Posts tonen met het label jan van aken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jan van aken. Alle posts tonen

08 februari 2014

Sneeuw in Constantinopel

Jaren geleden was Jan van Aken rond Pasen in Istanbul. Het begon te sneeuwen. Zo stond haar daar op een brug over de Bosporus en zag de sneeuw vallen.

De sneeuw in de stad verbaasde hem. Ook omdat het niet vaak gebeurt in deze Turkse stad. Hij wist het: ik ga dit gebruiken voor mijn boek.

In De afvallige gebeurt dat inderdaad. Het sneeuw in Constantinopel als de verteller Dido daar voor de eerste keer aankomt. Het is winter en hij heeft niet eens in de gaten dat hij de stad Constantinopel binnenkomt.

‘De Bosporus,’ vertelde de onbekende die zich bij hen had aangesloten. En terwijl ze nog uitkeken over de zee-engte, hield het op met sneeuwen. Ze liepen verder en nu zag Dido, de muren en huizen, de kerken, alles onder die witte deken. Vitalis volgde zijn blik. ‘Zie,’ zei hij somber, ‘de keizerin van het Oosten in haar doodskleed.’ (270)

De sneeuw die op de stad valt, het trof Jan van Aken. En het is een mooie passage geworden waarin werkelijkheid, verbeelding en verhaal heel mooi samenvallen.

Lees Versteende woud

Lees Doedelzak en kwinkslag

Lees mijn artikel voor het Zuid-Afrikaanse Litnet

07 februari 2014

Versteende woud

In zijn verantwoording lijkt Jan van Aken een volstrekte willekeur te hanteren. Hij wekt mijn nieuwsgierigheid gewekt met het volgende zinnetje:

Het versteende woud is nu Pobiti Kamani in Bulgarije en de zomereik die ontkiemde op de plek waar Eleutherius zijn eerste ervaringen in de liefde opdeed, staat er nog altijd; de eik van Granit in Bulgarije is meer dan 1650 oud en daarmee de laatste nog levende tijdgenoot van Julianus in die regio. (604)

Hij verwijst de passage die speelt in het versteende woud. Ze staan bij een eik van enige tientallen jaren oud. Eleutherius heeft zijn vrienden hiermee naar toegenomen om deze plaats van herinnering te tonen.

Dido vraagt zich af of hier dan een veldslag heeft plaatsgevonden. Nee, krijgt hij als antwoord. Eleutherius is hier zijn maagdelijkheid verloren. Hij vrijt hier met drie vrouwen en na afloop hoort hij dat ze hem willen offeren. Hij weet de vrouwen van zich af te schudden als ze hem willen vastbinden en vermoordt hierbij een vrouw.

Op een plek in de rulle bosgrond groef hij een gat en legde haar lichaam erin, want het leek hem een juiste handelwijze. Hij bedekte haar met aarde en markeerde de plek met een kring van witte stenen. Daarna plantte hij een eikel midden in de kring als nagedachtenis aan de eerste vrouw die hij had liefgehad, hoe kortstondig ook en hoe onfortuinlijk ook de afloop. (373/374)

Een spel met de geschiedenis, waarbij een eik van 1650 jaar oud een groots symbool wordt. Terwijl naar alle waarschijnlijkheid de eik uit de grond is gekomen omdat een eekhoorntje zijn wintervoorraad is vergeten.

Lees mijn bijdrage Doedelzak en kwinkslag

Lees mijn artikel voor het Zuid-Afrikaanse Litnet

14 mei 2008

Reservebibliotheek

Vuur is de grootste bedreiging voor cultuur en wetenschap. Jarenlange noeste arbeid in de vorm van studie, verzameldrift of creativiteit verdwijnt in luttele momenten, voorgoed.
Het vuur in de Delftse Universiteit boeit media. 220 nieuwsberichten tuft de Google Nieuws uit na twee dagen brand en de nieuwste nieuwtjes bereiken de nieuwsgenerator nog steeds.
Zo las ik van Cees Duijvestein, die een collectie van 3.000 boeken over duurzaam bouwen in rook zag opgaan. Een bijzondere collectie, meldt het bericht. Hij heeft er niet van wakker gelegen zijn boeken kwijt te zijn, want op het andere instituut ligt de schaduwbibliotheek. 'Bij elk congres nam ik een tweede exemplaar mee', aldus de Delftse hoogleraar. Altijd handig als je bij twee instituten werkt, dezelfde bibliotheek binnen handbereik te hebben.
Een vernuftige strategie, die een literair voorbeeld kent. In De valse dageraad van Jan van Aken krijgt de hoofdpersoon Hroswith de opdracht van keizer Otto een bibliotheek op te richten met alle antieke en oosterse geschriften erin die hij maar kan vinden. Hroswith richt twee bibliotheken op en laat ieder handschrift kopiëren. Dit om te voorkomen dat de schat aan informatie verloren gaat.
Jan van Aken heeft mij eens uitgelegd dat hij het idee heeft uit de computerwereld. Hierbij kopiëren grote back-up systemen gegevens naar elkaar om te voorkomen dat bij een fysieke aantasting informatie verloren gaat. Hetzelfde kan natuurlijk ook met boeken duizend jaar voor de komst van computers en internet, dacht de schrijver van historische romans. Dat het in de praktijk ook gebeurt is alleen maar lovenswaardig. Cees Duijvestein laat zien hoe zinnig het is.

23 maart 2008

Ieder boek vraagt om herlezen te worden

Wat hebben Gerrit Komrij, Saïd el Haji en Jan van Aken met elkaar gemeen? Hun boeken hebben vandaag een plekje gekregen in mijn nieuwe bibliotheek. Geen hond kon mij weerhouden. Vanmorgen heb ik alles schoongemaakt en sindsdien krijgen de boeken een nieuw plaatsje.
Alles moet wennen, zo lijkt het. Ze hebben twee jaar geen daglicht meer gezien. De geur van bananen verliet de dozen. De dozen namen de geur van de boeken aan.
Sommige boeken hebben zichtbaar geleden onder de jarenlange ballingschap. De rug knikt iets naar links of rechts en het papier bladert niet zo lekker als voorheen. Het is de tol van de lange opslag.
Ik dacht vandaag heel vaak aan Bloem. Hij had een gigantische bibliotheek. Toen hij eindelijk in Almelo de beschikking had over twee kamers in de Grootestraat, mocht zijn bibliotheek ook over. Jarenlang had het alles in dozen uitgestald gestaan, maar het uitpakken verliep uitermate traag. Ieder boek dat Bloem uit de doos haalde, vroeg erom gelezen te worden, wat weer veel rommel opleverde.
Vandaag heb ik Komrij, El Haji en Van Aken in mijn hand gehad en een paar passages gelezen. En de prachtige biografie van Bart Slijper over J.C. Bloem, om de passage waaraan ik zo vaak dacht even op te zoeken. Alles heb ik direct weer weggelegd uit angst dat ik aan dezelfde verleiding ten prooi zou vallen als Bloem.

28 februari 2008

Pulp voor de griep

De griep gebruik ik om mijn bibliotheek wat op te lezen. Boeken die lang op mijn nachtkastje stonden mocht ik weer aanroeren. Ik had immers de tijd terwijl mijn darmen knorden en aangaven dat vooral in de buurt van hety toilet moest blijven.
Zo had ik een maandje terug het veertiende deel van het Verzameld werk van Louis Paul Boon aangeschaft. Hierin zitten drie romans over de 'moderne bandeloze jeugd'. De eerste maarliefst 500 tellende De liefde van Annie Mols is nu uit. Het is een enigszins plat verhaal.
In Boons poging een broodschrijver te worden, heeft hij zich voor het pulp-karretje laten spannen. Het resultaat is deze roman uit 1959. Hij publiceerde het werk wel onder de naam Lew Waitmans. De roman is snel geschreven, zit boordevol stijlfoutjes en constructiefouten, maar dat deert niet. Mijn hersenen konden door de darmperikelen toch niet al teveel hebben, dus liet ik mij het Vlaams goed smaken.
Het is een liefdesverhaal, schuurt tegen het verhaal van de keukenmeid aan. Boordevol spanning en intriges. Hoofdpersoon Annie Mols probeert een schatrijke fabrieksdirecteur Philip van Dongen te verschalken. Het begint aanvankelijk als een geintje. Ze vangt namelijk ook de zoon Albert en zoekt zo naar de tienduizende Franks. Dat terwijl de arme rijkeluisjongen dolgraag het barmeisje Yvette in zijn armen wil sluiten.
Ze verleidt Philip voor een ontmoeting. Hij trapt erin en langzaam ontspint het verhaal zich. Liesje, haar vriendin probeert er bij haar verkeerde vrienden Marc en Tom een grammetje uit te slaan. De bende wil de fabrikant chanteren met zijn buitenechtelijke uitspattingen met het meisje Annie.
Verder heel veel drank, dronkenschap en losbandigheid. Voor 2008 met het comazuipen, komt het misschien wat zoetjes over, maar voor 1959 moet het ontzettend losbandig zijn. Bovendien komt er één boek in voor, die de snoeperij van de oude Van Dongen typeert, namelijk Nobokovs Lolita.
Zoals bij eveneens echte pulp hoort, komt alles uit. De onhebbelijke vrouw sterft en iedereen trouwt met wie die wil. Kortom, verschrikkelijk en toch is het boekje heel aardig om te lezen. Zo merk ik het gehele werk dat Boon een meester is. Een vlotte stijl boordevol snelle dialogen, maken het best de moeite waard door te lezen. Soms betrapte ik hem op langdradigheid, maar de spanning van het verhaal bracht me steeds aan het lezen. Alsof de keukenmeid in mij ontwaakte.
En mag dat eigenlijk niet? Boon is een meester in zijn vak en kan zelfs zonder al teveel aandacht een spannend verhaal schrijven. Ik heb ervan genoten, zo tussen de koppen thee en beschuitjes door. Nu de rest van dit deel nog: Het nieuwe onkruid en Als het onkruid bloeit. Deze werken zijn wel geschreven onder de eigen naam van Louis Paul.
Maar gelijk is de griep over en loeren er allerlei andere belangrijke boeken op mijn nachtkastje die schreeuwen om een recensie. Wat dacht je van Klinkhamers Woensdag gehaktdag, of Jan van Akens nieuweling Koning voor een dag over de dichter en troubadoer?
Genoeg van de beschuit op naar de zuurkool met vette jus...

15 november 2007

Computercrash

Het verloren gaan van informatie, boeit mij. Ik schrijf niet voor niks over branden van musea en bibiotheken. De harde schijf die totaal waardeloos is geworden. Daarom weer een gedachte die in me opkomt over dit onderwerp.
De roman De valse dageraad van Jan van Aken vertelt het verhaal van de monnik Hroswith. Hij krijgt van keizer Otto de opdracht om een keizerlijke bibliotheek op te richten. Hij maakt van elk boek een kopie, die wordt bewaard in een spiegelbibliotheek.
Jan van Aken heeft mij eens verklapt dat hij dat idee had uit de ICT-technologie. In de begintijd van internet werd dezelfde data op meerdere plaatsen opgeslagen, zodat het niet verloren zou gaan. Dat beide bibliotheken aan het eind van het verhaal verwoest worden, spreekt bijna voor zich.