Voor een dichtwedstrijd schreef ik een gedicht over een binnenzee. Een toekomstbeeld dat even ver teruggaat als vooruitwijst met alle klimaatveranderingen in het vooruitzicht.
13 september 2024
Mammoeten en een binnenzee
Voor een dichtwedstrijd schreef ik een gedicht over een binnenzee. Een toekomstbeeld dat even ver teruggaat als vooruitwijst met alle klimaatveranderingen in het vooruitzicht.
12 februari 2017
Koude douche
In een brief aan zijn moeder schrijft de Russische schrijver Konstantin Paustovski over zijn fysieke gesteldheid. Hij stelt dat hij heel fit is er beter uitziet dan menig leeftijdgenoot. Hij heeft dit aan het volgende te danken:
| Misschien is dit te danken aan het feit dat ik al een tjid geleden ben begonnen mijzelf te harden: elke dag pleng ik koud water over mij heen, ik kleed me warm maar luchtig en toen wij nog in Soechoem en Batoem woonden, heb ik het hele jaar door in zee gezwommen. Daar ben ik sterker van geworden en mijn gebruikelijke griepjes en verkoudheden behoren nu geheel tot het verleden. (203) |
Het idee van de koude douche is niet nieuw. Het hard je en zorgt ervoor dat je beter bestand bent tegen virussen en andere kwaaltjes. Iets wat de dichter Konstantin Paustovski al constateert. Het helpt zeker om minder snel ziek te worden. Een koude douche doet daarbij wonderen. En wat Paustovski schrijft: het helpt goed aan de weerstand.
Zo trof ik laatst op Twitter een enthousiasteling aan voor wie de zee niet meer te koud is, na het lezen van een hedendaags adviesboek om de koude te omarmen. Wim Hof, alias de Iceman, geeft tips hoe je de kou kunt overwinnen.
We leven te warm wat alleen maar kwaaltjes teweeg brengt. Het helpt echt om af en toe een koude douche te nemen. Leuk om te zien dat Konstantin Paustovski deze bewering al vele jaren geleden deed.
Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel
10 mei 2016
Het schip als personage
Wie is eigenlijk de hoofdpersoon in Een vrouw van staal? De schrijver Corine Nijenhuis weet het schip bijna tot een personage te verheffen. Wat de titel natuurlijk ook zegt. Het schip bestaat echter niet alleen. De schipper die op het schip vaart, is net zo belangrijk. Zo ontstaat er een intense band tussen mens en vaartuig.
Zoals mannen tegen hun auto praten, zo heeft de schipper een band met zijn schip. En niet alleen de schipper, ook de schippersvrouw naar wie het schip dikwijls vernoemd is, heeft een diepe relatie met het schip. Het schip houdt hen drijvend. Het schip is hun bron van inkomsten.
De zoektocht van Corine Nijenhuis is ook naar de oorsprong van het schip dat ze gekocht heeft. In de proloog beschrijft ze dat de eigenaar moeilijk afscheid van zijn schip kan nemen. Het schip heeft een ziel gekregen door de eeuw die het op de Nederlandse wateren vaart. Daarbij is er verschrikkelijk veel op de klipper gebeurd. Er zijn mensen op het schip overleden en er is een kind overboord geslagen en verdronken. Heftige gebeurtenissen die zo’n schip extra lading geven.
Daarom wil de schipper er niet zomaar afstand van doen. En hij wil het aan echte liefhebbers overdragen. Geen koopjesjagers, maar mensen die de klipper naar waarde weten in te schatten. Als je het boek over de Henriëtte leest, krijg je liefde voor dit bijzondere schip en de mensen die erop gevaren hebben. Niet alleen een ontzettend mooie kop heeft het schip, maar ook een overweldigende geschiedenis. De geschiedenis van meer dan een eeuw binnenvaart.
Dat leert de schrijver en eigenaar van deze klipper. Ze schrijft met liefde over het schip. Met zoveel liefde dat je als lezer niets anders wenst dan dat die 2 aan het eind van het verhaal bij elkaar komen. Als een roman, waarbij je zelfs begrip kunt opbrengen voor de enigszins wantrouwige houding die schipper Leen de Jong heeft. Zeker als de taxateur het schip kritisch doorneemt en daarmee de indruk wekt dat de kopers op zoek zijn naar een koopje.
Ze is zeker niet op zoek naar een koopje, ze gaat op zoek naar de historie van dit bijzondere schip en schrijft er een boek over. Een grotere liefde is bijna niet mogelijk.
Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel
03 mei 2016
Turen in de tegenwind - Omzwervingen (2)
We fietsen verder naar de 2e uitkijkplek. Hier turen we door de verrekijkers en krijg ik een hele groep lepelaars in het vizier. Ik wijs naar de witte watervogels en als Doris ze te pakken heeft, telt ze de buit: het zijn er 6.
De koeien zijn er niet. Ze zijn in de kroeg, stelt Doris. Ik geniet van de bloesem, het koolzaad in bloei en ook de kiemende blaadjes uit de vele bomen. Het voorjaar begint echt door te dringen, al steekt de temperatuur daar iets achter. Het geeft niks, de kou is goed te doen. Net als de regenbuien die af en toe passeren. We blijven best droog, vinden we.
We zien weer de beversporen, omgeknaagde boomstammen en platgeslagen riet. Het is misschien brute vernielzucht, maar als zo’n schattig beestje dat doet… De veertjes op de houtschilfers maken het beeld alleen maar schattiger.
In de hut bij de plas, is het rustig. Alle luikjes zijn dicht. De wind is venijnig op deze plek. Als je naar buiten kijkt, traant je oog vrijwel meteen. We turen met vochtige ogen in de tegenwind. Het is veel te koud voor de ijsvogel. Of de wind houdt hem weg. Het water is te onstuimig om vis te kunnen vangen.
Verderop op het kleine eilandje in de plas, staan de aalscholvers. Ze spreiden de vleugels. Het ziet er iedere keer weer zo imposant uit. We turen door de verrekijker en zoeken naar de kolonie verderop in de bomen. De bomen lijken leeg, waarschijnlijk zijn de jongen al zelfstandig naar het eilandje gevlogen.
Zo rijden we even later weer weg en fietsen langs het gemaal, het wilgenbos en de sluis weer naar huis. Een grote hond stormt op mij af als ik langsrijd. De bazen roepen. Ik trek mijn been op in een reflex, maar ben gelukkig sneller dan de hond.
Als we dan langs de vaart rijden geniet ik van de stilte. We komen bijna niemand tegen. Iedereen vindt het blijkbaar te koud om naar buiten te gaan, terwijl de zon al zo veelbelovend is. Ik heb er alle vertrouwen in. Straks wordt het warmer en gaat het verder. Want alles bloeit weer op, de natuur viert de lente al helemaal!
29 april 2016
De dood van een schipper
Een van de meest aangrijpende passages in Een vrouw van staal is het moment dat de schipper Adrianus afscheid neemt van zijn schip de Alfons Marie 1. Het echtpaar Adrianus en Petronella Vermeulen vaart op hun schip. Ze varen op de wind, maar het schip maakt plotseling een zwaai.
De schipper Adrianus is in elkaar gezakt en zwenkt mee op het stuurrad waaraan hij vastzit met zijn schipperstrui. Vlak na de dood van de schipper, trekt een zeemist – ´zeevlam´ – over de Zeeuwse wateren. Zijn zoon Jan legt zijn vader in het lege ruim en vaart door de dichte mist naar de thuishaven van de schipper:
| De meeste schippers werden direct na hun dood naar het dichstbijzijnde kerkhof gebracht; terugvaren naar de thuishaven met een ruim vol goederen voor een andere bestemming was onbestaanbaar. Maar het ruim van de Alfons Marie 1 was leeg en de thuishaven niet ver. Petronella was ervan overtuigd dat het een gebaar van God was. Een teken dat ze haar echtgenoot terug naar Roosendaal moesten brengen om hem daar, naast zijn dode kinderen, te ruste te leggen. (87) |
Jan moet het schip door de dichte mist zien te brengen naar de thuishaven. De verteller beschrijft op aangrijpende wijze deze vaart met de dode schipper aan boord. Het is een lange vaart, maar ze worden gastvrij onthaald in Roosendaal.
Bij de sluizen wordt het schip naar binnen getrokken door de sluiswachters en de klipper wordt door een paard de haven van Roosendaal ingetrokken. De overleden schipper wordt geëerd en het schip komt toe aan zijn zoon Jan.
Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel
28 april 2016
Woeste Zuiderzee
Naast de vaart over de Zeeuwse wateren voert de klipper Alfons Marie 1 ook door andere zeeën. Zo varen de eerste schippers langs de westkust van Nederland en over de Zuiderzee. Na de watersnoodramp in 1916 wordt de Zuiderzeewet in de kamer aangenomen. Dat betekent de afsluiting van de binnenzee.
Hoe onstuimig het op de Zuiderzee kon zijn, bewijst het verhaal in hoofdstuk 7 getiteld ´De vliegende zee´. Hier weet de schrijfster Corine Nijenhuis de roerige binnenzee treffend te omschrijven. Het verhaal maakt grote indruk, zeker ook omdat de verteller heel treffend de angsten van de schippersvrouw Huiberdina verwoordt.
Het is in de winter van 1923, schipper Jan Vermeulen vaart uit Amsterdam naar de Zuiderzee om een lading over te brengen naar Friesland. Hij bespreekt met zijn schippersknecht Marinus welke route ze zullen bevaren voor de oversteek. De semafoor in Enkhuizen geeft aan dat er een depressie op komst is, maar er is geen alarmering.
Tegen de waarschuwing van zijn vrouw Huiberdina, wagen ze de oversteek, maar komen in noodweer terecht. Hij weet nog op tijd het anker te laten zakken, maar het weer is zo onstuimig dat het anker losslaat. Nu zijn de rapen gaar. Het schip tolt stuurloos op de hoge golven van de Zuiderzee:
| De storm het licht verzwolgen. De hemel was een deinende massa van vaalzwart en purper. Het leek al avond, hoewel de middag nog niet half gevorderd was. De wolken braakten water. Het vermengde met de stuivende zee tot een zoute nevel die de wereld nog dieper verduisterde. De klipper tolde op de golven. Nu wind en stroming vrij spel hadden, werd het schip heen en weer gesmeten alsof het wrakhout was. De gangboorden waren onzichtbaar, water kolkte over de luikenkap, het achterdek was spekglad. Toen Jan het stuurrad bereikt had, greep hij de lijn die bij de bolder lag, hij knoopte het om zijn middel en bond het andere eind aan de stuurkolom. Wijdbeens probeerde hij zijn evenwicht te hervinden, vechtend om het wiel onder controle te krijgen. (151/152) |
Met hulp van zijn knecht weet hij het schip weer tot bedaren te krijgen. Het kleine lapje stormfok vooraan de klipper krijgt weer vat op het schip. Zo manoeuvreert Jan zijn zwaarbeladen schip door de storm over de Zuiderzee naar Friesland. Zijn vrouw Huibertina verschijnt aan dek, wit van angst en apathisch. Ze dreigt in zee te springen. Jan weet haar te redden en brengt haar in het leefgedeelte van de klipper, de roef.
Daar besluit Jan om het schip te verkopen aan zijn knecht. Martinus is dolgelukkig met de klipper en vaart voornamelijk over de Zeeuwse delta. Vooral in de peeëntijd weet hij de klipper uiterst handig te besturen en tussen de getijden door in te laden met suikerbieten. Zo begint het schip weer een nieuw leven met een nieuwe eigenaar en een nieuwe naam: Annigje.
Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel
26 april 2016
Scheepsbenamingen
De biografie van een schip noemt Corine Nijenhuis haar boek Een vrouw van staal. Het is een interessant verhaal over de Nederlandse binnenvaart die aan het begin van de 20e eeuw over een heel gevarieerde delta voer.
Zijn nu de kanalen en de grote rivieren de belangrijkste verkeersaders, in de tijd waarin de Alfons Maria wordt gebouwd zijn de Zeeuwse wateren en de Zuiderzee ook het terrein van de binnenvaart.
In Een vrouw van staal komt bovendien een flinke hoeveelheid nautische informatie voorbij. De benamingen van de verschillende delen van het schip bijvoorbeeld: roef, kluiver, kluiverboom, fok, vleugel, gaffel, den en romp.
Het helpt dan wel mee dat voorin het boek 2 zijaanzichten van de klipper zijn te zien, verspreid over de 2 periodes van de klipper: als zeilschip en na de ombouw tot binnenvaartschip. Gedurende het boek raak je meer en meer vertrouwd met de verschillende scheepskundige begrippen.
Dan verbaas je je niet meer over passages als deze:
| Vorige zomer, in 1946, toen er net genoeg staal was geweest om de kapotgevaren kop te vervangen, was op de werf niet alleen het loopdek boven boven het ruim verwijderd, maar ook dat van stuurhut en roef. (268) |
Daarmee geeft Corine Nijenhuis een mooie inkijk in een eeuw Nederlandse geschiedenis vanaf het water. Ze leert je meteen ook enkele begrippen> Het maakt de scheepvaart minder geheimzinnig dan ze lijkt.
Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel
25 april 2016
Een vrouw van staal
Een heuse biografie over een binnenvaartschip is het boek Een vrouw van staal. Het verhaal van een klipper uit 1901 die gedurende haar vaart van meer dan een eeuw de hele binnenvaart heeft zien veranderen. Aan de hand van het schip Henriëtte speurt Corine Nijenhuis naar de geschiedenis van deze klipper.
Ze ontdekt dat het schip uit 1901 anders heette bij haar doop. Het schip droeg toen de naam Alfons Marie 1. De eerste eigenaar en opdrachtgever van de bouw was Adrianus Vermeulen.
Het schip was voor de Zeeuwse wateren ontworpen. Niet zo verwonderlijk met de thuishaven Roosendaal. Wat wel verwonderlijk is, is de leeftijd van de schipper. Op een leeftijd waarbij de meeste schippers met pensioen gaan, kiest hij het ruime sop met zijn nieuwe klipper.
De biografe geeft een beeld van de bijzondere ladingen en routes die het schip door het Nederland aan het begin van de 20e eeuw aflegt over de Nederlandse wateren. Bovendien schaft de oude Adrianus nog een klipper aan voor zijn kinderen, de Alfons Marie 2.
Na zijn dood voert zoon Johannes met zijn vrouw Huiberdina op het schip. Een veel minder ondernemend persoon dan zijn vader. Hij is bovendien gezegend met een bijzonder eigenwijs karakter. En verkiest soms de eer boven het geld.
Het levert een indrukwekkend verhaal op over honger en kwelling op. Als ze in de haven bij Zwartsluis liggen en niet meer de Zuiderzee op kunnen vanwege de teruggelopen handel. Noodgedwongen moeten ze met honger de kerstdagen doorbrengen op Protestantse wateren. De handelaren in Zwartsluis gunnen de katholiek schipper niet een vracht.
Als ze eindelijk weten te ontsnappen uit de haven, zonder vracht, zien ze in het Volkerak een bekend schip tegemoet komen:
| Ver voor hen doemde de boeg van een klipper op. Het schip was vol getuigd, de zeilen strak in de wind. Hoog stak de mast de grijze lucht in, de vanen wapperden. Huiberdina had haar herkend nog voor ze de naam lezen kon; het was de Alfons Marie 2 die in vol ornaat op hen afzeilde. (136) |
Na alle ellende in het protestantse Zwartsluis, is de thuiskomst een buitengewone bevrijding uit de benarde positie waarin ze verkeerden. Even verderop in het verhaal komt de knecht Marinus Beije op even wonderlijke wijze aan boord van de klipper. Hij stond langs de waterkant te zwaaien en mag aan boord van de Alfons Marie 1.
Dat is de concessie die de schrijfster Corine Nijenhuis doet aan het verhaal van de klipper. Het is een geromantiseerd verhaal waarbij ze sommige momenten aangrijpt uit de werkelijke historie van het schip. Het levert anders een te saai verhaal op vol opsommingen.
Nu vertelt ze in Een vrouw van staal een prachtig ontroerend verhaal van een bijzonder aspect uit de Nederlandse nautische geschiedenis. Dat is alleen maar te vertellen in een literair verhaal. Een verhaal die gelijk doet denken aan de romans over de scheepvaart zoals Arthur van Schendel die schreef met Het fregatschip Johanna Maria.
Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel
23 juli 2015
Stadsstrandje
De warme middagzon braadt worstjes aan de waterkant. Het is een drukte van belang aan die kant van het strandje. Het gedeelte waar de barbecue niet is, is veel rustiger. Er staat een zacht windje. De lange zomerjurken houden zo genoeg warmte vast om de huid niet in kippenvel te veranderen.
Op het strandhuisje ‘floot’ een paar jaar terug nog een gitarist met tekst de voorbijgangers na. Er stond bij dat hij zeker een liedje zou zingen als hij niet een muurschildering was. Nu is het hokje witgekalkt en al het leven eruit gehaald.
Een meisje loopt met een badhanddoek rond haar middel het hokje binnen. De deur laat ze openstaan op een kier. ‘Marc Rutte is een homo’ staat op de deur geschreven met dikke zwarte viltstiftletters. Als dat is wat overblijft na een schoonmaakbeurt, dan zou ik toch liever de oude kunst kiezen.
Op het bruggetje stop ik en kijk ik het water in. Soms staan er jongeren op het bruggetje en springen van daaraf het water in. Een mooie duikplank en het water lijkt er diep genoeg voor. Levensgevaarlijk, vindt rijkswaterstaat. Een paar weken geleden spraken ze er avontuurlijke kinderen op aan op het jeugdjournaal.
Drie meisjes in bikini lopen naar het bruggetje toe. Ze zijn druk in gesprek. Hun lichamen sidderen zachtjes mee bij elke stap die ze zetten. Ze lijken zich er niet van bewust te zijn. Als ze midden op het bruggetje staan, kijken ze naar beneden. ‘Hier durf ik echt niet af’, zegt er eentje. Ze staat met een roodverbrande rug naar mij toe. De andere gebaart naar de andere kant. ‘Nee, daar ook niet.’
Ze lopen het bruggetje over en gaan het talud af in de richting van het water. Voorzichtig gaat een meisje op het waterkant staan. Ze houdt zich vast aan een vriendin en laat haar voet langzaam zakken. ‘Iiiee, het is echt koud.’
Haar vriendin bukt zich al en gaat zitten op de houten rand die het water van het land scheidt. Ze laat haar voeten in het water vallen en volgt daarna zelf met een plons. ‘Het valt best mee hoor’, zegt ze en ze zwemt weg van haar vriendinnen aan de waterkant in de richting van het strandje waar ze vandaan kwamen.
17 juli 2014
Fietswrakken
Laat op de avond voer de schoonmaakboot door de gracht. De scherpe punten van dregvork aan de voorzijde staken dreigend vooruit. De bootschroef woelde het water los. Het water vertroebelde van de beweging. Achter het schip dreef een donker spoor in het water.
Elk jaar rond deze tijd vaart deze schipper door de gracht. Hij ontdoet de gracht van afval. Zo maakt hij de vaarwegen weer begaanbaar. Vanmorgen bij het uitlaten van de honden, zag ik de fietswrakken die hij uit het water had gevist.
Rechts van het bruggetje waren ze uit het water getakeld en lagen ze opzichtig op de waterkant. Bemodderd en verroest. Niet meer te herkennen als fiets, na een maandenlang verblijf onder water.
Vanmiddag was de collectie aangevuld met een boot. Het scheepswrak lag bij de fietswrakken. Net zo toegetakeld. Een laagje water op de bodem van de boot, vertelde dat hij lek was. Daar viel niet veel eer meer te behalen.
Ik genoot van het gezicht over de fietswrakken. Niet dat ik zou wensen dat daar mijn fiets lag, maar de berg oud roest maakte het tot een heus monument van afval. De fietsen waren niet veel meer waard. Alleen de oud-ijzerboer kan er nog wat plezier uit halen.
Waarom die Polen afgelopen winter dit kostbaarste metaal in het water lieten liggen? Te zwaar en waardeloos om mee te nemen? Of waren ze op zoek naar ander zwart goud.
16 oktober 2013
Weer een halfjaar tegenaan
De regen heeft een grote plas op het grasveld gemaakt. De eenden en meeuwen uit de buurt drijven erin alsof het hun privé-vijver is. In het midden van de groep ‘drijfsijzen’ staat een kauwtje.
Hij neemt een flinke duik in het water en schudt zijn veren in het nat. Zo plonst hij het regenwater in rond. Weer een duik en weer schudt de donkere vogel het water alle kanten op.
Dan komt hij overeind en wappert uitvoerig zijn vleugels droog. De eenden kijken met mededogen naar de donkere vogel. Dan laat hij zich nog een keer in het water zakken en komt tevreden en genoegzaam omhoog.
Ik zie hem denken. ‘Zo we kunnen er weer een halfjaar tegenaan.’ Precies die woorden die Frans van Man bijt hond ook zegt als hij na het poedelen uit de rivier de Moezel stapt. Hij is samen met zijn neef ‘Lytse Frans’ op Duitslandreis.
Dan fladdert de donkere kauw op uit de regenpoel en vliegt naar een paaltje dat tegenover het fietspad ligt, naast het echte water, maar daarin kan hij niet staan.
De meeuwen staan met hun hoge poten in de poel en staren de vogel na. Gewend aan elke dag nat. Daarvoor zijn het ook ‘drijfsijzen’.
31 augustus 2013
Eendenkroos
De gracht voor ons huis is de laatste maand helemaal groen uitgeslagen van de eendenkroos. Soms trekt een vaarspoor van eenden door het groen heen. Vanmorgen zag ik de familie zwaan door de gracht zwemmen. Keurig achter elkaar. Vader voor, moeder achter en de twee kuikens tussen hen in. Vader trok het spoor. De anderen volgden keurig in het uitgezette spoor.
In deze warme maand zie je het kroos groeien. Soms ontstaat een wak omdat de eenden het opeten. Die beesten moeten in een heus luilekkerland leven. Overal is te eten in ruime mate. Ze trekken zelf het spoor van het leeggegeten bord. Wat niet lukt bij gras – of je moet het met wortel en al opeten – lukt wel bij eendenkroos.
Ik heb mij laten vertellen dat je het ook zelf kunt eten. Ip het water van het kikkerpoeltje in de achtertuin drijft ook een flinke laag kroos. Soms neemt Saartje er een hap uit op zoek naar een verstopte kikker. Ik heb zelf ook eens een hapje kroos geprobeerd. Er zat niet veel smaak aan, maar als alternatief voor sla kan het er prima mee door.
24 april 2013
Tumult bij kikkerpoel
Bij het komen van de jonge puppies vorig jaar, plaatste ik een houten vlondertje over de kikkerpoel. Ik moest er niet aan denken dat de jonge hondjes zouden verzuipen op hun ontdekkingstochten. Net als dat ik de onderkant van de poort voorzag van een extra latje om te voorkomen dat ze daar onder zouden kruipen.
We zaten vanmiddag zo lekker in de tuin en het leek mij wel weer eens goed het poeltje van de houten bedekking te ontdoen. ‘Wat zouden ze gaan doen?’ vroeg ik Inge nog. ‘Ik denk dat ze er lekker uit gaan drinken’, antwoordde ze.
Ze gingen er inderdaad uit drinken. Daarnaast waren ze erg geinteresseerd in de blaadjes die op het wateroppervlak dreven. Ze hapten gretig naar de herfstbladeren. In al het enthousiasme ging Teuntje zelfs nog een stapje verder. Ze krabbelde met haar pootje in het water, boog iets naar voren en viel er met een plons in.
Voor het verzuipen hoefden we niet bang te zijn. Ze was er sneller uit dan dat ze erin gevallen was. Het koude bad weerhield haar niet om verder te gaan met haar activiteit.
16 februari 2013
Symfonie van smeltwater

Heerlijk hoe het smeltende water van de vlonder in de plas viel. Het klonk als muziek in de oren. De dunne waterstralen geven een hoge klank af. De combinatie van de waterstralen laten een heuse symfonie aan klanken horen.
Ik loop met de honden. Ze vinden het best interessant om de verte in te kijken. Voor het smeltwater hebben ze geen oog, meer voor de blaffende honden aan de andere kant van de plas.
De hoeveelheid sneeuw die er een week ligt, smelt vlug. De smalle gootjes in de planken voeren het water efficient af. Waarom het zo duidelijk te horen is, komt omdat als het regent de regen deze dunne waterstraaltjes royaal overstemt. De stilte in het park doet de rest.
Zo geniet ik van de dooi en fantaseer hoe het straks in de zomer hier uitziet. Hoe de bruinverbrande mannen en vrouwen hier op de vlonder pootjebaden. Vergetend dat het hier winter was en het smeltwater wegstroomde met hoge tonen.
28 januari 2013
Ontdooien

De hele wereld ontdooit. Een koude en kille wereld verandert in een heuse natte bende. De paden transformeren in een modderig karrenspoor. De velden lijken weer drassige moerassen en op het ijs in de gracht, ligt een dun waterlaagje. Buiten verandert van harde substantie in een natheid. En dat gaat niet van de ene dag op de andere, daarom glibber ik voort. Een stap lijkt meer op een glijpartij dan een heuse voetstap.
Een paar dagen terug prees een facebook-vriend het strooibeleid van de gemeente Tilburg. Nu kon zijn dochter schaatsen in de straat. In Almere is het park verandert in een schaatsbaan. Wel met heel schokkerige vormen van voetstappen, hondenpootjes en fietsbanden. Sommige stukjes krijgt de voet geen enkele grip op de ondergrond. In de tijd van de vorst stapte je gewoon door de ribbels sneeuw heen. Maar nu zijn ze verandert in heuse ijsbergen met puntige uiteinden.
Een vrouw probeert met haar fiets door de ijsmassa te komen. Achter haar fiets hangt een fietskarretje. De kinderen in het karretje schudden alle kanten op. Een kind achterop de bagagedrager jengelt. ‘Omdat mama denkt dat het verderop beter is’, roept moeder geirriteerd.
Wij lopen verder. Ik kies de zijkant van het pad. Daar is het ijs beter begaanbaar dan op het verharde pad. Een dun laagje ijs ligt op het pad en maakt het tot een heuse glijbaan. De honden vinden het geweldig en glibberen op hun pootjes vooruit. Een glijer is niet erg, maar juist leuk. Ze hebben genoeg poten om de schade op te vangen.
Dan komen we bij een grote plas aan. Voor de vorst kwam, lag het hele park vol met grote plassen. De plassen waren bevoren en later bedekt door het ijs. Zo viel het allemaal wat minder op. Maar het was er wel. Het ijs op de plas begint te smelten. De sneeuw is al verdwenen. De koude plas heeft het smeltwater weer opgevroren, waardoor het ijs een grijze tint heeft gekregen.
Er stroomt een heus beekje van smeltwater uit de grote plas. Over het pad heen heeft zich een watervalletje gevormd. Het water stroomt naar het lager gelegen gedeelte aan de andere kant van het pad. De honden genieten. Ze happen het ijs op. Saartje graaft in het ijs op zoek naar het frisse water. Zo levert zelfs een ontdooiende wereld plezier op voor een jeugdige teckel.
27 januari 2013
Dooi
Zo snel als de wereld wit werd, wordt de wereld weer groen en kaal. De grond komt weer in zicht, net als de plassen water. Het park verandert in een grote modderpoel. De paadjes zijn weer zichtbaar en bestaan niet meer uit het spoor voetstappen in de sneeuw.
Op het ijs in de grachten drijft een laagje water. De hemel spiegelt op het natte ijs. Op sommige plekken ligt nog een dun laagje sneeuw dat zich nog niet gewonnen wil geven. Een slee staat op het ijs. De zitting is kapot en een deel van de ijzers is in elkaar gezakt.
De zon schijnt haastig door het wolkendek heen. Soms is een glimp van de lichtbol op te vangen. Maar dan is hij weer snel achter het pak wolken verdwenen. Een echtpaar voert de grote zwanen in het park. Een zwerm meeuwen is niet van het lekkere maaltje weg te houden. Ze schreeuwen in duikvlucht neer op de hompen brood die het echtpaar in de lucht gooit.
Het sprookje is voorbij. Ik weet weer hoe regen voelt en modder dat tegen je broekspijpen opspat. De winter maakt plaats voor een voorjaar waarvan de knop nog zoek is. De nachtvorst loert nog. Net als de regen die genoegzaam valt alsof er niks anders geweest is.
26 oktober 2012
Krijsen, gillen en roepen
De meeuwen krijsen over het water. Een vrouw laat haar hond uit. Het beest holt meters voor haar uit de branding in. Een oude vrouw loopt haar tegemoet. Het dier vliegt blaffend op haar af en laat pootafdrukken in haar donkere jurk achter. De eigenaresse van de hond roept het dier.
De hond heeft lak aan de lokroep. Andere dingen lokken hem veel meer. Een jongen met een vlieger. Of een andere hond die angstig wegrent. Mij kan niks gebeuren. Zijn bazinnetje schalt zijn naam over het strand. Hij loopt weg. Weer de gil. Hij duikt op een andere hond die hem grommend begroet. Uitdagend rent het dier de branding in.
Aan de boulevard staat een oudere man. Hij kijkt naar de vrouw met de hond, schudt geergerd zijn hoofd. Achter hem begint een auto te gillen. Tandwiel schuurt op tandwiel. De man schrikt. Het petje op zijn hoofd schiet een eindje omhoog. Hij draait zich om en loopt gejaagd naar de auto.
Met een ruk trekt hij het portier open. ‘Je moet de koppeling laten opkomen als je hem in de versnelling zet’, schreeuwt de man. De vrouw achter het stuur kijkt hem hulpeloos aan. ‘Eerst de koppeling indrukken.’ De man buigt naar voren en wijst naar de voeten van de vrouw. Hij maakt een schakelbeweging met zijn hand. ‘Dan de versnelling, dan koppeling laten opkomen.’
Hij smijt het portier dicht. De auto gilt opnieuw. ‘Je snapt het gewoon niet’, schreeuwt de man moedeloos. De vrouw gebaart met haar armen omhoog. De auto maakt nu helemaal geen geluid meer. De man loopt geirriteerd weg. Dan wordt hij tegengehouden. Voor hem staat een hond te blaffen. Hij roept iets naar de vrouw beneden op het strand.
Dan ineens begint de motor van de auto te draaien. De vrouw schakelt, laat de koppeling opkomen en rijdt weg. Haar man staat voor paf. Hij kijkt de auto na terwijl de hond tegen hem blaft. Achter hen gilt het bazinnetje moedeloos. Wie weet luistert haar hond ook een keer.
29 september 2012
Verstopte dakgoot

Ergens in de zomer begon het: bij een hoosbui overstroomde de dakgoot. Eerst dachten we nog dat het aan de hoosbui lag, maar later overstroomde hij ook als het een normale bui was. Dagen na de regenbui was de dakgoot gevuld met water.
Misschien zit het bovenin, dachten we. Uit het raam hangend, trok ik met een bezem langs het verbindingspunt tussen dakgoot en afvoer. Het water klotste over de rand van de goot heen. Er gebeurde weinig. Alleen stroomde het water royaal langs de afvoerpijp naar beneden. Aan het eind van de dag was de goot leeg.
Bij elke regenbui kletterde het water de 7 meter uit de dakgoot naar beneden. Op de hoek het ergste. Daar stroomde een heuse waterstraal naar beneden. Midden in de verse grond van het moestuintje in aanleg. De grond klonterde binnen een week samen tot een amorfe massa.
De kauwtjes lieten zich afschrikken door het kanaal voor hun huis. Ik zag ze met een plons het water induiken en in de holte onder het dak verdwijnen. Die kwamen vrijwel dagelijks met een nat pak thuis.
Misschien moet je het vuil er bovenin uithalen, zei Inge. Ik zette de trap dapper neer en zou die klus wel even klaren. De trap haalde de dakgoot niet. Ik probeerde een dappere poging maar ontdekte ergens halverwege dat de goot wel erg hoog was. Ik liep langs het raam van de eerste verdieping. Het was nog een hele weg. En hoe kon ik ooit in die dakgoot kijken als ik op de bovenste trede stond. Ik droop weer af naar beneden.
Nog een poging een dag en een regenbui later, kwam ik een paar tredes hoger. Maar het was nog altijd niet hoog genoeg. Het werd tijd voor rigide maatregelen. ‘Straks moet de hele boel uitgegraven worden’, zei ik. Ik zag de bui al hangen.
Een kennis zou wel even kijken en er iets opleggen zodat de bladeren niet meer in de afvoer zouden komen. Hij kwam niet, maar de overstromingen bleven en werden zelfs iedere keer sterker. Met een aardige bui, hoosde de goot over en viel een flinke plons water recht naar beneden. De verse grond van de moestuin spatte op. Zo sterk dat de muur onderop helemaal zwart zag.
Dat kon echt niet. We moesten maar een ander middel inzetten en op zoek naar een loodgieter die voor ons wilde kijken. Ik kreeg rode dollartekens in mijn ogen. Dat zou geld gaan kosten. Een eigen huis levert meer ellende op dan voordeel, dacht ik. De hypotheek drukt zwaar op de maandelijkse lasten. En het levert weinig op. Bovendien mag je bij elk wissewasje mannetjes bellen in de hoop dat zij het voor een acceptabel bedrag oplossen.
Inge ging aan de slag, belde het ene bedrijf na het andere. Niemand kon een prijsindicatie geven – we moeten het zien voor we iets kunnen zeggen –, tot iemand uit Amstelveen het wel voor 130 euro wilde doen. Na afloop contant betalen. Die middag was nog wel een gaatje.
Ze had het geld net gehaald en het busje stond al in de straat. Helemaal geen ladder of afvoerdekseltje. ‘Mevrouw het heeft helemaal geen zin om zo’n ding te installeren. Dan kunt u elk jaar bladeren uit de dakgoot scheppen.’ Hij keek met afgrijzen naar boven en pakte ee n boor. Hij draaide een gat in de afvoer, hengelde er wat troep uit. ‘Mevrouw pas op’, riep hij nog. Waarna het water uit het kleine gaatje spoot zoals bij een brandweerspuit. Het hele stukje stoep voor het huis lag onder water. Tot aan de drempel van de voordeur stond het.
Daarna wurmde de loodgieter een ontstopper door het gaatje in de afvoer. In de bocht van de afvoer had zich een enorme massa bladeren en ander vuil verzameld. Hij moest er flink voor duwen en trekken om het eruit te krijgen. ‘Ik denk dat ik erdoor ben’, zei hij. Daarna liet hij een gieter water leeglopen in het boorgaatje. Het liep weg.
Hij incasseerde de 130 euro en gaf zijn garantie. Als de goot nog steeds verstopt zit, komen ze terug. En verdween van het werkje. Een halfuurtje was hij bezig geweest. Ik had het er niet zelf voor kunnen doen. Hoeveel tijd zou ik er niet mee bezig zijn geweest? Daar wil ik even niet aan denken.
17 augustus 2012
Rondvaart door Almere

Een rondvaart in eigen stad. Het is heerlijk om toerist te spelen in eigen stad. Vorig jaar had ik het al op mijn verlanglijstje voor mijn verjaardag staan. Helaas ging het toen niet door. Nu kreeg ik het: een rondvaart met Almere Veertje.
We vertrokken met de boot Almere Haven van 12 uur vanaf de Esplanade. Over het Weerwater op weg naar de eerste stop. Zo kregen we een paar mooie beelden te zien van onze woonplaats. Vanaf het water ziet de stad er anders en imponerend uit.

Het is sowieso verstandig Nederland vanaf het water te ontdekken. Steden als Rotterdam en Amsterdam zien er vanaf de waterkant heel anders uit. Je krijgt een nieuwe indruk van steden. Ook ontdek je een wezenlijke functie van het water: als verkeersaders.
Nu gleden we onder tunneltjes door waar we normaal overheen fietsen. Ook tuurden we naar gebouwen en huizen vanuit gezichtshoeken die we anders niet zo snel maken. Het water is lager en biedt een veel ruimtelijkere omgeving. Met de lage begroeiing langs de waterkant lijkt het of niemand achter die bossages woont. Terwijl ik wel beter weet.
Ook hoor je nog eens wat. Bijvoorbeeld dat de elektriciteitsmasten die dwars door de stad lopen de oude Hanzeroute volgen die de schepen over de Zuiderzee voeren. Of dat bij het Weerwater ook bevers zwemmen. Ze hadden een wilgenboom al om gekregen. En schildpadden aan de oevers liggen te zonnen. Ook hoorde ik waarom er zo’n strakke route over het Weerwater loopt. Er groeit veel gras in het water. Op de plek van de route is het mooi kortgeknipt.

In de pauze gingen we dineren in de authentieke Diner van Almere, de Gateway. Het is het oudste gebouw van Almere. We aten er een authentieke hamburger. Het smaakte goed en anderhalf uur later pakten we de volgende boot. Ik werd nog toegezongen ook. Een beter verjaardagscadeau kun je niet wensen.
02 juni 2012
Het eendje
Op Eerste Pinksterdag zag ik moedereend met liefst 6 kuiken om zich heen dobberen. De kleintjes waren net uit het ei gekropen, zo fijngebouwd en zacht zagen ze eruit. Gisteren bij het lopen over de gracht met de honden, zwom moedereend met slechts 1 nakomeling achter zich aan.
De verklaring van deze reductie in 5 dagen tijd, liet niet lang op zich wachten. Wat verderop in de gracht gooide iemand brood voor de eendjes in het water. Moedereend zag het, vloog op en liet haar jong in de steek. Het diertje piepte hoog en trappelde als in een versneld tekenfilmpje met de pootjes in een schietvaart vooruit.
Het mocht niet deren. Moeder genoot 100 meter verderop van de broodkruimels terwijl haar kleine naar haar zocht. Ondertussen vloog een kluw kokmeeuwen over het water. Het waren niet de gevaarlijksten weliswaar, maar gevaarlijk genoeg voor het prille leven. Het dier schoot nog altijd vooruit als een speedboot en liet een smal spoor na in het water.
De meeuwen hoorden het gepiep en keken aandachtig over het water. Ze kregen het lekkere hapje in de gaten. Het zwom in hun snavel. Niet het water liep in de mond, maar het eten zelf peddelde erin. Ze vormden zich tot een heuse aanvalsformatie en trokken vlak over het water. De poten raakten bijna het wateroppervlak, de snavel scheerde als een schorpioen vooruit.
Het eendje verdween uit mijn zicht toen de meeuw overvloog. Waar het dier was, geen idee. De vogel had hem niet. Ik speurde over het water en zag het kuiken iets verderop bij de waterplanten weer opduiken. Hij was zijn vijand te slim af geweest door onder water te duiken. Hij peddelde opnieuw heel snel met de pootjes. Het diertje vloog piepend en pijlsnel in de richting van zijn moeder. Volgegeten en opgelucht zwom het herenigde gezin verder.
































