Posts tonen met het label zkv. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zkv. Alle posts tonen

21 oktober 2025

Bist du bei mir - IM Jan de Wit (1949-2025)


Ik wil het niet psychologiseren, maar mijn liefde voor het orgel is de liefde voor mijn vader. Ik wil je graag vertellen over een moment - 38 jaar geleden - waarbij het orgel op ons allebei blijvend indruk maakte. 

Het gaat om een concert op het Alkmaarse Van Hagerbeer Schnitger-orgel in 1987. Mijn vader wilde dat weekend nog meer horen van dit instrument. Een paar dagen eerder was hij naar de ingebruikname van dit gerestaureerde orgel geweest. De bijdrage van de organist Klaas Bolt met zijn improvisatie op psalm 87 maakte grote indruk op hem. 

de luiken gaan open
de registers staan klaar
het orgel speelt

Die zaterdag nam mijn vader mij en mijn broer Gert mee. We kwamen wel vaker in grote kerken. Maar de Grote of Sint Laurenskerk in Alkmaar maakte een overweldigende indruk toen ik er binnenstapte. De hoogte van het gewelf en dan... Het orgel. Wat een instrument.

Een lange draad hing uit het orgel. Het slingerde zo naar beneden tussen hemel en aarde en was verbonden met een geluidsinstallatie. Van achter de speeltafel vertelde de Haarlemse organist Klaas Bolt over de vele klanken van het orgel en liet het al improviserend horen. Fluiten, prestanten, trompetten - en niet te vergeten de vox humana's.

sprankelend beekje
vogelfluit en trompetschal
luister het orgel

De vox humana imiteert de zingende, menselijke stem. In 1725 maakte Schnitger er 2 voor dit orgel. 1 op het bovenwerk en 1 op het rugwerk. De stemmen vormen elkaars tegenhanger - alsof twee mensen een duet zingen. Klaas Bolt liet dat horen met een muziekstukje van Bach.

Het heet Bist du bei mir. Het klinkt niet voor niets melancholisch. De tekst is nogal wat. Ik zal het voorlezen en dan proberen te vertalen:

Bist du bei mir, geh ich mit Freuden
zum Sterben und zu meiner Ruh.
Ach, wie vergnügt wär so mein Ende,
es drückten deine schönen Hände
mir die getreuen Augen zu!

Ben jij met mij, zodat ik blijmoedig
kan sterven en mijn rust vinden.
Ach, hoe vredig zou mijn einde zijn
als jouw liefdevolle handen
mijn trouwe ogen zouden sluiten!

De uitvoering van Klaas Bolt op het Van Hagerbeer Schnitgerorgel stimuleerde mijn vader enorm in zijn orgelspel. Hij ging meer orgelliteratuur spelen en zette Bist du bei mir vaak op het programma in de kerkdienst. De mensen in de kerk neurieden massaal de melodie mee als hij het speelde.

Hij ontplooide zich als een echte kerkorganist. Orgelspelen bij kerkdiensten was voor hem alles. Hij gaf er alles voor op, als hij maar kon blijven spelen. Die speeltafel trok hem, altijd weer. Het was vorig jaar ook een harde klap voor hem, toen hij geen kerkdiensten meer mocht dienen met zijn spel.

de speeltafel lonkt
voor het spelen van een spel
de muziek begint

Het bezoek aan het Alkmaarse orgel zette mij ook op het spoor van de orgelmuziek. Ik was begonnen met blokfluit en nam later mijn vaders liefde voor het orgel over. Uiteindelijk is het orgel het samenspel van al die blokfluiten die je als organist tot klinken brengt. Die grote liefde voor de muziek, het orgel en het kerklied, draag ik bij mij. Daarvoor ben ik mijn vader dankbaar.

Het concert van de ingebruikname werd later uitgezonden op de radio. Mijn vader nam het op op een cassettebandje en draaide het veel. Dan neuriede hij de melodie van Bist du bei mir altijd mee. 

na het doodsuur
als je adem verzwijgt
ben jij bij mij



Toelichting

In dierbare herinnering mijn vader Jan de Wit (3 mei 1949 - 13 oktober 2025). 
Dit is (licht aangepaste) tekst - zonder de tranen - van mijn voordracht bij de afscheidsdienst op 20 oktober in de Oud-Katholieke kerk van Arnhem. De haiku in de lopende tekst zijn toegevoegd.

08 december 2024

Notre-Dame

De treinreiziger die van zuid naar noord reist, moet door dwars door Parijs. Om van het Gare de Lyon naar station Nord te gaan. Er rijdt geen trein tussen die stations. Hij moet met de metro. Zie het voor je. Een gezin, vader, moeder en 3 kinderen met veel koffers. Voor de oudste van 12 jaar een tentje en een aparte stoel. De gehuurde tent heeft van alles 4 in plaats van 5.

Hij loopt daar met een heel zwaar wagentje. Het wagentje kent hij van de bejaarde vrouwen die ermee winkelen. Zijn oma heeft er ook eentje. Hier ligt een oranje tentje op. Geleend van kennissen. Bovenop een schuimmatras met veel bubbeltjes. Licht in gewicht, groot in volume.

04 augustus 2024

Wekservice - #zkv


Ze vertelt me dat mijn nieuwsbrief haar elke zondagochtend wekt. Hij stroomt precies om 7 uur de mailbox binnen. Dat geeft een pingeltje op de telefoon die op haar nachtkastje ligt. Het is echt heerlijk wakker worden, zegt ze. Ik kan het mij niet voorstellen. Mijn telefoon is stil. Al heb ik heel lang WhatsApp-berichtjes laten pingen bij binnenkomst. Nu zwijgt mijn telefoon in alle talen.

Voorlezen

Een man die mijn verhaaltjes leest, leest ze 's zondagsmorgens bij het ontbijt voor aan zijn vrouw. Heel schattig. Ook dat kan ik mij niet zo goed voorstellen. Mijn ouders lezen elkaar de krant voor bij het ontbijt. Ik word er vooral heel onrustig van.

Sta je nou elke zondag zo vroeg op? vraagt de vrouw aan mij. Ik knik. Schrijf je het dan ook? Ik schrijf het zaterdags en dan zet ik het e-mailprogramma klaar voor zondagmorgen 7 uur. Elke zondag om 1 minuut voor 7 stuurt het programma mijn berichtje naar de 67 abonnees.

Baas in eigen e-mail

Het zijn er iets meer geweest. Blijkbaar vonden die de nieuwsbrief niet leuk meer. Ik weet de reden niet. Ieder mag lezen of niet lezen wat hij wil. Baas in eigen e-mail. Als je het zat bent, dan stop je.

een lampje knippert
bericht van mijn telefoon
kan niet antwoorden


Abonneren? Meld je aan voor mijn zondagse nieuwsbrief

22 september 2022

Weglopen - #ZKV #WoT

Even sigaretten halen, zegt de man en hij trekt de deur achter zich dicht. Daarna komt hij nooit meer terug. Het is altijd al donker als hij dat doet. Of hij echt het sigarettenautomaat bezoekt en zich dan bedenkt. Ik weet het niet. 

In de roman Joe Speedboot van Tommy Wieringa laat Papa Afrika zijn nieuwgebouwde schip te water. Er is een hele receptie om de tewaterlating te vieren.

Papa Afrika verdween in de bocht van de rivier, men keerde terug naar de tafel met limonades, bier en hapjes. Meneer Eilander liet zijn schoenen uit en wachtte aan de waterkant op de terugkeer van het schip. Mussen namen stofbaden in het zand onder de populieren, het was vrede op aarde. Regina's ogen dwaalden steeds af naar de rivier.

Hij komt niet meer. Ze rijden met de auto nog een stuk de dijk af tot aan de brug. Ze vinden hem niet. De politie ontvangt het opsporingsbericht, maar van Papa Afrika en het schip geen spoor.

Hij komt net als Berend Botje nooit weer om. Of hij naar Afrika is gevaren met zijn traditionele Egyptische zeilboot of toch uitgeweken is naar Amerika, blijft onduidelijk in de roman. Hij is weg en komt niet meer terug.

In het Engels haalt iemand melk om nooit meer terug te komen. In Australië is het een ritueel van jongemannen. Ze verlaten het ouderlijk huis en zwerven maanden door de outback. Als een jonge wolf die het nest verlaat en honderden kilometers rondzwerft voor hij zijn nieuwe leefgebied vindt. Het is een heus ritueel waarbij een groep mannen zich verzamelt en samen verder trekt.

Als Paul Theroux in De gelukkige eilanden het huis ontvlucht, merkt hij op dat zijn reis is als een Walkabout:

Ik was almaar op reis gebleven, net als de man die even uitgaat om een krant te kopen en nooit meer terugkomt. Die man was ik. Ik was verdwenen. Er was nu geen reden meer om terug te gaan. Niemand miste me.

De neiging van veel mensen om op vakantie te gaan, te reizen, het vliegtuig te pakken naar verre oorden, zit in die vlucht. De vlucht naar het onbekende om het alledaagse te vergeten. Het is een drang, een aanval van waanzin. Het wezen dat rondjes rent achter zijn eigen staart.

In de roman Moederland doet de ik-verteller hetzelfde. Bij een etentje met zijn familie, wordt het hem opeens teveel. Hij staat op en zegt dat hij even naar de wc is. Daarna vertrekt hij en laat zijn familie achter. Als hij vier uur later terugkomt, is iedereen vertrokken. Later blijkt het een gewoonte te worden van de verteller.

Het lijkt mij heerlijk om dit te doen. Ik weet zelf eigenlijk niet waarom ik het niet gewoon doe. De beschaving. Waarom niet gewoon gaan als je het zat bent, er geen zin meer in hebt. Gewoon opstaan en vertrekken.

Zonder een woord.

Misschien moet ik het maar eens doen. Ik kan altijd weer terugkomen.

10 december 2012

Relaties van Bubb Kuyper

image

Als liefhebber van de ZKV’s van A.L. Snijders zag ik gelijk waar het over ging toen ik de titel van zijn verhaal van zaterdag las: Bubb. Dat was Bubb Kuyper.

Inderdaad, het ZKV van A.L. Snijders gaat over deze Haarlemse veilingmeester die nationaal en internationaal bekendheid heeft verworven met zijn boekenveilingen.

Een boek is de aanleiding voor dit verhaal, zoals vaker gebeurt bij een ZKV van A.L. Snijders. Dit keer opent het met een groot citaat uit het boek Het hofje van Boeken, Manuscripten en Grafiek, Kroniek van 56 veilingen tussen 1986 en 2012 gehouden aan de Jansweg te Haarlem. Bubb Kuyper schrijft in het boekje zijn herinneringen aan deze bijzondere veilingen.

Boeken bevatten vaak verhalen, de veilingen waarin boeken verkocht worden, vormen dikwijls eveneens een prachtig verhaal. Dat bewijst A.L. Snijders wel in zijn ZKV over Bubb. Hij opent met een anekdote waarin 2 broers de opbrengst van de veiling contant betaald krijgen. Een van de heren bergt het geld zorgvuldig op in zijn wandelschoen. Waarna hij het ritueel herhaalt met de andere schoen en zegt: ‘Je weet maar nooit’.

Daarna vertelt A.L. Snijders zijn verhaal over Bubb. Hij ‘wist niet dat het een man, een mens, een persoon was. Het was een klank, een idee, een veiling, het was Delft, Haarlem of Leiden, het was Gerard Reve, Boudewijn Buch, Gerrit Komrij.’ Tot hij hem in werkelijkheid tegenkomt. Hij heet echt zo, schrijft Snijders. ‘een nooit gehoorde naam die echt aan iemand vast zat, B U B B.’

Het maakt mij benieuwd naar het boek van Bubb Kuyper. In het ZKV dat Snijders de volgende dag naar zijn volgers stuurde, deed hij een onthulling. Snijders kreeg het boek omdat hij een relatie is van Bubb. ‘Ik ben een relatie van Bubb Kuyper, en heb vijf dagen geleden een relatiegeschenk van hem gekregen. Een verslag van de 56 veilingen die hij als veilingmeester geleid heeft’, schrijft hij in het ZKV Veiling.

Het roept bij mij gedachten op over het begrip relatie. Ik heb af en toe een boek gekocht op een veiling van Bubb Kuyper (2006, 2009 en 2012). Ben je dan een relatie? Van de laatste veiling, de eerste van Gerrit Komrij’s bibliotheek, mag ik ook een lotnummer ophalen, lot 223 valt mij ten deel. Of zoals Bubb’s opvolger Jeffrey Bosch het noemt: het nummer is mij toegeslagen.

Ik mailde hem of het mogelijk is, het boek toegestuurd te krijgen. Dat kan zeker, antwoordde hij. ‘Aangezien u al eerder bij ons gekocht heeft, krijgt u het boek dan met factuur toegestuurd.’ Ben je dan een relatie? En wat voor een relatie. Je hebt natuurlijk allerlei soorten relaties.

Ik ga het boek toch maar ophalen. Stiekem hoop ik dat ik een relatie ben en daarom ook een exemplaar van Bubb’s memoires krijg. Misschien is dat lot mij niet toegeslagen en is mijn relatie met Bubb Kuyper anders dan de relatie van Snijders met hem. Ik troost mij met de gedachte dat ik wel een relatie ben van A.L. Snijders. Elke week vallen er wel een paar ZKV’s van hem in mijn digitale brievenbus.

17 december 2008

A. L. Snijders

Misschien omdat het een gesprek van niets was, Tommy Wierenga ernaast zat, of omdat de klik die Matthijs van Nieuwkerk met Martin Bril zocht, volledig mislukte. Ik vond het optreden van A. L. Snijders bij De wereld draait door dusdanig dat ik helemaal verlang naar zijn nieuwe bundel Bordeaux en ijs. Iemand die zo slecht te interviewen is, maar wel blijft stralen. Dat moet een topschrijver zijn.

Hij schrijft voor tweehonderd mensen die in zijn mailbox staan een kort verhaal en stuurt dat dan naar ze toe. Een fantastisch idee. Het doet mij denken aan het gedicht van de week. Elke week stuurde ik een gedichtje naar alle mensen die in mijn inbox stonden. Daar zaten groten bij, maar de meeste had ik geronseld in het café. Na het lange aandringen van mij, gaven ze uit puur meelij mij hun e-mailadres mee. Op een bierviltje geschreven, altijd met een fout in de naam zodat het mailtje met het gedicht alsnog nooit aankwam.

Snijders doet dat helemaal pretentieloos en gewoon uit vermaak voor zichzelf. Je moet natuurlijk ook in een boerderij in de Achterhoek wonen en geen gezeur van een baan aan je kop hebben. Anders lukt zoiets niet. Gewoon een kort verhaal, of zoals hij het noemt een zkv, iets als 'zeer kort verhaal'. Een haas die in de sloot springt, die honderdduizendste zonsondergang waarbij toch iets vreemds gebeurt, of een akkefietje met de fiets. Overal zit een verhaal in. Het is de kunst om ervoor te gaan zitten en het op te schrijven.

Snijders vertelde dat er op één of andere manier door een computer met pech duizend verhalen verdwenen waren. Hij nam zich niet de moeite de verhalen via digitale foefjes weer terug te krijgen. 'Ach, dan schrijf ik toch gewoon weer duizend nieuwe.'

Echt een schrijver die voor zichzelf schrijft... En voor zijn e-mailcontactpersonen. Misschien moet ik gewoon weer eens die contactpersonen uit mijn e-mailaccount eens een verhaaltje of gedicht toesturen. Gewoon voor mezelf.