Posts tonen met het label actualiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label actualiteit. Alle posts tonen

08 december 2024

Notre-Dame

De treinreiziger die van zuid naar noord reist, moet door dwars door Parijs. Om van het Gare de Lyon naar station Nord te gaan. Er rijdt geen trein tussen die stations. Hij moet met de metro. Zie het voor je. Een gezin, vader, moeder en 3 kinderen met veel koffers. Voor de oudste van 12 jaar een tentje en een aparte stoel. De gehuurde tent heeft van alles 4 in plaats van 5.

Hij loopt daar met een heel zwaar wagentje. Het wagentje kent hij van de bejaarde vrouwen die ermee winkelen. Zijn oma heeft er ook eentje. Hier ligt een oranje tentje op. Geleend van kennissen. Bovenop een schuimmatras met veel bubbeltjes. Licht in gewicht, groot in volume.

03 september 2024

Uitkijken! - of Den Treek


verborgen in grond
de omgevallen bomen
bos uit de ijstijd

de stammen ringen jaren
vol kou, vocht en regenen

een nieuwe ijstijd
wacht de stoppende golfstroom
bezwete angstdroom

het stervende hout
takken deinen dodelijk
traag op de ijswind

niemand doet er iets tegen
verlamd vliegen vliegtuigen

over de rampplek
staat het boordevol bordjes
pas op voor de wolf

07 oktober 2022

Ivan Wolffers

De levensschets op NOS.nl eindigt met een poëtische zin:

Het leven werd kleiner en beperkter, tot het verdween.

Nog geen maand maand geleden zong hij met zijn oudste kleindochter Mama Mia van Abba op haar verjaardag. Een paar dagen terug vroeg iemand of hij dood was. 'Bijna', antwoordde hij.

Zijn vrouw Marion Bloem genoot van deze laatste dagen en wenste dat het eeuwig zo zou doorgaan. Alleen de nacht, die drukte zo hard op de feiten.

Mooi om het op social media zo dichtbij mee te maken. Bijvoorbeeld een zin waaruit zoveel dankbaarheid en vooral liefde spreekt:

Liefde was verborgen achter elke bocht en elke deur. Waar zou je bang voor moeten zijn? Voor de dood? Nee, het leven heeft gezegevierd. Dank jullie Helena, Kattie, Yuki en jullie pappa en mamma’s.

Het staat in zijn laatste blog.

Vaarwel Ivan

30 april 2022

Meeuwenschreeuwen

Reggy Laatsch uit Alphen aan den Rijn heeft het Europees Kampioenschap Meeuwenschreeuwen gewonnen. Voor de camera van Omroep West vertelt hij over de 3 verschillende meeuwengeluiden die hij kan nabootsen. Het gaat van tevreden korte geluidjes tot opgewonden gekrijs. Hij kan het heel overtuigend nadoen. Hij is niet voor niks de winnaar.

De schrijver Godfried Bomans werd gek van het gekrijs van de meeuwen. Hij verbleef een week helemaal alleen op het eiland Rottumerplaat. Het was meer een stunt van de radio. Na hem zou Jan Wolkers een week op het eiland verblijven.

Godfried Bomans heeft een andere benaming als de meeuwen zijn nachtrust verstoren naast de tent. Hij schrijft in zijn dagboek over het verblijf van 8 dagen:

[M]eeuwen kunnen soms, als ze rustig zijn, een laag mompelend geluid maken, en dat is net of een paar mannen met elkaar staan te beraadslagen. Die gelijkenis is zó bedriegelijk dat ik me telkens moet voorhouden: het zijn maar meeuwen. Ik geloof dat hier een oude kinderangst: ‘er ligt een man onder mijn bed’ naar boven komt.

Met dank aan Wouter die mij op de winnaar van het meeuwenschreeuwen attendeerde via Twitter.

01 maart 2022

Eens in de 400 jaar

Op 28 februari heb je een gesprek over 28 februari, de dag dat we ons stukje land kochten 4 jaar geleden. En dan kom je ook op 29 februari, dat eens in de 4 jaar is. Ik ken niemand die dan jarig is, maar wel iemand die iets met taal doet en op die datum getrouwd is.

Dan beweert mijn dochter dat het in 2000 geen schrikkeljaar was. Daar ga ik tegenin. Hoe kan zij dat nou weten, ik ben er bij geweest en het was zeker een schrikkeljaar. ‘Nou, ik heb geleerd bij wiskunde dat het elke 100 jaar geen schrikkeljaar is.’

Was 2000 een schrikkeljaar?

We bakkeleien wie er nou gelijk heeft. Ik die het meegemaakt heeft, of mijn dochter van na 2000 die ineens met een voor mij onbekend verhaal over de schrikkeljaren komt. Ze zoekt het uit. ‘Was 2000 een schrikkeljaar.’ Inderdaad ik heb gelijk, maar zij heeft niet helemaal ongelijk.

Een jaar heeft niet precies 365 dagen. Daarom is om de 4 jaar een schrikkeljaar. Maar de aarde draait ook niet precies in 365,25 dagen rond de zon. Het zijn 365,2422 dagen. Er moet dus een extra correctie komen.

Kalenders van Julius en Gregorius

De Juliaanse kalender, ingevoerd door Julius Ceasar, liep uit de pas. Zelfs zo sterk dat in 1582 de kalender 10 dagen achter liep op de zon. Het gaat in 1000 jaar om 7,8 dagen. De correctie is doorgevoerd door paus Gregorius door 10 dagen te schrappen van de kalender. De dagen van de week bleven hetzelfde.

Het probleem is nu opgelost door elke 100 jaar geen schrikkeldag te doen. Maar dan zou in 1000 1,2 dagen teveel worden gebruikt. Dat is opgelost door om de 400 jaar wel een schrikkeljaar te hebben.

Eens in de 400 jaar en in 2000

Het jaar 2000 was dus een hoge uitzondering en is in die zin bijzonder. Het was de 2e keer dat er een schrikkeljaar was. In bepaalde delen van Nederland zelfs de 1e keer. Niet elke provincie heeft de Gregoriaanse kalender meteen ingevoerd. In Utrecht gebeurde dat bijvoorbeeld pas in 1700.

Meeleeslijst

Wil je elke week een verhaal in je e-mail? Abonneer je dan op mijn Meeleeslijst. 32 mensen gingen je al voor…

14 november 2021

Een avond ongemak

Emma ken ik van Blogpraat. Ze schoof op een dag aan en is niet meer weggeweest. Haar blogs zijn openhartig en houden soms het midden tussen poëzie en proza. Korte puntige zinnen, veel wit. Het leest buitengewoon lekker.

Bij de boekpresentatie staat ze weer in het Utrechtse theater Kikker. Hier stond ze 8 jaar geleden ook. Als Jacob Jan die vertelde over Emma. Nu is het Emma die vertelt over Jacob Jan. Over haar transitie van man naar vrouw. Maar nog veel meer over haar ongemak.

Ze belooft het ook als ze begint. Het wordt een avond vol ongemak. Haar ongemak, maar ook het ongemak van het publiek. Je voelt je soms best ongemakkelijk. Over vooroordelen gaat het; de kritische ik die alles onderuit haalt, maar ook de interne fan. Iets in jezelf dat met bewondering naar je kijkt en soms zelfs liefdevol omhelst.

Een avond in Kikker

Wat een avond in Kikker. Ik ben gek op dat theater. Niet te groot, soms zelfs bijna huiselijk. Emma gebruikt haar podium heel mooi. De stip dwingt haar op een plek te staan, maar wat een theater zet ze er neer. Je blijft aangetrokken tot het hele moment. Net als ze zo mooi alles in de hand heeft en haar eigen angst voor een black out een plek geeft in haar programma.

Het spel met haar kleurenblindheid en slechthorendheid. Ze vermengt het treffend in haar voorstelling. De zon die in een eigenaardig soort lichtgroen opkomt boven een bos met gele bomen. En lachten de kinderen haar dan uit of lachten ze mee. Het zijn de verhalen zoals ze ook zo mooi in haar boek Onder de radar zijn terechtgekomen.

En dan de passage over het lullige platte sleuteltje van haar fiets. Het brengt haar bij een verhaal over de ontdekkingen van haar lichaam. De vibrator als vriend, waarbij de verschillende standjes voorbijkomen. Inclusief golven en geluiden. Het geeft het programma lucht en ontroering tegelijk.

Enthousiast van Emma

Daarom blijft het hopen dat theaters enthousiast worden over Emma. Haar verhaal moet verteld worden. Het zet tot nadenken en je gaat bij het luisteren alleen maar meer van haar houden.

Zeker, veel verhalen ken ik van haar blogs. Het lezen van haar boek is een feest der herkenning. Dan ben ik ook jaloers op haar 4 kinderen vanwege de prachtige hoofdstukken die ze hebben gekregen. Zo mooi wat ze over ze schrijft en de unieke relatie die ze met ieder van hen heeft. Geen kind is hetzelfde. Emma weet heel treffend de karakters van elkaar te scheiden.

Ook hebben we elkaar gevonden in haar overgrootvader Jan Voerman en mijn liefde voor de wolken. Emma denkt ook in beelden en weet wat ze in gedachten ziet prachtig te verwoorden. Een mooi talent. Op toneel schittert Emma helemaal. Ze geniet ervan en dat weet ze mooi over te brengen op haar publiek. Genieten dus.

Ik kan alleen maar roepen dat je haar boek Onder de radar moet bestellen en lezen. En aan alle theaters in Nederland: boek haar. Ze is een talent en haar show bevat alles wat een theateravond moet bevat; een lach, een traan en het zet aan tot nadenken. Een avond van ongemak.

18 oktober 2021

Voedselbos Weerwoud op Utopia-eiland

Het eilandje Utopia in het Weerwater is altijd een favoriete plek van mij geweest. Ik schreef er weleens een gedicht over in opdracht van de gemeente. Het haalde helaas het betreffende boekje waarin het zou komen niet.

De periode dat de Floriade gepland werd, leek het gebied een beetje tussen wal en schip te vallen. De weg, bijna een dijkweg naar het eiland. Zo mooi aan weerszijden gemarkeerd door grote, hoge populieren. Het ritselende blad en het hobbelige asfalt. Allemaal elementen waar ik echt van genoot.

Beklimming Utopiatoren

Het hoogtepunt van een bezoek aan Utopia was dan de beklimming van de toren. Opgebouwd uit leidingbuizen waarmee de polder is leeggezogen. De 12 meter hoge toren was een geschenk van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP). Hij verwijst naar de tijd van de inpoldering. Overal plaatste de RIJP deze torens, minder hoog dan deze, maar hoog genoeg om een eind verder te kijken.

Ongeveer tot een jaar of 5 terug kon je nog op het eiland rondlopen. Er waren plannen, maar vooralsnog was het vooral een eiland vol met bomen. Er stonden veel essen en populieren. De charme dat je het eiland echt betrad via een bruggetje. Het bruggetje stond op instorten, maar wat voelde het steeds als het betreden van een echt eiland.

Het hele gebied waar nu de Floriade komt, is op de schop gegaan. Er zijn maar weinig plekken waar de grond niet is geroerd. Het Utopia-eiland is onherstelbaar veranderd. Geen trappetje meer maar een brede aanvoerweg. Naast de oude dijkweg ligt een brede weg. Het asfalt van eertijds en de hoge bomen langs de oude weg, zijn er nog. Maar verder is er alleen de herinnering. Alleen het uitzicht over het Weerwater in de richting van de stad is hetzelfde gebleven.

Weerwoud

Utopia is enorm veranderd. Er is nu een select groepje mensen aan het werk om een voedselbos te bouwen. Ze doen dat onder de Stichting Weerwoud. Een groepje mensen, de Urban Greeners werkt nu aan de groene stad van de toekomst. Naast een voedselbos is het gedeelte waarin ze experimenteren met nieuwe landbouwmethoden.

Agroforesty noemen ze het. Stroken landbouwgrond van 3 meter breed wisselen af met bomenrijen waar onderbegroeiing groeit. Er groeien amandelbomen, walnotenbomen, duindoorns en uiensoepbomen. Ik mocht zaterdag bij de rondleiding van de blaadjes proeven.

Op wereldvoedseldag bezocht ik namelijk het eiland met het Voedeslbos Weerwoud. Ik kreeg een uitgebreide rondleiding. Er liepen ook veel vrijwilligers mee. Ze verzetten veel werk. Vooral het weghalen van de brandnetels, het plaatsen van houtwallen en aanleggen van paadjes, is hun taak. Het ziet er indrukwekkend uit. De plek waar eens essen groeiden van zeker 10 meter hoog, zijn nu kleine boompjes en stroken met landbouwgrond.

Idee

Het voedselbos en de agroforesty zijn een idee van Xavier San Giorgi. Hij heeft al veel werk verzet op het gebied van voedselbossen. Het idee is ook dat mensen zich meer omringen met natuur waar ze ook voedsel uit kunnen halen. Niet alleen een omgeving voor de sier, maar ook een omgeving waaruit je een maaltijd kunt samenstellen.

Dat zie je ook terug in het Voedselbos Weerwoud. We mochten ook in de strook bos lopen langs een breed betonnen pad. Ik herinner mij vooral het kruipdoor-sluipdoor weggetje naar de Utopiatoren. Nu is het een brede weg met een geleiderail voor blinden in het midden. Al ligt deze nog niet overal goed, volgens een medebezoeker van de rondleiding.

In de bosstrook van een meter of 20 breed en zo’n 100 meter lang wisselen hoge en lage begroeiing elkaar af. Hier hebben de vrijwilligers dus heel veel werk met het weghalen van wat zij onkruid noemen. Er zijn nu bessen gepland en ook veel laaggroeiers. Bijna alles is te eten.

Lagen in het voedselbos

De verschillende lagen in het voedselbos kun je prachtig zien. In het voorbeeld wat ik zag, groeide een mispelboom onder de hoge populieren en enkele es die de essentakziekte lijkt te overleven. Of de moerbeiboom, die weer hoger wordt dan de mispel. Ook mocht ik proeven van de bijzondere peperboom, de kiespijnboom.

De kleine szechuan peppers smaken heel apart. Ze geven een tintelend gevoel in je mond. Het puntje van mijn tong en mijn lippen tintelden nog lang na, nadat ik voorzichtig een pepertje proefde. Niet pijnlijk warm, maar meer prikkelend. Een apart gevoel.

Spiraalvormige tuinen

Het 3e deel van Utopia-eiland bestaat uit allerlei spiraalvormige tuinen, waaronder een tiny forrest, een demonstratiemodel van hoveniers waarin gebruikte tegels spiralen naar een plas in het midden, en een minivoedseltuin. In de laatste hebben we even gestaan. Onder de hogere bomen, kersen, amandel en daaronder een heel ‘sla-bed’ van kleine lindeboompjes. De bladeren zijn in het voorjaar heerlijk om op te eten. Er groeien verschillende lindes, elk met een eigen karakter en smaak.

Bij de terugkeer naar mijn fiets raakte ik verstrikt in weemoedigheid. Een heel klein klaproosje groeide in de berm tussen het nieuwe asfalt en het Weerwater. De dunne rode bloemblaadjes trilden op de wind. De bloem deinde mee op diezelfde wind. Het vervult je met hoop. Misschien oogt de hele exercitie als een slagveld, maar hopelijk zullen de bergen zand en kale, lege vlaktes plaats maken voor veel nieuw groen.

Al weet ik ook dat doorsnee Floriadebezoeker iets ander groen dan de aangeharkte perkjes met bloemen snel bestempelt als onkruid. Net als dat een pad vooral van betonsteen gemaakt moet zijn en niet teveel natuurlijke obstakels mag hebben zoals groen tussen de tegels.

10 oktober 2021

Ik blog dus ik besta - doorgaan of stoppen

Bloggen of niet bloggen, dat is de kwestie. Als een echt minimalist kijk ik ook naar de kosten. Het hosten van een eigen site en het gebruik ervan.

De traagheid van de site; hij was echt ontzettend traag. Deels veroorzaakt door het achterstallige onderhoud van mijn kant. Het andere deel ongetwijfeld door de hostende partij en de zware bestanden.

Al die foto’s direct van je telefoon uploaden, levert vooral grote bestanden op. De grote massa aan tags en categorieën die deze site met zich draagt, maakt het er ook niet overzichtelijker op.

En de hostingpartij die de prijzen verhoogt. Al rekenend kwam ik erop dat ik bijna een kwart meer moest betalen en waarvoor. Ik stop ermee, zei ik tegen een twittervriendin. Ze was boos. Ga je al die jaren aan blogs zomaar overboord doen? Je bent knettergek.

De moeite van het lezen waard

Zeker, ik was heel blij met een paar blogs, maar al die stukjes die ik vanaf 2006 aan het www heb toevertrouwd. Daar is misschien een stuk of 100 nog de moeite van het lezen waard. Misschien de laatste jaren bewaren en wat er meer dan 20 keer per jaar wordt bekeken?

Volgens Google Analytics is dat best nog wat van de bijna 4000 blogs die ik heb, meer dan 500 blogs zijn 20 keer of meer bekeken in het afgelopen jaar. Maar dan nog. Dat betekent dat er bijna 3500 een stuk minder of helemaal niet bekeken zijn.

Opruimen dus, maar dat haalt nog niet de vraag weg wat ik wilde doen met mijn blog. Ik blog bijna nooit meer. Het komt doordat ik de hele dag al naar het computerscherm staar. Langer dan goed voor me is. Als ik dan een stukje wil schrijven, een verhaal of zo, dan heb ik geen tijd meer voor een blog.

Ook zijn de onderwerpen een beetje op. Om weer over mijn tuin te beginnen of zo. Misschien vind ik dat ik niks meer meemaak. De wereld kon wel overhoop liggen met corona, dat hoeft nog niet te betekenen dat ik erover moet bloggen.

Nieuwe hostingpartij

De actie is geworden dat ik gestopt ben bij mijn hostingpartij en een nieuwe gezocht heb. Het overzetten van de blogs had veel voeten in aarde, maar dat is vrijdagavond ook gelukt met hulp van Irene, waar ik superblij mee ben.

En daar staat mijn blog. Nog niet helemaal puik. Een beetje dizzy en nog zonder plaatjes. Voorlopig doe ik ook even geen plaatjes. Eens kijken of dat echt zoveel uitmaakt. Ik ben allang heel blij met een website die razendsnel is. Ik ben aan het opruimen in de categorieën en tags geslagen. Het is een flinke vermageringskuur geworden.

En dan twijfel ik nog wat ik doe met bijvoorbeeld de Danteblogs. Eigenlijk wil ik daar een heel eigen blog van maken op blogspot. Het is zo’n eigen onderwerp en ik denk dat ik daar meer mensen mee zou kunnen trekken. Zo houd ik wat ik hier schrijf een beetje losser.

Dat vond ik heel leuk aan het lezen van die oude blogs. Ik schreef werkelijk overal over. Ongedwongen en met heel veel plezier. Dus wie weet…

11 december 2016

Wat was het mooiste boek dat je dit jaar las? - #50books vraag 50

De laatste vraag van dit jaar. Een heel jaar vragen verzinnen. De ene week ging het makkelijker dan de andere, maar bij elkaar is het een mooie lijst geworden. Volgens het televisieprogramma DWDD is de tijd van de lijstjes weer aangebroken. Het absolute hoogtepunt volgt in de week tussen Kerst en Oud en Nieuw met de Top2000.

Als lezers onder elkaar houden we het hier wat rustiger. Daarom geen grootse lijstjes al lijkt het mij heel leuk om volgende week een mooie lijst samen te stellen op basis van de vraag van deze week. Het is een vraag met een terugblik:

Wat is het mooiste boek dat je dit jaar las?

Je mag van mij kiezen uit meerdere boeken, genres. Het boek hoeft ook niet per se dit jaar verschenen te zijn, mag een gouwe ouwe zijn die je trof. Het moet wel een topper zijn die je de lezers van de boekenvraag #50books wilt aanraden.

Ik ben zoals elke week heel benieuwd naar de boeken die jullie noemen. Het is tegelijkertijd de laatste keer dat ik jullie een boekenvraag stel. Vanaf volgend jaar neemt Martha de boekenvraag over op haar blog drspee.nl. Ik wens haar heel veel succes en sluit zeker geregeld aan bij het beantwoorden van de vraag.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

05 oktober 2015

Snellezen

image

Afgelopen week behandelde het televisieprogramma De kennis van nu een interessant fenomeen: snellezen. Binnen het programma lieten ze zelfs een heuse wedstrijd zien. Wie het snelste een hoofdstuk uit een boek kon lezen en naderhand ook het beste de inhoudelijke vragen uit de tekst kon beantwoorden.

De tips voor snellezen: zorgen dat je je vinger goed bij de regel houdt. De omliggende regels zorgen dat je oog minder goed gericht is op de regel die je leest. Daarnaast moet je het stemmetje dat je bij het lezen gebruikt proberen te negeren. De vocalisatie van de tekst zorgt voor een onnodige vertaalslag die de hersenen moeten gebruiken, zo stelt de snelleestrainer Mark Tigchelaar in het programma.

Natuurlijk is het voor studiedoeleinden handig om te kunnen snellezen en ik heb het bij mijn studie Nederlands veelvuldig ingezet, maar ik zou niet alles willen snellezen. Juist het plezier in het lezen is die vocalisatie van stemmen, wisseling van stemmen in je hoofd als iemand anders spreekt, visualisatie van beelden die de tekst oproept en het wegdromen in het verhaal zelf. Allemaal dingen waar Peter Mendelsund op wijst in zijn boek Wat we zien als we lezen.

Zoals het vooruit- of juist teruglezen van een tekst. Hoe heerlijk is het om in een roman stiekem een paar bladzijden vooruit te kijken en daar al dingen tegen te komen die je pas straks echt kunt begrijpen. Dan weer terug te gaan en de eerder gelezen scène weer te vinden.

Of wanneer je op een raadselachtig kruispunt bent terechtgekomen en je voor de keus staat: doorlezen of teruggaan en eerdere passages opnieuw doornemen?

Het is die keuze die lezen zo leuk maakt: je mag zelf de dingen verbeelden zoals je wilt, maar je mag ook beslissen wat je doet met lezen: doorlezen, teruglezen, vooruitlezen.

In deze gevallen kunnen we besluiten dat we een cruciaal element hebben gemist, een gebeurtenis of uitleg die eerder in het boek langskwam. En dan bladeren we terug in een poging de ontbrekende componenten van het verhaal te achterhalen. (119)

Dit zijn juist de dingen die je bij het economische snellezen voorbijraast. Er is bij snellezen geen tijd voor de verbeelding, alleen voor het begrip.

Volgens Peter Mendelsund kun je lezen zonder te zien, maar ook lezen zonder te begrijpen. Je laat je voortstuwen door de beelden, maar begrijpt geen snars van de zinnen. Een interessante vraag wat je in zulke gevallen doet bij het snellezen. Ik denk dat je het spoor bijster bent, zonder in de gaten te hebben dat je het spoor bijster bent.

Peter Mendelsund: Wat we zien als we lezen. Oorspronkelijke titel What We See When We Read. Nederlandse vertaling Roos van de Wardt. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2015. ISBN: 978 90 254 4567 6. 432 pagina’s. Prijs: € 21,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn derde bijdrage over Wat we zien als we lezen van Peter Mendelsund. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

27 juni 2015

Vissers (2)

image

De vis ligt nog altijd doodstil in het net. Maar als de jongen zijn 2 handen onder het dier geschoven heeft, slaat de snoekbaars zich ineens omhoog. Hij laat de vis geschrokken los. ‘Pak hem nou in de nek’, roept zijn vader. ‘Hier hou vast.’ ‘Maar ik durf niet,’ zucht de jongen. Hij wappert met zijn armen. Zijn vader loopt naar het net en pakt het beet.

Plotseling werpt de grote snoek zich omhoog en valt half met het vangnet in het water. De vader laat het net in het water zakken en gebaart naar de zoon. De vis maakt opnieuw een zwembeweging en hapt zich vast in het net. ‘Verdomme’, roept de vader en werpt zijn sigaret in het water. ‘Hij zit vast.’

Hij hijst het net aan de waterkant. Zijn zoon staat er zwijgzaam bij. Het dier ligt doodstil en vader hannest met het net. Als hij het dier losheeft, houdt hij het trots omhoog. ‘Hier, zo moet het.’ De jongen pakt het mobieltje en klikt voor de foto. De snoek beweegt niet meer. Hij geeft zich gewonnen.

Dan buigt de vader met het dier naar het water en laat de grote snoek in het water zakken. Het zwemt traag weg met brede slagen. Hij is uitgeput van het gevecht en verblijf op de waterkant. Vader haalt het pakje sigaretten uit zijn zak en vist er eentje uit. Hij steekt de peuk aan en loopt met het vangnet naar de brug.

De jongen werpt de hengel weer in het water terwijl zijn vader het net staat te repareren tegen het brughoofd. Af en toe glijft er een rookpluim tussen zijn lippen. Dan mompelt hij iets en wringt zijn vingers tussen de fijne mazen van het net.

In het water verderop lijkt iets te plonsen, bewustgeworden van zijn vrijheid. Het leven gaat verder, maar dat hoeven de vissers niet te weten.

18 maart 2015

Verkiezingsappel - #stemmen

image

Vanmorgen kreeg ik een appel op het station van een volksvertegenwoordiger. Het is een rimpelige vrucht en nodigt niet echt uit om te gaan eten. Blijkbaar groot ingekocht en de campagnemakers kwamen op het idee omdat de naam van de vrucht in de naam van de partij schuilt. Ik krijg een christen democratische appel van de christen democratische appèl.

Italiaanse man

De laatste dagen staan er veel politieke partijen bij de stations. Het doet me denken aan iemand die via twitter liet weten dat politici net Italiaanse mannen lijken. Voor het aanzoek doen ze een paar weken ‘misselijkmakend charmant’ om je daarna niet eens meer te zien staan.

Zweven

Ik weet niet meer wat ik moet stemmen. Het lijkt er steeds meer op dat het zweven bij verkiezingen toeneemt. Politiek lijkt steeds meer een emotioneel moment in plaats van gezond verstand. Het lijkt ook dat je je hart verpand voor een periode van 4 jaar. Politici maken niet waar wat ze zeggen. Doen en zeggen liggen mijlenver uit elkaar. En de kiezer kiest niet meer voor een ideaal, maar wat hem het beste uitkomt en aanspreekt.

Ik moet nog stemmen en weet vooral wat ik niet moet stemmen. Eerlijk gezegd blijven er weinig partijen over om nog op te stemmen.

27 april 2013

Tulp

image

Naast het trappetje naar de voordeur bloeit een rode tulp. Wij hebben de bol nooit gepland. In hun poging het huis te verkopen, schijnen de vorige bewoners wat bloembollen in de grond te hebben gepland. Naast de tulp schiet er iets verderop jaarlijks een narcis uit de grond. Bij de regenpijp groeit altijd een spriet op waar nooit een bloem bij te zien is.

image

De tulp is er elk jaar weer. Alleen. Hij wuift zachtjes op de wind die langs het aanbouwtje voor blaast. De bladeren lonken zo fluweelzacht. Ik heb de neiging er met mijn vingers over te strelen als ik zo vanuit mijn plekje bij het raam naar kijk.

image

Het mooiste is dat hij ’s morgens dicht zit en na de eerste warmte van de zonnestralen langzaam opent. Dan zie je de stamper zitten en zelfs de meeldraden. Bij het vallen van de avond, zijn de bloembladeren van boven weer keurig toe. Zodat de boze vijand er niet meer in kan kijken.

image

En zo zie ik iedere dag een klein natuurfilmpje vanuit mijn plekje bij het raam. Het lijkt dan net of het helemaal geen winter is geweest.

image

11 april 2013

Bijzaken - #WOT

image

Ik loop door het park en bijzaken omhelzen mij van alle kanten. De regen druppelt gestaag vanuit de hemel op de kale takken en sijpelt verder naar beneden. In mijn nek valt de neerslag ook en maakt alles nog weemoediger dan het al is.

De hoofdzaak is het lopen met de honden. Ze moeten eruit voor de 2 p’s en de noodzakelijke lichaamsbeweging. De rest is bijzaak. De natte paadjes in het park. Het opspattende vuil dat vlekken achterlaat onderaan mijn broekspijpen. De frisse voorjaarslucht die ik inadem. Alles is bijzaak.

Hoofdzaken en bijzaken vloeien in elkaar over en ik laat mij meenemen door de bijzaken. Alleen het trekken aan de riem voor een van de 2 p’s haalt mij naar de hoofdzaak: het uitlaten van de honden. Zo druilen mijn gedachten mee naar het begin van de dag, naar gisteren en de dingen die ik de laatste dagen gelezen heb.

Dan springt daar uit de bruine bladermassa iets omhoog. Vanuit de verte lijkt het bruin maar als ik dichterbij kom, ontwaar ik duidelijk een klompje met een groene tint. Het is een kikker die wakker is geworden van het vocht dat eindelijk het voorjaar is binnengesijpeld.

Nog niet helemaal wakker ligt hij daar stil om door de lens van mijn mobieltje te worden gegrepen. Hij kijkt droog op. Zelfs de honden hebben hem niet in de gaten. Zo laat ik hem achter. Ik loop langs het poeltje en zie een kleine buizerd verderop op het pad staan.

Hij houdt iets tussen zijn klauwen vast en peuzelt het op. Totdat ik te dicht in de buurt kom en hij opvliegt. Voor mij uit vliegt hij met mooie trage slagen. Zoals een roofvogel hoort te doen. Ik geniet van het gezicht en probeer te ontwaren wat hij in zijn klauwen vasthoudt.

Het zijn de bijzaken waar ik de troost uithaal. Van de hoofdzaak moet ik het vandaag niet hebben. Mijn gedachten fladderen van tak naar tak en zien hoe de buizerd weer opvliegt omdat ik weer te dichtbij kom. Vlak langs mij scheert hij voorbij. Ik zie in het voorbijgaan dat het een kikker is. Precies zo eentje als ik net bij de poel zag zitten.

30 maart 2013

Kuddedier

image

Ik loop het park in. Een man loopt voor mij uit. De twee herdershonden lopen met hem op alsof hij een kudde schapen is. Ze trekken grote cirkels om hem heen. Hij gaat voort als een herder voor zijn kudde uit.

Op het pad dat diagonaal van het pad van de schaapsherder staat, nadert een man met een andere hond. De hond schiet op de herdershonden af. Er klinkt een signaal. De hond grijpt een herdershond. De herdershond bijt van zich af. De man rent op zijn hond af en trek aan de halsband. Het dier schiet weer los en grijpt de herdershond bij de nek.

Als dan de baas dan eindelijk zijn hond in bedwang heeft, loopt de schaapsherder terug om zijn hond op te halen. Hij houdt een hand omhoog. Het zit blijkbaar goed. Geen scheldkannonades en gemor. Verderop stond de man stil en bekeek zijn hond aandachtig. De bijtgrage hond was al het park uit met zijn baas. De zonnebril hielp hem snel genoeg uit zicht.

Voor mij een voorbeeld dat het juist mis kan gaan. Gisteren rende een hond vanuit een zijpad in een vaart op ons af. Ik probeerde hem te weren met ’tssjj’. Het hielp weinig, het dier volgde ons gewoon. Er klonk geroep van de eigenaresse. Kort erop holde ze achter haar hond en mij aan. ‘Ik heb het tegen u meneer’, riep ze.

Haar hond kreeg de vrije loop en naderde mijn honden wel erg dicht. Tegen mijn zin. Maar ik moest eens goed naar haar luisteren. Ik had haar hond niet te corrigeren. ‘Mijn hond is mijn kind en daar bemoeit u zich niet mee’, zei ze.

Daarna las ze mij even goed de les voor. Zonder stoppen. Gelukkig hield haar vriend hun hond vast, zodat ik niet meer op mijn honden hoefde te letten. Elk woord dat ik uitstamelde, was voor haar olie op het vuur. ‘Als u dit nog een keer doet, sla ik u’, zei ze. Ze doelde op mijn ’tssjj’.

Ik wilde weer verder. Dit mondde uit in een vruchteloze discussie. Zij hing als een vechthond aan mijn nek en liet meer los. Ik moest mij vooral gedragen. Ik had ‘rothonden’. Haar hond had niks verkeerds in de zin. Mijn honden misdroegen zich.

Ik moest en zou door de knieen door excuses aan te bieden. Dat heb ik gedaan, maar ik loop vandaag met een wrang gevoel door het park. Het gelijk zag ik net voor mij afspelen. Blijkbaar moet je je hond maar laten grijpen omdat iemand anders zijn hond als een kind beschouwt en geen correctie duldt. Het pad dat ik loop, gaat met een grote cirkel om de anderen heen. Ik zie geen hond.

29 maart 2013

Tournemire in het orgelpark

image

Een uitgesproken mysticus als Tournemire in het Orgelpark, kan dat eigenlijk wel? Een kerk bezit die gewijde ruimte, hoge gewelven en daarmee mystiek wel. Het Orgelpark is een concertzaal die haar oorsprong als kerk heeft, maar de protestantse uitstraling van weleer heeft nu een ander soort warmte plaatsgemaakt.

Bij Tournemires Les sept Paroles du Christ hoort de mystiek. Het vormt naast het orgel, de ruimte en de organist een wezenlijk element voor een uitvoering van dit bijzondere muziekstuk van de Parijse organist Charles Tournemire (1870-1939).

Inderdaad kan een uitvoering van dit werk in het Orgelpark een versie in de Parijse Sainte Clothilde niet verslaan. Daarvoor is de ruimte te klein en het orgel (in verhouding) te groot. Ondanks deze minpunten wist de Schaagse organist Tjeerd van der Ploeg woensdagavond erg dicht in de buurt te komen van een intense en mystieke uitvoering van dit bijzondere werk. De 7 koralen bij de 7 kruiswoorden die Jezus in de verschillende Evangelien spreekt, behoren tot het meest toegankelijke uit het oeuvre van deze Parijse organist.

Het muziekstuk past goed in de tijd waarin ook Dupre en Messiaen passages uit het evangelie in muzikale schilderingen uiteenzetten. Dupre schreef het lijdenswerk Le Chemin de la Croix in 1935. Messiaen schreef in hetzelfde jaar 9 meditaties rond de geboorte van Jezus. Een paar jaar eerder schreef Messiaen al L’Ascension. Het zijn 4 meditaties rond de Hemelvaart van Jezus Christus.

Messiaen bewandelde een andere weg dan Tournemire, net als dat Dupre verschilt van Tournemire. De inspiratiebron vormt wel het orgel, het Frans-symfonisch orgel zoals Cavaille-Coll dat ontwikkeld heeft.

De componist Marcel Dupre onderscheidt zich van Tournemire door zijn veel contrapunctischer en meer doorwrochte interpretaties van het lijden van Christus. Charles Tournemire is veel rauwer en intenser. Hij spiegelt de 7 kruiswoorden in een heuse muzikale strijd. En dat gaat heel ver. Soms krijst het orgel het in alle toonaarden uit. Dan lijkt het of het niet erger kan. Andere keren verzinkt de muziek in een zachte klankwereld waarin vooral berusting doorklinkt.

Tjeerd van der Ploeg wist deze aspecten prachtig te interpreteren op het Verschuerenorgel in het Orgelpark. Het orgel is sterk geinspireerd op de Frans symfonische orgels zoals Cavaille-Coll deze maakte. Zodoende waren de registratievoorschriften van Tournemire tot in de puntjes te volgen. Probleem bij dit orgel is dat het erg groot is voor de ruimte waarin het staat. Het uitgebreide scala van soorten aan fortissimo wordt zo gereduceerd tot 1 soort, namelijk hard. Alles klinkt hard. De kleine variatie van het ‘hard’ gaat verloren in de luide klank.

Het orgel bezit veel klankrijkdom, maar de ruimte vraagt minstens evenveel aandacht voor een goede match. Gelukkig boden de 7 verschillende meditaties van Tournemire genoeg mogelijkheden om je over dit punt heen te zetten. Juist de klankrijkdom, het zoeken naar de grenzen en mogelijkheden van het orgel, maken deze composities tot zo’n muzikaal hoogtepunt.

Tournemire weet alle facetten van de menselijke geest bloot te leggen in de 7 koralen. Hij doet dit enerzijds door uitdagende thema’s neer te zetten. Hij roept hiermee een enigszins vervreemdende sfeer op en tegelijkertijd een heel kerkmuzikaal klankidioom. Hij past prachtig in de traditie, maar zoekt de vernieuwing op. Vaak sluit zijn muziek naadloos aan op de muziek en van onder andere Louis Vierne of Charles Marie Widor. Maar de keuzes die hij uiteindelijk maakt, verschillen van zijn tijdgenoten. Hij brengt daarmee de verrassing in zijn muziek.

Het lijkt of in deze koralen van Tournemire de geloofsbeleving een wezenlijkere rol vervult dan in de muziek van Vierne of Widor. Dupre slaat een vernieuwende weg in, maar gaat veel rationeler te werk. Messiaen laat een heel nieuwe klankbeleving toe in zijn werk. Tournemire hangt een beetje tussen deze twee componisten in. Soms nadert hij in idioom de componist Jehan Alain. De ritmes in het zesde koraal en de akkoorden in het zevende, lijken soms rechtsstreeks uit een compositie van Alain te stappen. Tournemire verschilt echter met al deze componisten. Hij is een echte organist maar vooral mysticus.

Dat mystieke kwam ook goed tot uitdrukking in de uitvoering van Tjeerd van der Ploeg. Al is het een concertzaal en voorheen gereformeerd kerkgebouw, de zo typerende rooms-katholieke mystiek waarin gregoriaans aandoende thema’s een rol spelen in combinatie met de oosterse ritmes. Het klinkt heel vernieuwend en uitdagend. De muziek barst uit zijn voegen en dat werkt lastig in een kleine ruimte. Tegelijkertijd weet ik ook wel dat de kracht in de muziek zelf zit.

Dat is zo mooi aan het live horen van deze muziek. De klank van het pedaal komt veel beter tot uitdrukking dan je bij een opname kunt horen. En Tournemire benut het orgel op alle mogelijke manieren van hoog tot laag. Een opname laat daarin veel steken vallen. Zo is de verhouding tussen het pedaal en de hoge fluiten werkelijk adembenemend in het tweede koraal. Hierin nadert Tournemire een bijna paradijselijke ervaring bij Jezus’ woorden ‘Hodie, mecum eris in Paradiso’ (Nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn).

Of de weeklacht die in het vierde deel klinkt bij de woorden ‘Eli, Eli, Lamma sabacthani’ (Mijn God, Mijn God, waarom hebt u mij verlaten). Een grotere schreeuw van eenzaamheid en verlatenheid is niet tot klinken te brengen dan de krijs van Tournemire. Ook het thema van de berusting is een ontwikkeling die steeds sterker naar voren komt. De laatste twee koralen demonstreren dit heel mooi.

Zo word je als luisteraar helemaal meegevoerd met het lijden van Christus. De gevoelens bij deze woorden zijn intens en doorleefd in muziek gezet. Zo bereik je als luisteraar een heel andere ervaring dan bij het gesproken woord. Voor mij nemen de Sept Paroles du Christ een heel eigen plek in bij de muziek in de lijdenstijd. Tournemire weet een gevoelige snaar te raken.

Dat gebeurde ook bij de 50 toehoorders in het Orgelpark afgelopen woensdag. De laatste koralen voeren je mee in een toestand die je dicht bij jezelf brengt. Na het klinken van de laatste toon, was het helemaal stil. Zo drong zelfs de stilte door in de muziek en vormde een wezenlijk element bij deze compositie. Het applaus dat meer dan een minuut later volgde, was bijna ongepast. De muziek hield niet op bij de laatste noot.

Daarmee behoorde deze uitvoering tot een intens beleefd concert. Tjeerd van der Ploeg beheerste het muziekstuk goed, wist de subtiliteit goed uit het Verschuerenorgel te halen. Dwars door het rumoer van de tremulant en het robuuste volle werk. Tjeerd van der Ploeg wist zelfs iets van de mystiek uit het orgel en de ruimte te halen die ik voor onmogelijk hield.

Zo verliet ik woensdagavond het Orgelpark met een ervaring die zeker kan tippen aan de indrukwekkende uitvoeringen van Bachs passionen. Het einde van een mooie verdiepende periode in dit bijzondere muziekstuk uit het orgeloeuvre van Charles Tournemire.

22 maart 2013

Loshangende poort

image

Ik loop met 2 honden en een container de poort door. De container van het oudpapier blijft ergens achter haken. Ik schuif en trek. Hij staat binnen de poorten. Ik laat hem even staan om de poort weer dicht te doen. De onderkant schuurt tegen de grond. Ik zie dat hij helemaal ontzet is. Ik probeer hem op te tillen en dan te dicht te doen. De onderkant stokt tegen de grond.

Eerst maar de honden naar binnen dan nog eens goed kijken. Ik kom weer terug om de situatie in ogenschouw te nemen. Het lijkt bij de ophanging van de deur te zitten. De hele plank waaraan de deur hangt, is los. Ik probeer de deur uit de ophanging te trekken. De onderste ophanging bengelt helemaal los.

Als de deur eruit is kan ik beter zien wat er precies aan de hand is. De dikke plank tegen de betonnen paal zit slechts aan 1 plek vast. Ik probeer te onderzoeken of het volstaat nieuwe schroeven in de bestaande gaten te draaien. Helaas, de bovenste schroef is ergens in de paal gebroken. De onderste steekt een stukje uit het beton maar is niet meer in beweging te krijgen.

Er zit niks anders op dan de boor te halen en een paar nieuwe bevestigingen te maken. Ik vind wel dat het nodig is om wat extra versteviging aan te brengen. Daarom boor ik 3 in plaats van 2 gaten. Omdat onderop veel gewicht hangt, maak ik daar 2 gaten wat dichter bij elkaar.

Als ik na het boren en schroeven de deur weer terughang en een beetje afstel, merk ik dat de deur al langere tijd wiebelde en loshing. Want wat zit hij nu stevig en stabiel. Nog een beetje bijstellen om te zorgen dat hij goed sluit. Krakend en piepend gaat de poort dicht. Hij valt mooi in het slot. Elke keer als ik de poort dichtdoe, verbaas ik mij weer over de soepele manier waarmee hij dichtgaat.

19 maart 2013

Mijn eerste boekenweek - #50books

image
Mijn eerste boekenweek: het geschenk van Leon de Winter en het essay van Jan Wolkers

Ik kreeg literatuurles van Margo. Ik ben haar achternaam vergeten. Ik was verliefd op lezen en ook een beetje op haar. Haar bevlogenheid en meisjesachtige uitstraling. Ook al was ze de zestig gepasseerd.

De eerste kennismaking met de boekenweek was in 1995. Daarvoor is het begrip met het bijbehorende boekenbal altijd langs mij heengegaan. In 1995 – ik had mijn eerste roman geschreven in het jaar ervoor – en was van de MTS naar de eenjarige Havo gegaan. Versneld schoot ik in een jaar door 4 en 5 Havo. Margo loodste ons er doorheen.

Er was ophef over het geschenk van dat jaar, geschreven door Leon de Winter. Het droeg de naam Serenade. De lay-out van het boekje als een muziekboek uitgegeven door Edition Peeters. Als een groengele uitgave van Bachs orgelwerken. Het kaft was net iets te geel, maar de sierlijke letters kwamen aardig overeen.

Het boekje werd in die tijd gratis verstrekt op middelbare scholen. Volgens sommige christelijke scholen zou het verhaal van Leon de Winter teveel expliciete seksscenes bevatten. De docenten Nederlands ontdekten het pas toen de dozen opengingen en weigerden hun leerlingen bloot te stellen aan deze verderfelijke literatuur.

Omdat mijn school onder volwassenen educatie viel, kregen wij geen geschenk. Maar Margo wist een doosje te ritselen van een collega. Ik zie nog de grote stapel boekjes in de doos liggen. De spanning en het moment dat dat boekje op je bureau kwam te liggen.

Het was het tweede boekje. Ik was daags ervoor al naar de literaire boekhandel ‘Het paard van Troje’ gegaan. En kocht er een stapel boeken van Leon de Winter. Gekocht van mijn krantengeld. De verzamelde verhalen, Kaplan, Supertex en De ruimte van Sokolov. Ik kocht er het boekenweekessay Zwarte bevrijding van Jan Wolkers bij. ‘Wat bijzonder dat je allemaal boeken van Leon de Winter erbij koopt’, zei de verkoper nog toen hij het plastic tasje inpakte.

Daarna de recensies lezen. Het spectakel van de boekenweek drong nu pas tot mij door. Vanaf dat jaar heb ik nooit meer een boekenweek overgeslagen. Elke woensdag stond ik als eerste in de boekwinkel om het boekenweekgeschenk te bemachtigen. Later moest ik een exemplaar in huis hebben voor de bespreking van de boekenweek op het Zuid-Afrikaanse Litnet. Al had ik eens een presentie-exemplaar proberen te bemachtigen vooraf. Ik kreeg van het CPNB alleen te horen dat propraganda van het Nederlandse boek in het buitenland niet de core-business was de stichting.

Van het boekenweekgeschenk van Leon de Winter weet ik niks meer. Ik kan van de inhoud niks uit mijn hoofd lepelen. Wel van het boekenweekessay. Het was natuurlijk vijftig jaar na de bevrijding. De bevrijding moest wel als thema. Als de trompet de Last Post blaast aan het begin van de dodenherdenking, moet ik altijd aan het essay van Jan Wolkers denken.

‘En iedere keer had ik de neiging om met de tranen over de wangen te roepen, zoals Oliver Hardy in Saps at Sea, ‘Blow the horn, Stan! Blow the horn!’ (Zwarte Bevrijding, p. 22)

Vooral ook omdat het aan het einde weer terug komt:

‘Wat ik zelf ga doen aan de vooravond van die vijftig jaar bevrijding. Als ik in de buurt van Amsterdam mocht zijn, zal ik zeker tussen de mensen staan die in de bocht van de Amstel, bij de fusilladeplaats Rozenoord, de doden herdenken en luisteren naar de Last Post die daar zo zuiver wordt geblazen over het water van de rivier. En ik zal weer denken. ‘Blow the horn, Stan! Blow the horn!’ (p. 56)

Het was het eerste wat ik van Jan Wolkers las. Zo drong de literatuur meer en meer in mij. Ik las het nog met rode oortjes. De oortjes zijn nu misschien nog rood van schaamte. De laatste jaren lukt het mij steeds minder goed om het geschenk door te komen. Het lijkt niet meer de aandacht en liefde van weleer te hebben. Of dat nu bij de schrijvers ligt of bij mij als lezer, kan ik moeilijk achterhalen. De kraai viel mij heel erg tegen. Het geschenk van Tom Lanoye kan ik nauwelijks navertellen, iets met een Russische straaljager die neerstort.

02 maart 2013

Ergernis salaris

image

‘Een interviewer houdt zichzelf natuurlijk altijd buiten het gesprek. In gesprek met Jan Mulder doe ik dat uiteraard ook. Al voel ik mij weleens ongemakkelijk als het om salarissen gaat. Ik weet dat veel geld verdienen aan publiek geld een heikel punt is.

Dat ik wat meer verdien, moet ik overal verdedigen. Gelukkig laat ik dat verdedigen aan mijn baas over. Ik heb de prijs afgesproken en mijn publieke omroep heeft dat ervoor over. Vervolgens mogenz zij het aan de wereld uitleggen.

Dan zegt Jan Mulder dat de nieuwe baas van de SNS-bank eigenlijk best wel 6000 euro per maand mag verdienen in plaats van 600.000 per jaar. En geen cent meer. Best hypocriet. Hij zit hier voor een vergoeding die in verhouding de voorgestelde 6000 euro van de bankdirecteur verre overtreft. Dat weten wij allebei.

Kritisch zijn van mijn kant, is net zo hypocriet. Ik presenteer elke dag een programma en krijg daarvoor ook veel geld. Omdat ik zulke kritische vragen stel en het programma zonder mij helemaal niks zou zijn. Kritische journalistiek kost nu eenmaal veel. Meer dan een premier mag verdienen.

Jan Mulder levert een bijzondere bijdrage omdat hij feilloos zijn ergernissen laat aansluiten op de ergernissen van het volk. Publieke salarissen bijvoorbeeld. Schandalig dat een bankdirecteur meer dan 3 keer zoveel verdient als de minister-president. Hij staat in zijn gelijk. Niemand die erover denkt dat hij er misschien wel voor meer geld zit.

Waarom zou ik er dan over beginnen? Ik ga toch niet mijzelf in zo’n discussie betrekken. En kritisch naar mijzelf zijn is mijn zwakte tonen. En daar zou het programma weinig bij gebaat zijn. Mondje dicht dus en snel naar de volgende ergernis.’

23 februari 2013

Poepgoed

image
Olifantenpoep

Poep in alle varianten. Dat is het onderwerp van de tentoonstelling Poepgoed. Het is een reizende tentoonstelling voor kinderen die vorige week op de Kemphaan in Almere te zien was. Op de laatste dag zijn we er natuurlijk heen geweest.

image
Welkom bij Poepgoed!

De tentoonstelling geeft een snelle inkijk in de vele gedaantes waarin poep zich openbaart. Daarnaast krijg je een kijkje in de poepcultuur. Hoe heeft de mens door de eeuwen heen gepoept.

Verschillende drollen
We hebben gisteren op de Kemphaan genoten van de verschillende drollen die er zijn. Het verschil tussen de vertering van een planteneter als een zebra of olifant en een omnivoor (vleeseter) als de leeuw.

We kregen alle gelegenheid de drollen van de verschillende dieren te bestuderen. In de hal konden bezoekers zelfs even de drollen zien die de dieren in de Almeerse natuur produceren. Zo stonden we oog in oog met de keutels van uil, bever en hert.

poep-uit-almeerse-natuur
Poep uit Almere

Verschillende geuren
Ook kon je de verschillende geuren ruiken van de drollen. Wat is het verschil in geur tussen mensenpoep en een koeienvlaai. Het verschil was even indringend als smerig. De reconstructie in de geurmachine kwam erg overeen met de ‘echte’ geur.

op-de-poepdoos
Op de poepdoos in het kakhuis

Daarnaast stond er een heel arcenaal aan toiletruimten. Je kon het kakhuis zien, een blik werpen in een Romeinse toiletruimte of een heus damesurinoir bekijken. Het laatste zag er zo echt uit dat er een bordje bij stond dat het niet de bedoeling was hier een boodschap achter te laten.

Terugval
In de Middeleeuwen was het een terugval naar de smerigheid. Alles werd maar op straat gegooid. Mensen moesten zich een weg banen door de drek en smerigheid. In Amsterdam werd tot ver in de 18e eeuw de gracht als open riool gebruikt.

image
Wat hapt die spreeuw uit de koeienvlaai?

De schone toiletten van de Romeinen waren blijkbaar helemaal vergeten. De ruimtes werden als onzedelijk ervaren. Gezellig met z’n allen een drol draaien was er niet meer bij. De smerigheid op straat doet denken aan de hondenpoep die in onze tijd de straat vervuilt. De poepschep en het poepzakje moeten uitkomst bieden.

Leerzaam uitje
Zo gingen we naar huis met een leerzaam uitje op zak. Op de terugweg liepen we ook nog even de koeienstal binnen van de stadsboerderij. Schattige kalfjes waren daar te zien. Net als de reusachtige koeien. En de indringende geur van de koeienvlaai hing hier in lichte variant.