Posts tonen met het label organist. Alle posts tonen
Posts tonen met het label organist. Alle posts tonen

14 maart 2024

Karmagrot - #WOW #orgelmuziek #gerardreve #wot


De organist Laurens de Man krijgt de Nederlandse Muziekprijs van de staatssecretaris. Ze komt op haar gympies naar zijn concert op 7 maart in het Orgelpark. Hij krijgt als eerste organist deze prijs. Een bijzondere prijs voor talentvolle klassieke musici.

Ik luister naar het concert via Radio4. Hij begint met een reis langs de verschillende orgels in het orgelpark. Het is ook een reis door de muziek. Het centrale punt van het concert is Concert voor orgel en ensemble, "Reve concerto" van Martijn Padding. 

Reve Concerto

Samen met het New European Ensemble speelt de winnaar van de Nederlandse Muziekprijs deze première van het nieuwe werk. Padding schreef het "Reve concerto" speciaal voor Laurens. Op basis van enkele zinnen die Laurens hem heeft aangedragen uit het werk van Gerard Reve.

De ontwikkeling van het muziekstuk lijkt misschien het meest op een boottochtje door een grot. Je hoort de druppels vallen, elke bocht om wacht er weer een nieuwe verrassing. Met allerlei verschillende technieken, ritmes en bewegingen. Het orgel staat daarbij centraal, waar omheen de andere instrumenten figureren en spelen. Om met de stem van Gerard Reve te eindigen.

Dagsluiting

Eigenlijk geloof ik niets,
en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,
dan denk ik dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,
en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt
zoals ik U.
(Gerard Reve: Verzamelde gedichten)

De langzaam wegvloeiende akkoorden in het coda dat volgt, geven een volledige harmonie. Een mystieke ervaring; waarbij ik zelf onmiddellijk aan het Paradijs van Dante moet denken. Die volmaakte oplossing uiteindelijk in 1 noot. Het begin en het einde van de muziek.

Amper verhaal

Eerder op deze dag dat ik naar het concert van Laurens de Man luister, lees ik een interview met Herman Finkers in Onze Taal. Het gaat over zijn voorbeelden. Hij noemt Toon Hermans, Hans Dorrestijn en Willem Wilmink:

"Vooral ben ik een groot liefhebber van Gerard Reve. Er zit amper verhaal in, maar hij schrijft zo fantastisch mooi. Het heeft iets heel tragisch, dat lucht nodig heeft, en die lucht krijgt het door zijn geweldige ironie en humor. Reves vrije, geestige en ondogmatische omgang met het rooms-katholieke geloof spreekt mij ook enorm aan. In Nader tot U schrijft hij: 'de Liefde, en God, dat zijn twee woorden voor één en hetzelfde, onderling vervangbaar, en identiek. Als je het opschrijft, staat het meteen op papier ook.' Dat is briljant. Zonder die tweede zin was het iets onverteerbaars geweest; die toevoeging is niet alleen heel grappig, maar maakt wat hij beweert ook waar. Humor, kunst en religie kun je niet los van elkaar zien."

Het lijkt bij Paddings compositie dat als de stem van Gerard Reve komt, Reve uit de dood opstaat. Hij komt tot leven. Zeker ook omdat de muziek ineens een zoektocht naar harmonie krijgt die het eerder niet had; compleet met het belletje.

Voor mij is dat karma. Het karma van de grot.


het paradijs ligt
deze reis voorbij de bocht
waar alles oplost

WoW

WoW is een initiatief van Irene en Karin. Deze week schrijven we over karma.

12 november 2019

Niet interessant weetje? - #leestip

In zijn boek Oude Maasweg kwart voor drie schrijft Merlijn Kerkhof 14 weetjes die voor de lezer misschien niet zo interessant zijn. Zo vermeldt hij het volgende weetje, nummer 12:

In het nummer Maassluis wordt gerefereerd aan het orgel van de Groot Kerk. Aan het eind van het nummer klinkt echter niet het Maassluise Garrels-orgel, maar het Van Peteghem-orgel uit de Grote Kerk van Vlaardingen. De huurprijs van de kerk in Maassluis was volgens Kerkhof te hoog. (Oké dit vindt echt niemand interessant denk ik? (p. 215)

Ik vind het juist waanzinnig interessant. Herinner me ook een interview met Wim Kerkhof in het online orgeltijdschrift Orgelnieuws. Hierin steekt hij zijn liefde voor organisten en Feike Asma in het bijzonder niet onder stoelen of (kerk)banken. Hij stapte in zijn studententijd geregeld de Groote Kerk van Maassluis in. Niet voor het geloof, maar puur voor het orgelspel.

Overigens wordt in dit interview niet het geheim prijsgegeven welk orgel je aan het eind van het liedje Maassluis hoort. Volgens Wim Kerkhof zou het nummer een verkorte versie zijn van de Cantilene. Het beroemde stuk van Rheinberger dat Feike Asma op die bekende Langspeelplaat vanuit Maassluis speelt.

Interessant detail

Buiten dit detail die waarschijnlijk weinig lezers van het boek Oude Maasweg kwart voor drie zullen interesseren, is het boek van Merlijn Kerkhof heel interessant. Het vertelt de geschiedenis van misschien wel de meest bijzondere band van Nederland. Dat laatste is geen weetje, Merlijn Kerkhof vindt The Amazing Stroopwafels de beste band ooit. Maar dat vind ik een beetje te ver gaan.

Lees mijn boekbespreking op Litnet: Verbazende stroopwafels

Merlijn Kerkhof: Oude Maasweg kwart voor drie, Het verbazingwekkende verhaal van The Amazing Stroopwafels. Amsterdam: Thomas Rap, 2019. ISBN: 978 94 004 0641 4. 252 pagina’s. Prijs: € 19,99 (paperback); € 12,99 (e-book).
Bestel

13 augustus 2019

Improviseren is stoeien en soms een battle

Je bent deelgenoot bent van 2 jongens die heerlijk samen spelen, tegen elkaar maar vooral met elkaar. Dat is het improvisatieconcert van Thierry Escaich en Gerben Mourik in de Stad Klundert. Met 2 fantastische orgels tot je beschikking, is het ook alsof je 2 kinderen loslaat in de speeltuin. Het is stoeien, waarbij het soms best een beetje hardhandig aan toe gaat. Maar het is vooral genieten.

Ouverture

Dat hoor je onmiddellijk bij de improvisaties van Gerben Mourik en Thierry Escaich. De ouverture waarmee de laatste opent op het Vermeulen-orgel is maar met 1 woord te omschrijven: spectaculair. Wat een binnenkomer. Het zet de verwachtingen op hoog. Dit kan niet meer mis gaan.

Het koraalpreludium dat Gerben Mourik daarna speelt op het Marcussen-orgel is het orgel op het lijf geschreven. Heel mooi in Noord-Duitse stijl van de koraalfantasie, de registratie met uitkomende stem, omspelingen en rustige baslijn doen zelfs een beetje denken aan de bewerking van Nun komm’ der Heiden Heiland van Bach. Maar heel treffend en zeer zorgvuldig neergezet.

Fantasie, fuga en passacaglia

Als Thierry Escaich daarna een romantische Fantasie en Fuga op hetzelfde lied inzet, krijgt een heel treffend vervolg. Het vormt een mooie romantische uitwerking van de bewerking die Gerben Mourik eerder zo overtuigend neerzette. Bij de fuga laat Thierry Escaich elementen terugkomen die hij eerder die dag bij de masterclass onderwees.

De Passacaglia die Gerben Mourik daarna speelt op 2 thema’s van Thierry Escaich laten horen dat hier een vakman aan het werk is. Hij weet ze prachtig te omspelen en zet hier een variatiereeks in modern klankidioom neer. Het Marcussenorgel doet de rest. Wat een orgel is dat. Wat een kracht en wat een souplesse spreekt uit dit orgel. Mogelijk zorgt de milde intonatie hier ook voor. Gewoon genieten dit.

Variaties

De set variaties op het paaslied Gz 200 waarmee Gerben Mourik en Thierry Escaich elkaar afwisselen op beide orgels is een prachtige en krachtige improvisatie voor de pauze. Beide heren gaan aan de haal met motiefjes en elementen uit dit prachtige lied. En zoals Thierry Escaich bij zijn masterclass die middag vertelde, beginnen de variaties met het koraal aan het begin.

Het koraal is ook een variatie. En de harmonisatie van Thierry Escaich is dat zeker. Genieten van het prachtige set aan akkoorden dat hij neerzet. Zo’n introductie van het thema, ondersteunt de rest zodanig dat je een heus verhaal krijgt. De laatste variatie waarbij beide organisten op beide orgels klinken, is buitengewoon. Wat een spel en wat een kracht. Als publiek zit je tussen 2 orgels en 2 virtuozen ingeklemd. Indrukwekkend en adembenemend tegelijk.

Poem Symphonic

Dat Thierry Escaich ook goed raad weet met het Marcussen-orgel ontdek ik na de pauze. Wat een spel. Zijn Poem Symphonic over 2 thema’s die Gerben Mourik voor hem schreef, klinkt overtuigend. Hij benadert het orgel weer op een heel andere manier. Dat doet hij later ook bij het spelen van een vrije improvisatie in de stijl van Mozart. Hierbij geeft hij het orgel een heuse galante stijl mee van het classicisme, die sterk doet denken aan Mozart, maar ook een vleugje Haydn in zich verbergt.

Het Scherzo dat Gerben Mourik ten gehore brengt bevat alle elementen en is heel overtuigend. Hij laat daarmee meteen het Vermeulen-orgel van alle kanten horen. Het instrument verleidt snel om alle te laten klinken, maar er zitten zeker ook wel wat geheimen in verborgen. Dan klinkt het orgel beduidend poëtischer en minder pompeus. Dat hoor ik vooral terug in de improvisatie over het lied “Straff mich nicht”, waarbij Gerben Mourik ook aandacht besteed aan de gevoeligere kanten van dit instrument.

Slotimprovisatie

De slotimprovisatie waarbij Thierry Escaich en Gerben Mourik afwisselend een improvisatie opzetten. Soms samen tegelijk, dan weer doorschuivend over de bank. Een voetje op het pedaal nog nadreunend. De opzet zweeft een beetje tussen een scherzo en een indrukwekkende fantasie. De toegift waarbij beide improvisatoren samen nog een keer spelen, is zeer zeker een scherzo. Het vormt een waardige afsluiting van een bijzonder concert.

Gastheer Gerben Mourik laat met dit concert zien dat Stad Klundert concerten van zeer hoog, internationaal niveau kan organiseren. Wat een energie en wat een prachtige spel. Ik heb genoten. Daarbij moet Gerben Mourik zijn eigen talent niet onderschatten. Hij heeft een geheel eigen stem en staat zijn mannetje tegenover virtuozen als Thierry Escaich. Ik heb zeer goede herinneringen aan dit bijzondere concert.

30 september 2017

Invocazione in Domkerk

Zo luisterend naar de uitvoering van Ko Zwanenburg in de Domkerk valt onmiddellijk op hoe sterk de ruimte bijdraagt aan de beleving. Het werk komt live veel intenser binnen. De klank van de repeterende a, in dit hoge tempo, geeft de muziek meteen veel energie.

Het later volgende onderliggende motief in de tenor, krijgt daarmee extra dimensie. De bewegingen en ritmes cirkelen om die repeterende a heen. De grote ruimte in de Domkerk maakt die beleving nog veel sterker dan wanneer je een opname van dit muziekstuk beluisterd.

Net als de momenten waarop alleen de toon klinkt. Er treedt een vreemde verdringing op binnen de rest van het muziekstuk. De Invocazione krijgt een steeds zwaardere lading hierdoor. De spanning wordt stapje voor stapje verder opgebouwd. Iets waar Jan Welmers in zijn muziek een ware meester is. Dat proef je helemaal in een live uitvoering, waarbij elk moment weer een nieuwe beleving oproept.

De motieven gedragen zich als klaterende bergbeekjes. Alleen vallen de tonen niet alleen naar beneden, ze schieten in de motiefjes ook omhoog. Jan Welmers weet je in dit muziekstuk vast te houden. Zeker ook als het hoogtepunt komt waarbij zelfs de a wegvalt. De repeterende toon heeft zich dan zo vastgeklonken in je hoofd dat je hem gewoon in gedachten hoort verder gaan.

Daarna de akkoorden die allemaal spelen met dit gegeven en het orgel uit zijn voegen laten barsten, waarna de a weer terugkeert. Bij Ko Zwanenburg niet meer repeterend, maar in een lange aanhoudende toon, onderbroken door een repeterende tegenhanger. Zo versterft het motief langzaam, maar het blijft nog lang in je hoofd nagalmen.

Die afbouw aan het einde is minstens zo belangrijk in de opbouw van deze compositie. De climax is zeker het meest intense gedeelte waarbij je letterlijk en figuurlijk niet meer om de muziek heen kunt. Je moet het toelaten. Het einde geeft weer de rust en ruimte waarmee het muziekstuk begon, zo neem je langzaam weer afstand van die grootse en meeslepende beleving. Ik kan daar dus onwijs van genieten.

Dat gebeurt bij de uitvoering van Ko Zwanenburg in de Domkerk ook. De rinkelende bel en het gejoel buiten. Ze zijn er, maar je wordt zo in de Invocazione getrokken dat je al dat rumoer vergeet. Hier ben je even één met de muziek.

29 september 2017

Invocazione

Mogelijk is de Invocazione van Jan Welmers het eerste muziekstuk dat ik van Jan Welmers heb gehoord. Ik weet het niet zeker meer, het was op de radio in een opname van Ko Zwanenburg in de Utrechtse Nicolaikerk.

Invocazione is een imponerend werk dat vanmiddag hier in de Domkerk klinkt bij het Welmers Festival. De minimalistische orgelwerken ken ik vaak in vertrouwde uitvoeringen van bijvoorbeeld Berry van Berkum of Ko Zwanenburg. Ik hoorde de uitvoering van Invocazione ooit op de radio ergens begin jaren ’90.

Nu ik het zo hoor, kom ik onbetwist tot de conclusie: dit orgelwerk komt het beste tot zijn recht live in de kerk. Wat een prachtig orgelwerk is dit toch. De ruimte bepaalt voor een groot gedeelte de beleving. De aanhoudende herhaling van die ene toon. Wat een meesterwerk en wat is dit genieten.

Invocazione uit 1988 staat voor aanroep. Je zou het snel verwarren met het vorige week door Jan Hage gespeelde Litanie. Litanie is een jaar eerder gepubliceerd en is een minimal werk dat draait rond de kracht van de herhaling dan Invocazione.

Veel luisteraars verwarren beide werken en eigenlijk is dat een compliment voor beide werken. Het zijn namelijk allebei heel eigen werken, die als je ze apart beluisterd een vrijwel identieke beleving oproepen. Mogelijk levert dit die verwarring op.

Het experiment van Jan Welmers bij Invocazione is om zoveel mogelijk zeggen in zo min mogelijk noten. En daar slaagt Jan Welmers wonderwel in.

Lees het vervolg: Invocazione in de Domkerk

28 augustus 2017

Improvisaties en eigen werk

De improvisatie van Geerten Liefting in de Domkerk is op een thema dat Jan Hage vlak voor het concert overhandigt aan de concertant. Geerten Liefting is niet voor niks de winnaar van het Haarlemse improvisatieconcours vorig jaar. Het optreden in de Dom is onderdeel van zijn prijs. Jan Hage daagt hem uit met een interessant thema.

Helaas valt het voorspelen van het thema enigszins weg in rumoer buiten de kerk. Er is een soort competitie minivoetbal bezig op het Domplein, maar gelukkig staat de improvisatie als een huis. Hier vermengt Liefting de klankwereld van Alain en ook wel van Florentz tot een heel eigen geluid. Ik kan vooral genieten van de ritmes die hij goed weet over te brengen.

Iets soortgelijks gebeurt in het kersverse “Prelude”. Een compositie waarvan de inkt nog maar net is opgedroogd en die een première doormaakt in Utrecht. Geerten Liefting belooft dat het het eerste is van een grote Suite in wording. Dat is een mooi vooruitzicht.

De Prelude omschrijft Geerten Liefting zelf als een ADHD-stuk, maar ik ervaar het als een brede klankwereld met veel variatie. Fraai spel rond dezelfde toon. Hier hoor ik veel verwantschap met de klanken van Jehan Alain. Gregoriaans aandoend koraal, met mooie herhaling in uitkomende stem, echo in het pedaal. Later veel echo’s.
De accenten op de dissonante akkoorden waardeer ik erg. Hij houdt ze lang genoeg aan om de enorme rijkdom aan klanken te onderscheiden. Dat is ook echt iets voor het orgel. Geerten Liefting gebruikt dit sterke element van het orgel heel overtuigend.

De afsluiting met de “Toccata” van Louis Vierne (1870 – 1937) uit zijn 2e Suite, is een mooie hekkensluiter van dit bijzondere concert. Geweldig om hier bij te mogen zijn. Geerten Liefting is een veelbelovend talent, waarvan ik later nog veel hoop te horen.

Hoe anders dan de andere improvisatietalenten van Nederland. Hij is zeker een welkome aanvulling op de rest. Al hoor ik veel verwantschap met iemand als Gerben Mourik. De klankwereld van deze organisten ligt in Frankrijk, waarbij Gerben Mourik wat sterkere Duitse invloeden heeft.

Ik ben heel benieuwd of het eens mogelijk zou zijn deze verscheidenheid aan improvisatiekunst eens samen te brengen. Het zou de improvisatie op orgel misschien weer een stapje verder brengen.

27 augustus 2017

Veel verrassingen

Dit concert van Geerten Liefting in de Domkerk bestaat uit veel verrassingen. Dit geldt zeker voor “Thème et Variations” van Marco Enrico Bossi (1861 – 1925). Een voor mij onbekend orgelwerk. De variaties bieden veel kans om de enorme klankrijkdom van het Domorgel te demonstreren. Al blijft het hoogtepunt van deze variatiereeks in de afsluitende Fuga. Magistraal. Het maakt eigenlijk alle voorgaande variaties overbodig. Of zou dit een truc van de componist zijn: eindigen met het hoogtepunt.

De “Aria” van Jehan Alain klinkt prachtig in de Domkerk. De ritmes werken aanstekelijk. Die ruimte die zo meewerkt en waarbij de fluiten zo intiem klinken. Het rustige, Gregoriaans motief aan het einde krijgt de hele Domkerk muisstil. Zelfs de herrie buiten verstilt. Alleen met de muziek. Onvergetelijk.

Een componist die je ook weinig hoort op concerten en die Geerten Liefting hier in de Domkerk laat horen: de leerling van Messianen: Jean-Louis Florentz (1947 – 2004). Florentz liet zich niet alleen door het katholieke geloof inspireren, hij maakte ook veel studie van Afrikaanse muziek en was vaak in Ethopië te vinden.

Die vermenging van Arabische en Afrikaanse muziek is duidelijk terug te horen in “Dis-moi ton Nom”, vertel me je naam. Wat een ritmiek! Geerten Liefting weet dit muziekstuk prachtig te vertolken in de Domkerk. Het Bätzorgel leent zich goed voor deze klankverscheidenheid. De ruimte doet de rest. Het orgel en de ruimte vormen hier in de Utrechtse Dom wel dé combinatie. Beter kan niet.

Lees verder: Improvisaties en eigen werk

26 augustus 2017

Rijke klankwereld in Domkerk

Het concert van Geerten Liefting, winnaar van onder andere het improvisatieconcours van Haarlem, in de Domkerk is mede een reden om naar Utrecht te fietsen. Het is een rijk programma dat de organist van de Bonaventurakerk in Woerden heeft samengesteld. Veel onbekend werk, eigen werk en improvisaties.

De transcripties van werk van Sergei Rachmaninov vallen onder het thema van de zomerconcerten in de Utrechtse Domkerk. Het thema is transcripties, waarmee Geerten Liefting mooi aansluit bij de rest van de programma’s. Concertgevers moeten minimaal 1 transcriptie opnemen.

Geerten Liefting kiest voor 2 werken van Sergei Rachmaninov, bewerkt door Reize Smits. Het openingswerk Preludium in g is een prachtige compositie om het concert mee te openen. Lekker meeslepend, mede door de tongwerken aangezwengeld. Het Vocalise dat volgt, komt bij mij wat minder binnen. Waardoor dit komt, is mij niet helemaal duidelijk. Het is namelijk een prachtig stuk dat normaal wordt uitgevoerd met piano en cello als solo-instrument.

Misschien dat het stuk teveel wordt opgeslokt door de ruimte of dat het stuk te vroeg geprogrammeerd staat. De uitvoering is namelijk heel mooi, prachtig gedragen tempo en rustige uitkomende stemmen met de prestant van het rugwerk. De melancholie weet Geerten Liefting heel sterk over te brengen.

Lees het vervolg: Veel verrassingen

22 augustus 2017

Doorschuiven

Wat ik overigens frappant vind is dat het publiek bij het concert in de Nicolaikerk eerst rond het Sweelinckorgel in het midden van de kerk zit. Als het concert van Toon Hagen zich verplaatst naar het hoofdorgel, schuift het publiek meer naar de westkant van de kerk.

Ik kies een plekje vooraan en vraag me later af of het niet te dicht bij het orgel is. Zeker in het slotstuk komt het instrument best op me af. De intonatie zonder compromissen maakt het instrument extra scherp. Dan kun je de ruimte inderdaad misschien wat beter mee laten spelen door verderop te zitten. De gedachte dat ik iets zou missen, speelt mee.

Het stuk van Toon Hagen zelf “Morning dance” is rustiek opgebouwd. Ook mooi gespeeld op de fluiten van het hoofdorgel. Het is een heel spannend instrument, demonstreert Toon Hagen. De compositie is geïnspireerd op psalm 104, waarin heel de natuur God lof zingt. Toon Hagen weet het in fraaie lijnen uiteen te zetten, mooie motieven die geleidelijk in elkaar overgaan. Zeker ook omdat de ritmes eveneens geleidelijk verschuiven.

De muziek van Bach is muziek waar je niet op uitgekeken raakt, volgens Toon Hagen. Het legatospel van Bachs orgelkoraal “Wir Christenleut”, BWV 612 uit het Orgel=Büchlein is eigenlijk best gedurfd op dit orgel. Grenst soms tegen het houdbare aan, maar Toon Hagen weet hiermee een heel andere kant van het instrument op te roepen. Gedurfd omdat het gevaar van de brei dreigt, maar hij pakt erg mooi uit.

Voor Toon Hagen blijven de 6 Triosonates van Bach muziek die je tot in het oneindige kunt uitvoeren. Hij verrast vanmiddag met de zware registraties op de eerste Triosonate in Es, BWV 525. Een muziekstuk dat meestal heel subtiel en fijngevoelig wordt uitgevoerd. Het levert best verrassende elementen op.

Daarmee komt het slotstuk, de feestelijke “Preludium en Fuga in G”, BWV 541 nog extra onder druk te staan. Glasheldere mixturen in combinatie met een heel strak, bijna zakelijk. Dan komt het best op je af als je best wel dicht op het orgel zit.

Al blijft het geweldig om het einde zo mooi groots en meeslepend te horen. De Fuga krijgt daarmee het volle werk dat het verdient!

21 augustus 2017

Wind van binnen

Beetje vreemd als je 3 uur gefietst hebt, de spieren nog loeiheet zijn van de beweging. Eigenlijk had je wat meer moeten drinken onderweg. Je hoofd is nog knalrood en dan stap je een orgelconcert binnen. Luisteren, terwijl de wind van buiten nog in je oren suist, hoor de wind binnen. Dat is het concert van Toon Hagen in de Utrechtse Nicolaikerk.

Als ik mijn fiets op slot zet, begroet een vrouw mij vriendelijk. Ze vraagt of ik ook voor het concert kom. Ik knik. ‘Mooi hè?’ Ze geniet al met haar hele gezicht. Ik durf niet altijd zo vooringenomen een concert te beginnen, maar haar enthousiasme is aanstekelijk.

Eerst even acclimatiseren. Ik heb behoorlijke last van spierkramp, te fanatiek begonnen en niet genoeg gedronken. Maar ik ben wel op tijd en daar was het mij allemaal om te doen. Nu moet ik even op de blaren zitten, besef ik.

Toon Hagen begint met Johann Gottfried Walter (1684 – 1748) op het Sweelinckorgel. Wat een prachtig instrument is dit. Heel fijngevoelig en lichtvoetig. Best een grote dispositie voor zo’n instrument en wat een geluid. Je raakt er helemaal van vervuld. Het verveelt eigenlijk nooit.

De variatiereeks “Jesu, meine Freude” van Walter leent zich erg goed voor dit instrument. Toon Hagen kiest mooie, eenvoudige registraties en houdt het heel dicht bij de bron. Daardoor weet hij de spanning mooi op te bouwen en laat veel aspecten van dit bijzondere orgel horen. Al krijg ik na het horen van dit muziekstuk vooral behoefte om nog meer te willen horen.

De aanpak die Toon Hagen juist op het Sweelinckorgel kiest, subtiele registraties, verschuift hij naar bredere en vollere registraties op het hoofdorgel van Marcussen. Het instrument leent zich daar erg goed voor, ontdek ik. Het geeft de bekende muziekstukken van Bach een nieuwe glans.

Lees morgen het vervolg van mijn verslag over het concert van Toon Hagen op de orgels in de Utrechtse Nicolaikerk: Doorschuiven.

19 juni 2017

Vierne en Reger in Rotterdam

Ook op deze vrijdagavond hoor ik het: Vierne en Reger. Ze klinken prachtig op het orgel in de Lambertuskerk van Rotterdam Kralingen. De wisselende sferen bij deze presentatie van de cd-box Verborgen parels van Michaël Maarschalkerweerd, van uitbundig tot ingetogen, en van vreugdevol tot weemoedig. Allemaal zijn heel mooi tot uiting te brengen op dit instrument.

Het is genieten, vooral van het deel Stéle pour un enfant défunt uit de Tryptique van Louise Vierne. Een fijngevoelige uitvoering van de Schiedamse organist Arjen Leistra. De lichte zweving aan het einde van dit muziekstuk, geeft dit stuk extra kracht. In zijn tijd als organist van de Hoflaankerk nam Arjen Leistra op dit orgel enkele orgelwerken van Franz Liszt op.

Gerrit Christiaan de Gier laat een andere Franse kant van het orgel horen in de tweede sonate van C.F. Hendriks. Deze Nederlandse componist schreef in een mooie Franse stijl. Ik ken zijn variaties op psalm 107 en betrap de 2e sonate op enkele gelijkenissen.

Improvisatie

De improvisatie van Gerben Mourik biedt juist ruimte om enkele andere kanten van het orgel te laten horen. De fluiten nodigen uit, in combinatie met de strijkers, een hemelse klank. Muziek die echt door de ruimte zingt. Om die sacrale sfeer op te roepen. De opening van het thema gespeeld met de basson van het zwelwerk, is al geweldig. Met de diepe klank van de subbas, krijgt het geheel een prachtige basis. Genieten!

Dat geldt zeker ook van de muziek van Hendrik Andriessen. Op de cd spelen 3 organisten werk van deze Haarlemse componist, waaronder een paar grote werken. Het herinnert mij aan de begintijd van mijn liefde voor het orgel, het Andriessenjaar. Veel muziek op de radio, waaronder de Sonata da Chiesa.

Een werk met bijzonder thema dat veel verwantschap heeft met Der Tod und das Mädchen van Franz Schubert. De variatiereeks bevat een hoog improvisatorisch gehalte. De fraaie variatie met de cornet, zoals altijd bij Maarschalkerweerd een fel ding dat goed van zich laat horen in de interpretatie van organist Eric Koevoets. Hij is de vaste bespeler van dit instrument. Een mooie afsluiting van het concert.

Groot scherm

Blijft wel jammer het grote scherm waarop je de organisten kunt zien spelen. Ik merk dat het vooral afleidt. Ik wil gewoon lekker luisteren en de omgeving in mij opnemen. Die omgeving die bij Maarschalkerweerd zo belangrijk is. Zeker om op YouTube te bekijken is de speeltafel ideaal.

Voor een concert draait het om de ruimte die nu hinderlijk wordt verstoord door een enorm wit scherm waarop je kale mannen ziet en registranten die op het verkeerde moment een bladzijde willen omslaan. Dat de organist zich hier niet door laat afleiden is prachtig, maar deze kleine ramp was onopgemerkt gebleven zonder scherm.

Ik ben het met spreker Hans Fidom eens dat elke organist op hetzelfde orgel het instrument weer van een andere kant laat horen. De concerten die ik laatste maanden heb bezocht waren allemaal met meerdere organisten. Het geeft daarmee het instrument meerdere dimensies. En je leert er vooral van dat muziek maken een samenspel van instrument en muzikant is.

Na afloop genieten we nog na in de prachtige tuin naast de kerk. Het publiek heeft 1 grote overeenkomst: de bewondering voor deze bijzondere orgelbouwer. Want daarvan zijn we wel overtuigd na het horen van deze presentatie door de 4 organisten op dit bijzondere orgel.

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

18 juni 2017

Maarschalkerweerd in veelvoud

Zo’n heerlijke avond in juni. Het is best een trip om even op vrijdagavond heen en weer te rijden naar Rotterdam. De cd-presentatie van de cd-box met 4 cd’s van 4 toporganisten op maar liefst 12 verschillende orgels van Maarschalkerweerd. Ik kan daar moeilijk van wegblijven. Van deze kant Rotterdam binnengereden, kom ik op een bekende onbekende plek: de Oostzeedijk.

Aan de andere kant van de Hoflaan is mijn vader geboren en opgegroeid aan de Oudedijk. Hier ligt de kerk beduidend lager achter de hoge dijk waar iets verderop de Nieuwe maas ligt. In de verte de binnenstad met de vele hoogbouw. Hier oogt Kralingen echt dorps.

Als het dorp dat meer dan een eeuw geleden werd ingelijfd bij Rotterdam. En waar mijn familierotsen liggen. Mijn opa schijnt zelfs vroeger met kerst naar de Lambertuskerk te zijn gegaan om te kijken naar het ‘kindje wiegen’. Gewoon uit nieuwsgierigheid. Voor protestantse jongetjes moet het een hele belevenis zijn geweest om naar te kijken.

Lambertuskerk in Rotterdam Kralingen

De Lambertuskerk ligt aan de andere kant van de Hoflaan. Aan de kant van de Oudedijk staat de protestantse kerk, de Hoflaankerk. De Lambertuskerk is van de katholieken. Ik ben er nog nooit geweest. En zodra ik binnenstap, stap ik de profane sfeer binnen. Bakstenen muren, zelfs de pilaren zijn gemetseld van bakstenen, fijne voegen en dunne stenen.

De muren zijn mooi beschilderd, net als het tongewelf. Met grote medaillons waarin verschillende aspecten van de schepping worden uitgelicht zoals de zon, de zee en de sterren. Bij dat alles staan Latijnse spreuken. En de rest van het gewelf is blauw beschilderd.

Het orgel zit hoog weggestopt op een koorzolder. Vanuit de kerk oogt het klein. Het is ook niet zo heel groot, maar ik heb buiten al iets van de brede klank gehoord. Ik ben namelijk net te laat voor de demonstratie van het orgel en de toelichting over Maarschalkerweerd-orgels. Wel ben ik ruim op tijd voor het concert.

4 organisten op 4 cd’s

De 4 organisten van de 4 cd’s presenteren een gedeelte van hun uitvoering op een cd. Het orgel van de Rotterdamse Lambertus komt op de cd’s niet voor. Het is een tactische oplossing hiervoor te kiezen, zo blijkt. Daarmee vermijd je de discussie op welk orgel van de 12 de presentatie is. Het is op geen van allen, maar een ander, ook heel mooi orgel van Maarschalkerweerd.

Want dat is meteen bij het allereerste muziekstuk duidelijk: de orgels van Maarschalkerweerd zijn herkenbaar. Ze bevatten allemaal een brede grondtoon, hoe klein ze ook zijn, klinken vol en rond. Maar ze weten ook een heel mooie, fijngevoelige mystieke sfeer op te roepen. De combinatie van stemmen, waarbij de stemmen je echt raken en altijd iets in je weten te roeren. Zo kenmerkend voor deze instrumenten. Nooit overheersend, maar heel subtiel in beleving. Voor speler en luisteraar.

Wat heb ik met veel plezier gespeeld op de orgels in Tubbergen. Ik speelde zelf op een klein Maarschalkerweerd in Langeveen, zelfs dat orgel, waar veel mankeerde aan de intonatie, wist die sfeer op te roepen.

Lees het vervolg: Vierne en Reger in Rotterdam

Meer informatie en bestellen 4 CD-box ‘Verborgen Parels van Michaël Maarschalkerweerd’

30 april 2017

Matters 80e verjaardag

Een bijzonder verjaardagspartijtje is de verjaardag van Bert Matter. Hij is 80 jaar geworden. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Vroeger zou ik nu echt oud zijn geweest.’ De jarige wordt getrakteerd op een prachtig concert van 4 van zijn leerlingen.

In een afgeladen kerk spelen Cor Ardesch, Berry van Berkum, Klaas Stok en Johan Luijmes. Centraal staan als heuse pijlers de Bachkoralen ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’ (BWV 663 en 662) en ‘Nun komm der Heiden Heiland’ (BWV 599). Liederen die Bert Matter in zijn (kerk)muzikale praktijk ook vaak aanhief.

Spektakel

Het spektakel zit in de improvisatie. Als er iets is waar Bert Matter bekend om is, dan zijn het zijn bezielende improvisaties. Vooral op het bijzondere orgel waar hij 33 jaar organist op is geweest: het Baderorgel uit 1643. Het is een prachtig instrument, waarop een improvisatie een mystieke ervaring wordt. Dat bewijzen ook de 4 organisten op Bert Matters verjaardag.

De jarige staat helemaal in het zonnetje. Elke leerling uit zich op zijn heel eigen wijze. De minimal music klinkt wel door in de improvisaties, maar elk op een heel eigen wijze. Net als dat de nieuwste compositie van Bert Matter ‘Deus Creator Omnium’ ook aansluit in zijn kenmerkende stijl.

Ervaring

Het luisteren naar een improvisatie is vooral een ervaring. Misschien is het wel, zoals Jan Jongepier het noemde, een combinatie van publiek en muzikant. Dat een hele kerk vol mensen doodstil luistert naar een improvisatie. Het verhaal waarnaar je luistert is uniek en als de klank wegsterft is de improvisatie vervlogen.

Ook nu beleef ik zo’n ervaring bij de improvisatie van Klaas Stok. Met minimale klankverschuivingen roept hij een bijzonder verstilde sfeer op in zijn improvisatie over ‘Nun komm, der Heiden Heiland’. Compleet met de aanvulling van de menselijke stem. De bovenstem in zijn grillige verloop wekt de suggestie van vogelzang.

Daar vermengt zich de oervorm van de muziek: vogelzang en de menselijke stem. De diepe grondtonen maken het bijna tot een middeleeuwse belevenis en dat alles heel eenvoudig. In mijn ogen de essentie van muziek, alle opsmuk eraf en bij de kern blijven. Een bijna onmogelijke taak, maar wel minimaal!

Warme aanraking

Zo benadrukt de jarige zelf ook in zijn toespraak. Hij heeft er alle vertrouwen in met zijn opvolger en de muzikale sfeer in de kerk. Wel ziet hij hoe het gebouw in de wintermaanden niet gebruikt wordt. Het orgel heeft juist in die koude periode een warme aanraking nodig. Het instrument is zijn leermeester geweest en tegelijkertijd houdt hij van dit orgel als is het zijn vrouw. Daarom pleit hij ook voor het zorgvuldig beheer van ons cultureel erfgoed, waaronder dit bijzondere orgel hoort.

En terwijl ik na de drukke receptie weer door de stille straten van Zutphen loop in de avondzon, vraag ik mij af of je dit overal kunt bereiken. Je hebt wel een prachtig gebouw, een schitterend orgel en eeuwenoude traditie binnen handbereik. Hoe doet die organist dat in het kleine dorpskerkje op een orgel van 50 jaar oud? Is het daar ook op te roepen of blijft het beperkt tot slechts enkele indrukken op de verjaardag van een 80-jarige organist?

15 april 2017

Tournemire in Doesburg

De 7 orgelkoralen bij de woorden van Jezus aan het kruis. De meditaties die de Franse componist en organist Charles Touremire (1870 – 1939) bij de laatste woorden van Jezus, schreef zijn indrukwekkende passiemuziek.

7 verschillende zinssneden

Als je alle evangeliën bij elkaar neemt, kom je op 7 verschillende zinssneden. Ik maakte met deze bijzondere compositie van Charles Tournemire bijna 25 jaar gelden kennis. Ze werden uitgevoerd op het net gerestaureerde orgel in de Sint Servaas van Maastricht door een onbekende organist. Ene Marc Brefield, zoals ik uit de woorden van Kro-presentator Jos Leussink hoorde.

Het aantal uitvoeringen in de paasperiode in Nederland van Tournemires Sept chorales-poèmes pour les sept dernières paroles de Xrist, op. 67 uit 1935 is minimaal. Een aantal jaren geleden voerde de Haarlemse organiste Gemma Coebergh regelmatig dit imposante muziekstuk uit. Ik hoorde het imposante muziekstuk voor het eerst live in 2013 in het Orgelpark, uitgevoerd door Tournemire-adept Tjeerd van der Ploeg.

De uitvoering van Wilbert Berendsen in de Grote of Martinikerk in Doesburg is veelbelovend. Zodoende reis ik met mijn vader af naar Doesburg voor het concert dat op Goede Vrijdag om 21 uur begint. Een handjevol mensen in de koude kerk. Als de verwarming aangaat, raakt het orgel snel ontstemd wat de luisterkwaliteit weer niet ten goede komt. Ik vind het niet zo erg.

Verdwenen programmaboekjes

De programmaboekjes met achtergrondinformatie zijn ook op een raadselachtige manier verdwenen, daarom geeft concertant Wilbert Berendsen vooraf mondelinge toelichting. Het is zeker een interessant product van zijn tijd. De ontstaanstijd, in het Parijs van 1935 met andere spelers als Louis Vierne en Charles Widor. De laatste was zijn leraar. Daarnaast namen als Marcel Dupre en Olivier Messiaen.

Deze beide laatste organisten halen veel inspiratie uit het werk van Charles Tournemire. De beide organisten zijn vaak naar de missen geweest die Touremire begeleidde op zijn orgel in de Basilique Sainte-Clotilde. Of zoals Wilbert Berendsen het zei: ‘Als hij nog zou leven, zou ik zeker even naar Parijs zijn gegaan om te luisteren.’

De muziekstuk van Charles Tournemire is natuurlijk voor het Frans-symfonisch orgel bedacht en het orgel in Doesburg is de Duitse tegenhanger hiervan. Toch ben ik erg onder de indruk hoe deze muziek in Doesburg klinkt. Wilbert Berendsen heeft ook erg veel werk gemaakt van de registraties. Hij laat het instrument op alle mogelijke manier horen.

Symfonische gedichten

Elk koraal is een symfonisch gedicht waarin de meditatie voorop staat. Ieder kruiswoord krijgt daarmee een prachtige vertolking in de koralen van Charles Tournemire. Hierbij speelt het Gregoriaans slechts een licht verwijzende rol. De motieven zijn wel door alle 7 koralen verweven en klinken melancholisch, dramatisch en ingetogen tegelijk.

In zijn uitvoering is Wilbert Berendsen niet altijd even zorgvuldig, maar dat vergeef ik hem. Hij weet namelijk wel de juiste snaar te raken: hij roept in de protestantse kerk van Doesburg heel mooi de mystieke sfeer van Tournemire op.

Ingetogen laatste delen

Met name in het fluitenspel of de zeer ingetogen laatste delen, waar je als luisteraar meer en meer meegaat in het hoofd van een stervende. De doodstrom roffelt door de gewelven in de diepe pedaaltonen. Daarbij de geliefde registercombinatie van Charles Tournemire bestaande uit vox humana (een Frans model in Doesburg), voix celeste en tremulant, met vaak een bourdon en gambe. En Doesburg heeft mooie tremulanten: voor elke emotie 1.

De combinatie van het grote orgel met de ruimte helpen mee om het muziekstuk zijn diepere lading mee te geven. De hoge fluiten in combinatie met de diepe pedaaltonen, waarbij het geluid echt door de gewelven cirkelt als een heuse wervelwind. Het draagt bij aan een mooi concert op een bijzondere avond. De donkere kerk helpt verder mee aan de mystiek. En zo voel je op deze avond even verbonden met allen die er zijn en die er niet meer zijn.

29 maart 2013

Tournemire in het orgelpark

image

Een uitgesproken mysticus als Tournemire in het Orgelpark, kan dat eigenlijk wel? Een kerk bezit die gewijde ruimte, hoge gewelven en daarmee mystiek wel. Het Orgelpark is een concertzaal die haar oorsprong als kerk heeft, maar de protestantse uitstraling van weleer heeft nu een ander soort warmte plaatsgemaakt.

Bij Tournemires Les sept Paroles du Christ hoort de mystiek. Het vormt naast het orgel, de ruimte en de organist een wezenlijk element voor een uitvoering van dit bijzondere muziekstuk van de Parijse organist Charles Tournemire (1870-1939).

Inderdaad kan een uitvoering van dit werk in het Orgelpark een versie in de Parijse Sainte Clothilde niet verslaan. Daarvoor is de ruimte te klein en het orgel (in verhouding) te groot. Ondanks deze minpunten wist de Schaagse organist Tjeerd van der Ploeg woensdagavond erg dicht in de buurt te komen van een intense en mystieke uitvoering van dit bijzondere werk. De 7 koralen bij de 7 kruiswoorden die Jezus in de verschillende Evangelien spreekt, behoren tot het meest toegankelijke uit het oeuvre van deze Parijse organist.

Het muziekstuk past goed in de tijd waarin ook Dupre en Messiaen passages uit het evangelie in muzikale schilderingen uiteenzetten. Dupre schreef het lijdenswerk Le Chemin de la Croix in 1935. Messiaen schreef in hetzelfde jaar 9 meditaties rond de geboorte van Jezus. Een paar jaar eerder schreef Messiaen al L’Ascension. Het zijn 4 meditaties rond de Hemelvaart van Jezus Christus.

Messiaen bewandelde een andere weg dan Tournemire, net als dat Dupre verschilt van Tournemire. De inspiratiebron vormt wel het orgel, het Frans-symfonisch orgel zoals Cavaille-Coll dat ontwikkeld heeft.

De componist Marcel Dupre onderscheidt zich van Tournemire door zijn veel contrapunctischer en meer doorwrochte interpretaties van het lijden van Christus. Charles Tournemire is veel rauwer en intenser. Hij spiegelt de 7 kruiswoorden in een heuse muzikale strijd. En dat gaat heel ver. Soms krijst het orgel het in alle toonaarden uit. Dan lijkt het of het niet erger kan. Andere keren verzinkt de muziek in een zachte klankwereld waarin vooral berusting doorklinkt.

Tjeerd van der Ploeg wist deze aspecten prachtig te interpreteren op het Verschuerenorgel in het Orgelpark. Het orgel is sterk geinspireerd op de Frans symfonische orgels zoals Cavaille-Coll deze maakte. Zodoende waren de registratievoorschriften van Tournemire tot in de puntjes te volgen. Probleem bij dit orgel is dat het erg groot is voor de ruimte waarin het staat. Het uitgebreide scala van soorten aan fortissimo wordt zo gereduceerd tot 1 soort, namelijk hard. Alles klinkt hard. De kleine variatie van het ‘hard’ gaat verloren in de luide klank.

Het orgel bezit veel klankrijkdom, maar de ruimte vraagt minstens evenveel aandacht voor een goede match. Gelukkig boden de 7 verschillende meditaties van Tournemire genoeg mogelijkheden om je over dit punt heen te zetten. Juist de klankrijkdom, het zoeken naar de grenzen en mogelijkheden van het orgel, maken deze composities tot zo’n muzikaal hoogtepunt.

Tournemire weet alle facetten van de menselijke geest bloot te leggen in de 7 koralen. Hij doet dit enerzijds door uitdagende thema’s neer te zetten. Hij roept hiermee een enigszins vervreemdende sfeer op en tegelijkertijd een heel kerkmuzikaal klankidioom. Hij past prachtig in de traditie, maar zoekt de vernieuwing op. Vaak sluit zijn muziek naadloos aan op de muziek en van onder andere Louis Vierne of Charles Marie Widor. Maar de keuzes die hij uiteindelijk maakt, verschillen van zijn tijdgenoten. Hij brengt daarmee de verrassing in zijn muziek.

Het lijkt of in deze koralen van Tournemire de geloofsbeleving een wezenlijkere rol vervult dan in de muziek van Vierne of Widor. Dupre slaat een vernieuwende weg in, maar gaat veel rationeler te werk. Messiaen laat een heel nieuwe klankbeleving toe in zijn werk. Tournemire hangt een beetje tussen deze twee componisten in. Soms nadert hij in idioom de componist Jehan Alain. De ritmes in het zesde koraal en de akkoorden in het zevende, lijken soms rechtsstreeks uit een compositie van Alain te stappen. Tournemire verschilt echter met al deze componisten. Hij is een echte organist maar vooral mysticus.

Dat mystieke kwam ook goed tot uitdrukking in de uitvoering van Tjeerd van der Ploeg. Al is het een concertzaal en voorheen gereformeerd kerkgebouw, de zo typerende rooms-katholieke mystiek waarin gregoriaans aandoende thema’s een rol spelen in combinatie met de oosterse ritmes. Het klinkt heel vernieuwend en uitdagend. De muziek barst uit zijn voegen en dat werkt lastig in een kleine ruimte. Tegelijkertijd weet ik ook wel dat de kracht in de muziek zelf zit.

Dat is zo mooi aan het live horen van deze muziek. De klank van het pedaal komt veel beter tot uitdrukking dan je bij een opname kunt horen. En Tournemire benut het orgel op alle mogelijke manieren van hoog tot laag. Een opname laat daarin veel steken vallen. Zo is de verhouding tussen het pedaal en de hoge fluiten werkelijk adembenemend in het tweede koraal. Hierin nadert Tournemire een bijna paradijselijke ervaring bij Jezus’ woorden ‘Hodie, mecum eris in Paradiso’ (Nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn).

Of de weeklacht die in het vierde deel klinkt bij de woorden ‘Eli, Eli, Lamma sabacthani’ (Mijn God, Mijn God, waarom hebt u mij verlaten). Een grotere schreeuw van eenzaamheid en verlatenheid is niet tot klinken te brengen dan de krijs van Tournemire. Ook het thema van de berusting is een ontwikkeling die steeds sterker naar voren komt. De laatste twee koralen demonstreren dit heel mooi.

Zo word je als luisteraar helemaal meegevoerd met het lijden van Christus. De gevoelens bij deze woorden zijn intens en doorleefd in muziek gezet. Zo bereik je als luisteraar een heel andere ervaring dan bij het gesproken woord. Voor mij nemen de Sept Paroles du Christ een heel eigen plek in bij de muziek in de lijdenstijd. Tournemire weet een gevoelige snaar te raken.

Dat gebeurde ook bij de 50 toehoorders in het Orgelpark afgelopen woensdag. De laatste koralen voeren je mee in een toestand die je dicht bij jezelf brengt. Na het klinken van de laatste toon, was het helemaal stil. Zo drong zelfs de stilte door in de muziek en vormde een wezenlijk element bij deze compositie. Het applaus dat meer dan een minuut later volgde, was bijna ongepast. De muziek hield niet op bij de laatste noot.

Daarmee behoorde deze uitvoering tot een intens beleefd concert. Tjeerd van der Ploeg beheerste het muziekstuk goed, wist de subtiliteit goed uit het Verschuerenorgel te halen. Dwars door het rumoer van de tremulant en het robuuste volle werk. Tjeerd van der Ploeg wist zelfs iets van de mystiek uit het orgel en de ruimte te halen die ik voor onmogelijk hield.

Zo verliet ik woensdagavond het Orgelpark met een ervaring die zeker kan tippen aan de indrukwekkende uitvoeringen van Bachs passionen. Het einde van een mooie verdiepende periode in dit bijzondere muziekstuk uit het orgeloeuvre van Charles Tournemire.

16 december 2011

La Nativité du Seigneur

Vanavond bezoek ik de integrale uitvoering van “La Nativité du Seigneur” van Olivier Messiaen (1908-1992) in het orgelpark. Het orgel wordt bespeeld door Willem Tanke. Tanke geniet bekendheid als Messian-vertolker.

Zo voerde Tanke het complete oeuvre van Messiaen voor orgel uit op cd. Hij deed dit in 1994 voor het label LBCD op het Willibrordorgel in de Katholieke Sint Bavo te Haarlem. Dit orgel is van Adema en stamt uit 1923/1971. Daarnaast voert hij regelmatig werk van deze Franse componist uit.

Ik verheug me erg op de uitvoering van dit bijzondere stuk. Niet eerder hoorde ik het live. Ik heb de cd van Tanke vandaag nog eens goed beluisterd. In de hoop hem op een ontwikkeling te betrappen. De uitvoering stamt immers uit 1994 en in 17 jaar tijd zul je ongetwijfeld nieuwe wegen inslaan.

Willem Tanke is de organist in Nederland die het vaak Messiaen gespeeld heeft. Hij is daarmee een vurig pleitbezorger voor deze bijzondere componist die voornamelijk onder organisten bekendheid geniet. Tanke is daarnaast een improvisator die een geheel eigen stijl bezit. Ik ben zelf erg onder de indruk van zijn pedaalimprovisatie in de Laurenskerk van Rotterdam.

De uitvoering van “La Nativité du Seigneur” begint overigens een vaste traditie te worden in het Orgelpark. Vorig jaar beroerde de Nijmeegse organist Berry van Berkum de geboorte van Christus van Messiaen.

Ik hoop op een inspiratierijk concert. Ik heb mij nooit sterk geinteresseerd voor het werk van Olivier Messiaen. Dat terwijl de man dicht bij mijn beleving aansluit: hij liet zich inspireren door de vogelzang. Daarnaast vormt het religieus

04 augustus 2010

De regen kleurt concert Ines Maidre in Haagse Kloosterkerk


Het goot voor en tijdens het concert van Ines Maidre op het orgel van de Kloosterkerk in Den Haag. De regen moest ik trotseren om bij de Kloosterkerk te komen. Dezelfde regen kleurde het concert. Terwijl de organiste uit het Noorse Bergen speelde, kletterde de regen op het dak en joegen de windvlagen de regendruppels ook nog eens tegen de ramen. Het gaf het concert een extra jus. Maidre is niet alleen een organiste van formaat, ze bespeelde het Marcussen-orgel met flair en respect.