Posts tonen met het label tafereel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tafereel. Alle posts tonen

10 mei 2010

Kletsen langs de trambaan

Ze kletsen gezellig, vlak naast de trambaan. De tram – lijn 2 – komt in hun richting. Een dame verschuift het handtasje dat op haar schouder rust. De ander keuvelt rustig verder.

19 april 2010

Kleine eendjes

Ze waren in Utrecht bij mij komen zitten. Zij aan de ene kant van het raam en zij aan de andere kant van het raam. De jongere vrouw schoof naast mij. De oudere vrouw ging tegenover mij zitten. Ze keken naar buiten en zwegen.

14 april 2010

Zonder zijwieltjes

Het meisje fietste voor de man uit. Opa had zichtbaar moeite om zijn fiets in beweging te krijgen. Zijn fiets slingerde bij het opstappen. Zijn kleindochter was al een eind voor hem uit. Ook haar fietsje slingerde.

06 maart 2010

Laat het voorjaar maar komen

Een stelletje op een houten bruggetje in het Beatrixpark. Hij staat evenwijdig aan de leuning, zij heeft zich een kwartslag gedraaid om de volle zon op haar gezicht te laten schijnen. Haar hoofd helt iets naar achter om alle zonnestralen op te vangen. Geen glimpje zon mag haar gezicht missen. De ogen dicht om te laten zien dat ze echt geniet.

De bomen zijn nog kaal, maar het ademt voorjaar in het park. Het kale gras lijkt ineens wat op te schieten in een lichter groen dan het oude. De vogels flirten achter elkaar aan en de kinderen roepen enthousiaster vanaf de schommels in de speeltuin. Jonge vaders slaan liefdevol een arm om de even jonge moeders.

De zon schuilt even achter een wolk. De jongen van het stelletje pakt haar hand. Haar ogen gaan open. Ze zetten zich in beweging van het bruggetje af. De wolk condens die ze uit hun monden blazen, is het laatste restje winter. Laat het voorjaar maar komen...

26 februari 2010

Chips, een boek en een kort rokje

Ze zat bij het raam, de tas lag naast haar. Haar benen lagen gekruist over elkaar, de panties werden bedekt door een kort rokje. Het bruine rokje begon ietsje boven de knieën, helemaal zoals het hoort. Op het tafeltje naast het raam lag een rood zakje chips. De dungesneden aardappelstukjes kraakten net zo hard tussen haar tanden als dat het zakje ritselde terwijl ze het volgende stukje chips eruit haalde.

De andere hand droeg het dikke boek. Tussen de vingers klemde ze een velletje papier, dat ze langzaam liet zakken om de volgende regel van het verhaal te kunnen lezen. De andere hand hengelde het zakje in om de volgende vangst te doen. Haar ogen tuurden half over de brillenglazen het boek in, het papiertje zakte regel voor regel.

Geknot
De chips kraakten op, de opzichtige ring om haar ringvinger vertelde dat ze getrouwd was. Haar haren bezaten dezelfde kleur als de stof van het rokje. Ze waren naar achteren geknot in een degelijk staartje. Tussen haar boek en de chips was geen speld te krijgen.

Het zakje verdween in de prullenbak. Ze herschikte zich, liet de donkerblauwe winterjas wel dicht zitten. De zilverkleurige drukknoopjes keken preuts mee het boek in en hielden alles zorgvuldig gesloten. Alleen haar goudkleurige oorbellen probeerden een gevecht aan te gaan met de degelijkheid en tuurden ontdeugend om zich heen.

Een afbeelding van een bijzonder iemand trok voorbij. Een groot staatsman, een dichter, een predikant. Alles kon het voorstellen. Het papiertje gleed er overheen en liet de woorden langzaam los, regel voor regel.

Tot het station kwam, een moeder met haar twee dochters wurmde zich rond de vrouw. De twee meisjes zetten zich op de foto, een groot rood toestel, dat een foto toonde als het opengeklapt was, klikte en er knipperde een rood lampje als het ene meisje het andere fotografeerde.

Eindbestemming
Het papiertje kwam stil te liggen op het boek. Een zucht, een blik in de richting van de meisjes, een moeizame glimlach. Het lukte niet. Het boek klapte dicht. 'Mama wanneer mogen we eruit?' Ik zag de vrouw met de bril hetzelfde vragen in de richting van de moeder. 'Het volgende station', zei ze geruststellend. De vrouw met het rode boek was niet gerustgesteld. Ze bleef zitten waar ze zat, terwijl om ons heel alle stoelen leeg waren. Ik mocht eruit, want de trein reed net mijn eindbestemming binnen.

23 augustus 2008

Tros ballonnen

Een cluster ballonnen daalt de trappen af van de maisonnettes aan de overkant. De man die er onder hangt, speurt en zoekt. Hij loopt de nummers dan, keert dan weer zenuwachtig terug met de tros bolle kleuren lucht.
Hij draait en verdwijnt uit mijn zicht. Als ik weer opkijk passeert hij ons huis, een mobieltje houdt hij in zijn ballonvrije hand. Als hij een week eerder geweest was, was hij een dag te vroeg geweest. Hij rent weer langs mijn raam, de ballonnen zijn er niet meer. Ik spurt nieuwsgierig naar de voordeur en zie na de bocht de ballonnen een huis voorbij zweven, een trap opgaan en dan is de tros weg.