage Rijndijk 92c waarvoor ik mij bij mijn huisgenotes ter verantwoording moest verschijnen. En ik doe het nog steeds. Bijvoorbeeld de haiku die vanmorgen in mij opkwam bij het uitlaten van de honden: Hondenpoep.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Dit jaar neemt Martha het weer over. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

24 juli 2016

Gedichten lezen - #50books vraag 30

img_20160721_074700.jpgDeze week bespreek ik op mijn blog de cursus genieten van poëzie van dichteres Ellen Deckwitz. In haar boek Olijven moet je leren lezen merkt ze op dat er heel veel gedichten geschreven worden, maar niet veel gedichten ook echt worden gelezen.

Lezers hebben geen idee hoe ze een gedicht moeten lezen en dan is het veel prettiger om zelf iets te produceren dat op een gedicht lijkt, dan dat ze iets van iemand anders moeten lezen. Dan heersen er nog allerlei misvattingen dat een gedicht alles kan betekenen bijvoorbeeld of dat songteksten altijd poëzie zijn.

Wat een misvattingen. en dat terwijl poëzie zo fantastisch is. Ze kan tegelijkertijd grappig én schrijnend zijn, ontroerend én ontluisterend. Acht regels kunnen de impact hebben van een natuurdocumentaire en actiefilm in één. (10)

Dat brengt mij bij de leesvraag van deze week.

Lees je weleens poëzie en hoe lees je poëzie?

Wat zou je voor een tips hebben hoe je gedichten leest en waarom zou je gedichten moeten lezen?

Ik ben erg benieuwd naar jullie antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

12 mei 2015

Bloem

image

De hoofdpersoon van Remington van Bert Natter denkt terug aan een gesprek met zijn vader over de dichter Bloem. Zijn vader vroeg namelijk wat hij met de les Nederlands besproken had.

De leraar vertelde tijdens de les dat de bundel Media vita zou duiden op het midden van het leven. De dichter was in halverwege zijn leven bij het verschijnen van deze dichtbundel.

Vader veegt de vloer aan met de bewering van de docent Nederlands. Hoe kon de dichter Bloem weten dat hij op de helft van zijn leven was? De hoofdpersoon verweert zich en zegt dat zijn docent vertelde dat Bloem dat gokte. Onzin vindt zijn vader:

‘Jullie meester is die gokt, want hij heeft er geen verstand van. “Media vita” is een deel van de eerste regel van een welbekend kerkelijk lied, ten onrechte toegeschreven aan mijn middeleeuwse collega Notker de Stotteraar. Lach niet. Media vita in morte sumus, dat wil zeggen dat wij midden in het leven in de dood staan. Ook wanneer de meester onzin uitkraamt en zijn leerlingen iets op de mouw speldt, de dood wacht waar je ook bent, wat je ook doet. Pas als de meester onderweg naar de lerarenkamer dood neervalt zal hij het hebben begrepen.’ (22)

Bert Natter zou Bert Natter niet zijn als hij daar verderop in het verhaal niet op terugkomt. Indirect verwijst de vader van de verteller naar de opmerking over Bloem. Het is misschien meer levensvisie dan wijsheid.

Als hij in het hotel waar ze onderweg overnachten aan zijn vader vraagt wanneer je eervol sterft. Zijn vader geeft een ontwijkend antwoord en de verteller vraagt het nog een keer:

Ik herhaalde mijn vraag: ‘Waar moet je sterven om eervol te sterven?’
‘In het midden van het leven,’ beweerde mijn vader. (112)

Een prachtige verwijzing naar het kerkelijk lied en indirect naar J.C. Bloem. En nog beter: de vader van de verteller is voor de hoofdpersoon een betere leermeester dan de leraar Nederlands.

Bert Natter: Remington. Amsterdam: Uitgeverij Thomas Rap, 2015. ISBN: 978 94 004 0270 6. 224 pagina’s. Prijs: € 18,90

29 december 2013

Spiegel en #mijnmoment

gedicht-spiegelEen prachtige uitnodiging van Henk-Jan Wildermaat (@punkmedia) om mee te doen aan #mijnmoment. Stiekem is het ook mijn moment aan het eind van dit jaar. Een bewogen jaar zoals ik in mijn stukje schrijf. Om 11 uur verscheen het vandaag online.

Nieuw blogvoornemen

Ik vertel in de blog onder andere over een blogvoornemen: mensen vragen iets te vertellen over een gedicht van mij dat ze geraakt heeft. Graag wil ik het uitbreiden met twee filmpjes. In het eerste geef ik een korte improvisatie over het gedicht. In het tweede gedicht draag ik het voor.

Gedicht Spiegel

Zojuist heb ik de koe bij de horens gevat en dit bij het gedicht Spiegel gedaan. Het staat sinds begin deze maand op mijn gedichtenblog wolkenhemel.blogspot.nl.

Ik schreef het gedicht voor Belgin, ze houdt het op de foto ook vast. In het groene lijstje en op het gele papier staat het gedicht.

Arvo Pärt

Bij het schrijven van het gedicht had ik de hele tijd het prachtige muziekstuk Spiegel im Spiegel van Arvo Pärt in gedachten. Het is het mooiste in de uitvoering met viool en piano.

Improvisatie bij Spiegel

De improvisatie die ik maakte bij het gedicht Spiegel gaat door op het eenvoudige motief van Arvo Pärt. Het melancholische van Arvo Pärt is bijna niet te evenaren. Daar is het te mooi voor. Maar misschien zegt de improvisatie iets over het gedicht.

Ik voer het uit op mijn pedaalharmonium. Excuses voor het slechte licht. Het geeft de improvisatie ook iets geheimzinnigs.

Voordracht

Naast de improvisatie draag ik het gedicht ook voor op youtube.

Opmerkingen? Reageer!

Ik ben benieuwd wat je van deze opzet vindt. Ik wil het graag uitbreiden en zal lezers, fans en vijanden uitnodigen iets over een gedicht van mij te zeggen. Hoe dat gebeurt, weet ik nog niet. Ook ideeën hierover zijn van harte welkom.

12 augustus 2013

Emotiedichter

image

Zo lang ik gedichten schrijf, schrijf ik die gedichten vanuit de emotie. Een gebeurtenis, een gevoel dat ik op dat moment niet de baas kan. Ik schrijf het op. Het levert vaak rauwe en sombere gedich-ten op. Soms blinkt een pareltje op uit de amorfe massa van mijn gedichten. Dan raak ik precies wat ik eigenlijk wil zeggen. Maar vaak begrijpen mensen de rauwe emotie niet.

Ik kijk naar Achter de voordeur een programma waarbij buren achter de voordeur van hun onbekende buurman of buurvrouw een kijkje nemen. Ze mogen raden wat voor iemand het is en kijgen daarna een dvd van deze persoon te zien waarin hij zijn verhaal vertelt. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. Dit keer een man uit Enschede, hij vertelt zijn twee buurvrouwen het verhaal van zijn jeugd. Hij werd veel gepest en had het moeilijk. Hij vertelt het volgende:

‘Ik schreef vooral gedichtjes. Die gedichten werden de emoties. Emoties die ik niet kon uiten en wat ik ook heel moeilijk vond om ze te plaatsen. Ik schreef een gedicht als: ‘morgen ga ik springen voor de trein, wedden dat jullie allemaal zingen van plezier, papa mama broertje en ook jij, want wie is er nou blij met mij.’
Voor mij was dat de manier om het onbehagen van dat moment te uiten. En voor anderen, voor met name mijn ouders en omgeving werd dat op dat moment een heel erg dramatische uiting. Er werd bijna gedacht dat ik mijzelf van het leven wilde beroven. Terwijl ik alleen heel duidelijk wilde neerzetten: ik ga een heel moeilijke periode door. Ik heb het gevoel dat niemand mij begrijpt.’

Ik herken mij in het verhaal. Ik schrijf ook gedichten waarin ik de emotie van dat moment probeer te verwoorden. Niet altijd begrijpen anderen die emotie. Zo verwoordde ik in mijn studententijd een gevoel dat mijn huisgenotes opriepen in een gedicht. Ik schreef het gedicht vanuit die emotie en was het na afloop kwijt. Maanden later ontdekten zij het gedicht in een publicatie en vroegen mij ver-baasd waarom ik het ze niet verteld had. Ik voelde mij alleen maar bedreigd. De emotie was al geweest waarom moesten we het daar over hebben?

Ook nu schrijf ik emoties die ik heb op een dag in een gedicht. Ik publiceer het. Soms wil ik er iets mee zeggen aan iemand. Meestal niet, dan is het een uiting wat ik voel op dat moment. Als ik op de ‘publiceren’-knop klik is het weg. Dat mensen daarop reageren, spreekt voor zich. Alleen weet ik daar dan geen raad mee. Het is de emotie die weg is, maar het gedicht dat blijft staan.

Wel vind ik dat het gedicht mijn emotie verwoordt en niet op anderen slaat. Ik kan niet andermans emoties verwoorden. Het staat er en ik sta er ook achter. Het is van mij, maar dat ik soms de plank missla, neem ik maar voor lief. Daar is het gedicht vaak te mooi voor.

Get Adobe Flash

22 februari 2013

Madonna met de valken

image

De vraag maakt mij nieuwsgierig naar het tweede gedicht uit de reeks Madonna met de valken van Vestdijk. Vooral naar de rest van het gedicht. Een vraag met slechts twee regels uit dit gedicht kan niet beantwoord worden zonder het hele gedicht.

Ik trek de verzamelde gedichten uit mijn kast. De cyclus Madonna met de valken is bijna een roman in verzen. Het bestaat uit 150 gedichten. Bloemlezingen halen meestal enkele gedichten uit deze enorme reeks aan. Simon Vestdijk schreef ze tijdens zijn verblijf in Sint Michielsgestel.

Het lezen van een gedicht vraagt een andere leeshouding dan het lezen van een roman of verhaal. Het begint ermee dat je een gedicht niet hoeft te snappen. Soms is het raadselachtige van een gedicht het mooie. Blijkbaar is deze lezer ook getroffen door het vers. Hij wil het snappen, maar het lukt niet.

Wel een paar handvatten bij het lezen.

Het lyrisch ik spreekt in de ‘gij’ vorm. Het ‘uw’ is daarmee de vierde naamval van gij en slaat dus op de gij. Het is de valkenier van de madonna waarover het lyrisch ik spreekt.

De valkenier is de verzorger van de valken, de madonna (of de vrouw) kijkt alleen toe. De keurvalk is haar toegenegen. Keur duidt hier op de valk met de beste kwaliteit. Bijna op te vatten als voorkeur. Volgens het lyrisch ik heeft ‘menig held’ haar aandacht voor de valk met lede ogen aangekeken.

In de tweede strofe kan het lyrisch ik het niet meer aanzien. Hij trekt de kap op de kop van de valk ’tot op de smalste kier’. De valk lijkt symbool te staan voor de onbereikbaarheid van de (jonk)vrouw. De valk staat dichter bij haar dan hij haar ooit zou kunnen bereiken. Zelfs na zijn dood blijft deze valk over haar waken.

Alles is interpretatie.

21 februari 2013

Weerbaarheid - #WOT

alles-van-waarde-is-weerloos-lucebertHoe ver reikt weerbaarheid? Het tegenovergestelde van weerbaar is weerloos. De beroemde dichtregel van Lucebert ‘Alles van waarde is weerloos’ prijkte heel lang op het dak van een kantoorflat van een verzekeraar bij Station Blaak in Rotterdam. De regel komt uit het gedicht ‘De zeer oude zingt’.

De weerbaarheid van het weerloze kan alleen maar door het af te schermen. Uit het zicht te halen, eindeloos in te pakken. En dan nog kan het makkelijk stuk. Verzekeren heeft helemaal geen zin. Iets van waarde dat weerloos is, is onvervangbaar. Anders heeft het geen waarde.

Wat is van waarde? Een mensenleven, een bijzondere herinnering. Het verweert snel. De weerbaarheid van iets weerloos is eigenlijk als een eendenkuikentje. Machteloos en zonder moeder weerloos. Het diertje kan elk moment opgeschrokt worden door een roofdier.

Weerbaarheid is stoere verdedigingstaal. Je bent weerbaar als je de aanval van je af wendt. Of klappen incasseert zonder te verliezen. Stevig en vasthoudend. Je maintiendrai. Ik houd stand.

Ik vind het egoisme. Juist het zwakkere en weerloze heeft bescherming nodig van de weerbare. Weerbaarheid houdt zichzelf in stand, maar dat gaat ten koste van het weerloze. En daarmee staat het waardeloze overeind en is het weerloze verdwenen.

Vecht daarom mee om het weerloze te behouden. Het kost veel moeite en tegenslag. Maar wat overeind blijft is iets van waarde. Onschatbaar en onverzekerbaar.

20 februari 2013

Interpretatie van een gedicht

image
Tweede gedicht uit de reeks Madonna met de valken van Simon Vestdijk

Er kruipt een berichtje binnen via de contactpagina op mijn website. Een lezer stelt mij een vraag over de interpretatie van een gedicht. Hij komt niet uit de eerste twee regels van het tweede gedicht uit de reeks Madonna met de valken van Simon Vestdijk.

Hij schrijft:

Ik heb gelezen dat je een groot Vestdijk-fan bent, dus heb ik een vraag voor je die me al een tijdje bezighoudt. Het gaat over het tweede sonnet uit Madonna met de Valken: De eerste regel daarvan luidt: ‘ Ik raad de glimlach van uw valkenier/Zoozeer zijt gij uw keurvalk toegenegen;’
Hoe vaak ik deze zin ook herkauw, de betekenis ontgaat me; De valkenier, is dat niet de vrouw waar het in deze reeks om gaat? Maar tegen wie praat de dichter hier dan (‘uw’). Als zij niet de valkenier is, wat doet ze dan met een keurvalk? En wat betekent ‘ik raad de glimlach’? Jij hebt Nederlands gestudeerd, dus: help!

Ik heb Nederlands gestudeerd dus het gedicht zou voor mij niet een raadsel moeten zijn. Ik heb zeker aardig wat gedichten geanalyseerd. Vrijwillig of in opdracht. Ik ben er niet een kei in geweest. Ik schrijf liever een gedicht dan het gedicht van een ander kaal te plukken.

Ik probeer te bedenken hoe het gaat. Dat iemand wakker kan liggen om een gedicht. De tekst over zijn lippen laat glijden en probeert te snappen. Het lukt niet. Hij krijgt geen vat op het gedicht. Maar het laat hem ook niet los. Meet hij het zien in verband met de andere gedichten? Of is gedicht een gesloten systeem met een hele eigen betekenis?

Wat zou ik de man graag willen helpen, maar mijn interpretatie is ook maar een interpretatie is. Het is een gedicht. En dan kracht van een goed gedicht is dat het eindeloos veel betekenissen kan hebben. Dat je er eigenlijk geen grip ook krijgt. Dat lijkt bij deze lezer te gebeuren. Misschien heeft de dichter er zelf wel fouten in gemaakt. Bovendien zijn de paar regels die ik krijg te weinig om een gedicht uit te leggen.

En waarom zou mijn uitleg beter zijn dan van een niet-neerlandicus?

Lees zelf het gedicht in .pdf

21 januari 2013

Heuvelrug op posterformaat

dichter-hendrik-jan-houdt-zijn-gedicht-heuvelrug-op-posterformaat-omhoog
Daar is hij dan: het winnende gedicht Heuvelrug op posterformaat

De poster met mijn winnende gedicht ‘Heuvelrug’ is bezorgd. Ik was verschrikkelijk benieuwd naar het resultaat. Net als het formaat. Het resultaat mag er zijn en het formaat ook! De poster is op A2-formaat, ongeveer 42 bij 60 centimeter. Hij komt in alle VVV’s van de heuvelrug te hangen. En wie weet hangt een gemeentehuis, bibliotheek, museum of andere attractie de poster ook op het raam.

Het lettertype van het gedicht is in de huisstijl van Uitindeheuvelrug.nl. Dit komt de leesbaarheid niet altijd ten goede. Zeker als je het van een afstandje probeert te lezen. Je moet er dicht opzitten om het goed te kunnen lezen. Ik hoop dat de mensen die dit gedicht tegenkomen die moeite nemen.

Doe mee voor mijn prijs!
Ik ben vooral benieuwd hoe het gedicht hangt in de VVV’s. Daarom daag ik je uit. Ik zou het leuk vinden wanneer je de poster tegenkomt, hem op de foto voor mij wilt zetten in zijn omgeving. Dus mocht je hem op of rond de Utrechtse Heuvelrug aantreffen, stuur dan de foto op. Deel de foto via facebook, Google+ of twitter als je hem bent tegengekomen. Je mag ook de pdf van de poster uitprinten en voor je eigen raam hangen. De mooiste foto krijgt een persoonlijke prijs van mij.

foto-poster-gedicht-heuvelrug

Download gedicht Utrechtse Heuvelrug in pdf

04 december 2012

Het gedicht van de Heuvelrug

Met jeugdvriend Matty op Prattenburg, zomer 1981.

Het mooiste gedicht van de Heuvelrug. Ik stuurde laatst een gedicht in voor de dichtwedstrijd ‘Dwalen in gedichten’. En tot mijn verbazing ben ik de winnaar geworden met het gedicht: Heuvelrug. Ik kom binnenkort in alle VVV’s te hangen op en rond de Utrechtse Heuvelrug. Van de 92 inzendingen is het mijne het gedicht van de Heuvelrug.

Aan veel wedstrijden deed ik mee. Wedstrijden voor het beste gedicht, het mooiste verhaal of het treffendste essay. Elke keer kwam na weken het verlossende antwoord: ik was het weer niet geworden. Dan las ik het betreffende winnende gedicht, verhaal of essay en dan begreep ik de jury niet. Hoe konden ze dit beter vinden dan mijn inzending?

Vanmorgen trof ik een mailtje in mijn inbox: of ik even mijn telefoonnummer wilde doorgeven. Het was van de organisatie van de dichtwedstrijd voor een gedicht over de Utrechtse Heuvelrug. Het winnende gedicht komt in alle VVV’s in de Utrechtse Heuvelrug te hangen. Ik schreef een vers over de Utrechtse Heuvelrug.

Het vers ontsproot al mijmerend over de streek van mijn jeugd de omgeving van Veenendaal: Rhenen, Amerongen, Elst, Wijk bij Duurstede, Leersum en Doorn. Ik schaafde het een paar dagen later nog wat bij – haalde het venijn eruit – en stuurde het op. Ik schreef vanuit het idee dat ik het gedicht voor een jury schreef en niet voor mijzelf.

Na het doormailen van mijn gegevens, kreeg ik telefoon. Ik heb de dichtprijs gewonnen en ben nu de dichter van de regio. De jury is lovend over mijn gedicht. Van de 92 inzendingen steek het mijne er met kop en schouders bovenuit, vindt ze.

Het persbericht spreekt van ‘zeer poetisch. Het zit mooi en strak in het jasje: vier lettergrepen en vier regels in elke strofe. ‘Heuvelrug’ is origineel en verrassend, en geeft de dichter een goede weergave van zijn gevoel bij de Utrechtse Heuvelrug. Het gedicht zet aan tot vaker lezen, staat open voor interpretatie en beschrijft goed de verschillende elementen in de regio.’

Wat een eer. Ik voel mij gevleid. Mijn gedicht komt in een ‘aantrekkelijke vormgeving’ overal in en om de heuvelrug te hangen. Van Rhenen tot Baarn en van Woudenberg tot Soest komt mijn gedicht nu op deuren en ramen te hangen.

En nu zitten 91 andere dichters thuis te turen naar het winnende gedicht ‘Heuvelrug’. ‘Snap jij dat nou’, zeggen ze tegen hun partner. ‘Het mijne is toch veel beter.’ Ik begrijp er eveneens weinig van…

Lees het gedicht op uitindeheuvelrug.nl

03 oktober 2012

Unboxing ‘Boemerang’ Gerrit Komrij

image
De postuum verschenen dichtbundel Boemerang en andere gedichten van Gerrit Komrij

De postuum verschenen dichtbundel Boemerang en andere gedichten van Gerrit Komrij lag gisteren in mijn brievenbus. Ik vond dit bij dé gelegenheid voor een nieuwe unboxing video. Het is een lange geworden, maar dat komt ook omdat het een heel bijzondere uitgave is.

Ik blader door het boek, herken de hand van de maker in de opzet voorin het boekje. Met een uiterste precisie zet hij planmatig de bundel op. Hij schrijft in een lijstje suggesties voor de gedichten die hij wil opnemen en nog te schrijven gedichten. Hij noemt het aantal gedichten (77) en stelt zorgvuldig de series samen.

‘Vier gedichten uit een cyclus in wording’ staat bij de gedichten die hij typeert als ‘Nagekomen Oriëntalisme’. Het lijkt wel een persiflage op oude gedichten als ‘Unvollendete’ in Verwoest Arcacië schreef. Dit keer is het ernst. De 4 sonnetten verwijzen naar Komrij’s ervaringen in een ziekenhuis in Kuala Lumpur. Een surrealistische sfeer drukken de gedichten uit. Onno Blom noemde de ziekenhuisopname en operatie in zijn toespraak bij het afscheid van Komrij.

De bundel kondigt Komrij zelf in januari aan in een interview met Onno Blom voor het poëzietijdschrift Awater. De dood zit hem op de hielen, maar hij verklapt weinig aan de lezers van het interview. Zelfs niet als Blom hem hier vrij expliciet naar vraagt. Komrij verstopt zich in zijn gedichten. En zo moet het ook.

Zo is Boemerang een ontmoeting met de overleden dichter. Bij een cyclus staat cryptisch ‘ik > je?’ Het is ‘ik’ gebleven. Stiekem pas ik de redigeer-trucjes toe. Ik voel me even op de stoel van de dichter zitten. Bij elke bladzijde besef ik dat een bijzonder mens er niet meer is.