Posts tonen met het label redmond o'hanlon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label redmond o'hanlon. Alle posts tonen

26 oktober 2018

Redmond O'Hanlon, Almere en de groene stad

De 3e stadsschrijver in Almere, Redmond O’Hanlon, heeft 3 jaar in Almere doorgebracht. Na Stephan Sanders en Renate Dorrestein, is ook het resultaat van zijn verblijf een boek: De groene stad. Na zijn beroemde tochten door Borneo, Zuid-Amerika en Congo, was Almere aan de beurt. Dat schept hoge verwachtingen.

De stad en het groen

Het boek is vorige maand gepresenteerd; ik was bij de presentatie. Hier veel aandacht voor de bijzondere kant van de stad, het groen en de archeologie. Blijft bij mij wel de vraag steken wat hij echt van Almere vindt. Het schippert een beetje tussen walging en respect. Het is natuurlijk ook een beetje wiens brood ik eet, wiens woord ik spreek.

Buiten dit valt mij het resultaat De groene stad tegen. Het boek blijft heel getrouw aan de gesprekken die de Britse natuurschrijver heeft gehad met Almeerders. Het blijft bij deze droge opsomming en weergave van de gebeurtenissen. Zeker O’Hanlon doet enkele pogingen om geleerd over te komen. Zo citeert hij meermaals zijn landgenoot Ebenezer Howard (1850 – 1928) die aan de basis staat van Almere met zijn visie op stedenbouw.

Satellietstadjes

Howard is een voorstander van een stad met eromheen kleinere, grotendeels onafhankelijke satellietstadjes. Precies hoe Almere is opgebouwd in zijn verschillende stadsdelen, Almere Stad, Almere Poort, Almere Buiten, Almere Haven en Almere Hout. Het aantal keer dat O’Hanlon hem aanhaalt, is tot vervelens toe. Zo belangrijk is Howard ook weer niet voor Almere. Het lijkt meer te wijzen op Britse trots van de schrijver.

Boven alles mis ik het verhaal. Zijn de reisverhalen van Redmond O’Hanlon echte verhalen, in dit boek blijft het tot een droge opsomming van informatie. Ze krijgt niet de transitie die je wel vindt in de oude verhalen. Het brengt mij bij het schokkende feit dat O’Hanlon bij zijn reis op de Beagle al verklapte: hij kan niet meer schrijven.

Dat vind je ook terug in De groene stad. Een mooi promotieverhaal voor Almere, maar je mist het verhaal dat O’Hanlon ervan maakt. Hij maakt er geen verhaal van en laat het over je overkomen als een stortvloed van VVV-weetjes. Geen origineel idee en helemaal geen verhaal.

Beginnen bij het begin

Want waar zou je de speurtocht naar de Almeerder beter kunnen beginnen dan bij het begin? De oorsprong waarvan de laatste jaren – en ook in de periode dat Redmond in Almere woonde – veel nieuwe informatie is bijgekomen. Het is vrijwel zeker bijvoorbeeld dat hier neanderthalers geleefd hebben.

De vondst van vuursteentjes en verbrande hazelnootjes wijst op mogelijk verblijf van neanderthalers. Of de vondst van het visfuik in Almere Poort wat duidt op menselijke activiteit ver voordat in Engeland Stonehenge werd opgericht. Ingrediënten voor een verhaal waarbij je fantasie op hol slaat, maar bij Redmond O’Hanlon blijft het heel stil.

Grote verwachtingen

Zeker, het zijn de verwachtingen die je misschien hebt van een schrijver, zeker bij een begenadigd schrijver als O’Hanlon. Maar De groene stad laat zich op geen enkele manier vergelijken met deze werken. Heel jammer, maar buiten het feit dat je kunt twijfelen of O’Hanlon hier nog toe in staat is, heeft hij mogelijk minder affiniteit met Almere dan hij zou willen.

Iemand die de ene keer Almere de verschrikkelijkste plaats op aarde noemt en de andere keer dat afdoet met een journalist die hem verkeerd geciteerd heeft. Buiten het feit dat dit verhaal mogelijk nog veel interessanter zou zijn, is het jammer dat O’Hanlon zich er zo makkelijk van afgemaakt heeft.

Redmond O’Hanlon: De groene stad. Vertaald en bewerkt door Rudi Rotthier. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2018. ISBN: 978 90 450 3080 7. 160 pagina’s. Prijs: € 18,99. Bestel

11 juli 2017

De wegen van de wereld

Dit reisboek staat aan de wieg van het moderne reisverhaal. Dat verklapt de achterflap van Nicolas Bouviers reisboek De wegen van de wereld.

11 februari 2017

Het geheim van Almere

Dat er in Almere bomen sneuvelen, vindt Redmond niet zo heel erg. ‘Het kan geen kwaad als er af en toe een paar tegen de vlakte gaan. Dat levert ook weer heel veel nieuw leven op.’ Wel wijst hij op de waarde van zoet water. ‘We vergeten weleens dat veel vluchtelingen hier helemaal niet komen vanwege de rijkdom. Ze komen omdat ze geen water meer hebben.’

Daarnaast wijst Redmond op de kracht van vrouwen in de samenleving. ‘Ze worden ontzettend onderschat, maar ik zie bijvoorbeeld in Afrika bij stammen: vrouwen zijn de baas. Ze gunnen de alfa-mannetjes hun overwinningen, maar eigenlijk zorgen zij voor 90 procent voor het eten. De alfa-mannetjes danken hun status aan de vrouwen. Dat zie je ook bij apen.’

De grasdaken zoals hij deze in Nobelhorst ziet, zijn ontzettend mooi. Redmond pleit ervoor dat we overal grasdaken gaan bouwen in Almere. Het is zo mooi en meteen ook goed voor de natuur. Zo krijg je veel meer groen om je heen en het moet om groen draaien.

Het boek waaraan Redmond werkt, vordert erg langzaam. Dat verklapt hij. Het begint 12.000 jaar geleden met de eerste bewoners van deze streek. ‘Ze zeggen weleens dat Almere helemaal geen historie heeft, maar daar klopt niks van. Het zit hier boordevol historie.’ De opening is bij de groene weiden waar het landschap hier in Flevoland uit bestond.
Van de eerste bewoners zal het uiteindelijk gaan naar de Oostvaardersplassen, het mooiste natuurgebied van Europa. ‘Dat er zo’n groot natuurgebied kan zijn in zo’n klein land. Het is geweldig.’

Net als dat Redmond heel enthousiast is over Almere. ‘Toen ik hier voor het eerst kwam, was ik verbaasd over de communistische bouw. Hoe kunnen mensen in zulke lelijke gebouwen wonen, terwijl Nederland zo’n rijke architectuur heeft. Ik kan me er nog steeds over verbazen. Neem bijvoorbeeld de Gouden piramide.’

Later vindt hij het geheim van Almere: het groen. ‘In Almere is het groen in de stad gebracht en niet andersom. Dat is echt geweldig en dat moet ook worden gekoesterd.’

09 februari 2017

Congo en Almere

De gastschrijver van Almere, Redmond O’Hanlon houdt zijn 2e avond in de bibliotheek. In november vertelde hij over zijn eerste ervaringen in onze stad. Nu vergelijkt hij Almere met zijn reiservaringen in Congo.

In het eerste gedeelte van de avond leest hij voor uit zijn magnum opus Congo. Zo vertelt hij over de fetisj die hij aan het begin van zijn reis koopt bij een Congolese tovenaar. Volgens de verkoper zit er een kindervinger in, maar Redmond O’Hanlon kan dat niet geloven, hij denkt dat er de vinger van een aap in zit.

Naast de fetisj heeft hij nog iets bij zich: een Afrikaans beeldje, uit hout gesneden en waarin onder meer met een mes bij de nek delen zijn weggeschraapt. Of de 12 knopen in het rode touw dat om zijn nek hangt. Elke knoop is een geslaagde vloek.

Na het voorlezen uit Congo is het de beurt aan een serie dia’s. Aan de hand van deze beelden vertelt Redmond O’Hanlon over zijn verdere belevenissen in Afrika. Zo komt het beroemde petje voorbij, net als de jonge gorilla die Redmond dagenlang heeft verzorgd. Hij is als een moeder voor het dier.

Het deel na de pauze is echt interessant. Hier vertelt Redmond over de overeenkomsten tussen Congo en Almere. Hij weet er aardig wat op te sommen. Zo geniet hij van de kleine gemeenschap in Nobelhorst. Er wonen betrekkelijk weinig mensen bij elkaar. De ideale gemeenschap zou volgens hem – en een bevriende professor die hij citeert – bestaan uit 60 tot 80 personen. Daarmee verklaart Redmond ook dat mensen niet meer vrienden/bekenden hebben dan dit aantal. Je kunt niet meer onthouden dan het seksleven van maximaal 60 mensen, zegt hij.

De pygmeeën die hem in Congo bij zijn reis door de jungle vergezellen, zijn vijanden van de banda. De banda zijn best agressief, maar volgens Redmond kunnen de pygmeeën vrij eenvoudig hun jachtgebieden veiligstellen tegen de banda. De banda’s zijn ontzettend bijgelovig. Elke boom heeft een ziel. ‘Dan zeggen ze tegen een banda, loop niet langs die boom, want anders vallen je ballen eraf. De banda geloven dat en durven nooit langs die boom te lopen. Zo weten de pygmeeën de beste jachtgebieden te behouden.’

In Congo is Redmond op zoek naar de dinosaurus die in het meer zou leven volgens de overlevering. Het dier is al lange tijd niet meer gezien, maar toch probeert Redmond het prehistorische dier te zullen zien. Het Weerwater is zeker zo waardevol als het meer in Congo. ‘Alleen mist het een monster’, stelt de Engelse schrijver van reisverhalen. ‘Of nee, er is wel degelijk een monster. En dat monster heet Floriade!’

De Oostvaardersplassen kent Redmond O’Hanlon al. Een jaar of 30 geleden nam Adriaan van Dis hem hierheen. Als vogelliefhebber zag hij het pasgeboren natuurgebied. Het is ondertussen veranderd in een heuse farm met al die buffels, stelt hij. Buffels zie je op elke boerderij, die hoef je niet in een natuurgebied uit te zetten. Net als de herten en paarden, vindt hij dat er teveel zitten. ‘Er moeten gewoon 3 of 4 roedels wolven komen, dan is er snel een natuurlijk evenwicht.’ Maar dat heeft een keerzijde: ‘Wolven zijn gek op mensenbaby’s.’

Een gebied als de Oostvaardersplassen moet zeker de poorten openen, maar wel voor alleen natuurliefhebbers. Liefhebbers van iets anders kunnen ook naar een pretpark gaan. Het gaat juist om het contact met de natuur. Het idee dat je heel even op survival bent om dan maandag gewoon weer op kantoor aan het werk te kunnen.’

Lees verder over Het geheim van Almere

10 december 2016

Vogels

img_20161201_213213
Een tijdje terug zat ik in vergadering op de bovenste verdieping van mijn werk. Het was prachtig, helder weer en ik zag hoe 2 roofvogels prachtig om elkaar heen cirkelden. Het had wel weg van een paringsdans of misschien bepaalden ze hun leefgebieden, maar ik kon even heerlijk ontsnappen in een saaie meeting.

Het zijn taferelen waar ik echt ontzettend van kan genieten. Redmond O’Hanlon woonde op uitnodiging van de Floriade een tijdje in het lege gebouw van de voormalige duikersschool bij het Weerwater. Vanuit het huis keek hij uit op het Vogeleiland. Een prachtig klein gebiedje dat aan de aandacht van mensen is ontsnapt en waar de natuur zich heel verrassend ontwikkelt.

De menselijke aandacht is nu wel op het gebied gericht. De gemeente heeft het gebied aangewezen voor de Floriade in 2022. Een evenement waar veel discussie over heerst. Ik zie veel protesten op de fietspaden gekliederd in grote letters tegen dit evenement. De keuze voor dit gebied als Floriadeterrein is in mijn ogen ook echt verkeerd.

Met name op het Vogeleiland leven veel dieren. Bevers, er is een schildpaddenkolonie en vogels als de havik hebben hier hun leefgebied. Redmond O’Hanlon laat het in zijn films ook prachtig zien. Zo dicht bij de stad beleeft hij veel avonturen met de dieren die hier wonen. Het geeft de stad extra gewicht en juist een groen evenement als de Floriade zou de natuur in dit gebied niet mogen verstoren.

Helaas mag Redmond daar niks over zeggen. Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt, luidt het spreekwoord. Wel jammer dat uitgerekend een natuurschrijver als Redmond O’Hanlon dit lot treft.

Gelukkig helpt de trage besluitvorming wel mee om nog even te genieten van dit stuk. Als ik de vogels, schildpadden en bevers was, zou ik een rechtszaak beginnen. Grote kans dat je wint.

07 december 2016

Redmond Petje

img_20161201_213116Het Redmond Petje. Een begrip hier in huis. Ik draag het linnen hoedje als ik de natuur inga. Heerlijk genieten van de Lepelaarplassen of op een fietsrit naar het Naardermeer. Ik heb het petje op mijn hoofd. Bij het fietsen door Twente afgelopen zomer, droeg ik het eveneens. Heerlijk.

Toen ik las dat Redmond O’Hanlon in de bibliotheek zou komen vertellen over zijn Almeerse avonturen, wist ik het: ik neem mijn Redmond Petje mee. Na afloop vraag ik hem of hij het wil signeren. Dit deed ik ook omdat er de mogelijkheid was om je boeken te signeren. Ik had geen boek bij mij, maar het petje waarmee ik de natuur in ga.

Hij was licht verbaasd dat ik hem vroeg juist het petje te signeren. ‘Het is de eerste keer in mijn leven dat ik een pet signeer’, zei hij tegen de cameraman die hem vergezelde. Hij herkende de pet, wees op de kleine luchtgaatjes aan de zijkanten. ‘Deze pet heeft mij heel veel horzels voor mij weggehouden.’

img_20161130_215108

Ik vertelde hem dat ik de pet mee de natuur in nam en dan even aan hem moest denken. Hij citeerde als antwoord Joseph Conrad: ‘Een man ontleent zijn identiteit aan zijn hoed.’ De hoed heeft voor mij extra identiteit gekregen. Vanaf nu is het écht mijn Redmond Petje.

02 december 2016

Redmond O'Hanlon in de bibliotheek

img_20161201_213018De ‘writer in residence’ van Almere, Redmond O’Hanlon, logeert sinds vorig jaar verschillende periodes in Almere. Het stadshart verfoeit hij, de natuur aan de andere kant van het Weerwater bewondert hij. Zo dicht bij de snelweg, is hij diep verbaast over hoe de natuur zich hier ontwikkelt. Juist door het zijn gang te laten gaan. Hij roemde het Vogeleiland dat hij typeert als het paradijs.

Dat de gemeente juist dit gebied heeft gekozen voor de Floriade gooit veel roet in het eten. Dat Redmond O’Hanlon hier niks over mag zeggen, is een nog grotere vergissing. Hoe kun je een natuurschrijver als O’Hanlon verbieden iets te zeggen over dit bijzondere stukje natuur. Dat komt over alsof je tegen een racefietser zegt dat hij zo hard mogelijk moet fietsen door een bochtig parcours, maar je geeft hem een fiets zonder stuur.

Tijdens het interview in de bibliotheek viel dit wel erg op. Zo was O’Hanlon vol lof over het vele groen dat Almere biedt, maar hoorde ik niets over het megaproject van de Floriade of de wilde bomenkap van de gemeente. Het is juist het groen dat hij zo waardeert dat voortdurend in gevaar is. Het groen dat we moeten koesteren en onze echt identiteit is.

Daar kan geen stenen stadshart tegenop. Al heeft Redmond genoeg ideeën om ook dit deel van de stad groener te krijgen. ‘Je kunt tegen de wanden prachtige klimplanten laten groeien. En op de daken is er eindeloos veel ruimte voor groen.’ Een stad waar alle wegen omhelst worden door groene bomen, beantwoordt aan het ideaal van de Engelse natuurschrijver.

Of zoals hij het zelf aanhaalt tijdens het gesprek met de Almere Vandaag journalist. ‘Het is wetenschappelijk bewezen dat in een ziekenhuis met zicht op veel groen, mensen sneller genezen dan in een ziekenhuis in een betonnen jungle.’ De saaie bouw uit het verleden waar veel delen uit Almere uit bestaan, typeert O’Hanlon als een milde, Nederlandse vorm van communisme.

In een stad waarvan de meerderheid van de bewoners vindt dat een boom gekapt moet worden als de weg erdoor kapot dreigt te gaan, is het fijn zo’n natuurevangelist te horen. De hoeveelheid bomen die momenteel gekapt worden en waarvan ik vrijwel geen nieuwe aanplant voor terugzie, is buitengewoon groot. Hopelijk is de gastschrijver Redmond O’Hanlon een inspiratie voor het groenbeleid in de stad, waarbij ik de laatste jaren een sterk negatieve kentering bespeur.

18 september 2015

Sidderaal

image

In het regenwoud van Venezuela ontdekt Alexander von Humboldt de sidderaal. In het verhaal over zijn reis door Amerika, schrijft hij hierover. De reconstructie die Hanno Beck van deze reis maakt in Alexander von Humboldts Amerikaanse ontdekkingreis 1799-1804, vermeldt de ontdekking ook.

De Pruisische natuuronderzoeker laat de indianen met wilde paarden en muildieren de sidderalen vangen in de rivier:

De gymnoten verdedigden zich tegen de vermeende aanvallen van de viervoeters door het ontladen van hun elektrische batterijen. Wanneer ze uitgeput waren, lieten ze zich door de Indianen vangen. Op deze wijze kreeg Humboldt vijf grote sidderalen om te onderzoeken. (131)

Tijdens zijn tocht over de Amazone helpt een sidderaal Redmond O’Handlon aan de maaltijd. Er zit er namelijk eentje gevangen in het fuik dat ze gemaakt hebben. Als een reisgenoot het dier met een harpoen heeft gedood, duikt de metgezel in het water en haalt de avondmaaltijd omhoog: 2 slappe, geëlktrokuteerde maar gave piranha’s, een pavon en een bocachico.

Zoals alleen Redmond O’Hanlon dat kan, vat hij de dag samen in de droom die hem in de nacht overvalt:

Ik blies de lamp uit, klom in mijn hangmat en viel in slaap; en ik droomde, de hele nacht, althans dat gevoel had ik, dat ik door de jungle rende, achtervolgd door Yanomami die stuk voor stuk gewapend waren met een sidderaal. (476)

Het verschil lijkt te bestaan uit Redmond O’Hanlon die helemaal afhankelijk is van zijn metgezellen, terwijl zijn Pruisische voorganger de dieren laat vangen door de indianen. Het boek van de Engelsman bijna 2 eeuwen later lijkt bijna de omgekeerde wereld. Hij staat daarmee verder van de natuur af dan Humboldt.

Redmond O’Hanlon: Tussen Orinoco en Amazone. Oorspronkelijke titel: In trouble again. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. In: De junglereizen. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1999. ISBN: 90 295 3532 6. 644 pagina’s.

Hanno Beck: Alexander von Humboldts Amerikaanse Ontdekkingsreis 1799-1804. Zijn beroemde reis door Venezuela, Cuba, Columbia, Ecuador, Peru, Mexico en de Verenigde Staten. Inleiding door Peter van Zonneveld. Oorspronkelijke titel: Alexander von Humboldts amerikanische Reise, [1985]. Baarn: Hollandia, 1990. Hollandia Reisverhalen, onder redactie van Boudewijn Büch en Peter van Zonneveld. ISBN: 90 6410 064 0. 300 pagina’s.

17 september 2015

Wespen en horzels

image

Zeker behoor ik niet tot de kinderachtigsten maar als een wesp je steekt doet het toch een beetje zeer. Afgelopen zomer was ik eindelijk opgedroogd van de buien toen ik op de boerencamping bij Hattem werd gestoken door een wesp.

Het begint met een felle pijnscheut en verandert daarna in een zeurend kloppen, waarbij de plek bij elke hartklopping een beetje lijkt mee te kloppen. Ik probeerde het gif uit mijn bovenarm te zuigen. Het zat op een onhandige plek waardoor ik het niet wegkreeg. Daardoor had ik nog dagenlang last van de steek.

Onderweg door de Amazone treffen Redmond O’Hanlon en zijn reisgenoot Simon Stockton in het boek Tussen Orinoco en Amazone regelmatig wespen. Ze worden niet een enkele keer gestoken zoals ik tijdens mijn vakantie, maar meerdere keren per dag. En niet alleen door wespen. De enige redding is het water:

Een wespensteek in je rug was nog uit te houden; in de nek deed het gemeen pijn; vijf wespensteken in je rug stonden gelijk aan één horzelsteek.. Simon had een principiële hekel aan het koude zwarte water en probeerde elke dag zijn kleren zo lang mogelijk droog te houden; hij was een fractie langzamer dan de andere en dus een gemakkelijk doelwit. Hij werd vaak achter in zijn hoofd gestoken. (396)

Aan de in het boek afgedrukte foto te zien moet het achterhoofd van Simon een vurig gestoken lichaamsdeel zijn geworden. Zeker als je een bladzijde verder leest dat hij helemaal blij is als hij maar door 3 wespen en geen enkele horzel is gestoken.

Verderop discussiëren Redmond en Simon of een konijn een staart of een pluim heeft. Venijnig weet de verteller even te refereren naar de steken van wespen en horzels in de nek van zijn reisgenoot.

‘Pluim, fluim, wat maakt dat nou uit?’ zei Simon; hij stak nog een sigaret op en krabde aan de insectenbeten achter in zijn nu opgezette nek die vol korstjes zat. Hij wendde zich af, legde zijn arm tegen een boom en leunde ertegen met zijn hoofd, terwijl hij staarde naar het water dat tussen de bladeren langskabbelde. ‘Dit hier is het einde,’ zei hij. ‘Dit hier is de aars van de wereld.’ (426/7)

De verteller weet het verhaal prachtig op te bouwen. Hij refereert naar de insectenbeten en weet steeds meer de ontreddering van Simon te verwoorden. De kleine details en de zinloze discussies maken de totale radeloosheid steeds sterker. Voortdurend gestoken door wespen en horzels in het einde van de wereld. Een grotere kwelling lijkt er niet te zijn.

Redmond O’Hanlon: Tussen Orinoco en Amazone. Oorspronkelijke titel: In trouble again. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. In: De junglereizen. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1999. ISBN: 90 295 3532 6. 644 pagina’s.

10 september 2015

Alexander von Humboldts Amerikaanse ontdekkingsreis

wpid-img_20150830_163133.jpgIn het boek over de avonturier Rudy Truffino van Jan Brokken werd hij weer genoemd: Alexander von Humboldt. De Duitse ontdekkingsreiziger die van 1799 tot 1804 door Amerika trok. In die tijd bezoekt hij een groot deel van Zuid-Amerika, waaronder Venezuela, Ecuador en Peru. En dat niet alleen hij reist ook door Mexico en doet Cuba en Washington aan.

Humboldt noemt het zijn West-Indische reis. Een reis van 5 jaar die niet alleen hem maar ook de kijk op de natuur in het Westen veranderde. Als hij terugkomt in Europa besteedt hij een groot deel van zijn leven aan het uitwerken van de ideëen en indrukken die hij tijdens zijn reis heeft opgedaan.

Het boek over de Amerikaanse reis komt veelvuldig voor in het werk van ontdekkingsreizigers die na hem door het stroomgebied van Orinoco en Amazone komen. Niet alleen Jan Brokken, maar ook Wallace en Redmond O’Hanlon lezen de boeken over de reis door Venezuela van Humboldt. Ze laten zich inspireren door zijn ideëen en theorieën over het gebied.

Daarom speur ik op internet wat naar Nederlandstalige uitgaven van deze reis. Is het werk van Wallace in Borneo niet zo lang geleden prachtig vertaald, van Humboldt is niet zoveel te vinden in vertaling. Zelfs het indrukwekkende Ansichten der Natur is alleen in de 19e eeuw vertaald en nauwelijks verkrijgbaar.

In de reeks van Hollandia Reisverhalen, onder redactie van Peter van Zonneveld en Boudewijn Büch is wel een boek verschenen dat de reis van Alexander von Humboldt door Amerika bespreekt. In eerste instantie lijkt het hier om een bloemlezing van het dikke verslag van Humboldt zelf te gaan. Dat is niet zo. Het is een boek dat Humboldt-kenner Hanno Beck heeft samengesteld uit het volgens hem onvoltooide verslag van Humboldt zelf.

Hanno Beck: Alexander von Humboldts Amerikaanse Ontdekkingsreis 1799-1804. Zijn beroemde reis door Venezuela, Cuba, Columbia, Ecuador, Peru, Mexico en de Verenigde Staten. Inleiding door Peter van Zonneveld. Oorspronkelijke titel: Alexander von Humboldts amerikanische Reise, [1985]. Baarn: Hollandia, 1990. Hollandia Reisverhalen, onder redactie van Boudewijn Büch en Peter van Zonneveld. ISBN: 90 6410 064 0. 300 pagina’s.

09 augustus 2015

Mijn ultieme reisboek: De grote spoorwegcarrousel van Paul Theroux - #50books

image

Zo lang lees ik nog geen reisverslagen. Ik vond het vooral overdreven beschouwingen van reisjes. Bij het lezen vroeg ik mij altijd af in hoeverre het verhaal niet is aangedikt met verzonnen situaties.

Alleen mijn geliefde schrijver Junghuhn had wel een heel mooi reisverslag geschreven. Zo mooi dat ik het redigeerde en er een uit te geven editie voor maakte als afstudeerscriptie. Net als dat ik bij mijn reis door Italië met Goethes Italiaanse reis in de hand door het land trok.

Pas later ontdekte ik het reisverhaal. Ik las Paul Theroux: De grote spoorwegcarrousel. Wat een boek is dat zeg. De verteller reist per spoor door Europa en Azië. Hij zit voornamelijk in de trein, maar weet prachtige verhalen los te krijgen van en over zijn medepassagiers.

Het verhaal over Duffill werkelijk subliem. De verteller weet hier de persoon tegenover wie hij zit zeer treffend te beschrijven. Je ziet hem tegenover je zitten. Je vergeet dat je aan het lezen bent, je zit gewoon in de trein tegenover meneer Duffill.

De kracht van Paul Theroux’ oeuvre is wel dat hij 10 jaar later op zoek gaat naar meneer Duffill. Hij is dan op rondreis door Engeland en doet de woonplaats van zijn oud-reisgenoot in de Oriënt-Expres aan. De opmerkelijke Engelsman is al een paar jaar eerder overleden. Paul Theroux ontdekt dat Duffill voor de geheime politie werkte.

Juist die verhalen over mislukkingen en beschrijvingen van medereizigers maken zijn boeken tot een feest om te lezen. Als hij op weg is naar China zit hij weer in de Oriënt-Expres. Hij reist met een gezelschap dat zijn boek De grote spoorwegcarrousel leest. Hoe hij zichzelf hierbij weet neer te zetten is van een ongekende kracht. Ik geniet van dit soort observaties en zelfspot.

Daarom kan ik maar moeilijk een keuze maken. Voor mij behoort De grote spoorwegcarrousel zeker tot een meesterwerk van het reisverhaal. Een andere meester ontdekte ik jaren later: dat is de Engelsman Redmond O’Hanlon. Hij heeft een heel behapbaar reisverhalen oeuvre, maar hij weet je overtuigend mee te nemen op zijn reizen.

Ook hier speelt de zelfspot een belangrijke rol. Je geniet van de situaties waarin deze natuurliefhebber verzeild raakt. Ongetwijfeld behoort zijn tweede boek Tussen Orinoco en Amazone tot het hoogtepunt uit zijn oeuvre. Vooral als zijn reisgenoot Simon Stockton hem in de steek laat.

Dit soort reisboeken zijn altijd goed te lezen. Ook omdat de ontberingen centraal staan. Het toont het reizen in een ander daglicht: dat van de lijdende reiziger die nauwelijks kan genieten. Hij moet overnachten in smerige hotels, poepen in het oerwoud, elk moment malaria kan oplopen en op zijn minst aan de schijt is.

De waarheid is dan wat minder belangrijk. Het draait bij de boeken van Paul Theroux en van Redmond O’Hanlon om het hele verhaal. Dat staat in dienst van de eigenlijke reis. De boeken lezen als een roman. Uiteindelijk voelt het alsof je anders het boek uitstapt dan je eraan begonnen bent. Iets wat ik betwijfel bij veel hedendaagse reizigers: zij komen alleen met een bruin kleurtje terug, maar zijn zelf niet veranderd.

Ook bij het reisverhaal draait het niet zozeer om de reis die de verteller maakt, maar meer om het verhaal en de ontwikkeling die hij doormaakt. Wat is de uitwerking van het landschap op hem en hoe gedragen de mensen die hij ontmoet zich.

Dat verklaart misschien ook dat de grenslijn tussen een reisverhaal en een roman niet altijd goed te trekken is. Zo geniet ik ook van de romans van Paul Theroux. Al is zijn reisboek De grote spoorwegcarrousel niet te overtreffen.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  32 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

07 juni 2015

Onmogelijke opdracht - #50books

image

Op een onbewoond eiland met een schrijver. Een bijna onmogelijke opdracht omdat ik het met weinig mensen langer dan een dag kan uithouden. Voor mij zou het een nachtmerrie zijn. Ik ben liever een paar dagen met een boek dan met de schrijver van dat boek.

Gisteren fietste ik een rondje Gooimeer. Het lekkere weer lokte me naar buiten. Ik fietste via Naarden naar Huizen, dan over de Stichtsebrug over de dijk en dan door de bossen van Almere naar huis.

Het laatste stukje brengt je van de grootste euforie naar de diepste somberheid. Het Cirkelbos behoort misschien wel tot de mooiste bossen van Almere. Het IJsvogelpad voert vanaf de dijk midden in een prachtig bos.

image

Het pad kronkelt langs de loofbomen. Zandpaadjes doorkruisen het fietspad en voeren naar de dikste populier van Almere en een bunker waarin vleermuizen overwinteren.

Al fietsend dacht ik aan mijn geliefde reisschrijver Redmond O’Hanlon. Hij is gastschrijver in Almere en volgt daarmee Renate Dorrestein op. Als ik hem zou mogen meenemen naar mijn geliefde plekje in Almere, dan zou ik hem misschien wel meenemen naar het Cirkelbos.

Ik zou hem meenemen naar de dikste populier en lekker op de fiets de natuur verkennen. Heerlijk de zon op onze hoofden laten schijnen, een zacht briesje door het haar. De wind die op de dijk zo’n tegenstand biedt, is hier je beste vriend. Onderwijl hoor je alleen de vogels fluiten en ziet groen in alle tinten die je maar kunt bedenken.

image

Ik werd snel uit mijn dagdroom gehaald, want ik kruiste een fietsknooppunt. Zoals altijd op dit punt, koos ik de verkeerde route. Ik fietste rechtdoor en cirkelde om de hete brei heen, want na een grote kronkel kwam ik uit op de weg die naar de Almeerse villawijk Overgooi.

Het is de lelijkste weg van Almere. Altijd briest de wind hier als een wilde tegen je in. Aan de andere kant van het water zie je iets dat een park moet voorstellen. Een kaal landschap, waar een schelpenpad doorheen kronkelt. Af en toe staat er een klein, kaal boompje. De wind giert en lacht je uit. Hier is de stedenbouwkundige planning uit de bocht gevlogen.

image

Ik keerde meteen om, fietste dezelfde weg terug en nam de andere afslag. Daar was weer een domper op de feestvreugde. Het fietspad dat naar Stadslandgoed De Kemphaan moet leiden, was afgesloten. Ik fietste er jaren geleden samen met Doris op de terugweg van een korte fietsvakantie.

Het pad is een jaar later afgesloten vanwege de bouwvalligheid van de elegante houten bruggetjes. Het pad is nog steeds dicht. Ik mocht helemaal omrijden. Van de andere kant van de vaart, zag ik dat twee van de vier bruggetjes stonden.

Ik kan niet wachten tot de andere twee bruggetjes er zijn. Pas dan zou ik Redmond O’Hanlon meenemen en van tevoren goed de route in mijn hoofd hebben. Je wilt toch niet dat de beste natuurliefhebber op de onvolkomenheden in Overgooi stuit.

image

#50books

Dit is het antwoord op vraag  23 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

09 maart 2014

De grote Spoorwegcarrousel - #50books

image

Paul Theroux’ De grote spoorwegcarrousel. Ik weet niet of dit het mooiste reisverhaal is, het is wel hèt reisverhaal dat mij heeft ingewijd in het lezen van reisverhalen. Met het lezen van dit boek in de zomer van 2011 was ik overstag: ik wilde meer reisverhalen lezen. Eerst van Paul Theroux maar niet van hem alleen.

Na Paul Theroux volgden meer reisschrijvers, zoals Redmond O’Hanlon en het werk van Jack Kerouac. Een wereld verhalen gaat voor mij open en dat allemaal begonnen met de De grote spoorwegcarrousel van Paul Theroux. Ik vond het prachtig om te lezen hoe iemand met de trein reist. De combinatie van verval en de cadans van de trein. Het zijn mooie ingrediënten voor een reisverhaal van Paul Theroux. Ik ben er gek op.

De volgende reisboeken van Paul Theroux overtreffen De grote spoorwegcarrousel in alle opzichten. Ik ging met hem mee door China en naar Patagonië. Ik ben nu bezig met De zuilen van Hercules, een reisverhaal waar Paul Theroux over de Middellandse Zee reist. Als een heuse Odysseus trekt hij in deze alternatieve ‘grand tour’ langs de eilanden en landen aan de de Middellandse Zee. Het is een prachtig verhaal waar hij soms ook in een trein stapt.

Het vernieuwende in zijn reisoeuvre, waarbij hij de ene keer kiest voor een vervoermiddel (te voet of kayak) en de andere keer voor een thema (de Odyssee of safari). Het maakt de verhalen tijdloos en geven een beeld van het reizen dat door het vliegtuig vervlogen is: bewust ergens naartoe reizen, waarbij het reizen zelf het doel is.

Paul Theroux’ De grote spoorwegcarrousel is voor mij de entree van de twintigste-eeuwse reisliteratuur. Er liggen genoeg boeken klaar om gelezen te worden: Bill Bryson, Bruce Chatwin, Norman Lewis, V.S. Naipaul, Colin Thubron en Gavin Young. En niet te vergeten die andere treinreizigers Eric Newby en Christopher Portway.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 10 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter Pellenaars. Martha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

10 november 2013

De lachende lezer

image

Lezen en lachen is een bijzondere combinatie. Iemand leest en boek en barst steeds in gelach los. Het is de vreugde van de tekst. Een tekst die iemand alleen leest en daarom is de vreugde ook voor hem alleen. In de trein is het zelfs een beetje gênant als je tegenover een heer of dame zit die iedere keer grinnikt of nog erger: keihard gaat lachen.

Gelukkig lach ik niet zo vaak hardop om boeken. Niet dat het niet grappig is, maar gewoon omdat het een beetje gênant is en je door het lachen niet meer aan lezen toekom. Al denk ik dat ik elk boek zeker wel een paar keer moet lachen. Er zijn bijna geen humorloze boeken, al kon ik om het Afrikaboek van Hemmingway en Van dode mannen win je niet van Walter van den Berg wat minder goed lachen.

De grote uitzondering van mijn niet lachen zijn de reisverhalen van Redmond O’Hanlon. Daar kom ik werkelijk niet meer bij van de benarde situaties die hij beschrijft op een droogkomische wijze. Ontroering en humor wisselen elkaar op harmonieuze wijze af. Het zijn reisverhalen waar ik echt van geniet. En dat is misschien het geheim van een mooi boek dat je erbij kunt lachen of huilen zonder erop te letten dat het eigenlijk heel gênant is.

Dit is het antwoord op vraag 44 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.