07 augustus 2013

Treinengek

De dubbele loc 'Fairlie' van de 'Ffestiniog Railway'. (bron: wikipedia)
De dubbele loc ‘Fairlie’ van de ‘Ffestiniog Railway’. (bron: wikipedia)

Naast werklozen en smoezige pensionhoudsters komt Paul Theroux op zijn reis langs de Engelse kust ook een ander type Brit tegen: de treinengek. Een soort mensen die hij – net als vrijwel alle andere groepen mensen die hij tegenkomt – liever ontloopt.

De treinengek komt op het moment dat een treinlijn met sluiten bedreigd wordt. En dat zijn er nogal wat in Het drijvende koninkrijk. Het is een gevleugelde uitdrukking in het boek. Een stationschef of conducteur die mompelt: ‘Ze willen deze verbinding opheffen.’ Tussen het willen en het daadwerkelijk opheffen zitten vaak nog tientallen jaren. Maar uiteindelijk wordt het voornemen een besluit. Rond diezelfde tijd komt de treinengek.

Voor de treinliefhebber is dat hét moment om nog te genieten van de trein voordat hij niet meer zal rijden. Als een stel aasgieren proberen ze nog langvervlogen tijden te beleven. Volgens Paul Theroux bevorderen deze mensen juist de ontmanteling van de Britse spoorwegen:

‘Hun nostalgie was gevaarlijk, want ze snakten naar het verleden en waren nooit zo gelukig als wanneer ze een oude trein konden veranderen in een stuk speelgoed. Een forens die twee uur per dag in een trein doorbracht om naar en van zijn werk te komen, was heel zelden een treinengek.’ (348)

Hij typeert het duidelijk in de persoon van Stan Wigbeth waarmee hij samen in de ‘Ffestiniog Railway‘ zit. De trein wordt getrokken door een ‘Fairlie’, een ‘dubbele loc’. Dat is een stoomlocomotief met twee ketels. Volgens een machinist die Paul Theroux eens sprak, de lastigste locomotief om mee te rijden. Volgens de treinengek, waren stoomlocomotieven het mooiste wat er was: efficiënt en briljant gecontrueerd.

‘[M]aar machinisten hadden mij verteld hoe ongemakkelijk ze konden zijn, en hoe verschrikkelijk gedurende winternachten, om dat je de meeste stoomlocomotieven niet kon besturen zonder om de paar minuten je hoofd uit het raampje te steken.’ (187)

Voor Stan Wigbeth is deze kritiek niet belangrijk. Hij vindt het gewoon zonde dat er geen stoomtreinen meer rijden. De dieseltreinen die tegenwoordig op het Britse railnet rijden, zijn ‘blikken dozen’ en geen treinen volgens deze treinenliefhebber. Hij geniet van de rit achter de Fairlie. Het mooiste wonder van efficiëncy en technisch vernuft. Gelukkig kent Paul Theroux de ervaringen van een machinist van deze treinen:

‘Het was bloedheet voor de bestuurder, vanwege de positie van de ketels. De staanplaats bij de Fairlie leek op een oosterse oven waarin eenden in hun eigen zweet gaarstoofden. Meneer Wigbeth was het daar allemaal niet mee eens. Als veel andere treinengekken walgde hij van deze eeuw.’ (187)

Dat ze dan na afloop van de rit in hun persoonlijke blikken doos zonder blikken of blozen stappen, merkt Paul Theroux uiteraard op. De treinengekken dragen niet voor niets bij aan de teloorgang van de Britse spoorwegen. Ze stappen liever in hun auto dan in een dieseltrein.

Meer lezen
Dit is het derde deel in een reeks blogs over Het drijvende koninkrijk van Paul Theroux. Lees ook de andere bijdragen:

06 augustus 2013

Natuurpark Lelystad

pater-davidsherten-in-natuurpark-lelystad
Pater Davidsherten aan de waterstromen in het Natuurpark Lelystad

Ik kende mooie verhalen over het Natuurpark Lelystad, maar was er nog nooit geweest. Het ligt vlakbij de snelweg. Als je afslaat in de richting van Harderwijk, kom je de richtingsborden tegen. Bij een fietsritje met Doris kwamen we bij de Trekvogel. Daar zag ik weer een folder liggen over het natuurpark en nam het mee. Daar moeten we heen. Er zijn veel dieren en er is een reconstructie van een nederzetting uit de prehistorische tijd.

Hondjes mee

Vooraf zochten we even uit of de honden ook meemochten. Gelijk een goede training. Ze zijn al een tijdje niet meer meegeweest met uitjes. Het leverde ook best wat stress op, maar met veel oefening kregen we ze kalm.

ooievaar-in-natuurpark-lelystadOp het dak van het informatiecentrum met restaurant stonden de ooievaars al klaar. We haalden een route voor kinderen op. We liepen met Doris een puzzelroute met interessante vragen over dieren, bomen en andere natuurvragen. Zo maakten we op een leuke manier kennis met het park van Przewalskipaarden, Pater Davidsherten, otters, bevers, edelherten en elanden.

Helft niet gezien

Natuurlijk hebben we de helft niet gezien. Misschien wel meer. We liepen een rustig rondje, keken naar de kunst die door heel het park verspreid staat, gingen even op een bankje zitten en zagen hoe de imposante Pater Davidsherten verkoeling zochten in het water. Een hert stuurde een ander hert weg. Het geluid klonk alsof iemand een boer liet. Onderwijl wees ik Doris de vorm van het eikenblad aan. Het was een opdracht van de puzzel.

teuntjeDe otters lieten zich aanvankelijk niet zien. Ze waren te druk in de weer met vissen vangen. Een ooievaar wachtte hem op toen hij terugkwam met een enorme vis. De otter was de ooievaar te snel af en verdween in zijn verblijf om er nier meer uit te komen.

We kregen de ooievaar weer in het vizier. Hij stond op de rand van het hek bij de otters. Heel dicht bij ons. We konden hem bijna aanraken. Maar hij vloog weg toen andere mensen te dicht bij hem in de buurt kwamen.

kunst-in-natuurpark-lelystadZo keerden we terug van een heerlijk middagje weg in de zomerzon. We zijn nieuwsgierig naar wat we nog niet gezien hebben en wat we gezien hebben, smaakt zeker naar nog een keer.

05 augustus 2013

Treinen en bussen in Het drijvende koninkrijk

image

In Het drijvende koninkrijk reist Paul Theroux niet exclusief met de trein. Hij wisselt de treinritten af met stukken die hij te voet aflegt. Ook maakt hij gebruik van de bus als er geen trein voor handen is. Zo staakt tegen het einde van zijn tocht het personeel van de spoorwegen. Dan is hij alleen op de bus aangewezen omdat geen trein rijdt.

Al beweren de krantenberichten dat tien procent van de treinen wel zou rijden. Paul Theroux ziet er niet één. Alleen rijdt de trein op een geprivatiseerde spoorweg. Het traject is tot zijn spijt slechts 15 kilometer. Zo is hij vrijwel de gehele oostkust aangewezen op de bus. Een verschrikking vindt Paul Theroux. Hij merkt ook geen verschil met bussen in Venezuela of India. Een bus is een bus.

Stand van (Enge)land

Theroux maakt de reis langs de kust van het Verenigd Koninkrijk omdat hij de stand van het land wil peilen. De keus voor de lokale spoorweglijntjes is omdat hij merkt dat veel lijnen met opheffen worden bedreigd of al zijn opgeheven. Het ‘Beeching Report‘ uit 1963 wordt overal uitgevoerd en een nieuw rapport, het ‘Serpell Report‘ stelt ondermeer een variant A voor. Hierin wordt het spoorwegnet van Groot Britannië teruggesnoeid van 17.000 kilometer naar 2.500.

De dorpen zonder spoorwegverbindingen zijn lastig te bereiken. De bus doet er dikwijls vele malen langer over dan de trein. Zonder auto lijken deze oorden onbereikbaar. De arme en oudere mensen kunnen zo niet eenvoudig uit hun dorp of stadje komen. En zo keren de dorpjes weer in hun oude isolement van de tijd voordat de spoorwegen kwamen en gebieden ontsloten.

‘Dorpen werden weer chagrijnig en klein, en winkels gingen dicht, en de mensen die op het platteland bleven wonen, raakten steeds meer aan huis gebonden. De steden kregen steeds meer inwoners en werden armer.’ (313/314)

Paul Theroux ziet hierin een terugkerend patroon: eerst worden er stations langs de lijn gesloten, dan verdwijnen er allerlei voorzieningen op de stations en tenslotte wordt de lijn opgeheven omdat deze niet meer rendabel zou zijn. Is het verwonderlijk, stelt hij. De hele lijn is al uitgekleed! Als de treinengekken langskomen, betekent het niet veel goeds voor de lijn: hij zal binnenkort worden opgeheven. Ze fungeren als een soort aasgieren, alleen geïnteresseerd in het verleden van de trein.

Taal van het land

Het drijvende koninkrijk is ook een ander reisverhaal omdat Paul Theroux de taal van het land goed spreekt. Een bezoek aan een land waar je je moedertaal kunt spreken, voelt anders. Het accent ligt minder op het vreemde, maar op het vertrouwde.

‘Schrijven over een land in de taal van dat land was een groot voordeel, want elders was je altijd aan het interpreteren en het vereenvoudigen. Door vertalingen ontstond een onduidelijke dubbelzinnigheid – je zag het land altijd zijdelings. Maar taal groeide vanuit een landschap – het Engels was uit Engeland gegroeid, en het leek logisch dat het land alleen zijn eigen taal op de juiste wijze geportretteerd kon worden.’ (14)

Zo ontdekt de Amerikaanse schrijver de vervallen staat van het land. Niet alleen de spoorlijnen zijn vervallen, ook de hotels en pensions zien er smoezelig uit. De treinlijntjes zijn ten dode opgeschreven. Sommige onheilsspellers zeggen dat over tien jaar niet één van die lijnen meer zal bestaan.

Serie over Het drijvende koninkrijk

Dit is het tweede deel van een serie blogs over Het drijvende koninkrijk van Paul Theroux.
Lees ook het eerste deel: Langs de Engelse kust met Paul Theroux

04 augustus 2013

Papieren wereld – #50books

SONY DSCHoe lang doe je erover voor je iets verleerd bent? In sommige gevallen kan het heel hard gaan. Bij de restauratie van de Groninger stationshal moest een reconstructie worden gemaakt van het oude plafond. Dat was gemaakt van een soort papier-maché.

Een techniek die in de tweede helft van de negentiende eeuw heel gebruikelijk was, maar bij de restauratie in 1999 waren de technieken vergeten. Met hulp van oude handboeken en goed kijken lukte het de restauratoren het bijzondere plafond weer te reconstrueren. De ambachtslieden waren het helemaal verleerd.

Het elektronische boek maakt opmars, al gaat het langzamer dan verwacht. Het papieren boek is nog in veel mensenharten gesloten. Zolang deze mensen het nut niet zien van een elektronisch boek, zal het papieren boek een sterke positie behouden. Zolang de prijs van het e-book hoog blijft, is het e-book geen grote bedreiging voor het papieren boek.

Het internet vormt een grotere bedreiging met zijn blogs en social media dat veel lezers de tijd om een boek te lezen afknibbelt. Het e-book was niet een bedreiging voor de verdwijning van het spoorboekje, maar de online alternatieven wel.

Internet heeft overigens nog erg veel beïnvloeding van het papieren boek. Websites bestaan nog uit pagina’s. De indeling van de homepage doet denken aan de inhoudsopgave van een boek. De structuur van de website heeft veel raakvlakken met de structuur van een boek.

Social media laat het boek veel meer los. Een zichzelf vernieuwende timeline in facebook. Tweets die zo kort zijn dat je er geen verhaal meer van kan maken. Of de kringen van Google+ die zo beweeglijk zijn dat je later niks meer kunt terugvinden.

Of de kinderen van mijn dochter later nog raad weten met die rare dingen in de kast bij opa? Ik weet het niet. Ik hoop het ergens niet. Het boek is een mooi fenomeen en heeft een langere historie dan het cassettebandje, de televisie of de grammofoonplaat. Het boek ligt veel sterker verankert in de samenleving.

De ontwikkeling van het boek heeft echter niet stilgestaan. Uitvindingen als het nummeren van bladzijden en het maken van een inhoudsopgave waren heel ingrijpend. Maar vernieuwingen als de rotatiepers – een ware revolutie die van het boek een massaproduct maakte. Of offsetdruk – het digitaal of elektronisch zetten en drukken van het boek. Het maakte het boek goedkoper en anders dan zijn voorgangers.

Of het e-book het papieren boek vervangt, weet ik niet. Ik zie de bedreiging van het papieren boek ook als een kans. Het vraagt wel veel veranderingen. Wat doen we bijvoorbeeld met het copyright? Hoe kunnen mensen geld verdienen aan het schrijven? En zijn er andere vormen van informatieoverdracht? Waarom zou het boek ook niet andere media kunnen bevatten als film en geluid?

Het zal een andere wereld worden. Net als dat wij niet meer met de hand onze kleren wassen. Zo zal het boek ook verdwijnen of een andere plek krijgen in het dagelijks leven. Of het erg is of niet, is een vraag die er niet toe doet. Het is een niet te stoppen ontwikkeling. Het beste is erin meegaan en je eigen weg te kiezen. En natuurlijk genieten van al die oude boeken die mensen wegdoen omdat ze digitaal gaan. Het zijn wat dat betreft gouden tijden voor de boekliefhebber.

Ik hoop dat de mensen na mij openstaan voor deze oude vormen van informatieoverdracht. Het genot van het lezen van een boek is gelukkig ook nog velen voorbehouden. Als ik zie hoe populair de #50books zijn. Dan kan het bijna niet anders dan dat over een 50 jaar nog steeds een groep mensen in die papieren wereld bladert. Mogelijk willen zij bijdragen aan het bewaren van een stuk cultuur die mij heel dierbaar is.

Dit is het antwoord op vraag 30 van het blogproject #50books van Petepel. Voor een overzicht van mijn antwoorden op Peters vragen: #50books.

03 augustus 2013

Naarstig – #WOT

image

De brommer rijdt mij traag voorbij. Het lijkt of de wielen draaien op de laatste motorkracht. De motor pruttelt en sputtert. De man op de brommer kijkt naar beneden, voorbij zijn voeten, naar de motor. Het chroom glimt maar de motor geeft nog een laatste teken van leven voordat zijn geluid verstilt.

De man kijkt naar beneden. Zijn hand maakt korte bewegingen aan het rechterstuur. Hij geeft geen sjoege. Het heeft geen zin. Het leven is uit de motor. De wielen draaien nog op deze laatste slag, maar hij rijdt steeds langzamer. Hij laat zijn voeten zakken tot vlak boven de grond.

Voorbij de kruising zet hij zijn voet aan de grond. Hij staat stil. Hij stapt van zijn vehikel, kijkt aandachtig naar het voertuig. Het chroom glimt in de zomerzon. Ik nader hem als hij driftig met zijn rechtervoet een hendel naar beneden drukt. De motor pruttelt even. Ik zie hoe het achterlicht even oproodt. Maar te kort om aan de praat te komen. Driftig probeert hij het nog een keer. De beweging van de voet snel naar beneden in korte stootjes. Maar dit keer licht zelfs het achterlicht niet meer op. Nog een keer. Hij zal moeten gaan lopen.

Ik haal hem in. Hij te lopen met het zware voertuig in zijn hand en haalt mij in. Hij maakt een aardig vaartje. Het stuur met beide handen vast loopt hij daar. Iets voorovergebogen omdat het lagere stuur dat van hem vraagt. De benen hangen iets naar achteren om meer kracht te kunnen zetten. Maar hij krijgt er aardig de sokken in.

Ik loop met de honden dus ik kom even stil te staan voor de noodzakelijke behoefte. Hij komt voorbij. Naarstig. De handen aan het stuur geklemd. Dan stopt hij. Duwt met zijn voet korte bewegingen naar beneden op het pedaaltje. Ik hoor de motor pruttelen. Het achterlicht gloeit rood op. Hij maakt snelle bewegingen met zijn rechterhand. De motor slaat aan en er klinkt gebrom. Niet zo hard als ik weleens hoor bij mijn buurman als hij een brommer probeert te repareren. Maar rustig. Pruttelend.

Hij gaat snel op zijn voertuig zitten en rijdt langzaam weg. Voorzichtig zet het voertuig weer in. Als de viool opstrijkt bij de eerste maat van de symfonie van Mahler. Hij rijdt weer. Tot hij de hoek nadert en loopt hij traag uit, de hoek om uit het zicht. Als ik voorbij loop, zet de man net zijn voertuig weer in beweging. Zijn voeten duwen het vooruit. Hij hangt voorovergebogen over het stuur.

De blik vooruit. Omdat zijn brommer het laat afweten. De brede banden drukken op het fietspad. Hij er achteraan. Naarstig en traag genoeg om de brommer niet aan de praat te krijgen.

02 augustus 2013

Langs de Engelse kust met Paul Theroux

image

In Het drijvende koninkrijk reist Paul Theroux langs de Engelse kust. Hij maakt een rondreis langs de hele kust van het Verenigd Koninkrijk, inclusief Noord-Ierland dat in het boek Ulster heet. Het is een leuk verhaal om te lezen na het streng opgezette treinverhaal van De oude Patagonië-expres.

In Het drijvende koninkrijk legt Paul Theroux delen van de reis te voet af. Hij wisselt dit af met stukken per trein. Alleen als het niet anders kan, dan pakt hij de bus. Dat laatste gebeurt wel enigszins met tegenzin. Zo gaat hij flink tekeer over een jengelend kind in de bus. Als hij in de trein zit, lees je niet over dit soort ergernissen.

De spoorlijnen die Paul Theroux bereist zijn meestal de secundaire lijnen, de lokaalspoorwegen. Hij verwacht zelf dat de meeste van deze spoorlijnen over niet al te lange tijd verdwenen zullen zijn. Dikwijls rijden er nog stoomtreinen. Aan de hoeveelheid personeel in verhouding met de hoeveelheid treinreizigers, meet Paul Theroux vrij snel af hoe rendabel de lijn is. Vaak is de rekening snel gemaakt met een handjevol reizigers. Niet rendabel, vaak wel handig en ook heel mooi.

Het levert een veel minder groots en meeslepend verhaal op dan bijvoorbeeld bij De oude Patagonië-expres of De grote spoorwegcarrousel wel het geval is. Dat is ook de charme van dit boek, boordevol vervallen pensionnetjes, bijna opgeheven spoorlijnen en werkloze jongeren. Het geeft een beeld van het Engeland aan het begin van de jaren ’80. De tijd van Margaret Thatcher. Engeland is duidelijk in crisis. In Liverpool breken rellen uit, fabrieken gaan failliet en de kust lijkt volgebouwd te worden met kerncentrales.

Engeland lijkt in verval. De rellen in de steden, het verdwijnen van al die treinlijnen en de grote hoeveelheid werkelozen. Alleen Londen lijkt zich aan al dit leed te onttrekken. De rest van het land kreunt onder de verandering in tijden. Zeker ook als de spoorwegen aan het einde van zijn reis gaan staken. De dreigende staking vormde aan het begin van zijn boek een reden juist op reis te gaan. Aan het einde is de staking een grote ergernis.

Het drijvende koninkrijk is een krachtig verhaal geworden over het Engeland aan het begin van de jaren 1980. Een land in verval. En Paul ziet dit overal: de vervallen pensions en hotels. De enorme caravanparken aan de kust en de krijtrotsen die in zee verdwijnen. Ze nemen bij hun val soms hele dorpen mee. Zo verdwijnt een Engeland dat hij nog probeert vast te leggen.

Al vraag ik mij af of het nog altijd onderbelichte deel van het Verenigd Koninkrijk – het land buiten Londen – zo wezenlijk veranderd is ten opzichte van het land dat Paul Theroux berschrijft. Maar dat zou ik dan een keer zelf moeten ondervinden, want na Paul Theroux hebben weinig schrijvers de moeite genomen dat Engeland zelf te leren kennen. En Paul Theroux schrijft mooi, maar het loont zeker als anderen ook het voetspoor langs de Engelse kust volgen.

01 augustus 2013

Boemerang

image

Gewoon een woensdag en ik lees een oude blog van hem. Brullen. Eigenlijk zou ik hem willen vertellen waarom maar ik doe het niet. In plaats daarvan post ik de klaargezette blog. Ook mooi, maar het dekt niet het gevoel dat ik heb.

Ik twitter:

Hij reageert onmiddellijk:

 

Misschien moet ik een popmeditatie schrijven. Het begin is er. Op zijn reactie komen vrijwel meteen weer reacties. Ja, doen. Ik weet het niet. Veel werk. En ik duik diep in dingen. Heel diep. Zo ben ik de laatste tijd heel intensief met hem en ons gesprek bezig.

Nee, in plaats daarvan stuur ik een tweet over muziek die al tweeënhalve week klaarligt. Ik voel me een lul en zou nog altijd dat andere willen zeggen. De blog ligt notabene klaar, maar waar ik twijfel.

Reflectie

Meer dan een week weer veel met hem bezig. Ik weet het, het hoort bij mij. Ik moet een nieuwe weg inslaan. Het is niet mijn keuze. Dat kan ik niet accepteren. Alles wordt een chaos. Niet in de laatste plaats in mijn hoofd. Alles slaat wild om zich heen. Als een schip in storm probeer je koers te houden, de hoge golven te omzeilen en verder redden wat er te redden valt.

Je verlangt naar rustige golven, de duidelijkheid. Maar het is allemaal onduidelijk en lijkt soms teveel te worden. Ik denk aan ons gesprek. Een ontmoeting met iemand die ik alleen van het scherm ken. Volledig authentiek, maar ik begrijp hem vaak niet. Eerlijk, open en bloot. Hij zoekt mij, hij zoekt contact, maar ik beantwoord zijn vragen niet. Zou zo graag degene willen zijn die hij zoekt, maar twijfel. Aan mijzelf.

Het is onduidelijk: wat wil hij? Kan ik in zijn team komen? Of zitten we hier gezellig over koetjes en kalfjes te praten? Ik droom ervan voor hem te werken, zijn team extra glans te geven met al mijn tekortkomingen. Hij wil dat ik uit mijn schulp kruip, terwijl ik me op zulke momenten juist alleen maar in mijn schulp wil terugtrekken.

Ook omdat ik weer bezig ben mijzelf te ontdekken en te kennen. Een proces waar je ongetwijfeld een leven lang mee bezig bent. En dat ergens ook moet passen bij dat andere. Andere mensen die vinden dat je weg moet. Omdat een contract een ander label moet krijgen en daar willen ze niet aan. Je mag gaan.

Ik ben niet zo van het open en bloot. Moet er eerst over nadenken, terughalen en weer neerzetten. Weer van plaats halen, herschikken tot het een definitieve plek heeft en vergeten mag worden. En dan kan het in een heel andere context weer terugkomen. Als een boemerang waarvan je dacht dat hij weg was en niet meer terug zou komen. Maar dan raakt hij je vol op het achterhoofd.

Zo denk ik alweer een week over ons gesprek. De andere werkwijze. Het anders zijn. Ik wil het ergens in een boeiend betoog verstoppen. Of gewoon over het boek hebben dat ik gelezen heb. Over dat andere, waar ik door beheerst word, schrijf ik liever niet. Dat gaat over mijzelf en dat is moeilijk. Ik snap mijzelf vaak niet, hoe kan ik dat dan aan anderen uitleggen.

Hij denkt dat de reflectieblog goed is. Ik denk dat het alleen maar verwarring oplevert. De storm gaat er niet van liggen, maar wakkert juist aan. Nieuwe meningen en opvattingen doorkruisen dan de koers die ik heb ingezet naar rustiger vaarwater. Het brengt mij juist van de koers af en brengt mij terug in de storm. Ik raak dan nog meer de controle kwijt.

Het gesprek komt terug. De boemerang. Ik lees over de worstelingen van elke dag bloggen. Een paar medebloggers komt er niet uit. Stoppen of doorgaan? Ik lees hun ervaringen en strubbelingen. Voor mij is het juist moeilijk – zo niet onmogelijk – niet elke dag te bloggen. Hoe ziek ik ook ben. Het moet. Het is onderdeel van een patroon om de wereld te vatten en te gieten in een verhaaltje of een gedicht. Elke dag. Soms is het druk, dan pers ik met moeite een blog eruit. Andere keren schieten er zo een paar tegelijk uit mijn mouw.

Ik hoor weer zijn woorden over elke dag bloggen: ‘Ik weet precies waar het misging’. Dan ga ik het opzoeken en vind de plek. Hij raakt oververhit van elke dag bloggen, zegt hij. Terwijl ik denk dat er veel andere dingen spelen. Ik speur naar de laatste blog. Wanneer was het ook alweer?

Hij heeft het 40 dagen uitgehouden tot die woorden kwamen: ‘Ik stop ermee. Voorlopig. Vandaag. Morgen. Overmorgen. Ik weet het niet. Mentaal door het ijs gezakt vandaag. Bloggen is niet leuk meer. Even niet.’

Dat hoofd is bij mij juist oververhit door de indrukken van de dag. Het bloggen gebruik ik om af te koelen. Te ordenen en mijzelf een spiegel voor te houden. Bloggen om te spiegelen en te overleven. Bij hem wakkert het vuur juist aan als je erop blaast.

Dan speur ik verder op zoek naar de dag voor het moment. Ik lees het, kan het er niet uithalen. Het is iets anders, vind ik. Dan klik onderaan de blog naar het verhaal over zijn zoon. Zou dat niet de reden zijn? Een verhaal dat ik al een paar keer gelezen heb. Steeds op andere momenten. Nu is het anders. Als ik bij de laatste regel kom, moet ik janken. Ik weet waarom. Hij ook, want ik heb hem over mijzelf verteld.

Ik wil twitteren: ‘@stevengort Zitten brullen bij je verhaal over Tom’. Maar ik doe het niet.

31 juli 2013

Wereldmuziek op de autoradio


In zijn popmeditatie 81 schrijft Steven Gort over het gebrek aan muziek op de radio. Ik ervaar hetzelfde voor klassieke muziek. Veel klinken de bekende deuntjes van Vivaldi, Bach en Mozart. Minder aandacht is er voor muziek die op zijn minst je wenkbrauwen doen fronsen.

Toch zijn er heel mooie uitzonderingen. Ik zit in de auto in de veronderstelling op weg te zijn naar een orgelconcert. Ik luister naar radio 1, het programma Kunststof. Daar hoor ik iets waar ik uit mijzelf nooit naar zou luisteren. Maar ik luister verder.

Het is een interview met altviolist Oene van Geel. Hij treedt deze week op bij het Nord Sea Jazz festival en ontving de Boy Edgar prijs voor jazz en improvisatie. Het interview was best interessant. Al merk ik zelf dat geklets over muziek functioneert als omlijsting bij de muziek. Het waren juist die fragmenten die mijn nieuwsgierigheid opwekten.

Bij muziek is het niet zo interessant wat iemand vindt, maar veel meer wat hij doet. Hij kan van alles vinden, maar als hij dat niet in mooie muziek weet om te zetten, dan heb je er niks aan. Zo genoot ik van het eerste muziekstuk dat ze lieten horen: een bewerking van een lied van Radiohead. Ik ontdekte hoe mooi populaire muziek kan zijn op andere instrumenten dan de gitaar. Ook het loslaten van de electronica kan verrassende effecten opleveren.

Maar naast het bewerken van popmuziek in het strijkerskwartet Zapp4 is Oene van Geel ook actief op andere gebieden. De improvisatie die hij speelde op zijn altviool klonk bijzonder spannend. Het demonstreerde hoe leuk improviseren is. Net als de brede kijk op muziek, de uitstapjes naar de populaire muziek en de beïnvloedingen van andere muziek. Ze staan meer in de wereld dan organisten.

Want wat ik erg indrukwekkend vond, was de invloed van de Slavische muziek en de Indiase muziek. De verwijzing die hij maakte vanuit de zigeunermuziek naar de Indiase invloeden. Hij liet horen hoe muziek is die zich laat beïnvloeden door andere muziek. Ik merk dat organisten een angst hebben zich hiervoor open te stellen.

Juist de wereldmuziek biedt mogelijkheden voor organisten. De mooie orgelmuziek uit de 20e eeuw is vrijwel allemaal ontstaan vanuit de beïnvloeding van andere muziek: Arvo Pärt, Jan Welmers, Olivier Messiaen, Jehan Alain. Ze vormen een reactie op de wereldse muziek van dat moment. De beïnvloeding van de popmuziek moet nog komen, maar biedt kansen. Net als dat de jazzmuziek veel mogelijkheden geeft, zoals ik laatst hoorde bij het concert van Bert van den Brink in het Orgelpark.

Van Oene van Geels woorden vond ik het onthouden waar dat je moet oppassen niet alles perfect te willen kunnen. Gewoon doen met vallen en opstaan, helpt ook muziek mooi te maken. Een leerrijk autoritje, waar ik helaas voor het laatste muziekstuk met minimal-achtige muziek de auto verliet. Een brede kijk op muziek. Midden in de wereld staan. Hier liggen kansen voor organisten en klassieke musici.

30 juli 2013

Een nieuwe waarheid

image

In De man met de witte das rekent Godfried Bomans af met zijn vader en met politici. De grote overeenkomst tussen politici en schrijvers is dat ze allebei over een teveel aan fantasie beschikken en spelen met de waarheid.

Het verschil is misschien dat politici voordoen of hun leugen de waarheid is, terwijl schrijvers liever proberen de waarheid voor een leugen aan te merken. Schrijvers onttrekken zich het liefst aan de werkelijkheid door te zeggen dat het verhaal allemaal verzonnen is, terwijl er weldegelijk elementen uit de werkelijkheid zijn ontleend. Politici zijn allergisch voor de leugen, omdat ze zich eerlijk willen voordoen. Maar ze liegen meer dan dat ze de waarheid spreken.

Godfried Bomans beschrijft dat heel treffend als hij zegt dat zijn vader verkiezingspraatjes opende met de bewering dat hij jarig was. Het leverde een mooie binnenkomer op. Hij kon laten zien dat zijn gehoor belangrijk was, al besefte hij ook dat het vieren van zijn geboortedag in het gezin ook heel mooi was.

Dat vader Bomans dit elke avond deed, wist zijn gehoor niet en hij is er ook nooit op betrapt. Het is misschien liegen in de eigenlijke zin van het woord, maar volgens Bomans is het de goede verteller die ‘een nieuwe waarheid schept’.

Onder het kopje ‘liegen’ schrijft Godfried Bomans het volgende over zijn vader:

‘Mijn vader vertelde vaak uit het evangelie en zelfs daar veroorloofde hij zich enige vrijheden. Een daarvan herinner ik mij. De apostelen hadden de gewoonte om in de Hof van Olijven hun namen in de bomen te snijden, hoewel Christus zelf dat niet deed. Eén boom sloegen zij altijd over, zij wisten zelf niet waarom. Alleen Judas Iskarioteh bespeurde die weerzin niet en kerfde zijn letters in het verboden hout. Na de dood van Christus kwamen de elf verslagen in de Hof bijeen en zie, de boom was weg. Zij gingen nu naar het kruis op Golgotha en vonden daarin de letters J.I. gesneden. Ik zie ons nu weer zitten, in de ademloze stilte na die laatste woorden. Alleen een tovernaar kan zoiets bedenken.’ (46/47)

Dat is een nieuwe waarheid scheppen wat goede vertellers en dichters doen. Ik kan mij die beleving als luisteraar goed voorstellen. Ik herinner mij dominees die dit op soortgelijke wijze wisten te doen in een bomvolle kerk. Muisstil waren de toehoorders en de waarheid was er op dat moment. Al klopte er niks van het verhaal, het verhaal was zo goed dat het een beleving werd.

29 juli 2013

Wolfgang – de afloop

image
Teuntje heeft zich het doosje van de nieuwe Samsung toegeëigend.

Het avontuur met Wolfgang is afgelopen. En goed voor ons: we hebben ons geld teruggekregen. De apparaten werkten weer niet na reparatie. We vonden het genoeg. We gingen met onze toestellen onder de arm naar de Aldi en vroegen ons geld terug. Dat kon niet, zei de filiaalleider. We moesten contact opnemen met het hoofdkantoor. Dan kregen we een brief thuisgestuurd en met die brief kregen we het geld terug.

Inge belde. Ze moesten een brief hebben waarin de problemen werd uitgelegd. We schreven een uitvoerige brief over de situatie, aangevuld met de correspondentie met de leverancier. En dat het probleem maar niet verholpen was.

We stuurden het pakket van sjaalman op naar het hoofdkantoor van Aldi in Zaandam. Twee dagen later viel er een brief op de deurmat. Ik durfde het niet open te maken. Inge wel. Wat zou erin staan? Zenuwachtig schoten onze ogen over het briefpapier. Ze hadden onze brief in goede orde ontvangen en gingen hem in behandeling nemen.

Zaterdag viel het antwoord op de deurmat. Weer zenuwachtig. Inge maakte de bief weer open. Ik keek snel over haar schouder in de brief. We kregen ons geld terug op vertoon van de brief en de bon. We pakten de Wolfgangs in en ruilden de boel in bij de Aldi. Dezelfde filiaalleider hielp haar en hij was erg opgelucht. Nu heeft Inge een ander toestel van het geld gekocht.

Ik wacht eerst haar ervaringen af voordat ik eraan begin. Dat heeft het avontuur met Wolfgang mij geleerd. Het blijft jammer dat het toestel niet deed wat hij had moeten doen…