Als ik ergens te gast ben, dan gedraag ik me altijd netjes. Ik doe iets netter dan ik thuis zou doen. Netjes koffie uit een kopje en ik spreek met twee woorden. Dingen die je geleerd worden als je al jong bent en waar je ook al ben je wat ouder netjes naar handelt. Niet boeren aan tafel en voorzichtig met andermans spul.
Posts tonen met het label belgie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label belgie. Alle posts tonen
06 augustus 2010
14 september 2009
Een boemeltje met hoge snelheid
Bij het lezen van een artikel over de hogesnelheidslijn van Amsterdam naar Parijs, het stond vorige week in weekendbijlage van NRC Handelsblad, verbaasde ik mij opnieuw over de relatie tussen Nederland en België. België schreeuwt moord en brand over de Westerschelde, maar heeft ergens aan het einde van de jaren '90 besloten geen aparte hogesnelheidslijn tussen Antwerpen en Brussel te maken, maar het bestaande spoor te vernieuwen. Daarmee sukkelt de trein dadelijk tussen Antwerpen in Brussel met 160 kilometer per uur.
Je kunt je afvragen of een hogesnelheidslijn zin heeft met afstanden tussen steden van enige tientallen kilometers, maar waarom heeft Nederland wel een hsl aangelegd terwijl het wist dat België niet zou meegaan? De prestige won het van de realiteitszin.
Ik herinner mij de teleurstelling, ergernis en ook boosheid dat België een afspraak uit 1989 niet nakwam. Het was in 1999 en ik reed over de gloednieuwe hogesnelheidslijn van Brussel naar Parijs. In nauwelijks anderhalf uur tussen de twee hoofdsteden. Naar mijn oordeel was ook het beste geweest dat de trein tussen Amsterdam en Parijs alleen in Brussel zou stoppen, dat zou pas echt schelen in tijd.
Het beste alternatief was geweest om mee te gaan met de Belgische modernisering en tussen Amsterdam en Rotterdam de baan geschikt te maken voor 200 kilometer per uur en gelijk viersporig te maken. Dat zou geen tijd schelen, maar wel heel veel geld en geluidshinder...
Zoals altijd heeft de politiek een 'en-en'-beslissing genomen en niet een 'of-of'.
Je kunt je afvragen of een hogesnelheidslijn zin heeft met afstanden tussen steden van enige tientallen kilometers, maar waarom heeft Nederland wel een hsl aangelegd terwijl het wist dat België niet zou meegaan? De prestige won het van de realiteitszin.
Ik herinner mij de teleurstelling, ergernis en ook boosheid dat België een afspraak uit 1989 niet nakwam. Het was in 1999 en ik reed over de gloednieuwe hogesnelheidslijn van Brussel naar Parijs. In nauwelijks anderhalf uur tussen de twee hoofdsteden. Naar mijn oordeel was ook het beste geweest dat de trein tussen Amsterdam en Parijs alleen in Brussel zou stoppen, dat zou pas echt schelen in tijd.
Het beste alternatief was geweest om mee te gaan met de Belgische modernisering en tussen Amsterdam en Rotterdam de baan geschikt te maken voor 200 kilometer per uur en gelijk viersporig te maken. Dat zou geen tijd schelen, maar wel heel veel geld en geluidshinder...
Zoals altijd heeft de politiek een 'en-en'-beslissing genomen en niet een 'of-of'.
Labels:
amsterdam,
belgie,
hogesnelheidslijn,
hsl,
rotterdam,
tgv,
westerschelde
26 april 2008
Heenreis
Eindigen met de heenreis. We rijden op tijd weg van huis, plannen een pauze een uur na het middaguur. Dan zijn we Nederland wel uit, denken we.
De wegen denken daar anders over. Geen files maar veel langzaam rijdend verkeer. Geen opstoppingen, maar openliggende wegen. De weg naar Luik blijft ons verrassen. Ook mijn idee van de stoplichten midden op de snelweg, bij Eindhoven. Ze zijn er, inderdaad, alleen veel later dan ik in mijn gedachten heb.
Machines graven bulten en gaten rond de weg. Het verkeer sluipt er tussen. Ze zoekt de smalle strook asfalt die er nog ligt. Boren drillen de vullingen uit het gebit en kiepauto's komen met zand aan en rijden met zwarte aarde weg. Geel zand, dat is nodig om deze weg te redden.
Als we dan vlak na Eindhoven bij Weert een bordje patat met een kroketje eten, dan verbazen wij ons over het trage tempo. Dat gaan we terug dus niet doen, hebben we in het hoofd. Nu mag ik achter het stuur.
De Belgische wegen hobbelen de auto. Er liggen meer gaten in de weg dan stukjes asfalt rond de gaten. Ik sla me door het knooppunt bij Luik en heb moeite de nieuwe regels te snappen en toe te passen. Eindelijk begrijp ik het, een klaverblad is hier anders en je voegt van rechts in.
We rijden plankgas en de auto kruipt steeds langzamer. De teller daalt van 100 naar 90 en zakt verder naar beneden. De oren vallen steeds dicht en ik begrijp niet wat er nu gebeurt. Een versnelling lager, helpt niet, maar in de achteruitkijkspiegel zie ik geen rookpluimen. Ik denk dat de auto het begeeft, maar de benzinemeter is halfvol en de andere meter zegt ook niks raars. Geen lampjes branden en de rare luchtjes blijven eveneens weg.
Dan is het antwoord er: een hele diepe afgrond is voor ons. De snelweg zakt plotseling naar beneden. Als het water dat over het hoogste punt van de waterval glijdt en naar beneden stort. Zo versnelt zich het verkeer met ons naar beneden.
Als de Duitse Autobahn weer andere regels vertelt, wat verderop, en de sneeuw om ons heen dwarrelt, bedenk ik dat het onzin is dat ieder land zijn eigen verkeersregels heeft. Waarom regelen we dat niet centraal? Waarom moet het allemaal anders, terwijl alle verkeer op elkaar lijkt.
We voelen ons blij als het huisje in zicht komt. Lekker een kopje koffie met een broodje. Een echt Kaizerbrödchen. Daarvoor zijn we hier.
De wegen denken daar anders over. Geen files maar veel langzaam rijdend verkeer. Geen opstoppingen, maar openliggende wegen. De weg naar Luik blijft ons verrassen. Ook mijn idee van de stoplichten midden op de snelweg, bij Eindhoven. Ze zijn er, inderdaad, alleen veel later dan ik in mijn gedachten heb.
Machines graven bulten en gaten rond de weg. Het verkeer sluipt er tussen. Ze zoekt de smalle strook asfalt die er nog ligt. Boren drillen de vullingen uit het gebit en kiepauto's komen met zand aan en rijden met zwarte aarde weg. Geel zand, dat is nodig om deze weg te redden.
Als we dan vlak na Eindhoven bij Weert een bordje patat met een kroketje eten, dan verbazen wij ons over het trage tempo. Dat gaan we terug dus niet doen, hebben we in het hoofd. Nu mag ik achter het stuur.
De Belgische wegen hobbelen de auto. Er liggen meer gaten in de weg dan stukjes asfalt rond de gaten. Ik sla me door het knooppunt bij Luik en heb moeite de nieuwe regels te snappen en toe te passen. Eindelijk begrijp ik het, een klaverblad is hier anders en je voegt van rechts in.
We rijden plankgas en de auto kruipt steeds langzamer. De teller daalt van 100 naar 90 en zakt verder naar beneden. De oren vallen steeds dicht en ik begrijp niet wat er nu gebeurt. Een versnelling lager, helpt niet, maar in de achteruitkijkspiegel zie ik geen rookpluimen. Ik denk dat de auto het begeeft, maar de benzinemeter is halfvol en de andere meter zegt ook niks raars. Geen lampjes branden en de rare luchtjes blijven eveneens weg.
Dan is het antwoord er: een hele diepe afgrond is voor ons. De snelweg zakt plotseling naar beneden. Als het water dat over het hoogste punt van de waterval glijdt en naar beneden stort. Zo versnelt zich het verkeer met ons naar beneden.
Als de Duitse Autobahn weer andere regels vertelt, wat verderop, en de sneeuw om ons heen dwarrelt, bedenk ik dat het onzin is dat ieder land zijn eigen verkeersregels heeft. Waarom regelen we dat niet centraal? Waarom moet het allemaal anders, terwijl alle verkeer op elkaar lijkt.
We voelen ons blij als het huisje in zicht komt. Lekker een kopje koffie met een broodje. Een echt Kaizerbrödchen. Daarvoor zijn we hier.
28 oktober 2007
Cultuurprijs van Zutendaal
Zestienduizend euro was hem afgelopen week te min, maar de Cultuurprijs van Zutendaal neemt hij met plezier in ontvangst. De schrijver Jeroen Brouwers blijft verbazen. Geen landelijke erkenning, maar zijn woonplaats mag hem eren. Dat meldt de boekenblog van NRC vandaag.
Waarom zou de in België woonachtige schrijver wel ingaan op zoiets uitgerekend lokaal, terwijl hij de grote prijs aan zich voorbij laat gaan? Het is een vraag waarvan het antwoord misschien nog meer zegt: Brouwers wordt vereeuwigd in een stuk steen. Een 'niet overdienstelijke beeldhouwer met Zutendaalse roots, Gerard Bijnens' hakt iets en de tekst wordt (een citaat uit Kroniek van een karakter) in het beeld gekapt door letterkapper Jos Geusens (ook van Zutendaalse origine). Dit alles meldt de website van Zutendaal.
Tegen een standbeeld is de ijdele Jeroen Brouwers niet opgewassen. Iedereen is de Prijs der Nederlandse Letteren over vijftig jaar vergeten, maar een foeilelijk beeld op een rotonde in de groenste gemeente van Vlaanderen blijft staan. Leve de eeuwigheid. Gefeliciteerd Jeroen.
Waarom zou de in België woonachtige schrijver wel ingaan op zoiets uitgerekend lokaal, terwijl hij de grote prijs aan zich voorbij laat gaan? Het is een vraag waarvan het antwoord misschien nog meer zegt: Brouwers wordt vereeuwigd in een stuk steen. Een 'niet overdienstelijke beeldhouwer met Zutendaalse roots, Gerard Bijnens' hakt iets en de tekst wordt (een citaat uit Kroniek van een karakter) in het beeld gekapt door letterkapper Jos Geusens (ook van Zutendaalse origine). Dit alles meldt de website van Zutendaal.
Tegen een standbeeld is de ijdele Jeroen Brouwers niet opgewassen. Iedereen is de Prijs der Nederlandse Letteren over vijftig jaar vergeten, maar een foeilelijk beeld op een rotonde in de groenste gemeente van Vlaanderen blijft staan. Leve de eeuwigheid. Gefeliciteerd Jeroen.
Abonneren op:
Posts (Atom)