Posts tonen met het label recensies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label recensies. Alle posts tonen

01 juli 2008

Horen, zien en zwijgen

Het kan erg leuk zijn om een boek uit 1977 eens op te pakken en te lezen. Horen, zien en zwijgen van Gerrit Komrij werkt dertig jaar na dato nog steeds op de lachspieren. Ik heb het een paar weken in mijn bezit en lees er af en toe een pagina uit. Het boek behandelt het televisiejaar 1976. Gerrit Komrij keek een jaar lang voor NRC Handelsblad televisie. Op zijn eigen wijze doet hij hier verslag van de beelden uit de kleurentelevisie die hij van de krant kreeg.

De televisie is weinig veranderd. Sommige helden van weleer verschijnen nu nog op de buis. Van Ivo Niehe hebben we nog altijd last. Rob de Nijs, Gerard Cox, Martine Bijl en Ben Cramer, ze leven niet alleen, maar ze vertonen hun koppen dertig jaar later nog steeds op het beeldscherm. De prestaties verschillen niet veel met de tegenwoordige tijd.

De ergernissen zijn evenmin veranderd:


Het is mei en ze ontvallen je weer één voor één, de programma's. Geen zinsnede hoor je de afgelopen weken zo vaak op de treurbuis dan 'Voor de laatste maal in dit seizoen ziet u...' [...]
Waarom staat dan de tv vijf maanden op een laag pitje? [...]
De winternonsens is in elk geval voorbij en we krijgen nu de geïnflateerde zomernonsens.

Heerlijk om dit te lezen, want we kijken nu al bijna twee maanden naar herhalingen. Het maakt televisiemakers lui, goede televisieprogramma's zijn uitzondering.

Of sport op televisie:


Sport, of wat daar onder verstaan wordt, is het enige waarvoor op de jammerkast alles moet wijken. Nagenoeg niets kan of mag, maar als er om vier uur 's nachts in Chattanooga, Tennessee, een bokswedstrijd is, dan zien we het.

Of het programma-aanbod:


Elke manager die voor zo'n wanbeleid verantwoordelijk zou zijn, voor het minachten van miljoenen cliënten, was in iedere onderneming, al betrof het een strijkboutenassemblagebedrijf, op staande voet ontslagen. Maar ons omroepstelsel is er op gericht zoveel mogelijk mensen tegelijk te treiteren.

Ik geniet hier van en betreur het dat in onze tijd de kritische geest ontbreekt. Van mij mag Komrij wel weer een jaartje het leed van de treurbuis bespreken.

15 juni 2008

Kees Fens

Een tijdlang keek ik iedere maandagmorgen reikhalzend uit naar het artikel van Kees Fens in de Volkskrant. Het besloeg bijna een kwart van de krantenpagina, een lange rij kolommen waar bijna geen einde aan leek te komen. De nieuwsberichten las ik pas na het maandagstuk van Kees Fens. Vanmiddag las ik dat hij overleden is in zijn woonplaats Amsterdam, 78 jaar oud.
De eerste regel trok mij het verhaal binnen en als ik niet geboeid was, werd het niks meer. Maar bijna altijd werd ik gegrepen en las ik de recensie in één ruk uit. Vooral gegrepen door het onbekende waarmee ik kennismaakte.
De Belijdenissen van Augstinus, de Engelse dominee James Woodforde, Nescio, de Kerkelijke geschiedenis van het Engelse volk, Cellini, Petrarca of de Middeleeuwse dichter Johannes van het Kruis. Het waren de onderwerpen waarmee een essay begon, of eindigde. Soms vertelde Fens een hele geschiedenis eromheen en dan vertelde hij aan het einde dat het boek heel mooi was, maar er wel een beetje goedkoop uitzag.
Ik maakte kennis met de wereld van de literatuur, de kerk, de middeleeuwen en vooral met de wereld van het boek. Geen boek was te min voor Kees Fens. Letters vormde de enige overeenkomst tussen de werken die Fens las en besprak. Verder mochten ze van alle West-Europese windrichtingen komen en uit een grijs verleden.
Ik ben hem wat later uit het oog verloren, maar vond de herkenning van de maandagmorgenvreugde terug in de bundel Dat oude Europa. Een wereld van kerken, heiligen, kerkvaders, dichters, dominees, dronkaards, filosofen en humanisten, opent bij het lezen van dit boek boordevol van die kloeke essays. En inderdaad vond ik de recensies terug van de boeken waarbij aan het einde nog even snel het boek werd besproken in een alinea, zoals bij het essay 'Het plezier van het dichtgeknepen oog'. Na een verhaal boordevol met anekdotes en voorvallen van Romeinse keizers, gehaald uit een vertaling van het boek van Suetonious:


De nu verschenen Nederlandse vertaling, Keizers van Rome getiteld, is gemaakt door D. Hengst. Hij heeft er jaren aan gewerkt. Ze laten zich goed lezen. De afwezigheid van elke poging tot fraaie stilering is bewonderenswaardig. Suetonius krijgt het Nederlands dat zijn Latijn verdient. Em de enkele anachronisten verlevendigen de taal.

Een letterlijk voorbeeld van mosterd na de maaltijd.

Bij het ordenen van mijn bibliotheek, onlangs, vroeg ik mij af waar Kees Fens eigenlijk hoort. Moet hij staan tussen al het wetenschappelijk spul van Anbeek, Van Alphen, Korsten en Van Zonneveld, of mag hij bij de echte literaire, net als de twijfelaars Karel van het Reve, Gomperts en Dresden. Ik ben er nog niet uit, één boek heeft al een plekje gekregen in de bibliotheek, de anderen zwerven nog in mijn studeerkamer rond.

Misschien moet hij gewoon bij de andere doden, Ter Braak en Du Perron.

Lees meer necrologieën:

30 maart 2008

Marjan Berk en Hanneke Groenteman

Regelmatig ga ik naar de Kringloopwinkel om wat rond te neuzen. Meestal liggen er heel aardige boekjes voor malse prijzen. Uit nieuwsgierigheid nam ik drie weken terug het boekje Nooit meer slank mee van Marjan Berk. Deze recensie is de eerste in een reeks waarin ik boekjes onder het stof vandaan haal voor een korte bespreking.

Het boekje Nooit meer slank trok mijn aandacht. Ik vond het begin leuk van een vrouw die een jurk wil passen die twee maten te klein is, met alle gevolgen van dien. De belangrijkste reden om dit boekje mee naar huis te nemen, was de specifieke geur van het boekje. Bij het openen en bladeren snoof ik een parfumlucht op van vergane rozen. Niks mufheid, maar de kruidige geur van opsmuk uit het verleden.

De boeken van Marjan Berk behoren tot het genre van de chicklit, maar dan voor de oudere dame. Het zijn niet al te zware boeken van, voor en door vrouwen. Nooit meer slank vormt inhoudelijk pure informatie voor vrouwen. Mannen ontfermen zich niet zo vaak over een vetkwab of een onderkin. Voor vrouwen is dit vaak een bron van ergernis. De acceptatie van het lichaam voor omgeving en het personage zelf, geeft voer voor 125 pagina's verhaal. Veel wordt erbij gehaald en weinig zelfkritiek blijft het personage bespaard.

De behandeling van het onderwerp komt sterk overeen met de boeken zoals Hanneke Groenteman ze de laatste jaren publiceerde, het egodocument Doorzakken bij Jamin (2003) en het meer journalistieke Dikke dame (2006). Ook deze boeken leggen een verband tussen de honger in de hongerwinter van 1944/1945 en de aanleg tot dikte op middelbare leeftijd. Of het effect van de zwangerschap op het vrouwenlichaam.

Het einde van de boeken komt eveneens overeen: tevreden zijn met het lichaam dat je hebt. Eten is niet eten, maar een emotie. Vaders die sterven, zonen die geboren worden en scholletjes die net gebakken worden als de geliefde een hartaanval krijgt. Gewichtiger kun je over overgewicht niet doen.

Het verschil tussen Doorzakken bij Jamin en Nooit meer slank is ruim twintig jaar. Beide boeken vormen een klacht tegen het slanke schoonheidsideaal en zoeken naar een acceptatie van de molligheid. Wel is de omgeving veranderd. In het 1981 van Marjan Berk is overgewicht een uitzondering, in de 21e eeuw van Hanneke Groenteman is overgewicht een algemeen maatschappelijk verschijnsel. Marjan Berk hoeft zich nog niet te verweren tegen televisieprogramma's als de Afvallers XXL of een vettax op kroketten. Verschijnselen waar Hanneke Groenteman wel op reageert.

Toch bedient Marjan Berk zich van zwaardere literaire registers dan Hanneke Groenteman doet. Zo past het scheuren van de te kleine jurk in het eerste hoofdstuk, goed bij de sluike avondjurk van het laatste hoofdstuk. Ook vind ik Nooit meer slank een stuk vrolijker, olijker en gezelliger dan de boeken van Hanneke Groenteman. De laatste houdt altijd iets klagerigs, terwijl Marjan Berk gewoon aan het einde van haar boek opmerkt: 'Ik houd zoveel van eten, het stoffeert en klerut mijn leven. Er zijn mensen die andere hartstochten hebben en eten onbelangrijk vinden.' (124)

Marjan Berk: Nooit meer slank. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 1992 [1981]. Vierde druk. ISBN: 90 254 0163 5. Prijs: € 1,20 (bij De Kringloper, Almere). 125 pagina's.

28 februari 2008

Pulp voor de griep

De griep gebruik ik om mijn bibliotheek wat op te lezen. Boeken die lang op mijn nachtkastje stonden mocht ik weer aanroeren. Ik had immers de tijd terwijl mijn darmen knorden en aangaven dat vooral in de buurt van hety toilet moest blijven.
Zo had ik een maandje terug het veertiende deel van het Verzameld werk van Louis Paul Boon aangeschaft. Hierin zitten drie romans over de 'moderne bandeloze jeugd'. De eerste maarliefst 500 tellende De liefde van Annie Mols is nu uit. Het is een enigszins plat verhaal.
In Boons poging een broodschrijver te worden, heeft hij zich voor het pulp-karretje laten spannen. Het resultaat is deze roman uit 1959. Hij publiceerde het werk wel onder de naam Lew Waitmans. De roman is snel geschreven, zit boordevol stijlfoutjes en constructiefouten, maar dat deert niet. Mijn hersenen konden door de darmperikelen toch niet al teveel hebben, dus liet ik mij het Vlaams goed smaken.
Het is een liefdesverhaal, schuurt tegen het verhaal van de keukenmeid aan. Boordevol spanning en intriges. Hoofdpersoon Annie Mols probeert een schatrijke fabrieksdirecteur Philip van Dongen te verschalken. Het begint aanvankelijk als een geintje. Ze vangt namelijk ook de zoon Albert en zoekt zo naar de tienduizende Franks. Dat terwijl de arme rijkeluisjongen dolgraag het barmeisje Yvette in zijn armen wil sluiten.
Ze verleidt Philip voor een ontmoeting. Hij trapt erin en langzaam ontspint het verhaal zich. Liesje, haar vriendin probeert er bij haar verkeerde vrienden Marc en Tom een grammetje uit te slaan. De bende wil de fabrikant chanteren met zijn buitenechtelijke uitspattingen met het meisje Annie.
Verder heel veel drank, dronkenschap en losbandigheid. Voor 2008 met het comazuipen, komt het misschien wat zoetjes over, maar voor 1959 moet het ontzettend losbandig zijn. Bovendien komt er één boek in voor, die de snoeperij van de oude Van Dongen typeert, namelijk Nobokovs Lolita.
Zoals bij eveneens echte pulp hoort, komt alles uit. De onhebbelijke vrouw sterft en iedereen trouwt met wie die wil. Kortom, verschrikkelijk en toch is het boekje heel aardig om te lezen. Zo merk ik het gehele werk dat Boon een meester is. Een vlotte stijl boordevol snelle dialogen, maken het best de moeite waard door te lezen. Soms betrapte ik hem op langdradigheid, maar de spanning van het verhaal bracht me steeds aan het lezen. Alsof de keukenmeid in mij ontwaakte.
En mag dat eigenlijk niet? Boon is een meester in zijn vak en kan zelfs zonder al teveel aandacht een spannend verhaal schrijven. Ik heb ervan genoten, zo tussen de koppen thee en beschuitjes door. Nu de rest van dit deel nog: Het nieuwe onkruid en Als het onkruid bloeit. Deze werken zijn wel geschreven onder de eigen naam van Louis Paul.
Maar gelijk is de griep over en loeren er allerlei andere belangrijke boeken op mijn nachtkastje die schreeuwen om een recensie. Wat dacht je van Klinkhamers Woensdag gehaktdag, of Jan van Akens nieuweling Koning voor een dag over de dichter en troubadoer?
Genoeg van de beschuit op naar de zuurkool met vette jus...

17 februari 2008

Zonder plot

Het verklappen van een plot in een recensie. Voor sommige lezers is dit als het verklappen van de uitslag van de voetbalwedstrijd. Onthutst is een lezer van NRC dat een recensent het plot heeft verklapt van Kees van Beijnums Paradiso. Hij schrijft een brief naar de hoofdredacteur. Net op de helft was hij van het boek en nu is zijn plezier vergalt.
De recensie vertelt iets van verdwenen vrouw keert terug. Is dat zo erg? De hoofdredacteur vraagt het in zijn antwoord ook. Als je het plot weet, hoeft je leesplezier nog niet vergalt te zijn. Soms moedigt het aan tot verder lezen, soms lees je juist nieuwe dingen.
Ik recenseer ook weleens en bedenk mij nooit of ik het plot aan het verklappen ben. Ik schrijf gewoon een recensie en haal daarin fragmenten aan om mijn oordelen te verduidelijken. Als dat toevallig om het plot draait, dan is het zo.
Tegelijkertijd vind ik dat een recensent veel meer over een boek kan vertellen dan het plot. Meestal laat ik het plot achterwege, gewoon omdat ik dat niet interessant vindt. Als het boek alleen een plot is, kun je net zo goed alleen de laatste bladzijden lezen.
Een recensie is natuurlijk iets anders dan een reclameuiting, dat de lezer moet aanzetten het boek te kopen en te lezen. Een recensie mag een kritisch geluid laten horen, ook over het plot. Als ik van het plot genoten heb, verklap ik het niet, want dan wil ik de lezer dat genot niet ontnemen. Als het plot me niet aanstond, haal ik het ook niet aan, dan is het de moeite van het vermelden niet waard. In alle andere gevallen is het plot onbelangrijk genoeg om het te noemen.
Verder probeer ik het verhaal het verhaal te laten. In een recensie kan ik volstaan met een regel samenvatting, de rest moet kritiek zijn. De recensie is een kritiek op het verhaal en moet vooral niet het verhaal navertellen, dan kan iemand beter het boek gaan lezen.

12 februari 2008

Nog niet dood

Ik blader wat door de nieuwste dichtbundel van Leo Vroman Nee, nog niet dood. Vromans gedichten leveren vaak een chemische reactie op, zoals het gedicht 'Late liefde':

Om op een avond, gelokt door het wit
van een tafellaken een huis in te dringen
en die kamer in van vreemdelingen
waar nog niemand aan tafel zit,

en op hun lege etensborden
mijn vleselijke maar gare dingen
neer te vlijen en men komt eten

dat is minstens net zo goed
als echt gelezen worden
door wie ik nooit heb ontmoet.

Geloof maar dat ik het zal weten
als je wat regels uit een gedicht
van mij oudbakken bot gelicht
bij je naar binnen werkt

Geloof maar dat iets van mij dat merkt.
Dan ben je zoveel dichter bij.
Niet bij die dichter, maar bij mij.

Zo'n gedicht kan ik eindeloos lezen. Het slingert mij tussen metafoor, gedicht en de 'ik'. Van het tafellaken naar de dichter en dan terug naar de ik, die zich zo liefdevol in een gedicht verstopt. Ik laat me daar dan echt in meevoeren.

De naam van de bundel ademt de sfeer van een tweeennegentig-jarige dichter. Elke ochtend wakker te worden met de blijdschap dat je nog niet dood bent. De dagen gaan snel voorbij in het gedicht 'Een psalm voor vandaag en morgen':

waardoor lijkt mijn vandaag zo kort
dat morgen er gisteren wordt?
Heb ik iets overgeslagen.

De dood kwam in Finkers' voorstelling van zaterdag ook heel dichtbij. Soms voelde ik hem echt om mij heen, maar de dreiging voelde niet beangstigend. Zeker ook door de humor die Finkers erbij haalde. In veel opzichten sluit de bundel van Vroman hier bij aan. Dezelfde gelatenheid en openheid, en ook prachtige kwinkslagen. Een bundel om lief te hebben.

Nee, nog niet dood laat zien dat Vroman een dichter van formaat is, net zoals zijn vorige bundel Tweede verschiet uit 2003. Het klimmen der jaren vormt hierbij geen beletsel, maar zelfs een inspiratiebron.

25 oktober 2007

Stellenbosch

Er zijn deze week twee nieuwe artikelen van mij verschenen op Litnet. Een korte necrologie over Jan Wolkers en een artikel dat niet eens niet de Nederlandse literatuur gaat. Ik bespreek de eerste twee afleveringen van de nieuwe televisieserie Stellenbosch. Een indrukwekkend familieverhaal dat voor een gedeelte in het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch speelt. Veel clichés, maar tegelijkertijd mooi filmwerk. De beelden laten zien hoe mooi Zuid-Afrika is. Het verhaal zelf is ook de moeite waard.
Voor de rest, lees mijn essay op Litnet, neerlandinet. Als je zelf wilt kijken en oordelen: het eerste deel van de serie is te zien op 4 november.

11 oktober 2007

Komrij en Coetzee

Wat hebben Komrij en Coetzee met elkaar te maken. Niet veel. Bovendien heeft Komrij mij ooit eens toevertrouwd dat hij niet zo van Coetzee houdt. Hij vindt hem te academisch. Voer voor de universiteit, noemt hij het werk van de Zuid-Afrikaan die al jaren in Australië woont. Een schrijver waarvoor je gestudeerd moet hebben. Dat de ene wel de Nobelprijs heeft gewonnen en de andere niet, heeft hier niks mee te maken natuurlijk.
Wat ze bindt, is dat ze allebei deze week in een recensie behandeld worden op Litnet. Eindelijk weer eens een recensie. Eigenlijk ben ik het best een beetje met Komrij eens, maar ik verklap niet teveel anders lees je de lap tekst niet meer. Op Litnet tref je een recensie van het 'strontboek' van Komrij en van Coetzee's nieuweling: Dagboek van een slecht jaar.

06 oktober 2007

Je boeken of je leven

Een open dag bij uitgeverij Verloren trok mij vandaag naar Hilversum. Ik ging alleen, want de rest lag met griep op bed. De uitgeverij is gehuisvest in een kerk. Ik moest flink wat trappen bestijgen om hogerop te komen bij het summum van de dag: wat een prachtige uitgaven lagen daar uitgestald op de kramen. Ik zag de beroemde en vooral dure delen met uitgaven van al die Middelnederlandse handschriften: namen als het Comburgse handschrift en het Geraardsbergse handschrift. Van het laatste kocht ik tijdens mijn studie de peperdure uitgave, maar wat zien al die andere boeken van die serie er mooi uit.

Ik verliet de uitgeverij met drie boeken en kreeg daarbij een alleraardigst geschenk (natuurlijk ook een boek) cadeau. De tocht ging langs de grote verleiding. Zoals een hoerenloper moeilijk de rode zone kan passeren, zonder er toch doorheen te lopen, zo zwaar is het voor mij om De Slegte voorbij te treden. Gelukkig hebben we er geen één in Almere, net als antiquariaatjes. Daarom dook ik vandaag de gele winkel binnen. De hoerenloper zal waarschijnlijk na wat rondjes zijn keuze maken. Mijn handen gleden over de boekenruggen, pakten de boeken uiteindelijk en verzamelden een stapel. Ik was nu echt verloren.

Het begon met een allerliefst boek voor Doris, Vijf verhalen voor jonge haasjes van Max Veldhuis. Het eerste excuus was er. Daarna zag ik ineens de biografie van P.J. Veth, een heiligenboek van Ludo Jongen, Donna Tart, een boek over Multatuli en als een geschenk voor Inge (tweede excuus, de overwintering op Nova Zembla). Een hele stapel boeken, waarvan Alberto Manguels Dagboek van een lezer de uiteindelijke reden is om mijn weblog weer op te pikken. Want het voordeel van internet: je kunt nu reageren en al je ideëen en andere denkbeelden publiceren. Hier reageert dus een lezer. Een lezer die schrijft.

Maar is er niet veel meer dan boeken? Ik heb een vrouw, een dochter en een teckel, om nog te zwijgen over het eigen huis. Dan moet ik mijzelf zoveel vrijheid gunnen door niet alleen over boeken te schrijven, maar over leven. Vandaar een nieuwe naam voor de oude blog die ik vorig jaar al startte: Hendrik-Jan leeft, leest en schrijft... Welkom. Voor de echte recensies is daar natuurlijk Litnet, binnenkort met een verhaal over Komrij's Kakafonie.