De wegen zijn ondoorgrondelijk, vooral het theater op en rond de wegen. Bij mijn tocht naar Leiden vanavond over de A9, zocht ik weer aansluiting met een vervolgweg. In de bocht die ik nam, keek ik uit over een klein binnenmeertje.
Een flinke plas eigenlijk. Ik zocht de afstand tot de auto's om me heen en keek nog eens goed. Het licht viel voorzichtig in het water. De herrie van de snelweg viel weg. En overal vogels. Het hele wateroppervlak bedekte zich onder een laag vogels.
Vlak naast elkaar, tegen elkaar, dobberden ze en tuurden in de richting van de auto's. Alsof ruimte niet bestond en de vogels in een meer veranderden, van veren en snavels. De ogen kon ik onmogelijk zien van deze afstand, maar ze tuurden naar mij, naar de snelweg. Dat voelde ik.
Tot ik weer de aansluiting gevonden had, keurig in het gelid met de anderen en de vogels langzaam in mijn achteruitkijkspiegel verdwenen.
Posts tonen met het label vogeltrek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vogeltrek. Alle posts tonen
21 januari 2009
02 oktober 2008
De grote trek
Een hele zwerm spreeuwen overvalt het voederhuisje. De stukjes brood die ik er vanmorgen heb neergelegd, worden in een paar halen opgepikt. Alsof het niks is dat er lag.
De Filistijnen komen over u, of een plaag met de sprinkhanen. De zwerm spreeuwen die ons huizenblok overmeestert, doet aan Oud-Testamentische taferelen denken. Ze hebben zich verzameld op het dak waar vorige week een dakkapel werd geplaatst.Ze zijn op weg naar het verre Zuiden. De broodkorrels zijn broodnodig voor de barre tocht, in het hier en nu door wind en regen. De tussenstop duurt niet lang, want als ik even later weer uit het raam kijk vanaf een dampend bord zuurkool, ziet de wereld eruit of er niks gebeurd is.


De poep die overal verspreid ligt, doet beter weten...
Labels:
achtertuin,
alkmaargracht,
almere,
herfst,
spreeuwen,
vogels,
vogeltrek
12 september 2008
Achter mij
Uit de ijle populieren weerklonk het gekwetter van een grote groep spreeuwen. Ze verzamelden zich voor de trektocht naar het Zuiden. 'Hoor je de spreeuwen tetteren?' riep ik achterwaarts. Ik hoorde geen reactie. Een brommetje trok voorbij en overtetterde de spreeuwen. 'Ja, ik hoor het', galmde Doris vanaf de bagagedrager.
We moesten een brief wegbrengen naar Parkwijk en fietsten langs het spoorbaanpad. Af en toe passeerde een geel monster en bevestigde Doris het voorbijgaan met 'een trein, een trein'.
We reden weer op de terugweg. Een zwerm spreeuwen vloog op een populier af. Weer kwetterden ze het hoogste woord. Ik probeerde de trek uit te leggen. 'Het wordt winter en ze gaan weg', vertelde ik met een halve schreeuw in mijn stem. De treinen en de spreeuwen probeerden boven mij uit te roepen. 'Daarom gaan ze naar een warm land, hier heel ver vandaan. Kijk, daar vliegen ze.' Een nieuw groepje vloog ons tegemoet. Doris snapte het: 'Kom achter mij aan, zegt de vogel.' De zwerm vormde een regendruppel die in een punt voor wegvloog. 'Achter mij, achter mij', vervolgde Doris.
Zo had ik de trek nog niet gezien. 'Ze verzamelen zich en gaan dan weg', vertelde ik verder. Het kwetteren vervloog langzaam van ons. We waren nog alleen tot een brommertje ons tetterend inhaalde. 'Achter mij, achter mij', snaterde de uitlaat met een lelijke schal. Daarna verliet het ons in een stank.
We moesten een brief wegbrengen naar Parkwijk en fietsten langs het spoorbaanpad. Af en toe passeerde een geel monster en bevestigde Doris het voorbijgaan met 'een trein, een trein'.
We reden weer op de terugweg. Een zwerm spreeuwen vloog op een populier af. Weer kwetterden ze het hoogste woord. Ik probeerde de trek uit te leggen. 'Het wordt winter en ze gaan weg', vertelde ik met een halve schreeuw in mijn stem. De treinen en de spreeuwen probeerden boven mij uit te roepen. 'Daarom gaan ze naar een warm land, hier heel ver vandaan. Kijk, daar vliegen ze.' Een nieuw groepje vloog ons tegemoet. Doris snapte het: 'Kom achter mij aan, zegt de vogel.' De zwerm vormde een regendruppel die in een punt voor wegvloog. 'Achter mij, achter mij', vervolgde Doris.
Zo had ik de trek nog niet gezien. 'Ze verzamelen zich en gaan dan weg', vertelde ik verder. Het kwetteren vervloog langzaam van ons. We waren nog alleen tot een brommertje ons tetterend inhaalde. 'Achter mij, achter mij', snaterde de uitlaat met een lelijke schal. Daarna verliet het ons in een stank.
Abonneren op:
Posts (Atom)