07 juni 2021

Klein Dochteren - IM A.L. Snijders - #ZKV

In de tijd dat ik een baantje had bij een heus museum, reed ik 3 keer per week het stuk van Almelo naar Angelo. Een eind van 80 kilometer, waarbij ik de eerste 25 op de snelweg reed en de rest over 80-kilometerwegen. Langs Lochem, Zutphen en Doesburg om uiteindelijk achter de IJsseldijk in het kasteel bij Angerlo terecht te komen.

Vlak achter Lochem, ligt Klein Dochteren, een bijna niet noemenswaardig plaatsje. Je rijdt dan over de N236 langs een indrukwekkend landhuis uit de jaren ’30. Het schijnt dat daar tegenwoordig een commune in verblijft. En daar in de buurt woont dus de beroemde schrijver van korte verhalen, zeer korte verhalen zoals hij ze noemt: A.L. Snijders.

Niet geweten op de ochtenden dat ik daar reed. Misschien dat hij op enkele honderden meters afstand van mij rondtufte op zijn tractor. Na het houthakken en de kippen voeren. Een ZKV in het hoofd en later aan het papier toevertrouwend terwijl hij door het kleine keukenraampje van zijn boerderijtje naar buiten keek.

“Er rijdt een rood autootje door de ochtendmist. Waar zou hij heen gaan?”

20 mei 2021

De schreeuwende stilte

Zo’n droom: eens de Jan Hanlo Essayprijs binnenhalen. Ik stuurde dit jaar mijn bijdrage over het onderwerp: de stilte. Een prachtig onderwerp waar ik veel mee heb. Naast mij stuurden 120 anderen een essay. Ik behoor helaas niet tot de genomineerden. Vanavond is de uitreiking van de prijs. Ik ben heel benieuwd naar de winnaar.

Toch wil ik graag mijn bijdrage graag delen, vandaar dat ik hem hier publiceer. De titel luidt: De schreeuwende stilte. Ik wens je veel leesplezier.

Heb je opmerkingen om mijn essayschrijfkunst te verbeteren en volgende keer meer kans te maken? Laat gerust een berichtje achter in de comments. Dan droom ik ondertussen even verder.

De schreeuwende stilte

Laten we beginnen met een korte wandeling. Gewoon een klein rondje naar het nabijgelegen park en terug. Het is een loopje van een kwartiertje op een mooie zomermiddag. We houden onze mond en stappen het huis uit. Er vliegt een vliegtuig over. Op de parkeerplaats achter het huis, start een auto. We horen het suizen van een airconditioning bij het huis van de buurman. Verderop parkeert een vrachtwagen met een piepend signaal achteruit. We steken de weg over. Een aantal auto’s passeert ons. Eentje claxonneert omdat we volgens hem te nonchalant oversteken. We komen bij het fietspad. Een elektrische fiets rijdt voorbij. Bij elke trapbeweging die de fietser maakt, klinken de hoge gillen van de aandrijving. Een scootmobiel zoemt ons tegemoet. Het is druk op het fietspad, een opgevoerd brommertje passeert ons met een knallende uitlaat.

We lopen het park in. Het ligt bij een spoorwegviaduct. Er dendert een trein overheen. Nog een vliegtuig vliegt over. Het is de vijfde in de paar minuten die we nu lopen. Als je omhoog kijkt, zie je de volgende aan komen vliegen. Het is blijkbaar een drukke vakantiedag met veel vakantiegangers van en naar een midweekje Majorca of Turkije. Aan de andere kant van het park loopt de rondweg. Een voortdurend geraas, geknor en gepruttel van auto’s en piepende remmen bij het stoplicht. Gebrom van de stilstaande stationair draaiende auto’s. De twee tonen van een ziekenwagen die er langs moet, meteen gevolgd door de sirene van een politiemotor. Je kijkt te laat op om ze te zien, maar je hebt ze al gehoord.

We lopen weer terug naar huis. Twee honden rennen blaffend achter elkaar aan. Hun baasjes roepen. Een groepje mensen zit te picknicken op het gras en praat. Er klinkt een dreun uit de grote speaker naast de picknickmand. Vanuit het buitenzwembad achter de rondweg, klinkt gegil en geplons. Weer terug in de wijk, passeren we de buurman die zijn heg aan het snoeien is met een elektrische trimmer. De man ernaast is met zijn grommende grasmaaier in de weer. Een meisje loopt langs ons. De koptelefoon die ze draagt, tikt en jammert. Uit het huis iets verderop giert een boor door de betonnen muur. We zijn bijna thuis. Opeens barst vanuit het stadscentrum luide muziek los. Hard bonken en hoog jengelen; er is een festival begonnen. We slaan opgelucht de deur achter ons dicht. Eindelijk rust. We horen het bonken van het festival binnen doorgaan, maar als je er niet teveel oplet, dringt het niet tot je door. Net als de wasmachine die boven aan het centrifugeren is, de droger die draait, de koelkast die bromt en de brandmelder op zolder die waarschuwend piept. O ja, daar moet een nieuw batterijtje in. Het ding piept nu al een hele week elke dag een paar keer.

Allemaal alledaagse geluiden die ons de hele dag omringen. Zelfs als we in bed liggen, horen we het suizen, zoeven, piepen, rommelen, grommen en brullen van alle apparaten, voertuigen en machines om ons heen. Wees maar eens stil en luister. Het zal je verbazen wat je allemaal hoort. En vrijwel alleen hoor je geluid dat de mens met al zijn apparaten maakt.

Ander geluid

De rest heet stilte. Geen absolute stilte. Het is meer een ander geluid, zoals het fluiten van de merel op het dak van het huis, de burlende edelherten uit het naburige natuurgebied, de schreeuw van de reiger als hij over het huis vliegt, de gil van de nachtuil in de warme zomernacht.

Lawaai is meer dan lawaai. Het staat symbool voor de onrust van de moderne mens. Zo is vakantie voor veel mensen niet compleet zonder weggaan. En dan niet de achtertuin of de Veluwe. Nee, de reis moet naar het buitenland met het vliegtuig. Toerisme is goed voor de portemonnee en die nieuwe camper is nodig voor de economie. Het moet mooier en grootser. De weelde smacht altijd naar meer met bijbehorende apparaten.

Stuk voor stuk produceren al die apparaten hun eigen karakteristieke geluiden. Het ene nog gekker dan het andere; een kleine analyse alledaagse geluiden: de pelletkachel zoemt, de ventilator suist, het koffieapparaat bromt, de luchtververser loeit, de computer blaast, de warmteboiler tikt, het mobieltje trilt, de laptop begint ineens muziek af te spelen en de telefoon rinkelt of musiceert. Allemaal geluiden die elk moment van de dag te horen zijn. Niet altijd allemaal gelijktijdig, maar wel in verschillende combinaties. Bij het koken formeren bijvoorbeeld de waterkoker, de afzuigkap, de inductiekookplaat en de oven zich tot een gezamenlijk koor, waarbij de koelkast met zijn ondertoon begeleidt.

Kan het nooit eens stil zijn!

Onevenredig

Het verlangen naar rust en concentratie zoeken we in de natuur. Heerlijk uitwaaien. Maar ook in de natuurgebieden is een onevenredige drukte. Maak maar eens fietsritje door de Utrechtse Heuvelrug. Geen wild dier te zien, maar de mensenmenigte vergezelt je overal. Voor je, naast je, achter je en boven je; overal zitten ze. Als het ratten waren, sloeg je doodsangsten uit. Sommige winkelstraten zijn rustiger dan wat je in het bos aantreft op een mooie zomerdag. En bij alles vergezellen die mensen zich met hun apparaten, die als een perpetuum mobile om hen heen dralen en draaien. De mens waar alle apparatuur omheen cirkelt als de ringen en manen bij een planeet.

De mens omringt zich nou eenmaal graag met geluiden. De verslaving aan apparaten en de bijbehorende energie die nodig is om de apparaten aan de praat te houden, hebben de druk die de mens continu uitoefent op de aarde blijvend verandert. Elke roep om iets te doen aan die voetafdruk, krijgt direct een antwoord van de apparaten. Hoe harder we om de stilte vragen, hoe harder het lawaai brult om het stille protest te overstemmen. En wie het hardste schreeuwt, wordt gehoord.

De oproep om minder te gebruiken, strandt dan snel in een heilig voornemen. Eigenlijk gebruiken we alleen maar meer. De vraag om te verstillen en de rust meer ruimte te geven, werkt zelfs tegenovergesteld. In plaats van de meest logische oplossing – minder apparaten – zijn er alleen maar meer en energieslurpende lawaai-apparaten bijgekomen. De oplossing in de techniek zoeken, is tot op heden vruchteloos. Een apparaat bestrijden door een ander apparaat te maken, lost namelijk niks op. Sterker nog: het nieuwe apparaat functioneert naast het apparaat dat het zou moeten vervangen. Het zadelt ons uiteindelijk op met meer apparaten.

De hoeveelheid apparaten om ons heen is zodoende explosief gegroeid de laatste 20 jaar. Neem bijvoorbeeld de bezem. Deze is vervangen door de bladblazer; het meest nutteloze apparaat dat er bestaat. Bladblazers maken geweldig veel kabaal en stinken verschrikkelijk. De mensen die ze bedienen, dragen gehoorbescherming, maar de rest van de omgeving moet dit geluid maar verdragen. En na afloop van het karwei legt de wind de blaadjes allemaal weer waar ze lagen.

De gratie van lawaai

Al die apparaten bestaan bij de gratie van het lawaai dat ze maken. Er ligt een rechtstreeks verband tussen het imponerende van een apparaat en het geluid dat hij verspreidt. Geluid verbindt het ego van de mens met het apparaat. Een auto moet lawaai maken. Als het te stil is, ervaart de bestuurder het niet meer als autorijden. Er zijn zelfs elektrische auto’s waarbij het geluid van de draaiende motor uit de boxen kunstmatig wordt opgewekt. Uit verlangen van de bestuurder; hij wil iets horen als hij het gaspedaal indrukt.

Veel van die apparaten stralen agressie uit. De herrie, de snelheid en het supersonische moeten imponeren. Sterker nog, ze moeten slachtoffers opleveren. Het is de agressie die ervoor zorgt dat iemand met veel lawaai alle ruimte krijgt. Het is niet sociaal om de wereld tegemoet te treden met veel kabaal, maar het is wel algemeen maatschappelijk geaccepteerd. Een auto krijgt altijd voorrang. De voetganger en fietser wachten netjes op hem. Anders moeten ze het met het ziekenhuis of de dood bekopen. Een vliegtuig mag zonder schaamte over je huis vliegen, ook al lig je erin te slapen of op sterven. Het lawaai gaat onverminderd voort en maakt geen uitzondering voor ras, geloof of geslacht. Het vliegt over omdat het nu eenmaal mag overvliegen.

De toestemming om dit te mogen doen, ligt besloten in het recht dat de herriemakers zich toeëigenen. Ik mag er langs omdat ik veel kabaal maak en gevaarlijk ben. De rust van een ander hoor je niet als je zelf veel herrie produceert. Je hoort weinig vanuit een auto. Je sluit je letterlijk af van de buitenwereld. Zeker als je daarbij ook nog in je ingeblikte domeintje eigen geluiden produceert uit de luidsprekers in de vorm van muziek.

De tegenhanger van dit alles is de rust. Zij is niet opgewassen tegen al dit lawaai. De stilte zwijgt. En wie zwijgt stemt toe. Stilte is de kracht van de stilte, maar ook haar zwakte. Als je niet van je laat horen, hoort niemand je. Het is de hele maatschappij die ervan doordrenkt is. Opkomen voor jezelf, veel kabaal maken, jezelf op het podium zetten; dan ziet en hoort iedereen je. Je moet de ruimte opeisen, anders krijg je hem niet. Dus vlieg maar door de lucht van een ander, rij maar hard door de straten en gil maar heel luid op een stille Dam. Het mag. De stilte antwoordt niet. Zij krijgt het zwijgen opgelegd en is doorbroken op het moment dat de lawaaimaker komt.

Afsluiten

De remedie tegen al die herrie is de koptelefoon. Sluit jezelf van de wereld af en maak je eigen geluid. Of maak de stilte en zet een koptelefoon op met ‘noise cancelling’; een tegengeluid zodat je het hinderlijke geluid niet meer hoort. Of prop miniboxjes in je oor waarmee je de herrie om je heen bestrijdt met je eigen kleine herrie. Dicht in je oor verstopt. Zo heeft niemand er last van. Denk je. Maar er is weinig hinderlijker dan iemand met van die oortjes of een koptelefoon waar een jengelend, kloppend of tikkend gedreun uit komt in een volle trein. Hij ziet, hoort en voelt niks anders dan de tsunami aan geluid waarmee hij zichzelf laat overstromen.

Maar hinderlijk of niet, kijk eens rond op straat. Overal mensen die lopen en fietsen met oortjes in hun oren. Met of zonder draad, oortjes zorgen ervoor dat je bent afgesloten van de buitenwereld met haar verscheidenheid aan geluiden. Je loopt of fietst rond in je eigen bubbel. Werp maar eens een vluchtige blik in de kantoortuin. Het zal je opvallen hoeveel collega’s een koptelefoon of oortjes dragen. De oortjes vergroten de onbereikbaarheid. Ieder leeft in zijn eigen gesloten wereldje. Maar geluid met tegengeluid bestreden, geeft geen stilte. Het bespaart je ander geluid.

Het blijft niet bij een tegengeluid direct in het oor. De reactie komt op een andere manier. Ieder mens reageert anders op geluid. Er zijn twee bewegingen waarop de Middeleeuwse mens reageert op problemen waar ze geen of weinig invloed op heeft, schrijft Hella Haasse in haar historische roman Het woud der verwachting: die van schuldbesef en boetedoening aan de ene kant en die van uitbundigheid en ongeremdheid aan de andere kant. Dat zie je ook in de reactie van de hedendaagse mens op problemen.

De moderne mens die zich onderdompelt in schuldbesef en boetedoening, denkt dat wij zelf deze toestand veroorzaken. Het is een straf van God of de natuur. De apocalyps voltrekt zich niet in één dag, maar is een geleidelijk proces van tientallen, misschien wel honderden jaren. Het eindresultaat is niet een wereld die vergaat, maar de mensheid die langzaam ophoudt te bestaan. Ga daarom nu nog aan de slag, voor het te laat is. Je kunt er nog iets aan te doen. Al weten we dat deze boodschap al tientallen jaren geroepen wordt, is het misschien al niet te laat?

Vandaag nog beginnen, is de boodschap. Maar in de praktijk lijkt het onmogelijk om echt iets te beginnen. Alleen het gat in de ozonlaag is effectief teruggedrongen door andere giftige drijfgassen te gebruiken. Maar de meeste milieuproblemen zijn niet of beperkt opgelost. Het is nog niet te laat, roept David Attenborough in zijn Netflix-documentaire Our Planet uit 2019. Maar het is om moedeloos van te worden. De boetedoeners proberen nog zuiniger te leven. In elk geval met meer schuldgevoel. We moeten zuiniger op de planeet te zijn. We hebben er maar één van, maar we doen alsof er een nieuw rijtje planeten op ons wacht voor als deze bedorven is.

Het is allemaal koren op de molen voor die andere groep: de uitbundige levensgenieters. Zij zien alle reden om nog achtelozer met de wereld om te gaan. Waarom duurzaam als de wereld binnenkort onleefbaar is? Dan kunnen we er beter nog wat meer van gaan genieten en ons helemaal te buiten gaan. Dat we mogelijk een onleefbare wereld achterlaten voor onze kinderen, is pech. In je eentje het onomkeerbare proces stuiten, is onmogelijk. Dan kun je er het maar beter van nemen.

Het stille paradijs

Het paradijs is er wel. Je moet het wel zelf zien, horen en voelen. Bij zo’n wandeling door het park bijvoorbeeld als waarmee we zojuist begonnen. Het zijn dan de kleine dingen die ertoe doen. Wat wekt bijvoorbeeld meer verbazing dan een bij nectar te zien verzamelen uit een bloem? Het gebeurt met een efficiency van miljoenen jaren evolutie. Daar kan geen uitvinding tegenop. Het is de perfecte manier om de bloem te bestuiven en met een techniek die verfijnd is door de miljoenen jaren heen. Het gaat om minimale veranderingen met een maximale verbetering: het overleven van de soort.

De samenwerking met de natuur is de oplossing van het probleem. De mens die zijn plek op deze aarde weer vindt en ruimte geeft aan de natuur waarmee hij leeft. Een plek waarin ook stilte is en de mens niet overheerst. Een evenwicht met de omgeving en de natuur. Hierin zou de mens niet altijd leidend mogen zijn, maar durft hij zich over te geven aan de grillen van de natuur. Het huis als onderdeel van die natuur, compleet met planten, dieren, bacteriën, virussen en andere uitdagingen. Alleen zo is de mens in balans. Onze apparaten en geluiden hoeven ons niet altijd te omringen, maar we zijn in interactie met onze groene omgeving.

Het gebruik van apparatuur zou hierbij ook in evenwicht moeten zijn. Een leven met wat er nodig is om te leven. Niet aangestuurd door begeerte en verlangen zoals nu in een door marketing gedreven samenleving, maar door wat je nodig hebt om te leven. De natuur voor stillen die genoeg hebben aan stil. Waarbij het pas echt stil is als de mens stil is.

28 juli 2020

Dag en nacht, de hemel verklaard

Wolken, wolken, wolken. De wolkenhemel. Ik heb al jarenlang mijn wolkenblog wolkenhemel. Begonnen vanuit de fascinatie voor de prachtige hemel die er elke dat weer anders uitziet. En daar dan een gedicht bij. Ik haalde er de radio mee, mocht mooi poseren voor de Groene Kathedraal als Nietsdoener voor het tijdschrift Genoeg. Heerlijk.

Mensen vroegen mij dan of ik ook wat van wolken wist. Nee, ik weet er niks van. Helemaal niks. Nee. Net als dat ik er geen figuren, mensen of dieren in herken. Ik kijk naar de wolken zoals ze zijn en zoals ze zich gedragen.

Wolk in de vorm van een reuzendruppel; een uitgezakte wolkenflard

Turen naar een bui

Sinds we in Almere Oosterwold wonen – nu 2 jaar geleden – is mijn relatie met de lucht wel een beetje veranderd. Ik tuur de hemel af niet alleen naar wolken, maar vooral naar een bui. In dit droge voorjaar keek ik verlangend naar het hemelvocht omhoog. Zonder resultaat. Ook nu nog kan ik moedeloos omhoog kijken. Onderwijl sleep ik de ene gieter met water na de andere aan om de planten niet helemaal te laten uitdrogen.

Eigenlijk was de reden heel simpel dat ik niet veel van wolken wist. De wolkenkunde is verschrikkelijk ingewikkeld, met verschillende wolkenlagen en daarbij allerlei variaties. Als ik er weleens een boekje over opende, snapte ik er helemaal niks van. Maar de nieuwsgierigheid wint het steeds meer. Ook omdat ik die wolken al zo verschrikkelijk lang observeer. Wat zijn dat allemaal voor een wolken die je ziet.

De waarneembare hemel

Het boek Dag en nacht, de hemel verklaard door Helga van Leur en Govert Schilling is een uitkomst. In het boek bespreken ze de waarneembare hemel. Alles wat erin staat is ook in Nederland te zien. Maar vooral: alles is op een heel overzichtelijke manier uitgelegd.

En zoals de titel zegt draait het niet alleen om wat zich afspeelt onder de atmosfeer overdag, maar ook om wat je ziet in de nacht. En dat laatste komt wel wat verder; daar gaat het om de sterren, planeten en onze eigen maan. Allemaal dingen die je met het blote oog kunt zien.

De schemering waarin dag en nacht, maar ook nacht en dag in elkaar overgaan.

Dag en nacht kruisen elkaar

Het laatste onderdeel, de nacht, neemt sterrenkundige Govert Schilling voor rekening. Het eerste deel valt onder de hoede van weervrouw Helga van Leur. Soms doorkruisen de dag en de nacht elkaar. Zo kan de hemel helemaal verlicht zijn rond de langste dag in het jaar. Het zijn lichtende nachtwolken. Ze komen uit de ijskristallen die het zonlicht op grote hoogte weerkaatsen.

Ook is de kring om de maan die regen voorspelt, zo’n verschijnsel waar het weer ook een rol in speelt. De kring rond de maan heet een corona of halo. De eerste lijkt inderdaad op een kroontje en heeft gelukkig helemaal niks te maken met de wereldwijde pandemie die heerst.

Poolster

Govert Schilling weet op een heel toegankelijk manier de grootsheid van de sterrenkunde kenbaar te maken. Wat een prachtige uitleg geeft hij hoe je de poolster kunt vinden. Het is helemaal niet zo moeilijk als je het maar weet. Ook het enthousiasme waarmee hij de beperkte kennis van geïnteresseerden vergroot:

Je kunt wel zeggen ik ken maar 2 sterrenbeelden, maar weet dat je dan bijna 10 procent van de sterrenbeelden die je met het blote oog kunt zien, herkent.

Elk sterrenbeeld dat je erbij herkent en leert, is mooi meegenomen.

Helga van Leur legt eenzelfde enthousiasme bloot in haar verhalen over het weer. Dat gaat alle kanten op, maar de optische kant is wel het mooiste. Dat is ook te danken aan het indrukwekkende arsenaal aan foto’s dat ze heeft verzameld in dit boek. Want het leert naast de verklaring van alle verschijnselen het belangrijkste voor mij: wat is de wolkenhemel toch schitterend.

Prachtige foto op de cover van het boek

Prachtige foto’s

In alle variaties, zoals de wolkenstralen die Helga van Leur helder uitlegt en weer met prachtige foto’s erbij om het uit te leggen. Wat schitterend. Genieten geblazen. En het leukste is dat dit boek zo mooi is dat je het steeds weer pakt om erin te bladeren en kleine stukjes te lezen. De allerbeste manier om iets meer van de hemel te weten te komen!

Gegevens boek

Helga van Leur & Govert Schilling: Dag & nacht, De hemel verklaard. Amsterdam: Fontaine Uitgevers, 2020. ISBN: 978 90 5956 542 5. Prijs: € 27.

De afbeeldingen van de wolkenhemel zijn uit mijn eigen verzameling. Ze zijn gemaakt in de eerste helft van 2020.

12 november 2019

Niet interessant weetje? - #leestip

In zijn boek Oude Maasweg kwart voor drie schrijft Merlijn Kerkhof 14 weetjes die voor de lezer misschien niet zo interessant zijn. Zo vermeldt hij het volgende weetje, nummer 12:

In het nummer Maassluis wordt gerefereerd aan het orgel van de Groot Kerk. Aan het eind van het nummer klinkt echter niet het Maassluise Garrels-orgel, maar het Van Peteghem-orgel uit de Grote Kerk van Vlaardingen. De huurprijs van de kerk in Maassluis was volgens Kerkhof te hoog. (Oké dit vindt echt niemand interessant denk ik? (p. 215)

Ik vind het juist waanzinnig interessant. Herinner me ook een interview met Wim Kerkhof in het online orgeltijdschrift Orgelnieuws. Hierin steekt hij zijn liefde voor organisten en Feike Asma in het bijzonder niet onder stoelen of (kerk)banken. Hij stapte in zijn studententijd geregeld de Groote Kerk van Maassluis in. Niet voor het geloof, maar puur voor het orgelspel.

Overigens wordt in dit interview niet het geheim prijsgegeven welk orgel je aan het eind van het liedje Maassluis hoort. Volgens Wim Kerkhof zou het nummer een verkorte versie zijn van de Cantilene. Het beroemde stuk van Rheinberger dat Feike Asma op die bekende Langspeelplaat vanuit Maassluis speelt.

Interessant detail

Buiten dit detail die waarschijnlijk weinig lezers van het boek Oude Maasweg kwart voor drie zullen interesseren, is het boek van Merlijn Kerkhof heel interessant. Het vertelt de geschiedenis van misschien wel de meest bijzondere band van Nederland. Dat laatste is geen weetje, Merlijn Kerkhof vindt The Amazing Stroopwafels de beste band ooit. Maar dat vind ik een beetje te ver gaan.

Lees mijn boekbespreking op Litnet: Verbazende stroopwafels

Merlijn Kerkhof: Oude Maasweg kwart voor drie, Het verbazingwekkende verhaal van The Amazing Stroopwafels. Amsterdam: Thomas Rap, 2019. ISBN: 978 94 004 0641 4. 252 pagina’s. Prijs: € 19,99 (paperback); € 12,99 (e-book).
Bestel

05 november 2019

Moraal van het verhaal - Anna Karenina herlezen (8)

In veel grote Russische romans krijg je een sterk christelijk moraal aan het eind van het verhaal over je heen. Iets soortgelijks zie je bij Dostojevski ook gebeuren bijvoorbeeld bij Misdaad en straf, maar hier bij Tolstoi merk je het ook. Het laatste deel, een heus coda, lijkt ook een sterk moraal mee te willen geven. De moraal van het verhaal.

Het probeert een hoopvol en glorieus einde te geven aan de ellende die vooraf is beschreven. Terwijl de lezer helemaal uit het veld geslagen is aan het einde van het 7e deel. In zijn hoofd, tenminste in het mijne, is dat ook het einde van de roman Anna Karenina.

In plaats daarvan komt in het 8e deel nog heel veel voorbij. Niet echt dingen die bijdragen aan het verhaal, maar zeer zeker wel dingen die de moeite van het lezen waard zijn. Zo staan er enkele interessante gedachten.

Bijvoorbeeld over opvoeding. Als de kinderen van Dolly een beker met frambozen koken boven een kaarsvlam of een fontein van melk maken. Hun moeder straft ze onmiddelijk, terwijl Ljovin daar wel gedachten bij heeft. Waarom zouden ze hiervoor gestraft moeten worden. Ze hebben immers proefondervindelijk met iets kennisgemaakt van de wereld. Gewoon voor de grap en om te ontkomen aan de saaiheid van het bestaan.

‘Doen wij niet hetzelfde, doe ik niet hetzelfde’, dacht Ljovin. ‘wanneer ik de krachten van de natuur en de betekenis van het menselijke leven met de ratio probeer te verklaren?’ Was een filosofische theorie, welke dan ook, niet op diezelfde leest geschoeid: een rare, onnatuurlijke gedachtegang construeren waar men niet méér uit kon halen dan de kennis die men allang bezat en die onmisbaar was voor het leven? (987)

Het brengt Ljovin bij de kerk en de Heiland. Het is een mooie gedachtegang van het personage. Hij legt een link met het spel van de kinderen en zijn denkspel in het hoofd. Een treffende vergelijking waarbij het verhaal symbool staat voor de conclusie.

Iets probeert de verteller ook te bewerkstelligen met de roman. Zeker door dit einde zo te construeren. Alleen lijkt het verhaal van Anna Karenina boven het moraal van het einde uit te stijgen. Het is een verhaal van alle tijden geworden doordat hier de keuze voor de liefde zo sterk naar boven drijft.

Mocht de verteller mogelijk een heel andere intentie hebben met dit werk, het komt op de hedendaagse lezer heel mooi over. Als de bevrijding van een vrouw die vastzit in conventie, traditie en toneelspel. Ze worstelt zich los en kiest voor de liefde, hoeveel dat haar ook kost.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel

29 oktober 2019

Butsmannetjes - Anna Karenina herlezen (7)

Het verblijf in Moskou zit Ljovin op de nerven. Hij wordt helemaal gek van de stad en verlangt naar het platteland. Het is dat zijn schoonmoeder erop aangedrongen heeft. Ze vindt dat haar zwangere dochter hoe dan ook goede zorg nodig heeft als ze moet bevallen. Dat kan niet op het platteland.

Butsmannetjes in de adelsclub

Dat neemt niet weg dat de muren op Ljovin afkomen. Zeker hij maakt een tripje naar zijn oude studiegenoot en professor Katavasov. Daarbij doet hij ook de sociëteit aan, de adelsclub. Hier ontmoet hij de ‘butsmannetjes’. Een verwijzing naar de butsen die appels krijgen als je met ze solt. Zo gaat het ook met de mannen die maar vaak genoeg naar de sociëteit gaan.

Zo is er een man, die zichzelf geen butsmannetje noemt, maar anderen wel:

‘Op een keer komt hij bij de club en vraagt de portier, Vasili, je weet wel, die dikke, altijd in voor een kwinkslag. Goed, hij vraagt dus aan Vasili wie er allemaal binnen zitten, en of er nog butsmannetjes zijn. “U bent de derde,” krijgt hij te horen. Ja, jongen, zo gaat dat.’ (856)

Ljovin ontdekt dat het eigenlijk niet uitmaakt dat hij al jaren niet meer naar de club is geweest. Er is weinig veranderd. Hij is in heel korte tijd weer helemaal bij en het lijkt wel of hij nooit is weggeweest.

Anna Karenina maakt indruk

Na de borrel wordt hij wat losser en bezoekt hij zelfs Anna. Ze is immers de zus van Oblinksi met wie hij haar bezoekt. Ljovin heeft haar nog nooit eerder ontmoet. Het maakt grote indruk op hem. Hier weet de verteller heel mooi een parallel te maken met het schilderij van Anna dat in de gang hangt en de geportretteerde die even later verschijnt.

De verteller merkt op over het schilderij:

Het enige waaruit bleek dat ze niet leefde was haar schoonheid, die te groot was voor het leven. (861)

Maar als hij Anna Karenina in het echt ziet:

Ljovin zag in het gedempte licht van het kabinet dezelfde vrouw als van het schilderij, […], in een andere houding en met een andere gezichtsuitdrukking, maar van dezelfde schoonheid als de kunstenaar op het linnen had weten te vangen. In levende lijve was ze misschien minder oogverblindend, maar daarvoor in de plaats oefende ze een aantrekkingskracht uit die ze op het schilderij niet bezat. (861)

Het echt boven de kunst, waarbij de kunst misschien dingen verfraait, maar waarbij ze in werkelijkheid veel meer aantrekkingskracht bezit dan er ooit in het schilderij te vatten is. Een schitterende parallel heeft de verteller hier gebracht in het verhaal. Echt genieten.

Overtuigen

De verteller volgt daarna Oblinski die de man van Anna Karenina probeert te overtuigen dat hij van haar scheiden moet. Hij weigert, blijft koppig en eigenwijs een scheiding afwijzen. Waarom zou hij het doen. Het grootste offer voor de liefde dat Anna geeft, is dat ze haar zoon niet meer te zien krijgt. De laatste stiekeme ontmoeting heeft de jongen lange tijd van streek gemaakt.

Het brengt ook een wig in de relatie met Vronski. Anna is veeleisend, wil hem helemaal, maar dat lijkt niet te lukken. Vronski heeft niet alle aandacht voor haar en dat brengt Anna in onzekerheid. Het geeft het verhaal de tragische wending, waarbij ze de controle over zichzelf verliest. Het offer dat ze gegeven heeft voor de liefde, is zo groot geweest. De schande die over haar gevallen is, maakt haar nog verder kapot. Het verscheurt haar, waarbij er maar 1 uitweg is.

Vertwijfeling

De verteller weet die vertwijfeling treffend in beeld te brengen. Hij sleurt je als lezer mee in de innerlijke strijd die Anna voert. Je slingert met haar mee, waardoor je meevoelt met hoe haar keuze deze mooie vrouw uiteindelijk verscheurt.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel.

22 oktober 2019

Anticonceptie - Anna Karenina herlezen (6 - deel 2)

Een stuk in het verhaal van deel 6 valt wel heel sterk op. Het gedeelte over de anticonceptie. Anna Karenina meent dat ze geen kinderen meer zal krijgen. Het staat er in mijn ogen nogal raadselachtig met de vele puntjes. De enige plek in de Anna Karenina. Voor de 19e eeuwse lezer, zou het onomwonden duidelijk zijn.

Vele puntjes

Zeker met de vele puntjes erbij, waarbij je als lezer niet te weten komt wat Anna aan haar schoonzusje vertelt. Het doet de schellen van de ogen van Dolly vallen. Het heeft grote betekenis voor haar, haar wereldbeeld verandert er zelfs door:

Opeens begreep ze hoe het kwam dat er zoveel gezinnen waren met maar een of twee kinderen. Deze openbaring riep een afgrond van gedachten, overwegingen en tegenstrijdige emoties bij haar op, waardoor ze niets kon zeggen en Anna alleen maar aan kon staren, met grote ogen, verbijsterd. (787)

De oplossing is dus veel eenvoudiger dan zij tot nog toe altijd dacht. Het bezoek aan Anna grijpt Dolly om nog iets anders aan. Het brengt haar bij haar eigen huwelijk, waarnaar de eerste zin van deze roman verwijst. Dat van een ongelukkig gezin dat op zijn eigen manier ongelukkig is.

Tij keren?

Dolly ziet eigenlijk geen kans om het tij te keren. Haar man Stiva Oblonski gaat nog steeds vreemd. Niet meer met het meisje waarmee ze hem betrapte, maar weer met een ander meisje. De lezer was er even getuige van bij de boer tijdens het jachtpartijtje met Ljovin.

Als de mannen terugkomen van de jacht, staat er de veelzeggende zin, dat het jammer is dat vrouwen zoiets genoeglijks wordt onthouden als de jacht. En al het andere, denk je er als lezer van deze tijd onmiddellijk bij.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel.

15 oktober 2019

Oogsten - Anna Karenina herlezen (6)

De zomer is aangebroken, tijd om te oogsten voor Ljovin. Maar dat niet alleen, het huis krijgt een ware invasie van logees te verduren. Inderdaad, logees, het zijn voornamelijk vrouwen die langskomen. Zo komt de zus van Kitty, Dolly langs. Haar buitenhuis is weliswaar niet al te ver, maar het huis verkeert in zo’n deerniswekkende toestand, dat ze maar de hele zomer bij haar zus op het platteland inwoont.

Net als de oude vorstin. Nu haar dochter in hoge verwachting is, kan ze niet thuisblijven. Ze moet haar onervaren dochter bijstaan en ondersteunen als dat nodig is. Zo kraakt het huis van Ljovin onder het gewicht van alle bezoekers. Het jonge stel heeft geen moment voor zichzelf.

Zeker als wat later ook de mannelijke logés komen. Het zijn Dolly’s man Stiva Oblinski en een vriend die hij meeneemt, Veslovski. Ze gaan jagen op watersnippen in het moeras. Hiervoor moeten ze een flinke trip afleggen. Het wordt een heuse competitie tussen de mannen. Ze gaan er helemaal in op en Ljovin baalt als hij weinig dieren te pakken krijgt. Terwijl vooral de studentikoze Veslovski alles in de schoot geworpen lijkt te krijgen.

Als Ljovin bij terugkeer merkt dat Veslovski met zijn zwangere vrouw zit te flirten, ontploft de pasgetrouwde. Hij wil niet dat dit op zijn erf en onder zijn ogen gebeurt. Dit kan hij niet aanvaarden. Hij stuurt Veslovski onmiddellijk weg. Dat kan én mag niet de bedoeling zijn.

Dolly brengt een bezoek aan haar schoonzus Anna, die ook op haar landgoed verblijft met haar lover Vronski. Ze leven in een ongekende luxe. Het ontbreekt aan niks. Dolly moet er ontzettend aan wennen als ze langskomt. Zo’n luxeleventje is ze niet gewend.

Het eten, de zaal, het servies, de bediening, de wijn en het menu deden in niets onder voor de luxe die in dit huis de norm was sinds Vronski er zijn intrek had ingenomen, en die misschien deze avond nog wel werd overtroffen. Dolly sloeg het gade en als huisvrouw bestudeerde ze alles automatische en minutieus – zonder hoop dat iets van wat ze hier aantrof van nut kon zijn voor haar eigen huishouden, aangezien het allemaal ver boven haar budget ging – terwijl ze zich afvroeg wie die allemaal had georganiseerd, en hoe dat was aangepakt. (777)

Een bewondering die uiteindelijk uitmondt in een gesprek met haar schoonzus Anna. Zou ze er niet beter aan doen om te scheiden van haar man. Hier spreekt iedereen schande van en lijdt iedereen onder. Anna is zich bewust van haar keuze. Ze zal nooit meer door de kringen waarin ze verkeerde worden opgenomen. Bovendien zal ze haar zoon nooit meer te zien krijgen. Iets wat haar heel veel verdriet doet. Het is een offer voor haar keuze voor de liefde van Vronski.

Overigens is Anna prima in staat om mannen voor haar te winnen. De eerder genoemde Veslovski die Kitty probeerde te verleiden, krijgt het met Anna zwaar te verduren. Zonder enig probleem weet ze het hart van deze jongeman op hol te laten slaan. Ze weet van haar schoonheid en vooral uitstraling.

Het jongestel gaat in de herfst naar Moskou omdat schoonmoeder zich heel drukmaakt over het wel en wee van haar dochter. Hier op het platteland zou ze veel te veel risico lopen als het kind geboren moest worden. Vronski en Anna zetten niet voor niets op het platteland een ziekenhuis voor de arme boerenbevolking.

Terwijl Kitty wacht op het moment, verveelt Ljovin zich verschrikkelijk in de hoofdstad. Hij zou het liefste in zijn verblijf op het platteland zitten. In die drukke stad heeft hij niks te zoeken. Als hij op aandringen van zijn halfbroer meegaat naar Kasjin naar het gouvernement, waar verkiezingen zijn. Hier geeft de verteller een uniek inkijkje in de Russische vorm van landsbestuur.

Als de tegenpartij zijn zin niet krijgt, voeren ze een paar belangrijke stemmers dronken. Het wordt net op tijd ontdekt, maar slechts 1 kan enigszins bij zijn positieven worden gebracht. Een plens koud water is genoeg om hem weer aan het stemmen te krijgen.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel.

07 oktober 2019

Mysterie van de dood - Anna Karenina herlezen (5 - deel 2)

Naast het dramatische verhaal in de loge bij het toneel, is het 5e deel in nog een opzicht erg indrukwekkend. Het bevat een aangrijpend scène rondom de dood van Ljovins broer Nikolai. Hij ligt op sterven en Ljovin wordt opgeroepen om naar zijn stervende broer te gaan. Hij leidt erg aan tuberculose en het kan elk moment afgelopen zijn.

Ljovins kersverse vrouw Kitty wil met haar man mee. Hij wil haar niet bij zich hebben. Deels uit schaamte omdat zijn broer in een derderangs hotel zit. Kitty ziet het juist als haar plicht om haar man te vergezellen in deze moeilijke periode.

Man vergezellen

Het komt tot een ruzie, maar Kitty vergezelt haar man bij het afscheid van zijn broer. Sterker nog, ze dringt aan om de kamer goed schoon te maken en het laatste sacrament toe te dienen aan Nikolai. Het gebeurt allemaal en het lijkt zelfs even beter te gaan met de broer van Ljovin.

De verteller verwoordt het sterfproces op een prachtige wijze. Nikolai voorvoelt dat zijn einde nadert. Langzaam verglijdt zijn lichaam meer en meer in het stadium van de dood. Bijna grappig is het om te lezen als de priester langskomt om de dood te constateren:

‘Hij is overleden,’ zei de priester en wilde weggaan. Maar opeens kwam er beweging in de tegen elkaar aangeplakte snorharen van de dode en welden er te midden van de stilte uit de borstholte snerpende klanken op:
‘Nog niet helemaal… Eventjes nog.’
Een minuut later lichtte het gelaat op en verscheen er een glimlach onder de snor. De bijeengeroepen vrouwen gingen onmiddellijk druk aan de slag met het afleggen van het lichaam. (628)

Het is het einde van een lange lijdensweg die de verteller prachtig heeft verwoord in het 20e hoofdstuk van het 5e deel. Een einde dat zelfs hoopvol wordt afgesloten met de zwangerschap van Kitty. Het mysterie van de dood, krijgt een treffend contrast in dat andere mysterie: dat van het leven.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel

01 oktober 2019

Drama in de loge - Anna Karenina herlezen (5)

Het huwelijk tussen Ljovin en Kitty is op handen in het 5e deel van Anna Karenina. De voorbereidingen worden getroffen en er heerst vrolijkheid. Dat Ljovin ongelovig is, lijkt de pret niet te drukken. Hij moet alsnog naar de kerk om een biechtbriefje te halen. Niet heel problematisch, voor een paar roebel weet hij dit te bemachtigen zonder een overdreven biecht te doen. Bijna een biecht waard.

Te laat op bruiloft

De bruidegom komt te laat op zijn bruiloft omdat hij zijn overhemd per ongeluk al ingepakt heeft voor zijn huwelijksreis. Het komt allemaal op zijn pootjes terecht. Het kersverse bruidspaar gaat op reis door heel Europa en doet Rome, Napels en Venetië aan.

In Venetië komen ze Anna en haar minnaar Vronski niet tegen. Zij leven er een leven als God in Frankrijk, maar haar in de steek gelaten zoon, laat Anna niet los. Ze wil hem hoe dan ook zien. Het bezoek dat de 2 brengen aan Sint Petersburg, loopt op een teleurstelling uit.

Stiekem

Ze bezoekt stiekem haar zoontje, waarmee ze hem en zichzelf veel verdriet doet. Tot overmaat van ramp, komt ze haar echtgenoot in de gang tegen. Als ze die avond nog eens naar de opera gaat, komt ze tot de ontdekking dat ze niet meer haar oude leventje kan leiden. Ze wordt door alles en iedereen uitgekotst. In de loge worden de verschrikkelijkste dingen over en tegen haar gezegd. Vronski ziet het van een afstandje terwijl op het toneel de volgende scène zich voltrekt, speelt er in de loge een ander drama.

Vronksi had niet kunnen volgen wat er precies had afgespeeld tussen de Kartasovs en Anna, maar hij begreep dat zij zich vernederd voelde. Daarvoor was de scène duidelijk genoeg geweest, maar meer nog sprak Anna’s gezicht boekdelen: hij zag hoe ze alle zeilen moest bijzetten om de rol die ze op zich had genomen vol te houden. Daarin slaagde ze voortreffelijk, aan de buitenkant was ze de rust zelve. Wie haar en haar vriendenkring niet kende en niet hoorde hoe het publiek – de vrouwelijke geleding daarvan – zijn deelneming getuigde en blijk gaf van ontstemming en verbazing, nu ‘die vrouw’ zich en public durfde te vertonen, en nog wel zo in het oog vallend met haar kantwerk en haar uiterlijke verschijning, wie van dat alles geen weet had en Anna gadesloeg in al haar schoonheid en ogenschijnlijke kalmte kon niet vermoeden dat zij hetzelfde ervoer als iemand die aan de schandpaal genageld staat. (679)

De verteller legt de prachtige vergelijking van het toneelstuk dat op het podium speelt en het drama in de loge. Hier is een veel groter drama dan op het toneel. De hele zaal bekijkt het tafereel in de loge en heeft geen oog voor het spel op het podium. Uiteindelijk verlaat Anna de zaal, ze laat een druk geroezemoes achter. Heel Petersburg spreekt er schande van. Deze vrouw die zo haar man bezoedelt. Het kan niet. En Anna wordt verstoten. Ze kan geen kant op zonder haar kind en haar man.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel.