Posts tonen met het label boekenweekessay. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boekenweekessay. Alle posts tonen

12 maart 2009

Boekenweek

Het is een gewoonte die ik ergens in de middelbare schooltijd ontwikkelde. Op de eerste dag van de boekenweek koop ik een partijtje boeken om dat boekenweekgeschenk te bemachtigen. Het goedkope essay haal ik er ook altijd bij.

Dat het boekje altijd teleurstelt en zelden aanspreekt, is iets om verdrietig van te worden. Maar zoals het met alle slechte gewoontes gaat, trap ik er altijd weer in.

Het begon met het boekenweekgeschenk van Leon de Winter, dat door het verbod op de reformatorische scholen wel iets moois moest hebben. Het viel bitter tegen, ook al kreeg ik een paar dagen later een tweede exemplaar van de lerares Nederlands. Wij als volwassenonderwijs vielen buiten de boot, maar de juf kende nog iemand van zo'n reformatorische school die het zonde vond om de boekjes bij het oud-papier te doen. Een boek is een boek, ook al wordt er in geneukt, dacht zelfs de streng gelovige die even vergat wat er allemaal wel niet in de bijbel gebeurt.

De boeken die ik na De Winter kocht vielen stuk voor stuk tegen. Een roman schrijven in opdracht is een lastige klus. Ik moet nog aan Tim Krabbé beginnen, ik ben benieuwd.

11 maart 2008

Leve de ouderdom

Grijze haren horen bij de schrijver en oude mannetjes ruiken hetzelfde als muffe boeken. Kortom, het thema van de boekenweek is geen thema, maar jaarlijks terugkerend feit. Ouderdom als thema ademt teveel de sfeer uit van teloorgang en verdriet. Dat de dementie toeslaat en de gelezen letters niet meer een verhaal vormen. Dat de bibberhanden het boek niet meer vast kunnen houden en de blaadjes scheuren bij het omslaan.
Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Wie de ouderdom kiest, verliest alleen maar. Leve de ouderdom, leve het boek dat iedereen koopt, maar niemand leest.

19 oktober 2007

De dijen van Sophie Hilbrand

Maarten 't Hart mocht je net lezen, maar Jan Wolkers ging echt te ver. In het onderwijs op gereformeerde grondslag waarin ik opgegroeid ben, was dit de centrale boodschap. Met Maarten 't Hart begon voor mij als zestienjarige de literatuur, Jan Wolkers kwam pas veel later.
Voor mij was het eerste optreden van Jan Wolkers in de populaire televisieserie Prettig geregeld met Anne Wil Blankers en Peter Faber. In de serie van het onderwijsechtpaar speelde elke week een bekende Nederlander mee. Die was dan te gast in de klas van Hanna (Anne Wil Blankers). Joris (Peter Faber) ontdekte dat zijn boekenkast geen enkel boek van Wolkers bezat en de grote schrijver zou zo langskomen. Bij een bevriende boekhandelaar leende hij het hele oeuvre van de schrijver.
De leerlingen in de klas vroegen de schrijver wat zijn mooiste boek was. 'De bijbel', zei hij resoluut. Ik twijfelde aan de oprechtheid van deze mening voor een NCRV-serie. Hoe kon iemand die zoveel vunzigheid schreef, de bijbel het mooiste boek vinden. Ik vergat dat de bijbel niet alleen een vroom boek is, maar soms ook heel expliciet kan zijn.
Erg leuk was dat de geleende boeken door Jan Wolkers uitvoerig werden gesigneerd. 'Ja, ik vond ze er veel te nieuw uitzien', reageerde de schrijver. Daarna kwam de grootste hilariteit toen Jan Wolkers de koeienpoep, die voor de tuin bedoeld was, op de muur in de hal smeerde, bij gebrek aan verf voor het kunstwerk dat hij de familie wilde aanbieden.

Pas veel later ging ik Jan Wolkers lezen toen hij in 1995 het boekenweekessay 'Zwarte bevrijding' schreef. Een essay waarin hij verbanden legt, zoals hij die ook in zijn romans kan leggen, maar met een veel sterkere intellectuele verdieping. Als ik bij dodenherdenking de Last Post hoor, denk ik altijd aan die zinsnede uit dit essay. Wolkers trekt de wereld van Laurel en Hardy zijn verhaal binnen als hij bij de dodenherdenking staat: 'En iedere keer had ik de neiging om met de tranen over mijn wangen te roepen, zoals Oliver Hardy in Saps at Sea, 'Blow the horn, Stan, blow the horn.'

Daarna volgde snel de wereld van de romans. Terug naar Oegstgeest, Kort Amerikaans, Groeten van Rottumerplaat met de naaktfoto van Wolkers achterop en Een roos van vlees, ik las ze allemaal. Het best is mij de roman bijgebleven over de politionele acties in Nederlands-Indië: De walgvogel. De wereld die hij oproept in zijn romans, maakte voor mij een nieuwe wereld open: de wereld van de echte literatuur. Compleet met vieze woorden, gevoelige scènes, de natuur en de dood.

Afgelopen juli kocht ik eindelijk de verzamelde essays De schuimspaan van de tijd van Jan Wolkers. Het summum van de Nederlandse essayistiek. Wolkers maakt van het essay een verhaal, waarin hij het intellectualisme naar binnen haalt. Ergens laten de essays een andere Wolkers zien, in een andere stijl. Net zoiets als De achtertuin, waarin Wolkers laat zien dat hij ook kinderen kan aanspreken.

Het is jammer dat hij niet meer onder ons is. Al merkte ik sinds zijn tachtigste verjaardag dat het kaarsje langzaam uitdoofde. Hij was op en dat merkte je in zijn hele verschijning.
Tegelijk gebeurde dat ook met zijn literatuur, het boekenweekgeschenk Zomerhitte tien jaar na het boekenweekessay viel mij enigzins tegen. De verfilming van dit boek, is helaas te laat voor Jan Wolkers. Hij was wel heel enthousiast over de dijen van Sophie Hilbrand tijdens de opnames vorige zomer.