14 maart 2017

Op zoek naar de kiwi

We zoeken de kiwi van vogelpark Avifauna. Hij zit verborgen in het nachthok. In deze donkere ruimtes wordt de nacht nagebootst. Bij de ingang van het verblijf zit de torenuil heel trots op het torentje. Hij staart wijs in onze richting. Of hij slaapt of wakker is, weet je eigenlijk niet. Hij heeft de ogen open, maar is verder heel stil.

We stappen het hok in. Het is stikdonker en ik zie wel wat bewegen. Als we er met z’n allen naar kijken, ziet Inge precies op dat moment achter ons iets wegschieten. Misschien is het de kiwi, maar of hij het echt was, zullen we nooit te weten komen. Helaas.

De roofvogelshow wat later, is bijna net zo indrukwekkend als de eerdere show met de papagaai-achtigen. Hier zie ik een gier uit Egypte, in de weer met een ei. Ik heb het beeld laatst in een presentatie gebruikt als metafoor voor een ontbijt met een eitje.

De gier, de arend en de wouw. Ze vliegen over ons heen. Het maakt veel indruk. Alleen de verrassing om de beesten echt te zien vliegen alsof je in de tropen bent. Dat gevoel is wat minder sterk aanwezig bij deze show. Misschien zijn we net verwend, maar het moment dat de ara’s uit het hok kwamen en in onze richting kwamen. Dat gevoel, is onvergetelijk. Wat een prachtig beeld!

Dit is het laatste deel van een 3-delige serie over het vogelpark Avifauna. We zijn er vorig jaar september geweest.

13 maart 2017

Vogelshow in het zonnetje

Daarna lopen we om de andere kant van de vijver terug naar het park. Genieten van de rode panda’s die heerlijk in het zonnetje liggen, hoog in de boom. Ze kijken soms verstoord op, om daarna met hun neus weer in hun vacht te kruipen.

Het is wel tijd voor de lunch. Naast de paar broodjes die we bij ons hebben, nemen we ook wat patatjes en een kroketje. Onderwijl praten we over alles en niks. De tijd goed in de gaten houdend, want straks begint de grote vogelshow in het midden van het park.

Het is al druk op de tribunes van vogelpark Avifauna. We vinden een mooi plekje en gaan er zitten in het warme najaarszonnetje. Je zou niet denken dat dit het laatste weekend van september is. We weten niet goed wat we hier nu van kunnen verwachten, maar het is overweldigend.

Vanaf het moment dat de hokken aan de overkant van de vijver opengaan, kijk ik met grote ogen wat er hier gebeurt. De grote ara’s vliegen over. De lange staarten achter zich aan. Net als de neushoornvogel of de vele gele parkieten. Wat een schoonheid. Dit is echt genieten en we krijgen er nog een leuk lesje bij ook.

Ze vliegen allemaal langs. Sommige krijsen, anderen volgen gedwee de instructies op van de presentatoren. Alles vliegt en komt langs. Tot en met het bijzondere vogeltje dat de muntjes in ontvangst mag nemen voor het goede doel. Hij weet ze behendig in de collectiepot te stoppen. Alle reden om na afloop contant te betalen.

Dit is het 2e deel van een verslag van een bezoek aan Avifauna, september vorig jaar. Lees morgen het laatste deel.

12 maart 2017

De vogels van Avifauna

We gaan een dagje naar het vogelpark Avifauna in Alphen aan de Rijn. Mijn moeder kon kaartjes krijgen. Omdat we op haar verjaardag in Aviodrome gratis binnenkonden, krijgen wij dit bezoekje aan het vogelpark. Bovendien zijn we allemaal gek op vogels. Een heerlijke traktatie aan het eind van de zomer.

Het mooie weer is een enorme kers op de appelmoes, om in ‘Van de Valk’-beeldspraak te blijven. We zijn erg nieuwsgierig naar de vele vogels die het park herbergt. Niet alleen bijzondere vogelsoorten, maar ook bijvoorbeeld een grote kolonie ooievaars, net als de wilde aalscholvers en talloze kauwtjes die in het park te vinden zijn.

Al bij binnenkomst worden we enthousiast onthaald door vrijwilligers die tekst en uitleg geven over de vogels. Vandaag is het de dag van de kasuaris, een vogel met een buitengewoon bijzondere kop, het lijkt of er een helm op geplakt zit. Net als de vlijmscherpe klauw, een dolknagel, aan de poten waarmee het dier dat op Nieuw-Guinea leeft, heel goed zijn vijanden te lijf kan gaan. Het dier is lastig te zien. Hij leeft alleen, ze vliegen elkaar anders te lijf. Vandaag houdt hij zich verborgen achter een schotje.

We lopen naar de grote vijver achter, een groot helofytenfilter. Daar is een mooie groep pelikanen en flamingo’s te bewonderen. Net als een paar oude ooievaars. Er hangen bordjes bij die vertellen dat de dieren misschien ongezond ogen, maar ze zijn gewoon oud en mogen hun laatste dagen hier in het park slijten.

We lopen achterlangs de vijver om naar het voeren van de halfapen te gaan kijken. Het is nog niet zover, maar de apen zijn duidelijk te zien al best zenuwachtig. Er zijn ringstaartmaki’s en rode vari’s in dit gedeelte van het vogelpark.

Terwijl we daar op een laag hekje gaan zitten, komen de ringstaartmaki’s dichterbij. De bordjes verbieden om ze aan te halen. Het valt daarom ook best op dat ze zo dichtbij komen. Ze zijn geïnteresseerd in de tas van mijn vader, maar komen even later ook naast ons zitten. Er zit er zelfs eentje even op schoot bij Inge. Ze krijgt zelfs de kans om een leuke selfie te maken. Zo behendig als hele apen is deze ringstaartmaki gelukkig niet. Hij pakt niet brutaal het mobieltje af om er mee te gaan spelen.

De toelichting die de verzorger even later geeft is verhelderend. Ze zijn zo tam omdat ze niet aangehaald worden, blijkt. De kolonie bestaat alleen uit mannen. Alleen de kroonmaki’s bestaat uit een stelletje. Het mannetje verdedigt zijn wijfje tegen alle aanwezige halfapen.

Dit is het 1e deel van een verslag van een bezoek aan Avifauna, september vorig jaar. Lees morgen het 2e deel.

11 maart 2017

Tubantia

Jan Cremer is in zijn roman Fernweh ongenadig naar een aantal Twentse kopstukken. Zo moet de directeur-hoofdredacteur van Tubantia, Houwert, eraan geloven.

Cremer schrijft dat zijn vader niet tegen de halfslachtige houding van Houwert tegenover de bezetter kan. Daarom ontaardt het in een knetterende ruzie tussen de 2 Twentenaren. En dat komt niet goed meer.

Waar ikzelf zo’n dertien jaar later nog mee te maken krijg. Op de advertentie in Tubantia ‘Leerling-journalist gevraagd’ heb ik gereageerd, ik ben vijftien, en na een sollicitatiegesprek en een persoonlijke rondleiding door de drukkerij met de enthousiast geworden heer Houwert word ik aangenomen. (178)

Hij mag maandag beginnen, maar de volgende dag moet hij toch nog even langskomen. Daar krijgt hij de vaag van de directeur-hoofdredacteur: ‘Heet jouw vader toevallig ook Jan?’

Het antwoord laat zich raden en Jan Cremer kan fluiten naar deze functie.

Ik heb de zoon van deze Houwert gekend. Hij bestierde toen de burelen van Wegener. Een heuse krantenman, maar wel met een vergelijkbare norsheid over zich. En of hij zou heulen met de vijand? Dat durf ik niet te zeggen.

Jan Cremer: Odyssee, Fernweh. 1e deel uit de Odyssee-cyclus. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 9982 4. 288 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

10 maart 2017

Smoezelig - #fietsvakantie

Het valt toch een beetje tegen hoe we uiteindelijk weer een stuk moeten terugfietsen om een camping te vinden. We passeren weer het water waarop de dikke groene drab drijft.

Dan komen we weer uit bij de doorgaande weg tussen Tubbergen en Langeveen. Pakken de lange kaarsrechte weg. De tijd begint te dringen. Altijd weer een speurtocht naar die verborgen camping.


Deze boerencamping ligt heel mooi. Alleen is er niemand als ik mij aanmeld. Ik beland bij het huisje van opa en oma. Een oude man in smoezelige kleding loopt moeizaam naar een scootmobiel en gaat mij voor.

Dikke vetvlekken op zijn broek en zijn verwassen overhemd. Zo hobbelt hij ons op zijn elektrische vehikel voor op zoek naar een plekje. Eigenlijk mag ik hem overal neerzetten. Zo speuren we wat rond. Het grasveld ligt prachtig naar een berkenbos. Gaan we de tent naast de caravan met kinderen zetten of toch achter de laurierhaag?

Zo vinden wij een plekje achter de haag van laurierbomen. Snel tent opzetten, iets warm maken voor de avond. Allemaal nog net op het moment dat het licht is. De volle maan komt op boven de bomen waarop wij uitkijken. Verder is het helemaal stil.

Echt vakantie.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

07 maart 2017

Verraad

In zijn roman Odyssee, Fernweh geeft Jan Cremer een indringend portret van de Tweede Wereldoorlog. Hij verliest in die periode niet alleen zijn vader, maar veel meer.

Zijn moeder, een Hongaarse dame van adel, lijkt ondanks haar huwelijk met Jan Cremer geen aanspraak te mogen maken op zijn bezittingen na haar mans overlijden. Aan het eind van de oorlog worden ze opgesloten in Kamp Scholten, als vermeende NSB’ers. De buren pikken alles in:

Toen we terug uit het kamp kwamen en waren leeggeroofd, liepen de kinderen van schoenmaker Nijhuis in mijn kleren, zijn vrouw in de jurken en jassen van mijn moeder, stonden delen van onze huisraad – de schemerlamp – in hun huis. (243)

Jan Cremer kan niet begrijpen dat je van naast buren kon pikken en het zonder schaamte open en bloot liet zien. Het verraad is groot en zijn moeder vergeeft het de buren nooit. Later maakt de slager aanspraak op het huis en raken ze van de ene op de andere dag dakloos. Het begin van een zwerftocht door de stad.

Het helpt zijn moeder niet om anders over haar overleden man en de Nederlanders te denken. Als Hongaarse van adel ziet ze de toestand waarin ze is terechtgekomen als een grote vernedering.

Als ze later de kans krijgt terug te keren naar haar geboorteland, ziet ze er op de laatste nipper vanaf. Het is opnieuw haar eer die haar tegenhoudt. Ze vindt dat ze als grande dame ontvangen moet worden.

Jan Cremer: Odyssee, Fernweh. 1e deel uit de Odyssee-cyclus. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 9982 4. 288 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

06 maart 2017

Twente: land tussen Overijsselse Heuvelrug en Teutoburger Wald

Met liefde schrijft Jan Cremer over Twente. Is het in zijn debuutroman Ik, Jan Cremer juist de Twentse benepenheid die het moet ontgelden, in Odyssee, Fernweh is het de basis van waaruit vader Jan Cremer werkt. Hij keert na al zijn reizen altijd weer terug in Enschede om weer zijn diensten als elektricien aan te bieden. Al gooit hij gerust de winkel weer dicht om een paar maanden op reis te gaan naar Spanje of Syrië.

Jan Cremer schrijft dat zijn vader niet de voorkeur voor de zee heeft. Hij heeft liever vaste grond onder de voeten. Mogelijk ook veroorzaakt door zijn achtergrond. De Twentse bodem brengt hem naar het verlangen naar stevige grond en niet naar de onstuimige zee:

Opgegroeid immers in het lage land, tussen de Overijsselse Heuvelruge en het Teutoburger Wald was hij thuis in de dichte wouden voorbij Münster. Hij maakte daar dagenlange wandeltochten en logeerde dan in Hotel Drei Kronen in Tecklenburg. (132/3)

Tegelijkertijd zorgde het bij de oude Cremer wel voor een voorliefde voor de bergen. Hij hield niet van het vlakke land. Dat had zijn vader gemeen met Jan Cremers moeder: zij heeft nooit kunnen aarden in het kale en vlakke land en verlangde hartstochtelijk naar de heuvels en bergen van haar jeugd.

Jan Cremer: Odyssee, Fernweh. 1e deel uit de Odyssee-cyclus. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 9982 4. 288 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

05 maart 2017

Verlangen naar de verte

Fernweh heet de nieuwe autobiografische roman van Jan Cremer. Het is het eerste deel uit een nieuwe cyclus onder de naam Odyssee. Jan Cremer schrijft hierin over zijn geschiedenis. Op zoek naar de verhalen over zijn vader en zijn moeder. De Twentse stad Enschede vervult hierin een belangrijke rol.

Op zoek naar zijn vader, wordt Jan Cremer de zoektocht moeilijk gemaakt door zijn moeder. Ze heeft veel van wat zijn vader achterliet, vernietigd. Zoals de vele foto’s van dames die Jan Cremer sr. bij zijn reizen ontmoette en op de plaat zette.

De beelden zijn er niet meer. Net als enkele manuscripten waarvan Jan Cremer zeker is dat ze hebben bestaan. Ze zijn er niet meer. Verwoest in de haat van zijn moeder. Zijn moeder die zich bedrogen voelt door zijn overleden vader.

De oude Jan Cremer is erg handig en woont weliswaar in Enschede. Hij heeft er later zijn eigen bedrijf als elektricien. Hij beheerst de nieuwe techniek buitengewoon goed rond de eeuwwisseling. In de wijde omtrek is hij bekend vanwege zijn handigheid met elektriciteit.

Jan Cremer is een grote vrouwenverslinder. Zijn zoon komt er op zijn zoektocht naar zijn vader heel wat tegen. Of ze van adel zijn of huishoudster, voor de oude Jan Cremer maakt het niet uit. Hij verleidt elke vrouw en heeft heel veel vrouwen lief. Het brengt Jan Cremers moeder tot wanhoop:

Stelselmatig heeft ze alles wat met Cremer te maken had vernietigd. Herinneringen werden met pek overgoten. Alles wa maar enigszins aan hem herinnerde verdween. (215)

Ondanks deze vernietigingsdrift weet Jan Cremer een mooi portret van zijn vader te geven in zijn boek Odyssee, Fernweh. Postuum krijgt zijn vader de aandacht die hij verdient. Het is een imponerende persoonlijkheid uit Twente. En wat vooral opvalt: zijn zoon lijkt heel erg op hem. De naam is niet het enige dat overeenkomt.

Jan Cremer: Odyssee, Fernweh. 1e deel uit de Odyssee-cyclus. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 9982 4. 288 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

04 maart 2017

Blokje om

De ideeën zijn op en het schrijven loopt vast. Het wondermiddeltje in Almere is een blokje om op de fiets. En het avontuur houdt niet op als de avond valt. In het donker zie je veel meer dan je ziet. Het gordijn zit dicht, maar achter het gordijn gebeurt meer dan je denkt. Goed je oren open en je ziet opeens heel veel in het donker.

De duisternis is heel dichtbij in Almere. Daar hoef je niet lang voor op pad. Stap op een winteravond maar op je fiets en je waant je zo in de onbewoonde wereld. Je voelt je ontdekkingsreiziger en avontuur op nog geen kwartiertje fietsen van huis.

De duisternis trekt mij op deze winteravond uit de drukte van de stad. Als ik de busbaan oversteek, schrik ik best van het donker. Waar zit de bocht in het fietspad? Het lampje dat als een mijnwerkerslampje vastgeklemd zit aan mijn hoofd schijnt over het pad. Daar zit de bocht. Ik fiets iets langzamer onder de snelweg door over het fietspad langs het kasteel.

Best donker nog. De hemel boven mij is helder, maar de maan is er nog niet. Boven mij schijnt Venus als een kingsize ster. Het is onvoldoende om het donkere pad te verlichten. Er ritselt iets achter het hek. Het bos is hier onlangs uitgedund. Bij de snelweg is het helemaal kaal, het verkeer raast in een lichtmuur achter mij, maar de open plekken in het bos zijn bijna niet te zien. Het duister schrokt alles op.

Het bruggetje over, daar begint het kronkelpad. Het is koud. De bril beslaat bij elke ademstoot. Het lampje dat aan mijn hoofd zit vastgeklemd, schijnt vooruit. Niet veel meer dan een paar meter door de nachtelijke nevel. Het pad is bochtig. Iets vliegt weg boven mijn hoofd. Het klapwieken van vleugels.

Als ik over de open vlakte midden in het bos fiets, zie ik twee kleine lampjes midden op het veld terugschijnen. Zijn het reeënogen die mij terugkijken? De duisternis verklapt het niet. Ik moet door en zie nevel door mijn beslagen brillenglazen. Nog een paar bochten.

Ik hoor de weg al razen, zie de lichten tussen het kale bos schieten. Verder ben ik alleen. Ik kruis een bospad. Verderop nog een keer. Tot ik de straatlantaarns weer zie en het tunneltje neemt. Alweer rijd ik het donker in.

Gek idee dat de stad zo dichtbij, aan mijn voeten ligt. Ik fiets midden door het donkere woud, overal is natuur. Maar een klein stukje verder rijd ik zo weer de bewoonde wereld in. Hoe je maar een klein blokje om hoeft te rijden om je helemaal buiten te voelen. De reeënogen aan te kijken en de uilen te horen opfladderen. Een belevenis, zo dicht bij huis.

Terug langs de andere route. Het blokje om nadert het beginpunt. Een echt rondje door de duisternis van Almere is bijna compleet. Een eenzame brommer tuft over het pad. Een buidel licht om zich heen. Terwijl ik doortrap de duisternis uit, weer langs het kasteel, de lichtkolom van de snelweg tegemoet. Hoe snel je het avontuur dat je begonnen bent, weer achter je laat alsof je een boek weer sluit om morgen weer verder te lezen.

En dan alles opschrijven zodat de ervaring nog mooier wordt dan ze al is. Bij het schrijven speelt het verhaal zich weer voor je ogen af. In het donker, met de kou en de geluiden in je hoofd. Het maakt de belevenis compleet. De inspiratie is weer teruggekeerd in mijzelf.

Verhaal ingezonden voor de schrijfwedstrijd: Ultrakort verhaal gezocht van Literair Festival Schrijversblock Almere.

03 maart 2017

Heuvels - #fietsvakantie

Het zachtglooiende deel van Twente bij Ootmarsum en Tubbergen, is een feest voor het oog en heerlijk om doorheen te fietsen. We kopen bij de bakker in Ootmarsum een broodje en rijden over de heuvels door de fraaie houtwallen. Wat is dit genieten.

Langs de route roept een campinghouder of we vannacht niet bij hem willen slapen. Nee, we rijden nog even verder roep ik terug. Doris is al veel verderop begonnen aan de afdaling. De hooiende boeren, de warme zon en de gemoedelijkheid maken het tot een feest om hier te fietsen. Dit is genieten.

In Tubbergen zijn de voorbereidingen voor een heus paardenfestijn. Voor de kerk is een groot podium opgesteld waar straks een grote paardenshow zal zijn. Ik had eigenlijk even de kerk willen binnengaan.

Goede oude herinneringen aan hoe ik hier af en toe kwam om orgel te spelen. Vooral aan het kleine orgel in het transept koester ik mooie herinneringen. Maar het is nu te druk, we rijden via het landgoed de stad uit.

Het Noordoostelijke puntje van Twente is een groot langgerekt moerasgebied. Hier ligt op een smalle zandstrook het dorpje Langeveen. Ik ben er organist geweest en wil het dorpje dolgraag aan Doris laten zien, maar het wordt steeds later. De avond is al begonnen en eigenlijk moeten we een camping zoeken.

Dat vraagt Doris dan ook als we weer ergens verkeerd zijn gereden. Ik heb een camping in mijn hoofd voorbij Langeveen, maar dat kan nog wel meer dan een uur duren voor we er zijn. De dwaaltocht door Nordhorn heeft ervoor gezorgd dat we wat meer tijd zijn kwijtgeraakt.

Daarom keren we en kiezen een camping iets verderop. Het is toch nog een aardig stukje rijden, maar nog altijd minder ver dan doorrijden naar de plek waar ik heen wilde. Gelukkig haalt mijn dochter mij terug naar de werkelijkheid.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.