Ze stapten op in Duivendrecht. De een schoof naar het raampje en de ander ging aan de overkant bij het gangpad zitten. De andere plaatsen waren bezet. Ze droegen allebei een bril, waren rond de vijftig en stevig gebouwd. De vrouw bij het raam voerde het hoogste woord. De andere, die bij het gangpad zat, had haar tas voor haar buik gelegd. Een geliefde houding bij veel vrouwelijke reizigers.