Ze stappen luidruchtig de trein binnen. 'Hier is nog een plekje', roept één. De anderen stortten zich op de lege plekken. 'Zo, en nu een biertje.' Ze zijn het glazen klapdeurtje gepasseerd dat mijn klasse scheidt van hun klasse. Die opgeschoten jongens kunnen nooit goed zitten. Straks komt een conducteur en die vertelt ze dat ze verkeerd zitten. Allemaal gedoe, opschuiven, tassen weg en benen naar binnen trekken. Ik zie de bui hangen.