| Volle treinen en overvolle perrons in India (foto: india.targetgenx.com) |
Posts tonen met het label station. Alle posts tonen
Posts tonen met het label station. Alle posts tonen
31 december 2010
NS kijk eens in India
08 september 2010
De straat is een riviertje
Het water stroomde als een riviertje door de straten van Den Haag. Terwijl de regen met bakken uit de hemel viel. Voor de meeste wandelaars viel hier niet veel meer aan te doen dan te schuilen. Mijn trein zou echter op het voorgeschreven moment vertrekken en ik maakte snel de afweging tussen een nat pak of later thuis. De uren zijn al zo kostbaar, zodat ik snel een wegwerpponchoo uit mijn tas hengelde.
Labels:
den haag,
den haag centraal,
regen,
station,
straat
25 augustus 2010
Van de zomer en de dingen die voorbij gaan
Best confronterend als de zon steeds later opkomt. Stond een week of 2 de opkomende zon nog een stuk noordelijker op dit tijdstip, nu schuift hij meer en meer naar het echte oosten. Ik word ook meer en meer getuige van het ochtendgloren en ik besef dat het niet lang meer duurt of ik verlaat in totale duisternis het huis om aan het einde van de dag in totale duisternis terug te keren.
Labels:
almere,
almere muziekwijk,
station,
trein,
zonsopkomst
06 augustus 2010
De zon, het park en de gouden bocht

Eigenlijk is een zonsopkomst veel mooier dan een zonsondergang. Zeker op zo'n mooie zomermorgen als vanmorgen. Er is geen mens op straat. Het is nog zomervakantie. Op mijn hele weg naar het station kwam ik slechts 1 tegenligger tegen.
Labels:
almere,
almere muziekwijk,
den uylpark,
ns,
park,
station,
zonsopkomst
10 mei 2010
Van werk naar station
Beschrijving van 10 minuten rennen en vliegen van Buitenhof naar Centraal
De laatste glazen schuifdeur door. Hop, de troittoirband af, stukje asfalt en hop nieuwe troittoirband over, de tramrails, een wissel, stapjes tussen de rails door op de steentjes, weer de band, asfalt en nog een keer. Hop verder, langs de viskraam. Een man eet een harinkje, houdt het beest boven zijn hoofd en hapt.
Labels:
buitenhof,
den haag,
den haag centraal,
diederik samson,
forensen,
lopen,
stad,
station
08 april 2010
01 april 2010
De Openbaar Vervoerterminal
De wind heeft ook gespeeld met de fietsenrijen voor het station Den Haag Centraal. De rijen die eerder rechtop stonden en alleen smalle doorgangetjes voor de gehaaste reizigers boden, zijn verdwenen. Een dominospel van fietsen is hier geweest, want overal liggen fietsen verspreid.
23 maart 2010
Treinapplicatie
Elke treinreiziger wil zijn eigen treinreis managen. Zeker reizigers die vaak hetzelfde traject bereizen op hetzelfde tijdstip. Nu is er een vernuftige applicatie op de iPhone, die een goed reisadvies kan geven. Maar of dit afdoende is?
De applicatie zie je op een treinstation in werking treden. Je moet dan wel even opletten. Als op een overvol perron een groep reizigers heel hard wegrent, zonder dat het omroepsysteem iets omgeroepen heeft, of op de borden iets is veranderd, dan is er iets gebeurd op de iPhone. De iPhone-applicatie reageert namelijk sneller dan het informatiesysteem van de Nationale Spoorwegen.
Lees mijn blog verder op Romae's blog popolo.nl >>
De applicatie zie je op een treinstation in werking treden. Je moet dan wel even opletten. Als op een overvol perron een groep reizigers heel hard wegrent, zonder dat het omroepsysteem iets omgeroepen heeft, of op de borden iets is veranderd, dan is er iets gebeurd op de iPhone. De iPhone-applicatie reageert namelijk sneller dan het informatiesysteem van de Nationale Spoorwegen.
Lees mijn blog verder op Romae's blog popolo.nl >>
Labels:
applicaties,
informatie,
iphone,
mobieltje,
ns,
reizigers,
station,
trein,
vertraging
19 maart 2010
Je spreekt met je zoon
Hij loopt als een ijsbeer over het perron, van het ene spoor naar het andere. In zijn handpalm ligt een mobieltje. Hij speurt de adressen af, drukt een knop in en duwt de telefoon tegen zijn oor. De trolleykoffer staat ergens in het midden van het perron, in de buurt van het rode bankje. Hij loopt naar het ene spoor, keert zich om en loopt weer terug.
Zo bij je
'Goedemorgen Pa. Je spreekt met je zoon. Stond je nog onder de douche?' De man heeft moeite om een zin te beginnen. Hij herhaalt de eerste letter een paar keer, waarna de rest van de zin vloeiend verloopt. Het klinkt als een auto die lastig starten wil. De man staat nu even stil. Zijn jas valt open en een buik, rond als een ballon, wijst puntig vooruit door de opening.
Hij loopt naar de rails van het ene spoor, tuurt tegen de donkere tunnelwand en draait zich weer om. 'Ben je al aangekleed?' Het is even stil. De man stopt, hij legt zijn vrije hand op de buik. 'Dan zou ik dat maar gauw doen, want ik ben zo bij je.' Hij loopt weer naar de andere kant van het perron en kijkt schuin naar beneden. 'Ja, ik sta nu op het station en denk dat ik er over een uur of 2 ben.'
Huwelijk
Hij kijkt norsig om zich heen. 'Nee, ik ben alleen.' Hij is weer even stil. 'Maar je moet je wel aankleden, anders dan red je het niet.' Het grijze shirtje dat hij draagt, zorgt ervoor dat de bolling van de buik nog sterker wordt geaccentueerd tegen de donkere opengevallen jas. 'En zaterdag komen we met z'n allen, want dan is je 60-jarige huwelijk.' De man zoekt duidelijk naar een einde. 'Schiet nou maar op, want over 2 uur ben ik bij je.' Het uitspreken van de 'sch' verloopt hortend en stotend. De andere kant van de lijn sputtert. 'Nee, ik ben alleen en sta op het station. Ik ben er zo.'
De telefoon trekt hij van zijn oor los en tuurt op het display van zijn mobieltje. Hij zoekt het rode telefoontje om de verbinding te verbreken. Drukt op de knop, draait zich naar zijn koffer en duwt de stang naar de grond. De trolley komt los van de vloer en rolt achter hem aan. Er klinkt nog iets van 'tjongejonge'. Zijn gezicht kijkt omhoog, op het informatiebord. Dan loopt hij met het spoor mee, naar voren.
Zo bij je
'Goedemorgen Pa. Je spreekt met je zoon. Stond je nog onder de douche?' De man heeft moeite om een zin te beginnen. Hij herhaalt de eerste letter een paar keer, waarna de rest van de zin vloeiend verloopt. Het klinkt als een auto die lastig starten wil. De man staat nu even stil. Zijn jas valt open en een buik, rond als een ballon, wijst puntig vooruit door de opening.
Hij loopt naar de rails van het ene spoor, tuurt tegen de donkere tunnelwand en draait zich weer om. 'Ben je al aangekleed?' Het is even stil. De man stopt, hij legt zijn vrije hand op de buik. 'Dan zou ik dat maar gauw doen, want ik ben zo bij je.' Hij loopt weer naar de andere kant van het perron en kijkt schuin naar beneden. 'Ja, ik sta nu op het station en denk dat ik er over een uur of 2 ben.'
Huwelijk
Hij kijkt norsig om zich heen. 'Nee, ik ben alleen.' Hij is weer even stil. 'Maar je moet je wel aankleden, anders dan red je het niet.' Het grijze shirtje dat hij draagt, zorgt ervoor dat de bolling van de buik nog sterker wordt geaccentueerd tegen de donkere opengevallen jas. 'En zaterdag komen we met z'n allen, want dan is je 60-jarige huwelijk.' De man zoekt duidelijk naar een einde. 'Schiet nou maar op, want over 2 uur ben ik bij je.' Het uitspreken van de 'sch' verloopt hortend en stotend. De andere kant van de lijn sputtert. 'Nee, ik ben alleen en sta op het station. Ik ben er zo.'
De telefoon trekt hij van zijn oor los en tuurt op het display van zijn mobieltje. Hij zoekt het rode telefoontje om de verbinding te verbreken. Drukt op de knop, draait zich naar zijn koffer en duwt de stang naar de grond. De trolley komt los van de vloer en rolt achter hem aan. Er klinkt nog iets van 'tjongejonge'. Zijn gezicht kijkt omhoog, op het informatiebord. Dan loopt hij met het spoor mee, naar voren.
Labels:
afluisteren,
mobieltje,
schiphol,
station,
telefoon
18 maart 2010
Kwijt
Hij loopt voor me en verlaat de fietsenstalling, steekt de eerste weg over en stopt abrupt voor hij de tweede uitstapplaats van de taxi's op gaat. Hij kijkt naar beneden, naar de straat, naar zijn schoenen.
Zijn ogen speuren de grond af. Een hand is in zijn jaszak en voelt de hoeken en de gaten af. De man twijfelt, wil zich omdraaien. De ogen die rond zijn schoenen de straat af speuren, kijken mee met zijn vingers, de andere hand gaat de andere jaszak in.
Dan duikt de rechterhand, onder de stof van zijn jas door, de broekzak in. Opnieuw speurt zijn hand de hoekjes van de zak na. Zijn ogen kijken mee. Vertwijfeld, wil de man omdraaien. Staat hij toch niet op slot? Zijn gezicht verschiet nauwelijks, maa de hand verlaat zijn broekzak. Zijn gezicht trekt weer omhoog en kijkt vooruit. Hebbes. Trefzeker beent hij in de richting van de stationshal.
Zijn ogen speuren de grond af. Een hand is in zijn jaszak en voelt de hoeken en de gaten af. De man twijfelt, wil zich omdraaien. De ogen die rond zijn schoenen de straat af speuren, kijken mee met zijn vingers, de andere hand gaat de andere jaszak in.
Dan duikt de rechterhand, onder de stof van zijn jas door, de broekzak in. Opnieuw speurt zijn hand de hoekjes van de zak na. Zijn ogen kijken mee. Vertwijfeld, wil de man omdraaien. Staat hij toch niet op slot? Zijn gezicht verschiet nauwelijks, maa de hand verlaat zijn broekzak. Zijn gezicht trekt weer omhoog en kijkt vooruit. Hebbes. Trefzeker beent hij in de richting van de stationshal.
Labels:
almere centraal,
fietsenstalling,
kwijt,
man,
schoenen,
station
16 maart 2010
Fietsenstalling
Op het station Almere Centrum is een nieuwe fietsenstalling. Een campagne waarbij iedere dag een papiertje aan mijn fiets bengelde, attendeerde mij hierop. De plek waar mijn fiets nu stond, mocht vanaf maandag 15 maart niet meer worden gebruikt.
Mijn fiets zou vanaf die dag in de prachtige fietsenstalling 50 meter verder gestald moeten worden. Het pijltje op de folder suggereerde dat ik vanaf maandag slechts een paar stappen verderop mijn fiets mocht wegzetten. De nieuwe fietsenstalling was de mooiste van Nederland en zelfs gedeeltelijk overdekt.
Balanceren
De fiets zou vanaf die dag veilig en droog staan. Geen toestanden meer rond dat stationsplein, struikelen over fietsen en smalle paadjes waartussen je moet balanceren tussen de omgevallen fietswrakken door. Er zou een klein paradijsje ontstaan.
Enig nadenken nadat ik halverwege op weg naar huis het papier tussen mijn fietsspaken had weg losgewrongen, leerde mij dat het helemaal niet zo ideaal was. De fietsenstalling staat voor mij aan de andere kant van het station. Daar kun je fietsend niet komen. Je moet omrijden en geen 50 meter, maar toch snel een meter of 300. Dat kost snel een paar minuten extra.
Net gehaald
Ik merkte het gisteren onmiddellijk, de trein die ik moest halen, haalde ik maar net. Maar mijn fiets stond droog onder het station, vlakbij een pilaar van de spoorbrug.
Bij aankomst terug regende het. Ik liep tevreden naar mijn fiets. Deze stond immers droog. Ik had niets te vrezen. Geen nat zadel meer en de fietstassen bleven ook ontzien. Ik liep in de richting van mijn fiets de stalling binnen. Mijn fiets stond precies onder de scheiding tussen twee balken. Een grote waterstraal viel naar beneden en spatte midden op mijn zadel uiteen. Het leek wel of iemand een emmer leeggooide boven mijn fiets. Het water gutste langs mijn fietstassen. Een koude douche viel op mijn rug toen ik de fiets uit het slot haalde en de ketting moeizaam los wrong.
Mijn fiets zou vanaf die dag in de prachtige fietsenstalling 50 meter verder gestald moeten worden. Het pijltje op de folder suggereerde dat ik vanaf maandag slechts een paar stappen verderop mijn fiets mocht wegzetten. De nieuwe fietsenstalling was de mooiste van Nederland en zelfs gedeeltelijk overdekt.
Balanceren
De fiets zou vanaf die dag veilig en droog staan. Geen toestanden meer rond dat stationsplein, struikelen over fietsen en smalle paadjes waartussen je moet balanceren tussen de omgevallen fietswrakken door. Er zou een klein paradijsje ontstaan.
Enig nadenken nadat ik halverwege op weg naar huis het papier tussen mijn fietsspaken had weg losgewrongen, leerde mij dat het helemaal niet zo ideaal was. De fietsenstalling staat voor mij aan de andere kant van het station. Daar kun je fietsend niet komen. Je moet omrijden en geen 50 meter, maar toch snel een meter of 300. Dat kost snel een paar minuten extra.
Net gehaald
Ik merkte het gisteren onmiddellijk, de trein die ik moest halen, haalde ik maar net. Maar mijn fiets stond droog onder het station, vlakbij een pilaar van de spoorbrug.
Bij aankomst terug regende het. Ik liep tevreden naar mijn fiets. Deze stond immers droog. Ik had niets te vrezen. Geen nat zadel meer en de fietstassen bleven ook ontzien. Ik liep in de richting van mijn fiets de stalling binnen. Mijn fiets stond precies onder de scheiding tussen twee balken. Een grote waterstraal viel naar beneden en spatte midden op mijn zadel uiteen. Het leek wel of iemand een emmer leeggooide boven mijn fiets. Het water gutste langs mijn fietstassen. Een koude douche viel op mijn rug toen ik de fiets uit het slot haalde en de ketting moeizaam los wrong.
Labels:
almere,
almere centrum,
fiets,
fietsenstalling,
nederlandse spoorwegen,
ns,
station
04 januari 2010
Klarenbeek
Klarenbeek, voor mij is het niet veel meer dan een stationnetje midden in een weiland. Ik stond er op een dag in mei, ergens in 2000 stil in treintje dat van Apeldoorn naar Zutphen reed.
Ik zag vandaag Klarenbeek langskomen in een item van Man bijt hond. Nu geen station, maar een geitje dat op sterven lag. Het dier kon niet meer overeind komen en mekkerde heel triest. Ik dacht ƩƩn ding bij het zien van het dier dat meer dood dan levend was: als het dier zwanger is en aan Q-koorts leidt, dan mogen de anderen gelijk mee naar het mortuarium.
En ik dacht aan het gedicht dat ik in 2000 schreef over mijn ervaring op het station van Klarenbeek. Ik zocht het even op en eigenlijk kan het best nog gepubliceerd worden. Het komt uit een tijd dat ik geĆÆnspireerd op het voorbeeld van Gerrit Komrij een jaar eerder, wekelijks een gedicht schreef en de wrange vrucht naar een vijftigtal mensen per e-mail verstuurde. De inspiratiebron zat ook bij de lijst en hij merkte eens op dat het aardige niemendalletjes waren. Een groter compliment kun je niet krijgen.
Klarenbeek
Van Apeldoorn naar Zutphen, de stoptrein
Stopt bij de halte die Klarenbeek heet
Voordien had ik van dit plaatsje geen weet
Het perron provisorisch langs de lijn
Vanuit het groen komt onzichtbaar geblaat
Door de boomruis ruikt een barbequegril
Het kroos in de sloot ontsluit -ietwat stil-
Zo, dat ‘t moeder en haar kleintjes doorlaat.
Laat mij daar de lokroep van geluk horen
Het gebrom van de dieselmotor lijkt
Te verdampen om niet teveel te storen.
Mijn hoofd steek ik nog verder het raam uit
Overal waait geluk totdat het wijkt
Voor die hinderlijke conducteursfluit.
Leiden, 9 mei 2000
Er zijn mensen die vinden dat het 'gedicht van de week' moet terugkomen, maar na het lezen van dit gebeuren, vind ik het nog steeds een zeer goede beslissing dat ik er destijds mee gestopt ben.
Ik zag vandaag Klarenbeek langskomen in een item van Man bijt hond. Nu geen station, maar een geitje dat op sterven lag. Het dier kon niet meer overeind komen en mekkerde heel triest. Ik dacht ƩƩn ding bij het zien van het dier dat meer dood dan levend was: als het dier zwanger is en aan Q-koorts leidt, dan mogen de anderen gelijk mee naar het mortuarium.
En ik dacht aan het gedicht dat ik in 2000 schreef over mijn ervaring op het station van Klarenbeek. Ik zocht het even op en eigenlijk kan het best nog gepubliceerd worden. Het komt uit een tijd dat ik geĆÆnspireerd op het voorbeeld van Gerrit Komrij een jaar eerder, wekelijks een gedicht schreef en de wrange vrucht naar een vijftigtal mensen per e-mail verstuurde. De inspiratiebron zat ook bij de lijst en hij merkte eens op dat het aardige niemendalletjes waren. Een groter compliment kun je niet krijgen.
Klarenbeek
Van Apeldoorn naar Zutphen, de stoptrein
Stopt bij de halte die Klarenbeek heet
Voordien had ik van dit plaatsje geen weet
Het perron provisorisch langs de lijn
Vanuit het groen komt onzichtbaar geblaat
Door de boomruis ruikt een barbequegril
Het kroos in de sloot ontsluit -ietwat stil-
Zo, dat ‘t moeder en haar kleintjes doorlaat.
Laat mij daar de lokroep van geluk horen
Het gebrom van de dieselmotor lijkt
Te verdampen om niet teveel te storen.
Mijn hoofd steek ik nog verder het raam uit
Overal waait geluk totdat het wijkt
Voor die hinderlijke conducteursfluit.
Leiden, 9 mei 2000
Er zijn mensen die vinden dat het 'gedicht van de week' moet terugkomen, maar na het lezen van dit gebeuren, vind ik het nog steeds een zeer goede beslissing dat ik er destijds mee gestopt ben.
Labels:
dichten,
gedicht van de week,
Gerrit Komrij,
klarenbeek,
man bijt hond,
station
02 december 2009
Huisarts
Ik liep het station uit en haalde mijn fiets uit het fietsenrek bij het station. De deuren floten dicht boven mij op de spoordijk. Het treinstel trok in een gillende snelheid van mij en mijn fiets weg. Ik moest mijn fiets met wat kracht en tact verlossen van de remkabel van de fiets ernaast.
Eindelijk stond ik daar en ik zag een bekend gezicht het fietsenhok in lopen. Ik herkende de korte sik, het kortgeknipte haar en het smalle gezicht. Hij spande zich in om de fiets erin te krijgen en had hem al vaststaan nog voordat ik hem kon passeren.
Wie is die man toch? vroeg ik mij af. Ik kon het antwoord niet bedenken. Ik had hem nog maar zo kortgeleden ontmoet. Was het voor een interview van het ƩƩn of ander? Of was ik hem gewoon ergens maar kort tegen gekomen bij het hardlopen of zo. Ik wist het echt niet meer.
Pas vele honderden meters verder daagde het in mijn geheugen. Het was mijn huisarts, een Vlaming waarbij ik een maand of twee geleden op bezoek was. Hij is nu zo'n twee jaar mijn huisarts en ik had hem nog nooit ontmoet. 't Was verder niet ernstig, wel een heikele kwestie. Maar ik vond het nogal een 'plezante' vraag, zo bij de eerste ontmoeting.
Hoe snel een huisarts buiten zijn gezondheidscentrum een normaal mens. Daar kan geen heikele kwestie tegenop.
Eindelijk stond ik daar en ik zag een bekend gezicht het fietsenhok in lopen. Ik herkende de korte sik, het kortgeknipte haar en het smalle gezicht. Hij spande zich in om de fiets erin te krijgen en had hem al vaststaan nog voordat ik hem kon passeren.
Wie is die man toch? vroeg ik mij af. Ik kon het antwoord niet bedenken. Ik had hem nog maar zo kortgeleden ontmoet. Was het voor een interview van het ƩƩn of ander? Of was ik hem gewoon ergens maar kort tegen gekomen bij het hardlopen of zo. Ik wist het echt niet meer.
Pas vele honderden meters verder daagde het in mijn geheugen. Het was mijn huisarts, een Vlaming waarbij ik een maand of twee geleden op bezoek was. Hij is nu zo'n twee jaar mijn huisarts en ik had hem nog nooit ontmoet. 't Was verder niet ernstig, wel een heikele kwestie. Maar ik vond het nogal een 'plezante' vraag, zo bij de eerste ontmoeting.
Hoe snel een huisarts buiten zijn gezondheidscentrum een normaal mens. Daar kan geen heikele kwestie tegenop.
Labels:
fietsstalling,
huisarts,
mensen,
station,
trein,
zorggroep almere
20 mei 2009
Lekker chillen
Ze reden in een heerlijk traag vaartje voorbij. Chillen noemen ze dat. De achterste jongen trapte en stuurde, de andere jongen zat voorop, op het frame van het stuur. Hij liet zich taxiƫn terwijl zijn vriend achterop in het zweet des aanschijns zijn meters verdiende met trappen.
'Hallo meneer', zei de lifter toen ik passeerde. Ik knikte en mompelde iets dat een groet moest voorstellen. 'Lekker naar het werk', vervolgde hij. 'Nee joh', corrigeerde zijn vriend. Het ene been ging naar beneden en het andere kwam weer omhoog. Hij was weer een paar meter vooruit. 'Hij komt terug van het werk. Hij gaat naar huis.' 'Zo is het', bevestigde ik.
Het moet er leuk uitgezien hebben de man in het oranje bloesje met een rugzak op de rug. 'Ik ga lekker uitrusten van het werk', vervolgde ik. 'Nou meneer doe rustig aan', ving ik op. De jongens sloegen linksaf het fietspad naar de kinderboerderij in. 'Lekker chillen', zei de jongen terwijl hij het goede voorbeeld af. 'Jullie ook hĆØ.'
'Hallo meneer', zei de lifter toen ik passeerde. Ik knikte en mompelde iets dat een groet moest voorstellen. 'Lekker naar het werk', vervolgde hij. 'Nee joh', corrigeerde zijn vriend. Het ene been ging naar beneden en het andere kwam weer omhoog. Hij was weer een paar meter vooruit. 'Hij komt terug van het werk. Hij gaat naar huis.' 'Zo is het', bevestigde ik.
Het moet er leuk uitgezien hebben de man in het oranje bloesje met een rugzak op de rug. 'Ik ga lekker uitrusten van het werk', vervolgde ik. 'Nou meneer doe rustig aan', ving ik op. De jongens sloegen linksaf het fietspad naar de kinderboerderij in. 'Lekker chillen', zei de jongen terwijl hij het goede voorbeeld af. 'Jullie ook hĆØ.'
14 mei 2009
Flirten
'Hoi schat', klonk het onder het nieuwe treinviaduct van Houten. De bouwmachines hamerden op de achtergrond en vlak langs mij fietste een meisje voorbij. Ze had de opmerking net zo laat in de gaten en draaide haar hoofd nog om. Een man met een veiligheidshelm op het hoofd zwaaide zijn hamer in plaats van zijn hand alleen. Ze negeerde zijn attentie en fietste hard door naar school.
Het flirten hangt in de lucht. Een paar dagen geleden hing een conducteur uit de deur van zijn vertrekkende trein. De andere deuren waren gesloten. 'Dag duifie', riep hij naar de conductrice van de trein waar ik net uit kwam. Ze ging niet op zijn avances in. 'Ja, ja', gebaarde ze snel. 'Ga nou maar.'
Ze houden er niet van, al die flirterij. Zeker niet van dat opzichtige. Ik heb mij eens laten vertellen dat ze er stiekem wel van genieten. Dat sommige vrouwen hun ouderdom eraan afmeten en met kort rokje bij een steiger gaan staan in de hoop op gefluit.
Het flirten hangt in de lucht. Een paar dagen geleden hing een conducteur uit de deur van zijn vertrekkende trein. De andere deuren waren gesloten. 'Dag duifie', riep hij naar de conductrice van de trein waar ik net uit kwam. Ze ging niet op zijn avances in. 'Ja, ja', gebaarde ze snel. 'Ga nou maar.'
Ze houden er niet van, al die flirterij. Zeker niet van dat opzichtige. Ik heb mij eens laten vertellen dat ze er stiekem wel van genieten. Dat sommige vrouwen hun ouderdom eraan afmeten en met kort rokje bij een steiger gaan staan in de hoop op gefluit.
Labels:
flirten,
houten,
station,
station houten,
trein
09 april 2009
Pizzaconventie
Een grote pizzadoos rust op mijn handpalm. Alsof niemand het zou opmerken staat er ook nog eens in koeienletters het woord 'pizza' op de doos vermeld. Iemand zou eens op het krankzinnige idee kunnen komen iets anders in de doos te stoppen.
Ik heb het gevoel dat iedereen mij aanstaart. Een pizza koop je als je langer blijft werken op kantoor. Als je zoals ik langer gewerkt hebt en op het station loopt, dan behoor je een patatje te eten. Ik trek me weinig aan van deze conventie e, trek het deksel van de dooos open en neem heerlijk de partjes van mijn Magarita.
Ik heb het gevoel dat iedereen mij aanstaart. Een pizza koop je als je langer blijft werken op kantoor. Als je zoals ik langer gewerkt hebt en op het station loopt, dan behoor je een patatje te eten. Ik trek me weinig aan van deze conventie e, trek het deksel van de dooos open en neem heerlijk de partjes van mijn Magarita.
09 maart 2009
Spotten
Hij stond op de rand van het perron, een tasje hing over zijn schouder en deinde losjes op de wind. In de halve minuut dat ik zijn rug zag, passeerden vijf verschillende treinen. Zijn geluk kon niet op, fluisterde zijn rug mij toe. Het kale kruintje, dat van kruispunt tussen alle haren een kale rotonde geworden was, glimlachte erbij.
Hoe het verhaal verder afloopt, weet ik ook niet, want een trein, een zesde model, kwam tussen mij en hem in.
Hoe het verhaal verder afloopt, weet ik ook niet, want een trein, een zesde model, kwam tussen mij en hem in.
Labels:
man,
spotten,
station,
trein,
utrecht centraal
23 februari 2009
Half perron
Labels:
forensen,
houten,
ns,
station,
station houten,
trein,
treinreis,
verbouwing
19 februari 2009
Hippe monturen uitzwaaien
De trein suisde met hoge snelheid langs. 'Dat maakt een hoop herrie met een hoorapparaat', zei een oudere dame tegen haar gezelschap. Het was een eveneens ouder echtpaar, zestigers schatte ik zo snel. Genietend van de vut, eindelijk vrij onder het mom van mag ik ook genieten, ik heb er hard voor gewerkt en met van die hippe monturen waarmee je alle zestigers de laatste paar jaar ziet lopen.
Zijn haar was precies een centimeter lang. Haar haren vielen minder slordig dan van de vrouw met het hoorapparaat. 'Nou', zei de man. 'Je woont een stuk beter dan waar je eerst woonde.' De vrouw met het hoorapparaat hield het goede oor blijkbaar in zijn richting. Ze zweeg. 'Ik bedoel dat andere dat was toch echt niks, zo ver weg van alles.' De achterlichten van de trein werden steeds kleiner in de lijn naast het perron achter haar. Ze schudde met het hoofd. 'Ik woonde daar niet slecht, alleen ik kon daar niet meer blijven.'
De vrouw met de hippe bril probeerde de verkeerd vallende opmerking van haar man recht te breien. 'Hij bedoelt dat je daar zo afgelegen zat.' 'Ik had mooi uitzicht', sprak ze tegen met een lichte afkeer in haar stem. 'Je zit hier erg goed, zo lekker dicht bij het centrum.' Hij wees naar de bouwput op en rond het station. 'En het is echt een keurig huis, zeker als je het vergelijkt met eerst.'
De vrouw van het hoorapparaat en het nieuwe huis, mompelde iets buiten mijn richting, waarna de man maar over het carnaval begon. 'Dit weekend begint het. Ik hoop dat het een beetje rustig blijft in de trein.' Dit jaar zou hij niet gaan, hij had het wel gezien. Als je dan toch ging, moest je naar Groesbeek, het Nederlandse Keulen. 'Als het om optocht gaat', vervolgde hij.
De drie koplampen van de stoptrein kwamen naderbij. De vrouw met het hoorapparaat stond met de rug naar mij toe. Haar slordig gekapte haren waren helemaal grijs en lichtten een beetje gelig op. Ze gaf de man een hand. 'Goede reis naar huis.' Hij mompelde iets van dat het gezellig was.
Ik verwachtte dat ze de vrouw met de hippe bril een zoen zou geven. Ze kwamen nauwelijks dichter bij elkaar dan hun handen reikten en gaven een afstandelijk handje. Ik zag van deze afstand dat de hand niet stevig was. 'En heel veel plezier volgende week in de sneeuw. Ik hoop dat je lekker kunt wandelen en zo.' De vrouw met de hippe bril maakte er een beweging bij alsof ze een langlaufstok in iedere hand vasthield. Het zouden ook van die Nordicwalk-stokken kunnen zijn. De trein stond stil en het echtpaar stapte in. De vrouw met de grijzen haren liep al van ze weg. Een zwaai kon er niet meer af. Naar het betere plekje, lekker dicht bij het centrum.'
Zijn haar was precies een centimeter lang. Haar haren vielen minder slordig dan van de vrouw met het hoorapparaat. 'Nou', zei de man. 'Je woont een stuk beter dan waar je eerst woonde.' De vrouw met het hoorapparaat hield het goede oor blijkbaar in zijn richting. Ze zweeg. 'Ik bedoel dat andere dat was toch echt niks, zo ver weg van alles.' De achterlichten van de trein werden steeds kleiner in de lijn naast het perron achter haar. Ze schudde met het hoofd. 'Ik woonde daar niet slecht, alleen ik kon daar niet meer blijven.'
De vrouw met de hippe bril probeerde de verkeerd vallende opmerking van haar man recht te breien. 'Hij bedoelt dat je daar zo afgelegen zat.' 'Ik had mooi uitzicht', sprak ze tegen met een lichte afkeer in haar stem. 'Je zit hier erg goed, zo lekker dicht bij het centrum.' Hij wees naar de bouwput op en rond het station. 'En het is echt een keurig huis, zeker als je het vergelijkt met eerst.'
De vrouw van het hoorapparaat en het nieuwe huis, mompelde iets buiten mijn richting, waarna de man maar over het carnaval begon. 'Dit weekend begint het. Ik hoop dat het een beetje rustig blijft in de trein.' Dit jaar zou hij niet gaan, hij had het wel gezien. Als je dan toch ging, moest je naar Groesbeek, het Nederlandse Keulen. 'Als het om optocht gaat', vervolgde hij.
De drie koplampen van de stoptrein kwamen naderbij. De vrouw met het hoorapparaat stond met de rug naar mij toe. Haar slordig gekapte haren waren helemaal grijs en lichtten een beetje gelig op. Ze gaf de man een hand. 'Goede reis naar huis.' Hij mompelde iets van dat het gezellig was.
Ik verwachtte dat ze de vrouw met de hippe bril een zoen zou geven. Ze kwamen nauwelijks dichter bij elkaar dan hun handen reikten en gaven een afstandelijk handje. Ik zag van deze afstand dat de hand niet stevig was. 'En heel veel plezier volgende week in de sneeuw. Ik hoop dat je lekker kunt wandelen en zo.' De vrouw met de hippe bril maakte er een beweging bij alsof ze een langlaufstok in iedere hand vasthield. Het zouden ook van die Nordicwalk-stokken kunnen zijn. De trein stond stil en het echtpaar stapte in. De vrouw met de grijzen haren liep al van ze weg. Een zwaai kon er niet meer af. Naar het betere plekje, lekker dicht bij het centrum.'
Labels:
babyboomers,
bezoek,
carnaval,
doof,
groesbeek,
hoorapparaat,
houten,
station,
zestigers
18 februari 2009
Snerpende stem
De stem snerpt door de donkere ochtend. Het spoorviaduct is de klankkast van deze klaroenstem. Je proeft dat de lucht zich door het nauwe gaatje van de stembanden perst. Ook als je probeert niet te luisteren, hoor je de stem toch.
'Ja, dat is zeker niet om te lachen', vertelt ze de Spitsuitdeler. Ik moet mij tussen hem en haar wringen om een krantje te bemachtigen. 'Ze hebben hem geschorst.' Het gesprek gaat verder, ik probeer mijn saldo van de Chipknip op te vijzelen. 'Ongeschikte pas, ga naar bank', vermeldt het display.
'Ze zijn verschrikkelijk. Hij heeft even vastgezeten, maar dat zo'n verkrachter gewoon rond mag lopen.' Ik sta met de rug naar haar toe en probeer te bedenken hoe ze eruit zag. Ik zie een winterjas in rood en wit, met letters, een beetje plasticachtig. 'Het is toch schandalig', reageert de stem op de krantenverdeler, die ik alleen maar hoor mompelen.
Je zou maar zo'n stem hebben, bedenk ik, terwijl ik voor de derde keer het pasje in het gleufje duw. Voor de derde keer vertelt het apparaat dezelfde mededeling. Eigenwijs en hardleers.
'Ja, dat is zeker niet om te lachen', vertelt ze de Spitsuitdeler. Ik moet mij tussen hem en haar wringen om een krantje te bemachtigen. 'Ze hebben hem geschorst.' Het gesprek gaat verder, ik probeer mijn saldo van de Chipknip op te vijzelen. 'Ongeschikte pas, ga naar bank', vermeldt het display.
'Ze zijn verschrikkelijk. Hij heeft even vastgezeten, maar dat zo'n verkrachter gewoon rond mag lopen.' Ik sta met de rug naar haar toe en probeer te bedenken hoe ze eruit zag. Ik zie een winterjas in rood en wit, met letters, een beetje plasticachtig. 'Het is toch schandalig', reageert de stem op de krantenverdeler, die ik alleen maar hoor mompelen.
Je zou maar zo'n stem hebben, bedenk ik, terwijl ik voor de derde keer het pasje in het gleufje duw. Voor de derde keer vertelt het apparaat dezelfde mededeling. Eigenwijs en hardleers.
Abonneren op:
Posts (Atom)
