28 oktober 2018

Minder aandacht - Sientje (41)

Best lastig om met een kind genoeg aandacht aan je teckel te geven. Of je leeft met of zonder een kind in huis, er is een groot verschil hoe je omgaat met je hond. Bovendien brak bij mij na de geboorte van Doris een tijd van onzekerheid aan. Ik raakte mijn baan bij de krant kwijt. Na twee jaar werkervaringsplek en een interne opleiding tot journalist was er geen plek voor mij bij het krantenbedrijf. Uiteindelijk vond ik een baan in Amersfoort bij een instelling waarbij het mij erg lang onduidelijk was, wat ze precies deden.

Het werk dat ik gevonden had, stelde wel als eis dat ik in de nabijheid van Amersfoort zou gaan wonen. Op zich had ik daar weinig bezwaren tegen. Zeker ook omdat we een paar dagen voor ik hoorde dat ik aangenomen was, een ernstige bedreiging van de buurvrouw hadden gehad. De buurvrouw die Sientje zo liefdevol had opgevangen toen Coby zichzelf en Sientje buitengesloten had, was verhuisd. Nu woonde er een buurvrouw die zich elk weekend meerdere gaten in de kraag dronk. Ze leefde op ruziënde voet met haar puberende zoon. Zeker in de nachten dat ze dronken thuiskwam leidde dit tot kabaaltaferelen.

Dit zorgde er ook voor dat we hier niet te lang wilden blijven wonen. We kregen de mogelijkheid om te verhuizen. Dat moesten we met beide handen aangrijpen en dat deden we ook. Nog geen 3 maanden nadat ik in Amersfoort begonnen was, verhuisden we naar Almere. De lange ritten van ruim anderhalf uur naar mijn werk in Amersfoort braken ook aardig op.

Ik was blij iets dichterbij een leuk huis te hebben gevonden. Al ontdekte ik snel dat het iets dichterbij toch een aardig eindje uit de buurt lag. Ik deed er alsnog meer dan een uur over om na het dichttrekken van de voordeur, achter mijn bureau te kunnen schuiven.

Sientje onderging de hele verhuizing, het bezichtigen van het huis en de uiteindelijke koop gedwee. Op de dag dat we het huis kochten, gingen we gelijk naar het nieuwe huis, braken het nep-haardje uit de woonkamer en deden nog wat kleinigheden, waarna we terugreden naar Almelo. We hadden Sientje daargelaten. Het zou vooral hinder zijn om haar mee te nemen en je laat je hond niet meer dan een uur achter in een parkeergarage bij strenge vorst. Want het vroor hard op die dag in februari dat de overdracht was.

De wandelingen met Sientje waren in het nieuwe huis ook niet veel verder dan in het oude huis. We vonden een vergelijkbaar rondje. De bermuda-driehoek in Almelo liep ik ’s avonds ook alleen, want het kleine kindje lieten we niet graag alleen in huis. Voor hetzelfde geld gebeurde er iets in die vijf minuten dat we met Sientje liepen. We voelden ons erg verantwoordelijk. Met Doris was er een nieuwe zorg bijgekomen en we namen dat erg serieus.

De periode die daarna aanbrak was een tijd van heel hard werken. Maanden werkten we aan het huis. Onderwijl de boel inpakkend in Almelo. Vanaf de dag dat we voornamen om te gaan verhuizen, verzamelde ik al bananendozen en pakte ik al de boeken in die door het hele huis verspreid stonden. Zo werkten we een beetje in het vooruit. Ook omdat aan het nieuwe huis erg veel moest gebeuren.

Het huis was aardig uitgeleefd en vroeg om iets meer dan een likje verf. Daarbij waren we druk in de weer met het uitzoeken van een nieuwe keuken. Het was erg veel werk dat moest worden verricht. Sientje kreeg minimale aandacht. Doris, het nieuwe werk en het huis schrokten alle aandacht op.

Lees het vervolg: Opruimer »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

26 oktober 2018

Redmond O'Hanlon, Almere en de groene stad

De 3e stadsschrijver in Almere, Redmond O’Hanlon, heeft 3 jaar in Almere doorgebracht. Na Stephan Sanders en Renate Dorrestein, is ook het resultaat van zijn verblijf een boek: De groene stad. Na zijn beroemde tochten door Borneo, Zuid-Amerika en Congo, was Almere aan de beurt. Dat schept hoge verwachtingen.

De stad en het groen

Het boek is vorige maand gepresenteerd; ik was bij de presentatie. Hier veel aandacht voor de bijzondere kant van de stad, het groen en de archeologie. Blijft bij mij wel de vraag steken wat hij echt van Almere vindt. Het schippert een beetje tussen walging en respect. Het is natuurlijk ook een beetje wiens brood ik eet, wiens woord ik spreek.

Buiten dit valt mij het resultaat De groene stad tegen. Het boek blijft heel getrouw aan de gesprekken die de Britse natuurschrijver heeft gehad met Almeerders. Het blijft bij deze droge opsomming en weergave van de gebeurtenissen. Zeker O’Hanlon doet enkele pogingen om geleerd over te komen. Zo citeert hij meermaals zijn landgenoot Ebenezer Howard (1850 – 1928) die aan de basis staat van Almere met zijn visie op stedenbouw.

Satellietstadjes

Howard is een voorstander van een stad met eromheen kleinere, grotendeels onafhankelijke satellietstadjes. Precies hoe Almere is opgebouwd in zijn verschillende stadsdelen, Almere Stad, Almere Poort, Almere Buiten, Almere Haven en Almere Hout. Het aantal keer dat O’Hanlon hem aanhaalt, is tot vervelens toe. Zo belangrijk is Howard ook weer niet voor Almere. Het lijkt meer te wijzen op Britse trots van de schrijver.

Boven alles mis ik het verhaal. Zijn de reisverhalen van Redmond O’Hanlon echte verhalen, in dit boek blijft het tot een droge opsomming van informatie. Ze krijgt niet de transitie die je wel vindt in de oude verhalen. Het brengt mij bij het schokkende feit dat O’Hanlon bij zijn reis op de Beagle al verklapte: hij kan niet meer schrijven.

Dat vind je ook terug in De groene stad. Een mooi promotieverhaal voor Almere, maar je mist het verhaal dat O’Hanlon ervan maakt. Hij maakt er geen verhaal van en laat het over je overkomen als een stortvloed van VVV-weetjes. Geen origineel idee en helemaal geen verhaal.

Beginnen bij het begin

Want waar zou je de speurtocht naar de Almeerder beter kunnen beginnen dan bij het begin? De oorsprong waarvan de laatste jaren – en ook in de periode dat Redmond in Almere woonde – veel nieuwe informatie is bijgekomen. Het is vrijwel zeker bijvoorbeeld dat hier neanderthalers geleefd hebben.

De vondst van vuursteentjes en verbrande hazelnootjes wijst op mogelijk verblijf van neanderthalers. Of de vondst van het visfuik in Almere Poort wat duidt op menselijke activiteit ver voordat in Engeland Stonehenge werd opgericht. Ingrediënten voor een verhaal waarbij je fantasie op hol slaat, maar bij Redmond O’Hanlon blijft het heel stil.

Grote verwachtingen

Zeker, het zijn de verwachtingen die je misschien hebt van een schrijver, zeker bij een begenadigd schrijver als O’Hanlon. Maar De groene stad laat zich op geen enkele manier vergelijken met deze werken. Heel jammer, maar buiten het feit dat je kunt twijfelen of O’Hanlon hier nog toe in staat is, heeft hij mogelijk minder affiniteit met Almere dan hij zou willen.

Iemand die de ene keer Almere de verschrikkelijkste plaats op aarde noemt en de andere keer dat afdoet met een journalist die hem verkeerd geciteerd heeft. Buiten het feit dat dit verhaal mogelijk nog veel interessanter zou zijn, is het jammer dat O’Hanlon zich er zo makkelijk van afgemaakt heeft.

Redmond O’Hanlon: De groene stad. Vertaald en bewerkt door Rudi Rotthier. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2018. ISBN: 978 90 450 3080 7. 160 pagina’s. Prijs: € 18,99. Bestel

21 oktober 2018

Moedermelkjunk - Sientje (40)

Sien had niet alleen last van de komst van de mensenpup in huis. Voornamelijk profiteerde ze er vooral van. Zo ontdekte ze snel dat mensenmelk erg lekker is. Soms wist ze een beetje afgekolfde melk te pakken te krijgen. Het werd vol overgave opgelikt. Het liefst likte ze het voorwerp waar het in of op lag mee op. Doris had moeite met het drinken uit de borst, waardoor Inge veel moest kolven. Zo zwierven in huis snel allerlei potjes en flesjes met verse moedermelk.

Sientje was gek op al die melk en likte het met liefde op. Net als de voorwerpen in de nabijheid van de melkgevende borsten. De opvangdoekjes die op de tepel de kleren voor plotselinge reflexen moesten behoeden, verdwenen regelmatig in Sientjes bek. Ze likte ze uit, maar verschalkte dikwijls ook grote delen van de kleedjes zelf.

Het vele kolven vroeg om een stevig kolfapparaat. We schaften een groot, zwaar apparaat aan. Dat in een speciale rugzak was ingebouwd. Aan de voorkant zat een grote plastic beschermplaat waarin de buisjes verdwenen om de melk ritmisch aan te zuigen en in het flesje te laten druppelen. Elke borst eentje. Het apparaat maakte een flinke herrie tijdens het pompen en meerdere keren per dag zat Inge aan het kolfapparaat.

Op een dag lieten we het apparaat onbeheerd op een bereikbare plaats staan. Dat hebben we geweten. Bij thuiskomst zagen we meteen dat moedermelkjunk Sientje druk in de weer was geweest met het kolfapparaat. Ze had vakkundig de beschermplaat aan de voorzijde eraf gekregen en helemaal aan gort gekauwd. Het apparaat was onbruikbaar en vakkundig onklaar gemaakt. Vergetend dat daarmee de melk ook niet meer beschikbaar zou zijn.

Natuurlijk gebeuren zulke dingen midden in een verhuizing en we waren net in Almere. Snel nam Inge contact op met een lactatiekundige in de buurt. Zij had gelukkig precies die kolfmachine liggen als demonstratiemodel. Ze schroefde de beschermplaat los en wij konden weer de moedermelk vrijpompen.

Sientje liet zich niet ontmoedigen door alle reparaties en bijbehorende vermaningen. Zij sloopte rustig door. Er zijn flink wat flesjes en zelfs dure spenen gesneuveld. Zodra ze de kans kreeg, taste ze toe en dat ging niet op een lichtzinnige manier. Ze gedroeg zich zoals elke verslaafde die het moeilijk krijgt als hij drank of drugs in zijn nabijheid heeft, maar er niet aan mag komen. Dan gaat het met geweld.

Lees het vervolg: Minder aandacht »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

14 oktober 2018

Mensenpup - Sientje (39)

Thuis bevallen leek ons wel heel bijzonder. Om zo in je vertrouwde omgeving, met Sientje erbij, het nieuwe leven te begroeten. Want hoe laat je je hond kennismaken met het nieuwe lid van de roedel, de mensenpup. Aangezien we thuis zouden zijn, zou Sientje het ook allemaal meemaken. Een betere introductie kon je je niet wensen.

Vanwege het ontbreken van stromend water boven, moest er beneden een bed komen te staan. We haalden het ziekenhuisbed weer op bij Inges moeder. Het kwam uit onze logeerkamer, maar onze logees moesten het sinds de inrichting van het babykamertje volstaan met een opklapbed in de studeerkamer. Het ziekenhuisbed was naar Inges moeder gegaan. Inge deed in de laatste weken al haar middagdutje op dit bed dat we op de hoge stand hadden gezet. Verder vond Sientje het erg lekker om daar te liggen. Alles was klaar om de baby ter wereld te laten komen.

Na een paar dagen weeën stak de verloskundige de vliezen door. Zo ontdekten we dat de baby in het vruchtwater had gepoept, waardoor we halsoverkop naar het ziekenhuis moesten. Ik vroeg snel aan de buurvrouw of zij Sientje ’s avonds wilde uitlaten. ‘We moeten naar het ziekenhuis voor de bevalling’, zei ik snel. Ze begreep het. Het huis dat we achterlieten was een puinhoop. Drie dagen rondlopen met weeën en het vruchtwater op het kraambed midden in de kamer.

Het zag er allemaal niet schoon uit. Maar we moesten onmiddellijk weg. We konden niet eerst de boel opruimen, daarvoor was de situatie te urgent. We waren allang blij dat ze niet met een ambulance hoefde te worden afgevoerd en we met onze eigen auto konden gaan. Achter de verloskundige aan reden we die Bevrijdingsdag naar het ziekenhuis.

We waren wel een beetje teleurgesteld. Want we hadden ons erg verheugd op de geboorte van ons kind thuis. In onze eigen vertrouwde omgeving met Sientje erbij. Dan kon Sientje meemaken hoe het gezin een nieuw lid erbij kreeg. Het mocht niet zo zijn. Wij moesten halsoverkop naar het ziekenhuis. En de gezondheid van de baby ging voor alles.

De bevalling duurde nog lang, maar ver na middernacht werd het kind geboren. Een meisje, Doris. We waren helemaal gelukkig en na nog enkele flinke complicaties mocht Inge uren later eindelijk naar bed. Ik kreeg als kersverse vader te horen dat ik nu naar huis mocht gaan. Midden in de nacht en ik kon gaan. De auto stond nog op de noodplek. Ik haalde het plastic weg aan de kant van de bijrijder. Daar had Inge gezeten en reed naar huis.

De zon kwam al op toen ik ons straatje binnenreed. Ik kwam binnen zag de troep en een enthousiaste Sien. Ik liep even snel een rondje met haar. De bermuda-driehoek zoals wij dat noemden, naar het eind van de straat. Daar kon je om een stukje gras lopen en keerde je zo weer terug naar huis. Het rondje behelsde niet veel meer dan een meter of tweehonderd. Voor Sientje was dat ruimschoots voldoende voor een plas en een poep. Dan keerde ze vol enthousiame om. Zeker met regen, want met regen wilde ze snel terugzijn. De late thuiskomst zorgde ervoor dat Sientje ook nu snel werd uitgelaten. Daarna probeerde ik snel nog wat te slapen.

Dat ging slecht en een paar uur later belde ik de familieleden om te vertellen dat we een dochter gekregen hadden en dat ze Doris heette. Het duurde lang voordat de klok half negen liet zien, het tijdstip dat ik weer naar het ziekenhuis mocht. Ik liet Sientje snel uit en verdween weer in de richting van het ziekenhuis. Alleen het kraambed had ik snel ontdaan van de natte opvangdoeken. Ik wilde zo snel mogelijk weer terug zijn bij mijn lief en het nieuwe leven dat die nacht was geboren.

Het was nog even heel spannend of ze naar huis mochten, maar uiteindelijk mochten ze toch met mij mee. Helemaal blij en gelukkig stapten we in de auto. Onwennig reed ik met het kindje voorin en mijn lief achterin. Dat hadden we toch mooi voor elkaar gekregen. We waren weer bijna thuis. Zo stak ik de sleutel in het slot, de Maxicosi in mijn hand. Sientje begroette ons en keek nieuwsgierig naar mijn bagage.

Ik zette de mensenpup in de Maxicosi op de grond neer, vlak voor haar. Ze ging ervoor zitten. Ik bleef rustig, maar wel binnen bereik om in te grijpen als het mis zou gaan. Een spannend moment. Sientje keek aandachtig naar het kleine wezentje. Ze zag de vingertjes bewegen. Ze gromde zachtjes, geen raad met deze situatie wetend. Maar ik pakte een voetje van Doris en liet Sientje ruiken. Voorzichtig schoof het neusje in de richting en rook. Ze rook de geur van het nest en begon zachtjes te kwispelen. Het was goed.

Daarna lieten we haar overal bij. Ze mocht ruiken, soms even likken en ook mocht ze bij ons op de bank kruipen. We merkten zelf wel dat onze aandacht voor Sientje verminderde. De aandacht van zo’n klein baby’tje vraagt genoeg energie van je. Sientje moest er wel aan wennen, maar we betrokken haar bij alles, om zo de aandacht te geven en te voorkomen dat ze jaloers werd. Alles was anders geworden. Ook voor Sientje.

De komst van het nieuw roedellid, zorgde er voor haar voor dat ze veel waakser werd dan voorheen. Vreemden mochten niet te snel te dicht in de buurt van onze pup komen. Dan vloog ze blaffend en grommend op hen af. Het zorgde soms voor een beet in de knie. Dan stond ze blaffend voor iemand en hapte ze tijdens het blaffen in de knie. Of het nu door het blaffen kwam of bewust was, durf ik niet te zeggen. Maar de roedel werd beter bewaakt dan ooit. Dat stond als een paal boven water.

Lees het vervolg: Moedermelkjunk »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

07 oktober 2018

Veluwe - Sientje (38)

Er zit een breekpunt in het verhaal van Sientje. Het leven dat voor ons sinds die datum voor altijd veranderd is. We hadden Sientje 4 jaar toen Inge zwanger werd. Dat betekende een grote verandering in ons leven. Het begon al met de huwelijksreis in Barcelona, waar Inge net zwanger ’s ochtends misselijk op de bus wachtte.

Het lopen viel haar steeds zwaarder, waardoor het vertrouwde ommetje dat we ’s avonds altijd maakten, een wandeling voor mij alleen werd. Ook liepen we niet meer de wandelingen in de omgeving bij Delden of de molen van Bels. Ik was begonnen met hardlopen en liep zo langzaam aan steeds minder ver met Sientje. Niet dat ze dat erg vond. Ze vond luieren op de bank veel plezieriger. De rollen veranderden.

We voelden dat alles anders zou worden. Daarom trakteerde ik Inge in februari nog op een weekendje op de Veluwe. Gewoon als cadeautje en om voor de laatste keer te genieten dat we nog met zijn tweeën waren. We werden ouders en straks zou alles anders zijn. Daarom gingen we een paar dagen naar de Veluwe. We namen onze intrek in het hotel waar het Nederlands elftal ook vaak trainde, bij Hoensbroek.

Ik had bij de reservering gevraagd om een kamer beneden omdat Inge veel last had van de bekkeninstabiliteit. Ook zou het makkelijker zijn met de hond. We waren heel blij dat we er met een hond in mochten. Het avontuur in het hondenhotel wilden we Sientje niet zo snel weer aandoen. Daarom namen we haar mee. De kamer die we kregen toegewezen was uiteraard niet beneden. We moesten een stalen wenteltrap op omhoog. Inge had er veel moeite mee, niet alleen haar bekkeninstabiliteit speelde hierbij parten. Ook haar hoogtevrees maakte het niet makkelijker.

Ik vond al snel een plekje om lekker te kunnen hardlopen en lopen met Sientje. Het zwembad viel erg tegen. Het was klein en vooral ijskoud. Iedere bezoeker leek het daarmee eens te zijn. De weinige mensen die ik de eerste avond een duik zag nemen, kwamen er nog sneller uit dan ik. Maar de bij de prijs inbegrepen maaltijden waren heerlijk en we wisten ons heel aardig te vermaken.

Omdat het hotel midden in de Veluwe lag, maakten we ook een uitstapje naar het Kröller-Möller. Niet alleen kijken naar de herten, maar ook genieten van de kunst. Onderweg keken we uit naar de burlende herten. We zagen een groepje edelherten op één van de uitzichtpunten. Het vroor dat het kraakte, maar er lag geen sneeuw. Voorzichtig reden we over de wegen in het natuurgebied. Het was best druk in de voorjaarsvakantie.

We parkeerden de auto een eindje van het museum af en moesten een aardig stukje lopen. Sientje lieten we in de koude auto achter. Een dekentje bij de hand. Ze keek ons na door het achterraampje. Een hond kon je in de winter wel achterlaten, zelfs als de voorjaarszon flauwtjes op de auto brandde.

In de hotelkamer genoot ze van de mogelijkheid om op bed te springen. Als we er niet in lagen, lag zij er wel op. We maakten niet meer de grote wandelingen van weleer. Ik liet haar bij Inge achter als ik ging hardlopen. In het bos hoefde het van haar allemaal niet zo ver. Zo luierde ze meer en meer. Ze begon een oud hondje te worden. Op bed sliep ze alsof ze nooit anders had gedaan. En wij genoten van deze laatste vakantie samen.

Lees het vervolg: Mensenpup »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

30 september 2018

Vrienden - Sientje (37)

Sientje had weinig met andere honden. Ze reageerde er soms zelfs een beetje knorrig en agressief op. Niet dat ze de andere hond greep, maar ze kon wel stevig van zich afblaffen. In het park hadden andere honden meer interesse in haar dan zij in hen. Die andere honden trokken zich er weinig van aan, maar Sientje liep in het gunstigste geval gewoon van ze weg. Of ze bleef ongeïnteresseerd staan.

Hoogstens kon een andere teckel haar aandacht trekken, maar vaak liet ze ons gewoon staan en bleef stoïcijns aan de andere kant van ons zitten. Zover mogelijk van de andere hond vandaan. Die andere hond begreep dat meestal wel en ging bij zijn baas zitten op veilige afstand van onze rare Sien.

Niet veel honden

We hadden niet veel kennissen met honden. In de familie liepen er eveneens geen honden rond. Die kwamen pas later toen mijn ouders een hond namen. We namen Sientje mee naar iedereen en mensen met honden konden ook gerust komen. Niet dat die honden veel aan Sientje hadden. De hond van een vriendin kreeg eveneens weinig aandacht. Van wanhoop pieste hij maar tegen de verrijdbare poef aan.

De grote uitzondering is een andere kennis. Zij had 2 labradors, een blonde en een zwarte. De blonde labrador was de oudste. Deze oude dame was een keer een dagje te gast en haalde bij Sientje het bloed onder de nagels vandaan. Amber stapte binnen, incasseerde alle botjes in huis en ging bij haar nieuwe bezit zitten. De houding die ze daarbij aanhief, was er eentje van: van mij en jij zegt er niks van.

Opzichtig langs elkaar

Sientje begreep de niet uitgesproken woorden overduidelijk en ging in een hoekje zitten. De rest van het oppassen bestond uit twee honden die opzichtig langs elkaar liepen, waarbij Sientje haar bezit op tactische wijze probeerde terug te winnen. Zonder resultaat overigens.

De grote verrassing kwam die avond. We brachten Amber naar huis. Ze zaten rustig achterin de auto en lieten elkaar verder met rust. We kwamen bij de kennis aan en lieten de honden ook binnen. Zij had nog een andere labrador, een zwarte. Deze hond Nora, vond Sientje wel erg leuk. Ze rende achter haar aan. Sientje moest er aanvankelijk niet zoveel van hebben en rende weg. Daarna werd het een vrolijke boel in huis.

Hollen en buitelen

Nora en Sientje holden en buitelden achter en over elkaar heen. Nora maakte er snel een spelletje van. Ze rende achter Sientje aan, waarna ze in de keuken elkaar tegenkwamen en weer verder holden. Tot ze even wat langer wegbleven. En ineens stormde Nora de kamer binnen met Sientje op de hielen. Een heel komische situatie, ook omdat Sientje eerder wegliep dan achtervolgde. Voor het eerst leek het of Sientje toch wist wat spelen was.

Met mensen had Sientje eveneens weinig. Als ze op haar plekje op de bank zaten, wilde ze haar plek komen opeisen. Dat leverde een keer een verrassende ontdekking op. Vrienden van Inge kwamen een avondje televisie kijken. Ze namen met z’n drieën plaats op de bank, naast elkaar. Sientje zat aarzelend voor de 3 volwassenen die de hele bank in bezit namen. Ze kon het duidelijk niet uitstaan. Ze werd van herhaaldelijk van harte uitgenodigd. Sientje bleef aarzelen. Tot ze ineens de sprong waagde. De rest van de avond heeft ze heerlijk bij ze op schoot gezeten.

Lees het vervolg: Veluwe »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

23 september 2018

Sienepien op de foto - Sientje (36)

In het buurtje waar wij in Almelo woonden, waren maar liefst 2 dierenwinkels binnen loopafstand van ons huis. Als we er bij de wandeling langsliepen, dook Sientje meteen op de bak met koekjes die bij de ingang stond. Ze graaide snel een flinke hoeveelheid koekjes uit de voerbak en schrokte ze de volgende meters lopen op. Ze wilde altijd meer hebben, maar daar gingen we niet op in. Er zaten grenzen aan het snoepen.

We hadden een goede relatie met die dierenwinkel. De andere stond er vrijwel naast, alleen een bloemenwinkel zat tussen de 2 dierenwinkels in. Bij die andere kwamen we alleen voor een aanbieding of als onze dierenwinkel niet had wat we zochten. De andere dierenwinkel had een grote parkeerplaats voor de zaak. Ook ontbrak er een voerbak met koekjes bij de ingang. Onze eigen winkel had gewoon meer sfeer en deed meer aan klantenbinding.

Foto insturen

Zo kon je een foto van je hond insturen. Die foto kreeg een mooi plekje achter de kassa. Wij stuurden een foto van Sientje waar ze op de bank zat en heel eigenwijs in de richting van de camera keek. De blik was de helft van de foto, de andere helft van de aantrekkingskracht was dat ze niet zolang ervoor geplukt was. Ze zag er gewoon heel mooi uit. We gaven de geboortedatum van de hond door, waarna we elk jaar op haar verjaardag een kaart in de bus kregen.

We hadden Sientje nog niet zo lang of er kwam een speciale hondenfotograaf langs. Precies op mijn vrije dag was hij er. Zodoende mocht ik met de hond naar de dierenwinkel. Ze at zich eerst uitgebreid aan de bak met koekjes bij de ingang. Binnen in de zaak zwierven ook genoeg brokken en koekjes die uit de voorraadbakken waren gevallen. Genoeg om te eten dus. In een hoekje van de kleine winkel zat de fotograaf. Een Amsterdammer, en dat valt onmiddellijk op in Almelo.

De hond mocht zitten op een wit laken. De fotograaf probeerde ze in een zo leuk mogelijke stand op de foto te krijgen. Niet bij elke hond ging dit even makkelijk. We hadden ons voor een bepaald tijdstip opgegeven, maar ik moest nog even op mijn beurt wachten. Er waren aardig wat kandidaten. De fotograaf liep een beetje uit. Een grote herdershond moest op de foto met een jongetje. Het dier wilde niet gaan zitten. De jongen kreeg het niet voor elkaar, wat hij ook deed. De fotograaf maakte rare geluiden en deelde koekjes uit. Het hielp weinig.

Sienepien

Eindelijk was het mijn beurt. Ook Sientje liet zich niet zo verleiden. Ze wilde niet gaan zitten en liep telkens naar de fotograaf toe als hij een raar geluidje maakte. Hij probeerde haar te verleiden met ‘Sienepien’, op zijn Amsterdams uitgesproken. ‘Sienepien’, riep hij terwijl hij door zijn camera in haar richting tuurde. Hij kreeg haar niet in beeld zoals hij gewenst had, maar we wisten haar toch zo voor de camera te krijgen.

Hij klikte precies op het moment dat ze overeind kwam om het koekje in ontvangst te nemen. Een onmogelijke foto, maar de fotograaf leek tevreden. Het was nog in het tijdperk voordat foto’s digitaal werden gemaakt. Het zou mij benieuwen wat hij ervan gebakken had. Ik vreesde het ergste. Dieren fotograferen is ontzettend moeilijk. Deze fotograaf scheen volgens de eigenaar van de dierenwinkel één van de weinige in Nederland te zijn, die het ook nog aardig kon.

Ik was niet thuis op het moment dat de foto’s afgedrukt waren, maar een paar weken later haalde Inge ze op. Ze ging even naar de dierenwinkel voor een boodschap, had Sientje bij zich en de verkoper zei: ‘Hé, jou heb ik al gezien vandaag. Op een prachtige foto.’ Hij liet de foto’s zien en Inge was verkocht. Ze zat er prachtig en heel uitdagend op. Met de nieuwsgierige blik van een teckel. Ze kwam iets naar voren – tegen de bedoeling in – maar het maakte foto heel sprekend.

Helemaal verkocht

Inge was helemaal verliefd op de foto en schafte meteen het hele pakket foto’s aan. Dat het bijna twintig euro kostte, vergat ze even. Dat was ook de verleiding, je kreeg 1 foto gratis van de dierenwinkel en de rest kon je erbij kopen. Het jaar erop kwam de fotograaf weer en kochten we weer het hele pakket. Nog een jaar later, was er voor ons de lol vanaf. Het werd teveel van hetzelfde. Daarom namen we toen alleen de gratis foto op.

Die allereerste fotoserie is nooit meer overtroffen. Zo prachtig als ze daar op staat, zo mooi hebben we haar nooit meer op de foto gekregen. Misschien zit het geheim erin dat ze precies overeind kwam op het moment dat de fotograaf klikte. Een actiefoto.

Lees het vervolg: Vrienden »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

16 september 2018

Geen bot te groot - Sientje (35)

Sientje was nog niet zo lang bij ons en we reisden stad en land af met onze teckel. Bij vrienden en kennissen liep ze de deur plat. Ongelukjes achterlatend en nieuwe dingen ontdekkend. Zo namen we haar eens mee naar het zomerhuis van een vriend in Giethoorn. Het was eigenlijk niet zijn vakantiehuis, maar het vakantiehuis van zijn opa. Een indrukwekkende boerderij aan het kanaal, met een overweldigend rieten dak.

Zomerhuis

We bezochten mijn studievriend in het zomerhuis van zijn opa. Het was mooi weer, ik denk zo’n voorjaarsdag nog buiten het toeristenseizoen. Hij zat buiten in de tuin en we kwamen bij hem zitten. Ik hield Sientje dicht bij mij. ‘Je kunt haar wel loslaten hoor’, zei mijn vriend. Ik vertrouwde het niet. ‘De tuin is helemaal afgesloten, ze kan nergens heen.’ Hij had gelijk. Aan de ene kant was alleen water en voor de andere kant moest ze helemaal om het huis heen. Ook kwamen in dat stukje Giethoorn geen auto’s. Inge vond het ook een goed idee. Zo zaten we daar en lieten Sientje los.

Ze bleef bij ons in de buurt, snuffelde heerlijk rond maar verdween stapje voor stapje uit ons zicht. ‘Waar is ze nu?’ vroeg ik. ‘Ik denk dat ze naar achteren is’, zei mijn studievriend. ‘Ze kan daar nergens heen.’ Ik vertrouwde het toch niet helemaal. Ook omdat ze wegbleef. Ik liep naar achteren; geen Sientje. Ik kwam terug en vertelde dat ze weg was. Gelijk liep ik door naar de voorkant van het huis. Onderwijl riep ik Sientje.

Bed viooltjes

Nee, ze was niet op het pad dat voor het huis liep. Ze kon onmogelijk door het hekje. Ik liep verder naar opzij en speurde langs het pad. Mijn studievriend stiefelde langs mij. ‘Vreemd’, zei hij. Ze kan nergens weg. Ik riep haar en ontdekte dat ze bij de buren in de tuin liep, dwars door het perkje met viooltjes. Ik stapte over de heg, knielde bij het bed viooltjes en trok haar daar vandaan. Niet dat ze bewust weggelopen was. Het was haar nieuwsgierigheid geweest die haar hier naartoe lokte. We probeerden het nog een keer, maar ze werd steeds aangetrokken tot het bed viooltjes van de buurman. Zodoende hielden we haar de rest van het bezoek maar vast aan de lijn.


In het zomerhuis gingen we later even zitten. Daar ontdekte Sientje de mand en het grote bot van de hond die hier ook weleens kwam. De forse airedaleterriër wist goed raad met deze gigantische botten van runderhuid. Sientje rook eerst kritisch aan het immense bot, pakte het op en liep ermee weg. Onderwijl wankelde ze door het grote gewicht van het bot. Maar ze ging er eens goed voor zitten en begon te kauwen aan het bot dat veel te groot voor haar was.

Geen bot te groot

Ze genoot van het bot en aan het eind van de middag was het bot een flink stuk kleiner. We hoefden dus echt niet altijd van die kleine botjes voor haar te kopen, leerden we hier. Met een groot bot als dit – de grootste maat botten in runderhuid – wist ze heel goed raad en daar kon ze ook een paar weken langer mee doen dan met die dunne staafjes van nauwelijks een centimeter doorsnee waarop we haar normaal trakteerden.

Lees het vervolg: Sienepien op de foto »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

09 september 2018

Blaffen zonder onraad - Sientje (34)

Met de ontdekking dat Sientje wel degelijk kon blaffen, verdween meteen de stilte. Sientje bleek al snel een waakse hond te zijn. Ze bezat al spoedig het gedrag dat veel teckels hebben: blaffen om niks. Of tenminste: blaffen om weinig. Heel weinig en ook niet bepaald functioneel.

Het blaffen zonder onraad richtte tegen dingen die buiten gebeurden. Liep er iemand langs het huis, belde er iemand aan of kwam er iemand onverwachts binnen. Allemaal evenveel reden om te gaan blaffen voor Sientje. Gelukkig kreeg ze in Almelo niet zoveel kans.

Aan de straatzijde hadden we vitrage hangen, wat veel langskomend verkeer dempte. Achterom gebeurde niet zoveel. Kreeg ze echter de mogelijkheid dan barstte een luid geblaf los. Met weinig zin overigens. Het was vooral een ergernis voor ons.

Het blaffen escaleerde geleidelijk steeds meer in een werkelijk blaffen om niks. Na de verhuizing naar Almere blafte ze om elk wezen dat langs het huis liep. De vitrage was weg en aan de voorkant van het huis gebeurde veel. Elke beweging registreerde ze zorgvuldig met een blaf. Ze kon heel goed blaffen. Op sommige dagen als de pet niet goed stond, dan zette het blaffen door en veranderde in mosteren. Ze kon dan bijna niet stoppen.

We namen Sientje altijd overal mee naar toe. Wanneer we bij mijn ouders gingen logeren of gewoon een dagje waren, zorgde de onbekende omgeving voor genoeg onraad om te moeten blaffen. Bij mijn ouders was er een grote favoriet: de klok.

De klok die elk halfuur met een klap op de bel afgaat en om het hele uur het aantal uren aftelt, zorgde bij haar voor heel veel ergernis. Een bezoek aan mijn ouders was daarmee een ramp. Ze blafte elk hele en halve uur bij het klinken van de bel in de richting van de klok. Luid blaffend stond ze daar dan, nauwelijks te kalmeren.

Bij een logeerpartij ging het de hele dag door, maar wanneer wij ’s avonds naar bed gingen en haar achterlieten in de bench in de woonkamer, bleef het opvallend genoeg doodstil. Alleen zodra er iemand beneden was, sloeg ze aan het blaffen als de klok daartoe aanleiding gaf.

Het echte grote verschil was als wij weggingen en Sientje achterlieten. Ze ging dan de bench in en kwam er niet meer uit. Als mijn moeder haar wilde uitlaten, moest ze Sientje uit de bench trekken. Ook was ze doodstil als de klok sloeg, maar zodra wij weer terug waren, sloeg ze keurig aan met de klok. Zelfs het tikje dat de klok gaf vlak voor hij het uur sloeg, ontsnapte niet aan haar aandacht. Ze zat al helemaal klaar in de startblokken om even later te blaffen.

De ervaring met de hond die niet te vermurwen was, had onze buurvrouw ook. We lieten Sientje weleens uitlaten door onze buurvrouw Annie. Ze was heel lief met het beest, maar zodra ze binnenkwam, schoot Sientje voor haar weg. Annie loste het op door wat kaakjes mee te nemen. Die gaf ze dan aan Sientje, dan greep ze haar en zette haar vast aan de riem voor de uitlaatronde. Het eten dat ze soms erbij kreeg, verdween eveneens gelijk in haar maag.

Een gebrek aan vertrouwen in andere mensen. Ze was heel sterk aan ons gehecht. Dat merkten we nog veel meer toen we een kind kregen. Onze dochter moest beschermd worden. Wanneer een onbekend in de buurt kwam, was ze niet goed voorspelbaar. Ze sprong dan op de ander al blaffend af. Zo greep ze eens – per ongeluk – een kennis van mijn ouders die bleef stilstaan terwijl ik onze dochter de luier verschoonde.

Vreemde mensen moesten bij binnenkomst niet stoppen voor de blaffende Sientje, maar gewoon doorlopen. Als ze stilstonden, dan blafte ze onverminderd door en hapte soms al blaffend en in de knie. Of dat dit bijten gebeurde bij het blaffen waarbij ze heel dicht bij iemand ging staan of dat het bewust bijten was, durf ik niet te zeggen. We adviseerden mensen gewoon door te lopen, want dan hield ze wel op. Stilstaan was een overgave, leek het.

Het overkwam zelfs mijn schoonmoeder. Ze kreeg Sientjes tanden in haar knie. Exclusief de hoektanden. Eigen schuld, dikke bult, vond ze zelf. Ik was het niet helemaal met haar eens. Maar we kregen het niet uit Sientje. Het nieuwe gezinslid maakte haar extra waaks. Mensen moesten uit de buurt van ons en ons kind blijven. De schade bij de kennis van mijn ouders bleef beperkt tot schrik. Al vond mijn vader dat wij onze hond niet goed opvoedden.

Lees het vervolg: Geen bot te groot »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

02 september 2018

Kasteelhond - Sientje (33)

Ruwhaarteckels zijn mooie jachthonden. Daarmee veroveren ze ook vaak de charme van kasteelheren. Baronnen, jonkheren, baronessen en freules, allemaal zijn ze gek op die kleine viervoeters op de korte pootjes. Het koningshuis heeft ook veel teckels versleten. Prins Bernhard had teckels en er is een foto de jonge Prins Friso met de ruwhaarteckel Arthus. De Duitse keizer Wilhelm is beroemd om zijn teckels, bij Huize Doorn liggen zelfs enkele van zijn teckels begraven.

Als je geen landgoed, maar wel een teckel hebt. Dan zoek je zelf de kastelen op. Met Sientje gingen we vaak uit wandelen in de omgeving van een landgoed zoals Twickel bij Delden. Heerlijk liepen we daar rond met onze teckel. Dan kwamen we soms ook adellijke heer of dame tegen die ons veel complimenten gaven over onze mooie teckel. Vooral ook omdat ze zo groot was. Sientje was niet alleen een lange teckel van precies één meter lengte van staart tot neus, ze had ook een enorme borstomvang van liefst 58 centimeter.

Haar formaat trok vaak de aandacht van voorbijgangers. Zo liepen we een keer bij Twickel en raakten we aan de praat met een dame. Ze had ook een teckel bij haar. Een jonge nog. De reu had de Friese naam Boukje gekregen. Het was een verkleining van Bouke, wat wel een mannennaam was. De vrouw droeg zo’n groene jagersjas en een fraai jagershoedje. Na wat gepraat over Bouke, Friesland en teckels, ging zij door de knieën om onze teckel wat beter te bekijken. Ze vond onze ruwhaar wildkleur teckel er namelijk heel mooi uitzien. ‘Zit er soms een De Lanzoo in?’ vroeg ze. ‘Dat zijn heel grote teckels.’

Inge die beter op de hoogte is van dat soort dingen, bevestigde dat onmiddellijk. ‘Inderdaad, er zit een De Lanzoo in de lijn van Sien.’ De ruwhaar-tak van De Lanzoo komt uit Hengelo en staat bekend om het grote formaat teckel. Sientje had dit formaat overgenomen en deze teckelliefhebber herkende daar onmiskenbaar de beroemde De Lanzoo-lijn in. Ze vertelde dat ze vroeger zelf een teckel had, een volbloed De Lanzoo. ‘Het zijn prachtige teckels’, zei ze. ‘Te herkennen aan het grote formaat.’ Daar had ze zeker gelijk in.

Terwijl we zo op de parkeerplaats bij Twickel stonden te praten voelde ik iets in mijn rugzak ploffen. ‘Wat zou het zijn?’ vroeg ik mij af. De tas drukte bij de knal echt in mijn rug. Het was ons een raadsel. Maar toen de vrouw weg was en we een foto wilden maken, opende ik mijn rugzak. Alles zat onder de frisdrank. We hadden fris in een plastic flesje gedaan. Door de warmte was de inhoud gaan uitzetten en plofte het flesje. Alles zat onder, inclusief onze fotocamera. We kregen het apparaat niet meer droog. Zelfs het filmpje was verwoest.

We kochten een nieuwe camera en spraken nooit meer met iemand over De Lanzoo-teckels. Wel kwamen we nog vaak adellijke mensen met de mooiste ruwhaar teckels tegen. Net als dat we overal de aandacht trokken, zelfs in plaatsen als Laren als we daar liepen met onze teckel. Net als dat we er nooit genoeg van kregen om overal rond te lopen met Sientje in de buurt van kastelen en landgoederen.

Het hoogtepunt is de voor de echte teckelliefhebber wel het landgoed bij Huize Doorn. Al mag je daar op veel plekken niet komen met je trouwe viervoeter. Heel jammer, want het is een plek waar je als teckelliefhebber en liefhebber van de geschiedenis graag bent. Midden tussen al die sporen van de keizerlijke teckels.

Lees het vervolg: Blaffen zonder onraad »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]