Iedereen aan wie ik vertel waar ik woon en die Almere verder niet kent, reageert steevast hetzelfde. Als ik vertelt heb dat ik in Almere woon, herhaalt de persoon altijd met een herhaling van de plaatsnaam, met een minzame ondertoon in de intonatie. 'Almere?'
Geen historie
De toon zet het gesprek wel, want degene laat blijken dat hij daar nog niet dood gevonden wil worden. Vervolgens verlangt hij wel dat ik een vloeiend betoog houdt wat nou zo leuk is aan Almere. Het bezwaar dat ik tegengeworpen krijg – het heeft geen historisch hart – is niet te ontkrachten. Inderdaad heeft Almere geen oud centrum. Maar is dat de reden dat er niets te beleven valt?
Tot voor kort was ik erg trots op Almere. In Almere moet je het zelf maken. In Almere is geen eeuwenoud centrum om op terug te vallen. Maar als je zelf actie onderneemt, gaat er een wereld voor je open. In Almere heerst namelijk een ongekende vrijheid en mogelijkheid. In Almere is nog ruimte, in Almere is nog zin en in Almere is alleen maar uitdaging.
Vinex-wijk
Almere wordt door die cynici de stad van de burgerlijkheid genoemd. De afkorting Vinex noemen ze vaak. Eindeloze rijen huizen in troosteloze wijken. Weinig vertier, een leeg buurthuis bij een groot, leeg parkeerterrein. Fietspaden omperkt door vers aangeplante boompjes. En een supermarkt op een verder leeg terrein.
Net als in vrijwel elke nieuwbouwwijk in Nederland, zul je dit inderdaad ook in Almere vinden. En ook ik moet eerlijk bekennen dat ik in grote delen van Almere niet zou willen wonen, net zoals ik niet zou willen wonen in Houten, Zoetermeer, Nieuwegein, Capelle aan de IJssel, Hoofddorp of de echte Vinexwijk Leidsche Rijn bij Utrecht. Op de laatste krijg ik altijd terug: 'Ja, maar je bent wel binnen 10 minuten in het centrum van Utrecht.' Volgens mij kloppen die 10 minuten niet en fiets je er snel twintig minuten over, maar er wordt weer een beroep gedaan op een oud stadscentrum.
Pyjama
Tegen deze kortzichtigheid is wel te argumenteren. Het valt mij op dat zo weinig Nederlanders trots zijn op zoiets als Almere. Veertig jaar terug was daar nog niks, een grote bak water en nu staat er uit het niets een hele stad. De stad wordt volgens de cynici bevolkt door burgerlijke lieden, die slapen in een pyjama en die koffie drinken uit een Senseo-apparaat. Niks geen pioniers en avonturiers, maar saaie, burgerlijke lui die 's avonds SBS6 en RTL4 kijken, in plaats van in het theater. Die op zaterdag vissen in de vaart of schreeuwen bij het voetbalveld om hun zoontje het winnende doelpunt te zien scoren.
Ik heb altijd gezegd dat dit niet waar is. In Almere wonen mensen met een krachtige imborst, verdraagzaam naar elkaar toe en bovenal mensen die het zelf weten te maken. In Almere wonen veel rassen, geloven en standen gebroederlijk naast elkaar. Er heerst geen grote saamhorigheid, maar iedereen verdraagt elkaar en is zelfs bereid iets voor elkaar te doen.
Iedereen stemt PVV
Het is echter niet waar. Ik zat er naast. Ik heb het wel gezegd, maar in Almere woont een groep mensen die PVV stemt. Net als in heel Nederland en het percentage verschilt niet eens zo heel wezenlijk van het landelijke cijfer. Als een groep wespen op een appeltaart, zijn de media op Almere gedoken. Alles is mislukt in deze gemaakte stad. Iedereen stemt PVV en niemand verdraagt iemand nog. Dat in Den Haag ook verkiezingen waren waar dezelfde partij aan meedeed, was niet interessant. Juist Almere, met een flets imago, dat nog zachter is dan boter, juist dat Almere geeft zo'n mooi beeld.
Nu hoef ik me niet alleen meer te verantwoorden waarom ik in Almere woon. Nu moet ik me ook nog uitleggen waarom ik door zoveel PVV-stemmers word omringd.
Posts tonen met het label stemmen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stemmen. Alle posts tonen
22 maart 2010
23 januari 2009
Dichtersruzie
Ruziezoekers, daar heb ik een hekel aan, maar ik ben gek op ruziemakers. Zeker als ik aan de zijlijn mag toekijken. Het kan een fascinerend schouwspel opleveren en soms wordt het zelfs theater. Als dichters ruzie maken, is het nog mooier. Want dan ineens zijn dichters gewone mensen.
Vanmorgen schreef Ilja Leonard Pfeiffer een boeiende geschiedenis van de Dichter des Vaderlands in NRC.Next. Een grap was het destijds, stelt hij. Alleen heeft de eerste dichter Gerrit Komrij het spel erg serieus gespeeld met een dichtclub en een ernstige gedichten als er een koningskind geboren werd. Met de komst van Driek van Wissen is de lol er helemaal af. De rijmelarij staat in geen enkele verhouding met de hogere dichtkunst die Van Wissen zou moeten vertegenwoordigen. Afschaffen die hap, concludeert Pfeiffer na drieduizend woorden historie.
Van Wissen rijmt op pissen, missen, gissen en vergissen. Dat laatste heeft de organisatie tot op heden vooral gedaan, vindt Pfeiffer. Eerst door op de stemformulieren een open veld met '...' aan te geven en daarna door de uitslag niet prijs te geven aan de openbaarheid. Later is er volgens Pfeiffer juist weer teveel openbaar geworden, de namen van de eerste honderd stemmers, waaronder Pfeiffer die op zichzelf stemt.
Een schertsvertoning is het geworden, vindt Pfeiffer, die graag ook nog speculeert waarom Komrij in 2004 ineens de handdoek in de ring gooide. Een ruzie met Poetry International, gokt de dichter uit Leiden. Dat terwijl Komrij in de zomer van 2005 nog optrad op het Rotterdamse dichtersfestival. Als je vermoord wordt of voor dood verklaard, sta je een halfjaar later niet weer op uit de dood voor een optreden.
Er liepen genoeg andere moordenaars rond om de eerste Dichter des Vaderlands uit te schakelen. Aan kritiek heeft het niet ontbroken. Hij zou zichzelf hebben verlaagd met deze functie en moest er volgens velen onmiddelijk mee stoppen. Nu lijken de kritikasters van toen met een grote hoeveelheid nostalgie te zijn beneveld. Alles beter dan Driek van Wissen, lijken ze te willen zeggen.
Komrij is van zijn kant ook niet stil. Hij schreef een paar weken geleden al een scherp en lang betoog over deze krankzinnige verkiezing. Verkiezingen als deze zijn spannend en zinderend, maar ze hebben met kiezen en democratie niks van doen. Het zijn peilingen die net als het tv-moment van het jaar of de beste reclame van het jaar door een handjevol mensen zijn ingevuld, maar helemaal niks zeggen over een meerderheid. In de minderheid van een vage internetpoll zit namelijk snel een meerderheid.
Genoeg over al die geruchten, Komrij opperde zelf al eens dat het hele literaire circuit uit roddelaars en zwijmelaars bestaat. Dit lijkt aardig te kloppen uit de gekleurde historie van Pfeiffer op te maken. Literatuur is oorlog, om een andere dooddoener de wereld in te schoppen. Of gewoon: het zijn net mensen.
Degene die zich heel stil houdt, is die rijmelaar uit Groningen, Driek van Wissen. In een debat, twee weken terug, heeft hij wel wat geroepen, maar waarschijnlijk zit hij woensdag glimlachend en knikkebollend de kijker een loer te draaien.
Vanmorgen schreef Ilja Leonard Pfeiffer een boeiende geschiedenis van de Dichter des Vaderlands in NRC.Next. Een grap was het destijds, stelt hij. Alleen heeft de eerste dichter Gerrit Komrij het spel erg serieus gespeeld met een dichtclub en een ernstige gedichten als er een koningskind geboren werd. Met de komst van Driek van Wissen is de lol er helemaal af. De rijmelarij staat in geen enkele verhouding met de hogere dichtkunst die Van Wissen zou moeten vertegenwoordigen. Afschaffen die hap, concludeert Pfeiffer na drieduizend woorden historie.
Van Wissen rijmt op pissen, missen, gissen en vergissen. Dat laatste heeft de organisatie tot op heden vooral gedaan, vindt Pfeiffer. Eerst door op de stemformulieren een open veld met '...' aan te geven en daarna door de uitslag niet prijs te geven aan de openbaarheid. Later is er volgens Pfeiffer juist weer teveel openbaar geworden, de namen van de eerste honderd stemmers, waaronder Pfeiffer die op zichzelf stemt.
Een schertsvertoning is het geworden, vindt Pfeiffer, die graag ook nog speculeert waarom Komrij in 2004 ineens de handdoek in de ring gooide. Een ruzie met Poetry International, gokt de dichter uit Leiden. Dat terwijl Komrij in de zomer van 2005 nog optrad op het Rotterdamse dichtersfestival. Als je vermoord wordt of voor dood verklaard, sta je een halfjaar later niet weer op uit de dood voor een optreden.
Er liepen genoeg andere moordenaars rond om de eerste Dichter des Vaderlands uit te schakelen. Aan kritiek heeft het niet ontbroken. Hij zou zichzelf hebben verlaagd met deze functie en moest er volgens velen onmiddelijk mee stoppen. Nu lijken de kritikasters van toen met een grote hoeveelheid nostalgie te zijn beneveld. Alles beter dan Driek van Wissen, lijken ze te willen zeggen.
Komrij is van zijn kant ook niet stil. Hij schreef een paar weken geleden al een scherp en lang betoog over deze krankzinnige verkiezing. Verkiezingen als deze zijn spannend en zinderend, maar ze hebben met kiezen en democratie niks van doen. Het zijn peilingen die net als het tv-moment van het jaar of de beste reclame van het jaar door een handjevol mensen zijn ingevuld, maar helemaal niks zeggen over een meerderheid. In de minderheid van een vage internetpoll zit namelijk snel een meerderheid.
Genoeg over al die geruchten, Komrij opperde zelf al eens dat het hele literaire circuit uit roddelaars en zwijmelaars bestaat. Dit lijkt aardig te kloppen uit de gekleurde historie van Pfeiffer op te maken. Literatuur is oorlog, om een andere dooddoener de wereld in te schoppen. Of gewoon: het zijn net mensen.
Degene die zich heel stil houdt, is die rijmelaar uit Groningen, Driek van Wissen. In een debat, twee weken terug, heeft hij wel wat geroepen, maar waarschijnlijk zit hij woensdag glimlachend en knikkebollend de kijker een loer te draaien.
Abonneren op:
Posts (Atom)