14 april 2017

Molens - #fietsvakantie

We nemen een potje jam mee dat langs de weg in Oormarsum wordt verkocht. De herinneringen aan de tijd dat ik met Inge regelmatig naar Ootmarsum ging, borrelen weer sterk naar boven. Laten we daarom de herinnering compleet maken en naar de Molen van Bels gaan.

We rijden erheen. Het ligt achter Ootmarsum, tegen de Duitse grens aan. De telefoon zwiept heen en weer van Duitsland naar Nederland. Bij de molen is overigens een prachtig informatiecentrum over dit bijzondere gebied van Nederland.

De grond is best uniek hier. Zoals we later zullen ontdekken is hier in de buurt ook de afdruk van een man gevonden. De Man van Mander lag in een grafheuvel. Als grafgift lag ernaast een vuurstenen mesje.

Wij bezoeken de watermolen die hier staat. Onderwijl vertellen we over de tijd dat wij hier liepen aan het begin van onze verkering. Dat we met Sientje hier een wandeling maakten. Het ezeltje dat een stuk van Inges jas opat en de pannenkoeken die we hier aten.

Daarom eten wij hier ook een heerlijke pannenkoek. Dat is nog eens een verjaardagsmaal. Inge kan niet meer te lang blijven. De honden wachten thuis op haar. Daarom rijden we eerst naar de camping. We verdwalen nog omdat ik een verkeerde afslag nam waardoor we ineens in Duitsland reden. We maken snel rechtsomkeer en dan is daar eindelijk de camping.

Het einde van een heerlijke verjaardag. Het afscheid van Inge valt best zwaar. Het was een ontzettend leuke verjaardag. We zullen haar snel achterna gaan en hopen over 2 dagen in Almere aan te komen. Op de fiets natuurlijk.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

11 april 2017

Dichter én lezer van gedichten

Naast het laten zien hoe de dichter te werk gaat, geeft Remco Campert in zijn bundeling columns Zonder roken bij mij geen poëzie een prachtig beeld van de poëzie. Niet alleen zijn eigen gedichten spelen een rol in de columns. Het is maar een heel klein deel van de informatie die hij deelt met zijn lezers.

In de 49 columns laat Remco Campert vooral zien hoe mooi poëzie is. Dat gedichten onderdeel uitmaken van zijn leven. Niet alleen de productie ervan, maar vooral het lezen van gedichten. Geen dag zonder poëzie. Wat dat betreft is poëzie net als de sigaretten die hij opsteekt. Hij kan er geen moment zonder. Het inspireert hem en ze laten hem zien wat schoonheid is.

Zoals hij schrijft over de dichter Hans Verhagen:

Naar mijn onbescheiden mening is hij met Lucebert de grootste moderne Nederlandse dichter. In mijn gedicht ‘De dichter’ luiden de slotregels:

dan heb je
een clusterbom van woorden
een explosie van letters
maltraiteert het oog

ten slotte verschijnt
die reddende engel gehavend
maar vleugels nog intact
de dichter Hans Verhagen (12)

De zoektocht naar schoonheid geeft Remco Campert in elke column. Elke bijdrage staat hij stil bij 1 of meerdere wonderlijke gedichten. Hij plaatst ze in het patroon van de lezer. Hij demonstreert aan de hand van gedichten van Hans Lodeizen, Gerrit Kouwenaar, Lucebert, Hugo Claus, Johnny van Doorn, Hans Verhagen of Allan Ginsberg.

Allemaal gedichten die hij uitvoerig bespreekt en van opmerkingen voorziet. Hij plaatst de poëzie daarmee in het alledaagse leven. Alsof hij een verhaal vertelt en een sigaret opsteekt. Met die alledaagsheid geeft Remco Campert de plek aan poëzie die het verdient: temidden van alledag, tussen het slapen, eten, werken en vrijen door.

Vlog over Camperts columns

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 2349 8506. 160 pagina’s. Prijs: € 16,99.Bestel

10 april 2017

Een kijkje in het hoofd van de dichter

Remco Campert heeft nooit in het hoofd gehad dat hij dichter wilde worden. Er waren opeens gedichten en de dichter was geboren. Dat vertelt hij in 49 columns over poëzie. Het boekje heet: Zonder roken bij mij geen poëzie. In deze bijdrages geeft hij een inkijkje in het hoofd van de dichter. Vooral hij laat hij zien dat poëzie overal is. Het levert niks op:

Maar mijn gedichten hingen rond op straathoeken en bij bushaltes en op andere plekken waar het aardse leven zich afspeelt. Armoedige kwanten met een volwaardig innerlijk leven. Ze schamen zich niet. Ze worden s nachts geboren in het donker, bloeien op in de ochtendzon. (127/128)

Dichten is mijmeren. De dichter is een onmaatschappelijke mijmeraar. De poëzie ontstaat uit de leegte. Het overkomt je. Al laat Remco Campert in zijn bijdrages zien dat een gedicht er niet altijd uitkomt zoals hij zou willen. Dan blijft het hangen en komt niet tot wasdom.

Dan gaat hij naar buiten en komt vanzelf het gedicht tegen dat in zijn hoofd zit. Het ontstaat zo mijmerend buiten. Dat zijn de bushokjes waarin ze zich verschuilen. Remco Campert is niet een dichter die de poëzie achter het bureau bedenkt, maar buiten ontdekt. Het is de raadselachtige inspiratie waar zoveel dichters geheimzinnig over doen.

Zijn bundel Zonder roken bij mij geen poëzie levert een mooi inkijkje op. Waar rook is, is het vuur van de inspiratie. Voor Remco Campert zijn de 2 onlosmakelijk met elkaar verbonden. Net als de jazz en waar deze bundel van 49 columns overstroomt. Een prachtig document voor iedereen die een glimp wil opvangen van het bijzondere proces dat dichten heet.

Vlog over deze bundel van Remco Campert

Remco Campert: Zonder roken bij mij geen poëzie. Columns. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 2349 8506. 160 pagina’s. Prijs: € 16,99.Bestel

08 april 2017

Hyperrealisme

Het museum aan de andere kant van het Rotterdamse Museumpark, wat een heerlijke tegenhanger is van het Museumplein in de hoofdstad, is de Kunsthal. Het staat naast het Natuurhistorisch museum in Rotterdam wat op haar beurt de beroemde ‘Dominomus’ in zijn collectie bevat.

Wij stappen de Kunsthal binnen, vooral op zoek naar de tentoonstelling over het Hyperrealisme. Het vormt een mooi contrast tegenover de tijdelijk tentoonstelling in het Museum Boijmans Van Beuningen met surrealistische schilderijen.

Het Hyperrealisme is een Amerikaanse stroming. Dit zijn schilderijen die heel waarheidsgetrouw lijken. Het lijken wel foto’s, soms bezitten de schilderijen dezelfde gladde laag als het glanslaagje op een kleurenfoto.

De compositie oogt als een alledaags tafereel van de straat. Het zijn namelijk bijna allemaal beelden van de stad en de straat. Een heus pretpark, een huis dat in de sneeuw staat of een druk kruispunt met auto’s wachtende bij het stoplicht en haastige wandelaars op weg naar het werk.

Zeker, er zijn uitzonderingen. Het levensgrote schilderij van een man in achter zijn bureau. Of een reusachtig gebakken ei. Een enorme hamburger op tafel, naast een zoutpotje en fles ketchup. Deze schilderijen zijn weer zo uitvergroot, dat het wel weer onrealistisch wordt. De hamburger en de erop liggende dressing verandert in een abstract schilderij.

De grap vindt plaats als je een foto maakt van deze schilderijen. Dan lijkt het schilderij opeens in een foto te transformeren. Een aparte gewaarwording. Van de beelden als je het schilderij van heel dichtbij bekijkt en ziet dat het geschilderd is en niet een foto is. Op de foto verdwijnen deze details weer.

Misschien is dat wel hyperrealisme. Zo realistisch dat het weer ongewoon wordt en verandert in een saaie foto. Alleen het origineel kan je nog overtuigen dat het echt een schilderij is.

Ongevoelig voor muziek

Het personage Camiel zegt aan het begin van Het valse seizoen dat hij ongevoelig geworden is voor muziek. De muzikant verliest zijn binding met de muziek die hij maakt. Het bedreigt dan ook het kwartet waarin hij speelt.

Grote inspiratiebron voor deze ongevoeligheid is het meisje Nadège. Camiel hoort haar spelen bij de Parijse metro. Het zet zijn wereld op zijn kop:

Hier stond een vrouw, jong, vijfentwintig of zo, en beroerd speelde ze allerminst. Er was iets vreemds aan haar spel, iets – dat was het eerste woord dat er in me opkwam – alarmerends. Van dichtbij was haar klank uitgesproken warm en secuur gefraseerd, maar af en toe gaf haar instrument een rare, beklemmende snik, die de huid van mijn nek liet samentrekken, ook al zong meteen daarop alles weer glaszuiver. (12)

De verwarring die deze ontmoeting veroorzaakt, is de bron voor deze roman. Christiaan Weijts weet hiermee een sfeer op te roepen zoals ik dat ken uit Doktor Faustus van Thomas Mann.

Dit boek las ik tijdens mijn studie. Het behandelt eveneens het dilemma tussen kunst en kitsch. De keuze tussen populariteit en eigenheid. Ben je als kunstenaar om de mensen te vermaken of is wat je maakt helemaal voor jezelf? Een duivels dilemma. Speel je waar je zelf van kunt genieten of speel je wat je publiek wil horen?

Christiaan Weijts geeft het verhaal van Thomas Mann een mooie eigentijdse invulling. Hierbij integreert hij dingen uit de hedendaagse werkelijkheid op een spannende manier in de roman. Bijvoorbeeld het krankzinnige idee om de Titanic op ware grote na te bouwen en met dit cruiseschip de wereld rond te varen.

In de roman van Christiaan Weijts ontmoeten de personages elkaar op dit schip. Ze zijn daar letterlijk onderdeel van een ensemble dat op het schip de muziek uitvoert op authentieke instrumenten uit de tijd van de bouw van het schip.

Naast de 2 muzikanten Nadège en Camiel is er namelijk ook de componist Pablo Sleedoorn. Camiel heeft vroeger een summerschool bij hem gevolgd. Het is een prachtig verhaal vol jeugdige passie en begeerte. Hoe erotiserend muziek werkt, maar hoe het samenspelen elkaar ook jaloers maakt en waanzinnig.

Christiaan Weijts: Het valse seizoen. Roman. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 2950 5215. Pagina’s: 454. Prijs: € 23,99. Bestel

07 april 2017

Paaskerels - #fietsvakantie

Ootmarsum zelf is ook een verwijzing naar oude culturen. Helaas is de kerk dicht. Ik had hem graag vergeleken met de kerk van Oldenzaal. Minder mystiek, maar zeker ook indrukwekkend is dit godshuis.

Ook hier zijn de fundamenten Romaans, later wel sterk verbouwd, maar het Bentheimer zandsteen waaruit deze kerk is opgebouwd, komt zeker ook imposant over. De toren is mooi opgebouwd met veel Romaanse elementen erin.

Het beeld van de Paaskerels dat voor de kerk staat. Het Vlöggeln waarbij 8 vrijgezelle mannen op Eerste Paasdag dwars door de huizen lopen. Ze voeren een lange slinger van mensen aan door de straten en huizen van Ootmarsum.

Zo sluit Doris aan naast het beeld van de Paaskerels. Ze heeft mijn Redmond petje maar even opgedaan als bewijs dat ze net zo’n kerel is. Het is een geëmancipeerde vorm die in het gebruik van Ootmarsum nog niet is doorgedrongen.

Al heb ik mij laten vertellen dat de 8 Paaskerels bij gebrek aan vrijgezelle mannen niet allemaal vrijgezel zijn. Een vrouw in de rij zou een mooie aanpassing van een eeuwenoud gebruik zijn.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

04 april 2017

Surrealisme

Op de eerste etage, daar is de grote wisseltentoonstelling over Surrealisme in het Museum Boijmans Van Beuningen. De kunst uit de eerste helft van de 20e eeuw met vertegenwoordigers als Dali, Miro en Magritte.

De smalle pijpenlade in het midden is van zichzelf al surrealistisch. Ik kijk met verwondering naar de massa mensen die zich in dit smalle deel van de ruimtes heeft samengeklonterd. Vanzelfsprekend hangen hier de mooiste schilderijen.

Centraal staan niet alleen de Surrealisten, maar ook de verzamelaars. Wat te denken van mensen als Roland Penrose of het echtpaar Ulla en Heiner Pietzsch. Mensen die groot op wand staan afgebeeld. Ze zijn het mooiste als ze midden tussen hun collectie zitten.

De liefdesrode bank van Dali, verbeeldend de lippen van Mae West. Je zou er zo op willen zitten, liggen en rollen in de zachte lippen. Het is een bank, maar mijn hoofd maakt er een liefdesnestje van. De beminnelijke lippen nog dicht voordat ze de kus zullen geven.

Of het meisje met het springtouw. Van veraf overweldigend door de oranje woestijn waarin ze staat. Als je dichterbij komt, krijgt het schilderij een totaal andere werking. De mensen die in de woestijn lopen, de gebouwen in de verte. Het is een heel ander schilderij geworden waarbij het silouet van het touwtjespringende meisje midden in de woestijn alle aandacht trekt.

In de pijpenla – het is geen pijp – hangen prachtige werken van Ernst, Dali en Margritte. Vooral de surrealistische schilderijen die helder en in felle kleuren zijn, komen het sterkste over. De vrouwen waarvan de haren veranderen in struiken, trekken je het schilderij ‘L’Appel de la Nuit’ van Paul Delvaux in. Hier vloeit het werk mooi over met voorgaande schilders als Toorop naar het surrealisme. Zulke overgangen waarin de natuur terugkomt, herken ik in deze schilderijen.

Niet alles komt even surrealistisch over. Wat van de tram die door de straat rijdt waar schaars geklede dames achter het raam zitten? Ik weet niet wat surrealistisch aan dit schilderij van Paul Delvaux uit 1939 is, maar misschien kijk je er anders aan in een tijd waarin je veel naakt ziet.

Het boekje bij de tentoonstelling meent dat röntgenfoto’s laten zien dat op de plek waar de tram rijdt, een naakte vrouw stond en dat haar sporen nog altijd zichtbaar zijn. Niet te zien.

Dat levert een tentoonstelling van surrealistische schilderijen zeker op: de indruk dat alles wat je ziet in je hoofd gevormd wordt. Het is niet wat het lijkt, het is slechts een afbeelding van de verbeelding. Die bewustwording overkomt je zeker bij deze fraaie tentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

03 april 2017

Labyrint Boijmans Van Beuningen

Museum Boijmans Van Beuningen lijkt misschien het meeste op een labyrint. Een kunst-labyrint. Het museum is opgebouwd als een klassiek klooster. Het is gevormd rond 2 binnenplaatsen, waaromheen de kunst in kloostergangen gegroepeerd is.

Het is een labyrint ontdekken we vrijwel meteen als we vanaf de garderobe de eerste zalen binnenwandelen. Want waar is wat? Een enorme kaart van de wereld als kantklos hangt aan de muur. Het is niet wat het lijkt, niet kant, maar heel dun porselein.

De kunstenares ontdekte dat de vereiste techniek voor kantklossen jaren duurt en vond porselein bakken als alternatief. Net zulke dunne reepjes, maar in een paar uur te leren. Het effect is mooi. Net als de met behulp van digitale techniek kaart van Brugge. Of de lange bruidssleep.

Prachtige kunst en we kijken aandachtig. Maar moeten we naar rechts of naar links. We slaan de andere kant af en zien een huisje staan. Een groot raam gehuld in een soort plastic. Ik heb het weleens eerder gezien. ‘Iets voor je schrijvershuisje papa’, zegt Doris. Inderdaad, het interieur dat uit een ingebouwd bankje en groot bureaublad bestaat, is klein en geborgen.

Een prima hol om in te schrijven. Alleen vraag ik mij af hoe warm het hierbinnen wordt als het hartje zomer is en de zon vol op het dak schijnt. En ik zie hoe mos en schimmels het dak veroveren en ervoor zorgen dat het helemaal past in de omgeving.

Maar hoe zit het hier in elkaar. We lopen langs het restaurant, groot Chinees porselein. Hoge potten, kleine beeldjes en grappige schotels waar bovenop een vrouw in jurk te zien is, en waar ze achterop de jurk optrekt om haar billen te laten zien.

Het publiek is ook op zoek naar het surrealisme. Een man verzucht: ‘Waar is het surrealisme’.  De muur van de lange gang is opgetrokken in dikke lijnen in rode tinten. Het ziet er heel imposant uit. De gang is daarmee zelf een kunstwerk. De binnentuin bevat een beeld en water. Een vreemd ogende stoel staat ergens in een hoek. Is dit kunst?

De toegepaste kunst is leuk. Een bad in de vorm van een boot. Grappig en functioneel tegelijk. De wand met bolle lampen die spiegelen in allerlei kleurtjes, lijkt regelrecht uit StarTrek te komen. Of het bureau en de boekenkast. Misschien kijken we over een paar jaar hier naar meubels uit de Ikea.

02 april 2017

De garderobe van Boijmans Van Beuningen

Het museum Boijmans Van Beuningen. Ik ben er nog nooit geweest en als ras-Rotterdammer schaam ik mij er ook best een beetje voor. Het is een museum met een kunstverzameling van internationale allure. De entree heeft al iets weg van een labyrint. Het museum zelf nog veel meer. Je draait in rondjes.

Dat rondjes draaien begint al bij de ontvangsthal. De balies zijn halfrond en achter de balies is een imposante garderobe. Hoog boven je hangen de jassen aan een ronde stellage, waarmee je als bezoeker zelf je jas omhoog kunt trekken.

Er hangen nog maar een paar knaapjes, maar aan 1 setje kun je precies 3 jassen ophangen. Zo krijgen onze jassen een mooi plekje. Hoog en droog in de hoge hanggarderobe.

Hoe zou het hier zijn als de jassen allemaal nat van de regen zijn en druipen. De jassen die hier hangen als de enorme stalactieten in een druipsteengrot, zouden dan als ware druipgesteentes hun vocht naar beneden laten glijden. Alleen is de grond beneden te vlak en kunnen mensen moeilijk als stalagmieten fungeren.

Best de moeite waard om naar te kijken. De bijzondere constructie van jassen, in een ronde cirkel. In het midden de kluisjes waarin je je tas kunt bergen. Het krijgt iets van kunst. Zeker als je in een museum bent. Alleen gedraagt het publiek zich totaal anders. Ze schiet onder de jassen door. Op weg naar de tentoonstellingen.

01 april 2017

Per spoor naar Rotterdam

Toen wij naar Rotterdam vertrokken… De vorige keer dat we naar Rotterdam wilden, reden de treinen niet verder dan Den Haag. We zijn maar naar het Mauritshuis en de Gevangenpoort geweest. Een andere keer dat we naar de tentoonstelling van Brueghel wilden gaan, was er wat anders. Maar we gaan het gewoon weer proberen.

De reis verloopt vlekkeloos. Al is de nieuwe dienstregeling best wennen. In 1 keer doorrijden zit er niet meer in. NS ziet mensen liever overstappen. Het verslechtert je reiscomfort. Maar goed. Niks aan te doen. Het zitten in een trein is al een genot op zich.

Dat je lekker zit, tegenover elkaar, gezellig kletst en naar buiten kijkt over de geluidschermen heen het landschap aan je voorbij trekt en een conducteur hard in je oor tettert vanuit de geluidsbox die vlak boven je hoofd zit.

Dat is ook reizen per trein.