10 oktober 2012

Eekhoorntje

image

In de pauze naar buiten. De stralende zon heeft mij uitgenodigd. Ik neem het paadje door de bossages. Het loopt evenwijdig met de brede weg. De bladeren ritselen onder mijn voeten. De populieren hebben nog meer blad verloren de laatste weken.

In de donkergroene en bruine bladeren zie ik opeens een diertje zitten. Ik kijk nog eens goed. De bruine pluimstaart en de puntige oortjes herken ik. Een eekhoorntje. Het dier ziet mij ook en schiet weg naar de dichtstbijzijnde boom. Vliegensvlug rent het aan de stam omhoog. Ik kijk het na.

Het diertje stopt met rennen, draait half om de stam heen en koekeloert van een veilige hoogte naar mij. Het piept hoge uithalen, klimt weer een stukje omhoog en kijkt dan vanaf een tak naar beneden. Weer het piepen. Nog een klein stukje hoger en weer kijken naar mij.

Dan keert het diertje om en schiet terug naar beneden. Weer langs de stam, even stoppen en koekeloeren om de brede boomstam heen. Ik sta nog altijd stil en geniet van het samenzijn met dit diertje. Dan kiest de eekhoorn het hazenpad. Hij schiet weg over de grond naar een andere boom en is verdwenen.

09 oktober 2012

Kip en ei

We lopen het futuristische gebouw van de kinderboerderij uit. Via de konijnen naar de kippen. Ze tuurt door het raampje van het nachtverblijf. ‘Kijk, daar ligt een ei’, zegt ze. ‘Ik ga het vertellen aan de boerin.’ Ik vind het prima.

Ze is alweer verdwenen, de blokkendoos in op zoek naar de beheerder. De varkens wroeten in het hooi. Ze duwen de strootjes omhoog. De neuzen schuren over de betonnen ondergrond. Genoegzaam bootsen de kleine varkens het gedrag van moeder na.

De boerin is gevonden. ‘De kippen hebben een eitje gelegd’, vertelt ze. ‘O’, antwoordt de medewerkster. ‘Dan moeten we het maar even ophalen.’ We lopen weer naar buiten naar het hok van de kippen. De sleutel in het slot, de deur open. ‘Pak het maar.’ Ze klimt over de stok. Restjes poep liggen op het hout.

De legkastjes staan achter de stok. Het ei ligt er imposant en opvallend tegen het houten schotje. Ze pakt het grote ei. Het past nauwelijks in haar hand. ‘Ach, doet u maar een doosje eieren’, zeg ik en geef haar het benodigde geld. ‘Ik ga het even halen’, zegt de beheerder. ‘Dan komt jouw ei erbij’, zegt ze. Doris kijkt trots naar het enorme ei in haar hand. ‘Dan gaan we dit ei koken en mag ik het eten.’

08 oktober 2012

Speeltuin in herfst

image

De speeltuin in de herfst. Het najaarszonnetje schijnt op het bankje waar ik een plekje verworven heb. Naast een vader. De jassen en tassen staan om hem heen uitgestald. De kinderen gillen verderop in het grote speelltoestel. Het woord Turk staat nog altijd breed uitgeschreven op de onderkant van de glijbaan.

Een moeder staat met een filmapparaat bij een speelhuisje. Haar zoontje bakt zandtaartjes. ‘Meneer, wat kost een taartje?’ vraagt het meisje dat buiten het huisje staat. Het kind bukt om nieuw zand te rapen. Hij kwakt het op de toonbank en vormt met zijn handen een nieuw taartje.

Pal achter moeder staat opa. Hij fotografeert zijn kleinkind. Een hele filmploeg is deze zondagochtend uitgerukt om de verrichtingen van de dreumes vast te leggen. De vader naast mij op het bankje, houdt zijn telefoon omhoog. Ik hoor een klik.

Een kind rent naar ons toe. Aan zijn arm bengelt het laatste stukje jas. Hij hijgt, gooit de jas het bankje en rent weer weg. De jas valt midden in de modderpoel. Zwijgend trekt vader de rode regenjas omhoog.

Mijn potlood trekt fijngeslepen kruisjes en streepjes langs de gedichten. Ik kijk af en toe op naar de spelende kinderen. De vader naast mij heeft er tabak van, pakt de stapel jassen en tassen en loopt weg naar het grote speeltoestel. Kinderen gillen om hem heen. Ze klimmen omhoog via de groene, rode en gele knoppen van de klimwand.

Een moeder heeft het vrije plekje naast mij ontdekt. Als een meeuw op een broodkorst stort ze zich op de het lege stukje bank. Ze zucht, haalt haar handen door het haar en doet een zonnebril op. De bril beschermt niet alleen tegen het zonlicht, maar ook tegen het gegil van haar dochter. Het meisje met de lange blonden haren rent naar het klimtoestel en hijst het lange puberlijf zo de hoogte in.

Daarna begint het meisje op de metalen tunnelbuis van de glijbaan te kloppen. Metaal op metaal klinkt schel over het speelterrein. Waarmee ze op de glijbaan slaat, weet ik niet. Dat het herrie maakt wel. ‘Hoor je het’, gilt ze uit de tunnelbuis. Haar broertje holt over het terrein. ‘Nog verder’, roept ze. Het jochie staat aan de andere kant van de speeltuin en zijn zus slaat nog harder op het metaal.

Ik zie de geërgerde blik door de zonnebril heen. Ze staat op en loopt moedig naar het klimtoestel. ‘Hou daarmee op’, roept ze nog harder dan haar dochter zojuist gilde. ‘Ach wijf, bemoei je met je eigen zaken’, brult de puber terug. Moeder druipt af en draait zich halverwege toch nog even om. ‘Als je maar stopt.’

Ze trommelt weer verder. Een moeder tilt haar peuter in het toestel. ‘Hé, houd daar eens mee op’, brult ze omhoog. Het slaan stopt abrupt en het meisje glijdt naar beneden. Ik sla weer een bladzijde om van de stapel vellen met gedichten. Geen beter moment van selectie dan in de zon op een bankje. Moeder pakt haar boeltje op en loopt naar de schommels waar dochter en zoon slingeren. ‘We gaan’, gilt ze en ze loopt weg zonder een antwoord af te wachten.

07 oktober 2012

Hardlopen met de honden

Hardlopen met de honden. Dat lijkt me geweldig. Ik probeerde het een paar maanden terug, maar het ging nog niet zoals ik wenste. Vrijdag deed ik het nog een keer. En het ging boven al mijn verwachtingen.

Ik rende door het park het rondje dat ik normaal met ze loop. Zelfs een eindje verder. Met ons liep wel een paar honderd meter een ander hondje mee. Het leidde ons niet af van de missie: samen hardlopen. De achtervolger hebben we gewoon van ons afgeschud met de Cesar-methode.

Vanmiddag wilde ik het weer een keer proberen. Weer de hardloopkleren aan en dan lekker hollen. Ik geef ze tussendoor een rustpauze om te snuffelen en eventuele behoeftes te doen. Teun heeft er superveel plezier in. Saartje loopt het begin heel enthousiast mee, maar krijgt het verderop wat zwaarder.

Daarom passen we ons tempo aan op de langzaamste. Ze vinden het allebei erg leuk. Vrijdag liepen we nog een kilometer of 3. Vandaag toch al wel 4. Zo bouwen we het langzaam maar zeker op.

Bij thuiskomst vielen de 2 teckels vrijwel meteen in slaap. Overigens verbaas ik mij erover hoe snel een hondenlijf zich herstelt van zo’n inspanning. Een klein uurtje later verstouwden ze heerlijk stuk kalkoenvleugel.

Meer dan verdiend. Dat zeker.

06 oktober 2012

C-diploma

Wel even raar toen ze vorige week na de zwemles bij me kwam met het briefje: ze mocht proefzwemmen voor diploma C. Een dag later zaten we weer in het zwembad. Ze haperde bij de borstcrawl. Die moest ze overdoen. De badmeesters waren tevreden met het resultaat: ze mocht afzwemmen.

Daar zaten we vandaag dan. Dit keer mochten we aan de badrand aanmoedigen en kijken naar de verrichtingen van ons kind. Wat een trots zwom daar. De kleren aan, met een koprol in het water, blijven drijven en 100 meter met de kleren aan zwemmen. Al klauterend over de matrassen in het water. Het ging prima.

De eerste duik, een koprol met de kleren aan

De borstcrawl happerde wel even, maar verder alles prima. Wat een prestatie. Ik zag een zelfverzekerd meisje zwemmen. Zenuwachtig. Zeker ook toen de badmeester grapte dat er twee mensen gezakt waren. Het waren de reddingspoppen langs de waterkant. Die bakten er inderdaad weinig van.

Hebbes! Diploma C!

De zwemmers in het water leverden allemaal mooie prestaties. Iedereen kreeg het diploma. Het 9 meter onderwater zwemmen was natuurlijk spectaculair. Bijna net zo spannend als de 5 meter voor het A-diploma en de 7 meter bij het B-diploma.

05 oktober 2012

Fiets gestolen?

image

Een groepje jongeren heeft zich verzameld op de brug. Ouderen vinden het niet zo interessant te zien dat een meisje tot haar oksels in de gracht staat. Ze fietsen voorbij en werpen hoogstens een blik naar het buurmeisje. Het buurmeisje staat muisstil. Op zoek naar haar sleutels en de bonuskaart. De herdershond rent heen en weer.

Een meisje hangt half over de brug en kijkt. Ze roept iets naar een vriendin. ‘Ik ga naar huis’ en loopt weg. Ze heeft een paar stappen gezet en komt alweer terug. ‘Mijn fiets is gestolen’, zegt ze geschrokken naar de vriendin. ‘Ik heb hem daar neergezet.’ Ze wijst naar de bosjes. ‘En het is niet eens mijn eigen fiets.’

Haar lichaam krimpt in elkaar. ‘Ik had hem maar even neergezet tegen de bosjes.’ Haar vriendin kijkt haar meelevend aan. Ik heb het gevoel iets te moeten zeggen. Ik sta precies tussen de 2 meisjes in op de brug. ‘Tjonge’, zeg ik. ‘Het is toch wat. Weet je zeker dat hij daar stond?’ Ze kijkt angstig om zich heen. ‘O nee, daar staat hij.’

‘Ik blijf nog even’, zegt haar vriendin. ‘Zet hem maar wel op slot’, zeg ik. ‘Ja’, antwoordt het meisje. Ze rent naar de fiets toe, draait hem in het slot en loopt terug naar de brug om verder te kijken.

04 oktober 2012

Bonuskaart

zoek de bonuskaart

We liepen met de honden een rondje. Bij de gracht blafte een hond. We kwamen dichterbij zodat we wat beter konden zien wat er aan de hand was. De herdershond rende van de brug naar de waterkant en sprong het water in. Hij zwom naar het meisje dat midden in de gracht stond. Het was het buurmeisje.

De hond is niet uit het vriendelijkste hout gesneden. Het meisje van wie de hond was, keek benauwd toen ik met de honden kwam aanlopen. Daarom liep ik maar een blokje om. Ze bedankte me vanaf de brug waar ze stond.

Het buurmeisje stond stokstijf in het koude water. Midden in de gracht. Het water kwam tot aan haar oksels. De hond bleef blaffen. Ik vroeg me af wat ze daar deed. Er stond genoeg publiek omheen om niet in actie te komen. Ik wist ook dat mensen juist verdronken onder toeziend oog van een menigte. Niemand voelde zich verantwoordelijk iets te doen.

Ik liep om de brug heen en zag het tafereel vanaf de overkant. Het buurmeisje zag mag van onder de brug. ‘Hoi buurman.’ Ze zwaaide. Ik zwaaide terug. Doris stond inmiddels bij de groep kinderen. De fietsen van de voorbijgangers waren gestald tegen de brug en de omliggende bosjes.

Doris vond het wel interessant om het buurmeisje zo in het water te zien staan. Ze hing naast de anderen over het bruggetje. De herdershond holde zenuwachtig van de brug naar de waterkant en terug. Als hij op de brug stond, blafte hij naar het meisje. Vanaf de waterkant ook. Hij sprong niet meer in het water.

De hond bleef zenuwachtig blaffen. Ik hoorde het geblaf achter de huizenblokken vandaan komen bij het naar huis brengen van de honden. Het leek mij verstandig bij thuiskomst eerst maar eens een kijkje te nemen op de brug.

De herder rende nog steeds. Stond op de brug naar beneden te blaffen, liep zenuwachtig naar de waterkant en blafte weer. ‘Wat doet ze daar in het water?’ vroeg ik. ‘Ze is haar sleutels kwijt en die zijn heel belangrijk. Er zit een bonuskaart aan.’

‘Het is koud’, klaagde het buurmeisje. ‘Je moet dieper’, riep het meisje van de herdershond. ‘Maar het is koud. Het komt tot mijn borsten.’ Ze keek mij indringend aan. Het meisje van de herder gooide haar een stokje toe. Ze roerde in het water met het houtje. ‘Daar moet hij liggen.’

Het buurmeisje zette een stap. ‘Mijn schoenen zitten vast.’ Ze maakte bewegingen met haar benen. Het water vormde golfjes aan het oppervlak. Een eendje zwom voorbij net buiten bereik van het buurmeisje. ‘Dag buurman’, zei ze weer. Ik had genoeg gezien. Die vindt die sleutel nooit, dacht ik en ik liep terug naar huis. De herdershond blafte nog lang.

03 oktober 2012

Unboxing ‘Boemerang’ Gerrit Komrij

image
De postuum verschenen dichtbundel Boemerang en andere gedichten van Gerrit Komrij

De postuum verschenen dichtbundel Boemerang en andere gedichten van Gerrit Komrij lag gisteren in mijn brievenbus. Ik vond dit bij dé gelegenheid voor een nieuwe unboxing video. Het is een lange geworden, maar dat komt ook omdat het een heel bijzondere uitgave is.

Ik blader door het boek, herken de hand van de maker in de opzet voorin het boekje. Met een uiterste precisie zet hij planmatig de bundel op. Hij schrijft in een lijstje suggesties voor de gedichten die hij wil opnemen en nog te schrijven gedichten. Hij noemt het aantal gedichten (77) en stelt zorgvuldig de series samen.

‘Vier gedichten uit een cyclus in wording’ staat bij de gedichten die hij typeert als ‘Nagekomen Oriëntalisme’. Het lijkt wel een persiflage op oude gedichten als ‘Unvollendete’ in Verwoest Arcacië schreef. Dit keer is het ernst. De 4 sonnetten verwijzen naar Komrij’s ervaringen in een ziekenhuis in Kuala Lumpur. Een surrealistische sfeer drukken de gedichten uit. Onno Blom noemde de ziekenhuisopname en operatie in zijn toespraak bij het afscheid van Komrij.

De bundel kondigt Komrij zelf in januari aan in een interview met Onno Blom voor het poëzietijdschrift Awater. De dood zit hem op de hielen, maar hij verklapt weinig aan de lezers van het interview. Zelfs niet als Blom hem hier vrij expliciet naar vraagt. Komrij verstopt zich in zijn gedichten. En zo moet het ook.

Zo is Boemerang een ontmoeting met de overleden dichter. Bij een cyclus staat cryptisch ‘ik > je?’ Het is ‘ik’ gebleven. Stiekem pas ik de redigeer-trucjes toe. Ik voel me even op de stoel van de dichter zitten. Bij elke bladzijde besef ik dat een bijzonder mens er niet meer is.

02 oktober 2012

Kersenplukster

kersenpluk in Almere

De stokken waren aan elkaar gebonden met dikke stukken touw en tape. Zo vormden de 3 bezemstelen samen een lange stok. Ze hield de stok omhoog. Hij slingerde vervaarlijk hoog in de lucht. Een korte beweging naar voren maakte ze. De stok zwierde naar achteren.

Een snelle beweging volgde. Het rokje zwierde mee. Een stukje been ontblootte. De lange stok raakte bovenin met een smak de hoge tak. Er viel iets naar beneden. De vrouw liet de stok vrijwel meteen in het gras vallen, waarna ze op het gevallene dook.

Ze griste de vruchten uit de losse takken en bladeren. Met de kersen was de halve boom mee naar beneden gevallen. De vingers grepen snel naar de grond. De handen maakten vlugge bewegingen. Ze liep met de handen vol naar de plastic tas en gooide de kersen erin. Op de tas grinnikte een oranje hamster haar na.

Ze tuurde omhoog op zoek naar een nieuwe bundel vruchten. In het gras lag een nog langere stok. Deze was eveneens gebundeld met dikke stukken touw en plakband. Ze pakte de lange stok en hees het gevaarte de lucht in. De wind greep de stok. Zij trok als een dronkenman over het veldje. De stok slingerde hoog in de lucht en raakte met een knal de kroon van de boom. Een tak brak en viel met een plof neer. Vlak naast de vrouw.

Dat scheelde niet veel. De vrouw trok er zich weinig van aan. De stok gleed door haar handen. Ze liet hem in het gras vallen. Even waren haar handen vrij. Ze trok haar hoofddoekje recht en liep naar de gevallen tak. De rok slingerde mee in de wind. Daar graaide ze in het gras. Haar ogen speurden naar de kersen. Haar vingers grepen ze snel tussen het groen en de hondenpoep. Weer boog ze naar de hamstertas en liet de vruchten erin vallen.

De ogen tuurden alweer omhoog op zoek naar de volgende bundel rijpe kersen.

01 oktober 2012

Unboxing in tropenpak

Een nieuw bezoek aan de kringloopwinkel, bracht mij niet alleen een tropenpak. Ik liep gelijk even langs de boekenafdeling en deed weer een paar interessante vondsten. Zo stuitte ik op Het leven der dieren van Alfred Brehm.

Deze 19e eeuwse zoöloog Brehm schreef populairwetenschappelijke boeken over dieren. Het leven der dieren is zijn bekendste werk. Het is een mooi, rijk geïllustreerd werk met uitvoerige beschrijvingen van diersoorten.

Daarnaast ook wat boeken voor bij de literatuurverzameling. Anton van Duinkerken en Jef Geeraerts, de eerste 2 delen uit de serie Gangreen,  en de verhalenbundel De reis van de lege flessen van Kader Abdollah. En van W.L.M.E. van Leeuwen Avonden op Drienerwolde, herinneringen en ontmoetingen met schrijvers als Du Perron, Marsman en Ter Braak.

Of het dichtbundeltje O vrijheid van de historicus Pieter Geyl (1887-1966). Hierin publiceert hij gedichten over zijn periode in Buchenwald en later in kamp Sint-Michielsgestel. Daar zat hij met meer kunstenaars en wetenschappers. Zo was hij (met Anton van Duikerkerken) een van de toehoorders van Vestdijks cursus dichten. Later gebundeld in De glanzende kiemcel.

Ik maakte er weer unboxing-filmpje van in mijn tropenpak. Misschien niet zo sprankelend als vorige week – de vermoeidheid sloeg toe – maar leuk genoeg om te bekijken.