Posts tonen met het label leiden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leiden. Alle posts tonen

23 juli 2019

Eline

De titel roept onmiddellijk de associatie op met die beroemde roman van Louis Couperus: Eline Vere. En het grappige is dat de verteller van Michelle Vissers roman met dit gegeven ook in het verhaal speelt. Hoofdpersoon Eline Kant maakt namelijk kennis met de echtgenote van de schrijver die in Den Haag woont. Ze is op bezoek bij Véronique, een tante van een goede vriend.

Véroniques medebewoonster Jette komt binnen met een Haagse vriendin die zich voorstelt als Elisabeth.
‘En u, Eline is uw naam? Kijk eens aan,’ zegt Elisabeth. ‘Dan bent u ongetwijfeld een groot liefhebber.’
Eline kijkt verwonderd, waarop Véronique uitlegt dat Elisabeth de vrouw is van de schrijver Louis Couperus, die onder meer beroemd is vanwege zijn roman Eline Vere. Het echtpaar woont in de buurt, en is deel van de groep Indiëgangers die elkaar veelvuldig opzoekt. (325)

De verteller legt deze intertextuele relatie in het verhaal over een eerdere historische roman van Michelle Visser: Véronique. Deze roman speelt aan het eind van de 19e eeuw, in de tijd dat Louis Couperus’ roman verschijnt. De roman Eline is iets later, in de eerste wereldoorlog.

Academisch milieu

Eline en haar man Wieger Kant wonen in Leiden. Haar leven is in het academische milieu. Haar man is archeoloog aan de universiteit en ook haar roots liggen hier. Ze heeft weliswaar zelf niet gestudeerd, maar haar vader is een geroemd wetenschapper. Ze leidt met haar zoontje en dochtertje een betrekkelijk zorgeloos leventje. Ook al is het oorlog en is niet alles voorradig.

Haar leven verandert als haar man Wieger naar Drenthe gaat voor onderzoek naar een net ontdekt veenlijk. Het ligt daar en Wieger wil de vondst graag daar ter plekke onderzoeken. Als hij is vertrokken mist Eline haar man. Ze verkoopt een kostbaar familiejuweel, koopt een automobiel en rijdt met haar kinderen naar het Drentse platteland.

Het leven daar in dat kleine dorpje verschilt nogal van haar leventje in Leiden. In Leiden draait het om de tennisbaan en thee drinken bij vriendinnen. Hier ziet ze heel andere dingen. De dorpsbewoners zijn niet heel rijk en moeten veel moeite doen om te overleven. Bovendien zijn ze allemaal gelovig, iets waar Eline heel erg aan moet wennen. Je kunt daar niet zomaar de dominee tegenspreken, laat staan het bestaan van God ter discussie stellen.

Aanpassen in het dorp

Weet Wieger zich heel mooi aan te passen in het dorp, Eline heeft daar wat meer moeite mee. Ze ziet wel hoe het leven daar misschien wat armer is, ze merkt ook dat de dorpsbewoners minder gecompliceerd en veel eenvoudiger leven. Het eenvoudige leven biedt veel voordelen. Ze merkt het aan haar kinderen die al heel snel hun draai op het Drentse platteland vinden.

Op de achtergrond klinkt de Eerste Wereldoorlog. Voor Eline en Wieger in Nederland merken ze er niet van wat er bijvoorbeeld in Duitsland en Engeland ervaren wordt. Daar sneuvelen eindeloos veel jonge mannen en zijn vrouwen gedwongen in de fabriek te werken of het verkeer te regelen.

In de roman Eline klinken deze verhalen ook door. Uit de brieven van Wiegers tante in Bremen en Elines vriendin Rose in Londen, lees je het andere verhaal over de oorlog. Hoe mensen zich zorgen maken om hun echtgenoot, zoals bij Rose, of haar zoons, zoals tante Flora van Wieger. Zo komt het verhaal van de grote oorlog tot je als lezer.

Niks mee van de Grote oorlog

Is het in Leiden vooral te merken aan de schaarste, op het Drentse platteland krijg je bijna niks mee van de Grote oorlog. In Drenthe gaat het om heel andere dingen. Het gebrek aan medische zorg ondervindt Eline als haar goede vriendin in het kraambed sterft. Het kind ligt in een stuit waarbij de hulp van de arts uit Assen te laat komt.

Toch kan ze niet aarden in Drenthe; nadat ze vrijend met haar man in het open veld wordt aangetroffen, wordt ze vriendelijk doch zeer dringend verzocht om te vertrekken. Het doet haar verdriet, zeker ook omdat ze later hoort dat een meisje op de kermis ongewenst zwanger is geraakt. Zonder pardon doen haar ouders of ze haar niet kennen en sturen hun dochter zwanger weg. Terwijl ze nog maar een kind is.

Die hypocrisie doet Eline veel verdriet en maakt haar ook een beetje boos. Maar door een geluk ontmoet ze de jonge arts Lucas. Het is een oude bekende van Eline en als ze halsoverkop naar Wieger moet, reist hij met haar mee naar Drenthe. De dorpsbewoners zijn wel blij met de arts en vragen of hij wil blijven. Hij wil wel graag naar het dorp komen, maar dan wil hij dat Eline er dan ook mag zijn.

Politieke belangstelling

Een bijzondere tijd breekt aan. Lucas blijkt niet alleen een arts te zijn, hij heeft ook veel politieke belangstelling. Als tot overmaat van ramp de Spaanse griep uitbreekt, heeft hij er handen vol aan. Het is een heftig stuk uit de roman. Zo na de capitulatie van de Duitsers, slaat deze epidemie flink toe. Niet alleen in het buitenland, ook in Nederland en zelfs Drenthe weet de dans niet te ontspringen.

Hier legt de verteller een mooie relatie tussen Lucas die familie blijkt te zijn van Veronique. Ze krijgt later in de roman een klein rolletje als Eline haar bezoekt. En precies daar maakt ze kennis met de vrouw van Couperus. En niet alleen dat ook blijkt Veronique een felle voorvechtster van de vrouwenbeweging te kennen: Aletta Jacobs. Hier gaan de arbeidersbeweging en de voorvechters van vrouwenrechten soms hand in hand. Maar soms vechten ze voor tegenstrijdige belangen. Niet altijd handig, maar Eline is blij als ze eindelijk in 1922 mag kiezen voor de Tweede Kamer.

Met de roman Eline geeft schrijfster Michelle Visser een interessant tijdperk nieuwe literaire invulling. Het is een tijd die vaak aan de aandacht ontsnapt. Al is er wel veel meer aandacht voor de Eerste Wereldoorlog gekomen. Niet alleen wat de grote oorlog in buurlanden als België, Frankrijk en Duitsland heeft gedaan, maar ook wat het voor Nederland heeft betekend.

Slagveld

De enorme impact van de vele op het slagveld gesneuvelde mannen in Duitsland, Engeland en Frankrijk komt via de gesneuvelde neven van Wieger en de vermiste man van vriendin Rose in Engeland heel dichtbij. Als Rose haar man dan eindelijk weer ziet, is hij voor het leven getekend. Hij mag er dan wel zijn, maar haar oude man komt nooit meer terug.

Michelle Visser legt hier ook een mooi verband met de opkomst van de vrouwenbeweging. De beweging in Engeland krijgt aandacht via de brieven van vriendin Rose. Eline komt in contact met de beweging in Nederland via voorvechters als Aletta Jacobs. Maar Eline zet haar talent op een heel andere manier in.

Historische werkelijkheid

Eline is een mooi boek, waarin de historische werkelijkheid en het dramatische verhaal hand in hand gaan. Soms dreigt het een beetje in te zakken, maar gelukkig weet de verteller dan snel weer vaart in het verhaal te brengen. Zo komt alles voorbij: geluk, verdriet, voorspoed, liefde en zelfs erotiek krijgt een plekje in het verhaal.

Michelle Visser geeft de vrouw aan het begin van de vorige eeuw een stem in haar roman. Daarmee benadrukt ze dat de geschiedenis gedomineerd wordt door mannen, maar dat vrouwen een minstens even grote rol spelen. Ze doet dit in een mooie, meeslepende schrijfstijl. Dat maakt Eline tot een verhaal die indruk maakt. Het is het verhaal van de vrouw die niet zo snel voorbijkomt in de geschiedenisboekjes. Daarmee krijgt de vrouw met Eline een gezicht en een verhaal. Binnen alle conversies van de periode waarin het verhaal speelt.

Michelle Vissser: Eline, Historische roman. Amsterdam: Meulenhoff Boekerij, 2019. ISBN: 978 90 225 8587 0. 368 pagina’s. Prijs: € 19,99.
Bestel via Bookaroo

15 april 2018

Doctorandus - Sientje (15)

In mijn studentenkamer waren geen huisdieren toegestaan. Ik zou afstuderen op 28 juni 2002. Inge was overgekomen, had hiervoor zelfs vrij gekregen. De hond moest nu een groot deel van de middag in de kamer alleen blijven. We lieten haar in de bench zitten. Dat zou de rust moeten geven. We hoopten dat ze niet zou blaffen.

We lieten Sientje alleen en gingen een prachtige dag tegemoet. De grachten schitterden in de warme zomerzon. Ik droeg het grijze pak dat ik gekregen had voor dit soort gelegenheden. Het was niet strak uitgesneden en flubberde aan alle kanten. Ook gaf de grijze kleur mij iets grimmigs. In combinatie met mijn keurig geschoren uiterlijk begon een mooie dag. Een mijlpaal.

We verzamelden ons in de stad bij het café recht aan de overkant van het academiegebouw. Oma was mee, mijn ouders, broer, zus, een aantal vrienden en enkele collega’s. Later wachten in het academiegebouw zelf. Wat was dit spannend. Verder naar de zaal waar mijn docent mij toesprak. Ik wilde iets verbeteren, maar de hoogleraar greep in. Het was niet de bedoeling dat ik hier zou tegenspreken. Ik diende te luisteren.

Daarna een borrel in het café in de Doezastraat – tegenover de Mensa – en als bekroning van de dag pannenkoeken eten aan de Beestenmarkt. Ieder op eigen kosten zoals dat bij studenten gaat. Geld om iedereen te trakteren ontbrak. Aan het einde van de borrel kreeg ik van mijn collega’s een enorm boeket bloemen. ‘Maar ik ga de volgende dag met vakantie’, stuntelde ik. ‘Ach dan neem je die toch mee’, grinnikte mijn collega.

Zo kwamen we die avond thuis met een enorm boeket bloemen. Sientje was helemaal blij ons eindelijk weer te treffen. Ik liet haar gelijk uit. Droeg haar eerst de steile trap af naar beneden om haar te trakteren op een mooie wandeling. Een paar maanden eerder hadden Inge en een vriendin voor het raam gekeken en gelachen. Het zag er ook wel heel bespottelijk uit om mij te zien wachten tot de hond uitgepoept was en daarna het geschetene met de poepschep van de straat te scheppen.

Nu zag het er bespottelijk uit hoe een kersverse doctorandus keurig in pak daar zijn teckel uitliet. Een dag voor de vakantie. Morgen zouden we aan kamperen in Limburg. De kortgeleden bij de Makro aangeschafte tent lag al in de auto klaar om meegenomen te worden. De bos bloemen zou de volgende dag naast Sientje geschoven worden. Op de camping in Vaals kreeg het boeket een plekje in de emmer waarin we eigenlijk hoorden te plassen. Naast de tent kwam het boeket te staan. Het zag er niet uit, maar was erg origineel. Wie neemt er nou een bloemetje en een teckel mee op vakantie?

Lees het vervolg: Kamperen met je teckel »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

08 april 2018

Teckel in studentenhuis mag dat wel? - Sientje (14)

Sientje woonde in Almelo bij Inge. Zij had een huisje met een tuintje. In de tijd dat we Sientje kregen, woonde ik nog in mijn Leidse studentenkamer aan de Lage Rijndijk.

Mijn kamer bevond zich op de eerste etage aan de voorzijde. Ik had de meest in het oog springende kamer van het huis door de iets naar buiten stekende erker. De ramen gingen open met een ingenieus mechaniek van katrollen en gewichten in het kozijn.

Onder mijn kamer bevond zich een grote opslag. In de jaren dat ik er woonde was er in elk geval een kringloopwinkel gehuisvest en later vormde de ruimte het magazijn van een schildersbedrijf. Elke ochtend stegen de terpentine, thinner en andere oplosmiddelen omhoog door de houten vloer. Ik begon de dag zo altijd enigszins bedwelmd en high.

Zachte spons

Inge kwam af en toe logeren in de weekenden dat ik werkte. Speciaal voor die logeerpartijtjes had ik een oud slaapbankje voor 100 gulden bij de kringloopwinkel op de kop getikt. Het was een slecht, versleten ding. Maar met een extra door midden gezaagd oud matras van Inge ging het best. Het sliep heerlijk in de zachte spons die we hadden gemaakt.

Soms ging ik met Inge en Sientje mee terug naar Almelo als de laatste dienst erop zat. Andere keren kwamen vrienden even langswippen. Inge nam bij die bezoeken Sientje mee. Ze kreeg het beest niet alleen de trap op. De steile trap maakte het voor haar onmogelijk om ook nog een hond in de arm te houden. Ze was met haar hoogtevrees veel te veel bezig om omhoog of omlaag te komen.

Daarom droeg ik de hond altijd aan het begin of einde van mijn werk bij de dak- en thuislozen de trap af en op. Gelukkig waren de diensten daar kort genoeg voor. Ik werkte dicht genoeg bij huis voor Sientjes blaas. Ik liep nooit grote rondjes in de buurt. Het was er niet zo hondvriendelijk, over de brug aan de achterzijde van het huis, was een klein stukje industrieterrein met gras. Verder liep ik de Sumatrastraat in, maar daar viel nog minder groens te besnuffelen.

Hoge laarsjes

Een studiegenote van mij kwam een keer op bezoek en droeg hoge laarsjes. Ze stapte de kamer binnen. Sientje ging voor haar staan en blafte zich een ongeluk. Ze hield niet zo van die laarsjes. Zelfs nadat mijn studiegenote ging zitten, bleef Sientje onrustig. Daarom liep ik maar even een rondje met het hondje voor de avondplas. Ik droeg haar onder mijn arm de trap af naar beneden.

Buitengekomen stonden mijn studiegenote en Inge te kijken hoe ik Sientje aan het uitlaten was. Ze moesten erom lachen hoe ik daar stond met die teckel en in mijn vrije hand de poepschep. Het uitlaten van een teckel heeft natuurlijk iets komisch. Zo’n langgerekte hond, kort op de pootjes naast zo’n rechtopgaande mens.

Teckelgang

Teckels hebben altijd een grappig loopje zeker als de tussen stap en draf vooruit komen. Het lijkt misschien het meeste op een tussengang, waarbij de achterpootjes ogenschijnlijk onhandig door de lucht zwaaien.

Sientje kon erg goed sprinten. Ze zette zich dan af met de achterpoten en trok de voorpoten daarna effectief naar achteren. Ze bereikte er hoge snelheden mee waarbij haar oren flapperden in de door de snelheid veroorzaakte wind.

Steile trap

De trap liep steil naar beneden en onderaan waren de treden ook nog eens in een heel onhandige kromming gemaakt. Geen ideale trap om over te lopen. Ik was het niet anders gewend. We wilden Sientje niet leren traplopen en Inge vond het maar een eng ding. De smalle gangen boven waren bedekt met afgesleten linoleum. Sientje struinde daar op momenten dat wij bezig waren in de keuken gewoon rond tussen de kamer voor en het smalle keukentje helemaal achterin het pand.

Om van de keuken in de kamer te komen moest je door de smalle gang naar voren lopen, met een lichte knik het stukje hal pakken tussen toilet en trap en daarna de nis induiken naar de deur van mijn kamer.

Sientje ontdekte al heel snel dat je deze route snel kon pakken. Ze holde door het smalle gangetje, nam de strakke bocht bij het toilet om de nis in te sprinten van mijn kamer. Het dier liep met een noodgang door de gang. Wij waren allebei in de keuken met een pan eten toen we haar vooruit stuurden naar de kamer. We zagen het niet, maar hoorden de nagels krassen op het afgesleten linoleum. Er klonk een enorm gekras, ze wist ternauwernood de kamer te bereiken.

Levensgevaarlijke manoeuvre

Ik besefte pas later dat ze in die bocht een levensgevaarlijke manoeuvre uitvoerde op weg naar mijn studentenkamer. Ze had zo de bocht uit kunnen vliegen en zou zich dan in het trapgat hebben gelanceerd. Met alle verschrikkelijke gevolgen. Zonder twijfel zou ze met haar snelheid en de val 3 meter lager, haar nek en rug hebben gebroken. Je moet er niet aan denken. Je begrijpt wel dat we na die krabbelactie voorzichtiger waren geworden. We lieten Sientje nu alleen onder begeleiding door de gang lopen.

Een andere keer stormde ze na de meer dan 2 uur durende autorit uit Almelo mijn kamer binnen. Ze sprong met een enorme vaart het slaapbankje op en stopte precies op tijd op enkele centimeters van het raam. Ook daar zou een ongelukkige beweging fatale gevolgen hebben gehad. Het dunne enkelglas in het erkertje van mijn kamer zou weinig hebben tegengehouden.

Grootste verhuisbus

Nog geen 11 maanden nadat we elkaar voor het eerst hadden leren kennen via internet, verhuisde ik naar Almelo. Te gevaarlijk voor een hond was dat studentenkamertje. Bovendien verlangde ik altijd als ik in dat kamertje zat, naar mijn lief en ons schattige hondje in Almelo. Zodoende gebeurde het dat ik een halfjaar na onze eerste gezamenlijke aankoop met de grootste bus die je met een B-rijbewijs mocht besturen naar Almelo verhuisde.

Bij de verhuizing bleef Sientje thuis. Mijn kersverse (oud-)collega Mo hielp met sjouwen en droeg zo mijn enorme Mannborg-harmonium naar beneden. Van die trap waar niet alleen teckels de kans liepen hun rug of nek te breken, maar ook verhuizers. Hij droeg het muziekinstrument manshandig op zijn rechterschouder naar beneden.

Met bewondering en ontzag zag ik hoe zijn rug het instrument droeg en zijn schouder meestuurde. Wat een gewicht en wat een kracht. Beneden mocht ik het ding de verhuiswagen in tillen. Het zware gevaar gevaarte dat ik een paar jaar eerder naar boven had gesjouwd met twee vrienden. Ik had plechtig moeten beloven nooit meer zoiets te kopen en voorlopig niet meer te verhuizen. Maar dit was iets heel anders natuurlijk.

Lees het vervolg Doctorandus »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

30 december 2017

'Just like the old man in that book by Nabobov'

We rijden in de auto naar Veenendaal. Onderweg klinkt de Top 2000. Als we tussen Amersfoort en Barneveld rijden over de spitsstrook, hoor ik een liedje dat een herinnering bij mij oproept.

Het was in de tijd van ons leesclubje Scala Caeli in Leiden. Vooraf staken we elkaar de loef af met een lekkere warme maaltijd. Dit keer waren we bij een medestudent die niet zo goed was in koken. Ze had pizza’s in de pan opgewarmd. De bodem brandde aan. We aten ze met een Coup-a-Soup. Met een glaasje wijn was het best goed te doen.

We lazen boeken uit de wereldliteratuur. Zo kwam Dostojevski voorbij en ook Jack Kerouac. Niet altijd boeken die ik in die tijd mooi vond. Net als dat op een dag Nabokov’s roman Lolita aan de beurt was.

De medestudente moest denken aan een liedje waarin de zanger het volgende zingt:

He starts to shake and cough
Just like the old man in
That book by Nabokov

We luisterden het gedwee tot de zin kwam en gingen daarna verder met de analyse. De helft van de leden van het leesclubje had overigens het boek niet gelezen.

Ik vertel het verhaal terwijl we verder rijden. Als ik uitverteld ben, luisteren we naar de tekst. En precies op dat moment klinkt precies die zin. Ik blijk dus gewoon dit nummer te herkennen.

Het is Don’t Stand So Close to Me van The Police. De tekst is door de zanger Sting geschreven. Het gaat over een leraar die verliefd wordt op een minderjarige leerlinge. Hij verzucht dat ze niet zo dicht tegen hem aan moet staan. Een tekst die mogelijk ook autobiografisch is. Sting is leraar geweest.

Blijk zelfs als het om populaire muziek gaat over een muzikaal geheugen te beschikken. Het nummer staat op plek
1623 van de Top 2000. De gebeurtenis is al een paar dagen geleden.

08 december 2017

Lucas van Leyden in het Rijksmuseum

Vlak voor sluitingstijd kom ik in het Rijksmuseum terecht. Een heerlijk moment om lekker door het museum te lopen. Het is niet zo heel druk. Zo krijg ik alle kans om de Nachtwacht te bekijken en verderop zie ik een betoverend drieluik dat ik heel goed ken.

Het is Het laatste oordeel van Lucas van Leyden. Een meesterwerk uit de Renaissance. Wat een prachtig schilderij is het van de hand van Lucas van Leyden. Het schilderij ken ik van de Lakenhal in Leiden, daar vormt het het topstuk van de collectie.

Het heeft daar een prachtig plekje, maar door de verbouwing van de Lakenhal is dit schilderij te gast in het Amsterdamse Rijksmuseum. De Leidse schilder Lucas van Leyden schilderde het rond 1526 voor de Pieterskerk in zijn woonplaats.

En als ik er zo kijk, ben ik weer helemaal bevangen door dit imposante meesterwerk. Wat is het een betoverend en helder schilderij. Ik raak bevangen door de enorme ruimtelijke werking. Zeker ook omdat het zo onverwacht is dat ik dit schilderij zie.

Ik denk terug aan die momenten dat ik in Leiden woonde en op een zondagmiddag of gewoon een doordeweekse dag langs het museum loop. Ik stap naar binnen en kijk alleen maar even bij Lucas van Leyden. Gewoon omdat het kan. Een halfuurtje kijken naar dit meesterwerk en dan weer gaan.

Kunst zoals kunst hoort te zijn. Je stapt zoveel gelukkiger weer buiten. En dat voel ik hier ook in het Rijksmuseum. Het drukke verkeer en de schemering, zo vroeg in deze tijd van het jaar.

Het geeft je even die schittering waar kunst bedoeld is. Het haalt je even uit de alledaagse beslommeringen en laat zien hoe mooi het leven is.

Lucas van Leyden is tot 1 september 2018 in het Rijksmuseum te zien. Daarna keert het terug op zijn vaste plek in het vernieuwde museum De Lakenhal in Leiden.

30 november 2017

Darko's lessen

Hoe leuk om een boek te bespreken van een schrijfster die ik ken. Niet alleen als medeblogster voor de leesclub Een Perfecte Dag voor Literatuur, maar ook als medestudente Nederlands en Algemene literatuurwetenschap in Leiden.

Ik herinner mij haar verhalen, literaire analyse van Huizinga’s Herfstij der Middeleeuwen en later haar pakkende blogs. Dat alles liet zien: een schrijver in hart en nieren. Het wachten was op de roman. Die is er nu in de vorm van Darko’s lessen. En wat voor een roman is het!

Alex Boogers

We waren allebei geraakt door de Rotterdamse roman van Alex Booogers over Aaron Bachman in Alleen met de goden, we lazen het bij de leesclub voor boekenbloggers Een perfecte dag voor literatuur. Ze mocht hem later interviewen. Helemaal terecht kreeg hij het eerste exemplaar overhandigd van Michelle van Dijks debuurtroman.

De stijl en thematiek van Michelle van Dijks roman laten namelijk zien dat ze door hem geïnspireerd is. Maar ze heeft wel een heel eigen, pakkende stijl. Wat een boek is het debuut! Ik werd gegrepen door de stijl, de humor en de erotiek. Het bijzondere contrast tussen de verteller en hoofdpersoon tegenover zijn muze, de 15 jaar oudere docente Janna.

Werelden samenvoegen

Michelle weet in haar boek 2 werelden samen te brengen die tegen elkaar schuren, maar elkaar wel opzoeken en heel soms ook vinden. Een indrukwekkend verhaal waarin de hoogopgeleide de lageropgeleide ontmoet. Ze zijn gefascineerd door elkaar, maar laten zich ook weerhouden de ander echt te ontmoeten.

De ik-verteller Darko komt uit Servië en is gevlucht uit zijn vaderland vanwege de oorlog. Eigenlijk is hij met zijn ouders gegaan. In Rotterdam terechtgekomen volgt hij avondonderwijs en probeert zijn Nederlands te halen. Zij maakt zich druk over haar baan of mobieltje als ze dat een minuut kwijt is.

Afgeleid door verleden

Het staat in schril contrast met de leergierige Darko die al Nederlands probeert te leren sinds hij in Nederland is. En dat lukt moeizaam. Hij wordt afgeleid door zijn verleden (en moeder!) en hobbelt van school naar school, zonder een diploma te halen. Daarom is hij aan het begin van de roman verhuizer.

Terwijl hij Nederlands leert, schrijft zijn verhaal aan Janna. Het is een liefdesgeschiedenis die hij aan het papier toevertrouwd. Eigenlijk alleen bedoeld voor zijn liefde: Janna. Zij is zijn docente Nederlands en leest mee. Ze is onder de indruk van zijn verhalen. Ze stimuleert hem om verder te schrijven. Zo leert hij de taal het beste en uiteindelijk overtreft hij zichzelf.

Hij schrijft vooral om niet te vergeten en hij schrijft voor haar:

‘Ja, maar dat is wat ik wil: niets vergeten van hoe ik jou heb ontmoet, van wat er tussen ons gebeurt.’ (42)

Als hij niks meer van haar hoort, blijft hij schrijven. Hij raakt zijn baan kwijt en vindt iets als klusser. Het verandert zijn situatie. Als Janna hem plotseling uitnodigt om iets te gaan drinken, blijkt ze iets anders te willend an hij verwacht.

Zijn verhaal, haar verhaal

Ze wil zijn verhaal. Het geeft een boeiende inkijk hoe Janna eigenlijk in het leven staat. Zo verandert de liefdesgeschiedenis. Waarin een oorlog een rol speelt waar we in Nederland best zwartwit over denken.

Voor mij zijn Darko’s lessen ook boeiende lessen om te lezen. Michelle van Dijk weet op een overtuigende manier 2 werelden tegenover elkaar te zetten en samen te brengen. De verhalen over het verscheurde land Joegoslavië zijn prachtig en maken de hoofdpersoon en eigenlijke verteller alleen maar mooier en zwakken Janna af.

Je snapt niet waarom hij zo achter haar aan blijft lopen. En daar zit meteen de tragiek van het verhaal. Daarmee is Darko’s lessen een boek dat blijft hangen, vraagt om opnieuw te lezen en nieuwsgierig maakt naar nieuw werk van Michelle van Dijk.

Bedankt voor deze prachtige roman Michelle!

Michelle van Dijk: Darko’s lessen. Roman. Rotterdam: Uitgeverij Douane, 2017. ISBN: 978 90 72247 98 8. Prijs: € 17,50. 180 pagina’s.Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over de roman Darko’s lessen van Michelle van Dijk. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

05 september 2017

Ruimtelijke ervaring - Evensong (4, slot)

Nu gaat een wereld verder voor mij open. Natuurlijk luister ik weleens naar de vele uitzendingen van Evensongs door het hele land van de BBC. De ervaring van de ruimte, veel mensen die erbij zitten en genieten, helpt mee om de beleving compleet te maken.

Al weet ik zeker dat het anders is als je in een Engelse kathedraal zit. Hier in de Hooglandse kerk is het even Engeland. Al is deze kerk beduidend lichter dan veel Engelse kathedralen.

De muziek van Philip Radcliffe en Sir Edward Elgar doen de rest. Een mooie samenstelling van muziek waarin alle vormen van emoties de ruimte krijgen. Van diep verdrietig tot uiterst vreugdevol en alles wat ertussen zit. Al heerst wel de melancholie op zo’n avond. De beleving van de kerk zorgt voor deze inkeer en moment van bezinning. Daar heb ik geen preek voor nodig.

Bij de afsluitende Organ Voluntary, de gastorganist Martyn Noble bespeelt het Willis organ, dat dit jaar voltooid is. Het is een imposant instrument, met een vol karakter, maakt de Engelse beleving wel compleet. Het is een krachtig instrument, dat een grote klankrijkdom kent.

Het 19e eeuwse karakter is goed behouden gebleven na de vergroting vorig jaar. Al is de afwerking best een beetje potsierlijk, de Oosters aandoende torentjes aan weerszijden van de zijkant, doen een beetje overdreven aan. Het front boven de speeltafel is weer fraai. Net als de gigantische open houten pijpen van de 32 voet.

Bij het teruglopen naar de auto, door het Leiden op een zomeravond, de Haarlemmerstraat, besef ik hoe ik veranderd ben in de loop van de jaren. Op het moment dat ik hier studeerde, moest ik er niks van hebben. Geen kerkdiensten. Zeker ik heb het geprobeerd, maar vond het niet. Teveel gebeurd.

Ik keer toch weer – onbedoeld – terug naar de beleving van vroeger. Al is het anders, rustiger, meer gebalanceerd. Vriendelijker ook. Niet meer dat heftige, maar een moment van bezinning en daarna weer verder. Wilde ik voorheen te vaak in de bezinning blijven steken waardoor het geen bezinning meer was. Nu schudt ik het van mij af en behoud het goede.

Al voel ik mij nog heel sterk verbonden met de student die ik hier in 2002 achterliet. De creativiteit, het schrijven en het vurige verlangen dat hier overal om mij heen was. Nu schijnt alleen de zon en maakt alles van goud. Zo loop ik weer terug naar het heden. Genoeg bezinning. De snelheid van de A4, A10, A1 en A6 brengen mij weer terug naar huis en het nu.

Dit is het slot van een 4-delige blog over de Choral Evensong in de Leidse Hooglandse kerk. Regelmatig zijn deze diensten in de grote stadskerk van Leiden.

04 september 2017

Silence - Evensong (3)

De Evensong in de Hooglandse kerk is aan volle gang. De 2e lezing. Er volgt zo nog 1. Als ik voorzichtig langs de vlonder wil stappen, loopt Hans Brons, cantor van de Leidse Cantorij, streng naar mij toe. ‘Silence’ slist hij mij toe. Ik ben doodstil, gebaar ik. Juist het voorkomen om te stappen op die vlonder, heeft de rust behouden.

Daarom ga ik wat verder van de mensen in het hoogkoor zitten, in de kooromgang zitten op een bijna lege bank. Aan de andere kant zit iemand met een fototoestel naast zich. Af en toe loopt hij weg om een foto te maken.

De Schriftlezing is voorbij, het orgel begint te spelen en het koor zet in. De Engelse Conductor Huw Williams enthousiasmeert het koor. Ze zingen mooi het Magnificat van Kenneth Leighton. Het orgel klinkt goed. Al zit ik aan de zijlijn en niet gunstig ten opzichte van het ‘Father’ Willis organ uit 1891.

Het zweet van het rennen gutst nog langs mijn lichaam en maakt een grote vlek op mijn borst. Rustig blijven zitten en genieten. De volgende lezing uit Handelingen, gevolgd door het Nunc Dimittis. Brede akkoorden. Hard en zacht vullen de ruimte.

De stemmen klimmen omhoog door de gewelven hoog boven ons. En wat schijnt de zon toch schitterend door de Zuidbeuk. De hoge ramen tegenover mij in het koor van de kerk, doen de rest. De hooggotiek, de tijd van het licht. De immens hoge ramen zorgen ervoor. En gewoon genieten.

Waarom is er dan toch weer altijd die preek. Terwijl de kracht van de klassieke Evensongs schuilt in de muziek, de lezingen en het gebed. Daarom verschuif ik mijn gedachten daar in het schrijven van een paar haiku’s over de muziek en de werking en de gewaarwording over vroeger en over nu:

Preken

Voorheen hoogtepunt
de woorden en de duiding
nu het dieptepunt

of

Licht

Kleurt licht de ruimte
geleiden gewelven wit
in Hooglandse kerk

Sinds het horen van de cd met koormuziek van Herbert Howells ben ik heel enthousiast geworden over Engelse koormuziek. Daarvoor moest ik er niet zoveel van hebben. Misschien teveel associatie met Songs of Praise.

Het spel van hard en zacht, afwisseling van brede akkoorden naar eenstemmige zang. De stemmen meegesleurd door de ruimte. Het moet op 1 of andere manier toch in een kathedraal.

De Hooglandse kerk heeft het allemaal. En als de preek geweest is, volgen Preces en Responses van Philip Radcliffe. Schitterend en indringend zo aan het begin van deze zomeravond eind augustus. Ik geniet in stilte en kijk gelijk naar de indringende rug van Hans Brons.

Lees het vervolg: Ruimtelijke ervaring

03 september 2017

Hooglandse kerk - Evensong (2)

Precies 5 uur. Ik moet hollen naar de Hooglandse kerk. Anders ga ik de Choral Evensong nooit halen. En hopen dat de kerk open is. In tempo ren ik onder de Morspoort door. Geen fietspad meer, maar een pad, met een trappetje. Ik zie het allemaal op tijd en spurt van het trappetje in een fraai huppelpasje.

Door de Morsstraat, verder langs de Oude Rijn naar het centrum. Ik weet hetzelfde tempo te blijven hollen. Niet te hard, maar hard genoeg om het vol te houden. De oude route van weleer die ik op mijn oude bruine Gazelle altijd fietste door de stad. Over de voetgangersbrug, langs de De Waag en V&D.

Het antiquariaat dat al jaren te koop staat, waar een scene van Discovery of Heaven is opgenomen. De hele avond van de scene zat ik in het aangrenzende café met de veelzeggende naam Van Engelen. De boekwinkel ziet er sleets uit. De winkelpui is al jaren niet meer geschilderd. Zon en regen hebben hun effect op het hout. Je herkent er bijna niet meer de boekwinkel in uit de film. Verder langs de Nieuwe Rijn, in de richting van de Hooglandse kerk.

Blijft imponerend dat dwarsschip en koor. Hoog boven de huizen uit torent het. Een poging om er een bisdom te huisvesten mislukte in de 14e eeuw. Haarlem won. Het schip van de kerk is daarmee in het midden altijd laag gebleven. Maar desondanks een prachtige kerk.

Ik ben ontzettend blij dat de kerk open is. Schuifel voorzichtig naar binnen. Op de tafel ligt nog precies 1 programmaboekje. Ik loop verder. Er is een Schriftlezing, zo te horen uit een Koningenboek. De profeet Elia komt erin voor. Ik wil bij de groep mensen zitten, niet zover weg in het schip. Het koor staat midden in het koor. Op zijn Engels. In evenwijdige rijen en op krukjes bij gebrek aan de verhogende koorbanken.

Lees het vervolg: Silence

02 september 2017

Choral Evensong in Leiden

Orgel gespeeld in Noordwijk, lopend over het strand en turend naar het onzichtbare eiland in het verre westen, schiet mij te binnen dat Leiden niet ver van Noordwijk ligt. En op zondag is er af en toe een heuse Evensong in Engelse stijl.

Ik fietste er vroeger soms naar Noordwijk, meestal ’s avonds, om even de zee te zien. Altijd via Valkenburg, scherend langs Wassenaar sloeg ik net op tijd af in de richting van Noordwijk. De tocht viel altijd weer een beetje tegen.

Snel op mijn mobieltje kijken of dit vanavond het geval is. Inderdaad. Het is het geval, maar de dienst begint al om 17.00 uur en het is nu iets voor half 5. Snel verder lopen over het strand in de richting van de auto die ik een eind van de kerk moest parkeren omdat de parkeerplaats voor de organist bezet was.

Als ik wegrijd is het al veel te laat. Bovendien is het straatje waar de auto staat veel te smal om te keren. Ik moet naar het eerste luxe huis en pak de oprit om te keren. Bij het afslaan naar de grote weg, beletten fietsers mijn zicht. Natuurlijk geen handen uitsteken als je afslaat. Een hinderlijke eigenschap van vrijwel elke fietser.

Zo rij ik volgens mij veel te hard van het duin af, Noordwijk uit. De helling en de frustratie vanwege de fietsers helpen niet mee. Zodoende rij ik even later precies de weg die ik vroeger fietste naar Leiden. Daar ligt het vliegveld Valkenburg. Naast de weg ligt de dijk waarop het trammetje nog veel vroeger reed.

Het is er allemaal niet meer. Nu is er een grote colonne in de richting van Leiden. Het kost veel te veel tijd om in Leiden aan te komen. Parkeren is dan ook nog eens een kunst. Ik wil eigenlijk geen parkeerkosten maken, daarom zoek ik een plekje in de Mors.

Gelukkig is het hier vrij parkeren op zondag. Ik zie het te laat, anders had ik wel een paar honderd meter meer in de richting van de Morspoort kunnen parkeren.

Lees het vervolg: Hooglandse kerk

24 mei 2016

Het raadsel van De Meneer

image

Op de achterkant van het universitaire krantje De Mare zetelde in mijn studententijd de column van een raadselachtige afzender: De Meneer. Ik had geen idee wie deze man kon zijn. Meestal las ik de zielenroerselen van dit verschijnsel niet van een student die alles onderging voor de eerste keer. Dat de schrijver geen student maar een oudere meneer moest zijn, liet geen twijfel. De toon was te volwassen om een beginnende student te kunnen zijn.

Aikido-les

De door Ilja Leonard Pfeijffer geciteerde Aikido-les in zijn bundel Brieven uit Genua staat mij nog helder bij. Ik las hem nadat ik zelf een lesje Jui Jitsu volgde bij meneer Aad van Polanen. Hij had een school aan het Rapenburg en gaf in de universitaire gymzaal Jui Jitsu. Ik gaf het meteen op na het eerste proeflesje. Ilja Leonard Pfeijffer ging verder en bracht het tot de zwarte band.

Hoeveel leerde ik niet tijdens deze eerste les. Mijn eerstejaarscolleges beginnen pas volgende week, maar ik kan bijna niet wachten om de collegezaal te betreden, te gaan zitten tegenover de studenten en tien minuten lang mijn ogen gesloten te houden. (475)

Ik weet nu dat ik bij de verkeerde les zat. Ik had bij Tom Verhoeven moeten zitten om de echte begeestering te krijgen. Bij Aad van Polanen ben ik weggebleven na die eerste les. Ik herkende te weinig van de inspirerende lessen die ik jaren eerder in Veenendaal had gehad.

Niet geluisterd naar De Meneer

Ik heb mij overigens niet laten inspireren door de column van De Meneer en heb de Japanse vechtkunst na het lesje van Aad van Polanen opgegeven. Misschien belangrijkere dingen te doen. Ik weet het niet. Een gemiste kans, lees ik nu bij Ilja Leonard Pfeijffer.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

23 maart 2014

Junghuhns gedenksteen - #50books

Gedenksteen Franz Wilhelm Junghuhn in Mansfeld
Burgemeester Dietmar Sauer bij de onthulling van de gerestaureerde gedenksteen van Franz Wilhelm Junghuhn in Mansfeld.

Leiden staat vol met gedenkplaquettes: hier woonde Nicolaas Beets, hier schreef Kneppelhout zijn Studentenschetsen en hier woonde Wilem Bilderdijk. Bij de oprichting van veel van deze gedenkstenen was mijn docent Peter van Zonneveld betrokken.

Literair Leiden in plaquettes

Hij is een lopende encyclopedie als hij door literair Leiden loopt en weet precies welk huis welke schrijver en/of hoogleraar als bewoner heeft gehad. Of de plaats waar Karel van het Reve met zijn auto te water geraakte aan het Rapenburg.

Voorzover ik weet is in Leiden alleen het huis van Japanoloog Von Siebold een museum geworden. De woonhuizen van de meeste schrijvers zijn woonhuis gebleven of bieden onderdak aan een onderdeel van de Universiteit Leiden. In het ergste geval herbergen de monumentale panden studenten. Dat zijn dan vaak niet de studenten met de meeste literaire kennis en liefde, maar met het meeste geld.

Gedenksteen Junghuhn Leiden

Zelfs het huis van Bomans fictieve personage Pieter Bas bezit een gedenksteen op de Breestraat. Temidden van al die plaquettes in Leiden zit ook een gedenksteen in de muur van het huis waar Junghuhn woonde tussen 1848 en 1855. Jarenlang liep ik er gedachteloos langs, totdat dezelfde Peter van Zonneveld over deze bijzondere natuuronderzoeker vertelde. Ik raakte helemaal vervuld van deze natuuronderzoeker.

Sindsdien keek ik bij het fietsen altijd even naar het pand aan het Rapenburg. Ik maakte zelfs in de achtertuin een keer een borrel mee en staarde vol ontzag naar de indrukwekkende boom die daar stond. Misschien had Franz Wilhelm Junghuhn die boom wel gepland en het kleine spruitje elke avond een emmer water gegeven.

Gedenksteen Mansfeld

In 2009 mocht ik een bezoek brengen aan de geboorteplaats van Junghuhn in Mansfeld. Zijn huis staat er niet meer. Het is een open ruimte tussen twee huizen in. Het huis zou in de jaren zeventig zo vervallen zijn geweest, dat het is afgebroken. Vermoedelijk waren de kelders onder het huis nog wel intact. Al was er in de DDR-tijd een zware tractor doorheen gezakt, vertelden de bewoners van het kleine stadje mij.

De plaquette die in 1909 boven de deur werd geplaatst, staat nu op de lege plek waar het huis stond. In 2009 werd het in aanwezigheid van de burgemeester en de directeur van het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap Nederland onthuld. Het genootschap is nog altijd eigenaar van de plaquette.

Ik sliep in het hotel naast het geboortehuis van Junghuhn. Mijn kamer grensde aan het huis van Junghuhn. Als ik goed keek kon ik in de tuin kijken. Ook genoot ik van het uitzicht op het slot aan de andere kant van het dal. De volgende morgen liep ik door de straat waar Junghuhn en veel eerder Luther liepen om naar school te gaan. Op weg naar de burcht waar ik de lezing zou geven.

Tangkuban Perahu

Zo kroop ik even in de huid van Junghuhn. Maar of ik hier nu dichter bij hem gekomen ben? Ik heb nog altijd het idee dat ik misschien dat gevoel alleen maar op de Tangkuban Perahu kan hebben. Het immers zijn lievelingsvulkaan.

Zijn graf en grafmonument liggen aan de voet van de berg, maar ik denk dat je alleen op de top het dichtste bij Junghuhn komt. De vrees voor teleurstelling en financiële redenen weerhouden mij nog steeds naar Indonesië te gaan.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 12 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter Pellenaars. Martha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

26 januari 2014

Door elkaar lezen - #50books

image
Gelezen, nog te lezen, tegelijk lezen.

Ik ben opgevoed dat je netjes eerst het ene boek uitleest en dan pas aan het volgende begint. Het liefst breng je het uitgelezen boek eerst naar de bibliotheek om in te wisselen voor het volgende. Het is net zo’n regel dat je een boek uitleest. Een verplichting die ik mijzelf opleg en die geregeld tot een marteling leidt.

Ergens ben ik door elkaar gaan lezen. We hadden het er vaak over tijdens de studie. Ik had de sport om collegedagen te maken van 9 tot 21, waarbij ik dan een college of 10 volgde. In dat soort tijden kon het voorkomen dat je zo’n vier tot vijf boeken per week las. Het was lezen tegen de klippen op. Zeker als daar ook nog een boek bijzat als Misdaad en straf.

Dat boek las ik echt in een roes. Ik begon eraan en liet mij meesleuren door het verhaal. De volgende dag werd het boek behandeld bij het college en ik las de hele avond en een groot deel van de nacht door. Ik las het verder tussen de colleges door tot ik het helemaal uit had. Het hoorcollege van dr. Matthias Prangel maakte de beleving alleen maar sterker. Deze leeservaring uit 1998 is één van de meest intense die ik ooit had.

Meer boeken tegelijk

Ik lees nog altijd meerdere boeken tegelijk. Het is heerlijk om als je het ene boek even zat bent, over te stappen naar het andere. Ik ben niet bang dat ik de verhalen door elkaar haal, al denk ik dat je moet oppassen met het gelijktijdig lezen van boeken uit dezelfde reeks.

Ik zou niet twee reisverhalen van Paul Theroux door elkaar gaan lezen. Net als dat ik niet een verhaal van Paul Theroux en Redmond O’Hanlon evenwijdig aan elkaar zou lezen. Maar meerdere romans tegelijk of een informatief boek naast een fictief werk, kan best. Ik lees wel meerdere gedichtenbundels naast elkaar. Ze vullen elkaar aan, versterken de werking en zorgen voor de afwisseling.

Groot gevaar

Het grote gevaar van naast elkaar lezen is dat er een boek sneuvelt tijdens het lezen. Gewoon omdat het niet interessant is. Je bent eraan begonnen, maar een ander boek dat je in dezelfde periode leest, wint het en wordt opgevolgd door een ander boek. Het boek zakt langzaam naar beneden in de stapel en verdwijnt helemaal uit zicht. Het is een risico en ook een groot risico. En dat is in tegenspraak tot dat andere boekprincipe: een boek lees je uit!

Om al die halfgelezen boeken een beetje te voorkomen, probeer ik nu wel wat trouwer aan één boek te blijven. Ook omdat ik bang ben dat ik het boek vergeet zodra ik aan het andere boek lees. Het is mij te vaak overkomen, waardoor een bespreking in de vorm van een blogpost uitbleef. Jammer, want ik doe het graag. Alleen kost het wel wat tijd.

Verleiding

De verleiding blijft aanwezig. Zo las ik een groot deel van de biografie van Steve Jobs terwijl ik allemaal andere boeken las. Alleen was dat aan het eind niet meer te houden, het versnipperde het verhaal teveel. Ik las de biografie die Walter Isaacson schreef, uiteindelijk helemaal uit. Deze week – ik was allang weer een ander boek aan het lezen – schreef ik de blogposts om ze later te zullen publiceren. Dus ook een boek lezen en onderwijl over een ander boek schrijven, het kan allemaal.

Dat door elkaar lezen heeft altijd een risico: je haalt de boeken door elkaar. Het overkwam mij kortgeleden. Ik besprak een jubileumbundel voor een oud-docent van mij en las op dat moment een andere jubileumbundel voor een andere oud-docent. Daar haalde ik een paar dingen door elkaar die in de boekbespreking terechtkwamen.

Ik werd daar kort na publicatie op gewezen en kon de informatie uit het andere boek snel verwijderen. Of het een erg voorval was? Ik dacht dat degene die in een essay besproken werd, een predikant was, maar hij was een leraar. Niet veel mensen zullen het hebben gezien, maar in een boekbespreking voor onderzoekers is het een vrij ernstig vergrijp.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 4 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter Pellenaars. Martha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

25 augustus 2013

Mijn pseudoniemen - #50books

image

Het gebruik van een pseudoniem heeft vaak een achterliggende reden. Het lijkt nog het meest op schaamte of het vermijden dat bekenden de persoon en het werk door elkaar gaan halen. Een pseudoniem wordt vaak gehanteerd door schrijvende advocaten, diplomaten en directeuren. Ze willen voorkomen dat hun brood vermalen wordt tot kruimels als hun bazen of opdrachtgevers ontdekken dat ze eigenlijk schrijven.

Over het algemeen weet iedereen het wel. F. Springer is Carel Schneider, achter Nescio verstopt Jan Hendrik Frederik Grönloh en Multatuli heet eigenlijk Eduard Douwes Dekker. In sommige gevallen is het lang onduidelijk geweest wie er eigenlijk achter het pseudoniem verstopt zat, zoals bij Nescio. Bij hem kwam pas na het overlijden aan het licht dat Nescio bij leven een handelsman en directeur was die uit liefde en idealisme schreef.

De echte pseudoniemen blijven voor altijd onbekend. Daar zijn ook geen voorbeelden voor te geven, anders zouden ze bekend worden. Op internet kun je betrekkelijk gemakkelijk een verborgen leven leiden onder een andere naam. Veel schrijfsels zijn daar van een pseudoniem voorzien. Het zijn niet de beste verhalen dus dat is ook niet erg.

In mijn studententijd verborg ik mij bij een verhaal achter het pseudoniem Hein Roosman. Ik vond het verhaal dat ik geschreven had te persoonlijk. Het heette ‘Een aanmerkelijk treinreis’ en was een verhaal waarin ik een verloren liefde probeerde te verwerken. Ik had niet de behoefte aan de grote klok te hangen dat het verhaal van mij was. Het verhaal dat in de NNP-Almanak van 1998 een plekje kreeg leverde geen enkele reactie op. Ik vraag mij af of iemand het gelezen heeft.

Ook deed ik een keer mee aan een wedstrijd voor schrijvers van Marokkaanse en Arabische afkomst. Als Mustapha Ghorbani schreef ik een inzending voor deze literatuurprijs. Het gedicht over een raaf met allochtone smart was niet veel bijzonders. De El Hizjra-literatuurprijs bleef mij zo bespaard. Wel kon ik er stoere verhalen over vertellen bij medestudenten. Zo heeft dat pseudoniem toch nog een aardig leven gehad.

14 juli 2013

Ongelezen Flaubert – #50books

image
Mijn ongelezen Flaubert.

In vroeger tijden hield ik mij in leven met het niet lezen van boeken, maar er wel over praten. Soms was het een halve waarheid. Dan had ik alleen het eerste hoofdstuk gelezen of een klein deel. Het boek terzijde gelegd of nog vluchtig doorgebladerd. Van andere boeken wordt vooral veel verteld.

Zeker als je studies doet als Nederlands en literatuurwetenschap. Tijdens mijn studie heb ik verschrikkelijk veel boeken gelezen, maar net zoveel boeken niet gelezen. De kunst is het dan een boek niet te lezen en er toch genoeg over te weten om het tentamen te halen.

Daar had ik al ervaring mee. Bij de éénjarige Havo had ik alles gelezen, maar bij het éénjarig VWO vertilde ik mij een beetje. In mijn overmoed had ik een groot deel van mijn boekenlijsten veranderd ten opzicht van een jaar eerder. Bij het mondeling tentamen kwam aan het licht dat ik een paar boeken niet had gelezen, terwijl ze wel op de lijst stonden.

Ik kon mij er nauwelijks uitpraten. Maar De grauwe vogels van Arthur van Schendel had ik niet gelezen, net als Het vijfde zegel van Simon Vestdijk. Ik viel stil bij deze boeken, want ik wist er niks over te zeggen. Te praten over de boeken die ik wel gelezen had, werkte niet. Ik haalde een 5 tot mijn grote verdriet voor het examen. Het is bij dit incident gebleven, daarna wist ik zoveel van de boeken die ik niet gelezen had, dat ik ze eigenlijk gewoon gelezen had.

In de kroeg vond ik regelmatig gelijkgestemden. Heerlijk praten over literatuur. Zo kreeg ik mijn informatie over boeken die ik niet gelezen had of boeken die ik moest lezen. Ik sprak een keer met de schrijver Abdelkader Benali in de Leidse kroeg ‘De blauwe engel’ over Madame Bovary van Gustav Flaubert.

We hadden allebei het boek niet gelezen, maar hielden voor elkaar de indruk overeind dat we het boek van de Franse naturalist van buiten kende. Ik wierp alleen maar wat brokjes in de lucht en de schrijver hapte gretig. ‘Wat een geweldig boek is dat’, zei de schrijver. Ik wist dat er in het boek een langdradige scène in een rijtuig was.

Ik was er ooit aan begonnen, maar kon er niet doorkomen. Het moest het hoogtepunt van het boek zijn. Daarom wierp ik het brokje maar in de lucht. ‘Vooral die scene in het rijtuig’, zei ik. ‘Ja’, riep Abdelkader. ‘Die scène in het rijtuig. Je weet gewoon dat ze met zichzelf aan het spelen is, maar hoe Flaubert dat verhult. Ongelooflijk.’ Mijn avond kon niet meer stuk.

Nu doe ik het niet meer, liegen over een boek dat ik niet gelezen heb. Ik merk dat het veel sterker is te zeggen dat je iets niet gelezen hebt. Je maakt dan een statement.

28 september 2010

Treinspotting - leeggespoten spuitbus op trein bij Leiden

We stonden met de trein stil voor een wissel die niet werkte. Naast de trein waarin ik zat, stond een trein opgesteld die een iets minder florissante nacht had gehad. Alles, maar ook echt alles was dichtgespoten. De ramen boden geen uitzicht meer. Alleen de zilverkleur uit de spuitbus was nog te zien, met hier en daar een levensgrote letter van de spuitbuseigenaar.

12 september 2010

Marja

Sommige mensen verlies je uit het oog en dan kom je ze weleens tegen. Het internet is zo'n ontmoetingsplek. Zo trof ik een paar jaar terug Marja aan op hyves. Marja, een schat van een meid. Zij wierf me voor nachtportier bij het Sociaal Pension in Leiden.

17 augustus 2010

Bestaat het lelijkste gebouw van Nederland wel?

De Neudeflat (rechts) steekt schril af tegen de Domtoren (links) in Utrecht
Een mooi initiatief natuurlijk, een verkiezing van het lelijkste gebouw van Nederland. Ik heb iets met lelijke gebouwen. Ze ergeren me mateloos. Dan kan ik me echt niet voorstellen dat iemand het in zijn hoofd heeft gehaald iets anders te slopen voor die lelijkheid. Een man die ook een gezin heeft, van zijn vrouw houdt en 's avonds met z'n Labrador een rondje door de wijk loopt.

02 juni 2010

Heien

Bij het station Leiden Centraal wordt aan de achterkant gebouwd. Vanmorgen waren de bouwlui druk bezig om de fundering te maken. De heipalen werden met kracht de grond in geslagen, op zoek naar de harde bodemlaag die voldoende weerstand biedt tegen het gebouw.

02 mei 2010

Boeken Fens en Zeeman geveild

Deze maand zijn 2 bijzondere boekenveilingen. De bibliotheken van de 2 volkskrant-medewerkers Kees Fens en Michaël Zeeman worden geveild. De boeken van Kees Fens neemt het Haarlemse veilinghuis Bubb Kuyper voor zijn rekening. Het eerste deel van de enorme boekenverzameling van Michaël Zeeman zal onder de hamer gaan bij Burgersdijk & Niermans in Leiden.