Posts tonen met het label autorijden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label autorijden. Alle posts tonen

23 december 2023

X - een kerstverhaal

Op de lange weg tussen driedubbele rijen hoge bomen rijdt de witte elektrische auto van Elon. Hij heeft hem op naam van Mister X gehuurd en zweeft nu boven het elektrische gezoem van de motor. Alle grote abelen wuiven hem toe. Eigenlijk kan er niks misgaan. Elon kijkt ver over de polder.

De weg is de Vogelweg, vertelt het immense scherm tussen hem en de voorruit van zijn auto. Speels leunt Elon over zijn stuur op zoek naar de vogels. Hij rijdt te hard om de kiekendief te zien bidden boven het landschap.

Het stuur hoeft amper te bewegen, zo kaarsrecht doorkruist de Vogelweg het polderland. Links en rechts de akkers. Voor je, zo ver je kan zien, weg. Elon weet niet hoe het is als je met zonsondergang terugrijdt in het najaar of het voorjaar. Hoe de zon zich dan precies laat zakken tussen de hoge bomen. Alsof ze onder de dekens kruipt en je een nachtzoen geeft.

Nu schijnt de zon warm. Niet dat Elon het voelt, zijn auto koelt de leren zittingen tot een behaaglijke temperatuur. Het witte shirt dat hij draagt, blijft zo droog en lekker rond de huid zitten. Niet dat warme klamme dat aan een warme zomerdag kleeft. Elon weet wel hoe hij zich moet koelen.


Midden in het landschap verrijst een lichte glooiing. Elon vraagt zich af hoe dit kan. De auto gaat omhoog over de Knardijk om meteen weer af te zakken. De Vogelweg slingert voorzichtig mee. Alsof de tekenaar die de weg ooit op de kaart tekende, even wegdommelde en zijn potlood net iets van de rechte lijn afweek, wakker schrok en de rechte lijn na de dommel weer oppakte.

Daar, in de afdaling, gebeurt het. Onverwacht. Met de witte elektrische auto's is nooit iets mis, weet Elon. Oké, hij kwam een jaar later bij de ontwikkelploeg, maar hij heeft hem bedacht, kent zijn geheimen en voelt precies aan wanneer iets verandert of een ingreep gewenst is. Deze rechte weg met zijn nauwelijks merkbare slingers, kan de auto bijna op zijn automatische piloot rijden. Elon hoeft enkel mee te kijken en heel soms zachtjes een correctie te geven.

Nu flikkert het scherm in alle mogelijke kleuren. Elon heeft nooit geweten dat het zoveel kleuren bevat. Als je stil zou staan en er niks aan de hand is, dan zou je ervan kunnen genieten. Nu schrikt Elon vooral en weet niet zo goed raad met deze situatie. De auto mindert vaart, geeft nog een zachte plof en daar staat Elon vrijwel stil. Hij weet de auto net nog in de berm te manoeuvreren.


Alles schakelt meteen uit. Het scherm flitst en is dan gitzwart. Het zoete geblaas van de airconditioning stopt abrupt. Alle lampjes op het dashboard scheiden ermee uit. Alleen één lichtje brandt. In een zachtblauwe kleur. Het is enigszins ovaal. En Elon heeft geen idee wat de betekenis is van het lampje. 'Ik moet er maandag toch maar eens naar vragen. Dan zie ik het technische ontwikkelteam in mijn wekelijkse agile-meeting', denkt hij.

Hij kijkt om zich heen en voelt hoe de temperatuur in de auto snel toeneemt. Elon heeft eigenlijk verder niks bij zich. Geen jas, geen flesje water of ander gemak. Hij is op weg naar een volgende bestemming, een luchthaven iets verderop, maar heeft geen idee waar hij dat kan vinden. Hij besluit maar eens uit te stappen. Ook omdat deze onverwachte tussenstop op zijn blaas begint te spelen. Hij zal eraan moeten geloven en het bos in moeten voor de sanitaire stop.

Aarzelend stapt hij in de richting van het paadje dat hij een paar stappen verder ziet liggen. Een wegwijzer vertelt waar je heen kunt. Elon loopt erop af, steekt een wildrooster over. Zijn puntige schoenen blijven er bijna in steken. Het pad buigt af. Elon komt terecht in een galerij overdekt door een gewelf van bladeren. De bomen als heuse pilaren die het groene gewelf omhoog houden.

Elon zoekt een geschikte plek en doet zijn plas. Wat een verlichting. Hij staat weer op het bospad en voelt hoe de natuur aan hem trekt. Over het bospad scharrelt een jong egeltje. Het diertje, in oppervlakte niet veel groter dan een mobiele telefoon, duikt ineen als Elon in zijn blikveld verschijnt. Zolang Elon daar staat, blijft hij als een half bolletje op het bospad liggen.

Elon loopt verder. Het diertje dat hij achterlaat komt ook weer in beweging en verdwijnt tussen de struiken de echte bossages in. Tussen de bomen beweegt iets. Misschien is het een hertje of een vosje. Hij gaat er voorzichtig naartoe. De vele safari's uit het Zuid-Afrika van zijn jeugd maken dat hij uiterst geruisloos zijn object weet te benaderen. Iets dat hem veel giraffen en emoes heeft opgeleverd.

Hij schuift voorzichtig de takken opzij. Het lijkt wel of hij iemand hoort zingen. Als hij nog wat verder het bos in loopt, ziet hij wat wits tussen al het groen zweven. Omgeven door allemaal mistflarden nadert het hem heel gestaag. Elon meent een gezicht boven het gewaad uit te zien. Het glimt helemaal. De lange, blonde haren vallen over de schouders. Het gewaad gaat deels op in de mist en zweeft boven een jong eikenboompje in het bos.


Elon kijkt nog eens goed, nieuwsgierig, maar toch ook een beetje bevreesd. 'Wees niet bang', zegt de vrouwenstem. 'Ik doe je geen kwaad.' Boven de kruin van het eikenboompje vormt zich een duidelijke wolk waarop de vrouw staat. Elon wrijft nog eens extra in zijn ogen. 'Waar komt u vandaan?' vraagt hij. 'Ik kom uit de hemel', zegt ze. Elon wil weten wie ze is, maar ze is verdwenen. Het wolkje op het kleine eikenboompje blijft achter. Wat heeft dit allemaal te betekenen? Elon voelt zelfs zijn mobieltje in zijn zak niet trillen. Pas als hij bij zijn auto staat, beseft hij dat hier iets is gebeurd dat niemand gelooft. Hij gelooft het zelf niet. Laat staan dat een ander het zou geloven.

Nu Elon bij zijn auto terug is, knipperen alle lichten van vreugde voor zijn komst. Het lijkt wel een heilige. Het witte gelaat van de auto glimt nog sterker op en alle zonnestralen concentreren zich op het voertuig van Elon. De deur opent en hij mag instappen. De stoel schuift iets naar achteren zodat Elon alle ruimte heeft om plaats te nemen. Zo zit hij weer en hoeft helemaal niks te doen. De auto brengt hem waar hij moet zijn.

*

De onrust blijft door Elon kruipen. Het loopt tegen het eind van het jaar, de feestdagen staan voor de deur. Zijn secretaresse kijkt hem vluchtig aan. 'Zal ik weer een X in je agenda zetten?' Elons hart begint sneller te kloppen bij de gedachte. Daar in dat bos op die plek. 'Ja, zet het er maar in', zegt hij. 'Weer naar Schiphol en terug via Lelystad. Hij knikt.

Zijn privéjet staat klaar en taxiet hem naar de juiste baan op het juiste uur. De witte elektrische auto wacht op hem zoals de trouwe schimmel op de goedheiligman wacht als de boot aanmeert. Elon voelt het leer van de stoelen op de juiste warmte voor zijn billen. Hij rijdt weer de Vogelweg op. Vlak naast het benzinestation waar de weg begint.

Hij rijdt er weer. De hagelwitte auto zoeft over de Vogelweg. De snelweg over, de weg vervolgend. Kaarsrecht tot die flauwe afbuiging bij de Knardijk. De zon straalt en doorschijnt de wolkenranden. Het licht wijst omhoog. De ideale aureool. Elon wenst er eentje voor zichzelf.

Daar gaat hij. Het bospad in. De egel is verdwenen.De blaadjes zijn van de bomen gevallen. Ze knisperen en ritselen onder zijn witte gympies. De zon reikt verder het bos in dan de vorige keer dat hij hier was. Het schijnsel toont vertes die Elon niet kent. Hij probeert haar aanwezigheid op te sporen. Het blijft leeg. Dat maakt zijn verlangen alleen maar groter. Dit keer blijft het stil. Zelfs de vogels in de bomen zwijgen. Het egeltje heeft zich teruggetrokken in het bos. Hier staat Elon. Alleen.

Hij draait om en loopt weer terug naar de auto. Dan waait er een windvlaag over zijn rug. Een koude rilling. Ik had mijn jas ook aan moeten doen, bedenkt hij. Iets streelt over zijn wangen. Daar is ze. 'Ik wil een foto maken', zegt hij. Snel houdt hij zijn mobiel voor zich en klikt. Ze is al verdwenen. Elon rilt en kruipt terug in de auto, laadt de foto op en plaatst het op X.

*

Een stukje noordelijker, bij Lelystad Airport, bouwen boeren een kerststal voor de ingang van de verkeerstoren. 'Zonder boeren, geen kerst', staat op het spandoek voor de stal. De naam op het raam is overklad tot 'Lelystads Kerstkind'. De os, de ezel en de schapen staan bij de drie wijzen. Ze zijn verkleed als koning, premier en commissaris van de koning.

Jozef en Maria zitten vooraan bij de kribbe. Als een boerenechtpaar ten einde raad. Een bos stikstof in de hand. 'Er is voor ons geen plaats in de herberg', jammeren ze met tranen in de ogen. De tractoren scharen een haag om hen heen en beschermen het tafereel voor de politie en de mensenmenigte die onverwacht opduikt.

'Het kerstverhaal is van ons allemaal en niet alleen van de boeren', schreeuwen de tegendemonstranten. De inderhaast toegesnelde politie kan de twee groepen maar met moeite uit elkaar houden. Alleen de tractoren staan tussen de boze partijen in. 'Geen water bij de wijn', roepen de demonstranten. Een raam in de gevel barst als een tractor achteruitrijdt en met zijn grote banden tegen het glas drukt.

'Jullie hebben ons nodig', brullen de boeren terug. Het is een heen-en-weer pingpongen van woorden en misvattingen. Alleen de vuist lijkt deze groepen bij elkaar te kunnen brengen. Of een goddelijke kracht die mensen drijft, leidt en gebiedt.

De avond valt. De rood-witte strepen van de verkeerstoren links achter het gebouw lichten op in de schemering van de ondergaande zon. De tijd van het jaar dwingt om de lampen vroeg aan te steken. De boeren staan met brandende fakkels en de tractoren stralen grootlicht.

De massa tegendemonstranten groeit meer en meer aan met toegesnelde demonstranten. De politie kijkt machteloos toe. Hoe moet dit nu verder? Elke minuut grimt de sfeer sterker. Tot iemand iets onverstaanbaars roept. Het is X die iets beweert. 'Elon heeft Maria gezien', gilt een hoge vrouwenstem over de massa mensen. 'Hier verderop. Het is een stukje lopen, maar laten we gaan. Misschien kan zij ons helpen.'

De groepen spannen samen. Er ontstaat een mengelmoes van geloof en ongeloof. Sarcasme, boosheid en leegte. Boeren en buitenlui, Lelystedelingen en weerbarstigen. Hier vormt zich een massa achter tractoren, fakkels, de schapen, os en ezel op weg naar het Knarbos. Als een stel aangespannen paarden voor een zwaarbeladen kar zet de groep zich in beweging. De achtersten staan vooraan. 'Het is aan het einde van deze weg', roept een hoge vrouwenstem over de massa mensen en trekkers. Op weg naar de plek waar Elon de foto genomen heeft.

De stoet met tractoren, mensen en fakkels loopt over de brede weg in de richting van het open veld. Het domein van de grote boerenbedrijven. Een verdwaalde tractor rijdt door de akkers. De massa slaat de weg in, achter het vliegveld in de richting van het bos. Hier moet Maria te vinden zijn. Ze trekken door het landschap, maken plaats voor elkaar en de voertuigen. Mensen die niet zo goed ter been zijn, mogen meeliften op de tractoren of in een auto die meerijdt.


Het is helemaal donker als de eersten het bospad naderen. Het is leeg. Elon is weg. De lampen van zijn auto knipperen. Alles is verder verlaten. Zelfs het egeltje heeft zich verstopt tussen de bladeren onder de bomen. De groep mensen staat beduusd stil. Is dit nu de plek waar Elon zojuist gestaan heeft? Ze geloven het niet. 'We zijn voor de gek gehouden', schreeuwt een man. Een boer kijkt vanaf zijn tractor naar de mensenmassa. Hij kan niet anders dan stilstaan. Alles staat muurvast hier op dat smalle bospad.

Ergens in de verte achter hen klinkt plotseling een enorm lawaai. Het lijkt wel of een massa vliegtuigen tegelijk opstijgt. De vrouw met de hoge gilstem kijkt om en ziet nog net boven de bomen een vuurkolom. Ze kijkt nog eens goed. Het is de verkeerstoren van het vliegveld die opstijgt. Een volle rookpluim jaagt erachteraan.

Haar mond valt open van verbazing. Ze kijkt snel om zich heen, maar niemand kijkt op of om. Als ze weer naar de grond kijkt, ligt een omslagdoek. Ze raapt het op en wordt met innerlijke ontferming bewogen. Ze vouwt het op en stopt het in haar jas dicht bij haar hart. Haar vinger draalt om het rozenkransje dat ze altijd om haar nek draagt. 'Salve Regina, sta ons bij, heilige moeder.'

Ze kijkt op. De vrouw die voor Maria speelde in de kerststal, staat voor haar. Ze draagt de omslagdoek. 'Ik snap het niet meer', fluistert de vrouw die net nog zo hoog kon gillen. Maria slaat haar ogen neer. 'Wees niet bang', zegt ze.

Dit verhaal is mijn inzending voor de Andries Greinerprijs 2023, met als thema Onverwacht.

11 juli 2010

Teckel in de wind

De warmte heeft onze teckel Sientje gisteren al tot wanhoop gedreven. Ze had zich ergens onder de caravan verstopt, op een onmogelijk plekje. We waren haar bijna een uur kwijt, waarna Inge haar vond. Ze kwam pas tevoorschijn toen een bak met eten werd klaargezet. Daarom was het heerlijk dat aan het begin van onze reis naar huis vanavond de ramen van de auto even open stonden. Wat genoot onze teckel daarvan! Ze koelde eindelijk een beetje af.

26 april 2010

En de file loste weer op

We vertrokken bijtijds om voor de zaterdagfiles op de A1 uit te rijden. Rond de klok van negen was iedereen geïnstalleerd, de tank vol en reden we. Tot we iets voor knooppunt Hoevelaken een bordje zagen. Alleen de rechterrijstrook bij Barneveld was open, vanwege een ongeval.

16 mei 2009

Van de sokken

De hoge grijze SUV reed mij tegemoet vlak voor de bocht. Ik holde netjes ter linker zijde van de weg, zodat tegemoet komend verkeer mij makkelijk kon zien. Hij moest mij zien en reed de bocht in. Alleen week hij niet uit voor mij, terwijl ik ook de bocht in rende. Sterker nog, hij dook de berm in en dook de grote waterplas in die in de binnenbocht lag. Ik zwaaide en week uit, hij week eveneens uit, raakte half in de slip, kreeg net op tijd de grip en haalde uit vlak langs mij.

Voor hem waren de waterplassen belangrijker dan mijn leven. Peuters vinden het ook zo leuk om in de plassen te springen. Ik zwaaide woest in zijn richting, maar hij reed veilig en behouden gewoon door. Niet even stoppen en excuses aanbieden, maar wegrijden. De held op sokken. Als je dan zo kinderachtig bent om van rijden door de plassen te houden, wees dan zo volwassen om dat toe te geven.

Ik stuurde hem nog een middelvinger na en een verwensing. Het hielp niks, hij reed al in hoge vaart de dijk op. Terwijl ik verder liep vroeg ik mij af hoe het mogelijk kan zijn dat mensen hun eigen plezier zo belangrijk vinden dat ze daar wel een hardloper van de sokken voor willen rijden.

04 april 2009

Varkensbemiddeling

Met zielige biggetjes kun je niet meer aankomen. De varkenssnuiten die tussen de houten schotten op de vrachtwagen steken worden een zeldzaamheid. Vandaag zag ik op de snelweg een vrachtwagen met de aanduiding 'varkensbemiddeling' op de zijkant.

Waar staat dat woord voor, vroeg ik mij af. Achterop de klep stond heel klein 'biggenvervoer'. In deze vrachtwagen zaten dus biggetjes, terwijl er net zo goed koekjes, komkommer of kroketten in konden liggen.

Een levend dier transporteren op de snelweg kan niet meer. Het is zielig. We willen niet weten wat voor een vlees we in de kuip krijgen. Al het geschreeuw over dierenleed zorgt ervoor dat alles nog meer achter de schermen komt. Zo zien we helemaal niet meer wat we op ons bord krijgen.

31 januari 2009

Variabele snelheid

Op het stukje A1 tussen Bussum-Zuid en Naarden geldt een variabele snelheid sinds twee weken. Als het regent en het is druk, is de snelheid 80 kilometer per uur, is het iets rustiger, dan geldt 100 en als het nog rustiger is dan mag je daar 120 kilometer per uur.

Twee weken geleden opende onze Camiel Eurlings de proef. Het regende en er reed veel verkeer. De matrixborden gaven 100 kilometer aan als maximum snelheid. Hij drukte op de knop ten overstaan van de uitgerukte pers en de borden gaven 120 kilometer per uur. Onverantwoord vond ik, maar een opening is een opening natuurlijk. Dan moet je niet volgens de regels handelen.

Vanavond mocht ik het stukje proef openen voor mijzelf. Het was rustig en kurkdroog op het stukje snelweg. Prachtig lag de weg erbij om met 120 kilometers per uur over te rijden. Geen slecht weer of drukte hinderde mij om deze snelheid te nemen.

De matrixborden waren echter eigenwijs en schreven mij 100 kilometer voor. Boos toeterde en foeterde ik in de richting van de borden en de camera's die overal hingen, maar de '100' van weleer bleef onveranderbaar, niet flexibel en ook niet variabel.

Waarschijnlijk had Camiel net een vrije avond, want alleen hij mag de knop indrukken.

21 januari 2009

Vogelmeer

De wegen zijn ondoorgrondelijk, vooral het theater op en rond de wegen. Bij mijn tocht naar Leiden vanavond over de A9, zocht ik weer aansluiting met een vervolgweg. In de bocht die ik nam, keek ik uit over een klein binnenmeertje.

Een flinke plas eigenlijk. Ik zocht de afstand tot de auto's om me heen en keek nog eens goed. Het licht viel voorzichtig in het water. De herrie van de snelweg viel weg. En overal vogels. Het hele wateroppervlak bedekte zich onder een laag vogels.

Vlak naast elkaar, tegen elkaar, dobberden ze en tuurden in de richting van de auto's. Alsof ruimte niet bestond en de vogels in een meer veranderden, van veren en snavels. De ogen kon ik onmogelijk zien van deze afstand, maar ze tuurden naar mij, naar de snelweg. Dat voelde ik.

Tot ik weer de aansluiting gevonden had, keurig in het gelid met de anderen en de vogels langzaam in mijn achteruitkijkspiegel verdwenen.

10 januari 2009

Dubbelgeparkeerd

Ik zwaaide nog naar de vriendelijk lachende juffrouw achter de balie en wenste haar een prettig weekend. De rijp kraakte onder mijn voeten. Het witte voetpad wilde zelfs op dit late uur niet versmelten.

Ik draaide de hoek om, uit het zicht van de receptioniste en zag een grote bestelwagen pal voor mijn auto staan. De andere kant van de weg was helemaal vrijgehouden, geen auto zou hij daar in de weg hebben gestaan. Nu vormde hij een obstakel voor mijn vehikel. Ik kon geen kant op. De auto's aan mijn zijden konden nog makkelijk wegkomen. Ik stond hier voor een dilemma.

Terug naar de receptioniste. 'O, dan moet hij van T-Mobile zijn', concludeerde ze. 'Wat is het voor een auto?' 'Een bestelwagen, een blauwe', antwoordde ik. 'Een blauwe', herhaalde ze terwijl ze een telefoonhoorn naar haar oor bracht. Ze mompelde wat door de hoorn en zei dat ze eraan kwamen.

Ik liep weer terug, wachtte bij de auto. De deur van T-Mobile ging open, een forse man met blonde krullen kwam eruit. 'Nee, die is niet van ons.' Hij liep voor mij uit over het witte pad naar de receptioniste. Ik volgde hem. 'O, dan is hij van Assink.' En weer ging de hoorn naar het oor. 'Ze gaan kijken', zei ze. Ik draaide me om en wachtte weer.

Geluiden klonken bij de deur van het magazijn. Ik hoorde wat klinken bewegen, maar alles bleef dicht. Nog even wachten, het werd koud. De deuren kraakten weer en gingen open. Een man in overall kwam naar buiten. Hij draaide in zijn vrije hand een sjekkie. Hij lantefanterde met alle tijd van de wereld in zijn zakken traag naar zijn auto. Keek me even stuurs aan, maar sprak geen woord uit zijn mond. 'Is hij van u?' vroeg ik met een lichte ergernis. Hij stapte in en reed hem naar het vrije stukje weg aan de overkant. Had hem daar eerder gezet, dacht ik terwijl ik de sleutel omdraaide en de motor al hoorde draaien.

30 december 2008

Hippe Alfa Romeo

Het taluut langs de snelweg is wit, een auto staat scheef langs de kant. Een hippe Alfa Romeo staat stil. Geen mens is in de buurt te vinden. De ramen zijn ijsvrij, op het dak ligt een laagje ijs.

Een Alfa Romeo hoort niet aan de kant te staan. Als ik even later terug keer met een auto bomvol met stoeltjes, parkeert een sleepauto op de vluchtstrook bij de grijze auto.

Het verbaast me hoeveel auto's met ijs op de ruiten rondrijden. De auto achter mij, heeft slechts een wak in het glas waardoor de bestuurder tuurt. Om het voertuig heen slaat een wolk van warmte omdat de koude motor nog sputtert tegen de ijskou.

Op de weg om Inge en Doris bij de Naardense Kringloop op te halen, hijst de gele sleepauto net de auto op de trailer. Voorbij zoeven alle oude roestbakken, inclusief de mijne. Hip of niet, hij rijdt en de Alfa Romeo staat stil.

06 november 2008

Afgezet

De reis was voorspoedig verlopen. Of ik het makkelijk had kunnen vinden? Hij leunde een beetje achterover waardoor zijn buik groter leek dan hij was. 'Google Maps', onthulde ik, het hotel aan De Brand in Amersfoort is niet de moeilijkst vindbare plek.
'Ik hou niet zo van die praatapparatuur', vervolgde ik om een gesprek op gang te brengen. 'Nee, we houden het kort vandaag bij de presentaties. Ik hou er ook niet van.' Hij begreep mij niet. 'Ik bedoel van die TomTom-dingen. Ik laat mij niet zo graag de weg vertellen.' 'O, bedoel je dat. je kunt geen nieuwe auto meer krijgen zonder, maar meestal laat ik hem uit. Het is inderdaad hinderlijk.'
We nipten van onze kopjes koffie, in afwachting op de presentatie over het online werven van personeel. Ik was er via een nieuwsbrief naartoe gelokt en hoopte tussen alle reclamepraat nog iets van te leren. Een brede tafel stond voor het projectiescherm, met een rij stoelen. Alsof ieder moment de jury van een muziekselectieprogramma op televisie zou binnenstappen.
'Nee, geef mij de routebeschrijving waar ik steeds op moet kijken en zo bovenop mijn voorganger knal.' Hij moest lachen. 'Mensen kunnen er geen kaart meer door lezen', vervolgde ik. 'Weet je dat ze eerder hun navigatieapparatuur geloven dan een bord.' Hij herkende het verhaal. 'Ja, er stond eens ergens een bord waarop stond: luister niet naar uw TomTom, de weg is hier echt afgezet.'

26 oktober 2008

Bijsturen

Ik voel me wel een beetje een grootgrondbezitter met een stacaravan in Delden. Dat de waterleiding lekte en de elektra ook nog niet is wat het zou moeten zijn, drukt de pret niet. Ik zal er deze week wel wat meer over schrijven. We hebben geen internet op de camping. Zuinigheid en zelfbescherming zijn hier de oorzaak van.
Wat ik jullie niet wil onthouden is het rijtoertje dat ik met Doris vanmorgen over de camping deed. Zij mocht sturen en ik stuurde wat bij. Zelfs achteruit rijden ging haar goed af. Terwijl haar vader daar echt niet in uitblinkt.

04 oktober 2008

Dierendag

Ze zaten in het bushokje op het bankje naast elkaar. Een jongen lummelde vlakbij tegen de reclamezuill. De jassen van de meisjes waren hoog opgeknoopt tegen de wind die over het plein joeg.
We reden traag in de rij de rotonde op. Ik zag het ene meisje de rugzak openen die in haar schoot lag. De knokkel van een immens bot verscheen. Het andere eind zwierf een stuk verder op de bodem van de rugzak. 'O ja, dierendag', mompelde ik.
We dachten zwijgend aan onze hond die nu in de bench in het halletje eenzaam verbleef. 'Ach', probeerde ik vergoeilijkend uit mijn mond te persen. 'Voor onze hond is het elke dag dierendag. Die hoeven we vandaag niet te verwennen met een bot waarin ze zelf bijna past.'