Posts tonen met het label kunst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kunst. Alle posts tonen

24 oktober 2024

Vruchtbaar - Reis door Het Natuurkunstpark 2024


Dit jaar is het thema van Natuurkunstpark 2024 Vruchtbaar. Ik bezocht het park op 4 augustus en op 26 augustus nog een keer. Geïnspireerd door de kunst en de zomer ontstonden verhalen, gedichten en tekeningen. 

Het is een reisverhaal. Een voettocht door het natuurpark Lelystad. Verwonderend over alles wat ik tegenkom. De bomen, de mensen, het gras en de dieren. En natuurlijk de kunst door 11 Flevolandse kunstenaars en een 12e kunstwerk van de bezoekers aan het Natuurkunstpark.

24 oktober 2022

PAC2 doe je mee?


Kunstenaar Hein Walter heeft dit najaar PAC opgezet. De afkorting PAC staat voor Post-Art-Community. Een kunstproject waarbij de deelnemers enkele tekeningen of schilderijen per post krijgen toegestuurd. Samen met Karin van de Kuilen doe ik PAC2. Het vervolg op de PAC van Hein.

2 kunstwerken voor 25 euro

Het idee: voor 25 euro doe je mee en krijg je 2 kunstwerken op A5-formaat. Het eerste krijg je vanaf november. Het tweede ergens volgend jaar. Heel leuk om zo'n kunstwerk in je brievenbus te vinden en thuis aan de muur op te hangen. Op de achterkant van het kunstwerk schrijf ik een ZKV (zeer kort verhaal) en een haiku over wat mij op de voorkant raakt. 

Het kunstwerk is van jou en je mag ermee doen wat je wilt. Wel is er volgend jaar november een bijeenkomst met alle deelnemers waarbij de kunstwerken, verhalen en haiku's samenkomen. Daar kun je ook jouw kunstwerk ruilen met een andere. Of verkopen. Het geld dat het opbrengt, mag je zelf houden.

Vakantie

Voor de eerste reeks heeft Karin zich laten inspireren door haar vakanties. In de aquarellen komen Frankrijk, Ierland, IJsland, Kroatië, Texel en Curaçao voorbij. Daarnaast is er ook aandacht voor iets wat dichter bij huis te vinden is: de molens van Flevoland waar ik op uitkijk.

Gisteren ontmoette ik Karin voor het eerst. Ze bleek jarenlang tegenover mij te hebben gewoond toen ik in Almere Stad woonde. Er schuilt in haar een kunstenaar met heel andere interesses dan ik, maar ik denk dat ze heel mooi kunnen samenkomen in de kunstwerken.

Doe je mee?

We zoeken nog deelnemers aan deze tweede Post-Art-Community. Geef je zo snel mogelijk op en stuur een e-mailtje naar heinwalter@tiscali.nl ovv PAC2. Naar mij mag ook, dan breng ik je in contact met Hein.

14 april 2022

Materialisme - #WoT

Aan alle spulletjes zit een verhaal. Een boek, een briefje, een koffievlek, een poster, een aquarium, een appel of een serie briefjes op de koelkastdeur.

Het leven van verzamelen is een poging om iets achter te laten. Als een ekster sleurt de verzamelaar van alles mee zijn nest in om het een plekje te geven. Aan de muur of in de kast. Overal bergt hij zijn kostbaarheden.

Het leven van de dichter en schrijver F. Starik (pseudoniem van Frank von der Möhlen, 1958 – 2018) is een museum. Dat bewijst de tentoonstelling in het Amsterdamse stadsarchief wel. Net als het prachtige boek met gedichten en heel veel foto’s.

6 vitrines leven

Foto’s van documenten, brieven, enveloppen. Foto’s van foto’s. Een aquarium, een mailtje. Alles zit in het boek. De 6 vitrines in het Amsterdams stadsarchief doen de rest. Uitgesneden in lagen over elkaar verrijzen heuse kunstwerken. Het appartementencomplex van de ziel.

En al die spullen. De dingen waar ik mij een jaar of 5 terug van bevrijdde. Jarenlang sleepte ik met die beroemde dozen, meegezeuld van verhuizing naar verhuizing. Ongeopende tijdboxen die op zolder een laagje stof sparen. En wat zit erin.

Het verschil met het huis van F. Starik dat bij zijn overlijden leeggehaald is, is dat ik zelf opruimde en de tijd schifte. Sommige dingen weggaf. Duizenden boeken van mij kregen een bestemming op de verkooptafel voor het opknappen van het Knipscheer-orgel.

De boeken die overbleven van Starik: Eenzame uitvaart en een andere bundel over eenzame uitvaarten van zijn hand. Het is een schamele hoeveelheid waar sinds zondag een nieuw boekje is bijgekomen: Leven als museum.

Eigen altaartje

Ik heb contact met zijn weduwe, de dichteres Vrouwkje Tuinman. Ik wil wel een boek van die bijzondere uitgave: Leven als museum. Ze schrijft er zo liefdevol over. Het lijkt me wel wat. Zeker omdat het zweeft tussen een egodocument vol met foto’s, papieren en andere gedenkwaardige afbeeldingen. Ik wil dat wel. Helemaal omdat er bij het boek een prachtige pop-up zit die je kunt openklappen waaruit de letter F oprijst. Een innemende constructie waarmee je je eigen altaartje maakt.

Dat is toch wel het doel van een museum, het leven zin geven, het leven vastleggen. Ook als je er niet meer bent, blijft het over. Net al als het schrijven, een afdruk achterlatend die de mensen na je ook zullen begrijpen. Of zoals Vrouwkje het zei bij haar presentatie bij de tentoonstelling ‘Eeuwig in aanbouw’ in het Stadsarchief Amsterdam: ‘Ik vroeg de fotografe Andrea Stultiens of ze wilde komen. We moeten het huis nu fotograferen voor het onttakeld wordt. Vanaf nu is er steeds een stukje minder van hem. Daarom moeten we er nu mee beginnen het vast te leggen.’

Het hoofd binnenstappen

Het huis laat op dat moment precies zien hoe F. Starik zich op dat moment voelde. Waar hij mee bezig was. ‘Het is alsof je in zijn hoofd binnenstapt dat altijd in aanbouw is. Het project is ook niet klaar. Het gaat altijd door.’

De onttakeling van het huis is een deel van het verhaal. Starik is geen verzamelaar zoals er veel zijn. Hij is ooit begonnen met een project in een leegstaand huis voordat het gesloopt werd. Het werd het Starik Museum; een leven als museum. Hier stalde hij in 1992 en 1993 allerlei voorwerpen uit zijn leven.

Het museum vertelde aan de ene kant zijn verhaal en aan de andere kant juist niet. Soms is een voorwerp een voorwerp, maar vertelt het altijd een verhaal? Het verhaal doet er soms juist afbreuk aan. De gieter die in de deuropening staat, staat daar. Moet de toeschouwer dan het verhaal erbij weten, of mag hij dat er zelf bij verzinnen?

Verbeeldingskracht

Het vraagt ook veel verbeeldingskracht van de kijker. Dat zie je ook terug in bijvoorbeeld musea. Kijkers worden gestuwd door verhalen, lopen met koptelefoons rond, zien hun omgeving niet eens en kijken rond met een lege blik als vissen in een vissenkom.

De verhalen die bij het kunstwerk zouden horen, zijn dat ook de verhalen die de kijker bij het kunstwerk ziet? De kijker heeft net zo’n grote rol als degene die de tentoonstelling inricht. De laatste hoeft niet altijd het verhaal te vertellen, maar de toeschouwer zijn eigen verhaal laten maken.

Dat zie je ook terug in de tentoonstelling in het Stadsarchief van Amsterdam. Het gaat om enveloppen, brieven, posters, kattebelletjes, schetsen, korte notities, een bonnetje, een bankafschrift, schoenen, overhemden, maatpakken en andere dingen zoals die in elk huis rondzwerven.

Vastleggen

De grens tussen het ‘gewoon’ ontruimen van een huis na een overlijden – waar heel veel mensen over kunnen meepraten – of het vastleggen van een huis hoe het erbij staat voordat het wordt leeggehaald. Het fotograferen van het huis van de overledene zou ik iedereen aanraden. Het geeft namelijk ook een inkijkje in iemands leven.

Ik weet ook, op dat moment ben je daar helemaal niet mee bezig. De banken, de stoelen, het bed, de kasten, boeken, paperassen en snuisterijen moeten weg. Het huis moet leeg en schoon. Dat zie je ook terugkomen in het boek Leven als museum.

Je ziet foto’s van een huis dat kaler en kaler wordt, zijn inwendige verliest. Het is de energie die je voelt als je in oud huis komt wonen. De geur, ervaringen en het leven van de oude bewoners is er nog. Het zal geleidelijk het huis vervluchten en plaatsmaken voor jou als nieuwe bewoner. Iets wat je helemaal niet zo ervaart als je in een nieuw, versopgeleverd huis komt wonen.

Schuilend leven

De tentoonstelling in het Stadsarchief Amsterdam vult het boek mooi aan. Of het vormt een inleiding hierop. Je ziet de dingen: een jasje, een hemd. De achtergelaten medische apparatuur na zijn overlijden. De bril en de schoenen. Of posters, stempelapparaten, notitieboekjes, een pen. Overal schuilt iets van zijn leven.

Dat maakt musea ook zo inspirerend. Vooral huismusea zoals Huis Doorn of het Patriciërshuis in Dordrecht. Je ziet het leven uit die tijd. Je ziet de persoon. Het leven als museum. De spullen die overblijven en het verhaal vertellen. De spullen die de persoon die er niet meer is, aanwezig houden.

Dat zegt Vrouwkje Tuinman ook bij de presentatie in het stadsarchief waar de tentoonstelling ‘Eeuwig in aanbouw’ is van 6 vitrines, evenveel schuiflades en wat objecten. ‘Dit hele project is voor mij ook een manier om hem in leven te houden.’

Vergankelijkheid van een mandarijn

Zo grasduinend door de spullen, leert ze hem ook beter kennen. ‘Dan vind ik iets uit 1978 en dan denk ik: o, daar was je toen al mee bezig.’ Ze illustreert het aan de hand van de foto’s van bedorven fruit waar Starik een obsessie voor had. Wekenlang kon hij de vergankelijkheid van een mandarijn volgen.

Op het filmmateriaal dat ze laat zien bij de presentatie, volgt hij het leven in zijn aquarium: de groei van algen, de komst van een appelslak, de vervuiling van de steentjes op de bodem. Beeldmateriaal dat wordt gedigitaliseerd. Meters Video8-band.

Het roept de vraag op wat je kunt bewaren en wat niet. De schifting die ik een aantal jaren geleden maakte, was lastig. Spullen wegdoen is ook het loslaten van een deel van je leven. Zo voelt het als je je eigen huis opruimt. Ook spullen mogen er zijn, maar niet tegen elke prijs. Soms kan de rotzooi opruimen, heilzaam werken.

Net als wat Vrouwkje gedaan heeft met veel spullen van Starik heb ik ook heel veel documenten gefotografeerd en op die manier vastgelegd en behouden. Het roept niet die herinnering op die het oproept als je het echt vasthoudt, maar geeft een prima vervanging. En neemt minder ruimte in.

Zo blijven de spullen toch een beetje bewaard.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is het woord: Materialistisch. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

12 maart 2019

Sirenen, Een liefdesverhaal - lezen

Het verhaal van zijn grote liefde. Dat is de laatste roman van Jan Cremer. Het is het 2e in de serie Odyssee met de titel Sirenen en gaat over zijn liefde voor het latere fotomodel Loesje Hamel.

Als ze elkaar tegenkomen tijdens de donkere winterse dagen van 1959 in het uitgaansleven van Amsterdam, zijn ze allebei nog niet bekend. Dat zal een paar jaar later helemaal veranderen. Jan Cremer zet de wereld op stelten met zijn boek en schilderijen. Loesje Hamel zingt met Ramses Shaffy en Liesbeth List de Shaffy Cantate.

Voelbare spanning

De spanning die er tussen de 2 heerst, is overal voelbaar in het boek van Jan Cremer. Want je leest in de tekst duidelijk dat hij spijt heeft van zijn keuzes. Hij heeft haar laten schieten voor zijn grote andere ideaal: het zwerversbestaan.

Terecht merkt de verteller op dat hij een aantal keer voor haar had kunnen kiezen, maar dat niet doet. Hij heeft aan zijn motor gesleuteld en gaat met zijn maat Barry op reis naar het zuiden. Voor een week of 4, hooguit anderhalve maand. De paar weken worden 2 jaar.

Als hij terugkomt in Amsterdam, ontdekt hij dat Loesje getrouwd is. En zo ontstaat een verhaal van aantrekken en afstoten. De 2 kunnen niet zonder elkaar, maar zodra Jan Cremer moet kiezen voor de liefde, slaat de angst hem om het hart. Hij doet wat hij dan altijd doet: vluchten.

Smachtende Penelope

Daarmee is Sirenen het 2e deel van de Odyssee een verhaal van Penelope die smachtend op haar man Odysseus wacht. Hij komt nooit en Loesje heeft wel wat minder geduld dan Penelope. Ook laat Jan Cremer zien wat voor een ongelooflijke lul hij is. Hij laat haar op een aantal cruciale momenten gewoon barsten.

Het is een bijzonder openhartige houding waarmee de verteller Jan Cremer zijn eigen verleden te lijf gaat. Hij verheft zich zeker tot de held van het verhaal en is zeker de schelm die hij in zijn andere werk ook is. En ook geldt: Loesje is de liefde van zijn leven, maar hij wil zich niet nu aan haar binden. Samen zijn met Loesje is vooral iets voor later. Het nu is reizen en de schelm uithangen.

De sirenen van Jan Cremer

Van vrouw naar vrouw hoppen

De verteller hopt van vrouw naar vrouw, van model naar model en begaat regelmatig ook een stommiteit. Zoals het moment dat hij trouwt met Hester. Hij doet het voor de kinderen die met dit huwelijk niet steeds van gastouder naar gastouder hoeven te gaan. Het zijn niet eens allemaal zijn eigen kinderen. Het is de grootste fout die hij van zijn leven maakt. Hij haalt met dit huwelijk een lange schuld op de hals.

Het huwelijk met H. is vooral het laatste zetje voor Loes om geen contact meer met hem te hebben. Ze negeert hem zelfs op straat als hij haar in nachtelijk Amsterdam tegen het lijf loopt. Het is daarmee een verhaal van de verloren liefde, waarbij Jan Cremer veel kansen laat liggen.

De heftigheid van deze relatie doet mij denken aan een heel intense relatie die ik in mijn studententijd had. Ook hier het falen, waarmee het verhaal des te pijnlijker wordt. Zoveel herkenning dat je je echt afvraagt of zoiets echt goed kan gaan of dat het allemaal te vurig is zodat je je alleen maar aan elkaar verbrandt.

Bindingsangst

Verder is Sirenen een mooi verhaal van een man die terugblikt op zijn bijzondere liefde voor Loesje. Je gelooft zeker in de oprechtheid, maar tegelijkertijd voel je de angst bij de verteller. De angst zich aan haar te binden en daarmee ook een deel van zijn vrijheid in te leveren.
Die keuze voor de vrijheid, maakt ook dat de relatie tussen Jan en Loesje niet slaagt. Voor mijn gevoel is vooral Loesje hier de grote verliezer. Zij wordt een aantal keer echt door de verteller in de steek gelaten. En met deze ode aan haar, lijkt Jan Cremer dat goed te willen maken.

Jan Cremer: De sirenen. Odyssee deel 2. Amsterdam: De Bezige Bij, 2018. ISBN: 9789023443582. Prijs: 20,99. 304 pagina’s.Bestel

12 februari 2019

Willink in Ruurlo

De schilder Willink. Ik ben getroffen door zijn schilderijen. Vooral van het realisme dat geen realisme is. Het is een samengestelde compositie van donkere luchten, vergezichten en naakte beelden. Een vermenging van Griekse oudheid met de hedendaagse werkelijkheid. Weergegeven alsof het foto’s zijn.

Klassiek beeld en wolkenluchten bij Willink

Indrukwekkende luchten

Ik ben een bewonderaar. Zeker ook door de indrukwekkende luchten die hij afbeeldt op zijn schilderijen. Elke lucht heeft een spanning. Het lijkt wel of er geen eind aan komt, zoals de hemel de sfeer van het schilderij uitdrukking geeft. Heel treffend en pakkend. Het laat je niet meer los.

Neem het schilderij van de parachutisten. De hemel neemt de hemelbestormers mee naar beneden op de vleugels van de regen. Alles glijdt naar beneden, het lijkt daarmee bijna op een waterval die je naar beneden ziet komen. Heel trefzeker en vergankelijk.

Of de klassieke beeldengalerij die er staat tegen de achtergrond van een donkere hemel. Het zonlicht op het beeld, de lucht erachter bijna groen en heel dynamisch. Het landschap, waartussen ineens de herkenbare torens van de Mozes en Aaronkerk opduiken. Helemaal uit zijn habitat, bakermat van de stad, maar in het schilderij een heel nieuwe dimensie gevend. Staat links de boom, eenzaam als tegenhanger van de Griekse beeldengalerij.

Kasteel Ruurlo herbergt een belangrijke collectie van Carel Willink

Collectie Willink in Kasteel Ruurlo

Wat een prachtige collectie is er verzameld in Kasteel Ruurlo. Een indrukwekkend gebouw, waarvan het trappenhuis bekend is van de televisieserie De Zevensprong. De vele bouwperiodes hebben het tot een mooi kasteel gemaakt. Zeker ook met de vernieuwing van de lange glazen brug die leidt naar de ingang. Net als de prachtige entree, waarin ook een nieuwe trap is gemaakt.

De inrichting van het gebouw met de donkere wanden in grijs en groen, waartegen de schilderijen van Willink mooi aftekenen. Gelukkig ook geen overdaad aan schilderijen. Hiermee krijg je goed de kans om de aandacht aan het schilderij te geven die het verdient.

Jurken van Fong-Leng

Erg mooi zijn de tentoongestelde jurken. In 1 zaal, staan er 4 opgesteld. Wat een fraaie jurken van Fong-Leng, gedragen door Mathilde Willink! Het meest getroffen ben ik door de drakenmantel. Wat een prachtig werk is dit. Een heus kunstwerk, de doorgetrokken schubben over de mouwen. En de vuurspuwende bekken van de draken. Samen met de intens paarse kleur, steekt deze jurk boven alles uit.

Detail paradijsvogeljurk Fong-LengDat geldt wat mij betreft ook voor de paradijsvogels, die in de gelijknamige jurk overal opduiken. De kleurrijke vogels, springen er echt uit. Wat een gaaf kledingstuk. Je zou wensen dat je ook mensen in deze kleding zou zien. Ik vind het heel mooi.

De jurk in de ruimte ernaast, stelt een beetje teleur. Ook omdat het zo’n kleurrijke jurk is op het schilderij van Willink. De zilverkleurige luipaardmantel op het schilderij is veel kleurrijker dan de jurk die in de zaal hangt. Het blijkt om een 2e exemplaar te gaan van Fong-Leng, een reproductie uit 1997 van het origineel. Minder indrukwekkend, maar het origineel hangt in het Amsterdams Museum. Zo zie je dat de jurken van Fong-Leng niet zijn na te maken, zelfs niet door haarzelf.

Kunstenaar Carel Willink

De collectie in Ruurlo geeft een prachtig beeld van Carel Willink. Je doorloopt zijn hele bestaan als kunstenaar. Van het abstracte werk uit zijn jonge jaren, beïnvloed door abstracte schilders. Later, in de loop van de jaren 1930 gaat hij over tot realistische schilderijen. Er staan mooie voorbeelden hiervan in het museum. Een berglandschap waarin vooraan 2 mannen met elkaar op de vuist gaan. Of een Alpenachtig schilderij dat alle schakeringen herbergt van wit naar grijs – en alles wat er tussen ligt.

Allemaal werken waar je eigenlijk langer naar zou willen kijken. Zou dus niet misstaan om er nog een keer heen te gaan. Dan rijden we meteen langs Gorssel, waar een nog veel grotere collectie van andere realisten te zien is. Uit dezelfde collectie van Hans Melchers. Daar kun je nog 10 andere werken van Willink zien, waaronder het beroemde schilderij De Zeppelin uit 1933. In het kasteel Ruurlo zie je de tegenhanger van dit schilderij in Straat met standbeeld. Eigenlijk nog indrukwekkender omdat het een bijna lege straat is op klaarlichte dag.

In de verte zie je 2 wandelaars en het standbeeld. Deze compositie met het felle zonlicht op straat, tegen de dreigende wolkenlucht, geeft het schilderij een unheimisch gevoel. Je kunt het niet duiden. Later is dit door liefhebbers getypeerd als het voorvoelen van de Tweede Wereldoorlog, wat Willink terecht wegwuifde. Het is namelijk veel meer. Het typeert de kunst van Willink en die mag je niet zomaar aan een tijdgeest wijten.

Willinks laatste schilderij met uiteraard luchten en klassieke beelden

06 januari 2018

De slinger van Foucault

Het interview van Cees Nooteboom met de Italiaanse schrijver Umberto Eco maakte me al erg nieuwsgierig naar De slinger van Foucault. Nooteboom spreekt Eco kort voor het verschijnen van dit bijzondere boek. De slinger van Foucault is een intrigerende ideeënroman, boordevol met interessante bevindingen en geheimen.

De roman behandelt het onderwerp van de Tempeliers en zal uiteindelijk terechtkomen bij de huidige vrijmetselarij. Waar komen de Tempeliers vandaan, wat hebben ze te maken met de Ridders van de kruistochten en stammen ze inderdaad van de Joodse hogepriester-families af? En hebben zij inderdaad de kathedralen van Chartres en Amiens gebouwd?

Vragen zonder antwoord

Allemaal vragen waarvan het antwoord een raadsel is. Zo blijven veel dingen tot op de dag van vandaag onduidelijk. Schrijvers als Dan Brown spinnen daar garen bij. Ze hebben de raadsels verpakt in nieuwe raadsels. De antwoorden die deze schrijvers geven, zijn meer gericht op effectbejag dan op een de waarheid.

De slinger van Foucault gaat veel verder in mijn beleving. Dat is een roman die de raadsels laat staan, maar wel aanstipt en mogelijke oplossingen aandraagt. Het geeft de Tempeliers een grotere waarde en vervult je als lezer van het geheim dat hier genoemd wordt. De antwoorden liggen in de taal, in documenten en in de verhalen die aan bod komen in deze grootse roman.

10 sefirot

De indeling van het boek verdient respect. De roman is gebaseerd op de 10 sefirot. Deze levensboom met wijsheden van de hermetische kabbalisten bevat 22 paden van wijsheid, die tussen de 10 attributen liggen. Elk attribuut staat symbool voor iets waarmee God de wereld heeft geschapen.

De hoofdpersoon Casaubon vindt de 10 sefirots bij de computer van zijn overleden vriend Jacubo Belbo. De sefirots geven hem uiteindelijk toegang tot de computer:

Plotseling trof me de centrale nimbus, goddelijke zetel. De Hebreeuwse letters waren erg duidelijk, ze waren zelfs vanuit de stoel zichtbaar. Maar Belbo kon met Abulafia geen Hebreeuwse letters schrijven. Ik keek aandacht: ik kende de letters, ja, van rechts naar links, jod, he, vav, he. JHVH de naam van God. (37)

Gedurende het verhaal worden verschillende gedachten van Belbo met de lezer gedeeld. Ze worden gepresenteerd als lange citaten die de verteller gevonden heeft op de computer van zijn vriend.

Daarmee is het werkelijk een prachtig boek om te lezen, alleen is het bijna niet na te vertellen. Want waar gaat het boek over? Als ik het lees, voel ik bijna dezelfde verbondenheid met de kosmos en het Plan erachter. Als ik het terzijde leg, verdwijnen de gouden ingevingen.

Mogelijk is dat ook wel het boek: een eindeloze stroom van gedachten die prachtig in elkaar haken en een logische redenering vormen. In die zin een postmodernistisch werk, ten top. De betekenis leg je er als lezer zelf in op het moment dat je het leest. Het boek helpt heel mooi om het aan te grijpen als basis voor je eigen gedachten en ingevingen.

Iets dat een schrijver als Dan Brown juist niet lukt. Hij behandelt hetzelfde onderwerp, alleen dan in een detectivevorm. Umberto Eco laat het idee meer het idee en kent er geen waarheid aan toe. Zelfs niet binnen het werk zelf. De betekenisgeving doe je als lezer en die blijft ook bij je als lezer. Daarmee is De slinger van Foucault een waanzinnig geheimzinnig boek waar je helemaal in kunt verdwalen.

Umberto Eco: De slinger van Foucault. Oorspronkelijke titel: Il pendolo di Foucault (1988). Nederlandse vertaling Yond Boeke en Patty Krone. 11e druk. Amsterdam: Ooievaar Pockethouse, 1996. ISBN: 978 90 4461 8679. Prijs: € 8,99. 664 pagina’s.Bestel

08 december 2017

Lucas van Leyden in het Rijksmuseum

Vlak voor sluitingstijd kom ik in het Rijksmuseum terecht. Een heerlijk moment om lekker door het museum te lopen. Het is niet zo heel druk. Zo krijg ik alle kans om de Nachtwacht te bekijken en verderop zie ik een betoverend drieluik dat ik heel goed ken.

Het is Het laatste oordeel van Lucas van Leyden. Een meesterwerk uit de Renaissance. Wat een prachtig schilderij is het van de hand van Lucas van Leyden. Het schilderij ken ik van de Lakenhal in Leiden, daar vormt het het topstuk van de collectie.

Het heeft daar een prachtig plekje, maar door de verbouwing van de Lakenhal is dit schilderij te gast in het Amsterdamse Rijksmuseum. De Leidse schilder Lucas van Leyden schilderde het rond 1526 voor de Pieterskerk in zijn woonplaats.

En als ik er zo kijk, ben ik weer helemaal bevangen door dit imposante meesterwerk. Wat is het een betoverend en helder schilderij. Ik raak bevangen door de enorme ruimtelijke werking. Zeker ook omdat het zo onverwacht is dat ik dit schilderij zie.

Ik denk terug aan die momenten dat ik in Leiden woonde en op een zondagmiddag of gewoon een doordeweekse dag langs het museum loop. Ik stap naar binnen en kijk alleen maar even bij Lucas van Leyden. Gewoon omdat het kan. Een halfuurtje kijken naar dit meesterwerk en dan weer gaan.

Kunst zoals kunst hoort te zijn. Je stapt zoveel gelukkiger weer buiten. En dat voel ik hier ook in het Rijksmuseum. Het drukke verkeer en de schemering, zo vroeg in deze tijd van het jaar.

Het geeft je even die schittering waar kunst bedoeld is. Het haalt je even uit de alledaagse beslommeringen en laat zien hoe mooi het leven is.

Lucas van Leyden is tot 1 september 2018 in het Rijksmuseum te zien. Daarna keert het terug op zijn vaste plek in het vernieuwde museum De Lakenhal in Leiden.

28 november 2017

Gedachten versus gevoelens

Denken en voelen. Deze 2 elementen staan centraal in de roman Narziss en Goldmund van Hermann Hesse. Het mooiste komt dit naar voren als Narziss en Goldmund bij elkaar zijn aan het einde van de roman. Goldmund vraag aan Narziss hoe het met Rebekka is.

Het gesprek komt op de Jodenvervolging en of iemand als Narziss dit tegen zou houden. Goldmund denkt aan de vervolgingen van Joden en de gruwelen van de pest. Dan corrigeert Narziss hem, zeker hij heeft gelijk…

Maar op één punt maak je een grote vergissing: je denkt dat wat je zoëven onder woorden bracht gedachten zijn. Maar dat zijn het niet, het zijn gevoelens! Het zijn de gevoelens van iemand, die wordt beziggehouden door de gruwelijke kanten van het bestaan. (234)

Daar staat tegenover dat deze gedachten snel verdwenen zijn als je op je paardje door de wereld rijdt. De vlucht uit deze naargeestige wereld. De pest en Jodenvervolging zorgen er bij Goldmund niet voor om niet zijn eigen gang te gaan. Hij steekt zijn hoofd in het zand!

Al zijn er meer manier om uit de gruwelen te treden. De kunst vervult zo’n rol bijvoorbeeld. Het heeft van Goldmund een kunstenaar gemaakt, terwijl Narziss in zijn geestelijke wereld weinig aandacht heeft gehad voor de aardse dingen. Goldmund loopt ervan over.

Herman Hesse weet in zijn roman op een mooie manier deze 2 werelden bij elkaar te brengen. Het maakt Narziss en Goldmund tot een verhaal dat wonderlijk mooi in balans is door dit fraaie contrast.

Hermann Hesse: Narziss en Goldmund. Oorspronkelijke titel: Narziss en Goldmund. Vertaald door Pé Hawinkels. 23e druk. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1992 [1970]. ISBN: 90 295 1989 4. 274 pagina’s. Prijs: € 29,99.Bestel

27 november 2017

Kastanjeboom

Het begin van de roman Narziss en Goldmund spreekt zo mooi tot de verbeelding. Het opent met de kastanjeboom bij de poort van het klooster in Mariabronn.

De opening van de roman is magistraal, zinnen om van te genieten en die je uitdagen om het verhaal te gaan lezen. Sterker nog: ze verleiden je en trekken je het verhaal in. Het is een verschrikkelijk mooie (en vooral lange) zin zoals je die maar weinig tegenkomt. Een eerste zin om nooit te vergeten:

Voor de poort van het klooster Mariabronn, met haar op tweelingzuiltjes rustende ronde boog, vlak bij de weg, stond een kastanjeboom. een vereenzaamde zoon van het Zuiden, onheuglijk lang geleden meegebracht van een pelgrimstocht naar Rome, een kastanje van een edel soort, noest van stam; hartelijk breidde zijn kruin haar rondingen uit boven de weg, ademde met ruime longen in de wind, liet in het voorjaar, als alles groen was, als zelfs de notebomen in de kloostertuin reeds getooid waren met prille, rossige blaadjes, nog geruime tijd op haar bladeren wachten, deed vervolgens, ongeveer in de periode dat de nachten het korst zijn, vanuit de balderbundels de matte, witgroene stralen opbloeien van haar zonderlinge bloesem, die zulk een suggestieve, zulk een tegelijk drukkende en pikante geur verspreidden, en liet in oktober, nog nadat fruit- en wijnoogst achter de rug waren, in de herfstwind uit haar geleidelijk geel wordende bladerkroon de stekelige vruchten vallen, die niet ieder jaar rijp werden, waar de jongens uit het klooster elkaar om in de haren zaten, en die door de uit Frans-Zwitserland afkomstige subprior Gregor op zijn kamer in het haardvuur gepoft werden. (5)

Een heel lange zin, maar heel erg mooi. De verteller heeft het hier over een tamme kastanje, waarvan je de kastanjes kunt opeten. De ‘onedele’ paardenkastanje krijgt namelijk veel eerder bladeren en prachtige bloemen. De bloemen in de vorm van heuse kaarsen, rustend op een bladerbed van toorsen. Sorry, ik merk dat de beeldende schrijfstijl van Hesse mij aansteekt.

In het fragment verwoordt de verteller wel de hele thematiek van de roman. Het plaatst natuur tegenover cultuur, zinnelijkheid tegenover het geestelijke, maar ook het aardse tegenover het hemelse.

Zo trekt de verteller je het verhaal in om nooit meer te vergeten. De boom komt overigens nog een keer terug als Goldmund terugkeert in het klooster Mariabronn:

Met een teder gebaar raakte Goldmund de stam aan, en bukte zich naar een van de stukgesprongen, stekelige schillen, die, bruin en uitgedroogd, op de grond lagen. (239)

Een mooi spel van de verteller met het onderwerp van de roman, waarbij de kastanje symbool staat voor het verleden van Goldmund. De kastanje die verderop nog terugkomt om te verwijzen naar de loop van de tijd. Het haalt op een aantrekkelijke manier de lezer weer bij de les.

Hermann Hesse: Narziss en Goldmund. Oorspronkelijke titel: Narziss en Goldmund. Vertaald door Pé Hawinkels. 23e druk. Amsterdam: De Arbeiderspers, 1992 [1970]. ISBN: 90 295 1989 4. 274 pagina’s. Prijs: € 29,99. Bestel

21 november 2017

Ronde Maaskamer - Dagje Dordrecht (5)

De ronde Maaskamer in het Patriciërshuis aan de Wolwevershaven van Dordrecht is wel het meest overweldigend. Onbetwist is dit de pronkkamer van het huis en een uiterst verstandige beslissing geweest van een latere bewoner om het prachtige uitzicht vanaf deze mooie plek in Dordrecht optimaal te benutten.

Doris gaat heerlijk op de vloer zitten en kijkt zo aandachtig naar het wisselende uitzicht. Al die langsvarende binnenvaartschepen en in de hemel de voortdurende veranderingen van de wolkenhemel, geven deze plek een continue stroom van beweging en beleving.

Het hartelijke ontvangst en de buitengewoon sfeervolle inrichting van het huis doen de rest. Je voelt je welkom en het huis voelt ontzettend goed aan. Ergens ben je geneigd om te wensen dat je er langer mag blijven en misschien lekker in bed kan kruipen om er te overnachten.

Zo verlaten we Dordrecht weer. Zeker, we hadden nog een paar andere musea willen bezoeken, waaronder het Dordrechts Museum of het Hof van Nederland waar de kiem ligt van het hedendaagse Nederland. Allemaal dingen waar we langsgelopen zijn.

Gelukkig hebben we wel aandacht voor de kiem van de familie De Wit. Hier in Dordrecht bestierden de De Witten jarenlang de stad. De 2 zonen van Jacob, Johannes en Cornelis hebben het land vanuit Den Haag geregeerd, tot ze in 1672 noodlottig ten einde kwamen door het gepeupel. Een standbeeld midden in de binnenstad doet aan deze 2 broers herinneren.

Daarmee is Dordrecht meer dan interessant voor een dagje weg. Eigenlijk kun je er zo meerdere daagjes doorbrengen. Buiten het feit dat bijvoorbeeld in de Grote of Onze Lievevrouwekerk een buitengewoon puik orgel staat en een toporganist speelt. Een weekendje Dordrecht zal daarmee zeker geen straf zijn.

20 november 2017

Schilderijen van Kuipers - Dagje Dordrecht (4)

Het andere dat in het Patriciërshuis aan de Wolwevershaven buitengewoon de aandacht trekt, zijn de schilderijen van de Dordtse schilder Cornelis Kuipers, kunst gemaakt aan het eind van de 18e eeuw. De schilderijenverzameling is per ongeluk ontstaan omdat in het huis 2 haardstukken van zijn hand zijn.

De laatste familie die dit huis bewoonde, besloot hierop meer werk van hem te verzamelen. Ze hebben een aantal indrukwekkende schilderijen bij elkaar gekregen, waarvan de 2 bloemstillevens in de voorkamer rechts wel het mooiste zijn.

De fijnschilderkunst beheerst Kuipers tot in de kleinste details. De verzameling kleine dieren, spinnen, wespen en zelfs de doodshoofdvlinder, zijn uiterst precies uitgevoerd. Erg indrukwekkende schilderijen die in de kamer voor hangen. Ook in dit veel kleinere huis, is er een mooie gang die het huis in midden deelt. Achterin buigt hij af naar de 18e eeuwse stijlkamer, de Maaskamer.

Dit huis kenmerkt zich vooral door de prachtige, heldere kleuren. Het geeft de bezoeker een heel prettig gevoel. Ook in combinatie met het heldere licht die de rivier in het huis lijkt te geven.

Op de eerste etage is ruimte voor een tentoonstelling. Bij ons bezoek is dat een uitgebreide expositie over tabak. De hartelijke conservator die de voorwerpen nog aan het rangschikken is, de mensen die de voorwerpen in bruikleen hebben gegeven, hadden nog verbeterpunten, vertelt over de snuifdoosjesverzameling van Napoleon.

De Franse dictator zou er bekend om hebben gestaan dat als iemand hem een snuifje aanbood, het doosje adequaat in zijn zak te steken. En daar durft natuurlijk niemand iets van te zeggen. Ook zie ik nog een paar indrukwekkende tabakspotten. Ik herinner mij dat ik ook ooit eentje heb gehad.

Verder veel pijpen, waaronder een aantal Goudse en andere soorten pijpen die in de 18e en 19e eeuw populair waren. Een interessante expositie, waarbij het mij vooral verwondert hoe snel het tabak uit ons dagelijkse leven verdwijnt.

Lees morgen het laatste deel van Dagje Dordrecht: Ronde Maaskamer

24 juni 2017

Hoog Catharijne - Op zoek naar Maria (8, Slot)

Misschien is de grootste anticlimax van een bezoek aan het Utrechtse Catharijneconvent wel in het andere gebouwencomplex dat naar de heilige martelares Catharina van Alexandrië is vernoemd: Hoog Catharijne.

Wij lopen terug door de overdekte winkelstraat die we binnengaan waar het kantoor van mijn vader vroeger zat. We lopen de lange glazen overkapping door. Op de vloer liggen dadels, platgetrapt door de voorbijgangers.

Een duif scheert rakelings langs ons. De vaste bewoners van dit winkelparadijs scharrelen hun maaltje bij elkaar. De vogel landt bij de visboer en pikt met zijn snavel zijn lunch op.

De bibliotheek hier is een mooi initiatief. Je kunt hier je boeken achterlaten en gratis nieuwe meenemen, voorzien van een sticker. Ik kan mij nauwelijks bedwingen. Deze boeken wil ik meenemen, zo mooi zijn ze.

Dan nemen we een ijsje bij de grote frietbar voor we de stationshal binnenlopen. Een kinderijsje voor 95 cent met spikkels. De jongen die ze gemaakt heeft, heeft om het hoorntje een papiertje gedaan om het smeltende ijs op te vangen. Maar bij ons verdwijnen ze eerder naar binnen.

Van de mystiek en het religieuze gevoel dat je zou verwachten bij de naam Catharina, zie je hier niet veel terug. Best jammer dat dit in onze tijd zo weinig ruimte heeft. Mystiek in het leven brengt ook heel veel mooie dingen. Dat heb ik wel geleerd bij deze boeiende tentoonstelling over Maria.

Op zoek naar Maria

Dit is de 8e en laatste blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht.

20 juni 2017

Kitscherig - Op zoek naar Maria (7)

De kitscherige Maria in de tuin. Ze draagt een zwaailicht op haar hoofd en houdt een bloemenperkje in haar hand vast. Het licht knippert, is een oud zeebaken in de Waal geweest. Het zal de schippers hebben misleid…

De film die wat verderop te zien is, komt wat minder goed aan. Het is het Renaissancebeeld van Maria en een andere vrouw (Elisabeth?). De film duurt eigenlijk 45 seconden, maar is vertraagd afgespeeld en duurt dan 10 minuten.

De beelden zijn treffend vanwege de opwaaiende jurken en de bewegingen van de vrouwen waarmee ze iets krijgen van de schilderijen uit de Renaissance. Niet dat het mij zo raakt als bijvoorbeeld de maagd van Elisabet Stienstra, maar het imponeert genoeg.

Net als de laatste zaal. Een Maria met een grote ketting eraan, een rozenkrans, het refereert naar de vele Mariabeeldjes die aan vrouwenkettingen hangen. Het is een installatie van Maria Roosen.

In dezelfde zaal hangen als afsluiting allerlei varianten van Maria uit andere culturen. Bijna elke cultuur blijkt een oermoeder, een Maria, in zich te bergen. Het levert mooie beelden op, heuse iconen, want dat is Maria vooral: een icoon.

De Afrikaanse, Indiase, Chinese en vele andere. Het plaatst Maria in een breed perspectief. Het helpt ook om op een andere manier naar religie en vooral de verering van Maria te kijken.

Het heeft ook iets bespottelijks. Neem bijvoorbeeld de zaal waarin allemaal biechtstoeltjes in een rij staan. Je mag er niet op knielen! Maria en het kind Jezus zie je in deze lange gang in alle mogelijke varianten voorbij komen. Van kitsch tot überkitsch. Het kan niet op.

De enorme galerij aan foto’s aan de andere kant van de wand demonstreert dat Maria nog altijd onderdeel uitmaakt van onze cultuur. Maria in alle varianten, van moeder tot seksbom. Ik zie ze voorbij komen: de Batman-variant, de Barbie-variant of eentje met Kermit de Kikker bij Maria op schoot. Allemaal verwijzingen naar de icoon die Maria is.

Maria is in ieders hoofd de verpersoonlijking van de oermoeder. Hoe je er ook over denkt. De expositie in het Catharijneconvent laat zien dat je er niet omheen kunt: ze zit bij ons allemaal in ons hoofd. Een heus icoon.

Op zoek naar Maria

Dit is de 7e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees morgen het slotdeel: (8) Hoog Catharijne

17 juni 2017

Virgin of Mercy - Op zoek naar Maria (6)

Het meest getroffen raak ik op deze tentoonstelling in het Museum Catharijneconvent van het beeld ‘Virgin of Mercy’ van de Nederlandse kunstenares Elisabeth Stienstra. Zij heeft een naakte maagd gemaakt, dieprood, met haar geslachtsdelen naar voren gebogen, handen naar achteren.

Een heel treffende houding. Het is nog maar een meisje, een maagd, maar zo overtuigend staat ze hier. Het geeft Maria de maagd een heel andere dimensie.

Volgens de maker kan alleen een vrouw dit maken. Ze heeft het beeld ontleend aan de zogeheten Sheela-na-gigs die in de middeleeuwse kerken van Ierland en Engeland boven de deur hingen om de boze geesten te bezweren.
Heel treffend is dat idee in haar beeld ‘Virgin of Mercy’ verwerkt. Daarmee krijgt dat ook iets bezwerends. Heel gaaf.

Jurk van Mestkevers

Het hoort tot het hoogtepunt van de tentoonstelling. Samen met enkele andere objecten van hedendaagse kunstenaars. Een jurk van mestkevers, de groenige gloed geeft het iets geheimzinnigs. Ook door de schaduwen op de wand die de een zeepaardje lijken weer te geven.

Of het schilderij van de pauw waarin Maria in de veren verwerkt zit. Bijna niet zichtbaar, maar als je het weet, kun je je ogen er niet meer vanaf houden. Want dat is Maria ook. Het grijpt je laat je niet meer los.

Op zoek naar Maria

Dit is de 6e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees dinsdag: (7) Kitscherig

13 juni 2017

Icoon - Op zoek naar Maria (5)

Maria is een icoon. Dat is wel de boodschap bij de expositie in Museum Catharijneconvent. Ze wordt weergegeven op heel veel manieren: liefdevol, zorgzaam, vruchtbaar, als maagd (meisje nog) en ook als rouwende moeder. Het zijn allemaal rollen waarin ze in de kunst wordt gepresenteerd.

Het leven van Maria dat in een andere ruimte wordt gepresenteerd is minstens zo inspiratierijk als het idee van de icoon die Maria is. Het leven komt in de bijbel niet zo sterk naar voren, daarom zijn er later veel verhalen bijgekomen zoals over Anna, de moeder van Maria en de oma van Jezus.

Anna komt in de lijn van het maagschap over de rest heen als een grote moederkip die al haar kuikens onder haar vleugels verbergt. Het schilderij uit de 16e eeuw waarbij de hele lijnen van afkomst in een heuse familieportret staan.

Ik kan de lach niet onderdrukken. Anna zou 3 keer getrouwd zijn geweest en uit elk huwelijk is een andere Maria voortgekomen. Jozef is een oude man. En wat doet de heilige Servatius daar? Een bizar middeleeuws idee.

Het is het schilderij De maagschap van de heilige Anna, van de Meester van Liesborn. Een imponerend schilderij waarbij de kinderen nog sterk op kleine volwassenen lijken. Maar misschien zijn ze dat ook. Jezus krijgt hier iets van zijn oma. Ook staan er Elisabeth met Johannes de Doper en andere heiligen op. Een bijzonder familieschilderij.

Of wat van de prachtige piëta’s die er staan. Ik geniet van het middeleeuwse beeld uit hout. Maria die hier met een doekje het bloed van de overleden Jezus stelpt. Ze oogt verdrietig en je kunt heel dicht bij dit beeld komen. Het brengt je even heel dicht bij de kunstenaar.

Net als het beeld van Zadkine. Jezus en Maria hebben het gezicht zoals Picasso dat aan mensen in zijn schilderijen geeft. Ik ben ervan onder de indruk. Ook omdat het niet zo’n groot beeld is en bijna iconisch betekenis krijgt.

De overleden Jezus heeft veel weg van een vissengraad die de vrouw vasthoudt. Afgebeelde personen verschuiven naar de verbeeldingswereld in je hoofd. Een heel mooi, imponerend effect.

Op zoek naar Maria

Dit is de 5e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees zaterdag: (6) Virgin of Mercy

12 juni 2017

In alle soorten en maten - Op zoek naar Maria (4)

De grote Maria-expositie is dé expositie in het Museum Catharijneconvent. Wij zijn er speciaal voor gekomen, net als veel anderen. De eerste zaal is overweldigend. Het ademt een heel devote en vooral mystieke sfeer.

Er hangt een enorme Marianum van de Meester van Elsloo. De beelden staan met de ruggen tegen elkaar, omhelst door een gigantisch rozenkrans. Het beeld van hout hangt midden in de ruimte. Met de prachtige belichting zorgt dit voor een mystieke ervaring.

De vele kleine beeldjes, allemaal uit verschillende oude culturen van de Grieken en Romeinen verwijzen naar godinnen. Vaak verwijzen ze naar vruchtbaarheid en seksualiteit, zoals een klein Romeins beeldje. De vrouw laat haar geslachtsdelen zien.

Daartussen staan allerlei beeldjes van Maria in verschillende varianten, zoals waar het kind Jezus aan de borst drinkt, een Virgo lactans. De afbeeldingen uit de Middeleeuwen laten soms een volwassen mens zien, in babyformaat. Later verandert het kind meer en meer in een kind.

De eerste zaal raakt je, misschien wel door de verscheidenheid en plaatsing van Maria binnen andere culturen en als een combinatie van verschillende klassieke goden zoals Aphorodite. De oermoeder waarnaar moeder Maria verwijst. Ze combineert het maagdelijke, de vruchtbaarheid en het goddelijke. Een unieke combinatie.

Als je door de tentoonstelling loopt, zie je de enorme verscheidenheid waarmee mensen haar beleven en aanbidden. Schrijvers, dichters, denkers, componisten, schilders en beeldhouwers; ze raken allemaal geïnspireerd door deze moeder van God.

Op zoek naar Maria

Dit is de 4e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees morgen: (5) Icoon Maria

10 juni 2017

Middeleeuws religieuze kunst - Op zoek naar Maria (3)

Aan het einde van de gang begint het museum. De middeleeuwse religieuze kunst is misschien wel het mooiste. Het spreekt mij erg aan. Al verwonder ik mij ook over de kunst gemaakt aan het begin van de renaissance. De altaarstukken. Of de schatkamer – pas op voor uw hoofd – waarin ik soms verwonderd ben over alles dat hier verguld is.

In een monstrans staan aan de randen heiligen Willibrordus met de Domtoren, Plechelmus met de toren van zijn kerk in Oldenzaal op de hand en Ludgerus met een gans met een gans. Of de prachtige gewaden aan het einde van de zaal. Sommige komen uit de Middeleeuwen.

Hetzelfde zie je terug bij de relieken die heel soms opduiken. Zoals in de schrijn verstopt zit, enkele doeken of botjes. Niet altijd meer te reproduceren van wie.

Het kostte vaak moeite om iets te bemachtigen voor een stad, maar het leverde zoveel meer op. Als de relieken er dan waren, moest er ook een mooi kerkgebouw, vaak weer betaald met de opbrengst die de relieken met zich meebrachten. Een kip-ei-verhaal waarbij geld het regelmatig won van geloof.

Op zoek naar Maria

Dit is de 3e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees maandag: (4) In alle soorten en maten

06 juni 2017

Catharijneconvent - Op zoek naar Maria (2)

We nemen de route via het Domplein naar het museum Catharijneconvent. In het oude klooster gewijd aan de martelares Catharina van Alexandrië, zit het museum voor religieuze kunst, met de nadruk op het Christendom. De kloostergangen zijn prachtig. Net als de naastgelegen Catharinakathedraal.

We komen er binnen. De entree nodigt niet zo erg uit. Ook omdat de kassa’s zo raar open in de ruimte staan. De garderobe weggemoffeld. Toiletten weer aan de andere kant en daar omheen is ook nog een museumwinkel.

Kinderen betalen hetzelfde bedrag als ouders. Ik ben dat niet meer echt gewend bij een museumbezoek. Het lijkt namelijk heel vaak zo dat de Museumkaart voor Doris een beetje overbodig is. Daar hebben we hier geen last van. De 3 euro extra entree moet ook voor haar worden betaald.

We dalen af naar de kelder om de doorsteek te maken naar het kloostergebouw waar we zojuist door de tuin liepen. In deze grote zaal krijg je een mooi overzicht te zien van de werken die in dit bijzondere museum te zien zijn.

Soms tref je al een religieus hoogtepunt aan, een altaarstuk of de middeleeuwse verluchtigde getijdenboeken. Prachtige werken, kleine kunstwerkjes op zich. Ik voel mij helemaal in de Middeleeuwen, proef de studie die Umberto Eco deed voor zijn prachtige kloosterroman In de naam van de roos.

Werken gemaakt in gevecht met het weinige daglicht, zeker in de wintermaanden die het bijna onmogelijk maakten om zo mooi te werk te gaan. De verschillende monniken die hieraan werkten.

Er hangt een groot gewaad dat Bonivatius zou hebben gedragen. Een deel van de stof van meer dan 900 jaar oud is al vergaan, een onderliggende stof moet het materiaal beschermen. Dat de missionaris al enkele eeuwen overleden was voor de stof er was, lijkt minder belangrijk.

Op zoek naar Maria

Dit is de 2e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees: (3) Middeleeuws religieuze kunst

05 juni 2017

Mariaplaats - Op zoek naar Maria (1)

We lopen van het station Utrecht Centraal naar het Catrijneconvent. Onderweg stoppen we bij de Mariaplaats, de halve kloosteromgang bij de voormalige Mariakerk. Het is nog altijd jammer dat deze kerk gesloopt is.

De kerk staat er al 200 jaar niet meer en toch mis je iets. Alsof hier een fundament uit de stad geslagen is op deze plek ten Westen van de Dom, onderaan het Middeleeuwse kruis van kerken.

Nu is de Mariaplaats het plekje voor zwervers en toeristen. Toeristen lopen in grote wolken van mensen door het rustieke plekje. De vele kruiden en bloemen die hier groeien, geven de mystiek een extra dimensie.

Een zwerver rolt een joint. Naast hem op het bankje staat een blikje bier. Wij gaan een niveau lager zitten, naar het Mariabankje waar bij de kloostermoppen rozen groeien. Ze vormen een heel eigen rozenkrans.

Wij nestelen ons op een bankje, halen de meegenomen broodjes met chocoladepasta en jam uit de tas. Heerlijk peuzelen we de broodjes op en drinken het water uit het meegenomen flesje.

Uit het conservatorium klinken pianoklanken. Een aspirant pianist oefent zijn vingers op een ingewikkeld stuk van Liszt. Ik kan echt genieten van zo’n moment. Niet gestoord door een openbare eetgelegenheid, maar gewoon op een plek waar je kunt genieten en een moment voor jezelf hebt.

Een groepsleider vertelt hier over de Mariakerk en het gat dat hier in de stad is achtergebleven. Ze geeft Napoleon de schuld, hij brak de kerk af om geld te werven voor zijn veldtochten naar onder andere Rusland.

Natuurlijk is het niet helemaal waar. De kerk werd toen niet helemaal afgebroken, het laatste gedeelte zou bijna een halfjaar later volgen om plaats te maken voor het huidige kanariegele gebouw waarin sinds jaar en dag het conservatorium gevestigd is.

Als je de Mariaplaats uitloopt, kijk je recht in het straatje naar de Domtoren. Het geeft iets mee van de gedachte aan het Middeleeuwse kerkenkruis. Al betwijfelen sommige onderzoekers of dit kruis ooit zo bedacht is en niet meer toeval is geweest.

Op zoek naar Maria

Dit is de 1e blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Lees: (2) Catharijneconvent

08 april 2017

Hyperrealisme

Het museum aan de andere kant van het Rotterdamse Museumpark, wat een heerlijke tegenhanger is van het Museumplein in de hoofdstad, is de Kunsthal. Het staat naast het Natuurhistorisch museum in Rotterdam wat op haar beurt de beroemde ‘Dominomus’ in zijn collectie bevat.

Wij stappen de Kunsthal binnen, vooral op zoek naar de tentoonstelling over het Hyperrealisme. Het vormt een mooi contrast tegenover de tijdelijk tentoonstelling in het Museum Boijmans Van Beuningen met surrealistische schilderijen.

Het Hyperrealisme is een Amerikaanse stroming. Dit zijn schilderijen die heel waarheidsgetrouw lijken. Het lijken wel foto’s, soms bezitten de schilderijen dezelfde gladde laag als het glanslaagje op een kleurenfoto.

De compositie oogt als een alledaags tafereel van de straat. Het zijn namelijk bijna allemaal beelden van de stad en de straat. Een heus pretpark, een huis dat in de sneeuw staat of een druk kruispunt met auto’s wachtende bij het stoplicht en haastige wandelaars op weg naar het werk.

Zeker, er zijn uitzonderingen. Het levensgrote schilderij van een man in achter zijn bureau. Of een reusachtig gebakken ei. Een enorme hamburger op tafel, naast een zoutpotje en fles ketchup. Deze schilderijen zijn weer zo uitvergroot, dat het wel weer onrealistisch wordt. De hamburger en de erop liggende dressing verandert in een abstract schilderij.

De grap vindt plaats als je een foto maakt van deze schilderijen. Dan lijkt het schilderij opeens in een foto te transformeren. Een aparte gewaarwording. Van de beelden als je het schilderij van heel dichtbij bekijkt en ziet dat het geschilderd is en niet een foto is. Op de foto verdwijnen deze details weer.

Misschien is dat wel hyperrealisme. Zo realistisch dat het weer ongewoon wordt en verandert in een saaie foto. Alleen het origineel kan je nog overtuigen dat het echt een schilderij is.