Posts tonen met het label martin bril. Alle posts tonen
Posts tonen met het label martin bril. Alle posts tonen

22 april 2010

Rokjesdag

(Fotografie: Daphne Channa Horn, bron: flickr.com)

Het is een feestdag, wanneer hij ook valt. Dat schreef Martin Bril 20 dagen voor zijn dood over rokjesdag. De dag waarvan hij de naam heeft verzonnen is naar zijn eigen definitie: 'die ene dag in het voorjaar dat alle vrouwen als bij toverslag ineens een rok dragen, met daaronder blote benen.'

24 januari 2010

Vogeltelling

De mus scoort na jaren weer de hoogste plek op de jaarlijkse vogeltelling, meldt de website van RTL Nieuws. Het is het resultaat van de tellingen die afgelopen weekend door vogelliefhebbers zijn gedaan. De mus is de grote winnaar van de telling. Bij mij in de buurt onmiddellijk gevolgd door de spreeuw.

Hond in bed
Het mooiste verhaal over de vogeltelling is misschien wel van Martin Bril. Kort voor zijn overlijden, in de boekenweek, verscheen een bundeling van zijn mooiste dierencolumns onder de titel Mijn leven als hond. Op ontroerende wijze schrijft hij hoe zijn hond bij hem in bed kroop toen hij lag bij te komen van een chemokuur.

Kauwenpoten
Vandaag wist ik eerlijk gezegd niet dat het de jaarlijkse vogeltelling was. Anders had ik wellicht eventjes ter nagedachtenis van Martin Bril tussen negen en tien vanmorgen de vogels in mijn tuin geteld. Nu heb ik alleen Inge gewezen op het roodborstje in de boom achter onze schutting. Het was al middag. En ik zag de poten van de kauwtjes in de verse sneeuw toen ik vanmorgen de gordijnen opendeed. De merel die heel snel rondjes draaide op de leuning van de tuinbank, zag ik toen ik langs het raam liep om een kopje koffie te halen. Het dier vormde met zijn pootjes kleine rondjes in de sneeuw, maar het hout van het bankje bleef bedekt.

Vetbolletje
Maar geturfd heb ik niet. En ook geen vetbolletje opgehangen om de vogels te lokken. Laat staan dat ik gisteren een halve middag in de keuken in de weer was die bolletjes te fabriceren. En de verleiding om met de verrekijker naar de buurvrouw te kijken zou ik helemaal niet hebben gehad. Nee, dan zie ik liever een roodborstje.

Bovendien heb ik geen verrekijker.

26 april 2009

Meerkoeten en rokjesdag

Met de natuur is het net zoals met rokjesdag van Martin Bril. Eerst zie je er eentje en denk je heel snel 'zou het zover zijn?' Dan verschijnen ze ineens massaal aan je en blijft er geen twijfel mogelijk.

Tot vandaag had ik nog geen jonge vogels gezien. Het begon tegen het einde van mijn hardlooprondje, bij de Vivaldibrug. Daar openbaarde het eerste meerkoetjesgezin aan mij. Amper uit het ei gekropen, dobberden de rode koppies boven het water. Ik telde er vijf in de gauwigheid.

Ik rende de hoek om van mijn gracht en zag het tweede gezin meerkoetjes. De kleintjes kropen uit het nest als maden uit een kadaver en lieten zich zo in het water vallen. De ouders draaiden hun kop zenuwachtig om zich heen uit angst voor al het gevaar dat ineens zo dreigde. Niets was veilig meer.

Zo kan het gaan. Als je er eentje ziet, word je er opeens helemaal mee bedolven. Precies zoals met rokjesdag.

23 april 2009

Martin

Dan is het gebeurd. Het hing een beetje in de lucht, dat de jaren die het nog kon duren dagen werden, valt iedereen een beetje tegen. Kanker is een erge ziekte, ook als je het onder controle denkt te hebben, sluimert hij als een slapende vulkaan die plotseling erupteert.

Ik ben de hele dag een beetje verdrietig, voel ik. Zoals dat met schrijvers gaat sterft een goede vriend, die ik alleen maar van de letter ken. Het laatste jaar ben ik meer en meer een bewonderaar van hem geworden. Ik heb zelfs een beetje van hem geleerd, vind ik dan.

10 februari 2009

Vogel wat zing je vroeg

Februari is niet de maand van Martin Bril. Ik had het net gelezen vandaag op zijn blog. Mevrouw Bril geeft in de column van haar man juist een pleidooi voor de maand: de dagen worden langer; de zon hoe weinig hij ook schijnt, hij wint aan kracht; alles begint langzaam uit te lopen en 's ochtends hoor je de vogels weer.

Ik stapte uit de trein. De schemering sloeg al om zich heen. Recht voor mij zong een merel, hoog in de top van de boom. Omdat ik op het hoge station stond, was de merel bijna even hoog als ik. De vogel zwierde met de zang en de wind heen in weer in de dunne top. Ik genoot van het besef dat het de eerste merel was die ik hoorde zingen dit jaar.

Bij het wegzetten van de fiets kon ik het niet laten nog een keer flink te genieten van het riedeltje. Een mooie opening met een kwint omhoog, bijna onmogelijk, maar het dier floot het. Het klonk precies als het begin van het preludium in a van J.S. Bach (BWV 543). Zou Bach ook op een februaridag de eerste merel deze melodie hebben horen fluiten?


Ter vergelijking BWV543

17 december 2008

A. L. Snijders

Misschien omdat het een gesprek van niets was, Tommy Wierenga ernaast zat, of omdat de klik die Matthijs van Nieuwkerk met Martin Bril zocht, volledig mislukte. Ik vond het optreden van A. L. Snijders bij De wereld draait door dusdanig dat ik helemaal verlang naar zijn nieuwe bundel Bordeaux en ijs. Iemand die zo slecht te interviewen is, maar wel blijft stralen. Dat moet een topschrijver zijn.

Hij schrijft voor tweehonderd mensen die in zijn mailbox staan een kort verhaal en stuurt dat dan naar ze toe. Een fantastisch idee. Het doet mij denken aan het gedicht van de week. Elke week stuurde ik een gedichtje naar alle mensen die in mijn inbox stonden. Daar zaten groten bij, maar de meeste had ik geronseld in het café. Na het lange aandringen van mij, gaven ze uit puur meelij mij hun e-mailadres mee. Op een bierviltje geschreven, altijd met een fout in de naam zodat het mailtje met het gedicht alsnog nooit aankwam.

Snijders doet dat helemaal pretentieloos en gewoon uit vermaak voor zichzelf. Je moet natuurlijk ook in een boerderij in de Achterhoek wonen en geen gezeur van een baan aan je kop hebben. Anders lukt zoiets niet. Gewoon een kort verhaal, of zoals hij het noemt een zkv, iets als 'zeer kort verhaal'. Een haas die in de sloot springt, die honderdduizendste zonsondergang waarbij toch iets vreemds gebeurt, of een akkefietje met de fiets. Overal zit een verhaal in. Het is de kunst om ervoor te gaan zitten en het op te schrijven.

Snijders vertelde dat er op één of andere manier door een computer met pech duizend verhalen verdwenen waren. Hij nam zich niet de moeite de verhalen via digitale foefjes weer terug te krijgen. 'Ach, dan schrijf ik toch gewoon weer duizend nieuwe.'

Echt een schrijver die voor zichzelf schrijft... En voor zijn e-mailcontactpersonen. Misschien moet ik gewoon weer eens die contactpersonen uit mijn e-mailaccount eens een verhaaltje of gedicht toesturen. Gewoon voor mezelf.

14 oktober 2008

De zieke man

'Volgens mij heeft Martin Bril weer kanker.' Ik vertelde het Inge op een avond ergens in augustus. Mijn rss-feed had mij bij een column van hem gebracht. De zieke man stond er boven en het ging over een zieke man thuis. Er is voor een vrouw niets ergers dan een zieke man thuis.
Hij vertelt het nonchalant, tussen de regels door. Alsof er niets aan de hand is, een griepje, een lichte hoest, misschien een verkoudheid. Maar het is kanker, las ik. Het stond er niet zo. Misschien had Martin er bij het schrijven zelf nog niet aan gedacht.
Niemand had het erover, tot twee weken terug een heel enthousiast in NRC Next stond: Martin Bril is terug. Geruchten vertelden volgens de krant dat hij het niet meer zou redden, de kanker had hem opnieuw te pakken. Maar hij was er weer, terug en hoe. Een uitvoerige bespiegeling volgde en een vergelijking met internationale schrijvers van alure. Hoe hij van niets nieuws wist te maken en hoe knap dat was.
Voor mij is hij nauwelijks weggeweest. Op zijn weblog gingen de verhalen gewoon door, soms wat minder frequent, maar hij bleef schrijven. Allemaal konden we weten dat hij niet met vakantie was, maar voor zijn leven vocht. Een zieke man thuis. Soms een weekje niets en dan een kort stukje. Genoeg om af en toe even te kijken hoe het met hem ging.
Ik ben heel blij dat Martin Bril terug is. Gewoon omdat ik me zo in hem herken. Dan denk ik dat ik dat eigenlijk ook zou moeten kunnen. Rondrijden en een stukje schrijven. Iedere dag. Ach, waarom ook niet.

10 oktober 2007

Verdriet in Goor

Een immens plein waarop alle 13.000 Gorenaren moeten kunnen zitten, maar waar genoeg ruimte is om op te parkeren. Meer is de Höfte niet, vindt Wim de Bie op zijn Bieslog. Een oerlelijk nieuw stadhuis omhelst het plein. Veel meer dan een Blokker en een Scapino kan De Bie niet bespeuren nadat hij via de onder doorgang van het ultramoderne stadhuis de Groote straat heeft bereikt.
De Bie bezoekt Goor omdat hij nieuwsgierig is geworden. Een paar dagen eerder bezocht Martin Bril het Twentse gat en hij constateert: In Goor is niets. Op de Höfte eet hij een broodje haring bij het enige vertier op het grote plein: Vishandel Verdriet. De Bie is het oneens met Martin Bril, maar hij constateert pas thuis wat Goor heeft. Goor is de geboorteplaats van Bert Haanstra, Rutger Kopland en Tommy Wierenga. Daarom is het een belangrijkere plaats dan Martin Bril wil suggereren.
Beide heren vergeten het allerbelangrijkste van Goor: het Schoolfeest. Jaarlijks wordt eind juni een grote tent op het plein gezet. Daarom is het plein zo groot. Dat het gemeentehuis daar staat, is een gunst van de Goorse bevolking. Het is namelijk hun Schoolfeestplein. Het hele jaar door kunnen er auto's op parkeren of 13.000 Gorenaren op zitten, maar het plein is voor het Schoolfeest. Dat is het enige doel van dat plein.
De Bie en Bril hadden met deze wijsheid echt uit kunnen pakken. De grond is in 1938 door het echtpaar Jannink aan de Goorse bevolking geschonken en is eigendom van de gemeente. Wel is er één belangrijke voorwaarde: de weide moet blijven zoals het is, een plek voor het schoolfeest en andere evenementen. Daarom is het ultramoderne gemeentehuis van een ingewikkelde gang voorzien die doorgang kan bieden aan de bierwagen met het Schoolfeest. Het Schoolfeestbestuur beheert de grond en ging alleen akkoord met de definitieve aantasting van de weide als de aanlevering van bier gegarandeerd was.
Het heeft toch voordeel om een jaar verslaggever geweest te zijn in Goor, dan weet je meer dan Wim de Bie en Martin Bril samen! Over pretentie gesproken...