Posts tonen met het label roken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label roken. Alle posts tonen

03 november 2009

Roken

Het Jip en Janneke-verhaal over de chocolade sigaretjes rokende kleuters, vormde een mooie kapstok om eens over dit onderwerp te beginnen. Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen. Ik vertelde Doris dat roken vies is en dat het ongezond is. Daarom mag je niet roken.

Gelijk ontstond er een probleem omdat een oma tuk is op haar sigaretjes. Ik vroeg Doris wie er rookte. 'Oma', zei ze gelijk. 'Ja', bevestigde ik. 'Maar het stinkt en het is heel ongezond.' 'Ja', antwoordde Doris. Ze begreep het helemaal. 'En je wordt er doof van.' 'Inderdaad', bevestigde ik snel.

15 mei 2009

Verstokt

De regen spetterde op de zonneluifel. Onder het rode afdakje dat moest beschermen tegen de zon, bleven de drie rokers droog. Ze trokken aan hun peuken en zagen er een beetje verkleumd uit, ondanks de warme dag buiten.

De trein reed in hoge snelheid voorbij, remmend voor het station Naarden-Bussum, maar ik zag het. En wat er op die luifel stond? Café De Peuk.

24 april 2009

Het laatste bruggetje

Hij zit er iedere dag als ik terugfiets van het station naar huis. Vlak voor het laatste bruggetje zit hij op het bankje. Zijn arm ligt op de rugleuning van het bankje en doet alsof hij iemand omhelst. Naast hem staat een blauwe tas van een supermarktketen. De blikjes bier die erin zitten, blijven altijd verborgen achter het blauwe plastic.

Soms ligt er een pakje sigaretten vlak naast zijn bovenbeen. De bovenkant is open en er steekt een peuk uit. Aan de hand van zijn arm die op de rugleuning ligt, bengelt een sigaret. In diepe gedachten gaat de hand naar de mond en hij zuigt intens aan het rokende stokje. Of nee, hij slurpt, zoals je het laatste beetje chocomel uit het pakje zuigt. Je haalt meer lucht dan chocomel naar binnen, maar het is intens. Dat zie ik ook bij de man.

En voor de rest zie ik niets meer, want dan ben ik thuis.

22 oktober 2008

Rookvrij

Het stinkt er heel erg naar zweet. Hier gaat het niet om de sporthal op zondagmorgen, maar om de kroeg. Mijn collega verklapte mij maandagmorgen met een diepe geeuw dat ze was uitgeweest dit weekend. De kroeg stinkt, nu er niet meer gerookt wordt, vond ze. 'Er kan beter weer gerookt worden, want nu stinkt het naar zweet en schraal bier.'
Hoe vreemd het ook klinkt, ik ben al meer dan een jaar niet meer in een kroeg geweest en nu ik vanavond voor het eerst sinds tijden een drinkgelegenheid bezocht, merkte ik het ook. Het oude, vertrouwde luchtje was er niet. Het rook ook niet fris, maar anders.
Stinken vond ik het ook niet. Het rook gewoon anders dan het altijd geroken heeft, maar stinken zou ik het niet willen noemen. De kroeg is de rooklucht kwijt en daar is een ander luchtje voor in de plaats gekomen. Dat is wennen, maar ik vind tegelijk dat de rokers van mij altijd buiten mogen staan.
Het voelt wel heel fijn om gewoon zonder doorrookte kleren thuis te komen en niet het gevoel te hebben dat mijn strot schraal is van de rook die ik ingeademd heb.
Trouwens de omgeving rond de kroeg wordt ook veel gezelliger. We stonden buiten nog wat na te praten en om ons heen kletsten de rokers heel gemoedelijk. Ik had het gevoel dat het buiten de kroeg even leuk was als binnen.

02 november 2007

Rokersafdakje

Uit de fietsenstalling op mijn werk is een hap gehaald. Een gedeelte van het hek loopt nu onder het afdakje door. Vandaag is een stuk uit het houten zijstuk verwijderd. Zo staat de verstokte roker in de wintermaanden droog. Wind en regen halen hem niet meer uit zijn humeur. Ook hoeft hij zijn jas niet meer als windscherm te gebruiken als hij zijn sigaretje opsteekt.
Ooit rookte ik ook als een schoorsteen. Ik heb mij nog drukgemaakt om het nieuwe rookbeleid, waarbij we niet meer in de kantine van het universiteitsgebouw een sigaretje mochten opsteken. Toen ik begon met studeren was er een doorgetrokken streep, waarachter je mocht roken. Het was een sport om zover mogelijk in het verboden gebied te komen.
Ik ben op tijd gestopt, denk ik. Het roken onder een afzuigkap, de rookvrije trein en zelfs de begrenzing op het perron. Ik heb het allemaal als niet-roker meegemaakt. De asbak gaat pas stinken als je niet meer rookt, dus ik vond het heerlijk al die schone lucht. Nu sla ik geërgerd een blik op het rokersafdakje. Kun je het niet laten, denk ik. Dat terwijl ik vroeger met plezier de lucht vervuilde voor mijn medemens.