Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen

08 december 2024

Notre-Dame

De treinreiziger die van zuid naar noord reist, moet door dwars door Parijs. Om van het Gare de Lyon naar station Nord te gaan. Er rijdt geen trein tussen die stations. Hij moet met de metro. Zie het voor je. Een gezin, vader, moeder en 3 kinderen met veel koffers. Voor de oudste van 12 jaar een tentje en een aparte stoel. De gehuurde tent heeft van alles 4 in plaats van 5.

Hij loopt daar met een heel zwaar wagentje. Het wagentje kent hij van de bejaarde vrouwen die ermee winkelen. Zijn oma heeft er ook eentje. Hier ligt een oranje tentje op. Geleend van kennissen. Bovenop een schuimmatras met veel bubbeltjes. Licht in gewicht, groot in volume.

19 mei 2024

Veni Creator Spiritus - #pinksteren


Al sta ik inmiddels anders in het leven dan toen, ik denk vandaag terug aan die tijd. 30 jaar geleden deed ik op Pinksterzondag belijdenis van het geloof in de Westerkerk van Veenendaal. We zongen psalm 17: 

Ik zet mijn treden in Uw spoor,
Opdat mijn voet niet uit zou glijden;
Wil mij voor struikelen bevrijden,
En ga mij met Uw heillicht voor.
Ik roep U aan, 'k blijf op U wachten,
Omdat G', o God, mij altoos redt,
Ai, luister dan naar mijn gebed,
En neig Uw oren tot mijn klachten.

God-in-ons

Het was bijzonder om met Pinksteren het geloof te belijden. Ik moet eraan denken als ik het boek van Johan Goud lees: Een brief die niet meer dicht kan, Gesprek met mijn ongelovige alter ego. Ik kreeg het boek vorige maand van de remonstrantse dominee en filosoof. Hij schrijft:

Toen de Leidse godsdienstfilosoof Herman Heering mij op Pinksterzondag als remonstrants predikant in Eindhoven bevestigde, in juni 1984, typeerde hij de grote christelijke feesten met de woorden die me bijgebleven zijn: Kerstfeest als de viering van God-met-ons, Pasen als het feest van de opstanding en van God-voor-ons, Pinksteren als de viering van God-in-ons.

Een betere aanduiding voor het bijzondere feest van de geest is er eigenlijk niet. De goddelijke geest die in ons leeft, inspiratie geeft en liefde. Dat is meer dan een wens. Het is een levenskracht.

Pinksterhymne

De Pinksterhymne Veni Creator Spiritus is één van de mooiste hymnes. Het verlangen naar de schepper en de geest, die het hart vervullen van hemelse barmhartigheid. De tekst ook veelomvattend over het duistere verstand dat verlicht wordt door de geest in de vertaling van J.W. Schulte Nordholt.

Verlicht ons duistere verstand,
geef dat ons hart van liefde brandt,
en dat ons zwakke lichaam leeft
vanuit de kracht die Gij het geeft.

De geest zorg voor levenskracht. Het is de adem waarmee God de mens bij de schepping tot leven wekte. De geest die leven geeft, het verstand inspireert en de liefde opwekt.

Notre-Dame Parijs

Er is op Youtube een filmpje uit de Notre-Dame in Parijs. Een priester zet met een heel zwaar Frans accent het Veni Creator Spiritus in. Dan nemen het orgel en de mensen in de kerk het over. Dat is voor  Pinksteren.

de stem zweeft hoog door
de gewelven een gebed
kom schepper geest


19 maart 2024

Weerspiegeling en glans


Ik ben er al 25 jaar niet meer geweest. Mijn oude orgelvriend viert zijn 25-jarig jubileum. Een bescheiden kerk, een bescheiden orgel, maar een mooie plek. Een tijdje uit het oog geraakt, maar ik volg hem alweer flink wat jaren op sociale media.

Het concert weerspiegelt zijn muzikale loopbaan van de afgelopen 25 jaar. Het orgel telt 11 registers, maar ze klinken prachtig. En hij weet er ook mee om te gaan. Net als het kleurrijke kistorgel voorin de kerk.

De rij orgelpijpen in 4 kleuren, het blauw van het instrument zelf en de metalen schermen met gaten om het geluid goed te vormen. Het instrument ziet er niet alleen goed uit, maar klinkt goed in de combinaties die ik hoor. Zeker ook met koor en viool erbij. Het klinkt fantastisch; zijn linkerhand weet wat zijn rechterhand doet.

Glans

Zo op het bankje zittend. De zon valt de hoge ramen binnen. Het geeft de muziek een mooi glans. En mijn gedachten dwalen naar de eerste en enige keer dat ik hier zat. Er waren andere orgelvrienden bij. Niet iedereen van toen is er nog. Dat maakt best weemoedig. Een tanka ontsnapt:

op het bankje toont
de muziek trappen omhoog
tot ze bij hen is

vijfentwintig jaar is lang
te lang om te vergeten

Even later, bij de improvisatie over het Lamm Gottes, schijnt er een haiku naar binnen:

bij het Lamm Gottes
speelt de zon door het kerkraam
symfonie van licht

Bach-cd

Hij geeft mij zijn Bach-cd mee. Een indrukwekkende cd, allemaal gespeeld op dit Bätz-orgel uit 1846. Elk werk krijgt zijn heel eigen klank en karakter mee. Knap gedaan. Zeker ook zoals hij het speelt. Dubbel nagenieten.

26 november 2022

Onderhuidse mystiek en een snufje wierook


Geerten Liefting is al 15 jaar organist van de Bonaventurakerk in Woerden. Hij heeft 3 fantastische instrumenten onder zijn hoede. 2 orgels komen uit de stal van de Jos Vermeulen uit Alkmaar en de gebroeders uit Weert. Als kers op de taart, staat sinds een paar jaar het elegante huisorgel van Gerard Wortman uit 1966 in het koor van de kerk.

Nu, na die 15 jaar heeft Geerten Liefting een cd uitgebracht. Hij presenteerde de cd Couleurs Mystiques tijdens de mis op het Feest van Christus Koning op de laatste zondag van het jaar. Deze mis stond ook stil bij het 101-jarig bestaan van het hoofdorgel in de kerk. De orgelbouwer Vermeulen leverde het instrument in 1919, maar officieel in gebruik genomen werd het in 1921. De feestelijkheden waren door de coronamaatregelen opgeschort tot de feestelijke mis van zondag 20 november.

Veel orgel

Tijdens de mis klonk veel orgel. Een aantal van de werken van de cd, zoals Karg-Elerts symfonische koraal 'Ach bleib mit Deiner Gnade', de 'Romance' uit de 4e orgelsymfonie van Vierne en het 'Scherzando de Concert' van Pierne. Allemaal werken waarin de romantische kleuren van de orgels goed tot uitdrukking komen.

Want de Bonaventurakerk in Woerden heeft prachtige orgels en een heel goede organist die het mooiste uit de instrumenten weet te halen. Geerten Liefting staat in de traditie van Franse romantiek, waarbij virtuositeit en liefelijkheid elkaar even snel als heftig afwisselen. Bij de mis kwam dit naar mijn mening het beste tot uiting in het gezongen Gloria waarbij orgel en koor elkaar prachtig afwisselden. Daar improviseerde Liefting zoals het hoorde: vanuit dit mooie lied. Tekst en melodie vulden elkaar mooi aan. En hij presenteerde daarbij een indrukwekkende variatiereeks op het hoofdorgel.

2 bijzondere Vermeulens

Voor de cd Couleurs Mystiques geldt dat zeker ook. Volgens Liefting heeft hij het afgelopen jaar gezocht naar passende muziek op deze 2 bijzondere Vermeulen-orgels. Beide instrumenten zijn ongeveer even oud - ze schelen een paar jaar. Is het transeptorgel van de Gebroeders uit Weert kleiner en oorspronkelijk voor een andere kerk gebouwd, het klinkt betoverend in de Bonaventurakerk.

Het hoofdorgel is onovertroffen, robuust, soms op het boerse af - het tutti is een geluidskanon waar een carbidknaller jaloers op is - maar ook ontzettend rijk aan meer intiemere klanken van fluiten en strijkers. Beide orgels bezitten heel eigen voix celestes, deze hemelse strijkers raken de gewelven ieder op hun eigen wijze. 

Al bezit het transeptorgel misschien wat minder stemmen en bravoure, het weet de ruimte op zijn eigen, karakteristieke manier te vullen. Wat een klank komt er uit de zwaarmelancholische Romance van Vierne. Liefting weet hier soms zelfs de melancholie op te roepen zoals in de Noctures van Chopin. Wat een orgel en wat een aandachtig spel.

De ruimte

Je hebt niet in de gaten dat het slechts 16 stemmen bezit tegen de 26 stemmen van het hoofdorgel. De plek in de kerk, vrij tegen het transept zorgt ervoor dat niets de klank belet om zich te vormen in de ruimte. En ruimte dat heeft de Bonaventurakerk. Wat een akoestiek. Menig kathedraal in Nederland kan daar niet aan tippen. En dat voor een gebouw van nog geen 130 jaar oud.

De werken op het hoofdorgel zijn er helemaal voor geknipt. En Geerten Liefting weet je te raken. Zelden zo'n overtuigende Karg-Elert 'Ach bleib mit Deiner Gnade' gehoord. Hier laat orgel en bespeler je alle hoeken van de kerk horen. Wat een spel. Misschien komt het ook door de prachtige inleiding met 3 werken uit de 'Cathedral Windows'.

Gregoriaanse melodieën

Want boven alles weet Geerten Liefting je hart te laten kloppen voor de prachtige gregoriaanse melodieën. Ik hoorde het zondag ook zo overtuigend in zijn bijna onschuldige improvisaties. Maar wat een muziek. De lijnen van de melodie raken de gewelven als een vogeltje dat speels de hemel raakt in zijn vlucht. Het maakt deze muziek extra spannend en doeltreffend. Precies waarvoor het bedoeld is.

Dat merk je het sterkste in de improvisaties. Liefting is helemaal thuis op zijn orgels. Hij weet de juiste snaren te raken en strijkt ze nooit ofte nimmer in de haren. Een gregoriaanse thema als 'Ave maris stella' krijgt een subtiele benadering, waarbij het een spel is als met Jacobsladders aan de hemel. Ze kruipen tussen alles door en verlichten een bijzonder aspect van het thema. Het scherzo is grillig, een snelle schets waarbij de noten stuiteren op het water als regendruppels in de plas bij een zomerse regenbui.

Geschreven voor het orgel

Het Choral is helemaal geschreven voor het hoofdorgel van deze kerk. Geerten Liefting presenteert in dit eigen werk alle facetten, de diepe pedaalklanken, de verschillende uitkomende stemmen als de samengestelde cornet en de tertsen. De trompet van hoofdwerk en echo-trompet van het zwelwerk krijgen mooie gelegenheden zich te laten horen. Dat geldt ook voor de prachtige prestant. Een register die als uitkomende stem je adem stokt. 

Ruimte en klank smelten helemaal samen. De gevarieerde en ook dramatische uitwerking van het Choral maakt het tot een opvallende eigen compositie op deze cd. Het einde met de lange diepe toon, tegen de lage terts. 

Onderhuidse mystiek

Het zijn geluiden die je niet snel hoort in Nederland. De psalm jubelt toch heel snel en deze klankwereld met onderhuidse mystiek en een snufje wierook associeer je toch eerder met een Franse kathedraal. Het klinkt gek, maar op weinig plekken in Nederland is deze sfeer zo op te roepen als in de Woerdense Bonaventurakerk. Muziek waarbij je op een andere manier verrast en ook geraakt wordt. Het gaat trager, maar raakt daarmee ook veel dieper.

Dan vallen mijn oren op de mooiste compositie van de cd: de Aria van Jehan Alain. Wat een meesterwerk. Het is een muziekstuk dat ik Geerten Liefting al in 2017 hoorde spelen in de Domkerk. Het betekende voor mij een hernieuwde kennismaking met een muzikale wereld die ik sinds mijn late adolescentie verwaarloosd had. In deze muziek ligt de kracht van Liefting. Het zweeft ergens tussen Alain en Messiaen in. De klankkleuren staan centraal, bijzondere ritmes en krachtige diepe tonen. Daar doorheen vervlochten het gregoriaans. Onovertroffen, wat een melodieën.

Voorbij, voorbij

Het is bijna jammer om uit die klankwereld te ontwaken bij het slotstuk, Viernes 'Carillon de Westminster'. Mooi in zijn uitvoering, maar stiekem had hier van mij best een improvisatie mogen klinken. Met brede, volle akkoorden zoals Messiaen en de subtiel ritmiek zoals Alain. Alle reden om nog eens naar Liefting te luisteren in een zondagse mis met heel veel gregoriaans. Heel veel.

Meer informatie en bestellen

De cd Couleur Mystiques van Geerten Liefting is opgenomen in de Bonaventurakerk in Woerden. De cd kun je bestellen bij sthrecords voor 16,95 euro. Voor een voorproefje: luister op de Soundcloud van Geerten Liefting.

28 oktober 2022

Muziek rond Hervormingsdag


Wat voor commerciëlen als Halloween door het leven gaat, is de 31e oktober voor protestanten Hervormingsdag. Het Lutherlied 'Een vaste burcht is onze God' klinkt steevast. Net als dat er voor allerlei andere dingen rondom Luther aandacht is.

Er is een cd-productie die mijlenver boven veel uitgevoerde Reformatiemuziek uitstijgt. Dat is "Ein feste Burg ist unser Gott" van Vox Luminis, Lionel Meunier en Bart Jacobs. Deze dubbel-cd besteedt aandacht aan allerlei aspecten in de muziek waarin Luther zo'n belangrijke rol speelt: de Lutherse liturgie, met de Duitse mis, het Magnificat en Requiem. 

Motetten

Op de 2e cd is aandacht voor motetten. Ze volgt de liturgische kalender op de voet. Beide cd's besteden aandacht aan de polyfonie. 17e en 18 eeuwse componisten komen voorbij: Andreas Hammerschmidt, Michael Praetorius, Joachim von Burck, Christoph Bernhardt, Heinrich Schütz, Thomas Selle, Melchior Franck, Caspar Othmayr, Michael Altenburg, Samuel Scheidt, Johann Hermann Schein and Johann Walter. Muziek die prachtig is en allemaal geïnspireerd op de liederen van onder andere Martin Luther.

Bart Jacobs

De orgelbewerkingen kennen een hoogtepunt in de fantasie over het Lutherlied van Michael Praetorius. Wat een hoogtepunt van de 17e eeuwse orgelmuziek en wat een uitvoering door Bart Jacobs op het orgel. Hij bespeelt het moderne Thomas-orgel in Ciboure, geënt op het Nederlandse orgel uit de 17e en 18e eeuw. Ik weet dat Bart Jacobs mijn uitspraken over zijn uitvoeringen niet altijd waardeert; maar dit mag ook best gezegd worden over deze begenadigde organist van de Brusselse kathedraal.

20 maart 2018

Overspannen kerkorgel

In haar roman Triomf maakt de verteller mooie vergelijkingen. Zo barst de taal soms uit zijn voegen in de heerlijke vergelijkingen.

Een treffende vergelijking is bijvoorbeeld als Treppie helemaal hypo van de drank zich laat gaan. Hij kan alleen maar ratelen en lijkt zich geen moment stil te kunnen houden.

Maar toen moesten ze de hele weg nog nar Treppies onzin luisteren, want hij was helemaal opgefokt, hij praatte als een overspannen kerkorgel. Over alles wat hij in die boeken ‘alleen voor volwassenen’ had gelezen. Hij zei dat het er wemelde van de ‘schaamdelen’, maar dan wel in het Latijns, want in dat boek ging het alleen over professoren, studenten en van dat spul. (190)

Treppie slaat helemaal op hol in zijn gepraat over seks en jut daarmee de oversekste Lambert op. Hij heeft hem aan het begin van de roman een hoer toegezegd voor zijn 40e verjaardag.

Door deze belofte gedreven, vervolgt de roman het verhaal van de bijzondere familie Benades. Ze wonen in de wijk Triomf, waarvoor een zwarte wijk moest wijken. Daarmee weet Marlene van Niekerk een treffend familieportret neer te zetten. Waarvan de uitkomst de wel te verwachten is, maar die toch verrast.

Marlene van Niekerk: Triomf. Vertaling uit het Afrikaans door Riet de Jong-Goossens en Robert Dorsman. Oorspronkelijke titel: Triomf. Amsterdam: Arena, 2004. ISBN: 90 6974 357 4. 480 pagina’s. Prijs: € 12,50. Bestel

03 maart 2018

Ons' Lieve Heer op Solder

We hadden al eerder het idee om langs Ons’ Lieve Heer op Solder te gaan. Ik vroeg me een beetje af of het zou gaan lukken. Het spelen in De Duif viel wel midden in de openingstijden. Maar ik ontdekte dat we na afloop best nog even langs deze schuilkerk zouden kunnen gaan. Een bijzondere plek in het hart van Amsterdam waar rooms katholieken vele eeuwen hun geloof hebben beleden. Erg bijzonder ook dat dit bewaard is gebleven.

Het heet niet voor niets Ons’ Lieve Heer op Solder, ontdekken we. Wat een trappenwerk. We doorlopen het hele woonhuis van Jan Hartman en maken ook kennis met 17e en 19e eeuwse keukens en bekijken de bedstedes waar de familie in sliep. Soms met een handig luik ervoor zodat het publiek dat naar de kerk ging, het echtpaar niet hoefde te zien, maar wel min of meer door de slaapkamer liep.

De smalle gangetjes en steile trappetjes geven dit huis zijn charme. Al weet je ook wel dat je komt voor de schuilkerk op zolder. Het is indrukwekkend hoe hoog het huis is en wat er allemaal in dit huis verborgen zit. Wat een ruimte en wat een goed gebruik van de ruimte. Een tiny house liefhebber kan er veel inspiratie uithalen. Zeker als je er een tiny kerk bij zou willen bouwen.

De tegels onder de kachel, vond ik werkelijk heel gaaf. Dat wil ik ook in ons nieuwe houten huisje onder de kachel. Dat de tegels zo mooi op de vloer liggen, lichtjes geglazuurd. Misschien zelfs zonder voeg, zoals hier. Dat wordt mogelijk wel heel vies door het vuil dat tussen de stenen gaat liggen, maar het ziet er geweldig uit. Dat il

De kerk bevindt zich helemaal op zolder. Hier heeft Jan Hartman 3 woonlagen samengevoegd op een handige manier door de vloer open te werken in het midden. Zo zijn er galerijen ontstaan waar ook veel kerkvolk kan zitten of staan. Het maakt de ruimte meteen heel groot. De inrichting is heel sober. Het aantal beelden dat te zien is, is niet zoveel. Net als dat alles niet overdadig beschilderd is. Heel sober en subtiel. Erg mooi daardoor.

Waar ik zelf het meest door geraakt word is de Mariakapel. links achter het altaar, in een hoekje bij de trap. Je voelt dat mensen hier in het verleden geraakt zijn. De emotie en het verlangen zie je terug in de afgebladderde verf. Je hoopt dat het nooit zo gerestaureerd wordt als de kas van het orgel in de Oude kerk, met een dikke laag verf. Dat zou zonde zijn en de link met het verleden voorgoed weghalen.

Een indrukwekkend museum waarbij de vrijheid van het geloof sterk tot uiting komt. Dat mensen weliswaar hun geloof mochten belijden, maar wel in het verborgene, komt goed over als je in deze ruimte staat. Het besef dat je in onze samenleving die vrijheid wel hebt. Dat je mag geloven wat je wilt. Ik hoop vurig dat we deze verworvenheid koesteren. Dat je mag zijn wie je bent ongeacht geloof, sekse of ras.

02 maart 2018

De wallen en Oude kerk

De wandeling terug naar het station, lopen we via de Nieuwmarkt. Het is druk. Veel groepen en als er dan een auto midden op de stoep staat geparkeerd, is er even een opstopping. De zon schijnt werkelijk heerlijk en het lijkt ook wel of iedereen naar buiten is gekomen. Heerlijk weer, de kou is daarbij geen vijand, maar een vriend.

We slaan dan af in de richting van De wallen. Burgemeester Van der Laan kondigde een paar jaar geleden de strijd aan met dit gebied. De criminaliteit dit dit deel van de stad aantrok, was de burgervader een doorn in het oog. Het is nog steeds een toeristische attractie, maar veel panden zijn gesloten. Voor de beleving van de opgeschoten toerist maakt het niet zoveel uit.

Het is een prachtig deel van de stad met de Oude kerk als middelpunt. We gaan even de kerk binnen. Een expositie is aan de gang. Christian Boltanski heeft grote donkere installaties opgetrokken. Huizenhoge blokken, afgedekt met zwarte plastic folie. Het lijken wel grote vuilniszakken. De luchtbewegingen in de kerk zorgen dat het plastic zachtjes deint.

Een bijzondere expositie. Op de grafstenen in het schip liggen jassen. Ze verbeelden de overledenen die in deze kerk leggen. Soms staan er zuilen, een jas met een licht ervoor waaruit een stem spreekt. Ze stellen vragen. Of je alleen bent en waar je moeder is. De ruimte doet de rest.

kIn de verte vanuit de omgang in het koor klinken belletjes. Een continue stroom geluid, opnames van 800 Japanse belletjes op stokken in Quebec. In het koor op de plek waar voor de reformatie het altaar stond, liggen verdorde tulpen. In het koor staan stoelen verspreid met daarover heen jassen en uit alle hoeken en gaten fluisteren stemmen de namen van de overledenen die hier liggen.

Een indrukwekkende expositie die je ook unheimisch maakt. Spooky noemt Doris het en dat is het ook. Je voelt je ongemakkelijk, een klassiek beeld van de dood, terwijl je verlangt naar troost en liefde. De donkere installaties van plastic en de stemmen staan dit teveel in de weg.

Het orgel is in restauratie. De kas is gerestaureerd. De vergulde versieren blinken je tegemoet. Het is bladgoud dat er blinkt. De bekroning met het wapen van Amsterdam is weer vol in de verf gezet. De hedendaagse vorm van restaureren lijkt wel dat oude instrumenten of gebouwen meer blinken dan ze ooit gedaan hebben. Het is meer dan stof eraf halen. Er komt een dikke laag verf tussen toen en nu. Hoe zal dat straks met de klank zijn?

Lees verder over ons dagje Amsterdam: Ons’ lieve heer op solder »

27 februari 2018

De Duif

We lopen langs de grachten en stappen het Begijnhof in. Dan gaan we op het Spui op een bankje in de zon zitten. We genieten van onze broodjes en kijken naar de vele toeristen die voorbij lopen. Hoe een wagentje van de gemeente het plein schoonzuigt. Een grote stofzuiger waar een grote stofwolk vanaf komt als hij over het plein rijdt en tussen de kinderkopjes het vuil wegveegt en opzuigt.

We genieten van de voorjaarszon. Het vriest, maar het is helemaal niet koud om hier te zitten. De zon doet de rest en warmt je heerlijk op. Als we later langs de plek lopen met Vlaamse frites waar we vroeger altijd een zak patat aten aan het einde van een dagje Amsterdam, gaan wij verder naar De Duif.

Langs de Munttoren in de richting van de Prinsengracht waar we moeten zijn. Voorbij de Amstelkerk, helemaal van hout, vanwaar je al heel mooi de imposante gevel van De Duif ziet. Verstopt achter de hoge bomen, maar door de kale wintertooi is het gebouw goed te zien. De kerk zelf is ook indrukwekkend. Hoeveel ruimte er achter zo’n gevel verborgen zit.

We zijn mooi op tijd. Tijd om te acclimatiseren en de ruimte tot je te nemen. Als ik dan aan de beurt ben om te spelen, geniet ik vooral van de subtiele kanten van dit instrument. Het blijft een bijzonder orgel in Amsterdam, met veel Brabantse elementen erin. Dat komt ook door de lange bouwtijd van dit orgel waarbij de mooie dingen met elkaar verenigd zijn.

Ik moet wennen aan het toucher en de positie van het pedaal. Ik probeer er wat voorbereide werken op te spelen en leer dat je ‘Erbarm dich mein’ echt veel losser moet spelen, anders wordt het zo’n brei. Het beste lijkt Brahms uit de verf te komen, samen met die rustieke verfdoos boordevol met een klankpalet in alle soorten en toonaarden. Een instrument om bij weg te dromen, zelfs als je erop speelt. Het halfuur is zo voorbij.

Lees verder: De wallen en Oude kerk »

24 februari 2018

De ommegang

Arriveert vandaag een prachtig boek van Jan van Aken met de veelbelovende titel De ommegang. Ik volg Jan van Aken al een tijdje, ben zijn eerste recensent en heb vrijwel zijn hele oeuvre gelezen.

In december las ik op zijn advies Victor Hugo’s roman De klokkenluider van de Notre-Dame. Een boek dat veel bewerkt is in film en musical. Zelfs Disney gaf er zijn eigen fantasievolle draai aan. Maar het lezen van dit werk was voor mij een openbaring. Het is een prachtig boek opgebouwd als een kathedraal, grillig, grimmig en fascinerend.

Het verduidelijkte voor mij wel heel veel van de schrijver Jan van Aken. Hij bedient zich bijna van dezelfde fantastische schrijverij als Victor Hugo. Aan mij openbaarde zich bij het lezen van deze klassieke roman een andere kant van Jan van Aken.

In de correspondentie verraadde Jan van Aken al een beetje waarover zijn nieuwe roman gaat. Het is een veelbelovend verhaal dat aan het einde van de middeleeuwen speelt. Al bestaat er bij Jan van Aken geen middeleeuwen en zeker geen donkere middeleeuwen. Het is de tijd waarin de kathedralen zijn en worden opgericht.

Een nieuwe tijd in Europa waarbij in alle West-Europese landen enorme godshuizen verrijzen. Het is de tijd waarin door de kruistochten weer contact is ontstaan met het Midden-Oosten. Een veelbetekenend contact, want door deze reizen is er veel veranderd. Zodoende is deze periode een onuitputtelijke tijd om over te schrijven en te fantaseren. En dat kan Jan van Aken als de beste.

Ik ben dus even aan het lezen… Binnenkort zal ik het boek hier bespreken…

Vanaf dinsdag ligt de roman De ommgang van Jan van Aken in de boekwinkel.

Jan van Aken: De ommegang. Amsterdam: UItgeverij Querido, 2018. ISBN: 978 90 214 0393 9. 628 pagina’s. Prijs: € 22,50. Bestel

06 januari 2018

De slinger van Foucault

Het interview van Cees Nooteboom met de Italiaanse schrijver Umberto Eco maakte me al erg nieuwsgierig naar De slinger van Foucault. Nooteboom spreekt Eco kort voor het verschijnen van dit bijzondere boek. De slinger van Foucault is een intrigerende ideeënroman, boordevol met interessante bevindingen en geheimen.

De roman behandelt het onderwerp van de Tempeliers en zal uiteindelijk terechtkomen bij de huidige vrijmetselarij. Waar komen de Tempeliers vandaan, wat hebben ze te maken met de Ridders van de kruistochten en stammen ze inderdaad van de Joodse hogepriester-families af? En hebben zij inderdaad de kathedralen van Chartres en Amiens gebouwd?

Vragen zonder antwoord

Allemaal vragen waarvan het antwoord een raadsel is. Zo blijven veel dingen tot op de dag van vandaag onduidelijk. Schrijvers als Dan Brown spinnen daar garen bij. Ze hebben de raadsels verpakt in nieuwe raadsels. De antwoorden die deze schrijvers geven, zijn meer gericht op effectbejag dan op een de waarheid.

De slinger van Foucault gaat veel verder in mijn beleving. Dat is een roman die de raadsels laat staan, maar wel aanstipt en mogelijke oplossingen aandraagt. Het geeft de Tempeliers een grotere waarde en vervult je als lezer van het geheim dat hier genoemd wordt. De antwoorden liggen in de taal, in documenten en in de verhalen die aan bod komen in deze grootse roman.

10 sefirot

De indeling van het boek verdient respect. De roman is gebaseerd op de 10 sefirot. Deze levensboom met wijsheden van de hermetische kabbalisten bevat 22 paden van wijsheid, die tussen de 10 attributen liggen. Elk attribuut staat symbool voor iets waarmee God de wereld heeft geschapen.

De hoofdpersoon Casaubon vindt de 10 sefirots bij de computer van zijn overleden vriend Jacubo Belbo. De sefirots geven hem uiteindelijk toegang tot de computer:

Plotseling trof me de centrale nimbus, goddelijke zetel. De Hebreeuwse letters waren erg duidelijk, ze waren zelfs vanuit de stoel zichtbaar. Maar Belbo kon met Abulafia geen Hebreeuwse letters schrijven. Ik keek aandacht: ik kende de letters, ja, van rechts naar links, jod, he, vav, he. JHVH de naam van God. (37)

Gedurende het verhaal worden verschillende gedachten van Belbo met de lezer gedeeld. Ze worden gepresenteerd als lange citaten die de verteller gevonden heeft op de computer van zijn vriend.

Daarmee is het werkelijk een prachtig boek om te lezen, alleen is het bijna niet na te vertellen. Want waar gaat het boek over? Als ik het lees, voel ik bijna dezelfde verbondenheid met de kosmos en het Plan erachter. Als ik het terzijde leg, verdwijnen de gouden ingevingen.

Mogelijk is dat ook wel het boek: een eindeloze stroom van gedachten die prachtig in elkaar haken en een logische redenering vormen. In die zin een postmodernistisch werk, ten top. De betekenis leg je er als lezer zelf in op het moment dat je het leest. Het boek helpt heel mooi om het aan te grijpen als basis voor je eigen gedachten en ingevingen.

Iets dat een schrijver als Dan Brown juist niet lukt. Hij behandelt hetzelfde onderwerp, alleen dan in een detectivevorm. Umberto Eco laat het idee meer het idee en kent er geen waarheid aan toe. Zelfs niet binnen het werk zelf. De betekenisgeving doe je als lezer en die blijft ook bij je als lezer. Daarmee is De slinger van Foucault een waanzinnig geheimzinnig boek waar je helemaal in kunt verdwalen.

Umberto Eco: De slinger van Foucault. Oorspronkelijke titel: Il pendolo di Foucault (1988). Nederlandse vertaling Yond Boeke en Patty Krone. 11e druk. Amsterdam: Ooievaar Pockethouse, 1996. ISBN: 978 90 4461 8679. Prijs: € 8,99. 664 pagina’s.Bestel

05 januari 2018

De klokkenluider een historische roman?

Is De klokkenluider van de Notre-Dame een historische roman? Zeker het verhaal speelt in januari 1482. De opening begint op Driekoningen én het Narrenfeest. Het is dubbel feest en de dichter Gringoire heeft het toneelstuk geschreven dat wordt opgevoerd.

De verteller plaatst zich regelmatig buiten de tijd met verwijzingen buiten de roman. Hij doet dit soms terloops en met humor. Bijvoorbeeld als hij met een spreekwoord verwijst naar de nieuwe wereld, die pas 13 jaar later ontdekt zal worden door Columbus.

Gringoire ziet een optreden van het zigeunermeisje Esmeralda en haar geitje Djali. Hij wil haar rijkelijk belonen, maar hij heeft niks. Het zweet gutst van zijn voorhoofd als ze langskomen om geld op te halen voor het straatoptreden.

Als hij heel Peru in zijn zak had gehad, zou hij dat zeker aan de danseres hebben gegeven, maar Gringoire had Peru niet, en Amerika was trouwens nog niet eens ontdekt. (76)

Een speelse verwijzing naar de moderne tijd die de verteller vertegenwoordigd. Ook maakt de verteller toespelingen op de verdwijning van de koningengalerij aan de voorgevel van de kathedraal. De 28 koningen werden na de revolutie in 1789 gezien voor de Franse koningen. Dit hardnekkige beeld, hangt ook in het hoofd van de verteller.

Na publicatie van Victor Hugo’s roman is ontdekt dat het de beelden van de Bijbelse koningen van Juda waren. Uiteraard zijn de middeleeuwen mans genoeg om hier een indirecte verwijzing naar iets anders te maken, zoals de koningen van Frankrijk. Hier hoeft de verteller dus niet per sé fout te zijn.

Volgens de verteller zijn er 3 vormen van onttakeling:

Op de ruïnese kan men drie soorten kwetsuren onderscheiden, die elk een specifieke diepte verotnne: ten eerste de tijd, die her en der gevoelloos heeft toegeslagen en vooral het oppervlak heeft aangetast; dan de politieke en godsdienstige omwentelingen, die met de hun eigen blindheid en furie de kerken te lijf gingen, de rijke ornamentatie met beeldhouwwerk en snijwerk vernielden, de roosvensters stuksloegen, de serranden van arabesken en figuurtjes kapotmaakten en de beelden verbrijzelden, de nee keer vanwege hun mijter, de andere vanwege hun kroon; en als laatste de bouwkundige modes, die steeds onwaarschijnlijker en dwazer werden en die, na de anarchistische en briljante zijsprongen van de renaissance, het onontkoombare pad van de decadentie bleven volgen. (126)

In onze tijd kunnen we aan de door de verteller genoemde revoluties ook oorlogen toevoegen. Oorlogen hebben veel bouwwerken verwoest. In Nederland zijn het bijvoorbeeld de Rotterdamse Laurenskerk en in Arnhem in de Eusebiuskerk die door oorlogsgeweld zijn vernietigd.

De beschadigde beelden bij de beeldenstorm zijn nog altijd in de Utrechtse Domkerk te zien. De beschadigingen zijn zelf monumenten geworden. Het is echter niet de ergste verwoesting. De verwoestingen van oorlog, geweld en de tijd, wegen niet op tegen de derde en laatste verwoesting: architecten.

Met de verteller ben ik het eens dat de grootste bedreiging de architecten zijn. Zij verwoesten met hun visionaire inzichten mooie bouwwerken. Je ziet het tegenwoordig vooral op het terrein van stadsgezichten en stadscentra. Genadeloos moeten bouwwerken uit het verleden plaatsmaken door hedendaagse inzichten. Gepresenteerd als verbetering maar meer een uiting van machteloosheid. Wat onze voorouders hebben gebouwd kunnen wij met geen mogelijkheid meer bouwen.

Daarmee is De klokkenluider van de Notre-Dame meer een ideeënroman dan een historische roman. Het speelt in het verleden, maar de gedachten van het heden dringen voortdurend door de tekst heen. Het overtuigt mij ook van de schoonheid van dit boek. Een boek dat een eerbetoon is aan de kathedraal. Maar waar het verhaal als kroon (of mijter) prachtig uitsteekt.

Victor Hugo: De klokkenluider van de Notre-Dame. Oorspronkelijke titel: Notre-Dame de Paris [1832]. Vertaald door Willem Oorthuizen met een nawoord van Jan van Aken. Amsterdam: Atheneum – Polak & Van Gennep, 2011. ISBN 978 90 253 6872 2. 576 pagina’s. Prijs: € 35.Bestel

02 januari 2018

De bouwmeester als tovenaar

Een bijna organisch gegroeid bouwwerk als een gotische kathedraal lijkt wel op tovenarij. Ook de verteller in Victor Hugo’s roman De klokkenluider van de Notre-Dame benoemt dit.

Als buitenstaanders de kerk proberen binnen te dringen, verzuchten ze het ook dat de bouwmeester van deze kerk, Guillaume de Paris, een tovenaar was. Het beeld van de bouwmeester als tovenaar, verlegt de associatie met de geheimzinnigheid die er rond de gotische bouwmeesters is.

Het ontstaan van de vrijmetselarij, waar ceremonie, geheimzinnigheid en bovennatuurlijke krachten, meespelen. Een beeld dat onverwoestbaar is en dat Umberto Eco bijvoorbeeld benoemd in zijn roman De slinger van Foucault.

De Notre-Dame als bouwwerk tussen de oude manier van bouwen naar de nieuwe, gotische vorm. Een revolutie:

Het is een bouwwerk uit de overgangstijd. De Saksische architect had juist de eerste pilaren van het middenschip neergezet, toen de van de kruistochten meegebrachte spitsboog triomfantelijk kwam neerstrijken op de brede, romaanse kapitelen die alleen voor rondbogen bestemd waren. De spitsboog, voortaan heer en meester, heeft de rest van de kerk bepaald. Aanvankelijk nog onervaren en schuchter, blijft hij ruim en breed, houdt zich in en waagt zich nog niet aan de ranke pinakels en lancetten die schitterende latere kathedralen kenmerken. Het lijkt wel of de nabijheid van de zware romaanse zuilen hem imponeert. (128)

Het gebouw drukt de geheimzinnigheid van de bouwmeesters uit. Ze hebben de geheimen meegenomen uit het oosten, mogelijk zijn de bouwkundige geheimen ontrafeld van de tempel die Salomo liet bouwen in Jeruzalem.

Hiermee is het bouwwerk niet alleen een ode aan de moeder Gods, maar ook aan de overwinning op de natuurkrachten. Hier scheppen de bouwmeesters een gebouw dat vecht met de elementen. Het koude steen, vervormt in deze roman tot een levend wezen. Iets dat de hedendaagse gebouwen nooit zullen bereiken, stelt de verteller.

Victor Hugo: De klokkenluider van de Notre-Dame. Oorspronkelijke titel: Notre-Dame de Paris [1832]. Vertaald door Willem Oorthuizen met een nawoord van Jan van Aken. Amsterdam: Atheneum – Polak & Van Gennep, 2011. ISBN 978 90 253 6872 2. 576 pagina’s. Prijs: € 35.Bestel

01 januari 2018

Esmeralda

De 2 hoofdpersonen in Victor Hugo’s roman De klokkenluider van de Notre-Dame zijn 2 outsiders: Esmeralda en Quasimodo. Esmeralda vanwege haar afkomst, ze is een zigeuner, Quasimodo vanwege zijn uiterlijke gebreken. Allebei staan ze aan de zijlijn van de maatschappij.

Dat betekent niet dat Esmeralda niet bewonderd wordt. Ze heeft veel liefhebbers, in het verhaal zijn het er 3. De aartsdiaken en stiefvader van Quadimodo, Claude Frollo is de eerste. De andere is de kapitein Phoebus. Degene die echt van Esmeralda houdt is de derde aanbidder: Quasimodo.

De passie van de aartsdiaken is verwoestend. Bijna van een kracht als waar Quasimodo over beschikt. Hij loopt telkens stuk op zijn liefde voor de zigeunerin. Phoebus is alleen maar uit op een avontuurtje, maar als het erop neerkomt, laat hij haar genadeloos in de steek. Hij kiest voor zijn maatschappelijke positie en niet voor de liefde.

De liefde is het noodlot waaronder de aartsdiaken en zijn adoptiekind Quasimodo samen gebukt gaan. De een laat zich weerhouden door zijn uiterlijk; de ander probeert het zo verborgen te houden dat het wel mis moet gaan.

Ze vinden haar allebei in de kathedraal. Als ze zich daar schuilhoudt wordt ze beschermt door Quasimodo en achterna gezeten door Claude Frollo. De passie is eigenlijk voor alle personen verwoestend. De vrouw die ze begeren, ongetwijfeld ook een verwijzing naar de naam van de kathedraal, is onbereikbaar.

Die onbereikbaarheid ligt bij henzelf, behalve bij Quasimodo. Hij heeft zijn uiterlijk tegenzitten en het lijkt onmogelijk dat Esmeralda hem ooit lief zou kunnen hebben. Het is zijn noodlot, het woord ‘Ananké’ dat in de muur van de kerk staat gegrift.

Het lot beslist net zo dramatisch. Eigenlijk komt het met niemand goed. Iedereen kiest een verwoestend einde, zelfs Phoebus:

Ook Phoebus de Châteaupers kwam tragisch aan zijn eind: hij trouwde. (562)

Het huwelijk als tragisch einde. Hij trouwt niet met zijn liefde Esmeralda, maar kiest voor het maatschappelijk verantwoorde huwelijk. Een mooie humoristische zinsnede van de verteller aan het einde van alle ellende.

Victor Hugo: De klokkenluider van de Notre-Dame. Oorspronkelijke titel: Notre-Dame de Paris [1832]. Vertaald door Willem Oorthuizen met een nawoord van Jan van Aken. Amsterdam: Atheneum – Polak & Van Gennep, 2011. ISBN 978 90 253 6872 2. 576 pagina’s. Prijs: € 35.Bestel

29 december 2017

Kathedraal als schild

In Victor Hugo’s roman De klokkenluider van de Notre-Dame is de kathedraal een afspiegeling van de misvormde Quasimodo. De kerk die als een jas gegoten om Quasimodo past.

De beschrijving die de verteller geeft, laat dat ook zien. De kerk beweegt ook mee in de emoties van de klokkenluider. Er is een interactie tussen de Notre-Dame en Quasimodo:

Tussen hem en de kerk bestond zo’n diepe, instinctieve sympathie, zoveel magnetische aantrekkingskracht, zoveel stoffelijke verwantschap, dat hij er in zekere zin mee verbonden was als de schilpad met zijn schild. De kathedraal was zijn schild. (170)

Net als zijn geest, is het gebouw kronkelig en grillig. Donker en onrekenbaar. Niet te vatten en geheimzinnig. Het verhaal van de klokkenluider is daarmee prachtig verwoord in het gebouw. De kathedraal is niet in te nemen en Quasimodo gebruikt het gebouw als zijn schild. Om zich te beschermen tegen de harde buitenwereld.

Juist de organisch gevormde kathedraal waar veel bouwmeesters na elkaar hebben gewerkt, vormt de unieke bescherming voor de buitenwereld. Hier ziet ook de schoonheid in verborgen. De mooiste mens in deze roman van Victor Hugo is de misvormde mens Quasimodo. Het is de laatste persoon waar je bang voor zou moeten zijn. Hij vecht tegen onrecht en volgt zijn hart.

Victor Hugo: De klokkenluider van de Notre-Dame. Oorspronkelijke titel: Notre-Dame de Paris [1832]. Vertaald door Willem Oorthuizen met een nawoord van Jan van Aken. Amsterdam: Atheneum – Polak & Van Gennep, 2011. ISBN 978 90 253 6872 2. 576 pagina’s. Prijs: € 35.Bestel

26 december 2017

Het boek als kathedraal

In Victor Hugo’s roman De klokkenluider van de Notre-Dame bespreekt de verteller de schoonheid van de kathedraal. Hij merkt op dat dit soort bouwwerken voor de eeuwigheid niet meer opgeworpen kunnen worden. Is de architectuur in onze tijd nog te redden, vraagt de verteller zich af in het 2e hoofdstuk van het 5e boek. Wie gaat het overleven: de architectuur of de boekdrukkunst? In een essay-achtig hoofdstuk vergelijkt de verteller de bouwkunst met de boekdrukkunst.

De boekdrukkunst. Vergis u niet, de architectuur is dood, onherroepelijk, gedood door het gedrukte boek, gedood omdat zij minder lang standhoudt, gedood omdat zij meer kost. Elke kathedraal is een miljard. Bedenk dan maar wat voor schatten nodig zouden zijn om het boek van de architectuur te herschrijven; om de aarde opnieuw te overdekken met duizenden bouwwerken; (214)

De verteller geeft hier een toelichting op de opvatting van de aartsdiaken die voorspelt dat het boek het bouwwerk zou doden. De kathedraal is een onovertroffen bouwwerk. De hedendaagse architectuur verkeert in crisis, stelt de verteller. Hier kan alleen nog het boek tegenop. Het verhaal van De klokkenluider van de Notre-Dame vormt zelf een monument zoals de kathedraal zelf.

De verteller verfoeit de hedendaagse bouw. Het bouwen lukt niet meer. Er kan alleen maar teruggevallen worden op de klassieken, waarbij Griekse frontons worden ingevoegd in Romeinse en omgekeerd. Hij kan alleen maar verzuchten:

De bouwkunst is alleen nog vel over been. Zij verkeert in doodstrijd. (213)

De verteller heeft ergens wel gelijk. Al is het respect voor de middeleeuwse kathedralen sinds de verschijning van Victor Hugo’s roman De klokkenluider van de Notre-Daem enorm toegenomen. Dankzij de roman, dit boek hebben mensen weer veel aandacht gekregen voor dit bijzondere gebouw.

En die werking gaat door tot in onze tijd. Ondanks alle latere bewerkingen die niet altijd een verbetering van het origineel vormen, hebben ze ook een bijzondere uitwerking.

Voor de noodzakelijke restauratie van de kathedraal wordt gekeken naar Amerikanen. Ze zijn zo onder de indruk van de kerk in de tekenfilm van Disney, dat ze maar al te graag hun geld neertellen om het gebedshuis te redden voor het nageslacht. Beyoncé en haar man rapper Jay Z schijnen door de film ware fans van de kathedraal te zijn.

Victor Hugo: De klokkenluider van de Notre-Dame. Oorspronkelijke titel: Notre-Dame de Paris [1832]. Vertaald door Willem Oorthuizen met een nawoord van Jan van Aken. Amsterdam: Atheneum – Polak & Van Gennep, 2011. ISBN 978 90 253 6872 2. 576 pagina’s. Prijs: € 35.Bestel

25 december 2017

De klokkenluider van de Notre-Dame

In mijn speurtocht naar romans over kathedralen kreeg ik van de schrijver Jan van Aken het advies om De klokkenluider van de Notre-Dame te gaan lezen.

Er bestaat eigenlijk geen beter boek over kathedralen, schreef hij. Hij wees mij op de uitgave van Atheneum waar hij een nawoord voor schreef. Ik keek vreemd op om dit boek te gaan lezen. Mogelijk dat de Disneyfilm mij teveel in de weg staat.

Het lezen van dit boek laat mij wel zien waar Jan zijn inspiratie vandaan haalt als het om zonderlinge figuren gaat. De roman van Victor Hugo zit er boordevol mee.

Het is een indruk bij al die andere indrukken, want ik ben buitengewoon getroffen door deze roman van Victor Hugo. Hoe de beeldvorming van Disney en andere bewerkingen van deze klassieker je in de weg kan staan. Het is namelijk een heuse belevenis om deze roman te lezen.

Het verhaal speelt in 1482 en begint op Driekoningen én het Narrenfeest op 6 januari. Ook in het verhaal staat de kathedraal er al vele jaren.

De verschuiving in perspectief geeft deze roman heel veel spannende momenten. Het verhaal verschuift mee, maar voor mijn idee speelt het vooral rond de 2 personen Quasimodo en Esmeralda. Beide wisselkinderen zullen elkaar uiteindelijk vinden, al is het einde ontluisterend.

Victor Hugo bouwt in zijn roman een mooie spanning op. Het is een indrukwekkend relaas van een onmogelijke liefde en een onbereikbare vrouw. De Notre Dame van Parijs speelt daarbij een essentiële rol. Ze spiegelt vaak de karakters en soms laat ze het tegenovergestelde zien. De zielen in de kerk geven weer hoe de kerk standvastig en zelfverzekerd staat.

De hoofdpersoon Quasimodo kronkelt naar lichaam en geest door de krochten van dit godshuis. De klokkenluider maakt op mensen vrijwel dezelfde ondoordringbare indruk als de kathedraal:

Zo kwam het dat hij langzamerhand, door zich voortdurend in samenhang met de kathedraal te ontwikkelen waar hij in leefde, in sliep en bijna nooit uitkwam en waar hij van uur tot uur de geheimzinnige invloed van onderging, op haar begon te lijken, er zogezegd mee vergroeide, er een wezenlijk onderdeel van ging vormen. (171)

De kathedraal en haar klokkenluider vormen een eenheid. Ze zijn in elkaar versmolten zoals een senioren-echtpaar. Ze zijn zo in elkaar versmolten dat je ze afzonderlijk niet meer herkent.

Daarbij is het verhaal is ook gewoon spannend en meeslepend. Het verhaal van Esmeralda die alle mannenharten sneller doet kloppen. Het is een vrouw die mannen vervoert en tot rare daden in staat stelt. Dat is het verhaal van De klokkenluider van de Notre-Dame waarbij de kerk meer is dan een decor.

Lees het nawoord Jan van Aken

Victor Hugo: De klokkenluider van de Notre-Dame. Oorspronkelijke titel: Notre-Dame de Paris [1832]. Vertaald door Willem Oorthuizen met een nawoord van Jan van Aken. Amsterdam: Atheneum – Polak & Van Gennep, 2011. ISBN 978 90 253 6872 2. 576 pagina’s. Prijs: € 35.Bestel

03 november 2017

Luthers inktpot

Op het kasteel de Wartburg waar Luther een aantal maanden gezeten heeft nadat hij vogelvrij is verklaard door de Duitse keizer, is een inktvlek op de muur van de kamer waarin Luther verbleef. Het is een beroemd verhaal over de hervormer waarin hij regelmatig bezoek kreeg van de duivel.

De duivel probeerde hem te verzoeken en in een nacht de inktpot en greep naar de schim die hem dwarszat. Op die plek zit nog altijd een donkere inktvlek tegen de muur.

Ik heb als kind vroeger nachtmerries gehad van die inktpot van Luther. Ik was doodsbenauwd dat ik de duivel mij ook ’s nachts zou opzoeken. Een klasgenootje van mij vertelde eens dat hij regelmatig de duivel op bezoek had. Ik vreesde het ergste.

Dat Luther elke nacht gepijnigd werd door de duivel en net zulke verleidingen kreeg als Jezus destijds in de woestijn kreeg. Dat zou mij toch niet mogen gebeuren. Hoe zou je je kunnen wapenen tegen een bezoek van de duivel? Ik wist het niet. Zou je een psalm moeten zingen?

Ik tuurde langs de gordijnen, durfde mijn bed niet uit, maar kreeg nooit bezoek van de duivel. Voor mij was de inktpot niet nodig. Al vrees ik soms nog oprecht de demonen die je aardig kunnen dwarszitten. Het beste is om ze te omarmen en binnen te laten alsof het je vrienden zijn. Een inktpot tegen de muur gooien is alleen maar plezier voor hen.

Daarom kan het natuurlijk ook niet waar zijn. Luther zou nooit zo’n kluns zijn om de duivel op deze manier in de kaart te spelen.

Volker Leppin: Maarten Luther, Biografie van een hervormer: denker, monnik, rebel. Originele titel: Martin Luther, Vom Mönch zum Feind des Papstes. Uit het Duits vertaald door Huub Stegeman. Amsterdam: Meulenhoff, 2017. ISBN: 978 90 290 9190 9. 192 pagina’s. Prijs: € 17,99. Bestel

31 oktober 2017

Luthers 95 stellingen

Heeft Luther wel 95 stellingen op de deur van de Wittenbergse Slotkerk hebben gespijkerd? Het is enige tijd discussie geweest of deze daad van Luther wel historisch gebeurd is.

Ik heb er nooit aan getwijfeld. Waarom niet? De Slotkerk was de thuisbasis van de Wittenbergse universiteit. Aan deze universiteit gaf de jonge Maarten Luther les.

Het was in die tijd heel normaal als een wetenschapper stellingen publiceerde en openbaar maakte op de deur van het universiteitsgebouw. De deur als mededelingenbord. Nog altijd verspreiden wetenschappers belangrijke informatie op dit soort borden. Vaak in de buurt van een deur of een gang.

Er ontbreekt duidelijk bewijs. Het document dat Maarten Luther aan de deur spijkerde, is er niet meer. Zelfs de eerste druk die vergezeld ging met deze actie is verdwenen. Tot een aantal jaar geleden in een boekband andere stellingen teruggevonden uit de tijd van de 95 stellingen.

De vondst vormt het overtuigende bewijs van een traditie waaraan niet getwijfeld hoeft te worden. Dat er geen ooggetuigenverslagen zijn, heeft mogelijk andere oorzaken. Maarten Luther heeft er nooit een theater van gemaakt. Iets wat hij later wel beter kon. Daarnaast is het niet spannend om deze daad te zien als je de inhoud niet weet. Niet zo verwonderlijk dat niemand erover geschreven heeft.

Zoals vaker met dit soort documenten gebeurde, zal het zijn overwoekerd door andere stellingen en mededelingen. Daar zal een medewerker of iemand die iets anders wilde ophangen, het document hebben verwijderd. Zo wiste deze persoon onbedoeld een belangrijk bewijs van de geschiedenis.

30 oktober 2017

Veel bewaard gebleven van Luther

Uit het onderzoek van biograaf Volker Leppin blijkt dat er heel veel bewaard is gebleven van Luther. Naast de boeken zelf zijn er bijvoorbeeld ook veel college-aantekeningen van Luthers studenten te vinden. Ze geven een natuurgetrouwer beeld dan de gemythologiseerde Luther die later naar voren komt.

Wat in Leppins biografie vooral opvalt, is dat hij het boek heeft opgebouwd in een vorm waarbij hij de opkomst, het hoogtepunt en uiteindelijk ook de neergang van Luther beschrijft. Luther heeft aan het eind van zijn leven ook een aantal beslissingen genomen die niet altijd voordelig waren.

Daarmee benadrukt Volker Leppin ook dat Luther gewoon een mens van vlees en bloed is geweest. Aan een aantal dingen hield hij halsstarrig vast en dat stond een goede samenwerking met andere hervormers in de weg. Best jammer, ook omdat dit een samenwerking met mensen als Zwingli in de weg stond. Daarmee is het verhaal van Luther niet alleen een verhaal van lof, maar ook een waarin de mindere kanten van deze beroemde reformator aan bod komen.

De gemythologiseerde Luther laat bijna een goddelijk persoon zien. Hij stond ook midden in de wereld en zijn onbuigzame karakter heeft ook in de weg gestaan. Het laat zien dat alles mooie en minder mooie kanten heeft. Daarmee is de biografie van Volker Leppin mooi om te lezen. Al moet je wel door de saaie gedeeltes heen worstelen waarin de theologische verhandelingen belangrijker zijn dan de verhalen.

Volker Leppin: Maarten Luther, Biografie van een hervormer: denker, monnik, rebel. Originele titel: Martin Luther, Vom Mönch zum Feind des Papstes. Uit het Duits vertaald door Huub Stegeman. Amsterdam: Meulenhoff, 2017. ISBN: 978 90 290 9190 9. 192 pagina’s. Prijs: € 17,99. Bestel