10 september 2012

Losse hoektand

image

De hoektand zat al los voor de grote vakantie. Hij wiebelde eerst nog zachtjes. We gingen op fietsvakantie. De hoektand wiebelde iets fanatieker. ‘Ik denk dat hij er deze week wel uit gaat’, zei ze bij een pauze onderweg. Hij bleef lekker eigenwijs zitten.

Hij bewoog steeds sterker. Ze drukte hem bijna tegen haar gehemelte aan. Het wiebelde en bewoog dat het een lieve lust was. Het tandvlees zag er vurig rood uit. Maar de tand bleef zitten. Hij had er nog geen genoeg van. Het plekje in de mond was hem te heilig.

De vader wilde het proces versnellen. ‘Kom, dan trek ik hem er wel even uit’, zei hij in de week na de vakantie. Ze lag ’s morgens bij hen in bed. Gezellig kletsen. En ze liet zien hoe los de hoektand zat. ‘Nee’, gilde ze. Ze vertelde dat oma een vorige tand lostrok met een tang. De tang was een pincet. Het had pijn gedaan. ‘Hij bleef aan een velletje hangen.’ Ik haalde de waterpomptang en riep: ‘Kom maar op met die tand.’

Ik merkte dat het erfelijk was. De losse tand kon ik er ook best uithalen. Waarom zou ze er zo lang mee moeten zitten? Ze at een appel. Haar tand zou er dan wel in blijven hangen. Bij de boterhammen ontweek ze de hoektand. Het deed pijn bij het kauwen. De tand werd traag verstoten door zijn opvolger. Ik voelde het ongeduld van mijn moeder.

Bij het tandenpoetsen gilde ze. Ik mocht niet in de buurt van de tand komen. Dat ik het flink poetste was wel nodig merkte ik. Ik hielp gelijk de tand een beetje bij het loskomen. Net zoals een paar tanden terug. Daar viel de tand eruit bij het poetsen. ‘Zo op mijn tong’, vertelde ze erbij. Nu hing hij trots en zeker. Ik ga hier nooit meer weg, lachtte hij.

De volgende morgen vroeg werd ik gewekt. ‘Hij is eruit’, vertelde ze. Ik schoot overeind. De losse hoektand had zich eindelijk gewonnen gegeven. Op een hoekje zat het geronnen bloed. Binnenin zag ik de aanhechting nog zitten. De melktand had losgelaten. Ze was trots: ‘Ik wiebelde een paar keer en toen was hij ineens los.’ ‘En deed het pijn?’ vroeg ik. ‘Een beetje’, zei ze.

09 september 2012

Vijftig tinten

Vijftig tinten

Ze zit bij het raam. Achter haar springen de kinderen in het water. Een grote mok met warme chocolademelk staat voor haar neus. Bovenop drijft een dikke wolk slagroom. Het schoteltje onder de mok vangt de trage stroom gesmolten slagroom op dat druipt over de gele rand van de mok. Ze kijkt af en toe over het water. Ginds zwemt hij. Dan gaat haar blik weer terug naar het mobieltje in haar hand. Vliegensvlug schieten de vingers over het scherm. Ze scrolt.

Naast de mok en schotel ligt een boek. Het is dicht. Ik probeer de titel te lezen. Onbestemde tekens op de cover. Het is duidelijk in een andere kleur. Het steekt af tegen de donkere kaft. Vijftig tinten staat langs de rug van het boek met de plechtige naam E.L. James.

Vijftig tinten is de hype onder vrouwen op dit moment. Een trilogie waarvan menig vrouw het eerst verschenen deel Grijs met rode oortjes leest. Ik heb de indruk dat het boek veel mensen weer aan het lezen zet. Vrouwen maken elkaar gek op facebook. Een erotische thriller. De ultieme combinatie: seks en moord.

Deze vrouw durft er nog niet aan te geloven. Bang gegrepen te worden door het verhaal. Ze kijkt naar haar mobieltje. Dan nipt ze van de chocolademelk en slaat het boek open. Het kaft vouwt ze krachtig langs de rug van het boek. ‘Een’, in dikke letters boven het eerste hoofdstuk. Ze nipt weer van de chocomel. Een heimelijk genoegen. Haar ogen gaan even dicht en ze droomt weg.

De ogen gaan weer open en kijken naar het zwemwater. Ze glimlacht. Het mobieltje ligt op het boek. Het jongetje staat op de waterkant en duikt. Het scherm flikkert op. Haar ogen gaan weer terug naar het mobieltje. Weer snelle vingers over het scherm. Ze stopt even. Opent het zakje met de gevulde koek erin. Breekt de koek en stopt het stuk in haar mond.

Nog even kijkt ze snel over het water. Hij springt er net in. Dan keert haar gezicht naar het boek en leest. De ogen rollen over de letters. Een grote geeuw. Maar ze gaat door. Haar vingers houden het boek open. De mobiel naast het boek. Het scherm flikkert weer op. Ze reageert niet, slaat een bladzijde om en gaat verder.

Haar hoofd rust op haar handpalm. Dan kijkt ze op, ziet mij en glimlacht.

08 september 2012

Donkere plas

Het najaar grijpt donker om zich heen. Het licht trekt zich terug uit het park. Ik loop met de honden. De schemer is al gevallen en ik wandel over het pad. De honden struinen in het gemaaide gras. De boeren halen er dit jaar flink wat vanaf. De tweede ronde is het. De vorige keer leverde flink wat schoven op.

In de bosjes naast het weiland met de lakenvelders klinkt geritsel. Wat ruist er door het struikgewas? De honden kijken op in de richting van het bosje. Het kalfje kijkt op. De moeder die naast hem staat loeit zacht. De honden kwispelen. Een gestalte komt uit de bosjes. Hij loopt wat voorover gebogen en friemelt in de omgeving zijn kruis. Klaar van de plas.

Hij zwenkt het pad op en slaat direct bij het kruispunt af. Weg van ons. Hij geeft niet de kans hem te betrappen. De honden kwispelen steeds langzamer. Hun aandacht verzwakt. Ze duiken weer met hun neuzen in het gras. Genoeg gezien. Weer verder met het echte werk. De koeien staan stil en turen de verte in. De man achterna. De avond in.

07 september 2012

De dood is overal

De dood is overal. Ook op twitter of facebook. Magere Hein heeft misschien niet een eigen account, hij is wel te vinden op social media. Soms komt hij wel heel dichtbij. Dat ontdekte ik deze week. Ik kwam via twitter terecht bij een blog met een heftige titel.

Het is het intieme verhaal van een twitteraar die ernstig ziek is en een zelfverkozen dood kiest. Zijn volgers maken zijn dood van heel dichtbij mee. De verwoording is ontzettend heftig. Het zet je aan het denken over het leven en over de dood.

Hans Groeneweg stierf op 25 juni. Meer dan 2 maanden geleden, maar de woorden zijn niet minder heftig. Het verdriet je geliefde alleen achter te moeten laten. De intieme momenten worden gedeeld. Is dat erg? Nee, het is ontzettend mooi. Het gebeurt zo oprecht. Een oprechtere tweet kan ik niet bedenken. Het is de laatste.

Voor 42bis.nl schreef ik een blog hierover: Doodgaan op twitter

06 september 2012

Moeder met kind

image

Moeder met kind. Ze zitten in de vroege ochtendtrein naar Schiphol. Het kind snottert. Moeder neemt een hap van de boterham. ‘Ik ook’, jengelt het kind. ‘Wil je een boterham met pindakaas?’ vraagt moeder. ‘Nee, met jam’, antwoordt het meisje. De rode haren steken af tegen het vormeloze shirtje dat ze draagt.

De lengte van de forensentrein is nog afgestemd op de vakantie. Het veel te korte treinstel dwingt de forensen bij elkaar. Geen zitplaats blijft leeg. Een enkeling staat in het gangpad. De knieën tikken tegen elkaar. Mijn tas staat tussen mijn voeten geklemd. Ik probeer te nippen van de verse koffie uit de nieuwe mok. De meneer aan de andere kant van het gangpad kucht als het meisje weer begint te praten. Zij hoest ergens midden in woord. ‘Je moet wel de hand voor de mond doen’, zegt de moeder streng.

Het kind heeft een eigen plaats in de drukken trein. Moeder ontfermt zich over haar. Na het broodje jam geeft moeder een pakje kleurpotloden. Ze wijs naar het gratis krantje dat op het tafeltje bij het raam ligt. ‘Hier, ga daar maar kleuren.’ Dochter hoest naar het papier, trekt een potlood uit het pakje en drukt de stompe punt midden op de foto van een lijsttrekker in debat.

De man aan de andere kant van het gangpad, kijkt geïrriteerd op uit zijn halfslaap. Hij schikt de rugzak op zijn schoot en drukt zijn ogen weer dicht. ‘Papa’, roept het kind. ‘Kijk eens wat ik getekend heb?’ Dwars over het hoofd van de politicus trekt de rode potloodlijn. De man aan de andere kant van het gangpad kijkt op en mompelt wat. De moeder sust haar dochter. Ik hoor niet wat ze zegt.

‘Ik wil spray’, zegt ze. Ze haalt haar neus op. ‘Nee, dat kan niet’, antwoordt moeder streng. ‘Je mag niet de hele tijd neusspray.’ ‘Ik wil’, jengelt het kind. Ze ademt zwaar door de mond. Uit haar neus vormt zich een grote snottebel. De bel trekt een lijn naar haar mondhoek. Moeder wrijft met een papieren zakdoekje over het gezicht. Het kind wendt haar hoofd af. Aan mijn neus geen polonaise. Het zakdoekje is al eerder die ochtend gebruikt. Het papier neemt niet veel vocht meer op. Dochter jengelt over de spray. ‘Je mag vanmiddag weer’, zegt moeder. Het kind begint te schreeuwen. De man aan de andere kant van het gangpad kijkt geërgerd op.

Moeder rommelt wat in haar tas. ‘Dan doen we nu nep.’ Ze zet het flesje spray aan de neus van het kind en doet net of ze spuit. ‘Lekker he? Net echt.’ ‘Nee’, gilt het kind. ‘Ze is echt verkouden’, zegt de vrouw. Ze geeft het vieze zakdoekje aan de man aan de andere kant van het gangpad. De man aan de andere kant van het gangpad kucht en haalt zijn neus op. ‘Zou het straks in Italië over zijn?’ Hij buigt in de richting van de vuilnisbak en propt het propje erin. Hij zwijgt, sluit zijn ogen en slaapt weer.

05 september 2012

Knokige knieën

image
De Telegraaf ligt op haar knokige knieën. Haar lippen zijn opgestift met een dieprode laag. Dikke vlokken make-up bepoederen haar gezicht. Haar voorhoofd, neus en wangen glanzen ervan. Ze draagt gouden oorbellen, heeft haar haren in een snit. De ogen geaccentueerd met een volle potloodstreep. En de wimpers wat donkerder en voller gemaakt.

Ze draagt een kort rokje. Een kort rokje kan mooi staan. Bij haar staat het verschrikkelijk. Ze heeft knokige knieën. Het accent valt zo op haar knieën en niet op haar benen. Misschien komt het omdat ze zit. Het staat niet.

Met opgetrokken en knokige knieën bladert ze in De Telegraaf. Haar neus grist de letters voor haar ogen weg. Haar neusgaten bewegen met de letters mee. De berichten trekken voorbij terwijl ze bladzijdes omslaat. Ze leest ook niet, ze bladert. Kijkt plaatjes en snelt een kop. Ik tuur naar de omgekeerde letters. Geen woord dringt tot mij door. Dat ligt niet aan haar. Dat ligt aan mij en een beetje aan De Telegraaf.

Bij Duivendrecht slaat ze De Telegraaf dicht, vouwt hem dubbel en propt hem in haarhandtasje. Dan gaat ze staan. Wankelend loopt ze weg op de hoge hakken. Ze zoekt vaste grond op de zwevende treinvloer. Een wissel haalt haar even uit balans. Ze leunt tegen een stoel. Hervindt het evenwicht en beent trefzeker weg.

Het rokje heeft een paar lelijke vouwen. Net als het blauwe jasje dat ze draagt. De knokige knieën worden iets minder knokig, maar het rokje staat nog steeds niet. Dan verdwijnt ze door de deur. Alsof zij, haar knokige knieën en De Telegraaf er nooit geweest zijn.

04 september 2012

Cadeautje van Marion Bloem

Marion Bloem vierde vorige week haar 60e verjaardag. Ze trakteerde op 60 matchboox’s via haar facebook-pagina. Ik behoorde tot 1 van die 60 gelukkigen. De brief met het boekje ter grootte van een lucifersdoosje viel in de bus. Het is het mini-verhaal Slapeloos geworden van Elle van Rijn. De tekeningen zijn van Marion.

Marion Bloem is naast schrijfster ook actief als beeldend kunstenaar en dat kun je wel zien. Prachtige illustraties naast een tikkeltje mysterieus verhaal. Over een man die de slaap niet kan vatten naast zijn slapende vrouw. Elle van Rijn is actrice en schrijfster. Daarnaast was ze getrouwd met de zoon van Marion Bloem, Kaja Wolffers. Zo is dit een beetje een familieproduct geworden.

Ik ben heel blij met dit presentje. Het heeft een leuk plekje in mijn bibliotheek gekregen.

03 september 2012

Kennis en waarnemen

image

Vandaag keek ik af en toe naar de vele tweets van het #kennisdebat. Een mooi initiatief, praten over kennis. Iemand meende dat kennis vooral uit debatteren en praten ontstaat. Een leuke gedachte, maar hij vergeet wel een belangrijk aspect van wetenschap: het waarnemen.

Kijken vormt een minstens zo groot bestanddeel in het verwerven van kennis als praten. De neiging van veel mensen is om over iets te gaan praten, maar het kan veel leerzamer zijn om het te ondervinden en te zien.

Kennis verwerf je niet alleen in gesprekken met anderen, maar ook door zelf te kijken. Je leert verschrikkelijk veel van de natuur. Het gedrag van dieren, de kleur van de hemel, de geur van gemaaid gras of het voelen van een kruidje roer me niet. Dan kun je er nog zoveel over praten, het zelf ondervinden levert een grote meerwaarde op.

Daarom probeer ik mensen te leren vooral om zich heen te kijken. De waarneming vormt het begin van de les. En de hele dag zijn er nieuwe dingen te zien om je kennis te vergroten. Daar kan een goed gesprek maar moeilijk van winnen.

02 september 2012

Vuurwerk

image

Er klinkt een knal en nog eentje. De honden in de buurt slaan aan. Nog een knal. Na de knal klinkt het zilveren geritsel van vuurwerk. Er ploffen nog veel meer kruidjes daar hoog in de lucht. Ik tuur uit het raam.

De duisternis grijpt om zich heen. Het donkert steeds eerder in deze tijd. De zon keert terug naar het punt waar hij bij het begin van de lente stond: de evenaar. Na de opmars van weleer is er de aftocht. Alleen de vuurpijlen geven flinterdunne sterretjes af in het donker.

Ik zie de aanstichter van dit alles weglopen. De pijl is leeg. Hij gooit het zand uit de fles waarin de pijl stond en zet hem naast de voordeur. ‘Gefeliciteerd buurman’, wil ik roepen. Maar het moment is te kostbaar om te onderbreken. Ik weet ook niet of hij of zijn vrouw 65 is geworden. Ik denk de laatste. Hij is al een aantal jaar thuis en bij hem kwam een paar jaar terug de fanfare langs.

De hele buurt hangt vol met ballonnetjes waar ’65’ op geschreven is. Langs zijn schutting trekt een band waarop verbodsborden staan afgebeeld met hetzelfde getal. De poort in zijn schutting bevat een dikke pijl. ‘Hier 65′ staat erop. Er klonk vanmiddag feestmuziek. Maar de pijl wordt afgevuurd in stilte. Als afsluiting. Bewaard van Oud en nieuw.

Als ik ’s morgens door de buurt loop, zijn de ballonnetjes van gisteren verschrompeld. De cijfers zijn meegekrompen. Soms lijkt het of er ’59’ staat. De ballon op zijn kop. Leeggelopen adem van gisteren. Bij de einde lijken de ballonnen op bejaarde pruilmondjes. De huid om de lippen is gerimpeld van de ouderdom. De feestneuzen zijn oud geworden binnen een nacht. Het feest is voorbij.

01 september 2012

De wees van Da Costa

In mijn boekenkast verbleef een eenzaam exemplaar van Da Costa’s Kompleete dichtwerken. Het exemplaar – achtste druk, een volksuitgave – kocht ik 3 jaar terug op een julidag in het antiquariaat van Jan Knigge in Hengelo. Ik kwam er later achter dat het deel uitmaakte van een 3-delige uitgave. Zodoende verbleef het boekje van Bilderdijks leerling als wees in mijn boekenkast.

Een vervelend fenomeen, een boek dat deel uitmaakt van meerdere banden. Los, zonder zijn andere deeltjes in de buurt. Ik tref het vaak aan bij kringloopwinkels. De boeken van Dickens hebben er bijvoorbeeld een handje van om als I of II alleen door het leven te gaan. Vaak tref je de II of I die erbij hoort een boekenplank verder. Of ergens aan de andere kant van het gangpad. Ik breng de wezen die ik aantref altijd bij elkaar. Gewoon omdat ik het niet kan aanzien dat boeken die bij elkaar horen alleen door het leven moeten gaan.

Dat het met Da Costa gebeurd is, kon ik mijzelf niet vergeven. Het boek heeft recht op de rest. Anders kan het beter van de aardbodem verdwijnen. De wezen van Da Costa – deel 2 en 3 – trof ik beide aan in de kringloopwinkel van Weesp. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen de delen alleen te laten, terwijl er thuis bij mij het eerste lag.

Zodoende zijn de wezen verenigd en liggen ze innig tevreden met de kaften tegen elkaar. De rug van de eerste Da Costa is iets lichter dan de ruggen van de andere 2. Maar het zijn allemaal achtste drukken. Uitgegeven door dominee Hasebroek. Een zorgzamer vader kun je niet wensen.