20 april 2013

Verspreiding krant

image

De gratis kranten die Almere rijk is, kom ik in alle vormen en edities tegen in het park. Ik schreef er al eens eerder over. In de kikkerpoel drijven twee stapels van de Almere Vandaag. Het lijkt of ze ergens deze winter erin zijn gegooid. Iets verderop ligt zo’n berg, mooi samengebonden bij een vuilnisbak.

De meest extreme vorm is weer een nieuwe editie. Dit keer van de Almere deze week. Het blad ligt verspreid tussen de twee aansluitende tunneltjes onder het spoor en de Spoordreef, de verbinding tussen het Den Uylpark en Beatrixpark. De kranten liggen verspreid over de herfstbladeren. De wind blaast ze uit elkaar en verspreidt de verschillende exemplaren.

Tegelijk heeft de wind de reclameblaadjes losgemaakt uit de krantjes. Er liggen blauwe briefjes die oproepen om een grijs vlak weg te krassen. Dat kan de wind niet, daar heeft ze een mensenhand voor nodig.

image

Hier is een krantenjongen bezig met een makkelijke verspreiding van de gratis krantjes. Wie controleert de bezorging van de blaadjes. Het duurt lang genoeg voordat het aan het licht komt en dan vertel je gewoon dat het slechts die ene keer voorgevallen is.

Ondertussen zwerft het vuil door heel het park. Over voorgenomen raadsbesluiten en succesvolle feesten. De wind leest het en zorgt voor de verspreiding. De zon gaat voor niks op en de bezorger leeft van de wind.

Kikkers, hoentjes en reigers verlustigen zich aan het nieuws. Misschien haalt een kraai of ekster zijn nek wel open aan een flinke scoop verstopt in een nietje of onthoudt het lint dat de krantjes bij elkaar moet houden hem van het laatste nieuws.

19 april 2013

Dode zwaan

dode zwaanDe schemering maakt meer en meer plaats voor de duisternis. De gordijnen zijn nog open. Een groepje jongens staat voor het raam. Ze roepen iets naar elkaar en wachten. Er is iets aan de hand, maar ze kijken niet naar ons achter het raam. Pas heel laat komt een jongen aangelopen. Het lijkt of hij uit het zijtuintje komt.

Zou er iets aan de hand zijn? Ik ga naar boven. Er moet toch een foto van de lucht worden gemaakt voor wolkenhemel. Als ik uit het raam hang en naar beneden kijk, zie ik de reden waarom de jongens zo opgelaten waren. Er ligt een dode zwaan in een van de afgezette vierkantemeters voor ons moestuintje. Ik kan het nog zien in het laatste licht voor het helemaal donker is. Het dier ligt precies in de bak. Op de rug, de kop wijst netjes naar voren. De lange hals ligt in een mooie S.

image

Wat is er gebeurd? Ik ga naar buiten om het dier van wat dichterbij te bekijken. Overduidelijk is het dier dood. Er loopt geen spoor van bloed of vocht over het pad ons tuintje in. Het dier is hier gestorven. Of neergelegd door iemand. Al lijkt het laatste mij erg sterk. Het dier ligt daarvoor in een te natuurlijke houding.

De veren wapperen mee op de wind. Het dier is geringd. Het poepgat wijst naar de hemel. Zelfs deze oogt schoon en zuiver. De witte kleur van de veren laat zien dat het hier nog niet lang ligt. Alleen de hals bevat wat gelige veertjes. Wat is zo’n dier groot. Het enorme lijf rust op de grond waar straks de groenten moeten groeien.

Als de medewerkers van de dierenambulance het dier een halfuurtje later komen halen, zijn er snel omstanders. Niemand heeft het dier zien liggen, maar iedereen is hier langsgeweest. ‘Zou het niet die zwaan zijn waarvoor jullie laatst ook zijn geweest’, vraagt ze aan de medewerkers. Ze weten het niet. Het was een andere shift. Ze denken ook dat het dier hier gestorven is. En lang ligt het er ook niet. Maar niemand heeft het gezien.

Zo hoort het ook. Sterven doe je in totale eenzaamheid. Dat hoeft niemand te zien. Afscheid nemen van het leven is zwaar genoeg. Ook voor een stervende zwaan. De medewerker legt de nek mooi over de rest van het lijf. Zijn college houdt de blauwe zak open. Het dier verdwijnt erin. We zijn allemaal even stil.

18 april 2013

Even terug

image

In de uitgave van het Waddenboek keert Jan Wolkers twintig jaar later nog even terug op Rottumerplaat. Hij noemt het ‘het paradijs van vroeger’. Op de plek waar hij de dode zeehond vond, is de herinnering na twintig jaar nog springlevend. ‘De herinnering is zo sterk, dat ik ondanks de frisse zeelucht de kadaverstank ruik, verstikkend, braakverwekkend.’

Over de milieuvervuiling ‘en dreiging van de overkant’ geen woord. Of misschien toch? Op 23 juli 1991 is het beheer van de Waddenzee sterk veranderd in vergelijking met zijn eerdere bezoek in 1971. Niet meer de troep, maar voorzichtigheid met het kwetsbare. Voor Wolkers schuilt misschien meer politiek dan hij vermoed in de zin waarmee hij zijn bezoek na twintig jaar afsluit. Een nieuw afscheid. Dit keer voorgoed.

‘Terwijl ik me naar de aanlegplaats begeef en onherroepelijk voor het laatst over het eiland loop, zie ik toch nog op de valreep naar de andere wereld een plantje dat er twintig jaar geleden niet was. Een duinviooltje. Een prachtig paars en bleekgeel wonder ter grootte van een kleine vlinder.’ (114)

Misschien wel het grootste compliment dat een natuurbeheerder kan krijgen.

17 april 2013

Dreiging van overkant

image
Stilleven dat Jan Wolkers maakte van de inhoud van zijn overlevingspakket op het eiland Rottumerplaat

Jan Wolkers zit bijna een week op het eiland Rottumerplaat en beseft hoe kwetsbaar de natuur van de Waddenzee is. De dreiging van deze paradijselijke wereld, ondervindt de schrijver aan den lijve. Het water aan de kant van de Waddenzee wordt ernstig vervuild door de ‘smeerpijp van ex-minister Bakker’. Garnalen en mosselen die de schrijver aan de kant van de Waddenzee vindt, zijn aangetast door het vuile water.

Het is 1971 en het milieu heeft niet de hoogste prioriteit. Alles staat ten dienste van de industrie. Dat er wat olie in zee terecht komt, is niet zo belangrijk. ‘Ik durf niet meer uit dat riool van ex-minister Bakker te vreten. Dus ik vis alleen maar garnalen in de Noordzee’, zegt Wolkers dan ook. Van schepen worden vaten ruwe olie roekeloos over boord geworpen, met alle gevolgen van dien.

De radio-uitzendingen Alleen op een eiland lijken een kentering te vormen in het natuurbeheer van de Waddenzee. De indringende verslagen van Jan Wolkers zijn hier zeker debet aan. Op zaterdagmorgen, een paar uur voordat hij wordt opgehaald, vat de schrijver het allemaal nog eens samen. De milieuvervuiling en de smeerpijp van ex-minister Bakker vormen een enorme bedreiging voor het ecologisch systeem van de Waddenzee.

‘Hier dit eiland, dit is prachtig, dat is geweldig. Maar je wordt bij iedere stap geconfronteerd met de dreiging van de overkant. Ik heb gisteren was het water hier zo… de waddenzee dus de Noordzee is erg schoon aan de andere kant van het eiland. Er spoelde een soort drap aan, die stonk, die verschrikkelijk is. Ik geloof dat we die smeerpijp, dat die verlengd moet worden, dat ze die om moeten buigen, in de voor- en achtertuin van ex-minister Bakker en dat ze daar de rotzooi maar in moeten spuiten.’

De dode vogels die hij gevonden heeft, de dode zeehondenmoeder en de garnalen van de Waddenzee die helemaal rot van binnen zijn. Jan Wolkers ziet het allemaal en doet er op indringende wijze verslag van. Daarom werpt hij zich als vurig pleitbezorger op voor een zorgvuldiger natuurbeheer van de Waddenzee. Weg met de ‘smeerpijp van ex-minister Bakker’. We moeten zuinig zijn met dit prachtige stuk natuur dat Nederland bezit. Het is weerloos tegen de vervuiling. Al het moois dreigt zo verloren te gaan.

‘Ik hoop dat de hele bevolking van Nederland begrijpt wat hier in de Waddenzee aan de hand is. Als je bijvoorbeeld gisteren met die zon een dikke zeehond die zo’n vijftig meter uit de kust daar aan het spelen is een aan het zonnen. Dan zeg je nou het is een misdaad wat hier gebeurt.’

Ook in zijn boek Groeten van Rotummerplaat spreekt Jan Wolkers over ‘dat riool van ex-minister Bakker’. Hij noemt hem niet meer met naam, maar wijst wel op de risico’s van de vervuiling. Als hij zeven dode vogels vindt, wijst hij op de vervuiling: ‘Ik vermoed dat ze door het eten uit die vervuilde en verkankerde Waddenzee vergiftigd zijn.’

In zijn dagboek besteedt Jan Wolkers juist veel ruimte aan het beschrijven van het eiland. Voor hem het paradijs. Ontroerend is de beschrijving van zijn laatste tocht over het eiland. ‘Onder het lopen had ik steeds de gedachte: Ik kom hier nooit meer. Het paradijs sluit zich onherroepelijk achter me. Dit is mijn laatste tocht over het eenzame eiland.’

16 april 2013

Stinkaars

imageDe waardering van de waddeneilanden als kostbaar natuurgebied, is pas laat op gang gekomen. Tot ver in de jaren 1950 waren er serieuze plannen om het waddengebied in te polderen. Vanuit die gedachte is de zandplaat Rottumerplaat voorzien van een dijk, zodat de plaat zich tot een eiland zou vormen.

Ergens in de jaren 1970 is er een kentering. Natuurliefhebbers ontdekken de grote waarde van het waddengebied. Ik heb het idee dat het radioprogramma Alleen op een eiland, Dagboek van een eilandbewoner meegeholpen heeft aan de waardering voor de waddeneilanden als kostbaar natuurgebied.

Het is natuurlijk lastig om te bepalen of die liefde voor de waddeneilanden voortgekomen is uit het radioprogramma of dat het andersom is gegaan. Vooral Jan Wolkers bekommert zich erg over de Waddenzee. Hij pleit voor een beter milieubeleid. Vooral trekt hij van leer tegen de ‘smeerpijp’ van minister Bakker. Het is een pijp die het (olie)afval gewoon in de Waddenzee loost.

In een uitzending van Alleen op een eiland kondigt Jan Wolkers zich aan als de ‘verschrikkelijke strandolieman. Hij geeft aan teer gecrepeerde dooie vogels cadeau van de stranden der wereldzeeen.’

Dan volgt een hard oordeel over de ‘smeerpijp’: ‘Het stinkt hier de laatste dagen verschrikkelijk erg. Of dat de wind nu van het land komt. Er zijn ook ineens vijf of zes jonge vogels die hier in de buurt waren, zijn doodgegaan op een raadselachtige manier. Ze liggen gewoon hier dood. Toen ben ik de beestjes gaan bekijken die ze eten, kleine mosselen en zo, en die zijn gewoon helemaal rot van binnen. En dat komt, je zou kunnen zeggen door die stinkaars van ex-minister Bakker, die tegen alle raadgevingen in van biologen daar maar dat ding heeft laten uitspuien. En dat is een lichtvaardigheid die aan misdadigheid grenst. Want het is zo’n ontstellend mooi gebied dat de enige wens en verlangen die je hier hebt is dat het zo blijft.’

Een openhartig pleitbezorgen voor het behoud van de Waddenzee en een zorgvuldig omgaan met de natuur. Godfried Bomans had deze bewondering ook voor de prachtige natuur. Het bracht hem terug naar de tijd ‘van voor genesis. Toen alles nog woest en ledig was.’ Bomans weet de liefde voor de natuur niet over te brengen. Hij vertrapte met zijn slechtziendheid de eieren in de meeuwennesten.

Jan Wolkers weet wat natuur nog is in dit land. Hij loopt bezielt en vol liefde voor al het natuurschoon rond op het eiland. Hij pleit openhartig voor een zorgvuldig natuurbeheer in het Waddengebied. Nu vliegen de straaljagers nog laag over en loost de smeerpijp van ex-minister Bakker zijn afval in het gebied.

Dat moet veranderen en Jan Wolkers laat dat weten ook. Hij bedient zich hierbij van een bloemrijk taalgebruik. Aan milieuvervuiling is weinig moois. Maar de woorden van Jan Wolkers zijn prachtig.

15 april 2013

De schim van Colijn

image

Als Jan Wolkers de schrijver Godfried Bomans aflost op het eiland Rottumerplaat, krijgt de radioluisteraar een heel ander soort beleving van het eiland in de Waddenzee. Is het bij Bomans nog de overpeinzing over de eenzaamheid, Jan Wolkers heeft geen moment om zich eenzaam te voelen. Hij rent, holt en vliegt over het eiland. Bang iets te missen en misschien ook wel bang om zich eenzaam te voelen.

Op de luistercd Alleen op een eiland vertelt Jan Wolkers over de dode zeehondenmoeder die hij op het stand vond. Hij is net een dag op het eiland als hij de zeehond dood op het strand ziet liggen. Hij vindt het zijn taak om het dier open te snijden. Hij vermoedt dat er een baby in haar buik zat. Als hij het dier opensnijdt, vindt hij de dode babyzeehond. Het is een stukje ontroerende radio die je hoort.

Als Jan Wolkers de maten van de twee zeehonden heeft opgegeven vraagt Willem Ruis naar de oorzaak van de dood van de zeehond. ‘Was het koninklijke olie?’ vraagt de radiopresentator op dinsdag 20 juli 1971. Jan Wolkers weet het niet. Jan Wolkers staat midden in het leven en denkt vaak aan zijn familie. Attent feliciteert hij zijn moeder en zijn vriend Jan Vermeulen als ze jarig zijn. Dat doet hij normaal ook, waarom zou hij er op het eiland niet aan denken?

Willem Ruis begrijpt het niet, na een week lang morele ondersteuning van Godfried Bomans, lijkt Jan Wolkers zich totaal niet eenzaam te voelen. Willem Ruis vraagt het maar eens op dinsdag 20 juli aan Jan Wolkers: ‘Kun je je niet losmaken van het andere gebeuren of wil je dat niet, word je dan misschien eenzaam.’

Het antwoord dat hij krijgt is prachtig: ‘Neem, dat zou onnatuurlijk afsnijden zijn van bepaalde dingen. Dat kan niet anders. Je blijft verbonden met de vaste wal met allerlei dingen. Je hoopt dat als je van het eiland afkomt dat het rechtse kabinet Biesheuvel gevallen is. Je kan je niet losmaken van dat soort dingen. Je ziet dat stelletje bewindhebbers voor je met die geconfijte krokodillenkoppen en dan denk je daar worden we de eerste vier jaar weer door geregeerd. En dan zie ik daar de schim van Colijn, stinkend van de olie van de Bataafse petroleummaatschappij, rammelend met belastingplaatjes, achterop duiken. En ik weet zeker dat ze de mensen weer als ze enigszins de kans krijgen tot het belastingplaatje en de acht gulden steun in de week en de rijen werkelozen zullen brengen.’

‘Het is een directe uitzending allemaal, he’, reageert Willem Ruis. Hij kan zijn ergernis over de politiek midden in de zendtijd van de Avro niet echt verbergen. In het gesprek na de uitzending, gaat Willem Ruis tekeer tegen de schrijver. Willem Ruis vindt het heus een mooie uitzending. ‘Alleen de politiek Jan. We zijn in een Avro Vara uitzending bezig. Ik vind het zelf erg fijn om te horen natuurlijk. Maar het moet een beetje gematigd. Want het was nu ook in Avro zendtijd.’ Zo loopt de samenwerking tussen de VARA en de Avro gevaar.

Jan Wolkers antwoordt dat hij daar gewoon niet aan denkt. Hij beantwoordt de vraag wat hem bezighoudt. En op het eiland moet hij hieraan denken. In de volgende uitzendingen wijst Willem Ruis hem op de politiek. ‘Geen politiek, Jan’. Vanaf dan stelt Jan zich gematigder op in de radio-interviews. Hij doet in elk geval zijn best.

14 april 2013

Het optreden

doris-soloZe was best wel zenuwachtig, want ze kreeg een heuse solo bij het optreden. Gisteren trad Doris op bij de presentatie van theaterschool Almere. De vorige keer met de Sinterklaasuitvoering, had ik een improvisatiecursus. Daarom was ik gisteren extra nieuwsgierig naar de verrichtingen van mijn dochter.

Ze zongen een aantal liedjes van Kinderen voor Kinderen. En Doris zong een heuse solo in het liedje ‘Mijn laatste SMS’. De laatste weken hoorden we het liedje meerdere keren per dag. Zo serieus was ze aan het oefenen.

Best lastig als je slechthorend bent, om op tijd in te zetten en de juiste toonhoogte te pakken. Het was daarom niet alleen voor haar heel spannend hoe het zou gaan. Bij het zingen van het eerste liedje zag ik al hoe enthousiast en fanatiek ze is.

Dan was er het moment van de solo. Ze zong hem prachtig, zuiver en goed in de maat. Ik voelde me heel trots, want ze was even mijn ster. Daarna ging het liedje weer verder, danste ze bevrijd van de zenuwen en klonk al snel het slotnummer.

13 april 2013

Kikkers en padden

kikkerverzameling

Ik stapte de kringloopwinkel binnen die nog niet zo lang geleden geopend is aan de Markerkant. Ik kroop door de smalle gangetjes tussen de kasten en tafels door en stuitte op een verzameling figuurtjes in een kast. Het hele schap lag boordevol met allemaal kikkerbeeldjes van glas, hout en steen.

Ik dacht gelijk aan de kikkerverzameling van Inge. De kikkers zijn een beetje verstopt op haar kamertje op de eerste verdieping. Sinds de verhuizing zijn de beesten verhuist naar een ander plekje van het huis. In Almelo stonden ze te pronk in de huiskamer op de spekkast. De verzameling groeide zodanig dat er steeds meer beeldjes op schappen terechtkwamen die we met het groeien van de verzameling hadden opgehangen aan de muur.

In de kringloopwinkel zag ik een scala aan kleine diertjes liggen in het schap. Zo klein heeft Inge ze nog niet, dacht ik. Er lag een enorme hoeveelheid van de allerkleinste prullaria. Zo klein dat ik er nauwelijks een kikker in kon zien. De ronde kraalogen bovenop en het bolle achterlijfje waren de enige bevestiging voor mij.

Ik wilde ze wel allemaal hebben, maar durfde het niet gelijk te vragen. Daarom ging ik eerst boven naar de boeken. Ik vond er zelfs een paar en ging weer terug naar het kastje om de kikkers te bewonderen. Ik pakte de mooiste en stond binnen de kortste keren met mijn handen vol. Daarom liep ik maar even naar de winkeljuffrouw en vroeg wat ze ervoor moest hebben.

We spraken een mooie prijs af. Ze was erg blij dat de verzameling zo helemaal compleet kon blijven. ‘Ze komen namelijk allemaal van dezelfde persoon’, zei ze. Ze pakte ze in met een collega, keurig in de kranten. Het leek of er geen einde kwam aan de diertjes. Wat zou dat mooi staan bij de rest.

Inge was al terug van het werk toen ik thuiskwam, daarom gaf ik de verrassing gelijk maar. Het was inderdaad een grote verrassing voor haar. De kikkerverzameling heeft niet meer zoveel aandacht. Deze nieuwe aanwinst geeft de verzameling weer een nieuwe boost. Misschien moeten we hem weer terugbrengen in de kamer, stelde ik voor. Maar Inge had een veel beter idee: ze krijgen op het toilet een mooi plaatsje.

12 april 2013

Beraadslagen

meeuwen-bomansDe meest kostelijke zin in Dagboek van Rottumerplaat van Godfried Bomans staat in de dialoog die hij graag voor de radio wilde opvoeren met Willem Ruis. Het gaat over de stemmen die hij ’s nachts hoort:

‘Nee. Er is niemand. Het waren meeuwen. Als meeuwen tot bedaren komen houden ze er een dof gemompel op na en dat is net of een paar mannen vlak bij de tent in het donker staan te beraadslagen. […] Ik denk ook dat in zo’n primitieve toestand oude kinderangsten naar boven komen. Je weet wel: een man achter het gordijn, een moordenaar onder je bed.’ (148)

De zin uit het dagboek komt letterlijk voor in de radiouitzending van vrijdag 16 juli. Bomans heeft het letterlijk verwerkt in zijn antwoord. Later op televisie heeft hij het nog een keer nagedaan en het klinkt inderdaad als een vorm van mompelen. Het is een prachtige zin, vooral de verbinding met de man achter het gordijn en de moordenaar onder het bed. De kinderangsten die iedereen wel heeft gehad.

meeuwen-beraadslagen

Het sluit goed aan bij een verblijf op een onbewoond eiland. Bomans laat zien dat de moderne mens, zelfs de mens uit 1971 ver afstaat van de natuur. Vervult de natuur aan het begin van zijn verblijf nog schoonheid – hij zou de hele dag voor zijn tent willen zitten om van het uitzicht te genieten – als de storm opsteekt, is de natuur niet zo leuk meer. Een in zichzelf gekeerde man hoort stemmen die er niet zijn. En meeuwen staan in het donker bij de tent te beraadslagen Dat dan kinderangsten de kop opsteken is vanzelfsprekend.

11 april 2013

Bijzaken - #WOT

image

Ik loop door het park en bijzaken omhelzen mij van alle kanten. De regen druppelt gestaag vanuit de hemel op de kale takken en sijpelt verder naar beneden. In mijn nek valt de neerslag ook en maakt alles nog weemoediger dan het al is.

De hoofdzaak is het lopen met de honden. Ze moeten eruit voor de 2 p’s en de noodzakelijke lichaamsbeweging. De rest is bijzaak. De natte paadjes in het park. Het opspattende vuil dat vlekken achterlaat onderaan mijn broekspijpen. De frisse voorjaarslucht die ik inadem. Alles is bijzaak.

Hoofdzaken en bijzaken vloeien in elkaar over en ik laat mij meenemen door de bijzaken. Alleen het trekken aan de riem voor een van de 2 p’s haalt mij naar de hoofdzaak: het uitlaten van de honden. Zo druilen mijn gedachten mee naar het begin van de dag, naar gisteren en de dingen die ik de laatste dagen gelezen heb.

Dan springt daar uit de bruine bladermassa iets omhoog. Vanuit de verte lijkt het bruin maar als ik dichterbij kom, ontwaar ik duidelijk een klompje met een groene tint. Het is een kikker die wakker is geworden van het vocht dat eindelijk het voorjaar is binnengesijpeld.

Nog niet helemaal wakker ligt hij daar stil om door de lens van mijn mobieltje te worden gegrepen. Hij kijkt droog op. Zelfs de honden hebben hem niet in de gaten. Zo laat ik hem achter. Ik loop langs het poeltje en zie een kleine buizerd verderop op het pad staan.

Hij houdt iets tussen zijn klauwen vast en peuzelt het op. Totdat ik te dicht in de buurt kom en hij opvliegt. Voor mij uit vliegt hij met mooie trage slagen. Zoals een roofvogel hoort te doen. Ik geniet van het gezicht en probeer te ontwaren wat hij in zijn klauwen vasthoudt.

Het zijn de bijzaken waar ik de troost uithaal. Van de hoofdzaak moet ik het vandaag niet hebben. Mijn gedachten fladderen van tak naar tak en zien hoe de buizerd weer opvliegt omdat ik weer te dichtbij kom. Vlak langs mij scheert hij voorbij. Ik zie in het voorbijgaan dat het een kikker is. Precies zo eentje als ik net bij de poel zag zitten.