Posts tonen met het label Duitsland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Duitsland. Alle posts tonen

15 december 2010

Dromen van een huisorgel

De eigenaar van dit huisorgel bouwde aan een bestaand 19e eeuws kerkorgel een rugwerk. Dit alles staat in de huiskamer.
De droom van elke orgelliefhebber is een huisorgel van formaat. Een gebrek aan geld en tijd zorgt er vaak voor dat het er niet van komt. En vergeet huisgenoten en buren niet die het geluid ook nog allemaal moeten verdragen. Daarom blijft het bij mij tot dromen beperkt.

Wordt de één helemaal gek bij het zien van een rode racewagen, ik kijk mijn ogen uit bij het zien van grote huisorgels. Daarom ben ik ook lid van de Arbeidskreis Hausorgel van de Duitse Gesellschaft der Orgelfreunde, GdO.

15 november 2010

Kanttekeningen bij Hitler van Sebastian Haffner

Het zien van de aanbieding in de Ramsjkrant was genoeg om mijn hart sneller te doen kloppen: maarliefst 6 boeken van Sebastian Haffner zijn in de aanbieding. Ik snelde nog dezelfde middag naar de boekwinkel om 2 van zijn bekendste titels aan te schaffen: Kanttekeningen bij Hitler en Het verhaal van een Duitser 1914-1933.

Het eerste boek heb ik vandaag uitgelezen. Wat een beladen werk en wat een uitgangspunten. De uitgangspunten waar Haffner mee werkt, bieden het grote voordeel dat voor het eerst iemand op een andere manier naar Hitler en zijn misdaden kijkt. Het nadeel van de uitgangspunten is dat ze je gevangen houden en de ogen dichthouden voor andere dingen.

04 maart 2009

Het dondert in Keulen

Een kuil in Keulen
is gezonken tot een diep
zwart gat waardoor
de Oebaan raast

Hij konkelt, kolkt en slokt
van woede de stad
en haar archief naar
binnen in één grote schrok

Papiertjes dwarrelen
en dempen een kuil
beneden want niemand
vertelt en bekent schuld

De dader ligt begraven
onder de dikke laag puin
ergens zwerft een briefje waarop
staat: 'hier komt de oebaan'

02 juni 2008

Gegarandeerd stralingsvrij

Kernie heet hij. De naam klinkt vertroetelend. De mascote van het pretpark Kernies Familienpark, als onderdeel van het complex met hotels, restaurants en barretjes: Wunderland Kalkar. Een pretpark in de voormalige kerncentrale bij Kalkar, langs de Rijn gelegen, iets over de Nederlandse grens. Als de boel niet draait, heeft het iets onschuldigs en schattigs.
De kerncentrale stond vanaf 1985 klaar om te gaan draaien, maar de politiek draaide zover dat hij nooit ging draaien. Het verhaal van de kerncentrale bij Kalkar is een verhaal van moderne techniek, de angst, het milieu en besluiteloosheid. Maar vooral het verhaal van geldverspilling. Acht miljard Duitse Marken armer stonden de betonnen bouwsel weg te rotten. Twee meter dikke muren die aardbevingen en raketaanslagen overleven, maar de politiek niet konden overtuigen.
Het heeft wel iets om zo over dat park te lopen, dat eigenlijk voor heel andere doeleinden bestemd was. Hoe die zakenman Hennie van der Most hier iets in heeft gezien. Omdat van kernstraling geen sprake is, kan hij hier zelfs adverteren dat het stralingsvrij is. Alle oorspronkelijke gebouwen staan er nog en hebben een bestemming gekregen. Alleen het grootste gebouw waar de kernreactoren in stonden, staat nog leeg. De koeltoren bevat van onderen een speelparadijs, van buiten een klimwand en van binnen een omgekeerde echoput. Hoe van iets simpels, een attractie wordt gemaakt.
Op zo'n maandag is het heerlijk rustig, zodat wij de gewonnen kaartjes van de postcodeloterij goed kunnen besteden. Behalve van een basisschool uit Bennekom, de Kraatsschool, valt er van drukte weinig te bespeuren. Dat betekent weinig wachten bij attracties, zelfs de gratis patat en frisdrank is snel binnen handbereik. Hoe leuk een dagje weg naar een kerncentrale kan zijn.
Hoe snel de angst een attractie is.

27 april 2008

Terugreis

Een gevoel van weemoed vermengt zich met een gevoel van verlangen. De post van een paar weken die op je wacht, de boeken die in de nieuwe bibliotheekkamer wachten om gestreeld te worden en het uitzicht over de gracht. Of gewoon mijn eigen bed. 'Er is geen lekkerder bed dan je eigen bed', vindt mijn schoonmoeder.
De weemoed ligt in de wereld die ik de afgelopen twee weken leerde kennen. De heuvels, het groen, de broodjes, de knakworstjes en de Schinken. Ik heb met ze kennisgemaakt en moet ze nu weer in de steek laten. Een vriendschap te kort om echt vrienden te worden, maar in mijn geheugen is een nieuwe herinnering aan een landschap met haar steden.
Als we met volle magen van het ontbijtje wegrijden, is het goede voornemen voorbij Keulen te komen. Nu rijden we via Duitsland terug en de wegen zijn hier beter. Ook mag je hier sneller rijden. Het zal niet moeilijk zijn om onze missie te laten slagen.
Als de snelweg in zicht komt en de snelheid eindelijk op gang komt, doemen de bespiegelingen op in het geheugen. Hoe leuk het was en dat we zeker nog een keertje terug zullen gaan. We hebben niet alles gezien en de volgende keer gaan we dat dus wel doen.
De eerste wegversperring licht op in de vorm van een verkeersbord. Langzaam rijden, wegwerkzaamheden. Wat verderop mogen we niet hard rijden omdat de weg zo slecht is. We hobbelen als op de Belgische snelweg. Weer wat verder kachelen we 13 kilometer lang in een slakkengang voor weer andere werkzaamheden. 'Papa, sneller rijden', roept Doris vanaf de achterbank. Tijd om te pauzeren, Keulen ligt niet achter ons, maar naast ons, omdat we via Venlo besluiten te rijden. Dat Duitse Roergebied is niet alles.
Bij Nederland houdt de snelweg abrupt op. De Duitsers vinden Venlo belangrijker dan de Nederlanders. Als we dan eindelijk op de juiste snelweg naar het Noorden rijden, hebben we spijt dat we het Roergebied negeren. Wat zouden we ver geweest zonder de Nederlandse snelweg.
Het is vertrouwd en beschamend tegelijk als we in de file staan iets na Nijmegen. Maar als na A12 en A30 een bordje met Almere op de A1 verschijnt, dan voel ik mijn hart wat sneller kloppen. Weer thuis. Zou het huis er nog staan, is het niet leeggeplunderd en leven de vissen nog?

26 april 2008

Heenreis

Eindigen met de heenreis. We rijden op tijd weg van huis, plannen een pauze een uur na het middaguur. Dan zijn we Nederland wel uit, denken we.
De wegen denken daar anders over. Geen files maar veel langzaam rijdend verkeer. Geen opstoppingen, maar openliggende wegen. De weg naar Luik blijft ons verrassen. Ook mijn idee van de stoplichten midden op de snelweg, bij Eindhoven. Ze zijn er, inderdaad, alleen veel later dan ik in mijn gedachten heb.
Machines graven bulten en gaten rond de weg. Het verkeer sluipt er tussen. Ze zoekt de smalle strook asfalt die er nog ligt. Boren drillen de vullingen uit het gebit en kiepauto's komen met zand aan en rijden met zwarte aarde weg. Geel zand, dat is nodig om deze weg te redden.
Als we dan vlak na Eindhoven bij Weert een bordje patat met een kroketje eten, dan verbazen wij ons over het trage tempo. Dat gaan we terug dus niet doen, hebben we in het hoofd. Nu mag ik achter het stuur.
De Belgische wegen hobbelen de auto. Er liggen meer gaten in de weg dan stukjes asfalt rond de gaten. Ik sla me door het knooppunt bij Luik en heb moeite de nieuwe regels te snappen en toe te passen. Eindelijk begrijp ik het, een klaverblad is hier anders en je voegt van rechts in.
We rijden plankgas en de auto kruipt steeds langzamer. De teller daalt van 100 naar 90 en zakt verder naar beneden. De oren vallen steeds dicht en ik begrijp niet wat er nu gebeurt. Een versnelling lager, helpt niet, maar in de achteruitkijkspiegel zie ik geen rookpluimen. Ik denk dat de auto het begeeft, maar de benzinemeter is halfvol en de andere meter zegt ook niks raars. Geen lampjes branden en de rare luchtjes blijven eveneens weg.
Dan is het antwoord er: een hele diepe afgrond is voor ons. De snelweg zakt plotseling naar beneden. Als het water dat over het hoogste punt van de waterval glijdt en naar beneden stort. Zo versnelt zich het verkeer met ons naar beneden.
Als de Duitse Autobahn weer andere regels vertelt, wat verderop, en de sneeuw om ons heen dwarrelt, bedenk ik dat het onzin is dat ieder land zijn eigen verkeersregels heeft. Waarom regelen we dat niet centraal? Waarom moet het allemaal anders, terwijl alle verkeer op elkaar lijkt.
We voelen ons blij als het huisje in zicht komt. Lekker een kopje koffie met een broodje. Een echt Kaizerbrödchen. Daarvoor zijn we hier.

24 april 2008

Bernkastel-Kues

Kronkelweggetjes waarbij we achter een vrachtwagen de heuvels op en af gaan. De vrachtwagen achter ons sandwicht ons bijna tegen de vrachtwagen voor ons, die gedwongen door zijn voorgangers ook niet veel harder dan veertig rijdt.
De tocht naar het Moezelstadje Bernkastel-Kues vraagt geduld en veel ootmoed als je dezelfde toeristenroute neemt als wij. Gelukkig is de weg die het sterkst afdaalde, de weg waar vrachtwagens niet geduld worden.
Getroffen word ik vooral door het ziekenhuis, het Krankenhospital in Kues dat heel mooi vanaf Bernkastel te zien is. Het koor met het witte pleisterwerk en de rood geverfde stenen rond de gotische ramen is een adembenemende combinatie. Zeker ook het idee dat deze kapel de Middeleeuwse bibliotheek van de theoloog Nicolaus Cusanus herbergt. Het behoort tot een van de best bewaarde privé-bibliotheken uit deze tijd.
Wij lopen hier echter aan voorbij, een peuter van bijna drie kun je niet echt blijmaken met een museum. Wij kiezen voor een gebakje in een van de vele koffiehuizen rond een van de vele pleintjes van Bernkastel. We laten ons verrassen door de vakwerkhuizen en duiken tenslotte zelfs een wijnwinkel in. Uit eigen wijngaard, zegt de verkoopster erbij. Ze drukt me een folder in handen over Bernkastel-Kues die ik allang heb, maar haar vriendelijkheid zorgt ervoor dat ik hem even hartelijk aanneem als de vorige bij de VVV.
Het doosje met wijn moet de regen trotseren die ons behoorlijk toetakelt als wij de brug oversteken. Langs het Krankenhospital lopen we naar de auto die in de parkeergarage in het oude treinstation staat geparkeerd.
De regen slaat ook tegen de autoruit en we kiezen voor de minder toeristische route naar huis: de Duitse Autobahn.

19 april 2008

De band lek

Ik heb de band lek. Een docent bij mijn studie Nederlands had van deze zinsconstructie zijn levenswerk gemaakt. Dankzij hem gebruik ik deze constructie altijd als ik een lekke band heb.
Het hebben van een lekke band is wat minder. We reden op de Duitse Autobahn op de terugweg van een rit naar het Luxemburgse Echternach en Vianden. Ik moest een ongebruikelijke uitwijkmanoeuvre maken. De hoge snelheid waarmee sommige Duitsers over hun snelwegen razen verbaasde mij op vakantie meer dan eens en vroeg veel anticipatie.
We reden voorbij het Dreieck Moseltal toen ik een vreemd geluid rechts achter hoorde. Een voorbijrijdende auto gebaarde dat ik van de weg af moest. De eerstvolgende afslag verliet ik de snelweg en parkeerde ik de auto in het dorpje Schweich bij het Hotel Zum Moselbrücke. Een lekke band loerde met loenzende blik naar mij. De ANWB-alarmcentrale gebeld en gedineerd tijdens het wachten, het was al rond zessen in de middag.
De medewerker van de ADAC wees ons op de versleten achterbanden. Een vreemde gewaarwording omdat wij enkele weken voor vertrek de auto aan de jaarlijkse APK hadden onderworpen. Blijkbaar waren de achterbanden aan het oog van de keuringsmeester ontsnapt. Dat ik de band lek had zo kort na de keuring, zal hem zeker niet ontgaan...

18 april 2008

Summum van burgerlijkheid

Een boordevolle mailbox, grote stapels was en een stapel brieven en rekeningen. Voor de bloglezers: tien dagen geen blog. Ik was helemaal met vakantie, dus ook geen blog.
Ik verbleef op een Landal Greenparks bungalowpark, het summum van burgerlijkheid. Heerlijk, een last minutes. Uitzicht op een waterplas en een heuveltje erachter, in het Duitse Kell am See. Een luchtkuuroord in de nabijheid van Trier, Luxemburg en rivieren als de Saar en de Moezel.
Vanmorgen moesten we het huisje voor half elf verlaten. Bij de rij auto's met Nederlandse kentekens laadden alle gasten de koffers in het voertuig. Mijn buurvrouw glimlachte terwijl zij ook een tas in haar auto hees. Het teken van herkenning. We moesten allemaal vandaag voor half elf vertrekken. Ik torste een zak met het vuil van twaalf dagen bij me naar de afvalplaats en loerde in het openstaande portier. Achter de stoel lag net zo'n doosje Moezelwijn als die ik zojuist in mijn auto geladen had.
Iedereen doet hetzelfde in een poging dezelfde beveleving te vinden, of omdat het nu eenmaal zo hoort. Het verdriet van België kun je ook thuis op de bank lezen. Toch geloof ik dat de ervaring bij het lezen minstens zo belangrijk is, als het lezen zelf. En waar vind ik het knapperende haardvuurtje en het uitzicht op een stuwmeertje? Precies: in het Landal Greenparks Hochwald huisje 211.