Posts tonen met het label hugo claus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hugo claus. Alle posts tonen

16 mei 2008

Kletterende letteren

Zachtjes kletteren de letteren op het Amsterdamse Spui vanmorgen. De regen trekt zich niets aan van het papier, maar de boekhandelaren vermommen zich in gesloten tenten. 'Waar heb je die zijflap toch vandaan', vraagt een boekenverkoper aan de vrouw die naast zijn kraampje haar boeken verkoopt. Ze is de enige vrouwelijke handelaar. 'Nou, van zo'n markt die één maal in het jaar is. Dan mag je dat meenemen.'
- 'Wat bedoel je?'
- 'Nou, zo'n grote markt die ieder jaar is.'
- 'Mag je dat dan zo meenemen?'
- 'Nee, daar moet je natuurlijk voor betalen.'
Temidden van die onduidelijkheid voel ik mij thuis. Ik duw een flap opzij, die de rij boeken van de volgende handelaar vrij van regen houdt. Een man flapt aan de andere kant binnen. 'Zo Hans, heb jij die van Schiller ook al?' Hij grist het boek van de plank, kijkt op de titelpagina en zet het terug. 'He', krijst de handelaar, alsof zijn kind wordt ontvoerd.' Hij grist het vast. 'Wel weer rechtop zetten.' 'Verdorie mompelt de man. 'Hij heeft het door.' Hij bladert alweer in een ander boek en vertelt vanalles aan Hans. Ik zie een potlood achter zijn oor geklemd. Het schrijfwaar steekt schuin naar voren, half in zijn gezichtsveld. Grijze stoppeltjes wisselen zich af met zwarte op zijn gezicht.
Als ik het kraampje ernaast bezoek, merk ik dat de man met het potlood achter zijn oor de verkoper is van de boeken die hier liggen. Ik blader wat in het Sadistisch Universum van Hermans en vraag mij af of ik nu deel 1 of 2 heb. Ze liggen hier allebei. Voorin vermeldt een potloodkras '15/8'. Of hier nu een gulden-/europrijs staat, of dat het de boeken samen zijn, weet ik niet.
De 'peper en zout stoppels' komen naderbij als ik in een oudere druk van Ik heb altijd gelijk blader. 'Een heel leuk boek en het wordt weer veel gelezen', schudt het potlood voor hem uit. 'Ja, Hermans is heel leuk. Wist u dat dit één van de weinige boeken is waarin de Politionele acties beschreven worden, naast de Walgvogel van Wolkers.' Hij reageert niet. Een man schiet voorbij en roept: 'O, nou weet ik het, Pam.'
'Ja, Pam, Pim Pam Pet. Weet je het nou', wijst het potlood hem na. De man vlucht weg de regen in. Zijn jas wappert achter hem als een schimmelrijder in de storm. 'Ik raakte hem een tijdje aan de straatstenen niet meer kwijt, Hermans. Maar nu loopt hij heel goed. Vooral de jeugd leest hem veel.' Hij wijst naar een boek van Brakman, met een onheldere titel. 'Ik hoopte een beetje dat hij beter zou verkopen zo kort na zijn dood, maar dat valt tegen.' Hij blijft even onleesbaar, dood of levend, dat maakt niet uit, wappert op mijn tong. Ik neem mijn woorden terug voordat ik ze uitgesproken heb. 'Ja, valt u dat ook zo op, dat er zoveel aandacht is voor overleden schrijvers.' 'Inderdaad, er wordt veel aandacht besteed aan schrijvers in de media. Veel meer dan bij schilderen. Ook bij dichters die schilderen. Lucebert is in de necrologiën geroemd om zijn gedichten, over zijn schilderijen geen woord. Niet dat die zo mooi zijn. Ik vind zijn tekeningen veel mooier. Ook bij Claus nauwelijks iets over de schilderijen.'
'Ja, alleen over dat Verdriet en wat over zijn gedichten', beaam ik zijn monoloog. De regen klettert in een onafgebroken cadans op het zeil. De verkoper duwt een stukje zeil omhoog waar een plasje water in hangt. Hij klimt op het puntje van zijn tenen. De lichtgrijze krullen trillen na als hij met een schokje weer neerkomt. Hij behoeft gesprek, we zijn de enige in zijn boekentent.
'Behalve over De Koning. Daar is werkelijk een schitterend verhaal over zijn schilderijen in de krant. Een halve voorpagina. Maar dat was ook geschreven door een schilder.
Ik denk dat het daardoor komt.' 'Misschien', zeg ik en zoek naar een vertrekkend woord. Ik blader wat in een bundel gedichten. Hij begint door het flapzeil met zijn andere buurman te praten. Zachtjes knetteren de letteren, zucht de rug van een boek. 'Dag', roep ik iets te hard, alsof de groet mij van hem bevrijd. Ik probeer snel weg te rennen, maar zachtjes kletteren de letteren.

05 mei 2008

Han Voskuil

Een vreemd, weemoedig gevoel maakt zich van mij meester. De schrijver Han Voskuil, vooral bekend van zijn zevendelige romanserie Het bureau (1996-2000) is overleden. Dat hij eigenlijk al sinds donderdag het tijdelijke voor het eeuwige verruild heeft, maakt het misschien nog wranger.
Voskuil is de tweede schrijver die dit jaar overlijdt met behulp van euthanasie. Schrijver Hugo Claus ging hem in maart voor. Beide schikten zelf over het tijdstip van overlijden. Claus stierf temidden van het paasgejoel, Voskuil koos voor de combinatie van Hemelvaartsdag en de Dag van de Arbeid. Een eerbetoon aan zijn socialistische vader, denkt Voskuils vrouw Lousje in NRC Next.
Het werk van Voskuil is misschien wel het best te noemen als verwachtingen die achteraf niet juist blijken te zijn. Vrienden zijn geen vrienden. Collega's zijn het meest minderwaardige volk dat bestaat. Ze zijn je vrienden niet, maar je brengt wel de meeste tijd met ze door. Voor een mens die zijn dagen slijt op kantoor, herkenbare materie.
Dat ik dan toch bevangen ben van een weemoedig gevoel, is ergens vreemd. De boeken kunnen gewoon na de dood van de schrijver gelezen worden. Zo beleefde ik bij mijn verblijf in Duitsland heel veel plezier aan Het verdriet van België, terwijl de schrijver dood is. Ook Voskuils boeken boezemen niet aan kracht in. Misschien is de weemoedigheid wel het idee dat er nooit meer zo'n boek zal komen als Het bureau of Reqieum aan een vriend. Boeken maken een schrijver tot een goede vriend, ook al hield hij van varkens en had hij het niet zo op vrienden.

Wat mij verbaast, is de foutieve informatie die de necrologiën bevatten. Volgens De Pers is de schrijver zaterdag overleden, Elsevier beweert dat hij aan zijn einde gekomen zou zijn door kanker. Hinderlijk die fouten. Ze zijn pas later op de dag op de websites hersteld.
Wie van die necrologen zou Het bureau helemaal gelezen hebben?

19 maart 2008

Hugo

Het nieuws overviel me als een melancholische bui. Hugo Claus is overleden. De leeuw van Vlaanderen is niet meer. Een groot schrijver is heengegaan.
Eens was ik in Antwerpen en ontmoette een alleraardigste jongen in een cafe. 'Claus, Claus', zei hij. 'Dat is de dichter.' Huilend droeg hij uit zijn hoofd de mooiste gedichten voor. Ik proefde de emotie uit zijn mond druppelen.
Sindsdien lees ik regelmatig de gedichten van Claus. Inderdaad, het is een groot dichter. Zo groot dat ik het onwaardig vind om hier een gedicht van hem te citeren. Dat is Het verdriet van Belgie. Dat boek neem ik over twee weken mee op vakantie. Om hem te herdenken en, ik hoop, het gereed zijn van de boekenkast te vieren.