Posts tonen met het label straat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label straat. Alle posts tonen

09 januari 2011

Straatrumoer en de Nederlandse roman

Voor het eerst las ik het essay van Ton Anbeek waarin hij oproept tot meer straatrumoer in de Nederlandse letteren. Hij doet in dit essay met de naam 'Aanval en afstandelijkheid' de uitspraak aan het einde van een vergelijking van 3 Amerikaanse en 2 Nederlandse romans. Het is een heel beroemd essay, vooral vanwege de oproep aan het einde.

Het essay is voor mij altijd overgekomen als een manifest en veel minder als een analyse. Toch heeft het stuk veel van een romananalyse in zich. Anbeek heeft een tijdje in Amerika lesgegeven op de Universiteit van Californië in Los Angeles. Hij vraagt zich af waarom de studenten met zoveel tegenzin Nederlandse romans lezen. Dat begint met het verdiepen in enkele Amerikaanse romans uit die periode.

19 december 2010

Straatje schoonvegen

De sneeuw noopt een ieder tot de burgerplicht: veeg het stukje stoep voor je huis schoon. Mijn wandelschoenen kraakten over sneeuw. De enkele punten waar de stoep was schoongeveegd, zetten mij aan het denken. Want is het eigenlijk wel zo verstandig je straatje schoon te vegen.

Ik denk het niet. Soms kan het juist veel veiliger zijn om over de sneeuw te lopen. Het weghalen van de sneeuw vraagt juist om een goed onderhoud. En als je een stukje straat ziet zou je als weggebruiker vermoeden dat het een goed begaanbaar pad is. Juist die overmoed zorgt voor het ongeluk: je denkt dat het niet glad is, maar het is juist wel glad.

Morgenochtend als er een lekker stukje nachtvorst overheen is gegaan, zijn dit de gladste stukjes straat. Dus ik vraag mij oprecht af of het wel zo slim is de straat voor je huis schoon te vegen.

08 september 2010

De straat is een riviertje

Het water stroomde als een riviertje door de straten van Den Haag. Terwijl de regen met bakken uit de hemel viel. Voor de meeste wandelaars viel hier niet veel meer aan te doen dan te schuilen. Mijn trein zou echter op het voorgeschreven moment vertrekken en ik maakte snel de afweging tussen een nat pak of later thuis. De uren zijn al zo kostbaar, zodat ik snel een wegwerpponchoo uit mijn tas hengelde.

14 april 2010

Zonder zijwieltjes

Het meisje fietste voor de man uit. Opa had zichtbaar moeite om zijn fiets in beweging te krijgen. Zijn fiets slingerde bij het opstappen. Zijn kleindochter was al een eind voor hem uit. Ook haar fietsje slingerde.

De kat en de dakgoot

Ik passeer het huis weer bij de gracht. Het ligt schuin tegenover mijn werk. In het huis zit een soort detacheerbureau. 'People' staat met dikke rode letters op de ramen. Op de muur achter het meisje dat achter een bureau zit te typen, bevat eveneens die dikke letters en nog groter vormen ze het woord 'People'.

De kat en de duiven

Zacht boven het stadslawaai klonk het. Niemand leek het te horen, want alle mensen passeerden het huis zonder op of om te kijken. Ik stopte, keek omhoog en zag een kat zitten. Ze miauwde nog eens, de bek ging verder open dan het zachte geluid dat eruit kwam.

30 maart 2010

Werk in uitvoering

De Amaliastraat wordt omhelsd door hoge huizen. Boven sommige ingangsportalen van de statige huizen hangen vlaggenstokken om de nationale kleuren aan op te hangen als dat nodig is.

18 maart 2010

Voorjaar

Het voorjaar begint natuurlijk op 21 maart, maar de eerste voorjaarsdag kan al eerder vallen. Vandaag was wat mij betreft de eerste voorjaarsdag. Dan is er ook nog de eerste dag dat je het voorjaar aan voelt komen. Die was al een week of 2 geleden.

Zweefde het voorjaar eerder nog in de lucht, vandaag is het voorjaar heus geland. In mijn pauze ben ik even naar buiten gegaan en voelde overal het voorjaar. Bij paleis Noordeinde stond een groepje Italianen onder leiding van een zeer enthousiaste stadsgids te kijken naar het timpaan boven de hoofdingang van het paleis. De gids wees en onderwees op en over de verschillende aspecten van het bijzondere gebouw. Ik verstond er niks van, maar het enthousiasme van de gids nam me mee.

En mannetje uit de groep Italianen stak over na de uitleg en werd bijna overreden door een fietser. Hij zwaaide met zijn handen en begon op verhitte toon de fietser na te schelden. Maar zijn kwaadheid had geen enkel effect op deze voorjaarsdag. De mooie dag liet zich niet van de wijs brengen door een iets te temperamentvolle Italiaan in een groen jasje.

Op het monument voor Wilhelmina – eenzaam maar niet alleen – zat een groepje jongeren. Ze spraken gezellig met elkaar, op gedempte toon. Dronken uit hetzelfde pak melk en lieten de warmte van de zon op het lichaam vallen. Nog te koud om de kleren uit te trekken, maar met de jas aan was het heel behaaglijk.

Op het pleintje achter het standbeeld van Jan de Witt waren de terrasjes goed gevuld. Een oudere man liep met 2 glaasjes Jus d'Orange naar een oudere vrouw aan een tafeltje. 'Vers van de pers', galmde hij over het pleintje.

Achter mij was een jong stelletje komen lopen. Ik liep weer terug in de richting van het paleis. 'Het is echt weer zo'n grapje van Thijs. Hij heeft van die galgenhumor', hoorde ik het meisje zeggen. 'Nee', corrigeerde haar vriend haar. 'Het is geen galgenhumor. Dat heet anders.'
'Jawel, het heet galgenhumor. Het is van die zwartgallige humor over de dood.'
 'Nee, dat noem je morbide, morbide humor.'
'Ach jij, het heet gewoon galgenhumor.'
  'Nee, dat is iets anders', kibbelde hij terug. Hij moest gelijk krijgen, vertelde de toon van zijn stem.
'Het heet gewoon galgenhumor.'
  'Morbide humor', antwoordde hij snel.

Ik sloeg af, een dikke SUV liet mij oversteken. En de zon streelde zo zacht, dat het kibbelende stelletje zelfs iets liefs kreeg.

06 oktober 2008

Ja, hallo

Ze loopt een eindje achter mij. Mijn teckel wil mij niet volgen. 'Ja, hallo', klinkt het van achteren. Ik draai mij om. Ze staart langs mij heen. 'Ja ik ben hier' vervolgt ze op het moment dat ik mijn nek weer vooruit heb.
Opnieuw draai ik mij om en zie de blik langs mij staren. Als ik het laatste bosje voorbij loop en omkeer op weg naar huis, passeert ze mij. 'Ik kom eraan.' Een plastic tasje met afhaalfriet bengelt aan haar pols. Dan zie ik een snoertje haar wang voorbij aantikken en het oor binnen gaan.
Ze praatte niet tegen mij of zichzelf maar met het snoertje.

28 januari 2008

Loser

Ze zetten hun voeten in de grote gaten van de parkeergaragewand en klauterden zo omhoog. Het was een groepje jongens dat op weg was naar school. De groep verdeelde zich snel in een paar jongens die vlotjes omhoog klommen. Daarna kwamen de wat trageren. Eentje aarzelde nog, maar klom later toch omhoog. Het ging langzaam en ik vreesde dat hij ieder moment naar beneden zou storten.
Beneden bleef één jongen staan. Zijn rugzak straalde uit dat hij ook niet van plan was. De langzame klauteraar was eindelijk boven en de hele groep keek naar beneden naar de jongen. 'Loser, loser', riepen ze in koor naar de jongen beneden. Hij woof met zijn hand een gebaar van afkeuring. 'Ach man', mompelde hij en liep van de muur weg.
Ik klom het fietspad bij het station weer omhoog. Voor mij stonden de losers boven op het dak van de parkeergarage te schreeuwen en stond de held beneden. Precies zoals ik zou hebben gedaan toen ik zou oud was. Ik was veel te veel een schijterd voor waaghalzerij en koos de verstandige weg. Net als deze held van het verhaal.