Posts tonen met het label sprookjes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sprookjes. Alle posts tonen

10 februari 2023

De verdwenen president - een sprookje

Tekening van Inge de Wit

 Aan de koelkast bij Mees thuis hangen allemaal papieren met kleine en grote boodschappen. Het lijstje met de dingen die op zijn bijvoorbeeld. Handig voor in de supermarkt. Dan weet je of je hagelslag moet kopen of dat de pindakaas op is. Ook de brieven van de gemeente hangen er, de herhaalrecepten voor de dokter of een rekening die voor het eind van de maand betaald moet worden. 

   Alle papieren hangen onder dikke magneten. Elke magneet is versierd. Zo is er bijvoorbeeld een magneet in de vorm van het Empire State Building. Deze heeft Mees meegenomen van de vorige keer dat hij in New York was. Ook is er een magneet van de veerboot die naar Vlieland vaart. 
   Helemaal bovenaan op de koelkastdeur hangt een magneet in de vorm van een sombrero. Dat is een Mexicaanse punthoed, daaronder zitten drie briefjes papiergeld geklemd. Het zijn Amerikaanse dollars. Eentje van tien dollar en twee van één dollar. Op de dollars zie je duidelijk een belangrijke Amerikaanse historische figuur. Op die van één dollar staat George Washington, de eerste president van de Verenigde Staten. Die van tien dollar heeft de beeltenis van Alexander Hamilton, één van de grondleggers van de Verenigde Staten.
   Als Mees goed kijkt naar het briefje van één dollar, ziet hij duidelijk het hoofd van opzij van George. Soms, als hij de boter uit de koelkast haalt, dan kijkt hij naar het profiel. Zo heet een afbeelding van opzij.

Op een ochtend heeft Mees best wel haast. Hij doet snel de koelkast open, haalt er een potje jam uit om straks op brood te smeren. De kast gaat weer dicht. Hij kijkt naar George. Hij kijkt nog eens. Wat ziet hij nu? Ziet hij het wel goed? Hij knippert nog eens goed met zijn ogen. Het profiel van George is verdwenen. Gewoon weg. Waar zou hij toch zijn?
   Hij roept zijn moeder. Zij weet altijd alles. Waar zou George toch kunnen wezen? Mama pakt het biljet van de koelkast en kijkt nog eens goed. Inderdaad het is helemaal weg. Het briefje van één dollar dat erachter zit, heeft nog wel de eerste president van Amerika erop. Op het tientje is Alexander Hamilton eveneens verdwenen. Hoe kan dat nou?' stamelt ze. Mama snapt er ook niks van.
   ‘Mees, je moet nu echt naar school’, zegt zijn moeder. Daarom hangen ze de briefjes maar snel terug. Misschien vanavond even naar kijken, denkt Mees. Hij weet het anders ook niet. Hij gaat naar school. Het is een drukke dag. Mees krijgt vandaag een moeilijke rekensom, waar hij al zijn gedachten op moet storten. Anders lukt het hem niet om deze som op te lossen.

Pas de volgende ochtend denkt Mees weer aan het briefje van één dollar. Als hij de koelkast opentrekt, kijkt hij nog eens goed. Verrek. Daar zit George weer op de koelkast. Mees roept weer snel moeder erbij. 'Mama, kijk eens. Hij zit er weer op.' Ze komt eraan gesneld en haalt de briefjes van de koelkast onder de magneet vandaan. En inderdaad. Ze zitten er allebei weer op. 'Hoe kan dit nou?' vraagt Mees. 'Ik heb geen idee', zegt mama. 'Ik snap er ook niks van.'
   Pas bij het avondeten praat Mees erover met zijn vader. 'O', zegt papa. 'George en Alexander wilden weer eens wat anders. Ze zijn gisteren in de portemonnee van de buurman meegeweest naar Amsterdam.' Mees gelooft er niks van. Zijn vader vertelt weleens vaker onzin. 'Nee, serieus', zegt zijn vader. 'Ik heb erover gelezen in een brief die ik laatst voor mijn verjaardag kreeg.'
   Mees snapt er niks van. Hij besluit het maar zelf te gaan vragen aan George. Al kijkt hij best wel streng uit zijn ogen. Hij schuift het keukentrapje naar de koelkast, klimt omhoog en kijkt de president aan van het briefje. 'Meneer Washington', vraagt hij. 'Is het waar dat u in de portemonnee van de buurman bent geweest?'
   Het hoofd knikt. 'Inderdaad Mees', zegt hij. 'Ik wilde weleens wat meer van de wereld zien, daarom heb ik de buurman gevraagd om met hem mee te gaan naar Amsterdam. Dat is een grote, beroemde stad. In mijn tijd wilde eigenlijk iedereen naar Amsterdam. Zelfs de grote stad New York heette eerste Nieuw Amsterdam, naar de wereldberoemde stad.'
   'Wat heeft u er dan meegemaakt?' vraagt Mees. 'Ik heb de grachten gezien. Eindelijk. En ik ben naar het Rijksmuseum geweest. Er is een heel bijzondere tentoonstelling van Vermeer. Ik heb het melkmeisje gezien. Wat een prachtig schilderij is dat zeg. Heel mooi zoals het licht op het schilderij valt. Als je het niet kent, moet je echt een keer gaan kijken. Zo mooi hoe deze vrouw door Vermeer is geschilderd. Misschien moet je mij nog een keer meenemen. Ik ben niet veeleisend. Aan een plekje in een portemonnee heb ik meer dan genoeg.'
   'Maar Mees', vervolgt de eerste president. 'Ik ben al best wel een tijdje dood. Sinds 14 december 1799 om precies te zijn, maar ik ben nog wel heel nieuwsgierig. Wat doe ik eigenlijk bij jullie op de koelkast?' 'Nou zegt Mees. Dat is eigenlijk heel simpel. We sparen heel hard om naar Amerika te gaan. Dan kunnen we jullie uitgeven. Ik wil namelijk heel graag een souvenir van het Vrijheidsbeeld hebben en die kost precies twaalf dollar.'
   'Ah, nou snap ik het', zegt George. 'Dat is een mooie besteding. Ik denk dat ik je wel kan helpen aan een klein vrijheidsbeeldje. Ook al is het pas veel later gekomen, lang na mijn dood. Het is een geliefd beeld in Amerika.' Dat belooft Mees. Daarna hoort Mees zijn vader hem roepen. Hij moet naar bed. Morgen gaat hij weer rekensommen maken.

Kleine verantwoording bij dit sprookje

Dit sprookje heb ik geschreven voor mijn neefje zijn verjaardag. Inge heeft de treffende prent erbij gemaakt.

25 december 2022

De schrijfkabouters - een kerstsprookje - #blogkerstmis

Haar broer, de schrijfkabouter, woont in de vijfde paddenstoel achter het berkenbosje van ons kabouterbos. Hij schrijft dag en nacht. Een heuse reeks misdaadromans vloeit uit zijn pen. Elk kwartaal brengt hij een nieuwe titel uit. Zijn vingers zijn blauw van het vasthouden van zijn magische en fantasierijke pen. Het papier kronkelt van genoegen op het bureau. Zoveel woorden en zinnen kriebelen op het vel dat het niet anders kan dan golven van opwinding en spanning.

De schrijfkabouter heeft net zijn laatste misdaadboek uitgebracht. Een heuse thriller boordevol met messen en pistolen. Als op de eerste pagina het mes op de tafel ligt, weet je als lezer wat er gaat gebeuren. Dat mes zal hoe dan ook met bloedspatten en al verderop weer opduiken. Het slachtoffer probeert zich nog te weren. Er klinken dreigend pistoolschoten in de verte, maar niemand is hiertegen opgewassen.

De rest van het boek heerst de spanning wie het gedaan heeft. Altijd weet de schrijfkabouter er een passage in de voegen over een butler, die het gedaan zou hebben. En hij heeft het nooit gedaan. Het is een running gag. De trouwe lezers van de schrijfkabouter weten het. De butler heeft het nooit gedaan, maar toch... Elke keer lijkt het er verdacht veel op dat hij het toch gedaan heeft.

Ook deze maand is het boek lovend besproken in de Gelebouter. De recensent liet het na de ene superlatief na de andere te plaatsen in het bericht: 

'Dus ren snel naar je plaatselijke boekwinkel en haal dit prachtige boek. Wil je een avond heerlijk in spanning zitten en genieten van de overweldigende schrijfstijl van de schrijfkabouter? Koop dit boek en je smult. Gedreven door de spanning wie het gedaan heeft. Toch de butler of houdt de schrijfkabouter vast aan zijn traditie? Het antwoord vind je alleen maar door het verhaal zelf te lezen.'

De schrijfkabouter slaat de krant tevreden dicht na het lezen van deze woorden. Hier komt het helemaal goed. Vandaag mag hij in de boekwinkel iets voor het berkenbosje signeren. Hij verwacht er veel van. Zeker na zoveel lovende woorden in de krant. Hij drinkt nog een flinke slok koffie tot zijn oog op de advertentie op de achterkant van de Gelebouter valt: doe mee aan de schrijfwedstrijd en win een schrijfretraite van 4 maanden in Zuid-Afrika.

Dat klinkt de schrijfkabouter als een uitgelezen kans. Hier moet hij aan meedoen. Hij heeft niet veel concurrentie weet hij. Dit is de kans om eindelijk een groter werk te schrijven dan de dunne detectives die het publiek van hem gewend is over inspecteur Wouter Baigret. Eindelijk eens tijd om een wat diepere intrige uit te spinnen over meerdere delen. Een gevatte filosofie uit te spinnen over het hoe en waarom de kabouters op aarde leven. Een boek dat over de grenzen van het land, het wezen en het weten heen stijgt. Een verhaal dat alle kabouters tot het diepste van het zijn zal raken.

Zo dromend en trekkend aan zijn pijpje wandelt hij even later naar de boekwinkel. Er staat al een rijtje nieuwsgierige kabouters voor de ingang te wachten. 'Het is druk. Allemaal mensen die voor mijn nieuwste boek komen en een persoonlijke boodschap op de binnenflap geschreven willen hebben.' Hij lurkt nogmaals aan het pijpje en stapt de boekwinkel binnen.

Hij kijkt nog eens goed. Wie ziet hij daar achter de tafel zitten? Het is zijn halfzus, de rondborstige Lisa. Ze zit vol genoegen en bolle wangen aan de signeertafel. De armen gevouwen over haar buik wacht ze tevreden tot de volgende klant komt om een handtekening in haar nieuwste boek te zetten. De rij is lang. Dus daar komt de enorme rij van wachtenden vandaan. Ze willen allemaal nog snel een boek van zijn zusje voor de kerst in huis hebben.

Lisa schrijft ook boeken net als haar halfbroer de schrijfkabouter. Zij schrijft er een stuk minder vaak dan hij. Ze doet het ook allemaal buiten haar huishouden en de opvoeding van haar 3 kleine kabouterkinderen. Een heel werk, maar haar man David is vooral buiten zijn paddenstoel bezig. Ze vraagt zich weleens af hoeveel hij eigenlijk om zijn vrouw en kinderen geeft. Zo vaak is hij van huis om hout te hakken. 

In de kleine uren kruipt ze aan het kleine schrijftafeltje in de hoek van haar paddenstoel. De kinderen net in bed en de ochtendpap al pruttelend boven het vuur. Daar schrijft ze de wenken voor de opvoeding van kabouterkinders. Boordevol met praktische tips hoe je je huilende kabouterkind stil kunt krijgen. Ook wat je kunt doen tegen spruw en opspuwende borsten. Ook wijst ze haar lezers hoe ze hun man tot bedaren kunnen krijgen.

De rij wachtenden bestaat dan ook vooral uit kaboutervrouwen. Ze staan vol verwachting te wachten op de laatste druk van haar praktische wenken. Zo handig en een heel praktisch cadeau voor kerst. De schrijfkabouter gaat naast zijn halfzus zitten aan het tafeltje. Een flinke stapel van zijn misdaadboeken staat voor hem. Heel soms schuift een vrouw met een boek van zijn halfzus in de hand, door naar hem. Dan mag hij iets voorin schrijven voor haar man. 'Voor detectives heb ik geen tijd', verzucht de kabouter vrouw dan naar hem met een brede glimlach op het gezicht. 

'Doe je ook mee met de schrijfwedstrijd', vraagt Lisa aan hem. 'Zeker, ik wil wel eens 4 maanden kunnen besteden aan het schrijven', zegt hij. 'Eindelijk tijd om te schrijven.' Ze kijkt haar schrijfbroer eens goed aan. 'Maar je hebt toch tijd genoeg om te schrijven?' 'Ja, maar extra tijd en op zo'n plek. Mij helemaal onbeperkt wijden aan een groot literair werk. Dat is mijn grote droom', antwoordt hij. Lisa kijkt verlangend voor zich uit. 'Het lijkt mij geweldig. Ik zou alleen niet weten hoe het moet met mijn 3 lievelingetjes.'

Hij probeert al een verhaal te bedenken voor de wedstrijd. 'Waar doe jij het over?' vraagt hij zijn halfzusje. 'Dat ga ik natuurlijk niet verklappen', zegt ze. 'Ik heb al wel een heel leuk idee.' Haar bolle wangen glimmen helemaal. 'Ik heb nog geen idee', zegt de schrijfkabouter. 'Dan laat je het toch de butler doen', grapt zijn zusje. Ze geeft hem een por in zijn zij. Zijn bolle buik schiet ervan omhoog. 'Ja, ja', zegt hij als hij er weer enigszins van is bijgekomen. 'Maak maar grapjes.' 'Ik ga iets schrijven over mijzelf. Hoe druk ik het heb en hoe moeilijk het is om je passie te kunnen volgen tussen al het werk door', verklapt Lisa. 

De week erna zet hij zich volop aan schrijven. Hij bedenkt allerlei varianten. Het verhaal loopt lastig. Hij loopt op een moment dat hem de inspiratie ontbeert, maar eens langs zijn zus. Ze is druk bezig de soep voor die avond klaar te maken als hij aanklopt. Een zoontje van haar ligt ziek op bed en de andere dreint de hele tijd aan haar rok. 'Nee, nu niet Martin. Je ziet toch dat ik aan het koken ben.' De schrijfkabouter wordt er niet veel wijzer van. 'Ik heb zo weinig tijd om het goed uit te werken', zegt ze. 'Laat mij het doen', zegt hij snel. 'Ik heb helemaal geen goeie ideeën.' 'Ja en dan ga jij er met de prijs vandoor', zegt ze. Dat is ze dus echt niet van plan. 

*

Het is de avond voor de deadline. De schrijfkabouter zet zich noest aan het schrijven. Zijn pen is niet zo vlot als anders. De inkt hort en stoot over het papier. Het papier is ook op het rabat. Het kronkelt en buitelt niet zo enthousiast als anders onder de kriebelende pen. Sterker nog, soms verzet ze zich en drukt de kop van de pen gewoon weg. Met moeite krijgt de schrijfkabouter de letters op papier. Waar is de magie van weleer? Hij heeft geen idee. Het is compleet verdwenen lijkt het.

Zijn zusje heeft eindelijk tijd om haar verhaal te schrijven. Het stompje van haar kaars houdt het hopelijk lang genoeg vol om nog licht te blijven geven tot haar verhaal klaar is. Ze voelt hoe haar idee meer en meer gestalte krijgt. Het is een verhaal zoals zij elke dag meemaakt. Zij ziet voor zich hoe haar hoofdpersoon zich door de dag heenworstelt. Elke dag weer opnieuw, elke keer opnieuw. Hoe ze de eindjes bij elkaar scharrelt en tussen alle drukte door haar passie volgt: de liefde voor het schrijven. De liefde voor het verhaal.

Ze lopen die ochtend tegen elkaar op bij de paddenstoel waar het verhaal moet worden ingeleverd. 'Is het gelukt? ', vraagt ze haar broer, de schrijfkabouter. Hij knikt, maar op zijn gezicht verschijnt een poging tot lachen als een boer met kiespijn. Zij lacht tevreden terug. 'Het was krap en de kaars hield er midden in de nacht mee op. Ik heb op de tast proberen te schrijven, gelukkig gaf de maan net genoeg licht om de lijntjes op het papier nog te zien.'

Ze laten de enveloppen achter. Het duurt nog een week tot kerstavond en de uitslag bekendgemaakt wordt. Lisa en haar broer de schrijfkabouter wachten in spanning af. Dan melden ze zich de avond voor kerst. De jury heeft alle inzendingen gelezen. Het waren dit jaar meer inzendingen dan ooit. Zelfs de grote schrijfkabouter heeft meegedaan en de schrijver van het duizenddingenboek Lisa. 'Dat zijn geen kleine namen', zegt de juryvoorzitter, kabouter Barry Kulisch. 'Dan zal ik nu maar vertellen wie de winnaar is. De winnaar is: de schrijfkabouter.'

Vol verbazing kijkt de schrijfkabouter uit zijn ogen. Wat is dit. Hoe is het mogelijk dat hij gewonnen heeft. 'De verhalen van jou en Lisa leken wel heel erg op elkaar, maar wij denken dat jij het idee net iets mooier en rijper hebt uitgewerkt. Het straalt net iets meer rust uit.' Hij kijkt tevreden rond en ziet hoe Lisa, een traan wegpinkt. Ze loopt naar haar broer. 'Gefeliciteerd', zegt ze. Haar stem klinkt onvast. 'Van harte gefeliciteerd.' Dan loopt ze snel weg. De tranen wellen uit haar ogen. Wat is dit onverdiend. Ze heeft er zoveel energie in gestopt en ze zou het zo hebben verdiend. Bovendien heeft hij inderdaad haar idee gejat. De schurk.

Ze komt weer thuis. Haar man David is er niet. Hij is natuurlijk houthakken. Ze roert in de grote pan voor de maaltijd van morgen. Er is niet veel tijd meer om alles nog klaar te krijgen. De jongste is nu ziek en de oudste moet vanavond in het koor zingen bij de grote paddenstoel. Dan zingen ze kerstliederen en neuriën kabouterhymnen. Het is allemaal druk en haasten. En dan ook nog eens die mooie prijs aan haar neus voorbij gegaan. Ze probeert haar tranen te bedwingen, maar kan het niet helpen dat er soms eentje in de soep valt.

*

Nog een paar minuten en het kerstdiner is klaar. Zelfs haar man David zit aan tafel met zijn feestelijke houthakkershemd. Ze heeft haar mooiste jurk aangetrokken. Wat een vreugde zo met haar kinderen en haar man. De oudste heeft gisteren prachtig gezongen. Het lukte zelfs haar man om erbij te zijn in de grote paddenstoel. Door de gewelven klonken de kerstliederen. Het 'Once in Royal David's Mushroom' en 'De kabouters lagen bij nachte'. Ze voelt de trots weer hoe hij zong. Zo trots dat ze haar teleurstelling zelfs even vergeet.

Ze eten van het kuiken dat ze bereid heeft. Er wordt door de jongens gevochten om het filetje. Het is lekker knapperig en ze heeft nog de juiste kruiden weten te vinden in het bos. David kijkt haar trots aan. 'Je hebt heerlijk gekookt Lisa', zegt hij. Dan slaat hij een arm om haar heen. 'En jij hebt voor mij de prijs gewonnen. De prijs van de beste kok van het kabouterdorp.'

Dan wordt er op de deur van de paddenstoel geklopt. David en Lisa kijken elkaar aan. Verwacht jij iemand? Ze schudt haar hoofd, als ze de deur opent, staat daar haar broer, de schrijfkabouter. Ze weet niet of ze hier nou zo blij mee is. 'Ik geloof dat ik hier even geen zin in heb.' 'Het spijt me', zegt hij. 'Ik heb je idee gestolen. Ik heb geschreven over hoe jij het hebt. Ik heb stiekem gekeken toen je zo druk was. Een man die altijd weg is, je kinderen die veel aandacht vragen. Het huishouden.' 

Ze kijkt hem aan, voelt de teleurstelling van eerder die dag weer. Zijn ogen glinsteren. 'Daarom heb ik besloten dat jij de prijs moet krijgen. Ik heb de organisatie gevraagd om hem aan jou te geven. Je hebt gelijk. Jij verdient het om 4 maanden heerlijk aan een project te werken. Onafgebroken, niet afgeleid. We zorgen ervoor dat jij helemaal vrij kan werken in Zuid-Afrika. Volgende week vertrek je. Dan pak je nog een heerlijke Zuid-Afrikaanse zomer mee.'


Blogkerstmis

Dit is mijn bijdrage aan blogkerstmis georganiseerd door Ali Molenaar. De opdracht was: 

Broer en zus zijn allebei niet onverdienstelijke schrijvers en hebben besloten mee te doen met de kerstverhalenwedstrijd van een tijdschrift. Maar dat levert complicaties op.

Lees alle bijdragen aan deze blogkerstmis

08 november 2007

Een Stradivarius uit 1667

Zojuist zat Andre Rieu bij De wereld draait door. Krankzinnig succes boekt die man en vanuit die verwondering ben ik even naar Wikipedia gekropen. Daar las ik dat hij die walsen speelt op een Stradivarius uit 1667.
Dat hij zo'n commercieel succes heeft, dankt hij aan een heus gevoel voor de werking van de wals op het publiek. Tenminste hij wilde dat bij De wereld draait door doen geloven. 'Mijn vader was dirigent. Dan gaf hij een concert en zat ik als klein jongetje tussen het publiek. De hele avond was dan Beethoven en zo gespeeld en tot slot gaf hij als toegift een wals. Ik merkte dat het publiek dan deinde en de hele sfeer veranderde.'
Vanuit die constatering is hij aan de slag gegaan. Nu toont hij zich als een heuse dijenkletser, die de walsmuziek bijna banaal presenteert. Weekt hij het oergevoel van de mens los, of hebben al deze mensen gewoon geen gevoel voor muziek.
Als ik denk aan de werking van muziek, dan denk ik vooral aan de voorspeelavonden op de muziekschool. Die eindigden steevast met de BigBand. De ernst van de avond, verwisselde met het geluid van trompetten en drums. Hier lag meer het gevoel van schaamte en ergernis die door de gereformeerde koppen trok, dan een heus gevoel van het publiek.
Overigens gaf Rieu aan niet naar China te willen. Hij wilde dat mensen in alle vrijheid naar zijn optredens kunnen. China was daarvoor te communistisch. Vreemd dat zo'n publiekstrekker en populist dat vindt. Heeft hij toch iets charmants.