Posts tonen met het label reiziger. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reiziger. Alle posts tonen

30 april 2019

Bill Bryson loopt in Amerika - Leestip

Terug in Amerika van Bill Bryson is hét ideale wandelboek. Wat heb ik genoten van dit boek. Voor mij is deze vertaling van A Walk in the Woods het beste boek van deze Amerikaanse schrijver.

De ik-verteller en hoofdpersoon Bill Bryson komt in dit boek op het lumineuze idee om het beroemde langeafstandspad over de Amerikaanse Appalachen te gaan lopen. Hij loopt namelijk in de omgeving van zijn nieuwe huis en ontdekt dat praktisch in zijn achtertuin een deel van deze route loopt. Het gaat om een pad van Georgia tot Maine dat meer dan 3400 kilometer lang is.

Op en top Bill Bryson

Het is een op ten top verhaal van Bill Bryson. Dit pad wil hij gaan lopen. Meteen na deze ontdekking koopt hij boeken over dit onderwerp. Hij stort zich helemaal in de geschiedenis van dit pad en natuurlijk over alle gevaren die je onderweg tegenkomt: beren, verschrikkelijke ziektes die je kunt oplopen of overvallen worden door een sneeuwstorm.

Alle ingrediënten voor een prachtig verhaal, maar het mooiste moet nog komen. Wat dacht je van de metgezel die Bill Bryson zoekt. Niemand wil met hem mee, tot zich een oude jeugdvriend van hem aandient: Stephen Katz. Niet Bill Bryson heeft hem gevraagd, zijn oude vriend uit Des Moines belt met de vraag of hij het aan zou kunnen. Bij gebrek aan beter, gaat Bill Bryson maar met hem in zee.

Je weet hoe laat het is

Is dat allemaal wel zo verstandig? Katz is net van de drank af, heeft duidelijk overgewicht en geen enkele conditie om een tocht als deze te maken. Het belooft een geweldig verhaal te worden, zeker als Katz zijn entree maakt in het verhaal. Wat een man. De verteller weet hem prachtig neer te zetten. Je weet als lezer meteen wel hoe laat het is.

De afgelopen drie jaar had hij zich toegelegd op zich keurig gedragen en – zoals ik meteen zag toen hij met gebogen hoofd uit het vliegtuig stapte – het cultiveren van een buikje. Katz was verrassend dikker dan de laatste keer dat ik hem ontmoette. Hij was altijd al wat mollig geweest, maar nu deed hij denken aan Orson Welles na een zeer zware avond. Hij hinkte een beetje en hijgde meer dan nodig na een wandeling van nog geen twintig meter.
‘Man wat heb ik een trek’, zei hij zonder inleiding en liet me zijn weekendtas overnemen, die mijn arm met een ruk naar beneden trok. (32)

Dit belooft een prachtige tocht door de wilde natuur van Amerika te worden. Een langeafstandspad dat 3400 kilometer door onbewoond gebied gaat. Waar de wilde dieren leven en waar het ’s nachts erg koud kan worden. Je bent vooral op jezelf aangewezen en de loodzware rugzak op de rug gaat je op een gegeven moment echt nekken.

Meemaken en beleven

Dat ontdek je ook in het prachtige verhaal van Bill Bryson. A Walk in the Woods is een verhaal dat echt de belevingen bevat die je meemaakt op zo’n trektocht door de bergen. Natuurlijk kan alleen Bill Bryson dit soort dingen meemaken en beleven. De eerste dag door de bergen, raakt hij zijn metgezel al kwijt. Katz blijkt alles uit zijn rugzak te hebben gegooid. Te zwaar. Zelfs het kostbare water heeft hij weggegooid. Hoe moet het dan met het water? Onontbeerlijk. Dat is vragen om problemen.

En zo stort het verhaal zich verder langs de diepte van de ravijnen in de Appalachen. Want dat is onovertroffen in het boek van Bryson. Die machtige bergen. Ze mogen dan de oudste bergen ter wereld zijn, ze hebben onbetwist net zoiets moois als de Alpen of andere onstuimige gebergten. De schoonheid van deze wildernis verwoordt Bryson op een overtuigende manier en met liefde voor de natuur.

Zijn metgezel is van een heel andere orde dan bijvoorbeeld de gokker en oud studiegenoot van Redmond O’Hanlon als hij de amazone in trekt. Voor mij symboliseert Katz de medereiziger die je als trekker onmiddellijk herkent.

Oproepen herinneringen

Ook ik ben eens met een vriend gaan fietsen door de Ardennen. Het lezen van A Walk in the Woods roept al die herinneringen – waarvan ik dacht dat ik ze verdrongen had – meteen weer op. Dan zie ik in de Katz de jongen die met een groot kussen op het station stond, maar die geen fiets bij zich had. Terwijl we toch echt op fietsvakantie gingen naar de Ardennen.

Dat Katz de onhandige zou zijn bij zijn trektocht door de Amerikaans Appalachen zou echt teveel eer zijn. De ik-verteller kan er ook wat van. Gelukkig bedient Bryson zich van genoeg zelfspot. Hij weet hierbij heel goed op de lachspieren te werken. Wat een beschrijvingen van situaties. Het is bijna elke bladzijde wel een moment waarop hij de onhandigheid van zichzelf of zijn medetrekkers beschrijft.

Takjes en gedroogd bloed in haar

Exemplarisch is het gedeelte als de ik-verteller zit te wachten op zijn vriend. Als Katz dan eindelijk verschijnt, heeft hij takjes in zijn haar, een spoor van gedroogd bloed op zijn voorhoofd en loopt er een grote scheur door zijn gehavende T-shirt. Verontwaardigd vraagt Katz hoe Bill toch in vredesnaam die enorme omgevallen boom heeft weten te omzeilen.

Boom? Welke boom? Het zegt Bill Bryson niks. Een grote omgevallen boom die je echt niet kan zijn ontgaan, volgens Katz. Stomverbaasd is hij over de wezenloze blik die hij terugkrijgt van zijn vriend.

‘Bryson, ik weet niet wat jij hebt gebruikt, maar ik wil er ook wat van. Die boom was te hoog om eroverheen te klimmen en te laag om eronderdoor te kruipen, en je kon er met geen mogelijkheid om heen. Het heeft me een halfuur gekost eroverheen te klauteren, waarbij ik me van alle kanten verwond heb. Hoe kun je je dat niet herinneren?’ (101)

Een prachtige passage, die zich helemaal voor je ogen afspeelt. Hier hoef je enkele moeite te doen om het voor je te zien. Net als dat de verteller het zo mooi onopgelost laat. Het is elk een eigen waarheid, waarbij je als lezer niet weet wat er precies is voorgevallen. Uitermate sterk. En als ik vertel dat er in Terug naar Amerika alleen maar dit soort passages zitten. Dan begrijp je wel dat het boek een feest en een gniffel is om te lezen.

Elke trekker aan zijn trekken

Iedere trekker herkent zich in dit werk. Het gaat niet alleen om metgezellen, maar ook om de mensen die je onderweg tegenkomt. Zo is de dame Mary Ellen exemplarisch. Ze doet heel stoer over haar verrichtingen en meent dat de heren veel te dik zijn voor deze trektocht door de bergen. Als ze dan na een paar dagen met haar te zijn opgetrokken, aan haar weten te ontsnappen, worden ze onmiddellijk geplaagd door een schuldgevoel.

Het zijn prototypes van mensen die je onderweg tegen het lijf loopt. Compleet met de werking op je eigen gemoed die dit soort situaties bij je als wandelaar oproepen. Je kunt je helemaal voorstellen hoe Bill en Katz zich voelen. Dat weet Bill Bryson in zijn reisboek overtuigend over te brengen. En het comfort voor je als lezer. Heerlijk al die ontberingen die zich aan je voorbij trekken terwijl jij gewoon lekker op de bank zit of in bed ligt te lezen.

Bill Bryson: Terug naar Amerika. Oorspronkelijke titel: A Walk in the Woods. Vertaling: Servaas Gordijn. 2e druk. Amsterdam: Uitgeverij Eldorado, 2007 [1998]. 302 pagina’s. ISBN: 978 90 471 0025 6. Prijs: € 15. Bestel.

23 februari 2018

Valentijn in Khartoem

Fleur van der Bij is op Valentijnsdag bij de Nijl in Khartoem en maakt een boottochtje op het water. Ze vaart in een roeibootje met Esib naar de plek waar de Blauwe Nijl en de Witte Nijl samenkomen.

Esib heeft duidelijk andere bedoelingen met het boottochtje dan zij. Wat Fleur niet in de gaten heeft, is dat deze plek een bijzonder romantisch plekje in Khartoem is.

Je neemt een meisje niet zomaar mee naar deze plek waar romantiek samenvloeit. Of zoals Esib het uitlegt.

‘In de Arabische poëzie wordt deze samenkomst van de twee rivieren de eeuwige kus genoemd. De Witte Nijl staat voor de mannelijke energie en de blauee voor de vrouwelijke.’ (106)

De intenties van Esib verschillen duidelijk van hoe Fleur erin staat. Ze laat zich niet zomaar versieren in het bootje met deze kerel.

De reis terug duurt lang, maar Fleur is opgelucht als ze weer aanmeert en snel terug kan naar de familie waar ze logeert.

Fleur van der Bij: De Nijl in mij. Een ontdekkingsreis naar het hart van de waanzin. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij AtlasContact, 2018. ISBN: 978 90 450 3514 7. 256 pag. Prijs: € 19,99.Bestel

20 februari 2018

Geld in beha

Geld uit de muur trekken is er in Soedan niet bij. Daarom neemt Fleur van der Bij veel contant geld mee. Maar om de sancties te omzeilen kun je beter het geld dat je meeneemt goed verborgen houden.

De briefjes moeten een veilige plek krijgen. Voor Fleur is dat haar beha. Ze koopt er speciaal een grotere maat beha met flinke vullingen voor:

Voor vertrek heb ik die vullingen eruit geknipt en vervangen door twee plastic mapjes met duizenden dollars. Mijn hoedanigheid als wandelende pinautomaat bezorgt me soms hartkloppingen, maar het idee went snel. (21)

Zo loopt ze als een ontdekkingsreiziger met de duurste big boobs rond door Soedan. Langzaam maar zeker nemen haar borsten in volume af. Elke keer herinnert de vertelster dan aan het verdwijnen van de dollars.

Zoals wanneer ze Omran inhuurt om haar naar het gebied te brengen waar haar held Juan Maria Schuver in 1883 voorgoed verdween.

Ik voel aan mijn bh om mijn financiële situatie te peilen. Door het inhuren van Omran ben ik zeker van een volle D-cup naar een C gegaan, maar hij in ale opzichten het geld waard. (70)

Het levert weer een mooi nieuwe wending in het verhaal op. Ze zoekt verder naar de sporen van haar held, de ontdekkingsreiziger Schuver die op raadselachtige wijze verdween.

Maar eigenlijk is ze op zoek naar iets heel anders: haar 3 jaar jongere zus Ylse die verongelukte toen zij 15 was.

Fleur van der Bij: De Nijl in mij. Een ontdekkingsreis naar het hart van de waanzin. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij AtlasContact, 2018. ISBN: 978 90 450 3514 7. 256 pag. Prijs: € 19,99.Bestel

16 januari 2018

B. Traven: ideaal paradijs

Cape Cod en Moederland werkt benauwend op het gemoed van Jay. Hij voelt de druk van zijn familie op zich rusten en probeert te vluchten naar veiligere oorden. Als hij op voorstel van een tijdschrift een reisverhaal schrijft, belandt hij op zijn eigen voorstel in Mexico.

Hij wil het land van de schrijver B. Traven. De Duitse schrijver B. Traven is een mysterie. Niemand heeft hem ooit ontmoet. Hij is een man met minstens 4 verschillende namen, zonder vaste identiteit. Uiteindelijk heeft hij zichzelf verbannen naar Mexico.

Zo trekt Jay zich ook terug in de binnenlanden van Mexico. Als de schrijver B. Traven neemt hij een nieuwe identiteit aan. Hij belandt in de buurt van een afgelegen stadje Ocosingo bij de Mexicaanse familie Trinidad. Naar binnen getrokken door een jonge vrouw met zware borsten, leeft hij een tijdje bij de familie.

Zonder contact te maken met de buitenwereld leeft hij daar in het paradijs. Het paradijs van de schrijver B. Traven, van wie het mysterie later grotendeels is opgelost, maar om wie een sfeer van geheimzinnigheid blijft hangen. Zelfs als Jay vertelt hoe oud zijn moeder is, neemt hij in ontzag alleen maar meer toe. Als je moeder zo oud is, dan zou hij zeker lang blijven leven. Ze zien in hem de ideale kandidaat voor de 20-jarige Luma.

Terwijl ik dit zei, zag ik een heel leven voor me: ik zou elke maand mijn uitkering ophalen bij de bank in La Soledad, ik zou schrijven in mijn kamer in de kleine, wit, bepleisterde citadel, picknicken aan de rivier, de familie Trinidad zou voor mij zorgen en ik voor hen. Ik zei met opzet niets over trouwen of een liefdesrelatie. (505)

Het geluk loert Jay toe. Tot Luma vraagt of hij haar naar de stad wil brengen voor controle bij de dokter. Onderweg beginnen zijn mobieltjes plotseling te piepen. Hij heeft weer bereik. Meer dan een week is hij helemaal afgesloten geweest van de buitenwereld, maar nu dringt de realiteit van zijn leven weer tot hem door. Zijn mobieltje meldt dat hij onmiddellijk naar huis moet”.

Moeder is ziek.

Paul Theroux: Moederland. Roman. Oorspronkelijke titel: Mother Land. Nederlandse vertaling Linda Broeder, Betty Klaasse en Anne Roetman. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2017. ISBN: 978 90 254 5101 1. 622 pagina’s. Prijs: € 27,99. Bestel

Lees maandag verder: Onuitstaanbaar »

21 oktober 2017

Plantenbak of kathedraal

Bij zijn eerste reis door Engeland in Een klein eiland vindt Bill Bryson dat de kerkbesturen van de kathedralen wel erg bedelen. Al verbaast hij er zich over hoe weinig geld bezoekers over hebben voor een bezoek aan een godshuis. De collectebussen bij de ingangen hebben echter geen effect.

In het vervolgboek, 25 jaar later, De weg naar Little Dribbling laat Bill Bryson zich niet uit over bedelende kerkbesturen. Nu is het echter een ander verhaal dat zijn verbazing wekt.

Bij het Londense metrostation Gloucester Road heeft altijd een plantenbak gestaan. Niet noemenswaardig, een paar winterharde struiken stonden erin en je kon op de rand gaan zitten. De bak is echter geruimd omdat de gemeente de bak niet meer zou kunnen onderhouden. Daarom is er maar een lege plaza voor in de plaats gekomen. Een kale vlakte met niks.

Van daaraf duikt Bill Bryson de kathedraal van Durham in. Hij beschrijft uitgebreid hoe goed er over het ontwerp is nagedacht. De kerk is opzettelijk schuin gebouwd omdat de specie in de muren 40 jaar de tijd nodig had om te drogen. Daarmee stond het gebouw na 40 jaar helemaal waterpas.

Een vooruitziende blik hadden die bouwmeesters. Een blik die Bill Bryson tot verbazing wekt over de Londense ambtenaren die beweren dat de plantenbak niet onderhouden kan worden:

Nu ben ik geen deskundige op dit gebied, maar ik weet wel vrij zeker dat we tegenwoordig een stuk rijker zijn dan in de elfde eeuw, dat met toentertijd niettemin de middelen wist te vinden om iets te bouwen zo schitterend en duurzaam is als de kathedraal van Durham, en dat wij het ons vandaag de dag niet kunnen veroorloven om zes struiken in een plantenbak te onderhouden. (322)

Een prachtige manier om de majesteitelijke pracht van de kathedraal van Durham te benoemen. Daarom ben ik zo gek op Bill Bryson. Hij weet je namelijk op het verkeerde been te zetten om over een plantenbak bij een Londens metrostation te beginnen en uiteindelijk daarom bij de schitterende kathedraal van Durham uitkomt.

En je moet hem gelijk geven: hoe bestaat het dat wij zulke gebouwen niet meer neer kunnen zetten. In elk geval niet met zo’n vooruitziende blik als de bouwers van deze kathedraal. Wij breken na 40 jaar de meeste gebouwen af en zeker een plantenbak is dan allang verdwenen.

Bill Bryson: De weg naar Little Dribbling, Een reis door Groot-Brittanië. Vertaald door Peter Diderich. Oorsponkelijke titel: The Road to Little Dribbling. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3075 3. 352 pagina’s.Bestel

20 oktober 2017

Natural Historic Museum

Als Bill Bryson in De weg naar Little Dribbling het Natural Historic Museum in Londen bezoekt, is hij verwonderd hoe het museum is toegetakeld. Zijn herinnering komt niet meer overeen met het beeld dat hij nu krijgt van dit museum.

De rust van vroeger is vervangen door een permanente dynamiek en luidruchtigheid. De groepen mensen bestaan uit veel buitenlandse toeristen. Ze lijken overal herrie bij te moeten maken. Verder oogt de museumwinkel meer als een overbelaste speelgoedwinkel. Met een museum heeft dit niet veel meer van doen, concludeert Bryson als hij in het wereldberoemde museum is.

Hij is er voor een expositie over de eerste mensen die zich in Groot-Brittannië vestigden. Het zijn mensen van wie resten vuursteen zijn teruggevonden. Bewerkte vuursteen om precies te zijn, ze zouden afkomstig zijn van een groep mensen die niet zo goed te definiëren is. Daarom heten ze maar ‘eerste mensen’.

Dat is de betaalde tentoonstelling, waardoor het hier nog vrij rustig is. Natuurlijk komt hij weer uit op een winkel waar je spullen kunt kopen die niet altijd verband houden met de expositie. Hij snapt het ook wel. Het is het lot van een gratis museum die zichzelf moet zien te bedruipen. Daarom die verandering in een zelfbedieningsrestaurant:

Als ik mijn kleinkinderen nu meeneem, kan ik ze onder het genot van een glas frisdrank vertellen hoe het vroeger was. ‘Daar waar die ijsautomaat staat, stond vroeger een vitrine met een ijsbeer erin. Drink je glas leeg, dan gaan we naar beneden en zal ik jullie laten zien waar de blauwe vinvis vroeger stond. We zullen er nog wat krulfrietjes nemen.’ (184)

Dit lot dreigt ook veel Nederlandse musea. Al moet ik zeggen dat het Rijksmuseum nog altijd heel interessant is om te bekijken. Naturalis dat momenteel verbouwd wordt, blijft hopelijk ook interessant voor het publiek. Ik hoop namelijk dat ik ooit mijn kleinkinderen dezelfde beleving mag meegeven als ik aantal jaren terug zelf met mijn kind meemaakte.

Bill Bryson: De weg naar Little Dribbling, Een reis door Groot-Brittanië. Vertaald door Peter Diderich. Oorsponkelijke titel: The Road to Little Dribbling. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3075 3. 352 pagina’s.Bestel

17 oktober 2017

Reviews

In zijn boek De weg naar Little Dribbling spreekt Bill Bryson zich kritisch uit over de beoordelingen die bezoekers op internet achterlaten. Hij verwondert er zich over dat deze reviews op internet blijkbaar belangrijker zijn dan de beoordeling die gerenommeerde instellingen of tijdschriften geven over bepaalde accommodaties.

Dat gebeurt als Bill Bryson een account aanmaakt op Tripadvisor en daarin refereert naar een krantenartikel:

Het was eigenlijk geen beoordeling, maar een bericht waarin ik klanten waarschuwde dat het hotel een boete had gekregen voor de aanwezigheid van ratten in de keukens en waarin lezers naar een link met het krantenartikel werden gedirigeerd. Mijn idee was dat als ikzelf op het punt zou staan een kamer te reserveren in een hotel dat onlangs was beboet voor ratten in zijn keuken, ik het zeer op prijs zou stellen als iemand daar mijn aandacht op vestigde. (101)

Het bericht wordt geweigerd door TripAdvisor. Hij mag geen informatie geven over een locatie als hij het niet van een concrete, persoonlijke ervaring heeft. Blijkbaar gelden overheidsboetes en rechtbankveroordelingen niet als bewijs dat iets ondeugdelijk is.

De andere kant van het verhaal is dus dat er eindeloos veel mensen wel reviews achterlaten, waar je als bezoeker wel blind op zou moeten vertrouwen. Berichten boordevol spelfouten moeten hem een indruk geven. Nota bene de plek waar hij zo gek op is, wordt kritisch beoordeeld voorzien van alle vormen van spelfouten:

Een recente bezoeker deelde mee dat hij ’teloor gesteld’ was over deze ervaring. Goed, dan volgt hier een nieuwe regel: als je te dom bent om ’teleurgesteld’ ook maar bij benadering juist te spellen, mag je niet deelnemen aan openbare discussies, op welk niveau dan ook. (41)

Het is mooi om te zien hoe Bill Bryson op de zere plek van onze huidige levensstijl wijst. Blijkbaar mag een bezoeker die het nauwelijks goed kan verwoorden wel een review schrijven, terwijl een verwijzing naar documentatie van overheden en hoogwaardige instellingen, niet gelden. We trekken ons meer iets aan van een beoordeling door een willekeurig iemand die niet kan spellen, dan dat mensen dit doen die er wel verstand van hebben.

Bill Bryson: De weg naar Little Dribbling, Een reis door Groot-Brittanië. Vertaald door Peter Diderich. Oorsponkelijke titel: The Road to Little Dribbling. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3075 3. 352 pagina’s.Bestel

14 oktober 2017

Vliegtuigen

Als Bill Bryson in zijn boek De weg naar Little Dribbling door Windsor Great Park loopt is hij zo ontzettend blij dat dit gebied nog bestaat. De natuur en de rust zo dicht bij Londen doen hem goed. Het kan niet anders dan er iets moet gebeuren. Inderdaad het gebied wordt bedreigd door de oprukkende luchthaven Heatrow.

Alles is mooi hier, behalve de lucht. Het is al een komen en gaan van vliegtuigen en nu ligt er een serieus plan om de luchthaven uit te gaan breiden met een derde landingsbaan. Als dat niet gebeurt, kan Heatrow niet concurreren met andere luchthavens in Europa, is de redenering.

Het antwoord van Bill Bryson is helder:

Ik zal u zeggen wat je daadwerkelijk krijgt met nog een start- en landingsbaan erbij. Je krijgt nog meer opstijgende en landende vliegtuigen, maar die zijn dan kleiner. Dat is wat er in Amerika is gebeurd. (76)

En ik denk dat Bill Bryson gelijk heeft. Het aantal vliegtuigen dat op Schiphol landt, ligt lager dan wat er op Heatrow landt, terwijl Schiphol 6 banen heeft. Heatrow heeft er 2, maar wel een half miljoen vluchten per jaar.

Er komen inderdaad meer vluchten, maar minder passagiers. Ik heb dat beeld ook vaak met de vele vliegtuigen die hier over het huis vliegen. Ze zetten hun landing in naar Schiphol. Het zijn vrijwel allemaal kleine en middelgrote vliegtuigen, nauwelijks grote. Juist deze kleine vliegtuigen maken veel herrie. En ze vliegen af en aan. Meer vliegbewegingen en meer overlast, maar minder resultaat. Wie snijdt zich hier in de vingers?

Bill Bryson: De weg naar Little Dribbling, Een reis door Groot-Brittanië. Vertaald door Peter Diderich. Oorsponkelijke titel: The Road to Little Dribbling. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3075 3. 352 pagina’s.Bestel

13 oktober 2017

De weg naar Little Dribbling

Het is mij al weleens gezegd. Als je zo van de reisverhalen van Paul Theroux houdt, waarom lees je dan niet eens Bill Bryson. Ik had al eens Een geschiedenis van bijna alles proberen te lezen. Een boek waarin de hele wereld gevat wordt. Niet altijd even spannend. Het is ook wel heel veel. Ergens halverwege ben ik gestrand.

De reisverhalen van de Amerikaanse Bill Bryson kende ik niet. Tot ik onlangs de sprong heb gewaagd. Bill Bryson bereist in zijn nieuwste boek De weg naar Little Dribbling opnieuw Groot Brittannie. Dat is 25 jaar na zijn hilarische trip door Engeland in het boek Een klein eiland. Nu moet ik er toch eens aan toegeven, dacht ik.

Om goed beslagen ten ijs te komen las ik eerst Een klein eiland. Je moet wat referentie hebben. Bovendien zou ik mij hopeloos kunnen vergissen als ik deze boeken door elkaar zou lezen. Het verhaal van Een klein eiland laat zich in 1 woord omschrijven als: hilarisch. Wat een boek is dit! Je komt alles te weten over Engeland en de Engelsen. Maar vooral over Bill Bryson!

Slagboom

Het nieuwste reisboek, De weg naar Little Dribbling, begint even hilarisch. De slagboom bij een parkeerterrein waarmee Bill Bryson een klap op zijn hoofd krijgt. Hoe presteert deze Amerikaanse Engelsman het om dat gewoon nog een keer te laten gebeuren? Zijn eigen onhandigheid is daarmee onderwerp van het verhaal geworden. Ik houd van die zelfspot.

De klap met de slagboom is nog maar het begin. De hele reis langs de denkbeeldige lijn die Bill Bryson aan het begin van zijn boek trekt, is een aaneenschakeling van onhandigheden en lachwekkende voorvallen. Zijn bezoek aan McDonald’s bijvoorbeeld waarbij hij het voor elkaar krijgt er een gigantisch grote bestelling van te maken.

Het is die stijl waarbij Bill Bryson een hoofdstuk opent met een onderwerp waarbij niet direct de link met de plek die hij in dat hoofdstuk bezoekt. Neem het hoofdstuk ‘Cronwall’ dat opent met een lijst met Reflex-aversies. Het zijn er 15 waaronder een uitnodiging invitatie noemen of Meryl Streep als ze schattig doet.

Ik weet dat het er meer dan twaalf zijn, maar dit is míjn concept en daarom heb ik recht op wat extra dingen. U dacht misschien dat ’s zomers in het zuidwesten van Engeland rijden ook op die lijst zou staan, maar dat komt niet in aanmerking, omdat het daarbij om een voor de hand liggende en rationele afkeer gaat. (160)

Sommige mensen haten je

Je begrijpt het al. De rest van het stuk gaat over het rijden door Cornwall in de zomer. Om daarna zonder gene te concluderen dat sommige mensen je haten. Bijvoorbeeld de mensen van Microsoft of – nog erger – mensen die bushokjes ontwerpen. Het zitten op die onlogische smalle rode plastic plaat in de bushokjes is een ware marteling. Je glijdt erover uit als een gebakken ei in een koekenpan met antiaanbaklaag.

Daarmee is het een feest om Bill Bryson te lezen. Ik ga zeker nog meer boeken van hem lezen, zijn reizen door zijn geboorteland Amerika bijvoorbeeld. Of het Australië-boek waarin hij over onze tegenvoeters schrijft. Al bescherm ik mijzelf ook een beetje. Na 2 boeken van Bill Bryson houd ik eerst even pauze voor ik verder ga.

Bill Bryson: De weg naar Little Dribbling, Een reis door Groot-Brittanië. Vertaald door Peter Diderich. Oorsponkelijke titel: The Road to Little Dribbling. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3075 3. 352 pagina’s.Bestel

19 september 2017

Feest in de sprinter?

Al lezend in Jan Dijkgraafs Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien lijkt het erop dat hij alleen met intercity’s reist. Op het verhaal over het ontbreken van toiletten in de sprinters na, spreekt hij met geen woord over de tochtige open rijtuigen van de NS. Het maakt het treinreizen een stuk minder leuk en comfortabel.

De metro-achtige treinen vol stangen, hoge zitjes, minimale beenruimte en houten planken waar je kont het nog geen minuut stilhoudt, ontbreken geheel in zijn verhaal. Het is een beetje valsspelen met de voordelen en zou voor NS juist een wijze les moeten zijn om te realiseren dat comfort het grote onderscheid moet maken met de auto.

Die goedkope, moderne treinstellen mogen van mij zo snel mogelijk gesloopt worden en vervangen door ouderwetse, luxe treinen waar je nog lekker kunt wegzinken in een stoel. Helaas, het lijkt Jan Dijkgraaf te zijn ontgaan in zijn jaar reizen door Nederland. Hij heeft ook wel een mooi opstapstation (Heerenveen).

Inderdaad, de intercity van Heerenveen naar Rotterdam is een feest. Maar de verschraalde dienstregelingen laten reizigers steeds vaker overstappen waardoor langeafstandsreizen bijna niet meer bestaan in Nederland. Ik ervaar het elke keer weer als ik met de trein reis.

Maar bovenal is het boek van Jan Dijkgraaf een feest der herkenning. Als liefhebber van de trein, kan ik alleen maar beamen wat hij schrijft. Sterker nog: ik verlang alleen maar meer naar die heerlijke treinreizen waarbij je kunt wegdromen van het uitzicht. Het mooiste natuurlijk in een intercity. Die van Rotterdam naar Heerenveen bijvoorbeeld.

Jan Dijkgraaf: Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien. Meppel: Just Publishers, 2016. ISBN: 978 90 8975 8316. Prijs: € 14,95. 217 pagina’s.

18 september 2017

Voordelen en treintypes

In overzichtelijke lijstjes somt Jan Dijkgraaf in zijn boek Treinreizen voor beginners de voordelen van de trein én van de auto. Hij weegt ze tegen elkaar af en laat zien dat de trein helemaal niet op veel achterstand staat ten opzichte van de auto. Nee, in sommige gevallen is het veel beter om gebruik te maken van de trein. Je kunt wat anders doen dan autorijden en krijgt een mooie inkijk in een andere wereld.

De meest vermakelijke lijst is de lijst met treintypes. Jan Dijkgraaf selecteert er maar liefst 34. Van bedelaar tot zweter, mooi op alfabetische volgorde. Een enkeling, de militair is niet meer te zien, en velen slechts een enkel keer per jaar: kerstborrelklant, Huishoudbeursbezoeker en de Libelle Zomerweekvrouw. Herkenbare types voor de forens. Op mijn route naar Amsterdam bijvoorbeeld kwam ik zo ongeveer alle treintypes tegen die Jan Dijkgraaf noemt in zijn boek.

Neem de smeerpijp. Het probleem: je herkent ze niet tot je ze betrapt en dat gebeurt vrijwel nooit.

In alle andere gevallen kan iedere treinpassagier een smeerpijp zijn. De kans is groter bij een asociale gast die een blikje bier ligt te zuipen met zijn benen op de tegenovergelegen bank dan bij een bejaard vrouwtje dat bekakt praat, maar in principe vind je smeerpijpen in alle lagen van de bevolking. (148)

Beweh. Het is bijzonder leuk hoe sommige ergernissen van de schrijver naar voren komen. Hij reist eersteklas en hekelt de tweedeklasreiziger die stiekem plaatsneemt in de hogere klas(se). Het pleps dat er niet voor betaalt, moet er helemaal niet gaan zitten. Ook al stuwt de trein uit zijn voegen van de reizigers.

Of de pratende conducteurs in de Eersteklas, aan het eind van hun werkdag of begin van hun dienst. Ze gaan steevast een klagend gesprek voeren over premies die voorbij zijn, slecht geplande roosters en het personeelsbeleid van de nationale spoorwegen in het algemeen.

Daarnaast ergert Jan Dijkgraaf zich aan de lucht van verschraald bier (de halveliters goedkoop bier die medereizigers opslokken) en bellende reizigers in de stiltecoupé. Allemaal aspecten waar de schrijver van dit handboek voor beginnende treinreizigers niet zo gek op is.

Jan Dijkgraaf: Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien. Meppel: Just Publishers, 2016. ISBN: 978 90 8975 8316. Prijs: € 14,95. 217 pagina’s.

16 september 2017

Treinliefhebber

Verderop op zijn reis in Een klein eiland treft Bill Bryson een treinliefhebber aan in de trein. Heel vreemd begint deze tegen hem te praten. Iets dat hij vooral leest in de boeken van Paul Theroux, maar zelf gelukkig nooit zo ervaart.

Tot deze man tegenover Bill Bryson hem betrapt op het lezen van Kingdom by the Sea. Het blijkt een treinliefhebber te zijn die heel stellig is over de deskundigheid van de beroemde schrijver van treinreizen door Azië, Latijns-Amerika en China:

‘Die Thoreau.’ Hij knikte in de richting van mijn boek. ‘Weet helemaal niets van die treinen af. Of hij houdt zijn mond erover.’ Hier begon hij hartelijk om te lachen en vond het zo grappig dat hij het nog een keer zei, waarna hij met zijn handen op zijn knieën bleef zitten glimlachen alsof hij zich trachtte te herinneren wanneer hij en ik voor het laatst zoveel lol hadden gehad. (276/7)

De reiziger tegenover Bill Bryson probeert hem duidelijk te maken dat Paul Theroux geen benul heeft waarover hij schrijft. Zo weet hij in de Grote spoorwegcarrousel niet eens welke locomotief er voor de trein van de Delhi Express rijdt.

Dan begaat Bill Bryson een stomme zet. Hij vraagt de man of hij van treinen houdt. De rest van zijn reis krijgt hij een uitvoerig onderhoud over alle soorten treinen, merken en serienummers die er op de wereld rijden. Zo hoort Bill Bryson precies de afleverdatum waarop het treinstel waarin ze rijden is opgeleverd.

Bryson is dan ook ontzetten blij als zijn reisgezel de trein verlaat. De resterende tijd van zijn reis, kan hij niet veel anders dan de klinknagels tellen.

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

12 september 2017

Bijzondere vloer

Op zijn reis door Engeland in Een klein eiland doet Bill Bryson ook een bijzondere vloer aan. Het is op heuvel boven Winchcombe. Hier bij een plek die Cole’ Hill heet, moet hij een vrijwel ondoordringbaar bos door. Vooral de braamstruiken beletten zijn doorgang.

Hij is op zoek naar de overblijfselen van een Romeinse villa. Het is een hele zoektocht, waarbij Bill Bryson zich al slaand met zijn stok een weg baant door het kreupelhout. Volgens een vriend moet hier een stuk vrijwel ongeschonden Romeins mozaïek liggen.

Stukje vloer

De anders zo spraakzame Amerikaan, staat er nu met een mond vol tanden. Lange tijd staart hij naar het stukje vloer van anderhalve meter in het vierkant. Beseffend dat wat hij hier ziet, niet gemaakt is om uiteindelijk in een museum terecht te komen:

Omdat het mozaïek nog op zijn oorspronkelijke plaats lag, omdat het niet was afgeschermd met touwen en in een eigentijds gebouw was tentoongesteld, was het nog steeds overduidelijk en schitterend een vloer en niet slechts een amusant kunstig object. (194)

Een vloer om op te staan dus. Hier hebben meer dan 1600 jaar eerder mensen op gestaan. Romeinen met de sandalen aan, in gesprek met elkaar, nippend van een glas wijn. Hij kijkt nog lang vanaf het muurtje waarop hij zit, waarna hij de zakken kunstmest en stenen die erop lagen weer teruglegt.

Hoe anders als bij het andere monument, Stonehenge, waar Bill Bryson opgelucht stelt dat het afgezet is door een touw. Het grote nadeel daarvan is dat het prehistorische monument minder goed tot leven komt. Maar het behoud staat voorop en ik hoop dat dit ook nu nog geldt voor het mozaïek bij Winchcombe in dit rustige hoekje van de Cotswolds.

Lees morgen het vervolg: Bill Bryson over Paul Theroux

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

11 september 2017

Bedelkerk

Kerken bedelen, stelt Bill Bryson in zijn reisboek Een klein eiland. Al bij de entree staan de grote borden klaar die vragen om een vrijwillige bijdrage. Daarna word je als bezoeker regelmatig herinnerd aan:

Alles bij elkaar telde ik negen verschillende collectebussen tussen de entree en de cadeauwinkel – tien als je die voor de votiefkaarsen meetelt. (116)

Hij schrijft dit over de kathedraal in Salisbury, maar het geldt voor heel veel kerken in Engeland, stelt Bill Bryson. Al is hij zich ervan bewust dat de kerken veel geld moeten hebben om overeind te blijven.

£ 8.000 per jaarEen klein eiland.

En gelijk heeft hij, maar tegelijk zet het mij aan het denken over de openstelling van kerken. Ergens verwacht je dat je geen entree hoeft te betalen, maar het instandhouden van al deze monumenten kost verschrikkelijk veel geld.

Sinds ik dit gelezen heb, houd ik hier extra rekening mee als ik een kerk binnenstap en langs zo’n collectebus loop.

Lees morgen het vervolg: Bijzondere vloer

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

10 september 2017

Little Dribbling

En dan heb ik nog niet eens verklapt waarom ik eigenlijk Bill Brysons boek Een klein eiland lees. Ik heb namelijk het vervolgboek van Bill Bryson De weg naar Little Dribbling liggen ter bespreking. Enthousiast begon ik eraan, maar bij de inleiding stuitte ik op de reden van dit boek: het 20 jaar eerder verschenen reisboek door Groot Brittannië: Een klein eiland.

De meligheid waarmee hij zijn nieuwe reisboek opent, vraagt om het ter hand nemen van de vorige reis. Het is onmogelijk om deze boeken omgekeerd te lezen, lijkt deze inleiding te willen zeggen. Net als dat je eerste het ene boek besproken moet hebben voordat je het andere alleen al begint te lezen. Het gevaar van de verwarring en het door elkaar hutselen ligt op de loer!

Verzonnen naam

Overigens komt de door Bryson verzonnen naam Little Dribbling uit zijn eerdere Engeland-boek. Daar schrijft hij over de bereikbaarheid in Engeland. Engelsen klagen al steen en been voor een klein autoritje, ze vinden hun land namelijk veel groter dan het is.

Het gesprek gaat er dan over een pietluttig afstandje, dat Engelsen in gesprek met elkaar veel groter maken dan het is. Het is heel erg ver en vergeet alle activiteiten die op het traject plaatsvinden niet. Ze werken vertragend en maken een autoritje van een uur, snel een lange reis:

‘En dan is er dit weekend ook de Great West Steam Rally in Little Dribbling,’ meldt iemand die van het andere eind van het vertrek bij jou komt staan, omdat het altijd leuk is om akelig automobilistennieuws te kunnen brengen. (27)

De plaats Little Dribbling bestaat niet, maar zou natuurlijk zo kunnen bestaan. In het nieuwe reisboek van Bill Bryson maakt hij de rit die hij hier beschrijft. Met minstens evenveel hilariteit waarmee hij in Een klein eiland heel Groot Brittannië doorkruist.

Lees morgen het vervolg: Bedelkerk

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

09 september 2017

Bill Brysons Een klein eiland

Zo’n boek dat ik al een tijdje in de boekenkast heb staan en waarvan ik weet dat ik het zou moeten lezen. Als ik het dan eindelijk lees, kan ik mijzelf niet begrijpen: waarom heb ik het niet eerder gelezen!

Wat een geweldige reisschrijver is Bill Bryson. Zijn trektocht door Engeland, Een klein eiland is een genot om te lezen. De zelfspot en humor waarin hij zijn reis door Groot-Brittanië beschrijft, zijn onnavolgbaar.

Natuurlijk stuit je ook op de onhebbelijkheden van Bill Bryson. Hij heeft een hekel aan de autisten van de Blaenau Ffestiniog Railway. Zij laten de beroemde stoom trein vertrekken 4 minuten voor de bus aankomt en Bryson 4 uur moet wachten tot de volgende trein gaat.

Ook andere ongemakken meet Bill Bryson uitvoerig uit in zijn reis door Groot Brittannië. Zoals de lelijke gebouwen die Engelsen in hun steden weten te zetten. Elke stad heeft wel zoiets lelijks. Sommige steden zagen er in het verleden heel mooi uit en zijn voorgoed verknalt. In de Victoriaanse tijd moet Engeland er adembenemend uit hebben gezien volgens Bryson. Daar is veel moois van verdwenen.

En dan is er natuurlijk nog de hel van het zoeken naar een goed hotel. Bill Bryson stelt dat zijn vrouw hier een kei in is. Hij niet. Net als dat hij in de supermarkt altijd de verkeerde rij bij de kassa kiest, zo weet hij uit een rijtje hotels perfect de verkeerde te kiezen.

Mijn vrouw kan een rij pensions bekijken en dan direct datgene uitkiezen waar een witharige weduwe met een vriendelijk karakter en een zwak voor kinderen de scepter zwaait en dat sneeuwwitte lakens en fonkelend badkamersanitair te bieden heeft, terwijl ik meestal uitkom bij datgene waar een vent met een inhalige instelling, een peuk op zijn lip en zo’n hoest waarbij je je afvraagt waar hij de fluim laat, de baas is. En ik dat, wist ik akelig stellig, zou vanavond het geval zijn. (281/282)

Inderdaad vindt hij zo’n pension. Niet onvermakelijk natuurlijk. Het zou een saai verhaal opleveren als hij met zijn vrouw zou zijn geweest of haar mooie eigenschap zou hebben gehad. Nu geeft het veel vertier. Waarbij de veel te hoge prijs voor de overnachting samen met de walgelijk smerige koffiepotjes prachtig zijn om te lezen.

Tussen al het gemopper valt het dan op als Bill Bryson onverwacht positief is over een stad. Of als hij na een dag mopperen, de volgende dag ineens de schoonheid van Edinburgh ziet. Dan moet hij wel oppassen in de trein als hij in slaap valt, de kwijl die uit zijn mond valt, zorgt daar voor een groot web van slijm.

Zo rol je van het ene plezier in het andere als je Bill Brysons boek leest. Het stimuleert mij zelfs bij het schrijven. Ik betrapte mij erop dat ik het reisje naar het Muiderslot opeens op eenzelfde manier ging beschrijven. Onhandig, want ik geloof nooit dat ik deze reisheld kan evenaren.

Lees morgen het vervolg: Little Dribbling

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. 2e druk. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

11 juli 2017

De wegen van de wereld

Dit reisboek staat aan de wieg van het moderne reisverhaal. Dat verklapt de achterflap van Nicolas Bouviers reisboek De wegen van de wereld.

27 mei 2017

In het spoor van Don Quichotte

Ben ik zo’n liefhebber van Paul Theroux, wereldreiziger, hebben we in Nederland onze eigen globetrotter. Het is de Floortje Dessing van de literatuur: Cees Nooteboom. Een reisschrijver van formaat, dat bewijst zijn laatste boek wel. In het spoor van Don Quichotte is een prachtige bloemlezing met mooie reisverhalen.

Het titelverhaal vertelt over de zoektocht naar de sporen van Don Quichotte. Cees Nooteboom vindt meer sporen van het boek dan van de schrijver Cervantes. De molens zijn echt reuzen geweest in de verbeelding van de schrijver, stelt hij. Het geeft een mooie kijk op literatuur.

Cees Nooteboom reist schrijvers en hun verhalen achterna. Hij heeft de drang om alles vast te leggen! Het notitieboekje is daarbij een onmisbaar instrument. Hij verzucht in het essay ‘Gantheaume Point. Notities als labyrinth’ hoe hij voor de ontmanteling de bibliotheek van Borges bezoekt.

Alle boektitels die hij ziet, probeert hij nog vast te leggen in zijn notitieboekje:

[P]agina na pagina vulde ik met de merkwaardigste, stoffigste, nu onachterhaalbaar geworden titels, ik had het gevoel dat ik tegen de tijd schreef; een dag later zouden al die kasten leeg zijn en ik besefte dat ik dan wel de laatste geweest zou zijn die de bibliotheek van Borges gezien had. (56/57)

Nooteboom is zo druk met noteren dat hij vergeet te kijken! De schok is dan ook groot als hij het notitieboekje verliest. Het exterieure geheugen verdwijnt ergens in een overvolle stadsbus van Buenos Aires.

Je proeft als lezer hoe hij nog altijd van deze verdwijning, meer dan 30 jaar geleden, last heeft. Het verdriet om de teloorgang van iets dat hij probeerde vast te leggen wat op haar beurt ook verdwenen is. Zou iemand die dit boekje vindt, begrijpen wat erin staat? Cees Nooteboom beseft maar al te goed dat de krabbels nauwelijks te ontcijferen zijn en helemaal niet te begrijpen.

Cees Nooteboom: In de sporen van Don Quichotte. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 4832 7. Prijs: € 15,00. 128 pagina’s.Bestel

09 februari 2017

Congo en Almere

De gastschrijver van Almere, Redmond O’Hanlon houdt zijn 2e avond in de bibliotheek. In november vertelde hij over zijn eerste ervaringen in onze stad. Nu vergelijkt hij Almere met zijn reiservaringen in Congo.

In het eerste gedeelte van de avond leest hij voor uit zijn magnum opus Congo. Zo vertelt hij over de fetisj die hij aan het begin van zijn reis koopt bij een Congolese tovenaar. Volgens de verkoper zit er een kindervinger in, maar Redmond O’Hanlon kan dat niet geloven, hij denkt dat er de vinger van een aap in zit.

Naast de fetisj heeft hij nog iets bij zich: een Afrikaans beeldje, uit hout gesneden en waarin onder meer met een mes bij de nek delen zijn weggeschraapt. Of de 12 knopen in het rode touw dat om zijn nek hangt. Elke knoop is een geslaagde vloek.

Na het voorlezen uit Congo is het de beurt aan een serie dia’s. Aan de hand van deze beelden vertelt Redmond O’Hanlon over zijn verdere belevenissen in Afrika. Zo komt het beroemde petje voorbij, net als de jonge gorilla die Redmond dagenlang heeft verzorgd. Hij is als een moeder voor het dier.

Het deel na de pauze is echt interessant. Hier vertelt Redmond over de overeenkomsten tussen Congo en Almere. Hij weet er aardig wat op te sommen. Zo geniet hij van de kleine gemeenschap in Nobelhorst. Er wonen betrekkelijk weinig mensen bij elkaar. De ideale gemeenschap zou volgens hem – en een bevriende professor die hij citeert – bestaan uit 60 tot 80 personen. Daarmee verklaart Redmond ook dat mensen niet meer vrienden/bekenden hebben dan dit aantal. Je kunt niet meer onthouden dan het seksleven van maximaal 60 mensen, zegt hij.

De pygmeeën die hem in Congo bij zijn reis door de jungle vergezellen, zijn vijanden van de banda. De banda zijn best agressief, maar volgens Redmond kunnen de pygmeeën vrij eenvoudig hun jachtgebieden veiligstellen tegen de banda. De banda’s zijn ontzettend bijgelovig. Elke boom heeft een ziel. ‘Dan zeggen ze tegen een banda, loop niet langs die boom, want anders vallen je ballen eraf. De banda geloven dat en durven nooit langs die boom te lopen. Zo weten de pygmeeën de beste jachtgebieden te behouden.’

In Congo is Redmond op zoek naar de dinosaurus die in het meer zou leven volgens de overlevering. Het dier is al lange tijd niet meer gezien, maar toch probeert Redmond het prehistorische dier te zullen zien. Het Weerwater is zeker zo waardevol als het meer in Congo. ‘Alleen mist het een monster’, stelt de Engelse schrijver van reisverhalen. ‘Of nee, er is wel degelijk een monster. En dat monster heet Floriade!’

De Oostvaardersplassen kent Redmond O’Hanlon al. Een jaar of 30 geleden nam Adriaan van Dis hem hierheen. Als vogelliefhebber zag hij het pasgeboren natuurgebied. Het is ondertussen veranderd in een heuse farm met al die buffels, stelt hij. Buffels zie je op elke boerderij, die hoef je niet in een natuurgebied uit te zetten. Net als de herten en paarden, vindt hij dat er teveel zitten. ‘Er moeten gewoon 3 of 4 roedels wolven komen, dan is er snel een natuurlijk evenwicht.’ Maar dat heeft een keerzijde: ‘Wolven zijn gek op mensenbaby’s.’

Een gebied als de Oostvaardersplassen moet zeker de poorten openen, maar wel voor alleen natuurliefhebbers. Liefhebbers van iets anders kunnen ook naar een pretpark gaan. Het gaat juist om het contact met de natuur. Het idee dat je heel even op survival bent om dan maandag gewoon weer op kantoor aan het werk te kunnen.’

Lees verder over Het geheim van Almere

10 oktober 2016

Literaire verwijzingen

img_20160926_204115.jpgHet reisverhaal In Patagonië van Bruce Chatwin bevat een paar prachtige literaire verwijzingen. De meest in het oog springende verwijzing is die naar Dante. Hier vergelijkt Bruce Chatwin Tierra del Fuego met het eiland waar Ulysses in Dantes Inferno probeert aan te meren.

De vergelijking doemt op als de Nederlanders proberen aan te meren. De vuren die de Hollanders vanaf hun schepen zien, doen ze denken aan het inferno, boordevol met monsters en de Roc, een reusachtige condor. In werkelijkheid waren de vuren aangestoken door de Indianen op het eiland.

Dan is Vuurland Satans land, waar vlammetjes flikkeren als vuurvliegjes op een zomernacht en, in de enger wordende kringen van de Hel, het ijs de schimmen van verraders gevangen houdt als rietjes in een glas.
Dit verklaart misschien waarom ze niet geland zijn. (127)

Een mooie combinatie van de literatuur en de geschiedenis van de ontdekkingsreizigers. De vergelijking met Ulyssus die bij Dante gestraft wordt voor zijn verlangen de grenzen die de mens gesteld zijn, te overschrijden.

Naast Dante haalt Bruce Chatwin ook Shakespeare aan. Hij doet dit als hij de herkomst van de naam Patagonië bespreekt. Het gebied zou verwijzen naar de grote voeten van de oorspronkelijke bewoners, maar het monster Patagon.

Shakespeare heeft in zijn tragedie De storm duidelijk verwijzingen naar de Zeereis van Pigafetta, stelt Bruce Chatwin. In deze Zeereis spelen monsters met de kop van een hond en de poten van de hartebeest, de Grote Patagon, een rol.

Heerlijk om zo de grote literatuur te zien verzinken in het boeiende reisboek In Patagonië. Zo zijn vallen alle verhalen samen bij Bruce Chatwin.

Bruce Chatwin: In Patagonië. Oorspronkelijke titel: In Patagonia. Uit het Engels vertaald door Eelco Hesse. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 1987 (1e druk in 1979). ISBN: 90 351 0518 4. 228 pagina’s. Alleen antiquarisch verkrijgbaar