Posts tonen met het label interview. Alle posts tonen
Posts tonen met het label interview. Alle posts tonen

25 januari 2011

De buitenkant, Een abecedarium

Gerrit Komrij stelde in De buitenkant, Een abecedarium een bloemlezing van alle interviews met hem samen
Natuurlijk ben je ijdel als je een bloemlezing samenstelt uit interviews die met je gehouden zijn, maar Gerrit Komrij mag zo ijdel zijn in De buitenkant, Een abecedarium. Vandaag arriveerde het boek dat ik via marktplaats.nl had besteld. Samen met 2 andere boeken waar ik later wat meer over zal schrijven.

De interviewers maken vaak de goede sier met het interview, terwijl jij het hebt gezegd, stelt Komrij in zijn inleiding bij dit bijzondere boekje. Meestal stellen anderen een bloemlezing samen van interviews, maar Komrij kiest zelf voor het experiment: hoe componeert een auteur zelf weer een portret uit alles wat een reeks interviewers met vuursteen of botte bijl, in de loop der jaren uit hem heeft losgewoeld? (5)

10 maart 2009

Tachtig vlinderstrikken

Rumoer in de letteren is natuurlijk heerlijk. De literatuur drijft op de haat en nijd. Iemand met minderwaardigheidsgevoelens is altijd snel uit de tent te lokken. Het lijkt erop dat het literair landschap vol zit met minderwaardigheidsgevoel. Je zou denken dat ze van dat vervelende gevoel af waren door het schrijven, maar het lijkt wel of elk gedicht, elk verhaal en elke roman de gevoeligheden vergroten.

Zo volg ik opnieuw met interesse Driek van Wissen die zich uitlaat over de dingen die Komrij zegt in een interview in het tijdschrift van NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag. 'Ik heb hem helemaal niet gebeld', krijst de tweede ex- Dichter des Vaderlandse tegen de eerste ex-. 'Ik heb zelfs zijn telefoonnummer niet. Bovendien krijg ik keurig 225,24 euro voor mijn gedichten op de voorpagina van het NRC.' En hij houdt het bonnetje keurig omhoog met de handtekening van de hoofdredacteur van NRC eronder.

Bij dat Dichter des Vaderlands gedoe vliegen de teleurstellingen over en weer. Huilt de één dat de ander geslagen heeft en laat de blauwe plek zien omdat een ander gekrabt heeft. Ik vraag mij af waarom er überhaupt een Dichter des Vaderlands is. Als ik kon dichten en het zou mij door de strot geduwd worden, zou ik er helemaal niet aan beginnen.

De eerste had het niet kunnen weten dat deze functie tot zoveel 'waardering' zou leiden, maar de rest wist het. En waarom vertelt Driek van Wissen niet gewoon dat hij nu een mooie collectie van tachtig vlinderstrikken erbij heeft (met bolletjes, sterretjes en in alle kleuren) en dat hij heerlijk elke week ergens in Nederland een rijmseltje opboerde.

De literatuur begint echt iets van een dierentuin te hebben. Het thema van volgend jaar wordt 'In de drek voel ik mij prettig'. Schrijvers zijn er knorrig genoeg voor.

22 januari 2009

Jokkebrok

Ik heb niet gejokt, ving ik op uit de mond van Defensieminister Eimert van Middelkoop. Hij heeft ook niet gelogen. Een vergissing, dat is het. Zijn voorlichter deed iets wat hij niet wist.

Leugenaar genoemd worden komt natuurlijk extra hard aan bij een minister van de ChristenUnie. Je mag niet jokken. Het achtste gebod overtreden kan niet, vergissen wel. Dat is menselijk.

De hypocrisie viert hoogtij onder onze bewindslieden.

17 december 2008

A. L. Snijders

Misschien omdat het een gesprek van niets was, Tommy Wierenga ernaast zat, of omdat de klik die Matthijs van Nieuwkerk met Martin Bril zocht, volledig mislukte. Ik vond het optreden van A. L. Snijders bij De wereld draait door dusdanig dat ik helemaal verlang naar zijn nieuwe bundel Bordeaux en ijs. Iemand die zo slecht te interviewen is, maar wel blijft stralen. Dat moet een topschrijver zijn.

Hij schrijft voor tweehonderd mensen die in zijn mailbox staan een kort verhaal en stuurt dat dan naar ze toe. Een fantastisch idee. Het doet mij denken aan het gedicht van de week. Elke week stuurde ik een gedichtje naar alle mensen die in mijn inbox stonden. Daar zaten groten bij, maar de meeste had ik geronseld in het café. Na het lange aandringen van mij, gaven ze uit puur meelij mij hun e-mailadres mee. Op een bierviltje geschreven, altijd met een fout in de naam zodat het mailtje met het gedicht alsnog nooit aankwam.

Snijders doet dat helemaal pretentieloos en gewoon uit vermaak voor zichzelf. Je moet natuurlijk ook in een boerderij in de Achterhoek wonen en geen gezeur van een baan aan je kop hebben. Anders lukt zoiets niet. Gewoon een kort verhaal, of zoals hij het noemt een zkv, iets als 'zeer kort verhaal'. Een haas die in de sloot springt, die honderdduizendste zonsondergang waarbij toch iets vreemds gebeurt, of een akkefietje met de fiets. Overal zit een verhaal in. Het is de kunst om ervoor te gaan zitten en het op te schrijven.

Snijders vertelde dat er op één of andere manier door een computer met pech duizend verhalen verdwenen waren. Hij nam zich niet de moeite de verhalen via digitale foefjes weer terug te krijgen. 'Ach, dan schrijf ik toch gewoon weer duizend nieuwe.'

Echt een schrijver die voor zichzelf schrijft... En voor zijn e-mailcontactpersonen. Misschien moet ik gewoon weer eens die contactpersonen uit mijn e-mailaccount eens een verhaaltje of gedicht toesturen. Gewoon voor mezelf.

09 september 2008

En ja hoor, ik verschijn in beeld

Een bruin colbertje. Dat hebben Max Westerman en ik aan in Almere. Je ziet mij in zijn televisieserie Westermans nieuwe wereld over het Stationsplein sjokken met de fiets in de hand. De bruine fietstassen bengelen stukkend aan de bagagedrager.
Schreef ik twee maanden terug trots dat Almere even Amerika was, nu was ik een seconde in beeld bij het shot in de richting van de Stationsstraat. Waar een mens trots op kan zijn.
Toen ik jaren terug een cameraploeg passeerde op Utrecht Centraal, kreeg ik eindelijk de beurt. Ze vroegen mij wat ik ervan vond dat de aangekondigde staking van maandag niet doorging. 'Goed, heel goed', zei ik.
's Avonds bij het kijken naar het 8-uur-journaal, liep ik net weg van het interview. Degene na mij had schijnbaar een diepzinniger antwoord, of een leuker smoeltje.

20 mei 2008

Kom eens uit die kast

Mannen die voor boekenkasten zitten. De kranten staan er vol mee. Vooral het NRC heeft een aardig handje om mannen met een stropdas voor hun boekenkast neer te zetten. De zaterdagbijlage is een populaire plekje. Voor pocketreeksen van Ooievaar en Aula, staren ze met een intellectuele blik de camera in. Het verschil van dromerige koeienogen die je nakijken als je een weiland langs fietst, kan ik nauwelijks maken
Natuurlijk vind ik het geweldig om de studeerkamer van een geleerde te zien. Ik kan echt niet met droge ogen kijken naar het lege studievertrek van de onlangs overleden socioloog J.A.A. van Doorn. De rommel in het hok van de Vlaamse intellectueel Etienne Vermeersch, ik puzzel uren op de foto in de veronderstelling dat ik een fenomenale gedachte uit die chaos kan halen. Maar al die halfbakken geleerden die versmolten zijn met de stoel in hun studeerkamer, zo voor hun boekenkast, een pen half weggekauwd onder de kin wippend? Nee.

In de tijd van Darwin was nog weinig mis met de studeerkamer...
Of die van Alexander von Humboldt...
Zelfs met die van Mario Praz is weinig mis mee...

27 april 2008

Twijfel die knaagt

Twee interviews in de Volkskrant van gisteren. Eén met Kees Fens zonder duidelijke reden, één met Kader Abdolah over zijn onlangs verschenen vertaling van de Koran en een beschrijving van het leven van de profeet.
De interviews vertoonden een grote overeenkomst: de twijfel die aan het schrijven knaagt. Je schrijft een prachtig stuk, bent ergens best tevreden. Je leest de tekst nog een keer en ziet alles wat er niet aan deugd. Verbeteren kan niet meer, want de verbeteringen die je kunt bedenken, zijn alleen maar verslechteringen. De twijfel geeft je een stomp recht in het gezicht. Ik kan niet schrijven, zie je wel, het deugd niet.
Kees Fens leest zijn stuk na en denkt 'wat ben ik saai, wat ben ik ongelofelijk saai'. Kader Abdolah vindt dat hij niet die Grote Schrijver is die hij altijd had willen worden. 'Ik ben onderweg. Met deze twee boeken heb ik mijn verleden nu verwerkt. Ik heb een fundament gelegd waarop ik verder kan.'
Twijfel vormt de zekerheid waarop het oeuvre is gebouwd. Het hoort bij het schrijven.

19 februari 2008

Wat vindt Harry Mulisch

Fidel Castro is vandaag officieel afgetreden. Wat vindt Harry Mulisch daarvan? Man bijt hond liet dit nieuws liggen, dus trok ik vanmiddag de stoute schoenen aan en ben hem gaan opzoeken. Toevallig was hij thuis in zijn riante woning aan het Leidseplein.
Hendrik-Jan: 'Meneer Mulisch, vandaag is Fidel Castro officieel afgetreden. Bijna vijftig jaar zwaaide hij de dictatorische scepter over Cuba. Wat vindt u van dit nieuws?'
Mulisch: 'Ach, het doet met niet zoveel. Vijftig jaar is lang.'
Hendrik-Jan: 'Maar u bent een fervent aanhanger van deze regeringsleider geweest. U ging zelfs in de jaren '70 naar Cuba.'
Harry: 'Ja, wat ik daarvan vind, kunt u in mijn boeken lezen.'
Hendrik-Jan: 'Zoals in De ontdekking van de hemel. U laat er zelfs een omvangrijke passage op het eiland spelen. U heeft zich weleens euforisch over hem uitgelaten.'
Harry: 'Dan moet u wel mijn boek aanhalen, nu haalt u er iets bij uit het boek van Elsbeht Etty.'
Hendrik-Jan: 'Sorry, ik heb dat boek laatst gelezen en De ontdekking ligt bij mij ergens op zolder in een doos.'
Harry: 'Meneer de journalist, doe u werk eens behoorlijk. Het is echt niet zo dat De ontdekking van de hemel onverkrijgbaar is. Het is moeilijker om aan het boek van Etty te komen, dan aan mijn boek.'
Hendrik-Jan: 'Excuses, meneer Mulisch, mijn oprechte verontschuldigingen, maar wat vindt u nu van het nieuws dat Fidel Castro is afgetreden.'
Harry: 'Kijk, er zijn schrijvers die zonder ziek te worden de tachtig halen, er zijn staatslieden en pausen die er wat meer moeite mee hebben. Wat Fidel en ik gemeen hebben is dat wel allebei tot onze dood ons werk willen blijven doen. Hem is dat niet gelukt en mij tot op heden ook nog niet, maar ik kan wel door schrijven en hij niet door regeren. Uiteindelijk zijn er ook genoeg schrijvers die tachtig werden, maar die evenmin een letter op papier kregen. Ik ben vitaal genoeg en aan inspiratie ontbreekt het niet.'
Hendrik-Jan: 'Maar wat vindt u nu dat uw grote vriend is afgetreden.'
Harry: 'Zoals u weet, kunt u in mijn werk lezen wat ik van Castro vindt. Daar is geen televisiecamera voor nodig. Bovendien vijftig jaar is een lange tijd, dus een mening groeit mee met de baard van meneer Castro..'
Hendrik-Jan: 'Maar,'
Harry: ' Genoeg, genoeg. Basta. Ik heb genoeg tijd verspild aan dit item. Dat u het niet voorbereid, is u kwalijk te nemen. We wisten al anderhalf jaar dat meneer Castro vroeg of laat afscheid zou nemen. Bovendien heeft mijn tachtigste verjaardag genoeg tijd van mij gevreten. Het leek mij eens tijd om te gaan schrijven wat ik van Castro vindt. Wist u dat ik al langer schrijf, dan hij regeert. Dan ziet u eens wie belangrijker is. Tot ziens meneer De Wit. Dag.'