12 juli 2012

Natte spitsroute

Regen en onweer treft vanmorgen mijn spitsroute naar het werk. Treinen die uitvallen en een bomvol boemeltje met voornamelijk staanplaatsen. Het hoort ook bij het type trein dat NS inzet. Een schakel van storingen manifesteert zich.

Ik regen voor de derde keer deze ochtend nat. Eerst bij het honden uitlaten, tweedst bij het fietsritje naar het station en derdst bij het ritje van station naar werk. Een flinke onweersbui hoort bij het einde van een mooie zomerdag, maar hier luidt het een dag in.

Het platje van het kunstwerk in de VU-vijver drijft in het water. Achter mijn werk verandert de straat in een waterzee. De auto’s rijden er stapvoets doorheen. Ze dansen in de plassen. Een fietser die trots aan de diepe plas begint, breekt halverwege zijn tocht af en loopt op de naastgelegen stoep verder.

11 juli 2012

Een uurtje later

Dan ga je een keer een uurtje later naar je werk. Een compleet andere wereld trekt aan je voorbij.

  • het is aanmerkelijk drukker op de weg als ik naar het station fiets
  • de trein is 2 keer zo lang
  • er zitten dubbel zoveel mensen in de trein
  • er zit dubbel zoveel leven in de mensen (bellen, praten)
  • bij de deuren wacht een flinke rij mensen
  • een grote massa reizigers verlaat het station
  • de rij auto’s bij het stoplicht is oneindig langer
  • er lopen veel meer mensen op straat
  • er is oneindig veel meer lawaai
  • het stinkt uitlaatgassen

Alle redenen waarom ik vroeg vertrek van huis. Niks mooier dan de rust van de ochtend. Het wakkerworden van de vogels en frisse lucht. Geef mij maar die wereld. Ik begin morgen gewoon weer op mijn tijd.

10 juli 2012

Vogelverschrikker

image
Vogelverschrikker op de Zuidas

Onderweg van en naar mijn werk loop ik langs een heuse vogelverschrikker. De lapjes waaien op en neer van de wind die op en neer giert tussen de hoge kantoorkrabbers. De maker heeft een poging gedaan het ding op een mens te laten lijken. De hoogte aan de stok, het flodderige hoofddeksel en de opwaaiende lap onderaan, geven het ergens de gestalte van een mens.

Niet dat de roeken, kraaien en kauwtjes zich iets aantrekken van de fleurige stoffen. Ze pikken dat het een lieve lust is tussen het groen. Net als dat het kruid welig tiert tussen alle groenten. Zelfs in de looppaadjes schieten de kruidsoorten op. Met de term onkruid ben ik het niet eens. Er hangen de mooiste en kleurigste bloemen in. Het is misschien ongewenst kruid. Ik erger mij er niet aan.

Soms zie je een mens over de smalle paadjes lopen. Vanmorgen liep een man met een groene gieter tussen de bedden met groenten. Hij goot wat van het vocht over de stukjes aarde. Een vogel schoot weg en deed zich aan de andere kant van het pad tegoed aan de rijpe groenten. De vogelverschrikker keek toe. En ik weet nu niet wie nu naar wie knipoogde.

09 juli 2012

Straatje schoonvegen

image

Enthousiast geworden door de border die ik vorige week aanlegde in de voortuin, begonnen aan het straatje in de achtertuin. De werkzaamheden hier liggen al stil sinds ik het platje voor de containers verplaatst heb achter de schuur. De border van rechtopstaande tegels hield ergens halverwege op.

Daarom heb ik afgelopen weekend de rest van de tegels in de grond geslagen en de ergste vuiligheid weggeveegd. Nu straalt een prachtig stukje tuin vanachter de tegelwand. De regen heeft gisteren en vandaag de rest van het vuil gewassen. De zandkorrels tussen de tegels gespoeld en het pad nog sterker zichtbaar gemaakt.

De enorme hoeveelheid hemelwater die gisteren uit de hemel viel, stroomde betrekkelijk snel weg. De plassen waren snel verdwenen. Ik had mijn straatje beter gelegd dan ik durfde te vermoeden.

08 juli 2012

Regen

De regen stroomt naar beneden. Een douchekop zou jaloers zijn op de sterkte van de vochtstralen. Ik ren een rondje, meen dat de buienradar vertelde dat het even droog zou blijven. De regen is niet koud, maar trekt mijn shirtje naar beneden.

Een brommertje rijdt voorbij en gutst het water van het fietspad omhoog. Een emmer water wordt tegen mijn lijf gegooid. Mocht nog iets droog zijn gebleven, dan is het nu nat. De brommerrijder is ver genoeg uit zicht om te schelden. Terwijl hij waarschijnlijk gniffelt vanachter het glas van zijn helm.

Het stroomt verder en de rit nadert bijna zijn einde. Zelden ben ik zo natgeregend. Ik zie natte hardlopers mij tegemoet lopen. Zelf hobbel ik achter een meisje aan bij wie het water een stroompje vanaf de paardenstaart naar beneden vormt.

En het kan nog harder regenen. De stof om het lichaam kan niet meer water opzuigen. De spons zit vol. Het haar doorweekt. Alsof het niet meer zal ophouden. De fietspaden vormen plassen water waarbij je van eiland naar eiland springt. De regen valt in een douche naar beneden. Ik zie geen verschil meer tussen droog en nat.

07 juli 2012

Gedachten bundelen

image
Een boek van Gerrit Komrij dat ik nog niet besproken heb, maar zeker wel gelezen heb.

Nog steeds hobbelen mijn gedachten bij gisteren. Hoe een dichter stierf. Hij die spotte met de dood, misschien omdat hij bang was. Hij die nog zoveel wilde, maar niet meer kon. Ik blader door al die boeken over hem, van hem. Marktplaats overstroomt van zijn werk. Mensen die een slaatje willen slaan.

Ik zoek mijzelf terug van het eerste stuk over hem tot het laatste. En wat hij ervan vond. ‘Je moet ze bundelen tot een boekje’, zei hij. ‘En ik koop het eerste exemplaar.’ Het is niet van een boekje gekomen, daarom bundel ik de bijdragen in een serie links:

06 juli 2012

Annihilate - bij de dood van Gerrit Komrij

image

Het begint bij een bericht op nu.nl. Ik schrik en weet tegelijk dat dit komen zou. De laatste tijd was het erg stil op facebook. Het laatste bericht was raadselachtig en duidelijk tegelijk: ‘Binnenkort verchijnt: bijna gelukte annhihilate.’ De zin bevat een paar schrijffouten, zeer tegen de gewoonte van Gerrit Komrij in. Met een duidelijke verwijzening naar ‘annihilate’, de totale destructie. Het einde.

Ik las het op die 2e juni dat hij op zijn mobiel aan zijn vrienden typte en wist dat het einde, de totale destructie, naderde. Alleen besefte ik het niet. Soms wil je het niet geloven en hoop je tegen beter weten in. En dan is er het antwoord vanmorgen bij het opstaan.

Misschien heb ik er meer in gelezen dan er stond. Voor mij was het vanmorgen duidelijk dat mijn gedachten niet fout waren. We missen een goede dichter, misschien wel de laatste schrijver uit de 19e eeuw.

05 juli 2012

Slakkennat

image

De slak geniet van de regen. Traag grazen zijn voelsprieten langs de waterdruppels op het blad. Zonder een hap te nemen glijdt zijn lijf verder over het groen. De voelsprieten groeien en krimpen. Zijn lijf slijmt vooruit, breed zuigt hij het nat naar binnen. Eindelijk.

04 juli 2012

Opgevangen merel

image

De jonge merel kreeg van Doris de naam Pieppiep. ‘Dat zegt hij steeds’, was het argument voor deze keuze. Het diertje voelde zich snel thuis in de boodschappenkrat die we voor hem hadden gemaakt. Het kleedje dat ik erin had gelegd vulde zich al snel met poep. Het bakje water gebruikte Pieppiep niet om te drinken. Hij wachtte rustig met zijn kont in het nat tot de volgende maaltijd.

Elk halfuur krijste hij door het huis en eiste een nieuwe maaltijd op. Een hap was genoeg om hem stil te krijgen, waarna hij de snavel stijf dichthield voor de volgende hap. De uitstraling leek elke voedingronde eigenwijzer te worden. Een mereljong trekt al zo’n verwend smoel, wachtend op een nieuwe maaltijd kijkt hij in de wereld of deze om hem draait. En dat was ook een beetje het geval.

image
Hij wil niet meer

Het grootbrengen van een merel vraagt een huishouden waarbij de hele dag iemand voor hem beschikbaar is. In onze praktijk is dat wat lastig. Daarom hebben we het diertje naar de vogelopvang gebracht. Deze zit een paar straten verder. De vrouw die deze dieren houdt en verzorgt heeft het hele huis volstaan met jonge vogels.

Zeker in het voorjaar is het een komen en gaan van vogelkuikens. Gevallen uit het nest, verstoten door de ouders of opgejaagd door kat en ekster. Pieppiep kreeg een plekje en zal met een week groot genoeg zijn om het zelf te redden in deze grote boze wereld. Of hij dan wat minder eigenwijs de wereld inkijkt?

image
De wereld draait om deze eigenwijze blik heen

03 juli 2012

Jonge merel

Met afgrijzen en bewondering zag ik een tijdje terug hoe Jan Wolkers een jonge merel grootbracht. Hij zei zoveel jonge vogels te hebben opgevoed dat ze hem zonder problemen met z’n allen naar de hemel kunnen vliegen. Ik vroeg me af hoe je zoveel merels bij elkaar kunt vinden. Ik had nog nooit een mereljong kunnen redden uit de klauwen van ekster of kat. Tot ik gisteravond ineens een hoog gegil uit het nest in onze voortuin hoorde komen.

Het was mij zonneklaar: de kat had beet. Eindelijk, al dagen loerde hij op het nest. Herhaaldelijk hebben wij hem weggestuurd, maar hij bleef geobsedeerd door het nest van de merels. Ik ontdekte het nest laatst. Het viel mij op dat er veel activiteit was in het bosje bij ons voorraam.

Toen ik een paar dagen later een deel van de plantenweelde inkortte vloog een angstige merel mij in de haren. Hier zat dus een nest. Een paar dagen geleden zag ik de hongere monden en hoorde het piepen van de jongen.

Tot gisteravond. We wilden net naar bed gaan. Het hoge gegil kwam boven alles uit. Ik holde naar buiten en zag een jonge merel weghippen. Inge ving het diertje even later. We zochten een krat om hem in te laten overnachten en legden er een handdoek overheen. Inge speurde op internet wat je zo’n diertje moet geven.

Ik ging naar buiten om te zoeken naar andere overlevenden. Voor mijn voeten schoot nog een jong weg. Hij dook in de bosjes en ik heb hem tot mijn grote spijt niet meer gezien. Lang ben ik de bosjes afgegaan en scheen bij met een zaklampje. Het slachtoffer heb ik niet kunnen achterhalen.

Inge haalde ondertussen kattenvoer bij de buren. Daarna voerde ze het beestje. Ze kunnen grootworden op kattenvoer, alleen blijft het verstandig de vogelbescherming in te schakelen. De jonge merel vraagt namelijk best veel zorg en dat is lastig te combineren als je allebei overdag werkt.

Vanmorgen was ik aan de beurt en mocht de vogel voeren. Het ging er snel in. Het bekje bleef maar opengaan. De happen kattenvoer vlogen achter elkaar door de opengesperde snavel. Zo’n diertje maakt nog een flink kabaal binnen. Een parkiet kan daar nog veel van leren.

Zo voelde ik mij even een Jan Wolkers, die zachtfluitend een mereljong voert met natte stukjes brood, wormpjes en een half vergane aardbei. De hoeveelheid jongen die ik mocht redden uit de klauwen van de buurtkatten en grijpgrage snavels van eksters en kauwtjes, is met één een beetje magertjes. Maar je weet nooit wat je nog vindt in een mensenleven.