We vertrokken bijtijds om voor de zaterdagfiles op de A1 uit te rijden. Rond de klok van negen was iedereen geïnstalleerd, de tank vol en reden we. Tot we iets voor knooppunt Hoevelaken een bordje zagen. Alleen de rechterrijstrook bij Barneveld was open, vanwege een ongeval.
Posts tonen met het label files. Alle posts tonen
Posts tonen met het label files. Alle posts tonen
26 april 2010
28 januari 2010
File
De hele weg van Schiphol naar Almere kon ik het volgen: de file op de A10 ging over in de file op de A1. Rijen auto's reden traag vooruit in de rij. Stonden dan weer eens stil en reden opnieuw een paar stappen.
Bij station Amsterdam Zuid ging de rij auto's zo traag dat een rode auto waar de trein bij binnenkomst evenwijdig stopte, slechts enkele meters verder was toen mijn trein wegreed.
Lichtsnoer
Lange slierten autolichten brandden in de duisternis, want ook alle aanvoerwegen slipten dicht. De snoer lichtjes reikte zover dat ik het einde van de rij niet kon vinden vanuit de snel rijdende trein.
Speelgoed
Ik herinnerde mij een vriendje met een broertje die van filerijden hield. Hij plaatste alle speelgoedautootjes in een lange rij. De voorste auto schoof hij een stukje vooruit, de tweede auto liet hij stoppen vlak achter de eerste, en de derde achter de tweede, etc. De rij auto's reed in een lange sliert door de woonkamer. Ouders, broer en vriend van de broer tot ergernis.
Het kind vermaakte zich er uren mee. De rij waar ik nu langsreed, was niet te vergelijken met de dertig autootjes van het broertje van het vriendje. Ik moest wel even aan het kereltje denken bij de treinreis naar huis.
Want in tegenstelling tot de rij auto's, reed de trein in sneltreinvaart de file voorbij.
Bij station Amsterdam Zuid ging de rij auto's zo traag dat een rode auto waar de trein bij binnenkomst evenwijdig stopte, slechts enkele meters verder was toen mijn trein wegreed.
Lichtsnoer
Lange slierten autolichten brandden in de duisternis, want ook alle aanvoerwegen slipten dicht. De snoer lichtjes reikte zover dat ik het einde van de rij niet kon vinden vanuit de snel rijdende trein.
Speelgoed
Ik herinnerde mij een vriendje met een broertje die van filerijden hield. Hij plaatste alle speelgoedautootjes in een lange rij. De voorste auto schoof hij een stukje vooruit, de tweede auto liet hij stoppen vlak achter de eerste, en de derde achter de tweede, etc. De rij auto's reed in een lange sliert door de woonkamer. Ouders, broer en vriend van de broer tot ergernis.
Het kind vermaakte zich er uren mee. De rij waar ik nu langsreed, was niet te vergelijken met de dertig autootjes van het broertje van het vriendje. Ik moest wel even aan het kereltje denken bij de treinreis naar huis.
Want in tegenstelling tot de rij auto's, reed de trein in sneltreinvaart de file voorbij.
21 oktober 2008
Creativiteit
'Er hoeven maar een paar cruciale plekken door het noodlot getroffen te worden en het is een zootje.' Is het niet ons beurs- en bankensysteem, dan is het wel ons wegennet. Het scheen vanmorgen erg druk te zijn op de Nederlandse wegen. Zo druk dat zelfs de vakantie geen soelaas bood. Utrecht en Rotterdam kon je beter mijden.
Het lijkt erop dat alle bestaande systemen en netwerken in elkaar storten. Is dat erg? Welnee, ik geloof dat er altijd weer iets beters voor in de plaats komt. Creativiteit heet dat.
Het lijkt erop dat alle bestaande systemen en netwerken in elkaar storten. Is dat erg? Welnee, ik geloof dat er altijd weer iets beters voor in de plaats komt. Creativiteit heet dat.
27 april 2008
Terugreis
Een gevoel van weemoed vermengt zich met een gevoel van verlangen. De post van een paar weken die op je wacht, de boeken die in de nieuwe bibliotheekkamer wachten om gestreeld te worden en het uitzicht over de gracht. Of gewoon mijn eigen bed. 'Er is geen lekkerder bed dan je eigen bed', vindt mijn schoonmoeder.
De weemoed ligt in de wereld die ik de afgelopen twee weken leerde kennen. De heuvels, het groen, de broodjes, de knakworstjes en de Schinken. Ik heb met ze kennisgemaakt en moet ze nu weer in de steek laten. Een vriendschap te kort om echt vrienden te worden, maar in mijn geheugen is een nieuwe herinnering aan een landschap met haar steden.
Als we met volle magen van het ontbijtje wegrijden, is het goede voornemen voorbij Keulen te komen. Nu rijden we via Duitsland terug en de wegen zijn hier beter. Ook mag je hier sneller rijden. Het zal niet moeilijk zijn om onze missie te laten slagen.
Als de snelweg in zicht komt en de snelheid eindelijk op gang komt, doemen de bespiegelingen op in het geheugen. Hoe leuk het was en dat we zeker nog een keertje terug zullen gaan. We hebben niet alles gezien en de volgende keer gaan we dat dus wel doen.
De eerste wegversperring licht op in de vorm van een verkeersbord. Langzaam rijden, wegwerkzaamheden. Wat verderop mogen we niet hard rijden omdat de weg zo slecht is. We hobbelen als op de Belgische snelweg. Weer wat verder kachelen we 13 kilometer lang in een slakkengang voor weer andere werkzaamheden. 'Papa, sneller rijden', roept Doris vanaf de achterbank. Tijd om te pauzeren, Keulen ligt niet achter ons, maar naast ons, omdat we via Venlo besluiten te rijden. Dat Duitse Roergebied is niet alles.
Bij Nederland houdt de snelweg abrupt op. De Duitsers vinden Venlo belangrijker dan de Nederlanders. Als we dan eindelijk op de juiste snelweg naar het Noorden rijden, hebben we spijt dat we het Roergebied negeren. Wat zouden we ver geweest zonder de Nederlandse snelweg.
Het is vertrouwd en beschamend tegelijk als we in de file staan iets na Nijmegen. Maar als na A12 en A30 een bordje met Almere op de A1 verschijnt, dan voel ik mijn hart wat sneller kloppen. Weer thuis. Zou het huis er nog staan, is het niet leeggeplunderd en leven de vissen nog?
De weemoed ligt in de wereld die ik de afgelopen twee weken leerde kennen. De heuvels, het groen, de broodjes, de knakworstjes en de Schinken. Ik heb met ze kennisgemaakt en moet ze nu weer in de steek laten. Een vriendschap te kort om echt vrienden te worden, maar in mijn geheugen is een nieuwe herinnering aan een landschap met haar steden.
Als we met volle magen van het ontbijtje wegrijden, is het goede voornemen voorbij Keulen te komen. Nu rijden we via Duitsland terug en de wegen zijn hier beter. Ook mag je hier sneller rijden. Het zal niet moeilijk zijn om onze missie te laten slagen.
Als de snelweg in zicht komt en de snelheid eindelijk op gang komt, doemen de bespiegelingen op in het geheugen. Hoe leuk het was en dat we zeker nog een keertje terug zullen gaan. We hebben niet alles gezien en de volgende keer gaan we dat dus wel doen.
De eerste wegversperring licht op in de vorm van een verkeersbord. Langzaam rijden, wegwerkzaamheden. Wat verderop mogen we niet hard rijden omdat de weg zo slecht is. We hobbelen als op de Belgische snelweg. Weer wat verder kachelen we 13 kilometer lang in een slakkengang voor weer andere werkzaamheden. 'Papa, sneller rijden', roept Doris vanaf de achterbank. Tijd om te pauzeren, Keulen ligt niet achter ons, maar naast ons, omdat we via Venlo besluiten te rijden. Dat Duitse Roergebied is niet alles.
Bij Nederland houdt de snelweg abrupt op. De Duitsers vinden Venlo belangrijker dan de Nederlanders. Als we dan eindelijk op de juiste snelweg naar het Noorden rijden, hebben we spijt dat we het Roergebied negeren. Wat zouden we ver geweest zonder de Nederlandse snelweg.
Het is vertrouwd en beschamend tegelijk als we in de file staan iets na Nijmegen. Maar als na A12 en A30 een bordje met Almere op de A1 verschijnt, dan voel ik mijn hart wat sneller kloppen. Weer thuis. Zou het huis er nog staan, is het niet leeggeplunderd en leven de vissen nog?
26 april 2008
Heenreis
Eindigen met de heenreis. We rijden op tijd weg van huis, plannen een pauze een uur na het middaguur. Dan zijn we Nederland wel uit, denken we.
De wegen denken daar anders over. Geen files maar veel langzaam rijdend verkeer. Geen opstoppingen, maar openliggende wegen. De weg naar Luik blijft ons verrassen. Ook mijn idee van de stoplichten midden op de snelweg, bij Eindhoven. Ze zijn er, inderdaad, alleen veel later dan ik in mijn gedachten heb.
Machines graven bulten en gaten rond de weg. Het verkeer sluipt er tussen. Ze zoekt de smalle strook asfalt die er nog ligt. Boren drillen de vullingen uit het gebit en kiepauto's komen met zand aan en rijden met zwarte aarde weg. Geel zand, dat is nodig om deze weg te redden.
Als we dan vlak na Eindhoven bij Weert een bordje patat met een kroketje eten, dan verbazen wij ons over het trage tempo. Dat gaan we terug dus niet doen, hebben we in het hoofd. Nu mag ik achter het stuur.
De Belgische wegen hobbelen de auto. Er liggen meer gaten in de weg dan stukjes asfalt rond de gaten. Ik sla me door het knooppunt bij Luik en heb moeite de nieuwe regels te snappen en toe te passen. Eindelijk begrijp ik het, een klaverblad is hier anders en je voegt van rechts in.
We rijden plankgas en de auto kruipt steeds langzamer. De teller daalt van 100 naar 90 en zakt verder naar beneden. De oren vallen steeds dicht en ik begrijp niet wat er nu gebeurt. Een versnelling lager, helpt niet, maar in de achteruitkijkspiegel zie ik geen rookpluimen. Ik denk dat de auto het begeeft, maar de benzinemeter is halfvol en de andere meter zegt ook niks raars. Geen lampjes branden en de rare luchtjes blijven eveneens weg.
Dan is het antwoord er: een hele diepe afgrond is voor ons. De snelweg zakt plotseling naar beneden. Als het water dat over het hoogste punt van de waterval glijdt en naar beneden stort. Zo versnelt zich het verkeer met ons naar beneden.
Als de Duitse Autobahn weer andere regels vertelt, wat verderop, en de sneeuw om ons heen dwarrelt, bedenk ik dat het onzin is dat ieder land zijn eigen verkeersregels heeft. Waarom regelen we dat niet centraal? Waarom moet het allemaal anders, terwijl alle verkeer op elkaar lijkt.
We voelen ons blij als het huisje in zicht komt. Lekker een kopje koffie met een broodje. Een echt Kaizerbrödchen. Daarvoor zijn we hier.
De wegen denken daar anders over. Geen files maar veel langzaam rijdend verkeer. Geen opstoppingen, maar openliggende wegen. De weg naar Luik blijft ons verrassen. Ook mijn idee van de stoplichten midden op de snelweg, bij Eindhoven. Ze zijn er, inderdaad, alleen veel later dan ik in mijn gedachten heb.
Machines graven bulten en gaten rond de weg. Het verkeer sluipt er tussen. Ze zoekt de smalle strook asfalt die er nog ligt. Boren drillen de vullingen uit het gebit en kiepauto's komen met zand aan en rijden met zwarte aarde weg. Geel zand, dat is nodig om deze weg te redden.
Als we dan vlak na Eindhoven bij Weert een bordje patat met een kroketje eten, dan verbazen wij ons over het trage tempo. Dat gaan we terug dus niet doen, hebben we in het hoofd. Nu mag ik achter het stuur.
De Belgische wegen hobbelen de auto. Er liggen meer gaten in de weg dan stukjes asfalt rond de gaten. Ik sla me door het knooppunt bij Luik en heb moeite de nieuwe regels te snappen en toe te passen. Eindelijk begrijp ik het, een klaverblad is hier anders en je voegt van rechts in.
We rijden plankgas en de auto kruipt steeds langzamer. De teller daalt van 100 naar 90 en zakt verder naar beneden. De oren vallen steeds dicht en ik begrijp niet wat er nu gebeurt. Een versnelling lager, helpt niet, maar in de achteruitkijkspiegel zie ik geen rookpluimen. Ik denk dat de auto het begeeft, maar de benzinemeter is halfvol en de andere meter zegt ook niks raars. Geen lampjes branden en de rare luchtjes blijven eveneens weg.
Dan is het antwoord er: een hele diepe afgrond is voor ons. De snelweg zakt plotseling naar beneden. Als het water dat over het hoogste punt van de waterval glijdt en naar beneden stort. Zo versnelt zich het verkeer met ons naar beneden.
Als de Duitse Autobahn weer andere regels vertelt, wat verderop, en de sneeuw om ons heen dwarrelt, bedenk ik dat het onzin is dat ieder land zijn eigen verkeersregels heeft. Waarom regelen we dat niet centraal? Waarom moet het allemaal anders, terwijl alle verkeer op elkaar lijkt.
We voelen ons blij als het huisje in zicht komt. Lekker een kopje koffie met een broodje. Een echt Kaizerbrödchen. Daarvoor zijn we hier.
Abonneren op:
Posts (Atom)