Een lieve gevoelige man, die plotseling verandert in een monster. Het is de schrijver A.F.Th. over wie het gaat. In een interview met het vrouwenblad Esta praat zijn vrouw Mirjam Rotenstreich openhartig over haar relatie met de schrijver.
De buitenwereld dacht dat alcohol de grote boosdoener was, maar de oorzaak was slaapapneu. Het toeval bracht ze bij de oorzaak. 'Bij de kassa zag ik een boekje liggen: Snurken van a tot zzzzz. Dat leek me wel grappig om mee te nemen. Adri las het en schrok. De symptomen van apneu die erin beschreven stonden, waren allemaal op hem van toepassing. Het is niet ongevaarlijk, je kunt eraan dood gaan.'
Nu wordt hij ervoor behandeld en draagt hij 's nachts een apart masker. Het monster is sindsdien verdwenen, staat er naast een foto van mevrouw A.F.Th. op een bankje, met een kat die op schoot kroelt. De foto bevat overigens een ultieme vorm van reclame. Op een schoolbord naast haar geschoven, staat in schoolhandschrift: 'Mim'. Mirjam Rotenstreich kijkt je vervolgens aan met grote ogen, alsof ze de kijker verwijt dat hij iets lager in de spleet tussen haar borsten tuurt.
Mim is de laatste roman van Van der Heijden. Het werk is verguist door zijn collega Grunberg. Het boekje met blauwpaarse kaft, ligt al een paar weken op mijn leestafel. Af en toe jankt de volle maan van het kaft mij toe en dan lees ik een enkele bladzijde. Op een of andere manier kom ik niet door het boek heen. Het moet allemaal heel mooi zijn, maar ik krijg er geen vat op. Dat terwijl de heren critici het zo'n mooi boek vinden. Misschien ontbreken de stemmingswisselingen.
Posts tonen met het label ako-literatuurprijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ako-literatuurprijs. Alle posts tonen
06 december 2007
11 november 2007
De ironie van de ironie
Maak je nu een grapje, of meen je het? De ironist zweeft tussen waarheid en grap. Niemand begrijpt hem, of neemt hem serieus en als hij eens serieus is, ziet iedereen het als een ironische bedoeling.
Arnon Grunberg laat zich niet meer zien bij een prijsuitreiking. Het prijzengeld kan wat hem betreft naar een goed doel. De zeehondjes verdienen meer aandacht dan hij. Het is zijn reactie op de woordenwisseling die hij met medegenomineerde en winnaar van de AKO-literatuurprijs A.F.Th. van der Heijden.
Van der Heijden vond het niet eerlijk dat Grunberg met hem, een medegenomineerde de vloer aanveegde. Het past niet om bij een wedstrijd elkaar voor verrotte vis uit te maken, was zijn opvatting. Toen Grunberg er zijn zoon bij haalde, steigerde A.F.Th. helemaal. Met zo iemand wilde hij niet in dezelfde ruimte zitten.
Het was allemaal ironie, zegt Grunberg nu in De Morgen. 'Had ik maar geschreven dat Wolkers en Mulisch dienen te worden doodgeknuppeld in een concentratiekamp zoals Reve deed in de jaren tachtig. Want dat is ironie.' Nederland is sinds 2001 zo ziek geworden, dat ze de ironie voor ernst aanziet. Daarom zal Grunberg zich aanpassen en niet meer verschijnen bij een prijsje.
Voor mij liet de polemiek zien dat schrijvers elkaar alleen nog maar voor verrotte vis kunnen uitmaken. Terwijl de hele wereld brandt, miereneukt hij op de komma over de stijl van een collega. Welk doel hij hiermee dient, weet ik niet, maar het laat eerder zien dat schrijvers het liefst duiken in een bad irrelevantie.
Overigens moedig ik de beslissing van Grunberg aan om weg te blijven bij evenementen. Schrijvers zijn geen sterren die op televisie moeten verschijnen. De echte ster blinkt in hun boeken. Schrijvers kunnen het sowieso beter bij schrijven laten. Hun mediaoptredens vallen vrijwel altijd tegen. Ze maken van de schrijver een mens, terwijl hij eigenlijk gewoon een schrijver moet zijn, die boeken maakt. De boeken vormen een eigen wereld, waarin een schrijver van vlees en bloed vooral niet past.
Arnon Grunberg laat zich niet meer zien bij een prijsuitreiking. Het prijzengeld kan wat hem betreft naar een goed doel. De zeehondjes verdienen meer aandacht dan hij. Het is zijn reactie op de woordenwisseling die hij met medegenomineerde en winnaar van de AKO-literatuurprijs A.F.Th. van der Heijden.
Van der Heijden vond het niet eerlijk dat Grunberg met hem, een medegenomineerde de vloer aanveegde. Het past niet om bij een wedstrijd elkaar voor verrotte vis uit te maken, was zijn opvatting. Toen Grunberg er zijn zoon bij haalde, steigerde A.F.Th. helemaal. Met zo iemand wilde hij niet in dezelfde ruimte zitten.
Het was allemaal ironie, zegt Grunberg nu in De Morgen. 'Had ik maar geschreven dat Wolkers en Mulisch dienen te worden doodgeknuppeld in een concentratiekamp zoals Reve deed in de jaren tachtig. Want dat is ironie.' Nederland is sinds 2001 zo ziek geworden, dat ze de ironie voor ernst aanziet. Daarom zal Grunberg zich aanpassen en niet meer verschijnen bij een prijsje.
Voor mij liet de polemiek zien dat schrijvers elkaar alleen nog maar voor verrotte vis kunnen uitmaken. Terwijl de hele wereld brandt, miereneukt hij op de komma over de stijl van een collega. Welk doel hij hiermee dient, weet ik niet, maar het laat eerder zien dat schrijvers het liefst duiken in een bad irrelevantie.
Overigens moedig ik de beslissing van Grunberg aan om weg te blijven bij evenementen. Schrijvers zijn geen sterren die op televisie moeten verschijnen. De echte ster blinkt in hun boeken. Schrijvers kunnen het sowieso beter bij schrijven laten. Hun mediaoptredens vallen vrijwel altijd tegen. Ze maken van de schrijver een mens, terwijl hij eigenlijk gewoon een schrijver moet zijn, die boeken maakt. De boeken vormen een eigen wereld, waarin een schrijver van vlees en bloed vooral niet past.
Abonneren op:
Posts (Atom)