Posts tonen met het label verhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verhaal. Alle posts tonen

21 oktober 2025

Bist du bei mir - IM Jan de Wit (1949-2025)


Ik wil het niet psychologiseren, maar mijn liefde voor het orgel is de liefde voor mijn vader. Ik wil je graag vertellen over een moment - 38 jaar geleden - waarbij het orgel op ons allebei blijvend indruk maakte. 

Het gaat om een concert op het Alkmaarse Van Hagerbeer Schnitger-orgel in 1987. Mijn vader wilde dat weekend nog meer horen van dit instrument. Een paar dagen eerder was hij naar de ingebruikname van dit gerestaureerde orgel geweest. De bijdrage van de organist Klaas Bolt met zijn improvisatie op psalm 87 maakte grote indruk op hem. 

de luiken gaan open
de registers staan klaar
het orgel speelt

Die zaterdag nam mijn vader mij en mijn broer Gert mee. We kwamen wel vaker in grote kerken. Maar de Grote of Sint Laurenskerk in Alkmaar maakte een overweldigende indruk toen ik er binnenstapte. De hoogte van het gewelf en dan... Het orgel. Wat een instrument.

Een lange draad hing uit het orgel. Het slingerde zo naar beneden tussen hemel en aarde en was verbonden met een geluidsinstallatie. Van achter de speeltafel vertelde de Haarlemse organist Klaas Bolt over de vele klanken van het orgel en liet het al improviserend horen. Fluiten, prestanten, trompetten - en niet te vergeten de vox humana's.

sprankelend beekje
vogelfluit en trompetschal
luister het orgel

De vox humana imiteert de zingende, menselijke stem. In 1725 maakte Schnitger er 2 voor dit orgel. 1 op het bovenwerk en 1 op het rugwerk. De stemmen vormen elkaars tegenhanger - alsof twee mensen een duet zingen. Klaas Bolt liet dat horen met een muziekstukje van Bach.

Het heet Bist du bei mir. Het klinkt niet voor niets melancholisch. De tekst is nogal wat. Ik zal het voorlezen en dan proberen te vertalen:

Bist du bei mir, geh ich mit Freuden
zum Sterben und zu meiner Ruh.
Ach, wie vergnügt wär so mein Ende,
es drückten deine schönen Hände
mir die getreuen Augen zu!

Ben jij met mij, zodat ik blijmoedig
kan sterven en mijn rust vinden.
Ach, hoe vredig zou mijn einde zijn
als jouw liefdevolle handen
mijn trouwe ogen zouden sluiten!

De uitvoering van Klaas Bolt op het Van Hagerbeer Schnitgerorgel stimuleerde mijn vader enorm in zijn orgelspel. Hij ging meer orgelliteratuur spelen en zette Bist du bei mir vaak op het programma in de kerkdienst. De mensen in de kerk neurieden massaal de melodie mee als hij het speelde.

Hij ontplooide zich als een echte kerkorganist. Orgelspelen bij kerkdiensten was voor hem alles. Hij gaf er alles voor op, als hij maar kon blijven spelen. Die speeltafel trok hem, altijd weer. Het was vorig jaar ook een harde klap voor hem, toen hij geen kerkdiensten meer mocht dienen met zijn spel.

de speeltafel lonkt
voor het spelen van een spel
de muziek begint

Het bezoek aan het Alkmaarse orgel zette mij ook op het spoor van de orgelmuziek. Ik was begonnen met blokfluit en nam later mijn vaders liefde voor het orgel over. Uiteindelijk is het orgel het samenspel van al die blokfluiten die je als organist tot klinken brengt. Die grote liefde voor de muziek, het orgel en het kerklied, draag ik bij mij. Daarvoor ben ik mijn vader dankbaar.

Het concert van de ingebruikname werd later uitgezonden op de radio. Mijn vader nam het op op een cassettebandje en draaide het veel. Dan neuriede hij de melodie van Bist du bei mir altijd mee. 

na het doodsuur
als je adem verzwijgt
ben jij bij mij



Toelichting

In dierbare herinnering mijn vader Jan de Wit (3 mei 1949 - 13 oktober 2025). 
Dit is (licht aangepaste) tekst - zonder de tranen - van mijn voordracht bij de afscheidsdienst op 20 oktober in de Oud-Katholieke kerk van Arnhem. De haiku in de lopende tekst zijn toegevoegd.

04 augustus 2024

Wekservice - #zkv


Ze vertelt me dat mijn nieuwsbrief haar elke zondagochtend wekt. Hij stroomt precies om 7 uur de mailbox binnen. Dat geeft een pingeltje op de telefoon die op haar nachtkastje ligt. Het is echt heerlijk wakker worden, zegt ze. Ik kan het mij niet voorstellen. Mijn telefoon is stil. Al heb ik heel lang WhatsApp-berichtjes laten pingen bij binnenkomst. Nu zwijgt mijn telefoon in alle talen.

Voorlezen

Een man die mijn verhaaltjes leest, leest ze 's zondagsmorgens bij het ontbijt voor aan zijn vrouw. Heel schattig. Ook dat kan ik mij niet zo goed voorstellen. Mijn ouders lezen elkaar de krant voor bij het ontbijt. Ik word er vooral heel onrustig van.

Sta je nou elke zondag zo vroeg op? vraagt de vrouw aan mij. Ik knik. Schrijf je het dan ook? Ik schrijf het zaterdags en dan zet ik het e-mailprogramma klaar voor zondagmorgen 7 uur. Elke zondag om 1 minuut voor 7 stuurt het programma mijn berichtje naar de 67 abonnees.

Baas in eigen e-mail

Het zijn er iets meer geweest. Blijkbaar vonden die de nieuwsbrief niet leuk meer. Ik weet de reden niet. Ieder mag lezen of niet lezen wat hij wil. Baas in eigen e-mail. Als je het zat bent, dan stop je.

een lampje knippert
bericht van mijn telefoon
kan niet antwoorden


Abonneren? Meld je aan voor mijn zondagse nieuwsbrief

23 december 2023

X - een kerstverhaal

Op de lange weg tussen driedubbele rijen hoge bomen rijdt de witte elektrische auto van Elon. Hij heeft hem op naam van Mister X gehuurd en zweeft nu boven het elektrische gezoem van de motor. Alle grote abelen wuiven hem toe. Eigenlijk kan er niks misgaan. Elon kijkt ver over de polder.

De weg is de Vogelweg, vertelt het immense scherm tussen hem en de voorruit van zijn auto. Speels leunt Elon over zijn stuur op zoek naar de vogels. Hij rijdt te hard om de kiekendief te zien bidden boven het landschap.

Het stuur hoeft amper te bewegen, zo kaarsrecht doorkruist de Vogelweg het polderland. Links en rechts de akkers. Voor je, zo ver je kan zien, weg. Elon weet niet hoe het is als je met zonsondergang terugrijdt in het najaar of het voorjaar. Hoe de zon zich dan precies laat zakken tussen de hoge bomen. Alsof ze onder de dekens kruipt en je een nachtzoen geeft.

Nu schijnt de zon warm. Niet dat Elon het voelt, zijn auto koelt de leren zittingen tot een behaaglijke temperatuur. Het witte shirt dat hij draagt, blijft zo droog en lekker rond de huid zitten. Niet dat warme klamme dat aan een warme zomerdag kleeft. Elon weet wel hoe hij zich moet koelen.


Midden in het landschap verrijst een lichte glooiing. Elon vraagt zich af hoe dit kan. De auto gaat omhoog over de Knardijk om meteen weer af te zakken. De Vogelweg slingert voorzichtig mee. Alsof de tekenaar die de weg ooit op de kaart tekende, even wegdommelde en zijn potlood net iets van de rechte lijn afweek, wakker schrok en de rechte lijn na de dommel weer oppakte.

Daar, in de afdaling, gebeurt het. Onverwacht. Met de witte elektrische auto's is nooit iets mis, weet Elon. Oké, hij kwam een jaar later bij de ontwikkelploeg, maar hij heeft hem bedacht, kent zijn geheimen en voelt precies aan wanneer iets verandert of een ingreep gewenst is. Deze rechte weg met zijn nauwelijks merkbare slingers, kan de auto bijna op zijn automatische piloot rijden. Elon hoeft enkel mee te kijken en heel soms zachtjes een correctie te geven.

Nu flikkert het scherm in alle mogelijke kleuren. Elon heeft nooit geweten dat het zoveel kleuren bevat. Als je stil zou staan en er niks aan de hand is, dan zou je ervan kunnen genieten. Nu schrikt Elon vooral en weet niet zo goed raad met deze situatie. De auto mindert vaart, geeft nog een zachte plof en daar staat Elon vrijwel stil. Hij weet de auto net nog in de berm te manoeuvreren.


Alles schakelt meteen uit. Het scherm flitst en is dan gitzwart. Het zoete geblaas van de airconditioning stopt abrupt. Alle lampjes op het dashboard scheiden ermee uit. Alleen één lichtje brandt. In een zachtblauwe kleur. Het is enigszins ovaal. En Elon heeft geen idee wat de betekenis is van het lampje. 'Ik moet er maandag toch maar eens naar vragen. Dan zie ik het technische ontwikkelteam in mijn wekelijkse agile-meeting', denkt hij.

Hij kijkt om zich heen en voelt hoe de temperatuur in de auto snel toeneemt. Elon heeft eigenlijk verder niks bij zich. Geen jas, geen flesje water of ander gemak. Hij is op weg naar een volgende bestemming, een luchthaven iets verderop, maar heeft geen idee waar hij dat kan vinden. Hij besluit maar eens uit te stappen. Ook omdat deze onverwachte tussenstop op zijn blaas begint te spelen. Hij zal eraan moeten geloven en het bos in moeten voor de sanitaire stop.

Aarzelend stapt hij in de richting van het paadje dat hij een paar stappen verder ziet liggen. Een wegwijzer vertelt waar je heen kunt. Elon loopt erop af, steekt een wildrooster over. Zijn puntige schoenen blijven er bijna in steken. Het pad buigt af. Elon komt terecht in een galerij overdekt door een gewelf van bladeren. De bomen als heuse pilaren die het groene gewelf omhoog houden.

Elon zoekt een geschikte plek en doet zijn plas. Wat een verlichting. Hij staat weer op het bospad en voelt hoe de natuur aan hem trekt. Over het bospad scharrelt een jong egeltje. Het diertje, in oppervlakte niet veel groter dan een mobiele telefoon, duikt ineen als Elon in zijn blikveld verschijnt. Zolang Elon daar staat, blijft hij als een half bolletje op het bospad liggen.

Elon loopt verder. Het diertje dat hij achterlaat komt ook weer in beweging en verdwijnt tussen de struiken de echte bossages in. Tussen de bomen beweegt iets. Misschien is het een hertje of een vosje. Hij gaat er voorzichtig naartoe. De vele safari's uit het Zuid-Afrika van zijn jeugd maken dat hij uiterst geruisloos zijn object weet te benaderen. Iets dat hem veel giraffen en emoes heeft opgeleverd.

Hij schuift voorzichtig de takken opzij. Het lijkt wel of hij iemand hoort zingen. Als hij nog wat verder het bos in loopt, ziet hij wat wits tussen al het groen zweven. Omgeven door allemaal mistflarden nadert het hem heel gestaag. Elon meent een gezicht boven het gewaad uit te zien. Het glimt helemaal. De lange, blonde haren vallen over de schouders. Het gewaad gaat deels op in de mist en zweeft boven een jong eikenboompje in het bos.


Elon kijkt nog eens goed, nieuwsgierig, maar toch ook een beetje bevreesd. 'Wees niet bang', zegt de vrouwenstem. 'Ik doe je geen kwaad.' Boven de kruin van het eikenboompje vormt zich een duidelijke wolk waarop de vrouw staat. Elon wrijft nog eens extra in zijn ogen. 'Waar komt u vandaan?' vraagt hij. 'Ik kom uit de hemel', zegt ze. Elon wil weten wie ze is, maar ze is verdwenen. Het wolkje op het kleine eikenboompje blijft achter. Wat heeft dit allemaal te betekenen? Elon voelt zelfs zijn mobieltje in zijn zak niet trillen. Pas als hij bij zijn auto staat, beseft hij dat hier iets is gebeurd dat niemand gelooft. Hij gelooft het zelf niet. Laat staan dat een ander het zou geloven.

Nu Elon bij zijn auto terug is, knipperen alle lichten van vreugde voor zijn komst. Het lijkt wel een heilige. Het witte gelaat van de auto glimt nog sterker op en alle zonnestralen concentreren zich op het voertuig van Elon. De deur opent en hij mag instappen. De stoel schuift iets naar achteren zodat Elon alle ruimte heeft om plaats te nemen. Zo zit hij weer en hoeft helemaal niks te doen. De auto brengt hem waar hij moet zijn.

*

De onrust blijft door Elon kruipen. Het loopt tegen het eind van het jaar, de feestdagen staan voor de deur. Zijn secretaresse kijkt hem vluchtig aan. 'Zal ik weer een X in je agenda zetten?' Elons hart begint sneller te kloppen bij de gedachte. Daar in dat bos op die plek. 'Ja, zet het er maar in', zegt hij. 'Weer naar Schiphol en terug via Lelystad. Hij knikt.

Zijn privéjet staat klaar en taxiet hem naar de juiste baan op het juiste uur. De witte elektrische auto wacht op hem zoals de trouwe schimmel op de goedheiligman wacht als de boot aanmeert. Elon voelt het leer van de stoelen op de juiste warmte voor zijn billen. Hij rijdt weer de Vogelweg op. Vlak naast het benzinestation waar de weg begint.

Hij rijdt er weer. De hagelwitte auto zoeft over de Vogelweg. De snelweg over, de weg vervolgend. Kaarsrecht tot die flauwe afbuiging bij de Knardijk. De zon straalt en doorschijnt de wolkenranden. Het licht wijst omhoog. De ideale aureool. Elon wenst er eentje voor zichzelf.

Daar gaat hij. Het bospad in. De egel is verdwenen.De blaadjes zijn van de bomen gevallen. Ze knisperen en ritselen onder zijn witte gympies. De zon reikt verder het bos in dan de vorige keer dat hij hier was. Het schijnsel toont vertes die Elon niet kent. Hij probeert haar aanwezigheid op te sporen. Het blijft leeg. Dat maakt zijn verlangen alleen maar groter. Dit keer blijft het stil. Zelfs de vogels in de bomen zwijgen. Het egeltje heeft zich teruggetrokken in het bos. Hier staat Elon. Alleen.

Hij draait om en loopt weer terug naar de auto. Dan waait er een windvlaag over zijn rug. Een koude rilling. Ik had mijn jas ook aan moeten doen, bedenkt hij. Iets streelt over zijn wangen. Daar is ze. 'Ik wil een foto maken', zegt hij. Snel houdt hij zijn mobiel voor zich en klikt. Ze is al verdwenen. Elon rilt en kruipt terug in de auto, laadt de foto op en plaatst het op X.

*

Een stukje noordelijker, bij Lelystad Airport, bouwen boeren een kerststal voor de ingang van de verkeerstoren. 'Zonder boeren, geen kerst', staat op het spandoek voor de stal. De naam op het raam is overklad tot 'Lelystads Kerstkind'. De os, de ezel en de schapen staan bij de drie wijzen. Ze zijn verkleed als koning, premier en commissaris van de koning.

Jozef en Maria zitten vooraan bij de kribbe. Als een boerenechtpaar ten einde raad. Een bos stikstof in de hand. 'Er is voor ons geen plaats in de herberg', jammeren ze met tranen in de ogen. De tractoren scharen een haag om hen heen en beschermen het tafereel voor de politie en de mensenmenigte die onverwacht opduikt.

'Het kerstverhaal is van ons allemaal en niet alleen van de boeren', schreeuwen de tegendemonstranten. De inderhaast toegesnelde politie kan de twee groepen maar met moeite uit elkaar houden. Alleen de tractoren staan tussen de boze partijen in. 'Geen water bij de wijn', roepen de demonstranten. Een raam in de gevel barst als een tractor achteruitrijdt en met zijn grote banden tegen het glas drukt.

'Jullie hebben ons nodig', brullen de boeren terug. Het is een heen-en-weer pingpongen van woorden en misvattingen. Alleen de vuist lijkt deze groepen bij elkaar te kunnen brengen. Of een goddelijke kracht die mensen drijft, leidt en gebiedt.

De avond valt. De rood-witte strepen van de verkeerstoren links achter het gebouw lichten op in de schemering van de ondergaande zon. De tijd van het jaar dwingt om de lampen vroeg aan te steken. De boeren staan met brandende fakkels en de tractoren stralen grootlicht.

De massa tegendemonstranten groeit meer en meer aan met toegesnelde demonstranten. De politie kijkt machteloos toe. Hoe moet dit nu verder? Elke minuut grimt de sfeer sterker. Tot iemand iets onverstaanbaars roept. Het is X die iets beweert. 'Elon heeft Maria gezien', gilt een hoge vrouwenstem over de massa mensen. 'Hier verderop. Het is een stukje lopen, maar laten we gaan. Misschien kan zij ons helpen.'

De groepen spannen samen. Er ontstaat een mengelmoes van geloof en ongeloof. Sarcasme, boosheid en leegte. Boeren en buitenlui, Lelystedelingen en weerbarstigen. Hier vormt zich een massa achter tractoren, fakkels, de schapen, os en ezel op weg naar het Knarbos. Als een stel aangespannen paarden voor een zwaarbeladen kar zet de groep zich in beweging. De achtersten staan vooraan. 'Het is aan het einde van deze weg', roept een hoge vrouwenstem over de massa mensen en trekkers. Op weg naar de plek waar Elon de foto genomen heeft.

De stoet met tractoren, mensen en fakkels loopt over de brede weg in de richting van het open veld. Het domein van de grote boerenbedrijven. Een verdwaalde tractor rijdt door de akkers. De massa slaat de weg in, achter het vliegveld in de richting van het bos. Hier moet Maria te vinden zijn. Ze trekken door het landschap, maken plaats voor elkaar en de voertuigen. Mensen die niet zo goed ter been zijn, mogen meeliften op de tractoren of in een auto die meerijdt.


Het is helemaal donker als de eersten het bospad naderen. Het is leeg. Elon is weg. De lampen van zijn auto knipperen. Alles is verder verlaten. Zelfs het egeltje heeft zich verstopt tussen de bladeren onder de bomen. De groep mensen staat beduusd stil. Is dit nu de plek waar Elon zojuist gestaan heeft? Ze geloven het niet. 'We zijn voor de gek gehouden', schreeuwt een man. Een boer kijkt vanaf zijn tractor naar de mensenmassa. Hij kan niet anders dan stilstaan. Alles staat muurvast hier op dat smalle bospad.

Ergens in de verte achter hen klinkt plotseling een enorm lawaai. Het lijkt wel of een massa vliegtuigen tegelijk opstijgt. De vrouw met de hoge gilstem kijkt om en ziet nog net boven de bomen een vuurkolom. Ze kijkt nog eens goed. Het is de verkeerstoren van het vliegveld die opstijgt. Een volle rookpluim jaagt erachteraan.

Haar mond valt open van verbazing. Ze kijkt snel om zich heen, maar niemand kijkt op of om. Als ze weer naar de grond kijkt, ligt een omslagdoek. Ze raapt het op en wordt met innerlijke ontferming bewogen. Ze vouwt het op en stopt het in haar jas dicht bij haar hart. Haar vinger draalt om het rozenkransje dat ze altijd om haar nek draagt. 'Salve Regina, sta ons bij, heilige moeder.'

Ze kijkt op. De vrouw die voor Maria speelde in de kerststal, staat voor haar. Ze draagt de omslagdoek. 'Ik snap het niet meer', fluistert de vrouw die net nog zo hoog kon gillen. Maria slaat haar ogen neer. 'Wees niet bang', zegt ze.

Dit verhaal is mijn inzending voor de Andries Greinerprijs 2023, met als thema Onverwacht.

10 februari 2023

De verdwenen president - een sprookje

Tekening van Inge de Wit

 Aan de koelkast bij Mees thuis hangen allemaal papieren met kleine en grote boodschappen. Het lijstje met de dingen die op zijn bijvoorbeeld. Handig voor in de supermarkt. Dan weet je of je hagelslag moet kopen of dat de pindakaas op is. Ook de brieven van de gemeente hangen er, de herhaalrecepten voor de dokter of een rekening die voor het eind van de maand betaald moet worden. 

   Alle papieren hangen onder dikke magneten. Elke magneet is versierd. Zo is er bijvoorbeeld een magneet in de vorm van het Empire State Building. Deze heeft Mees meegenomen van de vorige keer dat hij in New York was. Ook is er een magneet van de veerboot die naar Vlieland vaart. 
   Helemaal bovenaan op de koelkastdeur hangt een magneet in de vorm van een sombrero. Dat is een Mexicaanse punthoed, daaronder zitten drie briefjes papiergeld geklemd. Het zijn Amerikaanse dollars. Eentje van tien dollar en twee van één dollar. Op de dollars zie je duidelijk een belangrijke Amerikaanse historische figuur. Op die van één dollar staat George Washington, de eerste president van de Verenigde Staten. Die van tien dollar heeft de beeltenis van Alexander Hamilton, één van de grondleggers van de Verenigde Staten.
   Als Mees goed kijkt naar het briefje van één dollar, ziet hij duidelijk het hoofd van opzij van George. Soms, als hij de boter uit de koelkast haalt, dan kijkt hij naar het profiel. Zo heet een afbeelding van opzij.

Op een ochtend heeft Mees best wel haast. Hij doet snel de koelkast open, haalt er een potje jam uit om straks op brood te smeren. De kast gaat weer dicht. Hij kijkt naar George. Hij kijkt nog eens. Wat ziet hij nu? Ziet hij het wel goed? Hij knippert nog eens goed met zijn ogen. Het profiel van George is verdwenen. Gewoon weg. Waar zou hij toch zijn?
   Hij roept zijn moeder. Zij weet altijd alles. Waar zou George toch kunnen wezen? Mama pakt het biljet van de koelkast en kijkt nog eens goed. Inderdaad het is helemaal weg. Het briefje van één dollar dat erachter zit, heeft nog wel de eerste president van Amerika erop. Op het tientje is Alexander Hamilton eveneens verdwenen. Hoe kan dat nou?' stamelt ze. Mama snapt er ook niks van.
   ‘Mees, je moet nu echt naar school’, zegt zijn moeder. Daarom hangen ze de briefjes maar snel terug. Misschien vanavond even naar kijken, denkt Mees. Hij weet het anders ook niet. Hij gaat naar school. Het is een drukke dag. Mees krijgt vandaag een moeilijke rekensom, waar hij al zijn gedachten op moet storten. Anders lukt het hem niet om deze som op te lossen.

Pas de volgende ochtend denkt Mees weer aan het briefje van één dollar. Als hij de koelkast opentrekt, kijkt hij nog eens goed. Verrek. Daar zit George weer op de koelkast. Mees roept weer snel moeder erbij. 'Mama, kijk eens. Hij zit er weer op.' Ze komt eraan gesneld en haalt de briefjes van de koelkast onder de magneet vandaan. En inderdaad. Ze zitten er allebei weer op. 'Hoe kan dit nou?' vraagt Mees. 'Ik heb geen idee', zegt mama. 'Ik snap er ook niks van.'
   Pas bij het avondeten praat Mees erover met zijn vader. 'O', zegt papa. 'George en Alexander wilden weer eens wat anders. Ze zijn gisteren in de portemonnee van de buurman meegeweest naar Amsterdam.' Mees gelooft er niks van. Zijn vader vertelt weleens vaker onzin. 'Nee, serieus', zegt zijn vader. 'Ik heb erover gelezen in een brief die ik laatst voor mijn verjaardag kreeg.'
   Mees snapt er niks van. Hij besluit het maar zelf te gaan vragen aan George. Al kijkt hij best wel streng uit zijn ogen. Hij schuift het keukentrapje naar de koelkast, klimt omhoog en kijkt de president aan van het briefje. 'Meneer Washington', vraagt hij. 'Is het waar dat u in de portemonnee van de buurman bent geweest?'
   Het hoofd knikt. 'Inderdaad Mees', zegt hij. 'Ik wilde weleens wat meer van de wereld zien, daarom heb ik de buurman gevraagd om met hem mee te gaan naar Amsterdam. Dat is een grote, beroemde stad. In mijn tijd wilde eigenlijk iedereen naar Amsterdam. Zelfs de grote stad New York heette eerste Nieuw Amsterdam, naar de wereldberoemde stad.'
   'Wat heeft u er dan meegemaakt?' vraagt Mees. 'Ik heb de grachten gezien. Eindelijk. En ik ben naar het Rijksmuseum geweest. Er is een heel bijzondere tentoonstelling van Vermeer. Ik heb het melkmeisje gezien. Wat een prachtig schilderij is dat zeg. Heel mooi zoals het licht op het schilderij valt. Als je het niet kent, moet je echt een keer gaan kijken. Zo mooi hoe deze vrouw door Vermeer is geschilderd. Misschien moet je mij nog een keer meenemen. Ik ben niet veeleisend. Aan een plekje in een portemonnee heb ik meer dan genoeg.'
   'Maar Mees', vervolgt de eerste president. 'Ik ben al best wel een tijdje dood. Sinds 14 december 1799 om precies te zijn, maar ik ben nog wel heel nieuwsgierig. Wat doe ik eigenlijk bij jullie op de koelkast?' 'Nou zegt Mees. Dat is eigenlijk heel simpel. We sparen heel hard om naar Amerika te gaan. Dan kunnen we jullie uitgeven. Ik wil namelijk heel graag een souvenir van het Vrijheidsbeeld hebben en die kost precies twaalf dollar.'
   'Ah, nou snap ik het', zegt George. 'Dat is een mooie besteding. Ik denk dat ik je wel kan helpen aan een klein vrijheidsbeeldje. Ook al is het pas veel later gekomen, lang na mijn dood. Het is een geliefd beeld in Amerika.' Dat belooft Mees. Daarna hoort Mees zijn vader hem roepen. Hij moet naar bed. Morgen gaat hij weer rekensommen maken.

Kleine verantwoording bij dit sprookje

Dit sprookje heb ik geschreven voor mijn neefje zijn verjaardag. Inge heeft de treffende prent erbij gemaakt.

25 december 2022

De schrijfkabouters - een kerstsprookje - #blogkerstmis

Haar broer, de schrijfkabouter, woont in de vijfde paddenstoel achter het berkenbosje van ons kabouterbos. Hij schrijft dag en nacht. Een heuse reeks misdaadromans vloeit uit zijn pen. Elk kwartaal brengt hij een nieuwe titel uit. Zijn vingers zijn blauw van het vasthouden van zijn magische en fantasierijke pen. Het papier kronkelt van genoegen op het bureau. Zoveel woorden en zinnen kriebelen op het vel dat het niet anders kan dan golven van opwinding en spanning.

De schrijfkabouter heeft net zijn laatste misdaadboek uitgebracht. Een heuse thriller boordevol met messen en pistolen. Als op de eerste pagina het mes op de tafel ligt, weet je als lezer wat er gaat gebeuren. Dat mes zal hoe dan ook met bloedspatten en al verderop weer opduiken. Het slachtoffer probeert zich nog te weren. Er klinken dreigend pistoolschoten in de verte, maar niemand is hiertegen opgewassen.

De rest van het boek heerst de spanning wie het gedaan heeft. Altijd weet de schrijfkabouter er een passage in de voegen over een butler, die het gedaan zou hebben. En hij heeft het nooit gedaan. Het is een running gag. De trouwe lezers van de schrijfkabouter weten het. De butler heeft het nooit gedaan, maar toch... Elke keer lijkt het er verdacht veel op dat hij het toch gedaan heeft.

Ook deze maand is het boek lovend besproken in de Gelebouter. De recensent liet het na de ene superlatief na de andere te plaatsen in het bericht: 

'Dus ren snel naar je plaatselijke boekwinkel en haal dit prachtige boek. Wil je een avond heerlijk in spanning zitten en genieten van de overweldigende schrijfstijl van de schrijfkabouter? Koop dit boek en je smult. Gedreven door de spanning wie het gedaan heeft. Toch de butler of houdt de schrijfkabouter vast aan zijn traditie? Het antwoord vind je alleen maar door het verhaal zelf te lezen.'

De schrijfkabouter slaat de krant tevreden dicht na het lezen van deze woorden. Hier komt het helemaal goed. Vandaag mag hij in de boekwinkel iets voor het berkenbosje signeren. Hij verwacht er veel van. Zeker na zoveel lovende woorden in de krant. Hij drinkt nog een flinke slok koffie tot zijn oog op de advertentie op de achterkant van de Gelebouter valt: doe mee aan de schrijfwedstrijd en win een schrijfretraite van 4 maanden in Zuid-Afrika.

Dat klinkt de schrijfkabouter als een uitgelezen kans. Hier moet hij aan meedoen. Hij heeft niet veel concurrentie weet hij. Dit is de kans om eindelijk een groter werk te schrijven dan de dunne detectives die het publiek van hem gewend is over inspecteur Wouter Baigret. Eindelijk eens tijd om een wat diepere intrige uit te spinnen over meerdere delen. Een gevatte filosofie uit te spinnen over het hoe en waarom de kabouters op aarde leven. Een boek dat over de grenzen van het land, het wezen en het weten heen stijgt. Een verhaal dat alle kabouters tot het diepste van het zijn zal raken.

Zo dromend en trekkend aan zijn pijpje wandelt hij even later naar de boekwinkel. Er staat al een rijtje nieuwsgierige kabouters voor de ingang te wachten. 'Het is druk. Allemaal mensen die voor mijn nieuwste boek komen en een persoonlijke boodschap op de binnenflap geschreven willen hebben.' Hij lurkt nogmaals aan het pijpje en stapt de boekwinkel binnen.

Hij kijkt nog eens goed. Wie ziet hij daar achter de tafel zitten? Het is zijn halfzus, de rondborstige Lisa. Ze zit vol genoegen en bolle wangen aan de signeertafel. De armen gevouwen over haar buik wacht ze tevreden tot de volgende klant komt om een handtekening in haar nieuwste boek te zetten. De rij is lang. Dus daar komt de enorme rij van wachtenden vandaan. Ze willen allemaal nog snel een boek van zijn zusje voor de kerst in huis hebben.

Lisa schrijft ook boeken net als haar halfbroer de schrijfkabouter. Zij schrijft er een stuk minder vaak dan hij. Ze doet het ook allemaal buiten haar huishouden en de opvoeding van haar 3 kleine kabouterkinderen. Een heel werk, maar haar man David is vooral buiten zijn paddenstoel bezig. Ze vraagt zich weleens af hoeveel hij eigenlijk om zijn vrouw en kinderen geeft. Zo vaak is hij van huis om hout te hakken. 

In de kleine uren kruipt ze aan het kleine schrijftafeltje in de hoek van haar paddenstoel. De kinderen net in bed en de ochtendpap al pruttelend boven het vuur. Daar schrijft ze de wenken voor de opvoeding van kabouterkinders. Boordevol met praktische tips hoe je je huilende kabouterkind stil kunt krijgen. Ook wat je kunt doen tegen spruw en opspuwende borsten. Ook wijst ze haar lezers hoe ze hun man tot bedaren kunnen krijgen.

De rij wachtenden bestaat dan ook vooral uit kaboutervrouwen. Ze staan vol verwachting te wachten op de laatste druk van haar praktische wenken. Zo handig en een heel praktisch cadeau voor kerst. De schrijfkabouter gaat naast zijn halfzus zitten aan het tafeltje. Een flinke stapel van zijn misdaadboeken staat voor hem. Heel soms schuift een vrouw met een boek van zijn halfzus in de hand, door naar hem. Dan mag hij iets voorin schrijven voor haar man. 'Voor detectives heb ik geen tijd', verzucht de kabouter vrouw dan naar hem met een brede glimlach op het gezicht. 

'Doe je ook mee met de schrijfwedstrijd', vraagt Lisa aan hem. 'Zeker, ik wil wel eens 4 maanden kunnen besteden aan het schrijven', zegt hij. 'Eindelijk tijd om te schrijven.' Ze kijkt haar schrijfbroer eens goed aan. 'Maar je hebt toch tijd genoeg om te schrijven?' 'Ja, maar extra tijd en op zo'n plek. Mij helemaal onbeperkt wijden aan een groot literair werk. Dat is mijn grote droom', antwoordt hij. Lisa kijkt verlangend voor zich uit. 'Het lijkt mij geweldig. Ik zou alleen niet weten hoe het moet met mijn 3 lievelingetjes.'

Hij probeert al een verhaal te bedenken voor de wedstrijd. 'Waar doe jij het over?' vraagt hij zijn halfzusje. 'Dat ga ik natuurlijk niet verklappen', zegt ze. 'Ik heb al wel een heel leuk idee.' Haar bolle wangen glimmen helemaal. 'Ik heb nog geen idee', zegt de schrijfkabouter. 'Dan laat je het toch de butler doen', grapt zijn zusje. Ze geeft hem een por in zijn zij. Zijn bolle buik schiet ervan omhoog. 'Ja, ja', zegt hij als hij er weer enigszins van is bijgekomen. 'Maak maar grapjes.' 'Ik ga iets schrijven over mijzelf. Hoe druk ik het heb en hoe moeilijk het is om je passie te kunnen volgen tussen al het werk door', verklapt Lisa. 

De week erna zet hij zich volop aan schrijven. Hij bedenkt allerlei varianten. Het verhaal loopt lastig. Hij loopt op een moment dat hem de inspiratie ontbeert, maar eens langs zijn zus. Ze is druk bezig de soep voor die avond klaar te maken als hij aanklopt. Een zoontje van haar ligt ziek op bed en de andere dreint de hele tijd aan haar rok. 'Nee, nu niet Martin. Je ziet toch dat ik aan het koken ben.' De schrijfkabouter wordt er niet veel wijzer van. 'Ik heb zo weinig tijd om het goed uit te werken', zegt ze. 'Laat mij het doen', zegt hij snel. 'Ik heb helemaal geen goeie ideeën.' 'Ja en dan ga jij er met de prijs vandoor', zegt ze. Dat is ze dus echt niet van plan. 

*

Het is de avond voor de deadline. De schrijfkabouter zet zich noest aan het schrijven. Zijn pen is niet zo vlot als anders. De inkt hort en stoot over het papier. Het papier is ook op het rabat. Het kronkelt en buitelt niet zo enthousiast als anders onder de kriebelende pen. Sterker nog, soms verzet ze zich en drukt de kop van de pen gewoon weg. Met moeite krijgt de schrijfkabouter de letters op papier. Waar is de magie van weleer? Hij heeft geen idee. Het is compleet verdwenen lijkt het.

Zijn zusje heeft eindelijk tijd om haar verhaal te schrijven. Het stompje van haar kaars houdt het hopelijk lang genoeg vol om nog licht te blijven geven tot haar verhaal klaar is. Ze voelt hoe haar idee meer en meer gestalte krijgt. Het is een verhaal zoals zij elke dag meemaakt. Zij ziet voor zich hoe haar hoofdpersoon zich door de dag heenworstelt. Elke dag weer opnieuw, elke keer opnieuw. Hoe ze de eindjes bij elkaar scharrelt en tussen alle drukte door haar passie volgt: de liefde voor het schrijven. De liefde voor het verhaal.

Ze lopen die ochtend tegen elkaar op bij de paddenstoel waar het verhaal moet worden ingeleverd. 'Is het gelukt? ', vraagt ze haar broer, de schrijfkabouter. Hij knikt, maar op zijn gezicht verschijnt een poging tot lachen als een boer met kiespijn. Zij lacht tevreden terug. 'Het was krap en de kaars hield er midden in de nacht mee op. Ik heb op de tast proberen te schrijven, gelukkig gaf de maan net genoeg licht om de lijntjes op het papier nog te zien.'

Ze laten de enveloppen achter. Het duurt nog een week tot kerstavond en de uitslag bekendgemaakt wordt. Lisa en haar broer de schrijfkabouter wachten in spanning af. Dan melden ze zich de avond voor kerst. De jury heeft alle inzendingen gelezen. Het waren dit jaar meer inzendingen dan ooit. Zelfs de grote schrijfkabouter heeft meegedaan en de schrijver van het duizenddingenboek Lisa. 'Dat zijn geen kleine namen', zegt de juryvoorzitter, kabouter Barry Kulisch. 'Dan zal ik nu maar vertellen wie de winnaar is. De winnaar is: de schrijfkabouter.'

Vol verbazing kijkt de schrijfkabouter uit zijn ogen. Wat is dit. Hoe is het mogelijk dat hij gewonnen heeft. 'De verhalen van jou en Lisa leken wel heel erg op elkaar, maar wij denken dat jij het idee net iets mooier en rijper hebt uitgewerkt. Het straalt net iets meer rust uit.' Hij kijkt tevreden rond en ziet hoe Lisa, een traan wegpinkt. Ze loopt naar haar broer. 'Gefeliciteerd', zegt ze. Haar stem klinkt onvast. 'Van harte gefeliciteerd.' Dan loopt ze snel weg. De tranen wellen uit haar ogen. Wat is dit onverdiend. Ze heeft er zoveel energie in gestopt en ze zou het zo hebben verdiend. Bovendien heeft hij inderdaad haar idee gejat. De schurk.

Ze komt weer thuis. Haar man David is er niet. Hij is natuurlijk houthakken. Ze roert in de grote pan voor de maaltijd van morgen. Er is niet veel tijd meer om alles nog klaar te krijgen. De jongste is nu ziek en de oudste moet vanavond in het koor zingen bij de grote paddenstoel. Dan zingen ze kerstliederen en neuriën kabouterhymnen. Het is allemaal druk en haasten. En dan ook nog eens die mooie prijs aan haar neus voorbij gegaan. Ze probeert haar tranen te bedwingen, maar kan het niet helpen dat er soms eentje in de soep valt.

*

Nog een paar minuten en het kerstdiner is klaar. Zelfs haar man David zit aan tafel met zijn feestelijke houthakkershemd. Ze heeft haar mooiste jurk aangetrokken. Wat een vreugde zo met haar kinderen en haar man. De oudste heeft gisteren prachtig gezongen. Het lukte zelfs haar man om erbij te zijn in de grote paddenstoel. Door de gewelven klonken de kerstliederen. Het 'Once in Royal David's Mushroom' en 'De kabouters lagen bij nachte'. Ze voelt de trots weer hoe hij zong. Zo trots dat ze haar teleurstelling zelfs even vergeet.

Ze eten van het kuiken dat ze bereid heeft. Er wordt door de jongens gevochten om het filetje. Het is lekker knapperig en ze heeft nog de juiste kruiden weten te vinden in het bos. David kijkt haar trots aan. 'Je hebt heerlijk gekookt Lisa', zegt hij. Dan slaat hij een arm om haar heen. 'En jij hebt voor mij de prijs gewonnen. De prijs van de beste kok van het kabouterdorp.'

Dan wordt er op de deur van de paddenstoel geklopt. David en Lisa kijken elkaar aan. Verwacht jij iemand? Ze schudt haar hoofd, als ze de deur opent, staat daar haar broer, de schrijfkabouter. Ze weet niet of ze hier nou zo blij mee is. 'Ik geloof dat ik hier even geen zin in heb.' 'Het spijt me', zegt hij. 'Ik heb je idee gestolen. Ik heb geschreven over hoe jij het hebt. Ik heb stiekem gekeken toen je zo druk was. Een man die altijd weg is, je kinderen die veel aandacht vragen. Het huishouden.' 

Ze kijkt hem aan, voelt de teleurstelling van eerder die dag weer. Zijn ogen glinsteren. 'Daarom heb ik besloten dat jij de prijs moet krijgen. Ik heb de organisatie gevraagd om hem aan jou te geven. Je hebt gelijk. Jij verdient het om 4 maanden heerlijk aan een project te werken. Onafgebroken, niet afgeleid. We zorgen ervoor dat jij helemaal vrij kan werken in Zuid-Afrika. Volgende week vertrek je. Dan pak je nog een heerlijke Zuid-Afrikaanse zomer mee.'


Blogkerstmis

Dit is mijn bijdrage aan blogkerstmis georganiseerd door Ali Molenaar. De opdracht was: 

Broer en zus zijn allebei niet onverdienstelijke schrijvers en hebben besloten mee te doen met de kerstverhalenwedstrijd van een tijdschrift. Maar dat levert complicaties op.

Lees alle bijdragen aan deze blogkerstmis

11 november 2022

Kwaliteit van leven (2) - #WoT


Zijn bed tegen het raam geschoven. Als hij rechtop tegen zijn kussen ligt en zijn hoofd draait naar het raam, ziet hij 's morgens de zon opkomen. Achter het eikenbosje. Eerst kiert het eerste licht boven de horizon achter de kale bomen. Dan krijgt de omgeving meer en meer kleur. De hemel bloost om het hardste.

Meer en meer licht krijgt de dag. De bladerloze eikenbomen laten al het herfstlicht door. De bol stijgt op  tussen de kale stammen. Steeds hoger, steeds boller. Je kunt er nog net tegenin kijken. De man ziet dat het goed is. De glimlach op zijn gezicht verbreedt in het licht van de opkomende zon.

Een dag eerder zou hij dat niet hebben gezien.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Het woord (of de woorden) van gisteren: kwaliteit van leven. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

24 oktober 2022

PAC2 doe je mee?


Kunstenaar Hein Walter heeft dit najaar PAC opgezet. De afkorting PAC staat voor Post-Art-Community. Een kunstproject waarbij de deelnemers enkele tekeningen of schilderijen per post krijgen toegestuurd. Samen met Karin van de Kuilen doe ik PAC2. Het vervolg op de PAC van Hein.

2 kunstwerken voor 25 euro

Het idee: voor 25 euro doe je mee en krijg je 2 kunstwerken op A5-formaat. Het eerste krijg je vanaf november. Het tweede ergens volgend jaar. Heel leuk om zo'n kunstwerk in je brievenbus te vinden en thuis aan de muur op te hangen. Op de achterkant van het kunstwerk schrijf ik een ZKV (zeer kort verhaal) en een haiku over wat mij op de voorkant raakt. 

Het kunstwerk is van jou en je mag ermee doen wat je wilt. Wel is er volgend jaar november een bijeenkomst met alle deelnemers waarbij de kunstwerken, verhalen en haiku's samenkomen. Daar kun je ook jouw kunstwerk ruilen met een andere. Of verkopen. Het geld dat het opbrengt, mag je zelf houden.

Vakantie

Voor de eerste reeks heeft Karin zich laten inspireren door haar vakanties. In de aquarellen komen Frankrijk, Ierland, IJsland, Kroatië, Texel en Curaçao voorbij. Daarnaast is er ook aandacht voor iets wat dichter bij huis te vinden is: de molens van Flevoland waar ik op uitkijk.

Gisteren ontmoette ik Karin voor het eerst. Ze bleek jarenlang tegenover mij te hebben gewoond toen ik in Almere Stad woonde. Er schuilt in haar een kunstenaar met heel andere interesses dan ik, maar ik denk dat ze heel mooi kunnen samenkomen in de kunstwerken.

Doe je mee?

We zoeken nog deelnemers aan deze tweede Post-Art-Community. Geef je zo snel mogelijk op en stuur een e-mailtje naar heinwalter@tiscali.nl ovv PAC2. Naar mij mag ook, dan breng ik je in contact met Hein.

10 juni 2022

Stekken - #WoT

Zijn buurvrouw brengt op een vrijdagavond een stekkie. Het ziet er klein en armetierig uit. Niet veel meer dan een paar blaadjes stek steken uit het potje dat hij krijgt. Ze hangen treurig naar beneden. De grond in het potje is kurkdroog. Hij laat in het afwasteiltje een laagje water vallen uit de kraan en dompelt het donkere plastic kweekpotje in.

Geen idee wat eruit komt. Ze weet het ook niet. Ze mompelt iets en vertrekt. Zijn buurvrouw heeft hij altijd een rare gevonden. Hij zet de plantenpot voor het raam in de zon. De eerste dagen gebeurt er niet zoveel. De blaadjes trekken wel iets meer omhoog. Misschien lijkt het maar zo.

Hij durft niet zo te turen naar de plant. De volle middagzon schijnt op zijn raam. Hij weet niet of het goed is voor deze plant. Ze is ook vaag geweest wat het nu precies is. Het kan hem ook niet zoveel schelen. Een plant is een plant. Het staat wel mooi dat groen.

Een kleine week en vele waterscheuten later schiet de plant omhoog. Misschien moet er wel een andere pot omheen, denkt hij. De plant wil de ruimte hebben. Hij zoekt in de berging naar iets en komt terug met een halfgebroken aarden pot. De aarde haalt hij uit het plantsoen, met zijn blote handen. Een schepje heeft hij niet.

Dan gaat het hard. De bladeren krijgen mooie stekeligheden om zich heen die niet prikken. De kleine plant wordt groot. Het zonlicht zuigen de steeds breder wordende bladeren op. Het lijkt wel of hij het ding iedere dag ziet groeien, soms wel tot een centimeter of 20. Hij laat het zich goed welgevallen daar achter het raam.

De plant groeit en groeit. De bladeren drukken tegen het raam aan. Er komen bloemetjes. Ze ruiken sterk, een heel eigen luchtje dat hij verder niet kent. Soms meent hij dat hij het weleens rook op de wallen toen hij nog naar de hoeren ging. Maar het is te lang geleden om nog terug te ruiken in zijn herinnering.

Dan wordt er op de deur gebonsd. Heel hard. Het lijkt wel of iemand op de deur trap. Geschreeuw. ‘Doe open, doe open.’ Hij wil de deur openmaken, maar hij haalt hem van de grendel of de deur valt hem meteen in het gezicht. Een stel handen drukt hem naar beneden, trekken zijn arm op de rug, aan de haren. Hij gilt het uit. Wat is hier aan de hand.

Een paar mannen stormen de kamer in, recht naar de plant. ‘Hoe kom jij hier aan?’ ‘Gekregen van de buurvrouw,’ zegt hij. ‘Een stekkie’, roept hij er snel na. ‘Hoezo een stekkie?’ gilt de agent. Een pistool is op hem gericht. ‘Neem hem en en die plant mee’, roept de agent terwijl hij hem onder schot houdt.

Daar gaat hij als een lam naar het slachthuis. Hij tuurt naar het huis van zijn buurvrouw. Het oogt leeg. De agenten drukken hem de arrestantenbus in. Tegenover hem zit een man. Hij herkent hem. Hij woont aan de overkant. En nu je het zegt, inderdaad groeien er ook bij hem van die planten voor het keukenraam. ‘Jij ook’, vraagt hij. De man knikt.

De heisa na de nacht cel. Hij mag weer naar huis, daar wacht de woningbouwvereniging op hem. ‘Je mag geen wiet telen’, zeggen ze. ‘Geen idee dat het wiet was’, antwoordt hij. ‘Ik heb die plant gekregen van een buurvrouw.’ Wie het was, willen ze weten. Hij wil haar niet erbij lappen. ‘Van een paar huizen verder. Ze is verhuisd.’

Daar staat hij dan. Een weekendtas met zijn kleren. Zijn spullen zijn al meegenomen in een dure container. Of hij hier even wil tekenen. Onder een ingewikkeld formulier, wijst de man van de woningbouw waar hij zijn handtekening mag zetten. Hij schudt zijn hoofd.

Die avond kruipt hij in bed bij het Leger des Heils. Misschien weet de morgen een oplossing. Hij mag 2 nachten blijven en ligt boven in het stapelbed. Het is de enige plek van de daklozenopvang die nog niet bezet is. Onder hem steekt iemand een sigaret op. In kleine wolkjes ruikt hij de bloemetjes van de plant voor zijn raam.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vorige week was is het woord: stekken. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

28 april 2022

Vlinder - #WoT #sprookje #bijhetnieuws

De vlinder Magda slaat haar vleugels extra breed uit. Ze voelt de wind slaan op haar engelachtige voorkomen. De zon schijnt verwachtingsvol door haar vleugels heen. Dit belooft een mooie dag te worden.

Ze geeuwt nog eens goed en zoekt haar ouders. Nu zou je verwachten dat Magda geen vlinder was, maar een rups. Dit is best een ingewikkeld verhaal dat ik hier niet uit de doeken ga doen. Magda is een vlinder en woont namelijk nog steeds bij haar ouders. Wie wie niet kan loslaten, is onduidelijk. Misschien helpt dit verhaal erbij. Al kunnen in sprookjes heel veel dingen en moet je er niet te lang bij stilstaan. Dat doen we dan ook vandaag maar niet. Daar is het veel te lekker weer voor.

Magda wil vandaag haar vlinderjurk aantrekken. ‘Mam’, roept ze in de richting van de keuken waar haar moeder een heerlijk ontbijt klaarmaakt. ‘Heb jij mijn vlinderjurk gezien?’
‘Bedoel je die jurk met die vlinders erop?’
‘Ja, die.’
‘Volgens mij zit die in de was.’

De was is een ingewikkeld iets bij vlinders. Hiervoor werken ze samen met de bijen. Om hun kleren de gewenste glans en zachtheid te geven, gebruiken ze de vetachtige substantie van bijen. Terwijl de bijen ook gek zijn op nectar, levert dat een heel gedoe op.

Magda begint te schelden. Hoe kan het bestaan. Het enige zomerjurkje dat ze heeft, gesponnen van het zachtste zijde dat er bestaat, zit in de was. Ze vloekt binnensmonds, maar hoe zacht ze het ook doet, haar moeder hoort het. Verdorie.

Dan zit er niet veel anders op, dan een list bedenken. Ze gaat naar de wasmand, haalt de jurk eruit. Hij is helemaal vet en verkreukeld. Zijde kreukelt waar je bij staat. Niet tegenop te strijken. Ook weet ze dat je dan de strijkbout minimaal mag laten warmworden. De zijde verschrompelt anders meteen.

Ze trekt de jurk aan. Wat ik niet dacht, denkt ze. Helemaal verkreukeld. Sommige modeontwerpers hebben de kreukels tot kunst gemaakt. Die moeten weer de kleding op een heel speciale manier kreukelen. Ze kijkt nog eens in de spiegel, scheldt nog een keer en loopt naar haar moeder voor het ontbijt.

‘Dat kan echt niet’, zegt haar moeder. En ze heeft ook gelijk. Het kan echt niet. Ze weet het ook niet meer. Misschien toch maar dat naveltruitje. Al etend van haar boterham met hagelslag, loopt ze naar haar kledingkast. Ze trekt het naveltruitje en de korte broek eruit. Maar is het niet te koud voor dit setje? Nee, besluit ze dapper. Het is niet te koud voor dit setje.

Ze voelt de wind luid blazen over haar navel. Dit truitje is veel te kort. Zeker als ze haar vleugel op laat fladderen, dan zie meteen meer dan je eigenlijk mag zien. Ze ziet de begeerlijke mannenvlinders uit haar klas al kijken. Ook langs haar ranke benen voelt ze de wind omhoog trekken. Ze laat haar voelsprieten nog eens de lucht in gaan. Het moet maar.

Ze vertrekt in vliedende vlinderslag richting school. Het lesuur staat op beginnen en ze is nog maar halverwege. Gelukkig heeft ze de wind in de rug en vliegt koortsachtig met de kronkelende slagen naar school. De zon in haar rug doet de rest. Heerlijk die warmte. Soms laat ze zich even meesleuren door een verleidelijke windvlaag. Woeps. Ze weet zich maar net te herstellen. Bijna tegen het wapperende blad van een boom geslagen.

En zo kan het gebeuren dat ze even later in een naveltruitje op de foto staat, terwijl de koning en de koningin op haar school komen kijken. Alle televisiezenders en internetmedia besteden aandacht aan het bezoek van de koning aan haar school. Op nu.nl staat ze groot naast de minister die de koning een hand geeft. Het schoolhoofd staat achter haar. De NOS heeft haar iets kuiser van opzij genomen.

Het is een verrassingsbezoek, niemand mocht weten dat hij langskomt. Magda is ontzettend blij, maar ze weet ook dat ze nu de enige is die in een naveltruitje staat bij dit hooggeplaatste bezoek. Ze weet hoe begeerlijk ze is. Gelukkig heeft ze altijd een lipstick mee. Haar lippen in een zoen en de stift plakt rondjes. Zo valt het extra op dat ze hier staat en niemand anders.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vorige week was is het woord: Vlinder. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

03 april 2022

Hans en Grietje Revised, een sprookje - #WoT

Ze hebben geleerd van de vorige keer; onderweg maken ze overal tekens. Niet de steentjes van de vorige keer, maar een kruis met een krijtje op de boomstam. Hans heeft een pak krijtjes gevonden op zolder. Zo kunnen ze de weg weer naar huis vinden.

De tekens staan in geheime letters op de boomstammen en palen onderweg. Op de juiste hoogte; de knie van Hans. Daarna vervolgen ze de tocht. Vader gaat wel heel hard. Ze proberen zijn tempo bij te houden. Het zweeft tussen snelwandelen en rennen in. Soms pakken ze een paar passen in een rentempo om de achterstand in te halen. Zeker als Hans een teken op een paal of boom heeft gekrast.

Als ze op de plek zijn gekomen dat zijn vader zegt dat ze even wat moeten uitzoeken en ineens verdwenen zijn, begint het riedeltje van de vorige keer weer. Ze lopen terug. Op de palen staan de tekens zoals ze zelf aangemaakt hebben. Erboven staat ook wat. ‘Zie jij wat het is?’ vraagt Grietje als ze langs een nieuw teken lopen.

Het zijn woorden die ze niet snappen: ‘intrinsiek’, ‘geïsoleerd’, ‘laaghartig’ en ‘paranoïde’. Keurig onder de eerste letter die hij opgeschreven heeft. Is het een opdracht? Waarom staan die woorden er. Ze weten het niet. Grietje vraagt Hans wat ze betekenen.

Hans weet het ook niet. Soms proberen ze het raadsel zelf op te lossen. ‘biologeren’ bijvoorbeeld. Hij staart naar het woord. ‘Misschien is het wel een bio die gaat logeren.’ ‘Maar wat is bio?’ vraagt Grietje. ‘Dat is dat vak op school over plantjes en dieren en zo.’

Vlak voordat ze de omgeving herkennen en weten dat ze thuis zijn, staat er wel een heel bijzonder woord: ‘fantasierijk’. ‘Dat is het land van de koning waarin iedereen iets is’, weet Grietje heer zeker. Ze kijkt nog een keer naar het eerste stukje van het woord.

Ze volgen hier niet hun tekens, maar slaan hier juist af. ‘Misschien is het daar’, zegt Hans. Daar verderop zien ze een huisje dat je kan eten. Dat huis waar je zo’n honger van krijgt en die uiteindelijk tot hun opsluiting leidt. Dit durven ze later niet te zeggen als het sprookje met hun namen wordt opgetekend. Dat het de woorden zijn die je op een dwaalspoor brengen.

Nee, liever iets met broodkruimels die opgegeten zijn door de vogels. Zo fantasierijk zijn ze wel.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is het woord: Cryptisch. Dit is mijn 2e over dit woord. Lees ook de vorige: Crypta en de grot. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

01 april 2022

Crypta en de grot, een sprookje - #WoT

Het meisje Crypta woont in een grot. Eigenlijk heet ze Crypta Angonica, maar dat vindt ze te crypisch. Daarom heeft ze het ingekort tot Crypta.

Ze heeft niet altijd in een grot gewoond. Crypta is geboren op het strand van de Balearen. Het precieze eiland hebben haar ouders nooit willen vertellen.

De dag na haar geboorte, zijn ze meegevoerd door de winden. Grote winden die ook nog eens flink stonken. Uiteindelijk belanden na nog wat extra omzwervingen in de grot.

’s Avonds voor Crypta gaat slapen, steekt haar moeder het vuur aan. Dan tekenen hun lichamen grote schaduwen tegen de bobbelige wanden van de grot.

Haar vader lijkt een monster. Haar moeder verandert in een dun plankje dat over de wand schuift als ze wegloopt van het vuur. Tot ze wegvalt in het donkere gat. Wat daarachter zit, weet niemand. Crypta heeft geen idee. Eigenlijk zou ze zou het dolgraag willen weten.

Op een avond als haar vader zich eindelijk neervlijt onder het berenvel en haar moeder de plank, naast hem kruipt, staat Crypta voorzichtig op. Ze merkt dat het vuur haar volgt. Een schaduw van een rond balletje op de grotwand.

De bal springt over een oude rotstekening, maakt een koprol en rolt verder in de richting van het grote gat. Crypta hoort hoe haar voeten over de grond schuiven. Een steentje rolt voor haar uit. In de verte een plons. Zou dat het steentje zijn?

Het blijft heel stil. Crypto schuifelt verder. Geen hand voor ogen ziet ze. Het duister schrokt haar op. Voor en achter haar, is het zwart. De kou van de stenen om haar heen, grijpt haar tenen. Haar vingers raken ook versteend. Ze vraagt zich af of haar adem ook niet meteen bevriest als uitademt. Zal ze nog een stap verder gaan?

De geheimen geven zich niet prijs. Ze zet nog een stap vooruit, maar voelt alleen maar de rotswand. Net zo koud als de rest. De uitstulpingen op de wand voelen als de achterwand van een tijdelijk parlementsgebouw eruit ziet. Zo bultig, kil en zonder mededogen. Als ze omdraait en kijkt waar ze vandaan komt, ziet ze het smeulende vuur voor de dunne grotopening in de vorm van een oor.

De takken bewegen zacht in het nachtlicht, ziet ze als ze door de ingang van de grot heenkijkt. Het is verder weg dan ooit, maar ze ziet veel meer dan hier. Ze besluit om te draaien en terug te keren. De geheimen die in dit duister vestopt liggen, zijn teveel voor haar.

De grote berg die tegen de wand rust, komt langzaam in beweging als ze weer langsloopt. De plank volgt haar. ‘Wat doe jij hier?’ vraagt haar moeder.
‘Ik wil weten wat er in het donkere gat is’, antwoordt Crypta.
‘Dat weet niemand’, zegt haar moeder. ‘Niemand die in het gat is gegaan, is er ooit weer uitgekomen.’

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is het woord: Cryptisch. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

25 maart 2022

Wijsheid - #WoT #sprookje

Wijsheid staat vanmorgen extra vroeg op. Het belooft een heel mooie dag te worden voor haar. Ze tikt Domheid, die naast haar ligt aan. ‘Kom op, eruit.’ Hij opent traag zijn ogen. ‘Nog even’, mompelt hij. Ze trekt aan zijn schouder, maar hij drukt zich alleen maar dieper onder de warme wol. De warmte van de nacht omringt hem. ‘Laat me’, gromt hij.

Ze stapt met haar voeten op het koude zeil. De dag praat nog niet. Daarvoor is het te vroeg, weet ze. Het gordijn beweegt op de wind van het open raam. Onder het gordijn ziet ze hoe het al een beetje licht wordt. Als ze het gordijn opentrekt, verraadt de dageraad dat de dag begint.

Eerst wassen en tandenpoetsen, denkt Wijsheid terwijl ze op de wc haar ochtendplas laat gaan. Het water klatert dat het een lieve lust is in het fonteintje. De druppel tandpasta ter grootte van een kleine erwt op de tandenborstel. En poetsen maar.

Ze opent de achterdeur. De zon verschijnt al achter de bosrand. Haar stralen schijnen dwars door het winterbos heen. Die rode bol waar je nu nog zo goed in kunt kijken, trekt omhoog achter de bomen. Wijsheid ziet haar stijgen. Een zachte wolkenkrans als een dekbed om haar hals geslagen. De morgen begint, fluit Wijsheid. Hier begint een mooie dag.

Als ze even later fris en fruitig de laptop opstart voor haar werkdag, flikkert het scherm op. Er wacht een update. ‘Installeer hem zo snel mogelijk, want anders…’, dreigt het scherm donkerblauw. De zon schijnt al naar binnen door het keukenraam. De fluitketel blaast dat het water voor de thee kookt. Wijsheid drukt op de knop. ‘Installeer en activeer’.

Haar laptop schakelt vanzelf uit, briest en blaast door het kleine ventilatortje aan de rechterkant. Het scherm schiet vlug aan en uit. Allerlei mededelingen in een geheimtaal doorkruisen de blauwe kleur van zojuist. Hier wordt hard gewerkt, ziet Wijsheid. Hier moet ze vooral niet tegenin gaan. Daarom maar eerst een kopje thee en een boterham met hagelslag.

Ze pakt in de nood maar een dichtbundel om het wachten te veraangenamen. Terugkerend naar haar computer een klein halfuurtje later, toont het scherm een zandloper en een draaiende rondje, waarboven 23% staat. Hier is geen dichtbundel tegen opgewassen. De online teamsvergadering begint zo dadelijk. Daarom maar beginnen via het mobieltje, denkt ze wanhopig.

De vergadering is bijna op zijn eindje als de computer vraagt om een herstart. Dat schiet zo niet op. Wijsheid zucht. Iets te duidelijk. De anderen op het teamsscherm zien haar zuchten ongetwijfeld. Gelukkig merken ze niks op, maar Wijsheid vermoedt dat ze het merken. De vergadering is voorbij, maar de laptop doet niks.

Weer een kop koffie. De apparatuur die het laat afweten. Waar moet ze met al haar wijsheid heen als de apparatuur niet bereikbaar is. Kan ik jullie geen moment alleen laten, denkt ze als ze na een kop koffie weer bij haar computer is en het scherm iets ongeduldigs flikkert. Het zijn de slapende discipelen terwijl hun meester de ene beproeving na de andere te verduren krijgt. De software is gewillig, maar de hardware is zwak.

Er zit niks anders op dan de afdeling IT te bellen. Ze voert keurig alle nummertjes in die het bandje aan de andere kant van de telefoonlijn vraagt. Weer wachten, een nieuw deel uit het pianostuk van Mozart. Eindelijk als ze de hulpman aan de lijn krijgt, knippert het scherm weer een opgevende mededeling. Ik geef het niet op, denkt ze.

Verdwaald in haar eigen verbinding, start ze opnieuw op. De man aan de andere kant van de lijn heeft geen tijd. Het moet goedkomen, anders belt ze hem weer. Hij kan deze melden afvinken. Ze kijkt weer naar een zandloper. Als eindelijk weer een nieuw blauw scherm knippert met onheilspellende profetieën erop, schreeuwt ze het uit. Geschrokken staat Domheid naast haar computer.

Hij heeft zijn pyjama nog aan. ‘Wat sta je toch te schreeuwen’, zegt hij geërgerd. Hij tuurt naar het scherm en drukt op een knop. Dan nog één en ineens gebeurt waar ze al die tijd op gewacht heeft: het inlogscherm verschijnt.

#WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is dat Wijsheid. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

25 december 2021

Nu even niet - een kerstverhaal

Ze buigt zich naar voren. Duidelijk gevalletje verzwikt. Terwijl het zo verschrikkelijk druk is. Het ene pakje na het andere voert ze aan en brengt ze naar elk huis dat erom vraagt. Compleet met de sterrenregen en glitter. Het is ook zo’n gedoe om haar pakje een beetje schoon te houden.

Hij is geen goede werkgever. De pakjes dijen uit in grootte. Elk jaar de dozen nog een maatje extra. Je kunt er bijna niet meer overheen kijken als je een doos voor je houdt. De portemonnees bollen groter en groter en dat dikt de wensen aan. Is er nooit een moment van genoeg? Is ‘meer’ het enige verlangen? Zit geluk in grote dingen?

Zo groeit kerst steeds meer uit tot het feest der verplichtingen en plichtigen. Dit, dat en dat. Het gaat maar door. Onverminderd. Hoe haar baas de aandacht vraagt van iedereen. Die buik in dat pak en die grote, witte baard. In de verste verte lijkt het niet meer op waar het vandaan komt. Coca Cola heeft van de goede daden een goedlachse dikkerd gemaakt die alleen maar meer wil.

Het is een sprookje dat cirkelt om het verhaal van een geloof. Is er nou een kindje geboren of draait het om het kopen van spullen en eten? Het is niet meer ‘vrede op aarde’ maar ‘vreten op aarde’. Hoe voller de dis hoe leger de geest. Hoe meer cadeaus hoe meer de geest verdooft.

Ze is weer in de bestelbus gekropen. Daar zit ze dan. In die dure villawijk. Het regent. Geen witte kerst dit jaar. Dat is alleen als de natuur en commercie op 1 lijn zitten. Ze weet nog die ene keer. Ze gingen nog naar de kerk. Naar de ochtenddienst moesten ze lopen door de hoge sneeuw. Haar opa en oma liepen mee. Ze logeerden die kerst bij hun. Ze kozen de kerk uit die het dichtste bij was, zo konden ze lopen. De gladheid wilden de oudjes wel overwinnen. Grote hopen opgeschoven sneeuw voor de ingang van de kerk. Met stampvoeten naar binnen om het ergste van de aangekoekte sneeuw van de schoenen te kloppen.

Het doet echt zeer, haar enkel. Het licht van de bestelwagen schijnt op haar. Ze kijkt nog eens goed. Krijgt ze het voor elkaar om de wagen binnen te klauteren? Hij zit nog propvol met bestellingen. En haar baas heeft het nog zo nadrukkelijk gezegd: de mensen zitten te wachten op de cadeaus.

Het is niet aan te zeulen al die bestellingen. De veel te grote doos die ze droeg. Ze kon er niet overheen kijken. Het donker zorgt ervoor dat je niet meer ziet waar je loopt. Precies daar is ze door haar enkel gegaan. Met moeite in de auto teruggekropen, probeert ze het weer. Ze zal wel moeten. Anders redt ze het niet meer vanavond.

Ze strompelt naar de deur en vraagt een koud washandje. Ze laten haar buiten wachten. Het mag ook niet, het virus staat niet toe vreemden zomaar binnen te laten. Ze drukt het washandje tegen haar voet. Het verlicht de ergste pijn. Ze probeert het weer verder.

Het elfenpakje is natgeworden van de regen. Het idee was best leuk om in dit maffe carnavalstenue de pakketjes te bezorgen vanavond. Nog een beetje humor. De klanten reageren wisselend. Sommige kijken je niet eens aan. Een kind dat mij ziet lopen, zwaait enthousiast en roept iets. Daar doe je het voor.

Nog een paar adressen en dan is het voorbij. Haar telefoon flikkert en trilt. Het is hem. Ze drukt zijn nummer weg. Ze voelt haar enkel branden. Nu even niet.

Kerstverhaal

Ik doe mee met het blogkerstmis kerstverhaal. Ik koos voor het kerstelfje van de Kerstman, met een eigenwijze twist eraan.

Lees de andere verhalen

14 november 2021

Een avond ongemak

Emma ken ik van Blogpraat. Ze schoof op een dag aan en is niet meer weggeweest. Haar blogs zijn openhartig en houden soms het midden tussen poëzie en proza. Korte puntige zinnen, veel wit. Het leest buitengewoon lekker.

Bij de boekpresentatie staat ze weer in het Utrechtse theater Kikker. Hier stond ze 8 jaar geleden ook. Als Jacob Jan die vertelde over Emma. Nu is het Emma die vertelt over Jacob Jan. Over haar transitie van man naar vrouw. Maar nog veel meer over haar ongemak.

Ze belooft het ook als ze begint. Het wordt een avond vol ongemak. Haar ongemak, maar ook het ongemak van het publiek. Je voelt je soms best ongemakkelijk. Over vooroordelen gaat het; de kritische ik die alles onderuit haalt, maar ook de interne fan. Iets in jezelf dat met bewondering naar je kijkt en soms zelfs liefdevol omhelst.

Een avond in Kikker

Wat een avond in Kikker. Ik ben gek op dat theater. Niet te groot, soms zelfs bijna huiselijk. Emma gebruikt haar podium heel mooi. De stip dwingt haar op een plek te staan, maar wat een theater zet ze er neer. Je blijft aangetrokken tot het hele moment. Net als ze zo mooi alles in de hand heeft en haar eigen angst voor een black out een plek geeft in haar programma.

Het spel met haar kleurenblindheid en slechthorendheid. Ze vermengt het treffend in haar voorstelling. De zon die in een eigenaardig soort lichtgroen opkomt boven een bos met gele bomen. En lachten de kinderen haar dan uit of lachten ze mee. Het zijn de verhalen zoals ze ook zo mooi in haar boek Onder de radar zijn terechtgekomen.

En dan de passage over het lullige platte sleuteltje van haar fiets. Het brengt haar bij een verhaal over de ontdekkingen van haar lichaam. De vibrator als vriend, waarbij de verschillende standjes voorbijkomen. Inclusief golven en geluiden. Het geeft het programma lucht en ontroering tegelijk.

Enthousiast van Emma

Daarom blijft het hopen dat theaters enthousiast worden over Emma. Haar verhaal moet verteld worden. Het zet tot nadenken en je gaat bij het luisteren alleen maar meer van haar houden.

Zeker, veel verhalen ken ik van haar blogs. Het lezen van haar boek is een feest der herkenning. Dan ben ik ook jaloers op haar 4 kinderen vanwege de prachtige hoofdstukken die ze hebben gekregen. Zo mooi wat ze over ze schrijft en de unieke relatie die ze met ieder van hen heeft. Geen kind is hetzelfde. Emma weet heel treffend de karakters van elkaar te scheiden.

Ook hebben we elkaar gevonden in haar overgrootvader Jan Voerman en mijn liefde voor de wolken. Emma denkt ook in beelden en weet wat ze in gedachten ziet prachtig te verwoorden. Een mooi talent. Op toneel schittert Emma helemaal. Ze geniet ervan en dat weet ze mooi over te brengen op haar publiek. Genieten dus.

Ik kan alleen maar roepen dat je haar boek Onder de radar moet bestellen en lezen. En aan alle theaters in Nederland: boek haar. Ze is een talent en haar show bevat alles wat een theateravond moet bevat; een lach, een traan en het zet aan tot nadenken. Een avond van ongemak.

07 juni 2021

Klein Dochteren - IM A.L. Snijders - #ZKV

In de tijd dat ik een baantje had bij een heus museum, reed ik 3 keer per week het stuk van Almelo naar Angelo. Een eind van 80 kilometer, waarbij ik de eerste 25 op de snelweg reed en de rest over 80-kilometerwegen. Langs Lochem, Zutphen en Doesburg om uiteindelijk achter de IJsseldijk in het kasteel bij Angerlo terecht te komen.

Vlak achter Lochem, ligt Klein Dochteren, een bijna niet noemenswaardig plaatsje. Je rijdt dan over de N236 langs een indrukwekkend landhuis uit de jaren ’30. Het schijnt dat daar tegenwoordig een commune in verblijft. En daar in de buurt woont dus de beroemde schrijver van korte verhalen, zeer korte verhalen zoals hij ze noemt: A.L. Snijders.

Niet geweten op de ochtenden dat ik daar reed. Misschien dat hij op enkele honderden meters afstand van mij rondtufte op zijn tractor. Na het houthakken en de kippen voeren. Een ZKV in het hoofd en later aan het papier toevertrouwend terwijl hij door het kleine keukenraampje van zijn boerderijtje naar buiten keek.

“Er rijdt een rood autootje door de ochtendmist. Waar zou hij heen gaan?”

19 augustus 2018

Einzelgänger - Sientje (31)

Sientje heeft ons bij alles in het leven vergezeld. Overal was ze erbij. Op de essentiële momenten misschien niet, zoals bij het afstuderen en de geboorte van onze dochter, maar eromheen was ze er altijd bij. De enige uitzondering op de regel vormt onze trouwerij. Zeker, in onze gedachten speelde het idee om haar de ringen te laten binnendragen op een kussentje in de trouwzaal. Alleen merkten we dat dit niet echt zou werken bij Sientje. Ook omdat ze niet zoveel vertrouwen had in andere mensen. Het zou veel stress opleveren die haar ook niet gelukkig zou maken.

Bij onze ondertrouw hadden we de middag gepland in Apeldoorn, de plek waar we elkaar voor het eerst hadden ontmoet. We vroegen een vriendin of zij Sientje wilde uitlaten terwijl wij weg waren. Ze moest namelijk best lang alleen zijn. De vriendin had de sleutel gekregen en zou haar dan eventjes uitlaten. We hadden een heerlijk etentje en kwamen ’s avonds laat thuis. We stapten binnen, maar troffen geen Sientje.

Aan de deur hing een briefje: Sientje is bij de buurvrouw. De buurvrouw van de andere kant, die helemaal niks met ons en Sientje had. Juist zij had zich over de hond ontfermd.

Er was een drama geweest. Met een sleutel die ze per ongeluk in huis had laten liggen en zo. Ze moest weg en kon de hond niet mee naar huis nemen. Daarom belde ze bij de buurvrouw aan en vroeg of Sientje daar mocht doorbrengen. De buurvrouw, bezorgd om de hongerige hond, had haar kaakjes gegeven die gretig in de bek verdwenen. Ze had wel heel erge honger, beweerde de buurvrouw. Ze keek ons er een beetje verwijtend aan. Een teckel kun je nooit genoeg te eten geven. Natuurlijk hebben we haar duizendmaal bedankt.

Voor de trouwerij en de daaraan gekoppelde huwelijksreis zochten we een plekje waar Sientje een klein weekje zou kunnen logeren. Via een kennis kregen we een adresje midden in de landerijen bij Almelo. Daar was een hobbyboer die ook voor de hobby een kleine hondenhotel draaide. Het moest allemaal kleinschalig blijven, maar wij konden er wel met Sientje terecht. Ze besteedden echt veel aandacht aan de hond, met extra knuffels en zo. Zo kreeg Sientje ook een plekje toegewezen. We draaiden eerst maar eens een proefnachtje een paar weken voor ons huwelijk.

Het was de eerste keer zonder Sientje in huis. We werden er zelf onrustig van. Een nacht zonder hond. Het was bijna onmogelijk. We namen haar altijd mee, zelfs als we bij andere mensen logeerden of op vakantie gingen. Nu was ze er niet. Alleen weg in dat hotel. Niet ver van ons, maar toch. Zenuwachtig haalden we haar de volgende dag op en vroegen hoe het gegaan was. ‘Het ging erg goed’, vertelde de gastheer. ‘Ze is wel een beetje einzelgänger, het liefst op zichzelf. Andere honden interesseren haar niet.’ We bevestigden de veronderstellingen.

Bij ons huwelijk was Sientje de grote afwezige. Net als bij onze huwelijksreis naar Barcelona. We misten ons hondje best wel. Sientje hadden we al sinds het begin van onze relatie. Ze had overal bijgestaan. Zoals bij mijn huwelijksaanzoek, in de achtertuin terwijl we bij de vuilnisbak stonden en genoten van het voorjaarszonnetje. De teckel tussen ons in. Daar vroeg ik Inge ten huwelijk. Met een hond nog geen 3 maanden en een halfjaar na onze eerste ontmoeting in Apeldoorn.

Een dag na terugkeer van onze huwelijksreis, haalden we Sientje op. Ze lag net in de buitenkennel. Alleen was ze en ze genoot van het herfstzonnetje. Ze staarde ernstig voor zich uit en had ons niet eens in de gaten. Bij het horen van onze stemmen, keek ze verbaasd op en kwispelde haar staart bijna van haar lijf af. Dat was een enorme verrassing. Misschien verwachtte ze ons niet meer, maar de blijdschap bij het zien van ons, maakte ons ook weer helemaal blij.

De eigenaar van het dierenhotel vertelde dat Sientje toch wel duidelijk een Einzelgänger was. Ze maakte geen contact met andere honden, maar gaf ook geen kik als zij bij haar kwamen zitten om te kroelden. Ze liet het toe, maar zocht geen toenadering terug. Pas aan het eind kwam ze voorzichtig naar je toe als je het hok binnenkwam. Gelukkig was de eetlust niet verdwenen. Als ze de kans kreeg, haalde ze bakjes van de andere honden ook leeg. Maar dan riepen ze ‘Sientje’. Betrapt keek ze dan omhoog en kwispelde aarzelend.

Een mooie ervaring. Sientje is daarna nooit meer uit logeren geweest zonder ons. We waren gewoon onafscheidelijk.

Lees het vervolg: Park aan huis »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

03 juni 2018

Op cursus - Sientje (22)

We merkten toch dat we een beetje onzeker waren met Sientje. Ze luisterde slecht. Misschien moesten we maar eens met haar op cursus. Inge speurde wat rond en vond in Almelo een kynologenclub die cursussen verzorgde. Het was in de wijk waar ze vroeger was opgegroeid, net aan de rand tegen de weilanden aan. Zo konden we misschien een iets gehoorzamere teckel krijgen. Niet dat we de verwachtten een teckel te krijgen die bij elke kik luisterde, maar het zou wel fijn zijn als ze kwam als je haar riep.

Het was al eens gebeurd dat Sientje was verdwenen uit de tuin. De poort had op een kier gestaan, was niet helemaal goed afgesloten en de teckel was plotseling verdwenen. Inge had gezocht en gekeken. Tot ze een uurtje later Sientje struinend op straat vond. Ze liep rond te snuffelen en was op speurtocht naar iets eetbaars. Zo struinde ze vaak rond op haar dooie akkertje. Na de schrik, kwam wel het besef dat we haar toch wat meer wilden bijbrengen. Ook omdat ze in huis niet altijd goed te corrigeren was.

Zo ging Inge met Sientje naar de gehoorzaamheidscursus. Omdat Sientje een volwassen hond was, kwam ze bij de cursus met de honden die met succes de puppycursus hadden doorlopen. Bovendien waren het allemaal honden die goed luisteren in de genen hebben zitten. Honden als labradors en golden retrievers. Zij scheppen genoegen in het luisteren naar hun baas. Teckels hebben een sterke eigen wil en luisteren als hun dat uitkomt of als het echt niet anders kan. Een teckel komt niet meteen als je hem roept, maar op zijn eigen tijd.

Inge ging naar de cursus. Ook omdat zij de hele dag met het dier zat opgescheept. Ik had in die tijd net mijn rijbewijs gekregen en bracht haar weleens weg of haalde haar op. Zo’n cursus is altijd op een steenkoud grasveld. De wind giert langs je benen en beproeft je blaas. De instructies lijken nooit te werken en het is wachten op je beurt. En altijd als jij aan de beurt bent, dan ben jij degene die de tijd van de anderen vraagt. Want je hond luistert nooit als jij dat wilt. Zeker een teckel is daar heel goed in.

Zo wachtte Inge avond aan avond op haar beurt. Ze kreeg instructies van een instructeur met veel ervaring. Hij trainde politiehonden en wist veel uit honden te halen. Ons ruwhaar teckeltje was een stuk ouder dan de andere honden en vroeg om heel veel geduld. De trainer benaderde het rustig en Inge speelde er heel mooi op in. Ze wist van Sientje niet een gehoorzame teckel te maken, maar wel een ruwhaartje die op de tijden dat ze moest luisteren, luisterde.

Ze kwam thuis met een hond die heel aardig volgde en goed te corrigeren was. Soms baalden we dat er niet meer uit te halen was, maar we merkten dat ze heel goed bij ons bleef. Zulke avonturen als op het Katwijkse strand waren verleden tijd. We raakten niet meer in paniek als ze los raakte. Alleen ging ze niet voor je zitten, maar met een koekje kreeg je best veel voor elkaar. Het hielp ons om een hond te hebben die volgzaam was als het moest en verder lekker eigenwijs mocht zijn. We hadden nou eenmaal voor een teckel gekozen en een teckel kun je niet veranderen in een golden retriever. Als je dat accepteert, bespaart je dat veel frustratie.

Lees het vervolg Kiwi-drol »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

15 april 2018

Doctorandus - Sientje (15)

In mijn studentenkamer waren geen huisdieren toegestaan. Ik zou afstuderen op 28 juni 2002. Inge was overgekomen, had hiervoor zelfs vrij gekregen. De hond moest nu een groot deel van de middag in de kamer alleen blijven. We lieten haar in de bench zitten. Dat zou de rust moeten geven. We hoopten dat ze niet zou blaffen.

We lieten Sientje alleen en gingen een prachtige dag tegemoet. De grachten schitterden in de warme zomerzon. Ik droeg het grijze pak dat ik gekregen had voor dit soort gelegenheden. Het was niet strak uitgesneden en flubberde aan alle kanten. Ook gaf de grijze kleur mij iets grimmigs. In combinatie met mijn keurig geschoren uiterlijk begon een mooie dag. Een mijlpaal.

We verzamelden ons in de stad bij het café recht aan de overkant van het academiegebouw. Oma was mee, mijn ouders, broer, zus, een aantal vrienden en enkele collega’s. Later wachten in het academiegebouw zelf. Wat was dit spannend. Verder naar de zaal waar mijn docent mij toesprak. Ik wilde iets verbeteren, maar de hoogleraar greep in. Het was niet de bedoeling dat ik hier zou tegenspreken. Ik diende te luisteren.

Daarna een borrel in het café in de Doezastraat – tegenover de Mensa – en als bekroning van de dag pannenkoeken eten aan de Beestenmarkt. Ieder op eigen kosten zoals dat bij studenten gaat. Geld om iedereen te trakteren ontbrak. Aan het einde van de borrel kreeg ik van mijn collega’s een enorm boeket bloemen. ‘Maar ik ga de volgende dag met vakantie’, stuntelde ik. ‘Ach dan neem je die toch mee’, grinnikte mijn collega.

Zo kwamen we die avond thuis met een enorm boeket bloemen. Sientje was helemaal blij ons eindelijk weer te treffen. Ik liet haar gelijk uit. Droeg haar eerst de steile trap af naar beneden om haar te trakteren op een mooie wandeling. Een paar maanden eerder hadden Inge en een vriendin voor het raam gekeken en gelachen. Het zag er ook wel heel bespottelijk uit om mij te zien wachten tot de hond uitgepoept was en daarna het geschetene met de poepschep van de straat te scheppen.

Nu zag het er bespottelijk uit hoe een kersverse doctorandus keurig in pak daar zijn teckel uitliet. Een dag voor de vakantie. Morgen zouden we aan kamperen in Limburg. De kortgeleden bij de Makro aangeschafte tent lag al in de auto klaar om meegenomen te worden. De bos bloemen zou de volgende dag naast Sientje geschoven worden. Op de camping in Vaals kreeg het boeket een plekje in de emmer waarin we eigenlijk hoorden te plassen. Naast de tent kwam het boeket te staan. Het zag er niet uit, maar was erg origineel. Wie neemt er nou een bloemetje en een teckel mee op vakantie?

Lees het vervolg: Kamperen met je teckel »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

08 april 2018

Teckel in studentenhuis mag dat wel? - Sientje (14)

Sientje woonde in Almelo bij Inge. Zij had een huisje met een tuintje. In de tijd dat we Sientje kregen, woonde ik nog in mijn Leidse studentenkamer aan de Lage Rijndijk.

Mijn kamer bevond zich op de eerste etage aan de voorzijde. Ik had de meest in het oog springende kamer van het huis door de iets naar buiten stekende erker. De ramen gingen open met een ingenieus mechaniek van katrollen en gewichten in het kozijn.

Onder mijn kamer bevond zich een grote opslag. In de jaren dat ik er woonde was er in elk geval een kringloopwinkel gehuisvest en later vormde de ruimte het magazijn van een schildersbedrijf. Elke ochtend stegen de terpentine, thinner en andere oplosmiddelen omhoog door de houten vloer. Ik begon de dag zo altijd enigszins bedwelmd en high.

Zachte spons

Inge kwam af en toe logeren in de weekenden dat ik werkte. Speciaal voor die logeerpartijtjes had ik een oud slaapbankje voor 100 gulden bij de kringloopwinkel op de kop getikt. Het was een slecht, versleten ding. Maar met een extra door midden gezaagd oud matras van Inge ging het best. Het sliep heerlijk in de zachte spons die we hadden gemaakt.

Soms ging ik met Inge en Sientje mee terug naar Almelo als de laatste dienst erop zat. Andere keren kwamen vrienden even langswippen. Inge nam bij die bezoeken Sientje mee. Ze kreeg het beest niet alleen de trap op. De steile trap maakte het voor haar onmogelijk om ook nog een hond in de arm te houden. Ze was met haar hoogtevrees veel te veel bezig om omhoog of omlaag te komen.

Daarom droeg ik de hond altijd aan het begin of einde van mijn werk bij de dak- en thuislozen de trap af en op. Gelukkig waren de diensten daar kort genoeg voor. Ik werkte dicht genoeg bij huis voor Sientjes blaas. Ik liep nooit grote rondjes in de buurt. Het was er niet zo hondvriendelijk, over de brug aan de achterzijde van het huis, was een klein stukje industrieterrein met gras. Verder liep ik de Sumatrastraat in, maar daar viel nog minder groens te besnuffelen.

Hoge laarsjes

Een studiegenote van mij kwam een keer op bezoek en droeg hoge laarsjes. Ze stapte de kamer binnen. Sientje ging voor haar staan en blafte zich een ongeluk. Ze hield niet zo van die laarsjes. Zelfs nadat mijn studiegenote ging zitten, bleef Sientje onrustig. Daarom liep ik maar even een rondje met het hondje voor de avondplas. Ik droeg haar onder mijn arm de trap af naar beneden.

Buitengekomen stonden mijn studiegenote en Inge te kijken hoe ik Sientje aan het uitlaten was. Ze moesten erom lachen hoe ik daar stond met die teckel en in mijn vrije hand de poepschep. Het uitlaten van een teckel heeft natuurlijk iets komisch. Zo’n langgerekte hond, kort op de pootjes naast zo’n rechtopgaande mens.

Teckelgang

Teckels hebben altijd een grappig loopje zeker als de tussen stap en draf vooruit komen. Het lijkt misschien het meeste op een tussengang, waarbij de achterpootjes ogenschijnlijk onhandig door de lucht zwaaien.

Sientje kon erg goed sprinten. Ze zette zich dan af met de achterpoten en trok de voorpoten daarna effectief naar achteren. Ze bereikte er hoge snelheden mee waarbij haar oren flapperden in de door de snelheid veroorzaakte wind.

Steile trap

De trap liep steil naar beneden en onderaan waren de treden ook nog eens in een heel onhandige kromming gemaakt. Geen ideale trap om over te lopen. Ik was het niet anders gewend. We wilden Sientje niet leren traplopen en Inge vond het maar een eng ding. De smalle gangen boven waren bedekt met afgesleten linoleum. Sientje struinde daar op momenten dat wij bezig waren in de keuken gewoon rond tussen de kamer voor en het smalle keukentje helemaal achterin het pand.

Om van de keuken in de kamer te komen moest je door de smalle gang naar voren lopen, met een lichte knik het stukje hal pakken tussen toilet en trap en daarna de nis induiken naar de deur van mijn kamer.

Sientje ontdekte al heel snel dat je deze route snel kon pakken. Ze holde door het smalle gangetje, nam de strakke bocht bij het toilet om de nis in te sprinten van mijn kamer. Het dier liep met een noodgang door de gang. Wij waren allebei in de keuken met een pan eten toen we haar vooruit stuurden naar de kamer. We zagen het niet, maar hoorden de nagels krassen op het afgesleten linoleum. Er klonk een enorm gekras, ze wist ternauwernood de kamer te bereiken.

Levensgevaarlijke manoeuvre

Ik besefte pas later dat ze in die bocht een levensgevaarlijke manoeuvre uitvoerde op weg naar mijn studentenkamer. Ze had zo de bocht uit kunnen vliegen en zou zich dan in het trapgat hebben gelanceerd. Met alle verschrikkelijke gevolgen. Zonder twijfel zou ze met haar snelheid en de val 3 meter lager, haar nek en rug hebben gebroken. Je moet er niet aan denken. Je begrijpt wel dat we na die krabbelactie voorzichtiger waren geworden. We lieten Sientje nu alleen onder begeleiding door de gang lopen.

Een andere keer stormde ze na de meer dan 2 uur durende autorit uit Almelo mijn kamer binnen. Ze sprong met een enorme vaart het slaapbankje op en stopte precies op tijd op enkele centimeters van het raam. Ook daar zou een ongelukkige beweging fatale gevolgen hebben gehad. Het dunne enkelglas in het erkertje van mijn kamer zou weinig hebben tegengehouden.

Grootste verhuisbus

Nog geen 11 maanden nadat we elkaar voor het eerst hadden leren kennen via internet, verhuisde ik naar Almelo. Te gevaarlijk voor een hond was dat studentenkamertje. Bovendien verlangde ik altijd als ik in dat kamertje zat, naar mijn lief en ons schattige hondje in Almelo. Zodoende gebeurde het dat ik een halfjaar na onze eerste gezamenlijke aankoop met de grootste bus die je met een B-rijbewijs mocht besturen naar Almelo verhuisde.

Bij de verhuizing bleef Sientje thuis. Mijn kersverse (oud-)collega Mo hielp met sjouwen en droeg zo mijn enorme Mannborg-harmonium naar beneden. Van die trap waar niet alleen teckels de kans liepen hun rug of nek te breken, maar ook verhuizers. Hij droeg het muziekinstrument manshandig op zijn rechterschouder naar beneden.

Met bewondering en ontzag zag ik hoe zijn rug het instrument droeg en zijn schouder meestuurde. Wat een gewicht en wat een kracht. Beneden mocht ik het ding de verhuiswagen in tillen. Het zware gevaar gevaarte dat ik een paar jaar eerder naar boven had gesjouwd met twee vrienden. Ik had plechtig moeten beloven nooit meer zoiets te kopen en voorlopig niet meer te verhuizen. Maar dit was iets heel anders natuurlijk.

Lees het vervolg Doctorandus »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

01 april 2018

Ons teckeltje verandert in een hongerige wolf - Sientje (13)

We gaven Sientje netjes haar eten en verder niets extra’s. Af en toe kreeg ze een botje. Daar was ze gek op. Dat wisten we al toen we haar ophaalden. Voor het eerst liepen we met Sientje aan de lijn door de tuin van de vorige eigenaar.

Bij de perenboom trok ze heel erg aan de lijn en wilde niet mee. ‘Dat komt omdat daar een botje ligt’, verklaarde de vorige eigenaar. Hij trok haar weg bij het enige strookje groen in de achtertuin.

Ik was in die tijd verslaafd aan stroopwafels. Ik at ze als enige thuis, daarom stond op het tafeltje naast waar ik op de bank zat, het pak met stroopwafels. Bij het drinken van een kopje koffie nam ik dan mijn geliefde shot in de vorm van een stroopwafel. Sientje liet het pak onaangeroerd. Zelfs als we weg waren, stonden daar die stroopwafels. Bij terugkomst wachtte het pak nog netjes op mij en nam ik een stroopwafel bij het kopje koffie.

Later dachten we met smart terug aan deze tijd, waarbij al het eten gewoon kon staan waar het stond. Geen teckel die loerde op iets eetbaars en bij ontdekking het eten direct in een verleden tijdsvorm omzette. Waar ligt de verandering?

We bezochten vrienden in Wormerveer. Daar aangekomen kreeg Sientje ook stukjes kaas en worst van de omstanders, net als de hond van het huis. Ons teckeltje kreeg meer te eten dan ze normaal kreeg in de vorm van de bak met brokken.

Dat was op een zondag. De volgende dag ging ik weer naar Leiden om te gaan werken. ’s Avonds aan de telefoon hoorde ik wat er was voorgevallen. Inge kwam thuis en trof een buitengewoon slome hond aan. Ze lag helemaal stil op de vloer. Alleen het staartje bewoog traag op en neer. Ze lag op haar zij met een hele dikke buik.

Inge ging op onderzoek uit en zag dat het hele pak stroopwafels op het tafeltje aan mijn kant van de bank weg was. Het inpakplastic lag zorgvuldig op de grond naast Sientje. Net als het metalen lipje waarmee de stroopwafels waren afgesloten.

Pas veel later die dag kwam de teckel in beweging. Ze kreeg die dag en de daarop volgende uiteraard geen eten meer. We merkten snel dat ze na de worst en kaas bij die vrienden obsessief speurde naar eten. Als ze de kans kreeg snaaide ze ergens wat. Wij gaven haar niks, maar het hielp niets. Als ik opstond van mijn plaats, moest ik altijd goed kijken of er niets te eten lag. Anders was het bij terugkomst verdwenen. De honger naar eten verergerde toen de dierenarts haar op een dieet zette. Ze was veel te dik geworden vond hij.

Zij vond van niet. Hongerig struinde ze door het huis. Dan wierp de hongerig wolf in teckelformaat de vuilnisbak om, sleurde alles wat eetbaar was naar het witte wollen kleed dat midden in de kamer lag. Zo hebben we de prachtige rode kleuren van tomaat en paprika in het kleed teruggezien. Zo heeft Sientje de gevonden en verslonden macaronieschotel blijvend in het kleed vastgelegd.

Help!

Lees het vervolg: Teckel in studentenhuis, mag dat wel? »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]